Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 1
juni 1998

Daydream Believer ...

 





  Het seculiere geloof van de popmuziek
door Ger Tillekens
Previous
  Mensen kunnen zin en betekenis ontlenen aan hun geloof, maar ook aan meer profane dingen zoals popsongs. Bestaat er in die zin een relatie tussen religie en popmuziek? Staan die twee zaken onverschillig naast elkaar? Of zijn het zelfs concurrenten? Over die vragen hielden de pastoraal medewerkers van de krijgsmacht op 18 februari 1997 een symposium in het Kontakt der Kontinenten te Soesterberg. Ger Tillekens was een van de inleiders. Zijn bijdrage tref je hieronder aan.
 
1 Rechts: The Monkees

Daydream Believer: de titel boven dit verhaal is ontleend aan een nummer van de Monkees uit 1967. Dat is niet voor niets. Die korte titel voegt namelijk twee termen samen die uiterst belangrijk zijn als je iets wilt zeggen over de relatie tussen godsdienst, religie, popmuziek en jeugd: geloven en dagdromen. Een dagdromer is iemand die gelooft in dagdromen. Iemand, die gelooft dat dagdromen geoorloofd is, dat het een leuke en nuttige tijdpassering is en dat er misschien zelfs iets van valt te leren. Vroeger werd er nogal negatief tegen dagdromerij aangekeken. Het was "ijdele" tijdverspilling. Tegenwoordig is het een veel beoefende bezigheid. En we hebben er ook de nodige middelen voor: films, romans, strips en popmuziek. Bij popmuziek staat dat element van dagdromen zelfs centraal. Popmuziek is een middel dat je de gelegenheid geeft om dagdromen te maken, te koesteren en ook in te geloven in de mogelijkheid dat fantasie werkelijkheid kan worden. Het is pure romantiek en ik zal over die romantiek achter popsongs, over het geloof in dagdromen, hier in het kort enkele zaken nalopen aan de hand van de overeenkomsten en de verschillen tussen popmuziek en religie.

2 De verschillen. Ik wil beginnen met de verschillen. Als je in boeken leest over popmuziek, dan zie je heel vaak dat popmuziek de muziek van de duivel wordt genoemd. Het is de duivel in vermomming. Er is vorig jaar onder die titel nog een leuke bundel essays verschenen van de Nederlandse pop-journalist Pieter Cramer. Dat idee van popmuziek als muziek van de duivel zit er al heel vroeg in. Greil Marcus, één van de echte deskundigen op het gebied van de popmuziek, heeft dat sterk benadrukt in zijn studie van de blues. De blues, één van de wortels van de hedendaagse popmuziek, gold zowel voor het publiek als voor de makers, als voor de mensen die aan de andere kant van de lijn stonden als muziek van de duivel. Waar spirituals de muziek van God waren, golden blues als de muziek van de duivel. Je hebt heel veel blues waar die thematiek rechtstreeks in zit. Robert Johnson, één van de grondleggers van de blues, was bekend om dat soort onderwerpen. Zijn song "Me and the devil blues", laat dat op een prachtige manier horen.
  Wat is nu het verschil tussen een hymne, een spiritual en een bluessong? Wat maakt de ene muziek tot muziek van de duivel en de andere tot muziek van god? Daar bestaan vele meningen over. Sommige van die meningen zijn tamelijk oppervlakkig, andere zijn wat diepgaander. Oppervlakkig is bijvoorbeeld de gedachte dat psalmen en hymnen bij religie horen omdat ze zouden gaan over het loven en prijzen van god, terwijl de blues god vervloeken en klagen over het menselijk lot. Maar, de elementen van loven en prijzen aan de kant en van klagen en jammeren aan de andere kant zitten beide in de godsdienst. Je zou van de Klaagzangen van Jeremia en van het boek Job hele goeie bluessongs kunnen maken. Daarin zit het verschil dus niet. Het verschil is vooral, dat in religieuze liederen mensen tot of over god praten en dat in popsongs — als je naar de inhoud van de teksten kijkt — mensen met elkaar praten.
  Een popsong is een dialoog. Niet een dialoog van het individu met een hoger of een lager iets of iemand, maar met een gelijke, een vriend of vriendin. Er is geen sprake van een relatie tussen een mindere en een meerdere. Een popsong is altijd een rechtstreekse, gelijkwaardige communicatie. Als een popsong dat karakter verliest, als je dat niet meer in een tekst ziet, dan klinkt een popsong ook niet langer als een popsong. In een popsong vertelt een jongen aan z'n meisje dat hij van haar houdt, of dat hij de relatie niet meer ziet zitten en wil verbreken. Hij vertelt haar zijn verlangens, en als hij dat niet openlijk durft, dan zegt hij dat zachtjes mijmerend in zichzelf als een soort generale repetitie voor als het geschikte moment zich aandient. Hij probeert zichzelf te overtuigen door z'n dromen hardop te verkondigen, hij schreeuwt iets uit naar buiten. Zet zoiets op muziek en je hebt al snel een popsong. Er bestaat in dat opzicht dus een belangrijk verschil tussen popsongs en godsdienst. Kerkelijke muziek heeft, verbeeld in verhalen en parabels, een min of meer vast stelsel van normen en waarden, die altijd en overal gelden, en is gebaseerd op een verticale relatie. In wereldse muziek staat alles principieel ter discussie, en ligt de verhouding tussen de gesprekspartners horizontaal, op een gelijk niveau. Als wereldse muziek is de hedendaagse popmuziek behoorlijk extreem. De verhoudingen zijn uitzonderlijk gelijkwaardig en horizontaal.
  Popsongs hebben niet alleen een andere plaats in het geheel, maar vormen ook een alternatief voor godsdienst. En dat is zeker belangrijk. Popsongs horen thuis in de seculiere wereld. Als je kijkt naar alle pogingen tot verklaring van de opkomst van de populaire muziek en popsongs, dan zie je dat popsongs te maken hebben met het overleven van mensen in een niet-gelovige wereld, in de anonieme situatie van de stad en in een maatschappij die wordt gekenmerkt door een zekere mate van welvaart en luxe. Een wereld waarin mensen weten dat ze hun eigen lot voor een groot deel in eigen handen hebben. Je schoolsucces, het behalen van je diploma's en het krijgen van een baan, zijn zaken die voor een belangrijk deel van je eigen inspanning en competenties afhangen. Je moet het zelf zien te maken. En dat bovendien in een wereld waarin allerlei andere natuurlijke risico's, zoals hongersnoden, overstromingen, voor een belangrijk deel zijn uitgeschakeld. Dat waren de risico's waar vroeger de godsdienst een antwoord op gaf. Popmuziek is een vorm van zingeving aan het dagelijkse leven, waarbij mensen voor zichzelf verantwoordelijk zijn, en valt ook alleen maar op die manier te begrijpen. Vandaar ook die dagdromen. Mensen mogen hun wensen naar voren brengen, ze mogen tegen anderen zeggen wat ze van anderen verwachten, ze mogen proberen hun eigen leven vorm te geven. Dat element is heel sterk aanwezig in popmuziek.
  Er is nog een belangrijk verschil tussen popmuziek en religie. De literatuurwetenschapper Northrop Frye, die een mooi boek heeft geschreven over de bijbel als literatuur, heeft daarop gewezen. Frye heeft de bijbel vergeleken met moderne romans. En we kunnen zijn vergelijking rustig doortrekken naar popsongs. Ook popsongs zijn immers moderne romans. Kleine, uitgekristalliseerde romannetjes, zo zou je ze misschien het best kunnen noemen. Dat wordt duidelijk als we naar de structuur van de teksten kijken. De beste manier om een popsong te maken is eigenlijk om gewoon naar de boekwinkel te gaan en een willekeurig roman te kopen. Streep daarin vervolgens daarin alles door behalve de dialogen en laat vooral ook de "monologue intérieur", zoals dat heet, staan. Dat zijn de passages waarin iemand zit te mijmeren over wat hij van plan is, wat hij wil gaan doen. Wat je over houdt zijn, zeg maar, de grondstoffen voor de tekst van een popsong. De meeste popsongs zijn niet veel meer dan monologen en dialogen die uit hun context zijn gerukt. Er zit geen verhaal meer omheen. Dat verhaal dat moet je zelf maken als luisteraar. Als je kijkt naar een popsong van de Stones: "I can get no satisfaction" mag je raden waar het over gaat. Alleen die ene zin blijft hangen en die kun je invullen als luisteraar. Het zijn hele korte stukjes tekst die contextloos uiterst persoonlijke gevoelens communiceren. Het zijn eigenlijk een soort microromannetjes.
  Ook in de bijbel kunnen we dergelijke passages wel vinden. Maar het verschil is, zegt Northrop Frye, dat de bijbel metaforen gebruikt. Elke parabel, elk verhaal, elke gelijkenis is een metafoor. Een metafoor pas je toe vanuit een breed perspectief op één situatie waar je in verkeert, maar je kunt zo'n metafoor de volgende dag ook gebruiken in een andere situatie. Metaforen hebben een alomvattende kracht. Bij popmuziek is dat diametraal omgekeerd. Bij popmuziek zit je in een bepaalde situatie en daar pluk je uit de top-10 of top-100, van de radio of uit je geheugen, een geschikte song bij. En je hebt niet één song, maar honderden songs waar je uit kunt kiezen. Ieder individu kan uit de hitparade, uit z'n geheugen, een popsong plukken om z'n situatie zin te geven. En vaak kun je ook verschillende songs tegen elkaar afwegen. De ene groep jongeren pakt de ene song en een andere groep pakt een andere. Dat betekent dat je naarmate je een situatie interpreteert de keuze hebt om je eigen gelijkenis te kiezen. Northrop Frye noemt dat fenomeen het "metonymisch" gebruik van vergelijkingen. Bijvoorbeeld als je meisje je heeft verlaten, als je gezin uit elkaar valt, als je het gevoel hebt dat je toekomstverwachtingen niet uitkomen, dan kan je daar zelf naar believen een liedje bij uitzoeken om met dat gevoel in het reine te komen. Dat liedje kan je putten uit het hele repertoire van de populaire muziek dat voorhanden is. Dat hoeft niet voor iedereen hetzelfde te zijn. Het maakt nogal wat verschil of je een smartlap kiest of een punk-song. De betekenis is anders, de reactie is anders, het bericht dat de song aan je overbrengt is ook anders. Een dwingend metaforisch kader is daarvoor niet geschikt.
3 De overeenkomsten. Nu moeten deze verschillen tussen popmuziek en religie ook weer niet worden overdreven. Ik maakte in het begin een onderscheid tussen spirituals en blues. Dat speelde vooral in de jaren twintig en dertig. De popmuziek die we nu kennen wordt wel eens beschreven als integratie van blues en spirituals. Dat geldt zeker voor de soulmuziek. Ik wil daarmee zeggen dat er toch belangrijke overeenkomsten zijn tussen "heilige" muziek en "muziek van de duivel".
  Eén van de belangrijkste overeenkomsten betreft de persoonlijkheidsstructuur die je aantreft zowel in de bijbel, als in moderne romans, als ook in popsongs. Als je kijkt naar popsongs, met name naar de inhoud van de teksten, dan zie je dat er een soort onderscheid wordt gemaakt op drie niveaus. Elk individu heeft een "spirit", een "body" en een "soul": een geest, een lichaam en een ziel. Die driedeling wordt door Northrop Frye herleid tot de bijbel, waar hij een combinatie ziet van de Griekse tweedeling tussen geest en lichaam en de bijbelse, oud-testamentische tweedeling tussen ziel en lichaam. In het Nieuwe Testament, zegt Frye, wordt daar een driedeling van gemaakt die onze gehele, moderne westerse geschiedenis doordringt en die nog steeds in onze hele cultuur te merken is. Lichaam en geest zijn belangrijk, maar in het Nieuwe Testament gaat het allereerst om het zielenheil. In popmuziek ligt dat niet anders. In popsongs kan de spanning tussen geest en lichamelijke verlangens, tussen verstand en gevoel, indringend worden beschreven en bezongen. Maar ook hier luidt altijd de opdracht om dat te doen wat het beste is voor je "soul", je ziel. Je moet altijd, in een popsong, je "soul" proberen te redden.
  Er is een mooie folk-popsong van Bob Dylan — Don't Think Twice, It's All Right — waarin hij over een vriendinnetje zingt: "I gave her my heart, but she wanted my soul", en daarin voldoende reden ziet om er vandoor te gaan. Je ziel is je persoonlijkheid, je ego en die geef je nooit op, die is van jezelf. Als anderen daaraan dreigen te komen dan ga je in de aanval of je slaat op de vlucht. Door pop-deskundigen is die inzet van de popmuziek wel eens in verband gebracht met de ego-psychologie, waar we een soortgelijk verschil aantreffen. Ik denk dat de relatie met de romantiek, en de lijn die Northrop Frye naar de bijbel trekt, even legitiem is. Dat betekent dus dat elk verhaal in een popsong wordt geleid door de poging van de betrokkene om zichzelf uit een probleemsituatie te redden. Wat daarbij voorop staat is niet de oplossing van lichamelijke of z'n geestelijke problemen, maar vooral de redding van de persoonlijkheid, de persoonlijke integriteit. Integriteit en authenticiteit staan daarmee voorop in de popmuziek.
  De tweede belangrijke overeenkomst is dat godsdienst berust op een gevoel van individuele verantwoordelijkheid, op barmhartigheid en charitas. In een mooi boek over de ontwikkeling van de romantiek en van de popmuziek beschrijft Colin Campbell, een Engelse socioloog, hoe de romantiek in onze westerse wereld zich heeft ontwikkeld. Hij ziet de eerste sporen ervan in het protestantisme van de vijftiende, zestiende en zeventiende eeuw, waarin charitas heel belangrijk werd. Hij speurt ook naar de wortels van die charitasgedachte en komt dan tot de conclusie dat empathie, het invoelen en medeleven met anderen, daaraan ten grondslag ligt. Dat je je kunt invoelen in anderen, dat je je kunt verplaatsen in het perspectief van anderen, dat je een idee kunt krijgen van wat anderen willen en doen. Als je kijkt naar popmuziek en dan hoef je heus niet alleen te verwijzen naar al die concerten voor "het goede doel", maar ook gewoon naar een willekeurige popsong, dan zie je dat empathie in de popmuziek heel belangrijk is. Je kan in haast elke tekst horen dat iemand zich probeert in te leven in een ander. "I thought that you" vraagt om een antwoord. "But you" is een correctie op het beeld dat je van de ander had. Dat soort termen komt heel vaak voor. Empathie is eigenlijk een vaardigheid die in popmuziek wordt ingeoefend. In popmuziek gaat het vooral om de emotionele aspecten. Je leert door popmuziek de emoties van de ander herkennen en ervaren en je leert je in het gevoelsleven van anderen te verplaatsen. Ik denk dat ook op dit punt sprake is van een zekere overeenkomst tussen popmuziek en geloof.
  De derde en laatste overeenkomst is natuurlijk dat popmuziek even hard tobt met "theodicee" van de filosoof Leibniz: de beroemde vraag waarom in de wereld waarin wij leven zoveel ellende is, terwijl God toch goed is. Dat is de vraag waar we, vroeg of laat, allemaal een keertje voor komen te staan. Bij popmuziek wordt die vraag vertaald naar een seculiere vraagstelling, namelijk de vraag waarom de wereld zo slecht is terwijl alle mensen in wezen goed zijn. Maar dat maakt die vraag niet echt anders. Bij godsdienst gaat het antwoord op die vraag meestal in de richting van het menselijk onvermogen om het goddelijk plan met de wereld en de mensen te begrijpen. Bij popmuziek ligt het antwoord in dezelfde richting, zij het dat het een meer seculiere wending krijgt. Het antwoord is hier vooral: onbegrip. Als mensen elkaar niet kunnen of willen begrijpen, dan wordt het een rotzooi. Voor wederzijds begrip is weer individuele vrijheid nodig. Het onvermogen om elkaar vrij te laten is dan ook het centrale probleem dat de popmuziek in zijn mijmeringen en dagdromen aan de orde stelt. Ook als je jezelf teveel bindt aan mensen, zonder dat ze daar zelf hun toestemming voor geven, ben je geen vrij mens meer. Dan verlies je, zoals ik net al zei, je "soul". "Vrijheid" is de boodschap van de popmuziek. En "vrijheid" is ook een antwoord op een belangrijke, zingevende vraagstelling.
4 Stijlen en genres. Dat waren in het kort de belangrijkste verschillen en overeenkomsten tussen geloof en popmuziek. Ik heb proberen aan te geven dat popmuziek een aantal belangrijke overeenkomsten heeft met religie, maar ook een aantal belangrijke verschillen. De belangrijkste conclusie is dat popmuziek een alternatief en flexibel zinsgevingskader biedt voor problemen waarmee mensen in de moderne samenleving worden geconfronteerd. Dat zingevingskader is echter geen uniform geheel. Een belangrijk kenmerk van popmuziek is ook dat het een middel tot differentiatie biedt. Met zijn stijlen en genres legt de popmuziek jongeren uiteen in onderscheiden sociaal-culturele groeperingen. Als sociologen willen weten hoe dat in elkaar zit, stappen ze naar een school en leggen ze scholieren een vragenlijst voor met de namen van een aantal genres uit de popmuziek. Ze laten de jongeren hun voorkeur aankruisen en geven ze meestal ook nog de mogelijkheid om wat tophits van het moment te noemen. Vervolgens gaan al die gegevens in de computer en daar rolt dan een plaatje uit. Die plaatjes laten in het algemeen een patroon zien dat heel goed aansluit bij de algemene ervaringswereld van mensen. De "common sense"-gedachte over popmuziek van kranten en weekbladen wordt meestal bevestigd. Je ziet ook belangrijke scheidslijnen terugkomen. Het standsverschil tussen hoge en lage cultuur is bijvoorbeeld nog altijd aanwezig. Je vindt in de popmuziek speciale genres die aantrekkelijk zijn voor de jongens en meisjes van het VWO en het Gymnasium en je ziet genres die vooral de jongens en meisjes van het VBO en het MBO aanspreken. Dat is een onderscheid dat nog steeds terugkomt. Je ziet ook verschil tussen jongens en meisjes. Meisjes zijn over het algemeen romantischer, meisjes houden van ballades; jongens houden van hardere muziek.
  Je ziet nog een ander verschil en dat is misschien vanuit een sociologisch perspectief interessanter. Je vindt een verschil tussen traditionele jongeren, moderne jongeren en wat wel eens genoemd wordt postmoderne jongeren. In de smaakverschillen zie je aan de ene kant de voorkeuren van jongeren die wat meer bij de wortels van hun ouders blijven en aan de andere kant jongeren die daar compleet van afwijken. Dat verschil verbindt zich met de andere verschillen en op die manier ontstaan de verschillende stijlgroepen in de popmuziek. Neem bijvoorbeeld het verschil tussen punk-muziek en Nederlandstalige levensliedjes. De punk put uit de zowel de hoge cultuur als uit het postmodernisme en komt daarmee uit op een vorm van intellectueel existentialisme en nihilisme. Het levenslied en de nederpop van zangers als Marco Borsato worden vooral gewaardeerd door laagopgeleide jongeren met een meer traditionele instelling. Hier overheerst een meer sentimentele romantiek, waarvan de thema's letterlijk dicht bij huis en haard blijven. Laagopgeleide jongeren met een meer moderne inslag prefereren de rock en de hard rock met thema's ontleend aan de horror, science fiction en fantasy. Traditionele hoogopgeleide jongeren prefereren de oudere genres van de blues en het chanson.
  Traditionele jongeren zijn over het algemeen meer gehecht aan het gezin, bekijken de wereld vanuit het perspectief van hun ouders, zijn gewoon domweg gezegd sentimenteel en dat is die muziek ook. De hedendaagse jongeren, het grootste deel van de jongeren, zijn noch traditioneel noch postmodern. Ze bevolken het centrum van de wereld van de popmuziek. Het zijn de jongeren uit de middenklasse, die het Mavo en het Havo bevolken. (Pas wel op: dit is allemaal statistiek. Het gaat om de grote getallen, het gaat niet over individuen). Die groep houdt van dansmuziek en dat kan van alles zijn, afhankelijk van de richting die ze in het raster van de popstijlen uitgaan: het kan soul zijn, of disco, of house, of dance. Die moderne groep danst 's avonds en is overdag vrolijk aan het werk op school, maakt braaf z'n huiswerk. Ze delen de wereld in tweeën: de wereld van jezelf, om uit te gaan, en de wereld van het serieuze leven, waarin discipline en inzet noodzakelijk zijn: de school, de sport enzovoorts.
  De postmoderne jongeren zijn jongeren die zich compleet verliezen in de jeugdcultuur. Ze vormen de randgroepen van het schema van de muzikale smaak. Het zijn de jongeren die, om wat voor reden dan ook, uit de boot vallen of dreigen te vallen. Het zijn ook jongeren waar we de meest extreme vormen van jeugdcultuur aantreffen, bijvoorbeeld de punkers, hardrockers, en tegenwoordig voor een deel de gabbers. Het zijn de jongeren die in onderzoeken de meeste problemen melden met hun ouders, maar dat ligt niet per definitie aan de omstandigheden in het gezin. Want hun broertjes en zusjes zitten vaak even veilig in een ander groepje en die melden dan geen problemen met hun ouders. Het gaat dus vaak om één kind in een gezin, dat vanuit zijn of haar perspectief die problemen meldt en die ook als reëel ervaart. Ze kruipen bij elkaar, vormen kernen en kleden en gedragen zich volgens de regels van hun eigen groep.
  Tegenwoordig is de indeling, die ik nu beschreven heb, wat veranderd. We hebben weer allerlei nieuwe genres gekregen, zoals house en dance. Popmuziek is niet uitsluitend gitaarmuziek meer, maar is computermuziek geworden. Daar valt nog weinig over te zeggen, want we hebben tot nu toe geen gelegenheid gehad om dat in Nederland echt goed te onderzoeken. Maar je kunt wel globaal zeggen dat met name de house-cultuur en dat hoeft ook geen verrassing te zijn een MBO-cultuur is en eigenlijk als je het vergelijkt met de jaren zestig, zeventig en tachtig een duidelijke scheidslijn trekt tussen jongeren op het VWO, HAVO en de jongeren die op het MBO zitten.Op het VWO geeft men de voorkeur aan de nieuwe Britse popmuziek van Oasis, de singer-songwriters als Tracy Bonham en de muzikale experimenten van Björk. Volgens sommigen signaleert dat een toenemende culturele scheiding binnen de middenklasse. Overigens was de eerste scheiding binnen de middenklassen in de jaren vijftig. Die scheidslijn werd destijds overbrugd door de beatmuziek. Misschien komt na deze scheiding ook weer iets nieuws, dat moeten we afwachten. Tot die tijd geven de geschetste lijnen een globaal kader voor voor de verschillende betekenissen die popmuziek heeft voor jongeren. De hoge cultuur is daarbij meer overwegend, beschouwend en nadenkend; de lage cultuur is wat meer sentimenteel, lichamelijk en voelend gericht. De grote groep jongeren in het brede middengebied zijn niet alleen getalsmatig van belang. Ze vormen ook een referentiepunt voor de anderen. Ze vormen een buffer tussen de hoge en lage culturele smaken en scheiden ook de postmoderne en traditionele jongeren. De postmoderne en de traditionele stijlen zijn beide een vorm van zich "afzetten tegen" de normen en waarden van de aangepaste middenmoot. Voor de ene omdat die te ver en voor de andere omdat ze niet ver genoeg gaan.
  Natuurlijk scheidt popmuziek vooral de echte fans van de diverse genres van elkaar. Wanneer je kijkt naar de echte aanhangers van popmuziek, met alle parafernalia omgeven, en met alle kenmerken qua uiterlijk en qua leefstijl van een bepaald genre, dan zie je dat ze zich tot één genre beperkt houden. Maar de meeste jongeren zwerven door de hele warboel aan stijlen heen, zitten aan de randen van verschillende genres, proberen het een en ander. Ze switchen ook wel eens per dag: 's morgens dit en 's avonds dat . Dat geeft aan dat popmuziek ook in die zin een experimenteerveld is voor jongeren voor wat betreft de betekenis van songs. Niet alleen jongeren zwerven trouwens, ook songs willen nog wel eens over de verschillende genres heen wandelen. "Knocking on heavens door", een bekend nummer van Bob Dylan, is wel in een tiental uitvoeringen op de markt gebracht. Het nummer blijft herkenbaar, maar de versies verschillen aanzienlijk. Er is een erotische soul-versie, een schrille hardrock-variant en natuurlijk ook de meer existentialistische versie van Bob Dylan zelf, typisch een folk-rocksong. Het illustreert het feit dat popgroepen samen met hun luisteraars verschillende betekenissen kunnen geven aan een en dezelfde song.
5 De zeggingskracht van de popmuziek. De wijze waarop de kerk omgaat met popmuziek is altijd uiterst tweeslachtig geweest. Aanvankelijk is geprobeerd de popmuziek uit de kerk te weren. Dat is een oude traditie die behoorlijk ver terug te traceren is in de geschiedenis. Sommige experts, zoals Peter van der Merwe, herleiden de harmonische aspecten van de popmuziek tot een bepaalde dansvorm uit de vroege Renaissance, de "passamezzo antico". Dat schema komt nog terug in het liedje "Greensleeves", dat destijds al door de kerkelijke autoriteiten werd verboden en dat daarom ook heel populair is geworden. Maar, de huidige popmuziek heeft zich voor een deel een plaats verworven binnen het geloof en evenzo het geloof voor een deel binnen de popmuziek. Dat geldt vooral voor de traditionele varianten. Het is veel gemakkelijker om in een kerk een levensliedje te zingen, een volksliedje, een ballade of zelfs een beetje rock 'n roll of een bluessong, dan het is om een houseparty te organiseren in een kerkgebouw. De houseparty zou het kerkgebouw volslagen overnemen. De houseparty trekt zich niets aan van de omgeving waarin hij plaatsvindt, het is gewoon een houseparty. Andere vormen, vooral de meer traditionele, kun je nog wel inpakken in zo'n geheel.
  Popmuziek heeft zich aangepast in die zin dat ze de traditionele vormen overlaat aan het geloof. En het geloof is op haar beurt in de loop van de jaren ook wat gemakkelijker geworden en heeft zich bepaalde vormen van popmuziek toegeëigend. Maar er blijft en dat is de kern van mijn verhaal altijd een intrinsieke spanning tussen die twee, zeker als je de extremen bekijkt. Progressieve popmuziek, popmuziek die op het randje van de nieuwe tijd zit, zal naar mijn mening altijd een spanningsrelatie met geloven houden. In zekere zin, en dat is meer een persoonlijke mening dan een wetenschappelijk onderbouwde, is popmuziek een legitieme erfgenaam van het geloof. Popmuziek heeft een belangrijke taak overgenomen van de godsdienst: de zingeving voor het dagelijks leven. Het heeft ook het voortouw overgenomen; popmuziek drukt onze moderne wisselende emoties uit. En, al dagdromend met popmuziek op de achtergrond, hebben we van de liedjes ook geleerd om op die manier met onze gevoelens om te gaan. We zijn allemaal sterren geworden in het snel kunnen wisselen van emoties en het met elkaar kunnen praten. En onze huidige kinderen van achttien, negentien kunnen het nog beter dan wij zelf. Dat is de leerschool van de popmuziek, waar de meeste mensen heengaan voor een antwoord op hun emotionele twijfels en onzekerheden.
  Popmuziek kan de meeste levensvragen ook wel aardig aan. Als je je niet goed voelt zet je de radio aan en je zoekt een goed nummer op. Zoals de Beatles in hun song Hey Jude zeiden: "Take a sad song and make it better", en dan voel je je weer goed. Als je een idee wilt hebben hoe met verliefdheden om te gaan, met scheidingen, met financiële of andere pech, trek een popsong uit de kast en je kunt met je problemen aardig uit de voeten. Natuurlijk niet met alles, op een gegeven moment houdt het op. Popmuziek is geloof in dagdromen. Op belangrijke vragen als er in het leven echt iets gebeurt, als mensen doodgaan, als er oorlogen zijn of hongersnoden, dan heeft popmuziek ook niet veel meer te zeggen.
  Bij de Beatles zag je dat destijds op het album "Sergeant Peppers". Het laatste nummer daarvan, A Day In The Life, beschrijft een ervaring van John Lennon en Paul McCartney met een vriendin die bij auto-ongeluk was verongelukt. Net als Daydream Believer is het nummer een soort dagdroom van associaties, maar dan een vol desillusies. Het lied wandelt heen en weer tussen de ene ellende en de andere ellende, de wereldoorlog en de zinloosheid van het leven. En dan eindigt het op een heel mooi E-majeur akkoord, waarbij op alle instrumenten de tonen van laag naar hoog worden aangeslagen. Even galmt het geluid en dan is het nummer afgelopen. Dat akkoord klinkt echt als een combinatie van een uitroepteken en een vraagteken. Het wordt ook door alle deskundigen geïnterpreteerd als een uitspraak van: "Hier houdt onze zeggingskracht op, hier hebben wij niets meer over te zeggen. Deze vraag kunnen wij niet beantwoorden."
   
Previous
  Literatuur
 
  • Colin Campbell, The romantic ethic and the spirit of modern consumerism. Oxford, New York: Basil Blackwell, 1989.
  • Pieter Cramer (red.), De duivel in vermomming. Zeven essays over popmuziek. Amsterdam: Nijgh en Van Ditmar, 1994.
  • Northrop Frye, De grote code: de bijbel en de literatuur. Nijmegen: SUN, 1986.
  • Greil Marcus, Mystery train. Images of America in rock'n roll music. Londen: Penguin Books, 1991.
  • Peter van der Merwe, Origins of the popular style. The antecedents of twentieth century popular music. Oxford: Clarendon, 1992.
  • Ger Tillekens, Het patroon van de popmuziek. De vier dimensies van jeugdstijlen. In: Sociologische Gids, 1993, 40, 2, 177-194.
Previous
  Discussie
  Uit de zaal: Is Bob Dylan popmuziek en is die duidelijk verticaler dan horizontaal?
  Ger Tillekens: Natuurlijk zijn de songs van Bob Dylan popsongs, veel ervan zijn zelfs hele goede popsongs. De vraag doelt echter waarschijnlijk op zijn protestsongs. Passen die ook in dit verhaal? Ik denk van wel. Protestsongs zijn een dik probleem voor alle mensen die popsongs analyseren. Want als je alle songs van Bob Dylan op een rijtje zet en je gaat tellen hoeveel protestsongs er tussen zitten, is het aantal teleurstellend laag. De meeste songs van Bob Dylan zijn gewoon liefdesliedjes. In zijn protestsongs gaat het om de relatie tussen overheid en individu. Maar, ook die songs zijn niet zondermeer linkse maatschappijkritiek. Bij Dylan kan je ze beter zien als een uitdrukking van de individuele vrijheid die hij voor zichzelf opeist. Je moet elkaar kunnen vrijlaten, je moet jezelf kunnen zijn en de ander moet per definitie ook zichzelf kunnen zijn. Dat is het romantisch vertrekpunt dat achter de songs ligt. Natuurlijk zijn er ook wederzijdse verplichtingen en bindingen. Dat geeft een bepaalde spanning. Mensen willen allemaal wel een zekere binding hebben, maar die binding moet niet verstikkend worden. Je moet zelf vrij kunnen zijn en je moet elkaar vrij kunnen laten. Maar het betekent dan ook dat de overheid mensen moet kunnen vrijlaten. In de protestsongs zie je de vrijheidsdrang die ook in de romantische betekenis van popmuziek zit. Dat zie je vertaald worden naar de hele wereld, naar het recht op openbare ruimte waar je jezelf kunt zijn, naar afschaffing van onnodige beperkingen. Dat gold bijvoorbeeld ook de Vietnam-oorlog; een strijd waar het grootste verwijt niet was dat Amerika daar niets te maken had, maar dat ze de mensen daar niet de vrijheid gaven om hun eigen politieke systeem te kiezen.
  Uit de zaal: Is het niet zo dat mensen vaak meer troost in popmuziek of reli-pop vinden dan in een preek?
  Ger Tillekens: Popmuziek geeft iets weer van je emoties. Zij geeft ook iets weer van de persoonlijkheid die je bent, want je hebt die muziek zelf uitgekozen uit de grote vergaarbak van de muziek. Belangrijk is soms, dat muziek een herinnering oproept. Veel mensen herinneren zich bijvoorbeeld nog het nummer dat ze hoorden toen ze hun vriend of vriendin leerden kennen. En dan maakt het niet uit of dat nou een "shit" nummer was of een prachtig nummer. Ze onthouden dat ene nummer van toen. Dat spelen ze nog elke keer op hun trouwdag, daar kopen ze een cd-tje van. En dan zegt de kwaliteit van het nummer ook niet alles. Dat muziek iets heeft, daar ging het mij om. Maar popmuziek heeft natuurlijk geen antwoord op de laatste van alle vragen. Popmuziek is daar zelfs niet toe in staat, omdat popmuziek zegt dat de wereld beter kan worden als we elkaar allemaal netjes behandelen, een beetje proberen te begrijpen en voldoende vrij laten. Popmuziek heeft een positief antwoord, is een positieve vorm van romantiek. Het is geen negatieve, geen existentiële chansonmuziek van Leo Ferré of noem maar op. Popmuziek is een hele positieve, meestal optimistische muziekvorm. Je kunt erop dansen en ze heeft een positieve verklaring voor de wereld. Je kunt alle ellende uit de wereld kwijtraken als je elkaar een beetje beter begrijpt. Dat is de boodschap en in de jaren zestig hoorde je erbij als je dat begreep.
  Van reli-pop weet ik niet zoveel af. Wel heb ik m'n twijfels of het echt popmuziek is. Als reli-pop een geslaagde integratie zou zijn van religie en popmuziek zou u mijn hele verhaal nu in de prullenbak kunnen gooien. Dat zou het definitieve tegenbewijs zijn van de verschillen tussen popmuziek en geloof zoals ik ze heb beschreven. Het is dus duidelijk dat het vanuit mijn standpunt geen geslaagde combinatie is. Ik denk eerder dat het een poging is van jongens en meisjes die van hun ouders niet naar de disco mogen, om toch eens een keer een avondje te dansen onder het motto van: "ja, maar dit is reli-pop". Ik vermoed dat het voor een deel bewust of onbewust een vorm van vluchten is, net zoals vroeger bij de eerste jongerenmissen. Er werd dan wat popmuziek in de mis gestopt, popmuziek waar jongeren van hun ouders niet naar mochten luisteren, maar wat op deze manier gelegitimeerd werd. Reli-pop is ook heel traditionele muziek. Het wordt vooral ingepast in die traditionele vormen van popmuziek die langzamerhand zijn ingesleten. Daarin kunnen heel makkelijk elementen van religieuze aard worden opgenomen. Ik ben geneigd om reli-pop te zien als een combinatie van traditionele popmuziek van tien, vijftien jaar oud en religieuze thema's.
   
Previous
  Dit artikel verscheen eerder in: Frans Jansen (red.) (1997), Liturgie en popmuziek. Verslag van het symposium gehouden op 18 februari 1997 in het Kontakt der Kontinenten te Soesterberg. Den Haag: Bureau Hoofdkrijgsmachtpredikant, 1997, 3-10.
  1998 © Soundscapes