Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 2
januari 2000

"Een mooie mix van directheid, romantiek en drama"

 





  Interview met Norman Barrington en Brian Anderson
door Chris Edwards (met dank aan Robert Magniez)
Previous
  In de loop van de afgelopen 36 jaren hebben er honderden deejays gewerkt voor de Caroline-organisatie. Ze kwamen uit alle delen van de wereld en maakten binnen de radio-industrie deels naam dankzij de faam die Radio Caroline in de gehele wereld als "leerschool" heeft opgebouwd. Voor weinig geld — vaak niet veel meer dan noodzakelijk was voor onderdak en eten — brachten ze een aantal periodes aan boord door, niet alleen om zich zo het deejayvak eigen te maken maar ook om het onderhoud aan boord van een zendschip te leren. Onder hen bevonden zich ook Norman Barrington en Brian Anderson. Chris Edwards nodigde de beide heren uit voor een interview.

 
  Van links naar rechts: Mike (Hydrophoor) Philpott, Barry Everitt (fist clenched), Andy Archer, Norman Barrington (complete with head-band), Robin Banks en Mike the Poet (1973)
1 Onafhankelijk van elkaar, maar vrijwel tegelijkertijd kwamen er in het begin van de jaren zeventig twee personen vanuit Groot Brittannië in Den Haag aan. Beiden wilden daar een poging te wagen om binnen de Caroline-organisatie aan de slag te kunnen komen. Beiden slaagden ze daar ook in en ze maakten programma's zowel voor Radio Caroline als voor Radio Mi Amigo. Ze bleven niet al te lang op de MV Mi Amigo. Toch liggen hun namen nog vers in het geheugen van de luisteraars van toen, mede door hun geweldig productiewerk: Brian Anderson en Norman Barrington. De eerste vraag die ik hen stelden, ligt nogal voor de hand.
2 Edwards: Hoe zijn jullie betrokken geraakt bij de wereld van de zeezenders?
  Barrington: Ik raakte voor het eerst geïnteresseerd toen ik nog op school zat. Ik werd gefascineerd door het gegeven dat er radio vanaf schepen werd gemaakt, hetgeen voor die tijd iets geheel nieuws was. De gedachte speelde dan ook voortdurend door mijn hoofd dat het mooi zou zijn zoiets later ook te mogen meemaken. In 1972 kreeg ik de kans betrokken te raken bij een station dat opnieuw werd opgezet. Ik had op dat moment werk bij een handelsbank in Londen maar ik gaf mijn baan op om naar Den Haag te reizen.
  Norman Barrington als beginnende deejay aan boord van de Mi Amigo (1973)

Anderson: Toen ik 11 jaar was hoorde ik voor het eerst Radio Caroline, dat toen net met haar programma's was begonnen. Een paar weken later werd het gevolgd door Radio Atlanta en tegen het einde van hetzelfde jaar 1964 door Radio London. Toen ik ongeveer 14 jaar oud was legde ik allerlei draden over de daken van de huizen in mijn buurt. In mijn slaapkamer had ik een klein studiootje en vandaaruit begon ik programma's te maken voor de bewoners in de omgeving. Ik vergeet ook nooit weer de 14e augustus 1967 toen Radio London, gedwongen door de invoering van de Marine Offences Act, afscheid van haar luisteraars nam. Ik moest daar toen ontzettend om huilen. De zeezenders uit de jaren zestig hadden dan ook een enorme invloed op mij en in de jaren zeventig raakte ik er zelf bij betrokken. Voor de eerste keer in mijn leven was ik op reis met als bestemming Nederland. Ik ging naar het Caroline-kantoor en probeerde een baan te krijgen. Een vreemde kerel met lang haar deed open. Hij zei tegen mij: "Zie je die muur daar, die mag je schilderen en als je dat niet kan, kun je meteen weer opdonderen." Dus besloot ik de muur te schilderen. De volgende dag was men programma's aan het opnemen voor de Nederlandse service van Radio Caroline. Er ging iets technisch mis met de apparatuur en ik repareerde het. De derde dag werd ik al benoemd tot studiomanager; wat dus wel een heel vreemde start van mijn radioloopbaan was.

3 Edwards: De programma's die je in je slaapkamer maakte, werden die ook uitgezonden?
  Anderson: Jazeker. Er zijn binnen de radiowereld heel veel gekken en één van hen was Crispian St. John. Hij gaf me een zender en zelf zette ik een grote antenne in de tuin. De programma's nam ik op cassette op om ze later via de zender af te spelen. Samen met mijn vrienden reed ik in mijn vaders auto door de hele stad om naar mijn eigen programma's te kunnen luisteren. Mijn moeder bleef intussen in de woonkamer staan, pal naast de hoofdschakelaar. Wanneer er een gele auto voorbij kwam van de PTT, zo had ik haar verteld, moest ze meteen die schakelaar omdraaien zodat ze de zender niet zouden kunnen opsporen.
  Barrington: Ik kwam in 1972 naar het kantoor in Den Haag en gaf ze een kleine tape met een demo die ik had opgenomen. Ze zeiden me dat ze geen taperecorder hadden en ik besloot naar een vriend van mij in Hoek van Holland te rijden om daar een recorder op te halen. Weer terug in Den Haag besloten ze me aan te nemen en wel omdat ze onder de indruk waren gekomen dat het mij gelukt was in een voor mij vreemd land een recorder te lenen. Ze hebben de band nog wel beluisterd maar zonder enige vorm van interesse.
4 Edwards: Wanneer ging jullie voor het eerst naar het zendschip en wat waren de indrukken?
  Barrington: De eerste keer dat ik aan boord was, lag de Mi Amigo afgemeerd in de haven van Amsterdam. Ik had het geheel me heel anders voorgesteld namelijk op de Noordzee in internationale wateren. Het was een nachtmerrie. Het eerste wat ik door de patrijspoorten zag was het Centraal Station. We werden er op Nieuwjaarsdag weggesleept en het was allemaal erg dramatisch. De bemanning probeerde ons tegen te houden, hetgeen uiteindelijk niet lukte. Begin januari 1973 waren we weer terug op zee voor de kust van Scheveningen en het was daar dat ik mijn eerste programma voor Radio Caroline maakte.
5 De MV Mi Amigo wordt in opdracht van de ontevreden bemanning naar Amsterdam gesleept

Edwards: Jij was er dus ook op het moment van de muiterij aan boord. Wat gebeurde er eigenlijk?

Barrington: De kapitein, Van der Kamp, van de Mi Amigo vertelde aan de Nederlandse bemanning dat de Britten aan boord wel hun salaris hadden gekregen en zij andermaal niets zouden krijgen. Ze hadden al een behoorlijke betalingsachterstand. Het was echter niet de waarheid want ook wij werden niet betaald. We zaten te wachten op de eerste adverteerders en ons was toegezegd dat er zou worden uitbetaald zodra die er waren. Later bleek dat die kapitein betaald werd door de concurrent RNI om die leugen te vertellen.

  De Nederlanders verlieten het zendschip en regelden vervolgens een schip van een bekende met als doel het zendschip als muiters binnen te slepen, uiteraard met als doel Ronan O'Rahilly (de Caroline directeur) te dwingen de achterstallige salarissen te betalen. Voordat de Nederlanders terug naar zee kwamen, seinden ze ook de Nederlandse media in met het bericht dat hun tocht richting de MV Mi Amigo interessant nieuws zou opleveren. Vanuit de haven van Scheveningen vertrok toen ook de MV SeaNews, een boot die door een Nederlands persbureau werd gebruikt voor activiteiten op zee, en op die manier werd er voor het oog van verschillende camera's zeker nieuws gemaakt. Daarom zag men in de nieuwsrubrieken vechtende bemanningsleden en deejays en de zendertechnicus, Peter Chicago, die in zee sprong. Het was allemaal opgezet. Ze maakten echter een grote fout want de bemanningsleden sleepten het zendschip één van de duurste havens van de wereld binnen, zonder dat men daar toestemming voor had. Niemand zou de havengelden kunnen betalen want er was gewoonweg geen geld voor handen. Daarom was het dan ook mogelijk stiekem gedurende de nachtelijke uren weer naar buiten te glippen want de havenmeester had ook liever geen schip waarvoor geen liggelden werden betaald. Hij was dus niet betaald en kwam daardoor ook nog behoorlijk in de problemen. Ik geloof zelfs dat hij er later voor is ontslagen.
Brian Anderson op Radio Mi Amigo in de jaren zeventig
  Anderson: De eerste keer dat ik naar het schip ging was ik nog steeds studiomanager aan land. De generator was opgeblazen en men vroeg mij het te gaan repareren. De eerste keer kreeg ik het idee dat het een roestende oude schuit was, vol met verlopen hippies erop.
 
  De MV Mi Amigo in de haven van Amsterdam op 30 december 1972 met van links naar rechts Norman Barrington, Rob Eden, Crispian St John (oftewel Howard Rose), Steve England. Peter Chicago (oftewel Murtha) komt net door de deur naar buiten
6 Edwards: Wie waren er nog meer in die tijd?
  Anderson: Ik herinner me nog dat Johnny Jason voor het eerst aan boord kwam. Hij had binnen de radio-industrie in Australië gewerkt en kon, toen hij het zendschip voor het eerst benaderde, zijn ogen niet geloven. Verder was er Chris Carey die druk doende rond liep en eigenlijk niets anders deed dan tegen een ieder aan te schelden. En natuurlijk ook Peter Chicago voor wie de zenders aan boord zijn hele leven was.
Norman Barrington op Radio Mi Amigo in de jaren zeventig
  Barrington: Toen ik aan boord ging waren Chris en Kate Carey aan boord. Steve England was er ook. Hij kwam eigenlijk alleen maar wat jingles, die hij had geproduceerd, brengen maar kreeg tegelijk een baan. Verder waren er Andy Archer en Crispian St. John.
7 Edwards: Je had ook Dennis King in die tijd.
  Barrington: Hij was niet op het schip maar op het kantoor in Den Haag actief.
  Anderson: Ja, Dennis zou ik graag nog een keer willen zien. Hij had enorm veel energie en was één van de weinige mensen die er in slaagden geld bij elkaar te krijgen om het station te laten draaien of tenminste die indruk te wekken. Maar, hij was wel een beetje goed gek.
  Barrington: Hij droeg altijd een rood Marlboro jack en was helemaal gek van motorraces en radio. Hij regelde ook allerlei optredens voor de deejays aan land. Hij had een zeer warme persoonlijkheid en hij was behoorlijk groot. Hij droeg altijd van die zware schoenen en iedere keer dat hij de kamer in de flat, waar het personeel tijdens verlof werd ondergebracht, binnenkwam vlogen de poesjes, die we hadden, alle kanten op vanwege het lawaai.
9 Aan dek van de MV Mi Amigo met de noodmast op de achtergrond en de nieuwe mast op de voorgrond

Edwards: Waren jullie betrokken bij het bouwen van een zendmast?

Barrington: Dat was enige tijd nadat ik bij de organisatie betrokken raakte. Ik was er nog maar net in 1972 toen de originele mast omlaag kwam zetten. We gebruikten daarna eerst een korte, tijdelijke mast. Er moest wel een nieuwe mast worden aangeschaft en gebouwd, maar daar was zo direct geen geld voor. Gelukkig hebben we in 1973 een paar weken de programma's voor Radio Veronica uitgezonden, toen hun zendschip op het strand was gelopen. Veronica heeft ons heel veel geld betaald, waardoor alsnog een nieuwe mast kon worden aangeschaft. De mensen die ons de mast leverden vertelden ons dat het onmogelijk was dat ding op zee te monteren. Het was voor ons echter onmogelijk met het schip een haven in te gaan, dus het moest wel. Het was inderdaad ook nooit eerder gedaan op zee.

  Je moet je voorstellen dat wanneer je boven in zo'n hoge mast zit het ding constant heen en weer gaat en je kunt de mast niet echt tuien voordat de topstukken geplaatst zijn. Daarom hebben we het gevaarte in delen opgebouwd en eigenlijk per sectie tijdelijk getuid en telkens dezelfde handelingen herhaald als er weer een sectie van de mast was geplaatst. Toen we bij de één na laatste sectie waren gekomen en die hadden geplaatst, werd de mast omvergetrokken, waarbij het merendeel naar beneden kwam. We hadden het geheel té strak getuid. Er had toen wel iemand kunnen verongelukken. We hadden uiteindelijk dus een hele hoge mast, waarvan slechts een heel klein deel werd gebruikt en waarvan de topsectie niet eens goed was vastgezet. Uiteindelijk hebben Bob Noakes, Robin Adcroft en ikzelf de twee laatste secties alsnog geplaatst. Je moet er vanuit gaan dat dit tien keer zoveel tijd kost als wanneer je de eerste secties plaatst. Een enorm zware job. Chris Carey dacht heel verstandig te zijn door ons per persoon 200 gulden extra te betalen en hij beloofde me tevens dat ik nooit zou worden ontslagen; ik was voor hem onbetaalbaar geworden. Eén ding vergat hij, namelijk dat hijzelf wel eens ontslagen zou kunnen worden.
10 Edwards: Brian, wanneer kwam jij nu precies bij Caroline te werken?
  Anderson: Ik werkte in een tuincentrum voordat ik in juni 1973 voor Caroline begon te werken. Ik vertrok eigenlijk weer vrij snel, namelijk voordat Radio Seagull begon. Ik was eigenlijk gewoon een jonge vent uit Tunbridge Wells met weinig levenservaring en Radio Seagull was een schip vol met hippies en drugs en daar wilde ik niets mee te maken te hebben. Dus ging ik weer naar huis terug. In januari 1974 belde Andy Archer me op met de vraag of ik me met technische zaken aan boord van het zendschip wilde bemoeien en de tapes van het nieuw gestarte Radio Mi Amigo wilde opstarten. Ik was er nog maar net of we raakten in een enorme storm. Bevoorraden was niet mogelijk en dus waren de tapes van Radio Mi Amigo gedeeltelijk niet voorhanden, evenals het Seagull programma van Archer dat altijd in Den Haag werd opgenomen. Ze vertelden me toen dat ik Archer's programma live moest overnemen, maar ik wist helemaal niet wat ik moest zeggen, ik was gewoonweg overmand door de zenuwen. Alle andere deejays en bemanningsleden gingen naar beneden in de messroom om te luisteren welke puinhoop ik er wel niet van zou gaan maken. Nadat de eerste plaat was afgelopen was ik zo nerveus dat mijn hand helemaal schudde. Ik wist gewoonweg niet was ik moest zeggen en heb toen maar de tweede plaat ingestart.
11 Norman Barrington aan het werk in de centrale studio in 1973

Edwards: Vertel eens iets over Radio Seagull.

Barrington: Eigenlijk hadden we constant woorden aan boord over de vraag of Radio Caroline precies zo zou moeten klinken als in de jaren zestig — dus als een Top 40 station — of dat we niet meer naar de tijden van 1972/73 toe moesten om er een meer progressief rockstation van te maken. Er waren twee partijen aan boord, de éne voor het vertrouwde format, de andere partij voor het meer progressievere werk. En aan die meningen viel weinig tot niets te veranderen. Uiteindelijk losten we het probleem op door twee stations in de ether te brengen. Een tweede zender werd afgesteld op de 389 meter voor het oude Caroline format en de progressieve muziek kwam terecht op de 259 meter onder de naam Radio Seagull. De eigenaar van Caroline vond dat er een andere naam moest worden gebruikt omdat hij van mening was dat luisteraars de meer progressievere muziek onder de noemer Radio Caroline beslist niet zouden accepteren. Het was voor hem veel te experimenteel en dat konden we volgens hem niet maken tegenover de grote schare van trouwe luisteraars. Uiteindelijk haalden we twee presentatoren binnen van de landpiraat Radio Geronimo, die beiden veel ervaring hadden met het progressievere format: Hugh Nolan en Barry Everitt. Daarnaast presenteerde Dick Palmer en ikzelf de programma's van Radio Seagull.

12 Edwards: Wat voor reacties kreeg je van de luisteraars van Radio Seagull?
  Barrington: Het was een soort van "onder invloed zijnde" reactie. Luisteraars schreven en vroegen ons wat we waren en waarom, dit ondanks het feit we eigenlijk helemaal niets vertelden in de programma's. Desondanks kwam de boodschap bij bepaalde mensen toch goed over. Helaas was het allemaal niet commercieel genoeg en dus bleven de adverteerders weg. Dat is dan ook de reden dat in juli 1973 Radio Atlantis tijdens de daguren op de 259 meter van start ging. Radio Atlantis bracht het geld binnen, Radio Caroline was op de 389 meter actief en wij konden met Radio Seagull datgene doen wat we wilden doen.
13 Norman Barrington verlaat het kantoor van Caroline in de Van Hoogendorpstraat, Den Haag op weg naar de tender. Achter hem Mickey Mercer en rechts Jaap (1973)

Edwards: Hoe was de relatie tussen de mensen van Caroline en Seagull aan boord van het zendschip?

Barrington: Peter Chicago, de zendertechnicus, vond het allemaal niets wat we deden op Radio Seagull, maar liet het toe. Zolang beide zenders aan boord in de ether waren, was iedereen tevreden. Uiteindelijk kwam de mast naar beneden en bleef er slechts één zender in de ether. Voordat dit het geval was presenteerde ik nog programma's op beide stations en verder hadden we voor Caroline nog mensen als Johnny Jason, Steve England, Young Paul Alexander en Graham Kay.

14 Edwards: Hoe was de apparatuur, toen je er voor het eerst aan boord kwam?
  Anderson: Ik meen me te herinneren dat de microfoon was gestolen uit de studio's van BBC Radio Brighton. Op dat moment wist ik nog niet veel van studio-apparatuur af, maar ik moet zeggen dat alles erg goed werkte. Het mengpaneel was een Gates Studiosette en één van de beste mengpanelen waar ik ooit mee heb gewerkt. Amerikaanse mengpanelen zijn totaal anders en veel beter dan de Europese. Het had drie kanalen maar op ieder kanaal kon je vele functies laten werken en dus meerdere signalen laten verwerken. Het was iedere avond weer een strijd tussen Norman en mij om te laten zien hoeveel jingles we bijvoorbeeld konden draaien zonder dat er iets met het mengpaneel fout ging, uiteraard door een foute handeling van één van ons. Aan boord waren Norman en ik eigenlijk de enige personen die ervaring hadden met productiewerk, hoe bepaalde zaken te moeten monteren en dergelijke. Jammer genoeg werd er in die tijd weinig voor het nageslacht opgenomen, dus is er weinig bewaard gebleven. Thuis heb ik nog het complete Loving Awareness jingle pakket, het meest verschrikkelijke en vreemde pakket dat ik ooit geproduceerd heb in mijn radioloopbaan. In de tijd dat we het maakten dacht ik al waarom we het eigenlijk produceerden, eigenlijk alleen maar omdat die domme, enigszins verdraaide Ronan, het ter eigen vreugde wenste. Star Trek draaide in die tijd op de Nederlandse televisie, die we aan boord konden ontvangen. Op een avond sprak Mike Hagler de spots in en ik herinner me dat ik een enorm snelle montage maakte omdat ik de aflevering van zondag niet wenste te missen.
15 Edwards: Hoe kwamen de Loving Awareness jingles tot stand?
  Barrington: Het was het idee van Ronan en van het gevoel achter LA had hij al erg lang gedroomd. Ik moet zeggen dat ik er zelf helemaal niet achter stond. We draaiden goede muziek, waren aardig voor de luisteraars, maar ik denk niet dat we het recht hadden op de radio te vertellen hoe de luisteraars op de juiste wijze hun leven moesten indelen. De waarheid van alles was dat er onderling een betrekkelijk goede relatie tussen de bemanning was. Maar, hoe meer we de Loving Awareness op de radio promootten, des te meer er spanningen en ruzies op het schip ontstonden. Nee, voor mij was het een leeg gedoe. Steve England maakte zijn eerste Sonovox-jingles in zijn slaapkamer, die trouwens erg goed klonken. Eigenlijk de eerste jingles ooit door Alfa Sound zijn geproduceerd. Zelf had ik in die tijd al een heleboel Amerikaanse jingles omdat ik helemaal gek was van die dingen. Voor Caroline heb ik dus een heleboel van die jingles opnieuw gemonteerd. Verder hadden we nog Mike Haggler met zijn gitaar, die jingles inzong. Op die manier bouwden we een behoorlijke serie jingles op, waarbij een groot deel van origine uit de jaren zestig afkomstig was.
16 De MV Mi Amigo vanuit de lucht gezien

Edwards: In die tijd had je ook het Stonehenge festival. Was één van jullie daar bij betrokken?

Barrington: Mike Haggler en ik kwamen oorspronkelijk met het idee op de proppen om een festival te gaan organiseren. Ik nam Mike mee naar Steve England en vervolgens gingen we naar Stonehenge met de gedachte dat dit een plek was om aan Mike, als Amerikaan te tonen. Daar aangekomen kwamen we op het idee voor die locatie te kiezen. De rest van het presentatieteam, Andy Archer speciaal, voelde helemaal niets voor dat idee. We wilden een festival zonder artiesten maar vol met luisteraars die hun eigen instrumenten zouden meenemen en muziek zouden maken. Daarnaast zouden zoveel mogelijk deejays naar het festival toe gaan. Uiteindelijk was iedereen binnen het team er het toch mee eens en begonnen we er reclame voor te maken via de radio. Ik herinner me dat ik, toen ik er heen reed, me afvroeg wat ik moest verwachten. Zou het terrein leeg of gevuld zijn met luisteraars?

  We hadden zelf totaal niet voor muziek gezorgd en hoe dichter ik bij het terrein kwam hoe meer mensen juist uit de richting van het veld kwamen. Dit verontrustte me behoorlijk. Het was echter niet anders dan een slecht voorgevoel want toen ik er eenmaal was, bleken er nog heel veel mensen aanwezig te zijn en er hing een bijzonder goede sfeer. Er was, en dat voor die tijd, een knaap met een moog synthesizer die het instrument in het open veld opstelde en begon te spelen. Op dat moment besefte ik echt wat voor een verantwoordelijke job die van radiopresentator wel niet was. We spraken openlijk over drugs op de radio, niet dat we de mensen aanspoorden maar toch. Tijdens het festival kwam een jongen van een jaar of 14, 15 op me af en zei: "Hi, Norman, wat gebruik jij?" Dat was dan typisch zo'n moment dat je pas echt realiseerde waar je eigenlijk mee bezig was op de radio. Niet goed. Ik herinner me ook nog dat iemand tijdens het festival "Military Madness" speelde van Crosby Stills, Nash en Young. En plotseling vloog er een aantal bommenwerpers over Stonehenge, dat vlakbij een luchtmachtbasis is gelegen. Eén van de vele toevalligheden tijdens het festival. Het hoorde gewoon bij de totale atmosfeer tijdens Stonehenge.
17 Edwards: Op een bepaald moment hadden jullie een link-up met Hilversum 3.
  Barrington: Het idee was afkomstig van de programmamaker Cees Buurman van Hilversum 3 en wel omdat ze er heel veel brieven hadden gehad dat ons signaal veel sterker was en veel beter doorkwam dan dat van Hilversum 3. Die zender straalde haar programma's uit op de 240 meter; dus vlak bij de door ons gebruikte 259 meter. We gebruikten op dat moment 50 kW, maar omdat we onze programma's uitstraalden vanaf zee, viel dit ongeveer te vergelijken met het gebruik van 100 kW vanaf land. Zij gebruikten, als nationaal station, slechts 10 kW en het was een mooi excuus voor hen om in het programma van Ton van Duinhoven daar aandacht aan te besteden en aan Peter Chicago te vragen de zender van Radio Caroline in vermogen naar beneden te draaien.
18 Norman Barrington (links) en Brian Anderson

Edwards: Op de LP "Radio Caroline: The True Story" van 1974 staat een reggae-song waarin bepaalde 'kwaliteiten' van directeur Ronan O'Rahilly worden bezongen. Hoe kwam die song tot stand?

Barrington: Door allerlei problemen met de zenders en de generatoren hadden we veel tijd over om te spelen in de studio. Dus maakten we allerlei behoorlijk rauwe en smerige liedjes over de verschillende presentatoren. Toen we eenmaal weer testuitzendingen uitstraalden kwam het zo ver dat deze songs als onderdeel van de testen werden uitgezonden. Dit resulteerde erin dat één van ons meerdere malen werd ontslagen.

19 Edwards: Wat herinner je het meest van de periode dat je voor Radio Caroline en Radio Mi Amigo hebt gewerkt?
  Barrington: Weinigen krijgen de kans hun dromen helemaal te vervullen. Ik heb voor heel wat radiostations gewerkt. Het is heel vreemd in het begin dat je zomaar iets kunt zeggen bij een plaat die je draait. Een goede song is vooral mooie ervaring en het is heel moeilijk aan anderen over te brengen hoe dat voelt. Dat gevoel van iets nieuws had ik daar aan boord en dat is bij de andere stations niet echt teruggekomen. Het was een ongelofelijk leuke tijd met veel plezier. Veel radiowerk is sterk overgeproduceerd en gemaakt. Bij Radio Caroline is dat nooit het geval geweest. Het was spontane radio. Natuurlijk was een boel van de programmering in het begin beschamend en pathetisch, maar het was heel duidelijk dat je, naarmate je er langer werkte, steeds meer groeide in de vorm van presentatie. Een goed, maar vreemd gevoel en als ik het weer over mocht doen zou ik het direct weer doen. Zoals ik al zei, heb ik voor heel veel stations gewerkt en de periode op het zendschip heeft een heel duidelijke indruk op mijn ontwikkeling gemaakt.
20 Edwards: Wat voor leuke momenten kan je je zoal herinneren van de tijd op het zendschip?
  Barrington: We haalden nogal wat grappen uit met elkaar. Heel veel daarvan kun je teruglezen in het boek "Last of the Pirates" van Bob Noakes. Alleen de grappen, die we met hem uithaalden, vind je niet terug in het boek. Om de één of andere reden had hij zich op een bepaald moment opgesloten in zijn hut en omdat het nogal lang duurde hebben we geprobeerd hem uit te roken met sigarettenrook via een stofzuigerslang, maar het lukte ons niet hem uit zijn cabine te krijgen. We zijn vervolgens op het dek gegaan en in iedere cabine zat een stormglas, waardoor je naar binnen en buiten kon kijken. Vervolgens hebben we een grote blauwe waszak gepakt, deze gevuld met peper en butaangas en een lucifertje er bij gehouden voor het raam van zijn hut. Er volgde een behoorlijk harde knal en Bob kwam vuurrood en schreeuwend tevoorschijn, dreigend ons allemaal voor het gerecht te zullen slepen. Gelukkig hebben we hem kunnen overtuigen dat niemand veroordeeld kan worden over wat op de vrije zee gebeurt.
  Reclame voor de Mi Amigo Suzy Wafels

Anderson: Binnen de commerciële radio vanaf zee wordt alles wat je doet, alles wat je gebruikt, je apparatuur, je zenders, je hypotheek en zelfs je eten betaald door de sponsors en dus wordt je betaald om het product van je sponsor te promoten. "Suzy Wafels, in chocolade," dat zijn woorden die ik mijn hele leven niet zal vergeten. Norman en ik besloten op een avond te kijken of die befaamde wafels ook zouden kunnen drijven op de Noordzee en dus gooiden we de één na de andere wafel tijdens het programma in het water. Bovendien werden er door ons nogal wat kritische opmerkingen geplaatst over de sponsor. Ik denk niet dat er ooit op een ander commercieel station, waar dan ook ter wereld, zo negatief over één en hetzelfde product is gepraat.

  Barrington: Als gevolg van deze negatieve vorm van reclame kwamen we in serieuze problemen met onze Caroline-directeur Ronan O'Rahilly. Hij belde ons in het kantoor, toen we voor verlof aan land kwamen en zei ons dat we totaal gek waren geworden en voegde er aan toe dat als we het nog een keer zouden doen, we meteen zouden worden ontslagen. De directeur van Radio Mi Amigo, die tevens directeur-eigenaar van de Suzy Wafels fabriek was, vond het daarentegen helemaal te gek en vond dat we meer van dergelijke grappen moesten maken.
  Barrington: Wat mij zo in gedachten komt, is het onwezenlijke van het geheel. Je was er van overtuigd dat het van de één op de andere dag plotseling gebeurd zou kunnen zijn. Het leek erop of je in geleende tijd leefde en werkte. Ook de luisteraars hadden dit idee hetgeen je terug kon halen uit de reacties van de vele post die we ontvingen. Het was een mooie mix van directheid, romantiek en drama tezamen. Het enige dat tegen zat was de enorme RF invloed van die enorm hoge zendmast. Maar, het gevoel in de ether te zijn en de feedback te krijgen van de luisteraars, was enorm. Als je aan boord van een schip, midden op de Noordzee zit, kun je je echt niet voorstellen dat er zoveel mensen naar je luisteren en wel omdat je er zo geïsoleerd zit. Alleen vanwege de enorme respons via brieven en de herkenbaarheid van je, door mensen aan land, die je nooit eerder hebt gezien, overtuigen je van de kracht van het medium en leveren je een enorme ervaring op.
21 Edwards: Kregen jullie veel bezoekers op zee?
  Anderson: Veel luisteraars bezochten ons via de haven van Scheveningen. De schippers daar maakten heel veel geld door de aanwezigheid van de zendschepen voor de kust. Je had van die dagjesbezoekers die de schepen wilden aandoen. Ze waren afkomstig uit allerlei landen uit West Europa en ze wilden dus foto's van de drie zendschepen maken. Nu kan ik me wel voorstellen dat mensen foto's wensten te maken van de MEBO II, dat een prachtig kleurrijk schip was en ook wel van het Veronicaschip en wel omdat Radio Veronica één van de beste radiostations was, die ik ooit gehoord heb. Maar het Caroline-schip zag er daarentegen niet uit. En bovendien maakten we er soms misbruik van door verrotte aardappelen op te sparen om die vervolgens weer te kunnen gooien naar de mensen die naar ons kwamen kijken, via de vissersschepen uit Scheveningen.
22 Edwards: Wat hebben jullie zoal gedaan sinds de tijd dat jullie Radio Caroline hebben verlaten en hoe was eigenlijk het gevoel toen je er eenmaal weg ging?
  Anderson: Ik zag opeens de kracht van het medium radio. De avond dat Veronica uit de ether was gegaan waren er duizenden luisteraars in de haven van Scheveningen die in stilte protesteerden tegen de close-down en als de toenmalige minister van Doorn daar was geweest was hij zondermeer de haven ingegooid. Ik was van plan bij Radio Caroline te blijven toen het op 31 augustus 1974 officieel illegaal werd, maar ik kreeg een baan aangeboden bij RNI, dat naar Italië zou gaan, en haar naam zou veranderen in Radio Nova. Dit ging helaas niet door en ik besloot naar huis terug te gaan. Ik werkte in een fabriek waar wc-papier werd gemaakt, hetgeen zeer vervelend werk was. Gelukkig had een verstandige zakenman een radiostation in de fabriek gepland. Vervolgens ging ik naar Radio Tees, waar ik zes jaar bleef werken tot 1981. Daarna werd ik programmaleider bij Morray Firth Radio, in het noorden van Schotland. In 1988 kreeg ik de onderscheiding voor de meest creatieve man binnen de Britse radio-industrie.
  Logo van Brian Anderson's bedrijf Window Communications, dat programma's maakt voor China, Mongolië (Blue Sky radio) en Vietnam (Radio The Voice of Vietnam)

Vervolgens ging ik naar China om een documentaire over het land te maken. De autoriteiten wilden me niet betalen. Integendeel, in ruil voor faciliteiten moest ik juist de autoriteiten daar betalen. Niet veel later richtte ik een bedrijf op in het land en was ik de allereerste westerling die popprogramma's maakte in het land. Alle programma's werden trouwens in het Chinees gepresenteerd.Tegen het einde van 1998 waren er liefst vier westerlingen die er in totaal 65 uur aan programma's presenteerden, die in liefst 14 steden werden uitgezonden. Per jaar haalden we de laatste jaren liefst 1 miljoen dollar aan reclamegelden binnen. De reden dat we in dat land succes hebben, komt doordat het daar zo'n 10 jaar geleden allemaal hetzelfde klonk op de radio en het bovendien allemaal vervelend overkwam. We hebben daar als eerste de muziekradio, zoals wij die kennen, geïntroduceerd. Het herinnert me aan mijn jeugd dat ik op de fiets naar de radio luisterde en het erop leek of de lucht met magie was gevuld. We hebben datzelfde gevoel de laatste tien jaren overgebracht bij de jeugd in China. Ik denk dan ook dat we zo de spirit, die we bij Radio Caroline al hadden, nu op miljoenen Chinezen hebben overgebracht. De afgelopen zomer ben ik onder meer in Albanië geweest en heb daar radioprogramma's gemaakt voor de vluchtelingen uit Kosovo en Montenegro.

  Barrington: Toen ik Radio Caroline in 1974 verliet, was ik nogal gedesillusioneerd hoe het een en ander was gelopen en besloot ik de radio de rug toe te keren. Ik wilde er niets meer mee te maken te hebben. Ik ging terug naar Schotland, ging het boerenleven leiden en trouwde en bouwde aan een gezinnetje. Desondanks bleef ik radio in mijn gedachten houden en op een bepaald moment kwam er de kans betrokken te worden binnen de lokale radio in noordoost Schotland. Brian was zo vriendelijk me de laatste jaren ook wat werk te geven binnen de radiowereld en zodoende heb ik, op freelance basis, de afgelopen jaren programma's gemaakt, gericht op de luisteraars in Mongolië. Ik ben dus nog steeds "radio-actief" en ook veel bezig met het internet want, net als de radio, is dat ook een manier van tweezijdige communicatie.
23 Edwards: Wat vond je van de Caroline-programmering in de late zeventiger jaren in vergelijking met wat jullie in het midden van de jaren zeventig op de radio deden?
  Barrington: Om eerlijk te zijn was datgene wij deden totaal anders wat Radio Caroline in de jaren zestig bracht. We gebruikten de naam en het zendschip en enige programma-ideeën. Voor de rest klonken we totaal anders maar toch sloeg het aan bij de luisteraars. De tijden gingen voorbij en in de jaren tachtig klonk het station weer totaal anders dan wij het in de jaren zeventig hadden neergezet. Het droeg nog steeds de naam van Radio Caroline. Om compleet te zijn kun je stellen dat elk decennium zijn eigen klank en eigen luisterschare voor Caroline had.
  Anderson: Radio Caroline veranderde het totale Britse radiosysteem. Toen ik Radio Caroline eenmaal had verlaten, heb ik er nooit meer naar geluisterd. Als je in radio gelooft en tevens in veranderingen dan moet je er zelf bij betrokken raken om veranderingen door te zetten. Radio Veronica als zeezender was pure geluidskunst. De VOO heeft destijds de stap in het omroepbestel gemaakt en er mede voor gezorgd dat het bestel duidelijk is veranderd in Nederland. "Turn Turn Turn" van The Byrds ("To everything there's a season") zegt het heel mooi. Ook wij hebben onze tijd gehad.
24 Van links naar rechts: Chris Edwards, Norman Barrington en Brian Anderson

Edwards: Hoe kun je het verklaren dat we na een kwart eeuw nog steeds over Radio Mi Amigo praten, naar cassettes van het station luisteren en video's over het station bekijken?

Anderson: Het eerste meisje waar ik ooit verliefd op werd heette Moira. Wie is het eerste meisje waar jij ooit verliefd op bent geweest? Iedereen herinnert zich de eerste echte liefde.

  Barrington: We hebben allemaal zo onze bezittingen en herinneringen. Het kan een object zijn dat ons door onze ouders is gegeven. We hebben allemaal dingen die ons terug brengen naar ons verleden en radio was een onderdeel van ons leven een kwart eeuw geleden. Voor veel luisteraars was de radio een onderdeel van het groeiproces. De speciale ervaring om iemand vanuit de radio tegen je te horen spreken op een niveau, dat je kon begrijpen, is een ervaring die we ons altijd willen en zullen herinneren.
  Anderson: Een ding waar we het nog niet over hebben gehad is de muziek. Tamla Motown, Beatles, Beach Boys. De BBC draaide die muziek niet en de zeezenders hebben dat allemaal veranderd. En als diie muziek er niet was geweest, waren wij niet tot zulke leuke dingen in staat geweest. Maar omdat we de luisteraars zoveel soorten muziek lieten horen, leidde dit tevens tot een enorme creatieve explosie bij artiesten. Die kregen er immers met de komst van de muziekradio ook een creatief platform bij.
25 Edwards: Wat denken jullie over mensen als onszelf, die nog steeds over het verleden van de zeezenders praten. Zijn we misschien gek?
  Barrington: Er zijn drie vormen van gekheid en ik denk dat deze vorm de juiste is, de prettige manier van gek zijn.
  Anderson: Ik ben een anorak, ik zou heel graag Fred Bolland, Peter van Dam en Graham Gill weer een keer willen zien. Ik heb "We love the pirate stations" en materiaal van Radio London op CD, ik ben dus ook een verzamelaar.
26 Edwards: Denken jullie dat er geen toekomst voor zeezenders meer is?
  Anderson: Ik denk dat alles op de wereld enorm snel verandert en ik heb behoorlijk wat veranderingen meegemaakt. Ik denk ook niet dat je de zeezenders nog echt nodig hebt. Ik denk dat vooral de televisie voor veranderingen staat en dat je dit medium echt niet alleen via de officiële kanalen hoeft te laten maken. Radio is zomaar een manier waarop mensen kunnen communiceren. Er zijn tegenwoordig vele manieren van communicatie mogelijk en als er nu een minister Van Doorn in Den Haag in de regering zou zitten, niemand zich daa druk over zou maken. Ik denk dan ook dat je geen boot meer nodig hebt op de Noordzee. Je kunt je radio, net zoals ik, in een aktetas hebben zitten.
  Een recente foto van Norman Barrington in de studio aan boord van de Mebo III, de thuisbasis van Radio NorthSea International (1999)

Barrington: Ik ben het met Brian eens, hoewel dat niet wil zeggen dat we geen zeezender meer zullen krijgen. Bepaalde mensen hebben het idee van een zeezender altijd leuk gevonden en er blijven dan ook altijd mensen die eerder gebruikte ideeën opnieuw willen invoeren. Het is dus mogelijk dat er op een bepaald moment plotseling weer een zeezender is. Maar om onder alle overheidsregels weg te blijven is het internet op dit moment de plek om communicatief bezig te zijn, een plek dus om in de gaten te houden.

  Anderson: Het mooie aan de jaren zestig en zeventig was, dat we dachten dat we de gehele wereld konden veranderen. We waren natuurlijk goed gek, maar brachten toch een vonkje over. Misschien dat ik te oud word maar als ik nu naar mensen van rond de twintig kijk, zie ik dat niet. Ze hebben niet dat beetje aan vonkjes dat een ander kan oppikken. Als er weer een zeezender mocht komen is het niet aan onze generatie maar aan de nieuwe generatie om een dergelijk station te runnen. We herinneren ons die tijd allemaal zo goed, omdat we in die tijd jong waren. Wij stonden toen voorop om luidruchtig te protesteren als we het met iets niet eens waren. Bij de jeugd van nu zie ik die houding bij lange na niet. Ik vind dat soms best wel beangstigend.
   
Previous
  Op de geluidsfragmenten bij dit artikel rusten copyrights. Ze worden hier gebruikt volgens de regels van "fair use" en "academic quoting".
  2000 © Offshore Echo's Magazine / Soundscapes