Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 2
september 1999

"As seen on TV"

 





  MTV en postmodernisme
door Marc van Onna
Previous
  De reggae-house hit "Move It" van Reel 2 Real was een van de veelgedraaide videoclips op MTV in 1994

Het televisiestation Music Television, beter bekend onder de afkorting MTV, begon in 1981 met zijn uitzendingen in Amerika. De continue stroom videoclips en de directe presentatiestijl van de VJ's week zoveel af van de gangbare televisieprogrammering, dat veel wetenschappers het station zagen als het toppunt van postmoderniteit. Marc van Onna legde op 18 mei 1994 gedurende 16 uur de clips van MTV vast op tape en analyseerde het geheel om te zien of die omschrijving wel echt van toepassing was.

 
1 Arrested Development haalde in 1994 MTV met "Ease My Mind"

MTV Networks. Het 24-uurs muziekstation MTV werd in augustus 1981 in de Verenigde Staten gelanceerd. Sinds 1987 kan het station ook in Europa worden ontvangen. MTV Networks bestaat uit nog een vijftal onderdelen gericht op onder andere Azië, Latijns Amerika en Japan. Volgens eigen zeggen werd daarmee in 1994 een kwart van alle huishoudens in de wereld bereikt. Met het oog op dit bereik mag het geen wonder heten dat MTV de aandacht op zich gevestigd weet van veel communicatie-wetenschappers.

2 Station van het postmodernisme? Omdat MTV zich qua aard en inhoud van de aangeboden programma's onderscheidt ten opzichte van gewone televisie heeft het menig cultuurkritische beschouwing uitgelokt. Maar al te vaak wordt daarin de link gelegd met het postmodernisme. Inmiddels is hierop de nodige kritiek geleverd, met name door Andrew Goodwin (1993). Doel van mijn onderzoek was om na te gaan voor welke visie de meeste steun te vinden is. Daarom luidt de onderzoeksvraag: valt MTV al dan niet te beschouwen als een vorm van postmoderne televisie?
3 Insert van Enigma's single "The Eyes Of Truth"

Een veelheid aan tekens. In het algemeen kan worden gesteld dat het postmodernisme het einde van de moderniteit betekent. De grote verhalen, bijvoorbeeld die van de vooruitgang en universele beschaving, de grote ideologieën hebben afgedaan (Lyotard, 1992). De westerse cultuur bevindt zich in een legitimiteitscrisis. Vattimo (1992) voegt daar een ander kenmerk aan toe. Door de stortvloed van informatie door de massamedia ontstaat er een veelheid aan tekens en wereldbeelden waardoor er niet langer één realiteit te ontwaren valt.

4 Verlies aan historiciteit. Baudrillard (1983) heeft in dit verband het concept "simulacrum" geïntroduceerd. Beelden van de werkelijkheid hebben de plaats van de "echte werkelijkheid" ingenomen. Geen enkel verhaal kan zich zo meer op de werkelijkheid beroepen. Zo verdween ook het normatieve onderscheid tussen populaire cultuur en kunst. Kunstenaars als Warhol en Koons slechtten de grenzen tussen hoge en lage cultuur. In de hedendaagse kunst worden bovendien vaak genres vermengd. In dit verband wordt vaak de term "pastiche" gebruikt. Daarbij worden stijlen nagebootst en uit hun — historische — context gehaald, zonder enige verwijzing. Dit verlies aan historiciteit wordt door Jameson (1992) ook al als een postmodern verschijnsel gezien. Hij associeert het met schizofrenie. Een schizofreen leeft immers in het heden, zonder besef van verleden of toekomst.
5 Insert van Erasure's single "Always"

Een stortvloed aan schijnbeelden. Zoals gezegd is er in dit verband veel aandacht voor de televisie. Wat daarbij vooral naar voren komt is dat postmoderne televisie, als tegenhanger van alle andere vormen van televisie, wordt gezien als een "flow": een stortvloed van schijnbeelden die elkaar in een snel tempo opvolgen en enkel onderling verwijzen (Van den Braembussche, 1993). Een groot aantal gerenommeerde auteurs, zoals Kinder (1984), Aufderheide (1986), Fiske (1987), Kaplan (1987), Connor (1989), Jameson (1992), en Van den Braembussche (1993), herkennen deze kenmerken in MTV.

6 Argumenten pro. Samenvattend komen de volgende punten naar voren. (1) MTV kan wat vorm en inhoud betreft worden gezien als een continuous flow waarin narratie, structuur en betekenis ontbreekt en daarmee elke verwijzing naar de grote verhalen. (2) Binnen MTV worden genregrenzen geslecht. Clips zijn kunst en commercie tegelijk. De personages die ze opvoeren — denk aan Prince, Madonna of Annie Lennox — zijn in hoge mate ambigue. (3) De beelden van MTV verwijzen hooguit indirect naar de werkelijkheid, er is een veelvoud aan betekenissen. (4) Er is sprake van pastiche; concrete beeld- of stijlcitaten worden niet geduid. (5) Er wordt geen betekenisvolle relatie met het verleden geconstrueerd. Er is een consequente "schizofrene" afzwakking van historiciteit.
7 Insert van Bruce Springsteen's single "Streets Of Philadelphia"

Argumenten contra. Goodwin (1993) heeft hier, zoals gezegd, een aantal bezwaren tegenin gebracht. Ook deze kunnen in een vijftal punten worden samengevat. (1) Er is wel degelijk sprake van narrativiteit. Er wordt structuur aangebracht door middel van horizontale programmering en de indeling naar muzikale genres. Ook clips zijn vaak verhalend. (2) Binnen MTV worden zeker genregrenzen doorbroken. Op programmatisch niveau echter niet. Het idee van een continuous flow wordt daarvoor teveel onderbroken. (3) Omdat de flow niet goed herkend kan worden valt het verlies aan betekenis mee, vaak wordt er juist betekenis toegevoegd, bijvoorbeeld door VJ's maar ook door amplificatie — wanneer beelden niet conflicteren met de tekst maar wel nieuwe betekenislagen toevoegen — en disjuncture — wanneer tekst en beeld niet goed aansluiten of in tegenspraak zijn. (4) Er is zelden echt sprake van pastiche, beeld- of stijlcitaten zijn vaak wel degelijk te duiden. Bijvoorbeeld als hommage, sociale kritiek of promotie. (5) Historisch besef wordt wel degelijk opgewekt. Tegen het verwijt dat het station niet vanuit een bepaalde historische positie zou spreken — zo sterk geassocieerd met schizofrenie — kan worden ingebracht dat MTV ook zogenaamde "social consciousness" spots uitzendt, bijvoorbeeld gericht tegen milieuvervuiling of racisme.

8 Op onderzoek. Op basis van het voorafgaande is — wellicht voor het eerst — een onderzoeksinstrument ontwikkeld om empirisch te bepalen in hoeverre voornoemde kenmerken daadwerkelijk terug te vinden zijn binnen de uitzendingen van MTV. Daarbij lag de nadruk op het visuele vlak al is gepoogd gehoor te geven aan de oproep van Goodwin om ook aandacht te schenken aan de "soundtrack". Deze blijkt vaak hoogst voorspelbaar en geordend. Voor de analyse is het programma-weekschema gebruikt en op 18 mei 1994 is 16 uur MTV op video vastgelegd. Middels een codeerformulier is vervolgens aangegeven wat er te zien was: programma-onderdeel, genre — in geval van clips — en de aard/herkomst van het product.
9 Insert van Metallica's single "One"

De programmering. Uit de analyse bleek dat horizontale programmering en indeling van programma's naar genre voorkomt, zodat er van een "continuous flow" geen sprake is. VJ's benadrukken de structurering van het station vaak door naar programma's te verwijzen. Ook voegen ze vaak betekenis toe door bijvoorbeeld clips uit te leggen. Tijdsbesef wekken ze ook op door de tijd te melden — als die niet al onderin beeld meeloopt, zoals 's ochtends het geval is. De "social-consciousness"-spots bevestigen Goodwin's idee dat MTV wel degelijk vanuit een bepaalde positie spreekt. Ze maken echter maar 1,5% van de totale zendtijd uit. "Station calls" komen wel postmodern over maar na een 30 seconden durende "flow" is er herkenbaarheid in de vorm van het MTV-logo. Reclames kenmerken zich over het algemeen door een sterke gerichtheid op stijl maar zijn vaak wel erg herkenbaar — bijvoorbeeld omdat er logo's worden gepromoot of omdat er bekende gezichten in voor komen. Bijna een derde van alle spotjes was in het Duits. Dit lijkt ingegeven door concurrentie-overwegingen (Viva).

10 De clips. Een achttal clips die het meest voorkwamen — "heavy rotation" — bleken steeds in andere — door Kaplan gedefinieerde — categorieën dan "postmodern" te vallen. Het merendeel maakt gebruik van Hollywood-technieken en viel daarmee onder het kopje "classic", zoals Bruce Springsteen's Streets of Philadelphia (waarin de pastiches als promotie van de gelijknamige film bedoeld zijn), Enigma's The Eyes of Truth en Erasure's Always. Andere vielen in de categorie "modernistisch/nihilistisch" (Metallica's One) of "social conscious" (Arrested Development met Ease My Mind). Onder romantisch viel Ace of Base' Don't Turn Around. Hooguit Reel to Real was als postmodern te beschouwen in z'n mengeling van stijlen. Dat deze clip vaak gedraaid werd was echter ook weer door economische motieven ingegeven. De plaat stond op dat moment in diverse landen op nummer 1. Meer dan 85% van alle uitgezonden clips bleek in de diverse Europese hitlijsten terug te vinden. Maar al te vaak was het materiaal afkomstig uit landen waar MTV een groot bereik heeft (Zweden, Duitsland).
11 Insert van Ace of Base's single "Don't Turn Around"

Niet houdbaar. Het lijkt dan ook gerechtvaardigd om MTV niet zozeer als een postmodern als wel als een economisch gemotiveerd fenomeen te beschouwen. Misschien moet het station ook meer met FM-radiostations worden vergeleken. Zeker wijkt het af van gewone televisie. Het lijkt er echter op, met een parafrasering van Lyotard (1993), dat de koppeling tussen MTV en het postmodernisme niet echt houdbaar meer is en dat MTV net als onze cultuur — en dus ook de televisie van die cultuur — enkel postmoderne momenten kent.

   
Previous
  Literatuur
 
  • Aufderheide, Paul (1986), "Music videos. The look of the sound." In: Journal of Communication, 1986, 36 (1), 57-78; ook verschenen in: T. Gittlin (red.), Watching television, New York: Pantheon, 1986, 111-135.
  • Baudrillard, Jean (1983), "The Ecstasy of communication." In: Hal Foster (red.), The Anti-aesthetic. Essays in postmodern culture. Port Towsend: Bay Press, 1983.
  • Braembussche, Antoon van den (1993), "Postmodernisme: de videoclip en de culturele logica van het laat-kapitalisme." In T. Bevers, A. van den Braembussche en B.J. Langenberg (red.), De kunstwereld. productie, distributie en receptie in de wereld van kunst en cultuur. Hilversum: Uitgeverij Verloren, 1993, 41-58.
  • Connor, Steve (1989), Postmodernist culture. An introduction to theories of the contemporary. Oxford: Basil Blackwell, 1989.
  • Fiske, John (1987), Television culture. Londen: Methuen, 1987.
  • Jameson, Fredric. (1983), "Postmodernism and Consumer Society." In: H. Foster (red.), The Anti-aesthetic. Essays in postmodern culture. Port Townsend: Bay Press, 1983, 114-125.
  • Goodwin, Andrew (1993), Dancing in the distraction factory. Music television and popular culture. Londen, New York: Routledge, 1993.
  • Kaplan, Ann (1987), Rocking around the clock. Music television, postmodernism, and consumer culture. Londen, New York: Methuen, 1987.
  • Kinder, Marsha (1984), "Music Video and the spectator. Television, ideology, and dream." In: Film Quarterly, 1984, 38, 1, 2-15.
  • Lyotard, Jean-François (1992), Het postmoderne weten. Een verslag. Kampen: Kok Agora.
  • Lyotard, Jean-François (1993), Over het interessante. Amsterdam: Meulenhoff, 1993.
  • Vattimo, Gianni (1992), The transparant society. Cambridge: Polity Press, 1992.
Previous
  Dit artikel is een sterk verkorte weergave van de afstudeerscriptie van Marc van Onna (Katholieke Universiteit van Nijmegen, 1994). Het vormde een bijdrage aan het congres van de IASPM-Benelux in 1995 en verscheen eerder in: Populaire Muziekstudies Online. Wetenschappelijk Tijdschrift voor de Studie van Populaire Muziek. Jaargang 1, nummer 1, zomer 1995.
  1995 © Populaire Muziekstudies Online