Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 2
oktober 1999

Bubbling als uiting van verborgen protest

 





  Over dans, muziek en Antilliaanse jeugdcultuur
  door Marion van San
Previous
  Bubbling: het begon allemaal in Den Haag in discotheek Voltage in 1988 met DJ Moortje, MC Pester en MC Pret. Vanaf 1990 werd deze vorm van dansen en de bijbehorende muziek een rage in alle grote discotheken van Nederland. De muziekbladen en kranten zagen het "bobbelen" of "bubbelen" vooral als een nieuwe sexy stijl van dansen. Volgens Marion van San was het echter allereerst een uiting van verborgen protest, geboren uit de Antilliaanse jeugdcultuur.

1 Bubbling act in Swing Café La Vie en Rose tijdens 100% R&B party

Bubbling in de media en in de discotheek. Als men het in muziekbladen en kranten heeft over Bubbling gaat het meestal over de dansrage bobbelen of bubbelen.Men heeft het dan vaak over bobbelen als meisjesdans. Geen wonder dat deze uitingsvorm vaak wordt aangeduid met metaforen als "de kunst van het kontje-draaien", "dansen met een erotisch tintje", "soft-porno" of "droog-sex". Bubbling betekent echter ook competitie. Bijna ieder weekend wordt er wel ergens in het land een wedstrijd georganiseerd voor de beste Bubbling-danseres, de beste Bubbling-DJ of de beste Bubbling-outfit. Deze wedstrijden worden steeds ruim van te voren aangekondigd via posters en flyers, die aangeven welke DJ'S er die avond aanwezig zullen zijn, welke meidengroepen er komen en vooral hoeveel guldens de eerste prijs bedraagt. Alleen het dansen is echter nieuw, want raggamuffin, de muziek die bij het bobbelen hoort, is eigenlijk niets anders dan het op 45 toeren afspelen van 33-toerenplaten met digitale reggae-muziek, gemixt met hip hop. Het ritme van Bubbling lijkt daarenboven erg op tambu, een oude Antilliaanse slavendans.

Een voorbeeld van Bubbling: DJ KingSize, Intro #1
  De muziekvorm raggamuffin dateert reeds van 1985 en is afkomstig uit Jamaica, waar het voor het eerst werd opgenomen en gedraaid. De Bubbling, zoals we die hier in Nederland kennen, is echter verschillend van de Bubbling in Jamaica en Engeland, omdat zij in Nederland op een veel hoger toerental wordt gedraaid dan elders het geval is. Deze versnelde stijl — ook wel de Mickey Mouse Style genoemd — komt dus alleen voor in Nederland. De toevallige uitvinder van de snelle Bubbling, is de alombekende DJ Moortje, die zelf afkomstig is uit Curaçao en die sinds 1988, de meest populaire Bubbling-DJ is in Nederland. DJ Moortje, die tijdens een Bubbling-avond per ongeluk een reggea-plaat op 45 toeren afdraaide en merkte dat dit aansloeg bij het publiek, ging vanaf dat moment door met het draaien van deze nieuwe muziekstijl. En het werd een groot succes.
  Maar Bubbling is meer dan een dansrage en een muziekvorm alleen. Het is ook een vorm van protest. Het opvallend is opvallend dat in de media steeds weer de Bubbling als meisjesdans wordt besproken. Ook is het opvallend dat steeds weer de Bubbling-DJ's aan het woord komen. Terwijl Bubbling-entertainers zoals Ruben Rodrigo la Cruz en Reynaldo Chirino, alias MC Pester en MC Pret, niet of nauwelijks in de publiciteit komen. Nochtans heeft dit duo een heel eigen inbreng, aangezien zij op het ritme van de platen bijpassende teksten scanderen. Dat zij zo weinig in de publiciteit komen is echter niet zo heel erg verwonderlijk. De teksten van MC Pester en MC Pret staan immers bol van kritiek op het "systeem" van Nederland en Curaçao, politie en justitie, discriminatie en andere zaken. Ook binnen hun eigen gemeenschap zijn de teksten omstreden. Curaçaose ouders en hulpverleners, die met probleemjongeren te maken krijgen, willen vaak niets van hen weten en zien de goede naam van hun gemeenschap aangetast door de inhoud van de teksten. Hierop zal later worden teruggekomen.
  Vanaf 1990 wordt Bubbling in alle grote discotheken van Nederland gedraaid, door DJ's met namen als DJ Memmie, DJ Son en niet te vergeten DJ Moortje natuurlijk. Maar het begon allemaal in Den Haag in discotheek Voltage in 1988 met DJ Moortje, MC Pester en MC Pret. Vanaf dat ogenblik begon dit trio namelijk Bubbling-avonden te organiseren. Deze werden bezocht door hoofdzakelijk volwassen Antillianen uit de omgeving van Den Haag. Naast dansavonden waren dit ook sociale bijeenkomsten. Er werd tijdens die avonden immers door de aanwezigen meestal uitgebreid van gedachten gewisseld over de problemen die hen bezighielden. DJ Moortje zorgde er voor de sfeer door het draaien van Bubbling-platen en MC Pester en MC Pret zongen meestal overeenkomstig het ritme van de platen bijpassende teksten, waaronder "balia sanka" (dans je kont), een nummer dat MC Pester tijdens de periode dat hij als straatmuzikant de kost trachtte te verdienen, had verzonnen.
  In het begin liep het echter niet zo goed. Daarom begon de eigenaar van discotheek Voltage balia sanka-party's te organiseren en loofde tijdens zo'n avond vaak 1.000 gulden uit voor het meisje dat het beste met heupen en billen kon draaien. Zo begonnen de balia sanka avonden een steeds groter succes te worden en toevallig of niet begon het publiek heel erg te veranderen. Er kwamen namelijk steeds meer jonge Antilliaanse mannen op af. Van het balia sanka-nummer werden een aantal bandjes gemaakt die door klanten van Voltage werden doorverkocht of doorgegeven aan vrienden en kennissen. Hierdoor begonnen ook steeds meer jongeren naar de bandjes te luisteren.
2 Bubbling als uiting van protest. Tijdens mijn promotie-onderzoek stuitte ik herhaaldelijk op de teksten van MC Pester en MC Pret. Mijn veldwerk bestaat uit het doen van diepte-interviews met delinquente en niet-delinquente jongens uit Curaçao. Meermaals werd tijdens de interviews door de jongens naar de inhoud van deze teksten verwezen. Ook toonden zij mij de bandjes die ze hadden verzameld. Opvallend was dat waar ik ook kwam — en mijn onderzoek spreidt zich uit over geheel Nederland — ik overal dezelfde bandjes te horen kreeg. Aanvankelijk dacht ik dat deze jongens onafhankelijk van elkaar deze bandjes gekocht hadden. Maar het bleek gewoon dat al deze jongens die bandjes van elkaar hadden overgetaped. Dat verklaarde ook meteen waarom de kwaliteit van al die opnamen zo bedenkelijk was. Ik moest dus op zoek gaan naar de makers ervan om met hen te praten over de achtergronden, de inhoud en de "boodschap" van de teksten, die op deze bandjes te horen waren.
  De teksten, die in het begin hoodzakelijk sexualiteit als onderwerp hadden, begonnen na verloop van tijd steeds meer een politiek karakter te krijgen en thema's als discriminatie, onderdrukking, brutaliteit door de politie en criminaliteit kwamen steeds meer aan bod. Na verloop van tijd begonnen MC Pester en MC Pret de teksten — die voordien uitsluitend in het Papiaments of het Spaans werden gezongen — ook in het Nederlands te zingen, om hun protest tegenover "de Nederlander" te uiten.
  Een vaak voorkomend thema in de teksten is slavernij en onderdrukking, onderwerpen die men ook in de Amerikaanse rap aantreft. Public Enemy bijvoorbeeld schakelde in het nummer Hitler Day de ontdekking van Amerika door Columbus en de daaruit voortkomende slavernij gelijk met de jodenvervolging door Hitler. Een soortgelijke visie wordt door MC Pester en MC Pret aangehangen in Columbus. Uit de interviews met de Curaçaose jongens uit mijn onderzoeksgroep, blijkt dat een niet onbelangrijk deel onder hen hun delinquent gedrag eveneens rechtvaardigt vanuit het koloniale verleden. Een niet onbelangrijk deel verwees daarom naar teksten van MC Pester, om mij, als verbaasde onderzoekster, te bewijzen dat hun verhaal niet uit de lucht gegrepen was.
  Naast de teksten over kolonialisme en uitbuiting doet MC Pester op zijn manier verslag van de dingen die hij dagelijks meemaakt en reageert hij direct op bepaalde zaken die in de media bijzondere aandacht krijgen. Zo verzon hij naar aanleiding van de uitspraken van Hoofdcommissaris Nordholt in 1993 de tekst De Antilliaanse crimineel, en beschilderde hij uit protest zijn kleding met het opschrift "Ik ben een Antilliaanse Crimineel". Daarnaast hekelde hij de discriminerende houding van "de" Nederlanders na een stukgelopen relatie met zijn Nederlandse vriendin in Wil je ruzie met je familie? Trouw met mij. De meest recente tekst dateert echter van maart van dit jaar. Na de spectaculaire overwinning van de VVD bij de Provinciale Staten-verkiezingen reageerde het duo met de tekst Bokkestein. Recente uitspraken met betrekking tot etnische minderheden van fractievoorzitter Bolkestein lagen aan de basis van dit protest.
  Uit het verhaal van MC Pester blijkt bovendien dat hij nogal wat vraagtekens plaatst bij de relatie tussen wet en moraal. De teksten over de politie — "Polis mi tras, Politie achter mij, Marechaussee met je kankershirt, laat me met rust" — vormen een symbolische weergave van het feit dat zwarte mensen omwille van hun huidskleur meer dan anderen door de politie worden gecontroleerd en op die manier steeds weer worden vernederd. Op die wijze tracht hij dus de institutionele en morele autoriteit van de politie ter discussie te stellen.
3 Verborgen teksten. De Bubbling-teksten kunnen volgens de terminologie van Scott worden gezien als "hidden transcripts", hetgeen men kan interpreteren als een soort geheimtaal die uitdrukking geeft aan bepaalde vormen van ongenoegen. Naast publieke transcripts die in zekere zin de machthebbers beschermen wordt er dus door individuen — in een uitbuitingssituatie — eveneens gegrepen naar "hidden transcripts" via welke men in staat is kritiek te uiten op de gevestigde orde. Het uiten van protest via muziekteksten is zeker niet nieuw. Groepen die het idee hadden dat ze onderdrukt werden hebben steeds wel op een of andere manier hun ongenoegen geuit door middel van taal, dans en muziek.
  Rose (1994) stelt in haar recent verschenen boek Black Noise dat een belangrijk deel van de hedendaagse rap kan worden gezien als cultureel antwoord op huidige vormen van onderdrukking. Door middel van rapteksten trachten de 'onderdrukten' op subtiele wijze met de machthebbers te spotten en uitdrukking te geven aan woede en fantasieën die betrekking hebben op het omverwerpen van de machthebbers. Patterson (1967) beschrijft in The Sociology of Slavery hoe de Afrikaanse slaven in Jamaica de spot dreven met hun meesters in verhalen en liedjes. Reeds bij de overtocht van Afrika naar Jamaica werden op het schip door de slaven liedjes gezongen, die hun heimwee naar het vaderland moesten uitdrukken.
  De slaven konden echter alleen door verborgen teksten hun ongenoegen uitspreken tegenover de dominante machthebbers, uit angst voor repressailles. Maar ook in de hedendaagse rap wordt hoofdzakelijk gebruik gemaakt van metaforen. Cultuurproducten — vooral wanneer deze in contradictie zijn met wat de gevestigde orde voorschrijft — zijn immers onderhevig aan censuur, hetgeen een belangrijk deel van de rapgroepen, die afhankelijk zijn van de vraag van de muziekindustrie, een doorn in het oog is. De "hidden transcripts" worden dus voor een belangrijk deel geabsorbeerd in het publieke domein. Aangezien de teksten van MC Pester alleen via interne distributie worden verspreid zijn ze niet onderhevig aan censuur en kan hij dus in kernachtige bewoordingen zijn mening verkondigen zonder dat hij hierdoor schade of nadeel ondervindt. Er wordt in de teksten echter niet openlijk opgeroepen tot geweld. Wel blijkt uit sommige fragmenten een duidelijk rechtvaardigende houding ten aanzien van bepaalde vormen van delinquent gedrag.
  Het duo maakt de teksten voornamelijk uit protest. Maar de vraag is waar die protesthouding vandaan komt en hoe die kan worden begrepen. Volgens de Swaan (1991) heeft de protesthouding van de buitenstaander een functie in zijn omgang met de gevestigde Nederlanders. De retoriek van wat hij etnisch ressentiment noemt verlamt de tegenstander door hem te vereenzelvigen met wat hij het meest verafschuwt, racisme en fascisme. Naarmate de buitenstaanders zich bedreigder en onzekerder voelen zal de kloof tussen beeld en werkelijkheid toenemen. De kans op zowel aandacht als goedkeuring zal dus groter zijn naarmate iemand zijn rivalen in het roddelen kan overtroeven, door bijvoorbeeld bij het roddelen over de ander iets te vertellen dat nog ongunstiger en schandaliger is. De eigen groep wordt in dat geval hoe langer hoe gunstiger voorgesteld, de andere groep hoe langer hoe ongunstiger. De teksten van MC Pester kunnen dan ook in het licht van deze constateringen worden begrepen.
  Maar waar ligt nu de link met de Curaçaose jongens? Op basis van de uitspraken die door de jongens werden gedaan lijkt delinquent gedrag als vorm van protest eveneens aannemelijk. Protest bij deze groep moet echter opgevat worden in algemene zin. Van mobilisatie in meer specifieke zin (bijvoorbeeld door middel van actiegroepen) is geen sprake. De protesthouding van Curaçaose jongens richt zich wel, in geval van mislukking, tegen de Nederlandse samenleving, die hen, maar vooral hun voorouders, heeft uitgebuit. De jongens zijn echter, in tegenstelling tot hun voorouders, tijdens hun leven nooit uitgebuit en waarschijnlijk ook nooit erg gediscrimineerd. Toch is het een handige mythe om hun eigen zwakheden te verhullen. Bovendien is belangrijk dat de Bubbling-teksten steeds weer door de respondenten worden aangegrepen ter illustratie van het feit dat hun delinquent gedrag niet zomaar is ontstaan, maar daarentegen een gevolg is van koloniale uitbuiting en hedendaagse vormen van onderdrukking.
4 Bubbling als therapie. De Bubbling-teksten van MC Pester en MC Pret zijn in de eigen gemeenschap omstreden. Dat zij op deze wijze hun protest uiten wordt hen dus duidelijk niet door iedereen in dank afgenomen. De aversie richt zich bovendien niet alleen tegen hun teksten. In de zomer van 1990 bijvoorbeeld werd het tweetal door het bestuur van de Stichting Zomercarnaval verhinderd om nog langer deel te nemen aan de straatparade die ieder jaar plaatsheeft in Rotterdam. Tijdens die parade waren zij immers verschenen met een nagemaakte gouden koets met als opschrift "Gouden eeuw, negers eeuw. Geef ons ons goud terug." Daarnaast boden zij symbolisch slaven te koop aan. Dit had heel wat negatieve reacties tot stand gebracht bij zowel het publiek als bij de organisatie waardoor besloten werd om het tweetal voortaan uit te sluiten van deelname aan het Zomercarnaval.
  Het uiten van aversie tegen deze vormen van protest en tegen bepaalde uitingen van de jongerencultuur, wat de teksten toch zijn, lijkt mij echter niet zo gunstig wil men daadwerkelijk een doeltreffende hulpverlening organiseren. Ondanks alle kritieken die herhaaldelijk op deze teksten worden geuit is er misschien ook nog wel iets constructiefs mee te doen. Wil men jongeren — die nu nog veel te vaak de boot missen — bereiken dan is het immers noodzakelijk dat men hen aanspreekt in hun eigen taal, en daarmee bedoel ik niet het papiaments maar de taal die ze onder elkaar spreken binnen de jongerencultuur. Nogal vaak wordt immers de mening verkondigd dat er een kloof bestaat tussen de zwarte jongerencultuur en de blanke hulpverlening. Ondanks het feit dat deze constatering grotendeels klopt mag men er niet zomaar vanuit gaan dat die kloof niet zou bestaan tussen de zwarte jongerencultuur en de zwarte hulpverlening. Want tussen zwarte "geslaagde" hulpverleners en de jongeren, die zich in een achterstandspositie bevinden, bestaat net zo goed een kloof. De kloof tussen jongerencultuur en hulpverlening is dus geen kwestie van huidskleur en kan niet worden opgeheven door enkel zwarte hulpverleners in te schakelen bij de hulpverlening aan dergelijke jongeren, iets wat in het verleden te vaak als dé oplossing werd gezien.
  In plaats van weerstand te tonen tegen bepaalde muziekuitingen zouden Bubbling en rap daarentegen kunnen fungeren als hulpmiddelen om bepaalde categorieën jongeren te bereiken. In Amerika is in bepaalde achterstandswijken in grote steden op deze wijze reeds vaker succes geboekt. Niet zelden worden in "probleemwijken" in Amerikaanse grote steden door politie-agenten of jongerenwerkers rapteksten gemaakt om jongeren te ontmoedigen deel te nemen aan bende-activiteiten. Iets dergelijks kan dus ook in Nederland werken, misschien veel beter dan men tot nu toe vaak geacht werd te denken. En men ziet de laatste jaren eigenlijk ook al een aantal initiatieven in die richting van de grond komen.
  Via Bubbling bijvoorbeeld proberen jongerenwerkers en schooldirecties steeds vaker "risicojongeren" van de straat te houden. Een voorbeeld daarvan zijn de "workshops creatieve vorming" die sinds oktober van het vorig jaar worden georganiseerd aan het Haagse Johan de Wittcollege — waarbij naast lessen in professioneel bubbelen ook lessen in rap, computermuziek, hiphop, toneel en poëzie worden gegeven. Maar het enthousiasme heeft zich niet alleen beperkt tot het Johan de Wittcollege. De lessen inspireerden de Haagse Theatergroep Pandora namelijk tot een plan waarvoor in november 1994 door het Ministerie van Onderwijs een subsidie van 150.000 gulden werd uitgetrokken. De theatergroep wilde namelijk de lessen hip hop, rap en Bubbling uitbreiden naar andere middelbare scholen en ook naar buurthuizen. Alarmerende berichten in de media over het bestaan van een aantal jeugdbendes in en rond Den Haag zorgden er waarschijnlijk mede voor dat deze subsidie zo snel werd verleend.
  Het uitwerken en op grotere schaal organiseren van dergelijke projecten is dus het proberen waard en het aanspreken van probleemjongeren via muziek is zeker niet zo naïef als men vaak geacht wordt te denken. Bubbling kan zeker niet worden gezien als een magische oplossing voor een heleboel problemen. Maar toch mag men daarentegen ook niet té pessimistisch zijn wat de invloed van Bubbling betreft. Aangezien men merkt dat de hulpverlening aan bepaalde groepen jongeren nog steeds spaak loopt zijn meer experimenten zoals dat van het Johan de Witt-College en Pandora wenselijk. Persoonlijk kan ik dus alleen maar hopen dat een studiedag als deze van vandaag en morgen wat dit betreft misschien ook wat ruimte biedt tot het creëren van dergelijke initiatieven, zodat de jeugd in de toekomst in ieder geval meer de mogelijkheid krijgt om uitdrukking te geven aan problemen die hen bezighouden.
   
Previous
  Literatuur
 
  • Patterson, Horace Orlando (1967), The sociology of slavery. An analysis of the origins, development and structure of Negro slave society in Jamaica. Londen: MacGibbon and Kee, 1967.
  • Rose, Tricia (1994), Black noise. Rap music and black culture in contemporary America. Hanover, NH: Wesleyan University Press, 1994.
  • Swaan, Abram de (1991), Perron Nederland. Amsterdam: Meulenhoff, 1991.
Previous
  Dit artikel vormde een bijdrage aan het congres van de IASPM-Benelux in 1995 en verscheen eerder in: Populaire Muziekstudies Online. Wetenschappelijk Tijdschrift voor de Studie van Populaire Muziek. Jaargang 1, nummer 1, zomer 1995. Het stuk werd geschreven in het kader van een onderzoek dat in 1998 resulteerde in een proefschrift: Marion van San, Stelen en steken. Delinquent gedrag van Curaçaose jongens in Nederland. Amsterdam: Het Spinhuis, 1998. Op het geluidsfragment bij dit artikel rusten copyrights. Het wordt hier gebruikt volgens de regels van "fair use" en "academic quoting".
  1995 © Populaire Muziekstudies Online