Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 1
december 1998

De mediamarkt in India

 





  Een overzicht van de marktontwikkelingen in de mediasector van India
  Stichting EFV Internationale Studieprojecten
Previous
  In economisch opzicht biedt India met zijn grote bevolkingsaantal een omvangrijke consumentenmarkt. Dat geldt zeker ook voor de mediasector van de radio, de televisie en de kranten, weekbladen en vakbladen. Hoe ziet die markt eruit? Wat zijn de ontwikkelingen en perspectieven? Met die vragen als vertrekpunt volgt hier een verkenning van de mediamarkt in India door de Stichting EFV Internationale Studieprojecten.

1 De media in India. De media worden doorgaans onderverdeeld in de drie volgende deelsectoren: de radio, de televisie en de geprinte media, zoals kranten, weekbladen en vakbladen. Net zoals in de meeste andere landen bestaat er in India een groot verschil tussen het aantal mensen dat bereikt wordt via die verschillende mediakanalen. Ook de manier waarop de mensen worden bereikt en in hoeverre ze worden beïnvloed, is zeer verschillend. Met name de verschillen tussen het platteland en de steden zijn in India zeer groot. Op het platteland zijn veel meer mensen analfabeet en lezen dus geen kranten en dergelijke. Tevens zijn er minder televisietoestellen beschikbaar op het platteland vanwege de financiële positie van de meeste mensen.
  Dit artikel beschrijft en analyseert de marktontwikkelingen in de Indiase mediasector. De opzet volgt de indeling in de drie deelsectoren. Per deelsector zullen steeds dezelfde onderwerpen worden behandeld. Ten eerste zal een algemene beschrijving volgen van elke deelsector waaronder de geschiedenis van de desbetreffende deelsector, ondersteund door een aantal belangrijke cijfers uit de sector. Hierbij wordt tevens de ontwikkeling en groei van de deelsectoren beschreven. Ook wordt ingegaan op mogelijke ontwikkelingen voor de toekomst in de deelsector. Bij de deelsector televisie wordt de sector van de satelliet- en kabeltelevisie uitgebreid behandeld. Ten tweede komt de regelgeving vanuit de Indiase overheid die van belang is voor buitenlandse (Nederlandse) investeerders in de deelsector, aan de orde. Ten slotte wordt ingegaan op de mogelijkheden voor buitenlandse (Nederlandse) bedrijven die willen investeren en de problemen die zij hierbij tegen kunnen komen.
2 Algemene beschrijving van de mediasector. India is een democratisch land. Om aan de voorwaarden van een democratisch land te voldoen is het van belang dat de inwoners van het land van juiste en volledige informatie worden voorzien waardoor een tweezijdige communicatie tot stand wordt gebracht. Om dit te bereiken is het noodzakelijk dat de bevolking toegang heeft tot een universeel radio- en televisienetwerk. Momenteel zijn de media nog vooral in handen van de overheid en gelden er overheidsrestricties.
  De massamedia hebben een hoge status in India. Radio en televisie zijn vanaf het begin tot het heden doordrenkt met allerlei culturele programma's. Oude cultuur wordt in stand gehouden maar ook nieuwe "populaire cultuur" wordt gecreëerd via verschillende mediums. Door de snelle ontwikkelingen wereldwijd op (tele)communicatiegebied is de communicatieomgeving in India nogal paradoxaal. De infrastructuur voor communicatie is zeer divers. Dit loopt van hele netwerken met satellieten tot volksvermaak met poppenkasten en ander oude culturele manieren van communicatie. De nieuwe vormen van media vervangen niet de oude vormen, maar beide vullen elkaar aan en leren van elkaars ervaring. Communicatie in India bestaat uit een groot scala van moderne en traditionele vormen van media. Omdat er geen duidelijke grenzen zijn is het moeilijk te voorspellen welke nieuwe technologieën aanslaan. In India hebben de nieuwe technologieën nog geen grote invloed gehad op de media. Daarom wordt hier de nadruk gelegd op radio, televisie en geschreven media.
3 De radio in India. De eerste radio-uitzending vond in India plaats in augustus 1921. Het Britse Times of India zond toen in samenwerking met het Ministerie van Post en Telegraaf een speciaal muziekprogramma uit. Hierna ontstonden verschillende amateur-radioclubs in steden als Mumbai, Calcutta en Chennai. Deze clubs gaven de radio-uitzendingen een meer systematisch karakter, doordat ze werkten met vaste programmeringen. In 1925 stelde de koloniale regering de eerste "broadcasting"-beleidslijnen op.
  De Indian Broadcasting Company Ltd. tekende in 1926 een overeenkomst met de Britse overheid. Het bedrijf was de enige onderneming die nieuwe radiostations mocht oprichten en exploiteren. Het bedrijf opende twee stations, een in Mumbai en een in Calcutta. Nadat gebleken was dat het bedrijf niet goed functioneerde en verlies leed, nam de Britse overheid het bedrijf over onder de nieuwe naam Indian State Broadcasting Service. Het bedrijf viel sinds die tijd onder het Ministerie voor Industrieën en Werk. In 1936 werd de nieuwe naam van het bedrijf All India Radio. Tijdens de koloniale periode kwamen er ook nog steeds nieuwe private radiostations bij. De radio-industrie viel door de jaren heen onder verschillende ministeries en kwam uiteindelijk terecht bij het Ministerie van Informatie en Radio.
  Na de onafhankelijkheid van India bleef de situatie voor de radio-sector gelijk. In die tijd bestond het All India Radio-netwerk uit zes Brits-India-stations en vijf stations in de belangrijkste staten. Het uitzenden van nieuws gebeurde voor het eerst in 1936 door een station vanuit Delhi. Er werd een nieuwe organisatie opgezet binnen All India Radio, te weten The Central News Organisation. Deze organisatie was opgericht om het verstrekken en coördineren van nieuws te reguleren. Nieuwsbulletins waren in eerste instantie alleen in het Engels en in Hindi. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er ook nieuwsbulletins in buitenlandse talen. Er was ook, ruimte voor lokaal en regionaal nieuws in totaal 21 talen, waarvan veertien buitenlandse talen en zeven Indiase talen. Nadat India onafhankelijk werd van Engeland verbeterde de kwaliteit en de kwantiteit van de nieuwsprogramma's. Het totale aantal nieuwsbulletins nam toe en het aantal externe nieuws nam af.
  All India Radio werd commercieel in 1967 tegelijkertijd met de introductie van haar Vividh Bharati Program. Vijftig jaar na de onafhankelijkheid van Engeland bestaat het netwerk van All India Radio uit 179 "broadcasting"-centra, 172 radiostations, drie ondersteunende centra en drie exclusieve Vividh Bharati commerciële centra. Vanaf 1928 steeg ook het aantal radiotoestellen beduidend (tabel 1).
  Tabel 1: De groei van het aantal radiotoestellen (1928-1992) (bron: Mass Media in India, Publication Division, 1981-83, p. 218)
  Jaar Aantal radiotoestellen  
 
  1928
1938
1948
1955
1960
1970
1975
1979
1988
1990
1992
6.152
64.480
318.990
1.029.816
2.142.754
11.836.653
16.772,943
20.674.113
60.000.000
95.000.000
120.000.000
 
 
4 De televisie in India. Televisie werd pas echt populair in 1982 toen de "Asian Games" werden uitgezonden. De technologieën die hiervoor gebruikt werden kwamen van het bedrijf Philips India Ltd. De apparatuur werd hierna aan de overheid geschonken. Eerder werd de televisie al geïntroduceerd in 1959 met een experimenteel project. Er werden twee programma's per week uitgezonden van een uur met als doel sociale educatie. Educatie was dan ook het eerste doel van televisie, zowel educatie van agrariërs als van scholieren. Het televisienetwerk expandeerde niet zo snel als in andere landen om twee redenen. Ten eerste omdat de Indiase overheid dacht dat de bevolking van India zich een dergelijke luxe niet kon veroorloven. Ten tweede was het potentieel van de radio nog niet volledig benut en was men bang dat het medium televisie een bedreiging zou zijn voor de verdere ontwikkeling van het radionetwerk. Toen bleek dat de ontwikkelingen op televisiegebied in Pakistan in volle gang waren wilde de Indiase overheid echter niet achter blijven. Ook zag de Indiase regering in dat de kracht en het potentieel van televisie konden bijdragen aan een verandering op sociaal gebied. Tabel 2 toont de ontwikkelingen in het televisiebezit vanaf 1975.
  Tabel 2: Aantal televisietoestellen in India in miljoenen (bron: Internet: www.indiaserver.com, Centre for Monotoring Indian Economy, Mumbai, April 1996)
  Jaar Televisietoestellen  
 
  1975
1980
1984
1990
1992
1993
0,45
1,55
3,63
30,00
34,30
40,35
 
 
  In 1975 richtte de regering een Ministerie van Televisie op. Doordarshan werd hierna de grootste televisiezender van India. Educatieve programma's werden 's ochtends uitgezonden. 's Avonds werden verschillende programma's uitgezonden, zoals nieuwsbulletins, algemene onderwerpen en culturele programma's. Door het grote enthousiasme van de kijkers, besloot de regering om het televisienetwerk uit te breiden. Naast de algemene televisiezender kwamen er drie nieuwe kanalen. De eerste is de Metro-zender. Dit kanaal werd populair vanwege het uitzenden van commercials en op entertainment georiënteerde programma's. Het tweede kanaal was bedoeld voor culturele programma's, lopende zaken en business-programma's voor zakenmensen. Het derde kanaal is een filmclub, opgezet in 1995. Door de globale competitie tussen de internationale kanalen zal Doordarshan ook op dit niveau moeten gaan concurreren. Een vergelijking tussen de radio- en televisiesector levert het volgende beeld op (tabel 3).
  Tabel 3: Enige vergelijkende gegevens over radio en televisie in India (bron: Mass Media, India at 50, Augustus 1997)
  Gegevens Radio Televisie
 
  1982    
  - Aantal stations
- Aantal transmitters
- Percentage bereikte bevolking
- Landelijke dekking
- Aantal toestellen
- Totale programma-uren
86
162
89,65%
78,83%
22.200.725
572.329
11
41
19,11%
6,74%
2.190.957
46.000
  1990    
  - Aantal stations
- Aantal transmitters
- Percentage bereikte bevolking
- Landelijke dekking
- Aantal toestellen
102
172
96%
87%
95.000.000
11
425
72%
50%
35.000.000
 
  De Indiase overheid houdt de televisie nauwlettend in het oog. Er zijn verschillende commissies en werkgroepen die zich bezighouden met de ontwikkeling van de lndiase televisie. Een recente commissie stelt voor om het netwerk verder te ontwikkelen en een actieve houding aan te nemen ten opzichte van de globalisering van televisie. Het doel voor de elektronische media moet zijn om "selfsufficient" te blijven met af en toe financiële hulp van de regering. Deze financiële hulp moet eik jaar minder worden en uiteindelijk verdwijnen. Een ander advies is het herinvoeren van het kijk- en luistergeld voor de kijkers van televisie.
5 Televisie via de satelliet en kabeltelevisie. Op het gebied van de satelliet- en kabeltelevisie loopt de overheid vooralsnog achter de feiten aan. In 1997 ontving India ongeveer 30 buitenlandse satellietkanalen, waarvan de meeste uit Hong Kong of Singapore. Geschat wordt dat er ongeveer 27 miljoen inwoners van India toegang hebben tot satelliet televisie. Momenteel is de enige wet op mediagebied 112 jaar oud en houdt dus geen rekening met recente ontwikkelingen in de media.
  De huidige Minister van Informatie en "Broadcasting" wil een nieuwe wetgeving en een onafhankelijk orgaan dat toezicht houdt op het mediabeleid. Middels deze wetgeving wil de minister onder andere bereiken dat buitenlandse ondernemingen geen meerderheidsbelang kunnen krijgen in een Indiase televisiemaatschappij. In het voorstel voor de nieuwe wetgeving staat verder dat buitenlandse satelliet televisiekanalen zich moeten vestigen in India en vanuit India moeten uitzenden in het bezit zijnde van een vergunning. Op deze wijze verdient de Indiase regering geld aan de buitenlandse bedrijven.
  Schotelantennes kwamen op grote schaal opzetten in 1991 toen CNN een scala van verschillende programma's van de Golfoorlog uitzond. De satellietactiviteiten van CNN werden snel gevolgd door nieuwe toetreders op de markt zoals Satellite Television Asian Region (STAR), BBC World Service, Zee TV, Joint American Indian (JAIN), Asianet, Asia Television Network (ATN) en Sun TV. De drie multi-uitzenders die 24 uur per dag uitzenden in het Indiase continent zijn Express 6, PAS-4 en ASIASAT.
  Bedrijven uit Amerika en Engeland hebben geprobeerd de Indiase regering te overtuigen van het belang om de "broadcast"-sector tot een open sector te maken, maar er is gebleken dat dit weinig effect heeft. Pas als de druk van de buitenlandse concurrentie te hoog wordt, volgt er waarschijnlijk een omslag binnen de regering, omdat er in andere sectoren zich een zelfde patroon zich heeft voorgedaan. Buitenlandse bedrijven die momenteel geïnteresseerd zijn in India zijn onder andere: het Amerikaanse sportkanaal ESPN, CNBC, MTV, Turner International en News Television India (Star TV). Voor buitenlandse bedrijven is het zeer belangrijk dat er een duidelijk en helder beleid komt op het gebied van satelliettelevisie-kanalen. Momenteel zijn de programma's die de televisiemaatschappijen via de satelliet uitzenden "free-to-air" en de enige opbrengsten voor de maatschappijen zijn de opbrengsten uit reclame. Zij hopen op een systeem zoals in Nederland waarbij er betaald wordt voor de kabeltelevisie. Wat er in de toekomst precies gaat gebeuren met de ethergolven is nog steeds niet duidelijk. Enerzijds wil de overheid deze sector privatiseren waardoor ook buitenlandse bedrijven kunnen toetreden, anderzijds wil de overheid zelf bepalen wie er beschikt over welke ethergolven.
  De markt voor satelliet- en kabeltelevisie ontwikkelt zich snel en de verwachtingen zijn gunstig. Gedurende de laatste vier jaar is er een duidelijke groei geweest op de markt voor satelliet- en kabeltelevisie voor Indiase en buitenlandse kabelexploitanten. Er is een enorme behoefte aan nieuwe technologieën, zoals fiberglas-kabels, satellieten, microwave-communicatie. In de periode dat de regering in India nog geen wetgeving voor de kabeltelevisie had opgesteld, kon zij niet voorkomen dat miljoenen huishoudens in India televisiekabels lieten aanleggen. Dit geeft aan, dat de groei van deze markt toevallig, onverwacht en ongepland was. Het is zelfs zo dat het huidige kabelnetwerk te slecht is van kwaliteit om haar klanten de diensten te bieden die de klanten vragen.
  Om de sector van de kabeltelevisie in de wet vast te leggen en de groei op goede wijze te bevorderen heeft de lndiase regering in 1994 een kabeltelevisie-beleid geschreven. Een ander initiatief van de regering was het erkennen van de kabeltelevisie-sector als een industrie. Momenteel staat de lndiase regering het niet toe dat buitenlandse kabelexploitanten zich vestigen in India om van daaruit uit te zenden. Dit kan alleen met een vergunning, uitgegeven door de overheid. Een ander voorstel van de overheid is om vergunningen uit te geven aan buitenlandse bedrijven die programma's uitzenden in India vanuit het thuisland.
  De kabeltelevisie-markt is een sterk groeiende markt, die momenteel goed is voor een bedrag van US$ 30 á 40 miljoen. De markt zal hoogstwaarschijnlijk verdubbelen in de komende drie jaar aangezien het kabelnetwerk zich steeds sneller uitbreidt. Op dit moment heeft de Verenigde Staten het grootste aantal kijkers op de Indiase markt. Buitenlandse investeerders betalen een bedrag voor een uitzendvergunning en daarnaast omzetbelasting. Buitenlandse kabelexploitanten die een joint venture aan willen gaan met een Indiaas bedrijf, mogen een belang van 49% in een Indiaas bedrijf hebben.
6 Recente ontwikkelingen op het gebied van de kabeltelevisie. De markt van "broadcast"-, kabel- en satellietapparatuur maakt een enorme groei door in India. Deze markt bestaat uit verschillende deelmarkten zoals de radio- / televisie-transmissie-apparatuur, studio- / productie-apparatuur, satellieten en kabeltelevisie. Radio- en televisie-uitzendingen zijn in India nog steeds beperkt tot de overheidsinstanties All India Radio (radio) en Doordarshan (televisie). Desalniettemin is er de laatste vijf jaar een explosie van vele private Indiase en buitenlandse televisiebedrijven die in India uitzenden via de satelliet. Dit heeft geleid tot een aanzienlijke markt voor satelliet- en kabelapparatuur en voor materialen en apparatuur voor de productie van deze programma's en studio's om de programma's in op te nemen. Aan het eind van 1992 waren er ongeveer 15.000 kabel-operators. Er is veel onduidelijkheid over welke beslissingen de regering gaat nemen op dit gebied van het kabeltelevisie-beleid.
  Als de Indiase overheid de ingezette liberalisering van de handel doorzet dan is de mediasector zeker een sector waar door buitenlandse bedrijven in geïnvesteerd kan worden. Het potentiële publiek is groot en groeiend (tabel 4). Voor Nederlandse bedrijven in concreto betekent dit dat er mogelijkheden zijn voor bijvoorbeeld RTL4 op gebied van satelliettelevisie, of voor EndeMol op het gebied van televisie-maken, producties en dergelijke. Uit telefonisch contact met Endemol bleek dat men zich nog niet wil richten op de Aziatische markt. Momenteel richt Endemol zich op Europa en eventueel Amerika. Of deze mogelijkheden zich wel degelijk voor gaan doen, hangt sterk af wat de lndiase overheid in de komende twee jaar besluit met betrekking tot buitenlandse meerderheidsbelangen in satelliettelevisie.
  Tabel 4: India's televisiepubliek in miljoenen (bron: Business Monitor International India Ltd, 1997; t = telling; v = voorspelling)
  Jaar Aantal huishoudens met televisie Aantal huishoudens met kabel
 
  1988t
1990t
1992t
1994t
1995t
1996v
1997v
1998v
1999v
2000v
17,3
30,0
34,3
42,1
44,8
48,3
52,5
56,8
61,2
67,0
-
-
7,8
9,7
11,4
12,5
13,9
15,6
17,3
19,1
 
  N.B. De gegevens in tabel 4 komen niet overeen met die in tabel 6; de prognoses in tabel 6 voor het jaar 2000 komen zo'n tien miljoen hoger uit. Aangezien de tabellen beide voorspellingen geven, maar tabel 4 recenter is, wordt aangenomen dat de werkelijke getallen dichter bij tabel 4 liggen dan bij tabel 6.
  De belangrijkste ontwikkeling in de kabeltelevisie-industrie is de formulering van een "Kabel Televisie Beleid" en de nieuwe "Broadcast"-wetgeving. Andere belangrijke ontwikkelingen op televisiegebied zijn:
  • meer ondernemingen die zich op de kabeltelevisie-sector gaan richten in de grote steden, wat zal leiden tot een verbetering van de kwaliteit van de technologie in de kabeltelevisiewereld;
  • betere distributie van de kabelservices door kabelbedrijven;
  • meer digitale technologie op grotere schaal;
  • groeiende acceptatie van het betalen voor de kabeldiensten;
  • profilering van de kabeltelevisienetwerken in kleinere steden en op het platteland;
  • selectieve vraag naar draadloze "Direct-to-Home"-technologie (DTH) in de grote steden en in de semi-stadsgebieden;
  • introductie van het voorstel voor de "Broadcast"-wetgeving om de kabel bedrijven en de buitenlandse satellietkanalen te reguleren.
  Staatsfinanciering is niet beschikbaar voor de kabeltelevisie-industrie en de publieke en private banken zijn ook niet van plan om te investeren in de kabelactiviteiten. Alleen de "Bank of America" heeft interesse getoond in de kabelindustrie toen de Hindujas van plan waren kabelkastjes te gaan verkopen aan de Indiase bevolking, maar deze samenwerking is uiteindelijk niet doorgegaan. De enige hulp die de kabelexploitanten ontvingen was van de lokale bankiers.
  Het kabelnetwerk heeft de laatste twee jaar te maken met een daling in het aantal kabelexploitanten door de steeds verder vorderende fusering van de exploitanten (tabel 5).
  Tabel 5: Aantal kabel-exploitanten in India (bron: Bank of America,1996)
  Jaar Aantal kabel-exploitanten  
 
  1994
1995
1996
35.000
30.000
25.000
 
 
  India is een dichtbevolkt land. De koopkracht van de lndiase bevolking en de gemiddelde inkomens zijn niet zo hoog als in de Westerse landen. Dus voor een kabelexploitant die kwaliteitsdiensten wil aanbieden kan momenteel zijn netwerk niet verbeteren vanwege de slechte infrastructuur en de geringe koopkracht. Voor de grote kabelexploitanten kan dit een voordeel zijn, want zij kunnen een groter marktaandeel veroveren dan de kleinere buitenlandse kabelexploitanten. Op het moment is er een tijdelijke verzadiging opgetreden op de markt voor satellietexploitatie. In deze situatie zou een verandering kunnen komen als de regering duidelijkheid zou scheppen op het gebied van het satellietbeleid voor de toekomst, zodat er betere mogelijkheden ontstaan voor investeerders. Momenteel wordt directe investering vermeden omdat het punt van investeren en het punt van winst maken in de sector nog ver van elkaar afliggen.
  De kabelnetwerkassociatie (CNA) is sterk gekant tegen de "Broadcast Bill", waarin de hoogste bieder het recht krijgt om in een bepaald gebied uit te mogen zenden. De hoogste bieder is dan de enige of een van de weinigen die mag uitzenden in het betreffende gebied. Op deze manier is er geen kans voor de kleinere kabeltelevisie-exploitanten, die niet verbonden zijn aan grote televisiestations, om nog langer uit te kunnen zenden in India. Hiermee verliezen zij hun bestaansrecht.
7 Een consumentenanalyse van de kabeltelevisie-sector. De kabeltelevisie-markt in India is op te delen in twee segmenten:
  1. Markt in de steden — Het aantal inwoners van de steden met kabel is de laatste jaren sterk gestegen. Men is steeds meer op zoek naar kwalitatief goede programma's; mede hierdoor stijgt ook de vraag naar programma's vanuit het buitenland;
  2. 2. Markt op het platteland — Op het gebied van kabeltelevisie op het platteland ligt de situatie anders dan in steden. Er wordt veel meer gebruik gemaakt van goedkope lokale spullen voor de kabeltelevisie, waardoor de dienst op het platteland goedkoper aan te bieden is door een lokale kabelexploitant. Er zijn op het platteland minder mogelijkheden voor de buitenlandse kabel exploitanten en televisiemaatschappijen dan in de stad.
  Het aantal huishoudens met een kabeltelevisie-aansluiting in India zal gemiddeld stijgen met een groeifactor van 20 procent per jaar in de komende vijf jaar. In het jaar 2000 zijn er waarschijnlijk 30 miljoen huishoudens met kabeltelevisie in India (tabel 6).
  Tabel 6: Geschat aantal huishoudens met kabeltelevisie in India in miljoenen (bron: Bank of America, Direct Access, New Delhi, 1996)
  Jaar Aantal huishoudens met kabeltelevisie  
 
  1995
1996
1997
1998
1999
2000
12 miljoen
14 miljoen
17 miljoen
21 miljoen
25 miljoen
30 miljoen
 
 
  De kwantitatieve stijging van het aantal televisiezenders van 12 naar 26 naar 33 zenders in een korte periode zal zorgen voor het langzaam verdwijnen van de kleinschalige kabeltelevisie-exploitanten. Het "Centre for Monitoring the lndian Economy" meldt dat er in 1997 in India 55,3 miljoen huishoudens zijn met televisie en 18,4 miljoen huishoudens hebben satelliet- of kabeltelevisie. Bij het aantal televisie-huishoudens is er een groot verschil tussen de huishoudens in de steden en de huishoudens op het platteland. Voor de televisie-huishoudens komt de verhouding tussen stad en platteland uit op 58 : 42. Voor de satelliet- of kabeltelevisie-huishoudens ligt de verhoudig tussen stad en platteland op: 74 : 26.
  Wat zijn de mogelijkheden en bedreigingen voor buitenlandse bedrijven? De beste "safe prospects" zijn voor de volgende producten en diensten:
  • radio / television studio productie "equipment";
  • sateliet- / kabeltelevisie "equipment";
  • test- en meetinstrumenten en analysemateriaal;
  • KU-band schotelantennes en LNBS;
  • "Digital Integrated Receiver Decoder" units (IRD).
  De Verenigde Staten heeft 65 procent van de importmarkt, waarvan het grootste deel bestaat uit test- en meetinstrumenten en analyse segmenten. Hoewel de Amerikaanse apparatuur meestal duurder is dan de vergelijkbare Europese en Japanse apparatuur, geniet de Amerikaanse apparatuur een zeer goede reputatie vanwege haar vooruitlopende technologie, kwaliteit en prestatie. Om als buitenlands bedrijf een groter marktaandeel te verwerven zal vooral de marketing aanpak van belang zijn. Eventuele joint ventures van buitenlandse bedrijven met lndiase bedrijven op financieel- of productiegebied zullen de verkoopcijfers van het buitenlandse bedrijf doen stijgen.
  De kabeltelevisie-markt in India gebruikt nog steeds coax-kabels in plaats van glasfiber-kabels. De overgang naar glasfiber zal de komende vijf jaar te realiseren zijn. Voor de productie van kabels geldt dat beide soorten kabels geproduceerd kunnen worden op dit moment. De kabels in het lndiase kabelnet voldoen niet aan internationale voorwaarden en zullen in de toekomst vervangen moeten worden. In de huidige situatie is 95 procent van de productie van kabels in handen van lokale fabrikanten, slechts vijf procent wordt geïmporteerd.
  Van de 33 televisiekanalen in India zijn er slechts vier winstgevend. Negen bedrijven staan op het punt van faillissement en zeven bedrijven worden overgenomen door de competitie. Doordarshan introduceerde het Metro-kanaal, het DD3-kanaal en een regionale talenzenders. Naast de genoemde zenders zijn er in India ook kanalen te ontvangen uit China, Pakistan. Het beste moment voor kabelexploitanten om toe te treden op de markt zal in het jaar 1998 zijn. Buitenlandse bedrijven worden geadviseerd om af te wachten en ondertussen de markt in de gaten te houden. Er zijn nu (1997) ongeveer 72.000 kabel-operators in India. Elke grote kabelexploitant in India heeft meer dan 10.000 aansluitingen, daarentegen hebben de kleinere kabelexploitanten vaak minder dan 100 aansluitingen. Een exploitant met minder dan 100 aansluitingen mag niet meer werkzaam zijn in de kabeltelevisie-sector.
  Een mogelijkheid om toch toe te treden tot de lndiase kabelmarkt is om een joint venture aan te gaan met een lndiase kabelexploitant. "GE Americom", een divisie van General Electric, is aan het onderhandelen met de Hinduja Groep om een joint venture op te richten op de "direct-to- home"- markt voor kabeltelevisie in India. Voor de beide bedrijven zal de nieuwe "Broadcast Bill" doorslaggevend zijn in hun beslissing.
8 De gedrukte media. De eerste Engelse krant werd gepubliceerd in 1780 in Calcutta. In de tijd van de Engelse bezetting werd de pers aan banden gehouden vanwege allerlei gevoelige politieke kwesties. Om journalist te mogen zijn en om een krant te mogen publiceren waren vergunningen vereist. Men probeerde via allerlei methoden de pers op legale manier te controleren. De koloniale staat gaf als reden voor deze controle op de pers dat India onbestuurbaar is en de pers in India onverantwoordelijk te werk gaat. In de jaren tachtig besloot de toenmalige Minister President, Rajiv Gandhi, een anti-laster wet in te stellen. Gandhi's bedoeling was om hierdoor in India een goed klimaat te scheppen voor verantwoordelijke journalistiek, maar in werkelijkheid verbood de wet de kranten om iets te schrijven over iemand zonder bewijs. Deed men dit wel dan kon men vervolgd worden.
  Door de jaren heen was er in sommige perioden vrijheid van pers en andere perioden moest de pers weer voldoen aan allerlei restricties. Er werden van tijd tot tijd nieuwe "Pers Commissies" in het leven geroepen. De eerste perscommissie werd aangewezen in 1952 om een groot aantal onderwerpen op persgebied te onderzoeken. Zij . onderzochten de controle, het management, de eigenaren en de financiële structuur van de kranten, de periodieken en "news agencies". De tweede perscommissie onderzocht de status en het functioneren van de Indiase pers. Nog een aantal belangrijke onderwerpen voor onderzoek waren: de in de Grondwet opgenomen vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van de pers en de relatie tussen de regering en de pers. Verder zorgden zij voor de promotie van de groei van de taal en de regionale pers. De derde commissie onderzocht de rol van de pers in de ontwikkeling van een democratische maatschappij, bescherming van de burgers met betrekking tot het recht op privacy.
  Tabel 7: Oplage van kranten en tijdschriften (in duizenden) in 1985 en 1992 (bron: internet: www.indiaserver.com, Center for Monitoring Indian Economy: April 1996)
    1985 1992
 
  Dagelijkse kranten
Wekelijkse kranten
Tweewekelijks tijdschriften
Maandelijks tijdschriften
1.802
6.769
3.095
7.677
3.502
10.375
4.315
9.555
 
  Tabel 7 laat de oplagecijfers zien van kranten en tijdschriften. Deze officiële cijfers zijn vaak niet helemaal correct. De eerste perscommissie ontdekte al dat de statistieken over kranten en tijdschriften niet nauwkeurig zijn. Vaak bevatten de cijfers kranten die nooit gepubliceerd zijn of waren gestopt met publicatie. De commissie stelde dat in 1955 er 330 kranten gepubliceerd werden in India. Hiervan waren er kranten in het Engels, het Hindi en het Urdu. De meeste kranten werden gepubliceerd in de grote steden en de circulatie was dan ook geconcentreerd in de grote steden.
  Er kwamen nog een aantal aanbevelingen vanuit de commissie. De eerste was het oprichten van een pers-registratiebureau, verantwoordelijk voor het verzamelen en bundelen van gegevens uit de krantenindustrie. Dit bureau kon dan jaarlijks een rapport over de pers en kranten in India publiceren. Ook zou het bureau dan aandacht schenken aan de werkomstandigheden in de industrie en gegevens verschaffen over concentraties van eigenaren. Ook werd er een persraad opgericht om India te verzekeren van constante hoge standaarden in het journalistiek en om censuur toe te passen op onethisch gedrag van kranten en / of journalisten. Ook waren er aanbevelingen op het gebied van lonen, salaris, organisatie, financiële zaken en de overheidsbemoeienissen.
  India was afhankelijk van landen als Canada, Finland, Noorwegen en Oostenrijk voor het drukken van de kranten. Langzamerhand kwamen er eigen drukkerijen om aan de groeiende vraag op dit gebied te voldoen. Het eerste nationale bedrijf met een drukkerij en een eigen papiermolen startte haar productie in 1955. Dit bedrijf kon niet de gehele productie aan en voerde de overige capaciteit in uit het buitenland.
  De verspreiding van kranten zag in de jaren negentig een forse stijging. Niet alleen het bereik van de kranten is gestegen, maar ook de kwaliteit van de gepubliceerde kranten ligt hoger. De verspreiding van kranten is vooral gestegen bij de kranten in eigen talen, zoals Ananda Bazar Patrika, Malayala Manorama en Punjab Kesari. Tabel 8 laat zien om welke aantallen het gaat.
  Tabel 8: Aantal verspreide kranten (in duizenden) in 1993 (bron: India at 50, Mass Media, 1997)
  Aantallen van: in 1993  
 
  Dagelijkse kranten
Twee á drie keer per week
verschijnende kranten
Wekelijkse kranten
Periodieke kranten
Totaal aantal kranten
3.746

275
11.136
18.461
33.612
 
 
  De distributie van kranten steeg enorm. Er waren in 1993 inmiddels 153 kranten in de categorie grote kranten (met een oplage van ongeveer 75.000 kranten), 421 in de categorie middengrote krant (met een oplage tussen de 25.000 en de 75.000 kranten) en 3.380 kranten in de categorie kleine kranten (met een oplage tot 25.000). Het persbureau geeft vergunningen af voor journalisten. Er zijn ongeveer 1.400 journalisten met een vergunning; onder journalisten wordt verstaan schrijvers, correspondenten, tekenaars en fotografen uit zowel het buitenland als uit India.
  Ook de gedrukte media krijgen aandacht van de overheid. Er is recentelijk (1997) een nieuwe "Broadcasting"-wet opgesteld, waar veel onenigheid over is op overheidsniveau. Tot nu toe mag een bedrijf in de gedrukte media niet meer dan een belang van 20% hebben in een televisiemaatschappij. Volgens de overheid in India is dit om geen monopolies te laten ontstaan op mediagebied. Zij willen de Indiase bevolking garanderen dat er een verscheidenheid van media blijft in India om de democratie binnen de media in stand te houden. De Kamer is van mening dat als er minder limieten worden gesteld aan de meerderheidsbelangen van kranten in televisiemaatschappijen en vice versa, er een betere concurrentiebasis ontstaat en hierdoor een grotere keuze van informatie voor de luisteraars en kijkers van de Indiase televisie en radio.
9 Mogelijkheden voor buitenlandse bedrijven in mediasector. Als gekeken wordt naar de gehele mediasector dan kan worden gesteld, dat er weinig mogelijkheden zijn voor Nederlandse bedrijven om toe te treden op de markt voor kranten en tijdschriften. Er is momenteel nog geen buitenlandse krant die toegetreden is op de Indiase markt. Misschien als in de toekomst een Amerikaanse krant toegang vindt tot de Indiase markt, zouden er Europese landen kunnen toetreden. Men kan hierbij denken aan het produceren van kranten voor de zakelijke markt.
  Op het gebied van radio zijn er geen mogelijkheden voor het Nederlandse bedrijfsleven. Wel zijn er aanverwante sectoren waar Nederlandse bedrijven wel zouden kunnen toetreden, zoals studio-apparatuur, geluidsinstallaties, antennes en zo meer. Een eventueel interessante markt voor Nederlandse bedrijven is de kabeltelevisie-markt. Hier ligt een scala aan mogelijkheden op het gebied van studioapparatuur, kabels en exploitatie. Geadviseerd wordt momenteel om nog even te wachten met investeren en de markt goed in de gaten te houden. Ook hierbij geldt dat de wetgeving voor de toekomst opgelegd door de Indiase overheid doorslaggevend is voor de beslissing: "wel of niet toetreden?" Misschien is er een kans voor "Goede Tijden, Slechte Tijden" of "Baantjer" op de Indiase televisie.
   
Previous
  Literatuur
 
  • Business Report 1st Quarter 1997, The Economist Intelligence Unit Limited 1997.
  • India Business Intelligence, The Economist Intelligence Unit Limited, October 1997.
  • India: Country Commercial Guide (FY 1997).
  • India 1997, Key Economic Sectors, Broadcasting, Business Monitor International Ltd, 1997.
  • Mass Media, India at 50, Augustus 1997.
  • Media, India Business Intelligence, The Economist Intelligence Unit Limited, Maart 1997.
  Web sites
 
Previous
  Dit essay verscheen eerder als hoofdstuk 18 van het boek: Reincarnating India, pp. 285-296. Dit boek was het resultaat van het gelijknamige studieproject georganiseerd door de Stichting EFV Internationale Studieprojecten verbonden aan de Faculteit der Economische Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
  1998 © Soundscapes