Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 2
augustus 1999

Terug naar het publiek

 





  Rapport van de Commissie Publieke Omroep, Den Haag, 26 juni 1996
  Bijlage: Regionale en lokale omroep
Previous
   
1 Algemeen
  Tot 1 januari 1996 was er een tijdelijke regeling van kracht voor reclame op publieke regionale en lokale omroepen, die regionale en lokale omroepen de eerste twee jaar verplichtte tot samenwerking met de regionale dag- en nieuwsbladen.
  Volgens de Mediawet mogen regionale omroepen drie jaar regionale televisie via de kabel uitzenden zonder dat dit tegelijkertijd via de ether gebeurt.
  Op dit moment ligt een wetsvoorstel tot liberalisering van de Mediawet ter goedkeuring in de Eerste Kamer. Dit wetsvoorstel bevat onder andere de volgende wijzigingen die van belang zijn voor de regionale en lokale omroepen:
 
  • Commerciële regionale en lokale omroep wordt mogelijk (eis landelijke dekking van 60% voor commerciële omroepen vervalt). Er komt een registratiesysteem (door Tweede Kamer gewijzigd in toestemmingsvereiste). Inschrijving is in enkele gevallen niet toegestaan bijvoorbeeld wanneer de omroep meer dan 25% van de dagbladmarkt in handen heeft.
  • Hogere omroepbijdrage voor regionale en lokale omroepen wordt mogelijk (op dit moment maximaal 10 gulden) om de concurrentiepositie van de regionale en lokale publieke omroep te versterken; hier tegenover moet een provinciaal omroepplan worden opgesteld.
  • Exploitanten zijn verplicht een basispakket tegen een lage prijs aan te bieden.
  • Infrastructuurbeheerders mogen in de toekomst ook diensten aanbieden.
  Omdat het wetsvoorstel lokale en regionale omroep niet voor 31 december 1995 door de Eerste Kamer is behandeld, is een tijdelijke regeling die inhoudt dat vergunningen voor het uitzenden van reclame die voor 1 januari 1996 zijn verleend van kracht blijven.
  Door het wetsvoorstel krijgt met name de regionale radio, die op dit moment in de regio veelal een monopoliepositie inneemt, concurrentie van regionale (publieke) tv en van commerciële regionale radio.
2 Regionale omroepen
2.1 Algemeen. Er ligt een voorstel om met ingang van 1 september 1996 tussen 18.00 en 19.00 uur of tussen 18.45 en 19.30 uur 45 minuten tot één uur zendtijd op Nederland 2 ter beschikking te stellen aan de regionale omroepen in het kader van de zogenaamde vensterprogrammering.
  Het vensterproject wordt de eerste twee jaar door de NOS betaald. De kosten voor dit model worden geraamd op jaarlijks vijf miljoen gulden per regionale omroep. Vanaf 1998 moeten de provincies meebetalen (voorgestelde verdeling NOS 51 - 49 overigen). De provincies moeten zich nu al voor deze 50% garant stellen. Een andere mogelijkheid voor de financiering vanaf 1998 betreft de verhoging van de omroepbijdrage, advertentie-inkomsten en sponsoring. De reclame-inkomsten rond dit vensterproject zouden ten goede van de NOS komen.
2.2 Organisatiestructuur en bestuur. In Nederland zijn 13 regionale omroepen; in iedere provincie één en in Zuid-Holland twee. De regionale omroepen zijn verenigd in het samenwerkingsorgaan ROOS (Stichting Regionale Omroep Overleg en Samenwerking). ROOS is het aanspreekpunt voor de overheid en anderen. Een overzicht van alle regionale omroepen is aan het einde van deze bijlage opgenomen.
  De regionale omroepen zijn gestart als radio-omroepen. In 1992 is TV Oost gestart met regionale televisie. Op dit moment bestaat regionale televisie in de provincies Overijssel, Friesland, Groningen en Drenthe. In Noord Holland werkt de regionale radio omroep samen met het lokale televisie station AT-5 en in Zuid Holland werkt het Regionale Radio Rijnmond samen met Rotterdamse Stads TV.
  De dertien regionale omroepen hebben een centrale verkoop- en marketingorganisatie Omroep Reclame Nederland (ORN) voor de landelijke en boven-regionale advertentiemarkt. ROOS is 50% aandeelhouder van de ORN en de gezamenlijk dagbladuitgevers hebben 50% in handen. In het kader van de nieuwe Mediawet zullen de uitgevers dit aandeel overgedragen aan ROOS.
  De regionale omroepen zijn autonome organisaties die een zendmachtiging hebben gekregen van het Commissariaat voor de Media op advies van de provincie. Formeel wordt het beleid van iedere omroep bepaald door het Bestuur van de omroep. Operationeel komt het er echter op neer dat de directeur / hoofdredacteur het beleid bepaalt onder invloed van de politiek en ROOS.
2.3 Samenwerkingsverbanden. De regionale omroepen kennen op dit moment drie formele samenwerkingsverbanden.
  Allereerst zijn dat de ROOS, het orgaan dat namens de regionale omroepen naar buiten optreedt, en de ORN, de advertentie-verkooporganisatie. Beide samenwerkingsverbanden zijn hierboven al toegelicht.
  Ten derde bestaat er een samenwerkingsverband tussen ROOS, NOS en Wereldomroep inzake de uitwisseling van nieuws en informatie voor de radio. Dit samenwerkingsverband heet de Radio Nieuws Centrale (RNC). Het personeel is in dienst bij ROOS.
  Daarnaast bestaan er een aantal (voorgenomen) samenwerkingsverbanden tussen regionale en lokale omroepen, met uitgevers, kabelmaatschappijen etcetera. Enkele van de belangrijkste worden hieronder toegelicht. De ontwikkelingen op het gebied van met name regionale televisie zijn op moment in volle gang, hetgeen ertoe leidt dat een vrij onoverzichtelijk geheel van (mogelijke) samenwerkingsverbanden ontstaat, dat bijna dagelijks wijzigt.
  De regionale omroepen verenigd in ROOS willen met uitgevers samenwerken bij het exploiteren van regionale televisie op de kabel om te voorkomen dat er een concurrentieslag ontstaat tussen uitgevers en de publieke regionale omroepen. De uitgevers hebben al aangekondigd binnenkort met commerciële regionale tv te beginnen. Volgens de heer Groenendijk, directeur/secretaris van ROOS, vinden ROOS en de uitgevers beiden dat er geen ruimte is voor zowel commerciële als publieke regionale omroep.
  De Nederlandse dagbladen willen een landelijk netwerk voor regionale tv-stations oprichten waarin ongeveer tien stations samenwerken. De bundeling is gericht op de advertentiemarkt en niet op redactionele samenwerking. Samenwerking met belangstellende kabelexploitanten en publieke omroepen wordt nagestreefd. Wegener en VNU zijn druk bezig voorbereidingen te treffen voor commerciële regionale televisie.
  De noordelijke regionale omroepen werken samen met de EDON, het noordelijke nutsbedrijf dat tevens de kabel exploiteert. Zie hierover later meer.
  Stadsomroep Utrecht, Omroep Amersfoort en de regionale omroep Radio Utrecht gaan samenwerken op het gebied van regionale televisie. Met ingang van 1 september 1996 wil dit nieuw op te richten omroepbedrijf dagelijkse uitzendingen van een uur op Nederland 1/2 verzorgen in het kader van het zogenoemde vensterproject. Daarnaast zullen reeds eerder regionale televisie uitzendingen gemaakt worden in twee edities, gericht op Utrecht-West en Utrecht-Oost. De drie radiostations zullen eveneens ondergebracht worden in dit bedrijf. Een gezamenlijk acquisitie bedrijf moet de reclame-inkomsten werven. Ook de regionale omroep Noord-Holland en AT5 gaan gezamenlijk 5 dagen per week een actualiteitenprogramma van een uur op Nederland 1 of 2 verzorgen in 1996 in het kader van het vensterproject.
  Radio Rijnmond, Rotterdamse Stads TV en Stads Radio zijn sinds 1 januari 1995 hecht gaan samenwerken zowel bestuurlijk, administratief, financieel en redactioneel. De omroepen houden wel hun eigen identiteit.
  Sinds begin 1994 verzorgt TV Oost dagelijkse kabeluitzendingen in Overijssel. De partner van TV Oost is Kabel Oost. De relatie met Wegener is slecht daar de kabelkrant van Wegener van de kabel is gehaald ten gunste van de kabelkrant van TV Oost/Kabel Oost .
2.4 Programmering
2.4.1 Radio. De zendtijden van de regionale radio zijn globaal hetzelfde voor alle regio's, namelijk dagelijks van 7.00 uur tot 19.00 uur, met uitzondering van Radio West dat 24 uur per dag uitzendt. Alle stations voeren reclame. De programmering is eveneens in hoofdlijnen hetzelfde voor alle omroepen:
  7.00 - 9.00 uur nieuws en informatie
  9.00 - 12.00 uur muziek en entertainment
  12.00 - 14.00 uur nieuws en informatie
  14.00 - 16.00 uur muziek en entertainment
  16.00 - 18.00 uur nieuws en informatie
  18.00 - 19.00 uur muziek en entertainment
 
  1990 1991 1992 1993 1994

Radio Noord 6 11 11 11 11
Omroep Fryslan 3,5 5,5 8 8 12
Radio Drenthe 6 6 11 11 11
Radio Oost 11 11 11 14 14
Omroep Gelderland 11 11 11 11 11
Radio Utrecht 6 11 11 11 12
Omroep Flevoland 6 11 11 11 12
Radio Noord Holland 11 11 11 11 11
Radio West 11 11 12 23 23
Radio Rijnmond 12 12 12 12 12
Omroep Zeeland 3 3 4 5 8
Omroep Brabant 6 11 11 11 12
Omroep Limburg 3 6 11 11 11

Gemiddeld 7,3 9,2 10,4 11,5 12,1
  Tabel 1: Ontwikkeling zendtijden regionale radio 1990 - 1994 in uren per dag (bron: Jaarverslag ROOS 1994)
2.4.2 Televisie. De regionale televisie stations worden alleen verspreid via de kabel. Op dit moment zijn er 4 regionale televisie omroepen in de noordelijke provincies en 2 lokalen die samenwerken met regionale radio omroepen (Amsterdam en Rotterdam).
  De programmering van de regionale televisieomroepen begint dagelijks na het 18.00 journaal. Tot 19.00 uur wordt lokaal nieuws en informatie gebracht. Later op de avond wordt het programma nog twee keer herhaald. Alleen TV Oost brengt een twee uur durend programma, dat eveneens later twee maal wordt herhaald. De heer Groenendijk verwacht dat ook na de introductie van commerciële regionale televisie de programmering beperkt blijft tot nieuws, sport en informatie, dus geen (buitenlandse) soapseries, game-shows of films.
  Na de introductie van het vensterproject wordt de programmering waarschijnlijk als volgt:
  18.00 - 19.00 uur vensterprogrammering
  19.00 - 24.00 uur regionale kabeltelevisie
  24.00 - 18.00 uur kabelkrant
  AT5 zendt dagelijks uit van het begin van de avond tot iets na middernacht (1994). Het NOS journaal wordt (kosteloos) overgenomen.
  De NOS mag daartegenover gebruik maken van de beelden van AT5. De programma's worden gemaakt voor fl. 2000 per uur (Hilversum fl. 90.000).
2.5 De huidige marktpositie en marktaandelen en de ontwikkelingen daarin
2.5.1 Radio. De regionale publieke radio omroepen hebben op dit moment een gemiddeld marktaandeel van zo'n 18 à 19% en zijn hiermee in sommige gebieden (bijna) marktleider.
  Dit laatste wordt niet veroorzaakt door een stijging in het aantal luisteraars bij de regionale omroep maar door een daling bij, met name, Hilversum 3 veroorzaakt door het grotere aanbod en de daarmee samenhangende versnippering. Eind 1995 hadden de regionale radio omroepen gezamenlijk 17,5% aan luisteraars (Radio 1 tot en met 5: 38,3%).
 
  Luisterdichtheid Zenderaandeel Marktpositie
  (in procenten) (in procenten)  

Radio Noord 5.2 20.9 2
Omroep Fryslan 7.3 26.4 1
Radio Drenthe 8.1 28.2 1
Radio Oost 6.4 23.6 2
Omroep Gelderland 4.7 19.1 1
Radio Utrecht 2.1 9.1 4
Omroep Flevoland 2.3 10.1 4
Radio Noord Holland 1.5 6.6 7
Radio West 3.8 16.1 1
Radio Rijnmond 3.2 13.9 3
Omroep Zeeland 4.1 17.7 2
Omroep Brabant 4.5 16.5 2
Omroep Limburg 4.0 14.5 2

Totaal regionale radio 4.3 17.3 2
  Tabel 2: Marktpositie van de regionale radio tussen 7.00 en 19.00 uur in November / December 1995 (bron: Intomart — Continu Luisteronderzoek, November/December 1995)
  In sommige publikaties wordt een veel lager marktaandeel voor de regionale omroep vermeld. Dit wordt veroorzaakt doordat het dan om 24 uur's cijfers gaat en de regionale omroep maar een deel van die periode uitzendt.
2.5.2 Televisie. In tegenstelling tot de regionale radio omroep loopt de regionale televisie niet mee in het reguliere kijk- en luisteronderzoek met uitzondering van AT-5.
  Uit telefonische onderzoeken blijkt dat in de noordelijke provincies tussen 18.00 en 19.00 uur kijkdichtheden van zo'n 6 à 7 % worden gehaald, waarmee de regionale omroepen op dat tijdstip marktleider zijn. TV Oost doet het iets minder. De herhalingen later op de avond worden veel minder bekeken.
2.6 Financiering .Tot op heden krijgen regionale radio omroepen zowel geld uit reclame (verplichte samenwerking met uitgevers) als uit publieke middelen. Dit systeem moet volgens de ROOS ook voor de TV gaan gelden.
2.6.1 Radio. De totale inkomsten van de regionale radio omroepen bestonden in 1995 uit fl. 80 miljoen publieke inkomsten en ruim fl. 20 miljoen netto reclame inkomsten (na aftrek kortingen, aandeel uitgevers etc.; bruto fl. 47 miljoen). De publieke bijdragen bestaan enerzijds uit een opslag op de omroepbijdrage van maximaal fl. 10 per jaar en anderzijds uit een aanvulling van de rijksoverheid indien het minimum budget niet wordt gehaald uit de omroepbijdragen.
  Het minimum-norm-budget voor een regionale omroep bedraagt fl. 4,2 miljoen plus reclame-inkomsten. Provincies met veel inwoners ontvangen echter veel meer omdat het budget deels gekoppeld is aan het aantal inwoners (omroepbijdrage). Noord Holland en Noord Brabant ontvangen ieder zo'n fl. 8 miljoen plus reclame inkomsten. Deze provincies maken echter ook verschillende edities voor gebieden binnen hun regio.
  De totale bruto reclamebestedingen op de regionale radiostations bedroegen in 1995 fl. 47 miljoen (1994: fl. 37 miljoen; 1993: fl. 31 miljoen). Voor 1996 wordt een stijging van 7 - 8% verwacht. De belangstelling van nationale en boven-regionale adverteerders voor regionale radio is toegenomen en zorgt op dit moment voor ruim 50% van de inkomsten (de bestedingen stegen van 11,9 miljoen(1993) naar 17,4 miljoen (1994) naar rond de 25 miljoen (1995). De nationale en boven-regionale adverteerders worden door de ORN geworven.
 
  1992 1993 1994

Bruto omzet fl. 17 mln fl. 30 mln fl. 37 mln
Netto voor omroepen fl. 6 mln fl. 11 mln fl. 15 mln
Aandeel ORN totale omzet 27,5% 38% 47%

  Tabel 3: Reclame inkomsten 1992 -1994 (bron: jaarverslag ROOS 1994)
  De regionale omroep Brabant heeft het grootste aandeel in de reclameopbrengsten (15%).
  De verdeling van de reclameopbrengsten is globaal in overeenstemming met de bevolkings- en luisterdichtheid in de regio.
 
  1-1991 1-1992 1-1993 1-1994 1-1995

Radio Noord 1,9 2,0 2,2 2,3 2,3
Omroep Fryslan 2,0 2,1 2,3 2,4 2,4
Radio Drenthe 1,6 1,7 1,7 1,7 1,8
Radio Oost 3,3 3,5 3,7 3,8 3,9
Omroep Gelderland 5,9 6,4 6,7 6,8 6,9
Radio Utrecht 3,3 3,5 3,9 4,0 4,1
Omroep Flevoland 0,7 0,7 0,8 0,9 0,9
Radio Noord Holland 8,0 8,6 9,5 9,7 10,0
Radio West / Radio Rijnmond 10,4 11,7 12,4 10,8 10,9
Omroep Zeeland 1,2 1,3 1,4 1,4 1,4
Omroep Brabant 7,2 7,7 8,3 8,5 8,7
Omroep Limburg 3,8 4,0 4,2 4,3 4,4

Totaal 49,5 53,3 57,1 56,5 57,5
  Tabel 4: Provinciale opslagen 1-1991 - 1-1995 (in miljoen guldens) (bron: jaarverslag ROOS 1994)
 
  1991 1992 1993 1994 1995

Budget 20,4 20,4 21,4 23,0 23,8
Basisnormbedrag 3,86 4,02 4,16 4,26 4,37
Editiebijdrage 0,664 0,692 0,716 0,734 0,752

  Tabel 5: Rijksbudget voor aanvullende rijksbijdragen en zenderkosten (in miljoen guldens) (bron: jaarverslag ROOS 1994)
2.6.2 Televisie. De reclame-opbrengsten voor de regionale televisie zijn nog zeer minimaal. De markt hiervoor is nog in opbouw. De drie noordoostelijke provincies financieren de regionale televisie op dit moment uit een kabelopslag van 6 gulden per jaar die de noordelijke kabelmaatschappij Edon heft. De totale opbrengsten uit deze heffing bedragen ongeveer fl. 1,4 miljoen gulden per omroep. De Edon financiert deze omroepen ook risicodragend.
  Omroep Fryslan financiert het overgrote deel van het jaarlijks budget van fl. 2,4 miljoen uit subsidies en sponsoring. AT5 en Stads TV Rotterdam krijgen van de gemeenten een bijdrage van fl. 4 miljoen per jaar. AT5 is commercieel en Stads TV in Rotterdam is deels commercieel en deels gesubsidieerd.
  AT5 is eigenlijk een lokaal station waarvoor echter regionale interesse bestaat. Dit maakt het echter nog geen regionaal station, daar de informatieverstrekking alleen Amsterdam betreft. De zender AT5 wordt verzorgd door SALTO, die de zendmachtiging heeft en de programma's koopt van het commerciële Omroep Bedrijf Amsterdam (OBA). De aandelen OBA zijn voor 50% in handen van PCM en voor 50% van de gemeente. AT5 heeft in zijn bestaan nog nooit winst gemaakt en de gecumuleerde verliezen bedragen meer dan 10 miljoen gulden. PCM ontvangt 50% van de reclame inkomsten als lokale uitgever in Amsterdam (het Parool). Er komt een nieuwe regeling voor de overheidsfinanciering van AT5, waarbij de zender een bedrag van fl. 1,5 miljoen krijgt. Daarnaast wordt door KTA een opslag op de kabelaansluiting van 25 cent geheven.
  De huidige financiering vormt geen sterke basis voor de toekomst van regionale televisie. De financiering van de regionale televisie kan volgens de politiek niet uit de omroepbijdrage komen omdat deze televisie alleen via de kabel wordt uitgezonden en dus niet voor iedereen toegankelijk is. In het kader van de vensterprogrammering (via de ether) zou dit wel mogelijk moeten zijn.
  Financiering door middel van een opslag op de kabelaansluiting zoals deze op dit moment in de noordelijke provincies door de Edon wordt geheven is ook moeilijk in de overige provincies door de grotere versnippering van kabelexploitanten. Daarnaast speelt de vraag of commerciële kabelexploitanten wel bereid zijn een opslag van hun klanten te heffen voor regionale televisie.
3 Lokale omroepen
3.1 Algemeen. Volgens de OLON is het doel van de lokale omroep het verzorgen van lokale informatievoorziening ongeacht de technologie of het medium dat hiervoor wordt gebruikt. Dit betekent dat de lokale omroep niet alleen gebruik wil maken van radio of televisie maar bijvoorbeeld ook van Internet. De belangrijkste pijler om dit goed te kunnen doen is diversificatie.
  De lokale omroepen laten een veel minder eenduidig beeld zien dan de regionale omroepen. In 1993 heeft Het Media Instituut onderzoek gedaan naar de regionale en lokale omroepen. Hieruit blijkt dat het aantal lokale zenders in Nederland in 1993 tegen de 600 lag, waarvan 314 lokale radio stations, 114 lokale televisie zenders en 156 kabelkranten. Meer dan 80% van de Nederlandse huishoudens kan één of andere vorm van lokale omroep ontvangen.
  In 1993 was de dekking van lokale radiozenders 81%, lokale tv 44% en kabelkranten 74%, waarvan 69 % NKP-kabelkranten (Nederlandse Kabelkrant Pers) en 9% kabelkranten van de lokale omroep (in sommige gemeente beide kabelkranten te ontvangen. Voor 1994 zien deze cijfers er als volgt uit:
 
Aantal lokale omroepen: 367 Bereik
Gemeenten met omroep 452 13.523.000

Lokale Radio 337 12.735.000
Lokale Televisie 116 6.839.000
Lokale Text TV 56 2.996.000
Lokale Teletekst 16 1.748.000

  Tabel 6: Bereikcijfers lokale omroep naar medium in 1994 (bron: jaarverslag OLON 1994)
  Het gemiddeld aantal inwoners in het verzorgingsgebied van de lokale omroep is de laatste jaren vrijwel constant gebleven op 38.000. Een aantal lokale omroepen (45) heeft een zendtijdtoewijzing voor meer dan één gemeente, de zogenaamde streekomroepen. Het gemiddeld aantal inwoners in het verzorgingsgebied van deze omroepen ligt op ongeveer 62.000 en is in de afgelopen jaren eveneens vrijwel gelijk gebleven.
  De lokale radio kan zowel via de ether als via de kabel worden ontvangen, maar in de ether gaat het volgens de OLON wel om "derderangs" frequenties, d.w.z. aan het eind van de FM band en beperkte zendvermogens. Er vindt ook geen afstemming plaats tussen de toewijzing van zendtijd en de frequentie toewijzing. De lokale TV wordt alleen via de kabel gedistribueerd. Enkele lokale omroepen verzorgen Text TV en ongeveer 50 lokale omroepen zijn actief op Internet.
  Volgens de OLON heeft de lokale omroep zich altijd vrij autonoom ontwikkeld. Zij ziet de kansen voor de lokale omroep in de komende jaren groeien als gevolg van de technologische ontwikkelingen. De OLON streeft ernaar om een politieke waarborg voor het voortbestaan van de lokale omroep te verkrijgen.
  Als de publieke lokale omroep het niet redt zal dit gat worden opgevuld door commerciële omroepen, hetgeen meer concurrentie betekent voor de regionale en landelijke publieke omroep dan de huidige lokale omroep.
  De introductie van een opslag op de omroepbijdrage voor lokale omroep geeft een betere financiële basis voor de lokale omroep, maar als dit betekent dat de lokale omroepen geüniformeerd moeten worden, hun zelfstandigheid verliezen en verder zouden moeten professionaliseren zou dit de ondergang voor de huidige lokale omroep kunnen betekenen. De Tweede Kamer wil dat er zo'n opslag van enkele guldens komt op de omroepbijdrage bestemd voor lokale radio.
3.2 Organisatiestructuur en bestuur. Het samenwerkingsorgaan van de lokale omroepen in Nederland is de OLON (Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland). De OLON is de gesprekspartner voor de overheid en andere organisaties.
  In Nederland is 94% van de in het totaal 367 lokale omroepen met een zendtijdtoewijzing lid van de OLON. De organisatie had per 31 december 1994 356 aangesloten leden waarvan 12 aspirant leden (nog geen zendtijdtoewijzing). Het aantal leden heeft in de jaren tachtig een sterke groei laten zien, van 6 leden in 1982 tot 291 in 1990. Sindsdien is het aantal leden nog wel ieder jaar gestegen maar minder snel. Binnen de OLON bestaan 27 afdelingen die ieder een vertegenwoordiger hebben in het Algemeen Bestuur.
  De OLON heeft voor lokale reclame geen overkoepelende verkooporganisatie van de grond kunnen krijgen, hierdoor is de situatie voor landelijke adverteerders en reclamebureaus erg onoverzichtelijk. Iedere lokale zender moet afzonderlijk worden benaderd.
  De verkoop van reclamezendtijd aan niet-lokale adverteerders voor NKP kabelkranten gebeurt door de exploitatiemaatschappij TV Krant Nederland.
  De lokale omroepen hebben meestal de juridische vorm van een stichting of een vereniging. Ze hebben altijd een programma beleidsbepalend orgaan (kan het bestuur zijn), hetgeen nodig is voor het verkrijgen van de status lokale omroep van het Commissariaat voor de Media. De interne organisatiestructuur is helemaal open en er is ruimte voor contracten met productiebedrijven en dergelijke Meestal is de lokale omroep vrij compact georganiseerd met een bestuur, hoofdredacteur en enkele medewerkers, vaak op vrijwillige basis.
3.3 Samenwerkingsverbanden. Het huidige model voor de publieke omroepen met de splitsing landelijk, regionaal, lokaal bestaat al 10 jaar. De lokale omroepen willen wel de mogelijkheid hebben om met de regionale of landelijke omroepen samen te werken maar dat moet wel op vrijwillige basis. Op enkele samenwerkingsverbanden met regionale omroepen is hierboven in paragraaf 2.3 al ingegaan. De lokale omroepen werken niet samen met kabelmaatschappijen. De belangrijkste partijen waarmee de lokale omroepen samenwerken zijn lokale maatschappelijke organisaties.
  In een aantal gevallen werken de lokale omroepen onderling samen of hebben plannen daarvoor, zoals bijvoorbeeld het plan van zestien kabelkranten en een groot aantal lokale radiostations in Groningen Friesland en Drenthe die in 1996 commerciële radio en televisie willen gaan maken. Hiervoor is de Noordelijke Media Groep opgericht, waarin Koninklijke Boom Pers en de Noordelijke Dagblad Combinatie ieder voor 50% deelnemen.
  Bij aanvang zal de omzet 7 miljoen gulden bedragen; in drie jaar moet dit uitgroeien tot 35 miljoen gulden. De lokale omroepen hebben gezamenlijk contracten met organisaties als BUMA/Stemra, SeNa, NOS-KNVB en dergelijke
3.4 Programmering. De meeste lokale omroepen houden een horizontale programmering aan met een afwijkende programmering in het weekeinde. Overigens zijn de zenduren en programmering zeer verschillend.
  Volgens het wettelijk programmavoorschrift moet de helft van het programma-aanbod van de regionale en lokale omroep uit informatie, cultuur en educatie bestaan, betrekking hebbend op het eigen gebied. Daarnaast moet minstens 50% van de programmering bestaan uit onderdelen die de omroep zelf heeft gemaakt of in opdracht heeft laten maken. De regionale omroep mag als raamprogramma voor de lokale omroep worden gebruikt. De reclame zendtijd mag maximaal 6,5% van de uitzendtijd bedragen.
  In 1994 zond 57% van de lokale omroepen reclame uit. Ingevolge de bepalingen in de Mediawet moest 42% van deze omroepen een overeenkomst sluiten met een lokale uitgever. In tegenstelling tot de regionale omroepen betalen de lokale omroepen geen 50% van de reclame-inkomsten aan de uitgevers maar tussen de 15 en 25%.
 
Programma categorieën percentage

Informatie (nieuws, actualiteiten, sport, politiek, zware en gevarieerde lichte info) 34
Educatie 1
Cultuur 10
Muziek 48
Overig 7

  Tabel 7: Aandeel programma-categorieën lokale radiozenders 1993 (bron: Regionale en lokale media 1993, Het Media Instituut)
  Van de 93 onderzochte operationele lokale televisiezenders (totaal 110 zenders) zenden slechts 22 zenders één maal per week of meer uit (begin 1993).
3.5 De huidige marktpositie en marktaandelen en de ontwikkelingen daarin. Betrouwbaar kijk- en luisteronderzoek vindt voor de lokale omroep alleen plaats in de grote steden en incidenteel in gebieden met succesvolle lokale zenders. Derhalve blijven de gegevens met betrekking tot de marktpositie beperkt tot bereikcijfers.
 
  Radio Televisie

Groningen 79 42
Friesland 81 37
Drenthe 59 6
Overijssel 76 48
Gelderland 66 24
Utrecht 82 34
Flevoland 91 49
Noord Holland 93 59
Zuid Holland 93 64
Zeeland 60 13
Noord Brabant 84 38
Limburg 45 31

Gemiddeld Nederland 78 44
  Tabel 8: Dekkingspercentage lokale radio en televisie per provincie 1993 (in procenten) (bron: Regionale en lokale media 1993, Het Media Instituut)
3.6 Financiering. De lokale omroep krijgt geen vaste overheidsbijdrage, maar moet individueel onderhandelen over gemeentesubsidies en andere financieringsbronnen. Een gevolg hiervan is dat de lokale omroepen zelf draagvlak moeten creëren en zichzelf dus steeds moeten bewijzen. De financiering van de lokale omroepen is weinig structureel geregeld. De meest voorkomende financieringsbronnen zijn:
 
  • lokale subsidies
  • immateriële ondersteuning bijvoorbeeld gratis huisvesting (vaak via gemeente)
  • lokale activiteiten als huis aan huis verkoop en lokale bingo
  • reclame
 
  alle omroepen zonder reclame met reclame

Gemeente subsidie 16.500 14.800 18.000
Giften 5.280 5.600 5.000
Sponsoring 1.980 1.600 5.000
Contributies 1.320 1.200 2.000
Nevenactiviteiten 2.640 2.400 3.000
Reclame 19.800 47.000
Programmasponsoring 7.260 7.600 7.000
Derden uitzendingen 2.640 2.800 2.000
Overige inkomsten 8.580 4.000 7.000

Totaal 66.000 40.000 103.000
 
  Tabel 9: Gemiddelde inkomsten per lokale omroep op basis van enquête OLON, voorjaar 1993 (in guldens) (bron: Regionale en lokale media 1993, Het Media Instituut)
  De budgetten voor een lokale radio omroepen bedragen volgens de OLON in 1995 tussen de 100.000 en 4 miljoen gulden. Voor lokale televisie zijn de budgetten 4 à 5 keer zo hoog.
  In 1993 bedroegen de totale reclamebestedingen voor lokale radio en tv 10 miljoen en voor kabelkranten 31 miljoen. De lokale omroep wordt steeds meer ingeschakeld om dealers of winkelfilialen in een specifiek gebied te ondersteunen. De reclame op de lokale omroepen is vrijwel uitsluitend van plaatselijke aard; er is geen overkoepelende verkooporganisatie vergelijkbaar met de ORN voor de regionale omroepen.
  Eén van de belangrijkste redenen hiervoor is dat er geen kijk- en luistercijfers beschikbaar zijn en de distributie moeizaam verloopt. Ieder station moet een video of geluidstape ontvangen, waardoor de kosten voor adverteerders relatief hoog zijn..
  In tegenstelling tot de regionale omroepen werkt het merendeel van de lokale omroepen niet samen met de lokale uitgevers en draagt ook niets af van de reclame inkomsten aan deze uitgevers omdat er geen lokale dagbladen zijn. Voorzover lokale omroepen wel afdrachten doen aan de uitgevers gaat het om een percentage van 15 tot 25%.
   
Previous
  Copyright © 1996 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen