Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 2
maart 2000

Pioniers, duimzuigers en mislukkelingen

 





  In de marges van de geschiedenis van de zeezenders (1938-1973)
door Hans Knot
Previous
  Rechts: De US Courier

Als in een gesprek tussen trouwe radio-luisteraars uit de jaren zestig en zeventig het woord zeezender valt, komen al snel de namen bovendrijven van stations als Radio London, Radio Caroline, Radio Veronica en Radio Noordzee. Maar er zijn op zee talloze radiopioniers geweest die aan deze stations vooraf gingen. De alleroudste zeezenders zijn hier al eens aan de orde geweest. Ook de namen van de Voice of Slough en Great Britain OK zijn in dit tijdschrift al eens gevallen. Maar, er zijn meer van die projecten in de marges van de zeezender-geschiedenis. Een twaalftal wordt hier kort behandeld. Op een enkele uitzondering na — zo zal duidelijk worden — waren ze niet bepaald succesvol. Hans Knot neemt u mee terug naar de jaren tussen 1938 en 1973.

 
1 Estaçion Piranaica. Propaganda is een belangrijk strijdmiddel in oorlogstijd. Voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog werden voor dat doel onder meer schepen ingezet om vanuit internationale wateren een politieke radio-boodschap te verkondigen. In 1938 kwamen de Duitse communisten al op het idee een schip, de MV Baltic, uit te rusten al zendschip en te gebruiken voor het brengen van programma's doorspekt met anti-Hitler propaganda. In dit geval bleef het bij een idee. Kort daarop werd het plan echter overgenomen door Spaanse communisten die het daadwerkelijk tot uitvoering brachten. In 1941 verankerden ze een Sovjet-trawler verankerden in de Baltische Zee. De Spanjaarden hadden op het schip onder meer een korte-golfzender laten installeren om daarmee de programma's van "Estaçion Piranaica" uit te zenden. Die naam was gekozen om de indruk te geven dat het station actief was vanuit de Pyreneeën. Aan de uitzendingen vanaf het zendschip, grotendeels gevuld met anti-Franco propaganda, kwam vrij spoedig een einde. Vervolgens werden de programma's uitgezonden vanuit verschillende voormalige Oostbloklanden en vandaaruit gericht op Spanje. Vanaf 1976 tot 1988 gebeurde dit tenslotte alleen nog vanuit Roemenië.
2 Links: de antenneballon van de MV Courier die werd gebruikt bij Panama

Voice of America (1). Ook de Amerikanen maakten tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruik van een drijvend radiostation. De US Operational Forces installeerden het station aan boord van de USS Texas, dat verankerd lag in de Middellandse Zee. Tegelijkertijd met de verankering vond de oprichting van "The Voice of America", de VOA, plaats. Het doel was in eerste instantie anti-Nazi propaganda uit te zenden en bovenal de waarheid omtrent oorlogsgebeurtenissen te laten horen. De allereerste uitzending vanaf dit schip vond plaats op 7 november 1942 via de 601 kHz. Men gebruikte hiervoor een zender met een vermogen van 5 kW en de programma's werden vooral gericht op de inwoners van Noord-Afrika. Niet veel later, even voor de jaarwisseling van 1942 naar 1943, werden de programma's echter al weer stopgezet.

3 Rechts: antennemast aan boord van de US Courier

Voice of America (2). Eind 1944 besloot de Amerikaanse regering andermaal om tijdelijk een schip in te richten als basis voor een zender van de "The Voice of America". Ditmaal ging het om de US Phoenix. Dat schip werd ingezet in de Chinese Zee met als doel vooral de landen in het Verre Oosten te bereiken en om hun inwoners de juiste informatie te kunnen verstrekken inzake de strijd tegen de Japanners. Aan boord was, voor die tijd, een aanzienlijk zenderpark aanwezig, bestaande uit twee korte golfzenders en een AM-zender. Na de capitulatie van de Japanners werd het zendschip weer teruggetrokken uit de Chinese Zee.

4 Radio Euzkadi. We gaan weer even terug naar Spanje. Na de oorlog bleef generaal Franco daar aan de macht. Daartegen richtte zich Radio Euzkadia, een Spaanstalig project waar verder zeer weinig van bekend is. Radio Euzkadi werd opgezet door de Spaanse regering in ballingschap, die zich via deze programma's wilde afzetten tegen het regime van president Franco. De regering had haar basis in Baskenland en het enige dat bekend is van het schip is dat het tussen 1950 en 1953 enige malen actief is geweest als zendschip vanuit de Zuid-Franse haven Bayonne. Onder druk van de Spaanse regering maakten de Franse autoriteiten een einde aan de programma's. Later, vanaf 1965 tot en met 1976, zou het station als kortegolfzender weer terugkeren vanaf een locatie in Venezuela.
5 Links: technische uitrusting aan boord van de MV Courier

Voice of America (3). Intussen zijn we beland in de jaren van de Koude Oorlog. Op allerlei mogelijke manieren probeerden zowel het West- als het Oostblok van het begin van de jaren vijftig om elkaars volkeren via de radio te bombarderen met propaganda. Eén van die radiostations is de geschiedenis ingegaan als "VOA Dodecanese Islands". Het ging van start in september 1951 via onder meer de 1390 kHz in de middengolf. De zenders hadden nog een tweede functie. Ze dienden als stoorzender om de propaganda vanuit het Oostblok te weren van de westerse radio-ontvangers. Voor dit doel werd door de Amerikaanse regering een 3805 ton zware vrachtvaarder, de MV Doddridge, aangeschaft en herbouwd tot zendschip. Het schip werd ingericht met drie zenders waarvan er een — de AM zender — een vermogen had van 150 kW. De beide andere, kortegolf, zenders hadden een vermogen van 35 kW.

6 Rechts: de antenne-"feed" van de US Courier

Geavanceerde apparatuur. Aan boord van de Doddridge was de meest geavanceerde apparatuur ingebouwd. De draaitafels waren onder meer op een dergelijke manier verzwaard dat de programma's ook tijdens zwaar weer normaal een doorgang konden vinden. De totale kosten voor de herbouw en uitrusting van het zendschip kwamen uit op 3,5 miljoen dollar. Het lag trouwens in de bedoeling van de Amerikaanse regering om een keten van dergelijke stations over de gehele wereld te leggen, hetgeen nooit is gerealiseerd. Als basisnaam voor dit project werd gekozen voor de naam "Radio Vagabond". Nadat het zendschip in 1951 werd herdoopt in US Coastal Messenger en men geruime tijd de landen achter het IJzeren Gordijn had gebombardeerd met propaganda, verhuisde men naar het Caribische gebied waar op 2 april 1952 in het Panamakanaal de programma's een aanvang namen. Het was in die periode dat het schip haar derde naam kreeg, de US Courier.

7 Links: de antenneballon van de US Courier wordt opgeblazen

Panama. Het "World Radio Handbook" gaf in het volgende jaar aan dat men gebruik maakte van de 1390 kHz. Dit was een officieel aan Panama toegewezen frequentie en heden ten dage wordt deze onder meer gebruikt door "Radio Super Sol", dat eerder bekend was onder de naam "Radio Atlantico". Op deze locatie maakte men op de Courier onder meer gebruik van een met helium gevulde ballon als antenne, een experiment dat in de jaren tachtig zou worden nagedaan door de Laser organisatie. Nadat de Courier haar taken had volbracht in het Caribische gebied vertrok het naar een nieuwe bestemming. Het was in de zomer van 1952 dat het schip andermaal de Middellandse Zee opvoer en bij het eiland Rhodos voor anker ging.

 
  Boven: zendermelding van Station Dodecanese Islands in het "Internationales Handbuch für Rundfunk", 1959, pagina 364
8 Links: QSL van de US Courier (uit het bezit van het Committee to Preserve Radio Verifications, Boston)

Hongaarse opstand. Op 7 september werden de uitzendingen van de VOA vanaf die locatie bij Rhodos hervat. De propaganda-uitzendingen vanaf de US Courier werden vervolgens jarenlang vanaf de nieuwe ankerplaats uitgezonden en werden bijvoorbeeld in 1958 vooral gericht op de inwoners van Hongarije om ze te steunen en de waarheid te brengen tijdens de "Hongaarse Opstand" tegen de Sovjetindringers. In 1964 werd het zendschip uit de Middellandse Zee teruggetrokken aangezien de programma's vanaf dat moment vanaf een nieuwe locatie werden verzorgd, namelijk vanaf het eiland Rhodos.

9 Rechts: de US Courier voor de kust bij Malta

Leeds University. Bij elkaar telt de geschiedenis van de zeezenders ruim honderd mislukte projecten. In het boek "Offshore Radio" van G. Bishop worden er daar een aantal van genoemd waarover ik elders niets kon terug vinden. Bij een van deze projecten zou het gaan om "Leeds University", hoewel ook de naam "Radio Rag" werd genoemd. De initiatiefnemers zouden, vanaf het jacht Carmen, een aantal dagen lang — tussen 21 en 24 juni 1964 — programma's gaan uitzenden in internationale wateren bij Harwich. Bishop meldde verder dat drie van de bemanningsleden vanwege zeeziekte weer aan land waren gegaan en dat er door niemand iets aan land werd ontvangen. Pas in 1988 vond ik zelf een aantal berichten terug omtrent dit project in een krantenarchief in Engeland. Daaruit bleek dat het ging om een project dat alle trekken had van de jaren zestig en de beweging van kritische studenten.

10

Anti-apartheid. Zo wist een van de kranten te melden dat het ging om studenten die naast muziek ook anti-apartheid programma's zouden verzorgen. Hun schip was een 26 feet lange sloep die buiten Harwich zou worden gesleept. Drie man gingen met een kleine zender aan boord de zee op maar moesten zich na een aanval van zeeziekte weer terugtrekken in de haven. Men wilde de 197 meter in de middengolf gaan gebruiken voor de programma's. De volgende dag besloten de drie, allen 19 jaar oud, andermaal buitengaats te gaan. Het gevonden bericht meldde tevens dat de studenten van de universiteit van Leeds niet in staat waren geweest de uitgezonden programma's te ontvangen, hoewel een zendamateur wel iets had gehoord. Men had het plan de sloep in de omgeving van de schepen van Radio Atlanta en Radio Caroline te verankeren. Diezelfde dag, een zaterdagmiddag, keerde men terug naar Harwich gezien het niet langer was uit te houden op hun rode jacht. Een andere krant meldde dat op de zondag er een vervangende bemanning was aangemonsterd waardoor het mogelijk was geworden alsnog de programma's uit te zenden. Ook zij kwamen in de problemen gezien men het anker verloor. Door het schip, de Carmen, aan een boei vast te maken, stelde men de programma's gedurende vijf uren via de 197 uit te hebben gezonden. Indien men echt heeft uitgezonden moet het slechts op een zeer laag vermogen zijn geweest gezien niemand, behalve de eerder genoemde zendamateur, de programma's heeft gehoord.

11 Radio Free Yorkshire. Een heel andere vorm van protest, ook uit 1964, kwam van "Radio Free Yorkshire". Slechts enkele mensen hebben het signaal van dit station gehoord en het is niet duidelijk of er inderdaad sprake was van een schip dan wel dat er gebruik werd gemaakt van een zender die opgesteld stond aan land. Op 5 juli 1964 was dit station in de ether, zoals men zelf stelde vanaf een boot, verankerd voor de kust van Bridlington. Gedurende een paar uur, op deze zaterdagavond, werd het idee van John McCallum gerealiseerd. Als kandidaat voor de lokale verkiezingen in Howden, voor de "Liberal Party" had hij tezamen met John Crawford het plan gemaakt om het station in de ether te brengen om daarmee aan te tonen hoe gevaarlijk piraterij vanaf zee kon zijn en om te protesteren tegen de condities die deze vorm van radio mogelijk maakten. Als antenne gebruikte men, aldus een van de luisteraars, een ballon die gevuld was met helium.
12 Rhodesië. Op 19 april 1966 vielen de eerste berichten te lezen omtrent een plan van de Britse regering waarin men overwoog een groot propaganda-offensief te beginnen tegen de Rhodesische regering van Ian Smith, aangezien diplomatieke maatregelen tegen het apartheidsbeleid van Smith geen effect hadden gehad. Men dacht hierbij aan het inschakelen van radioschepen omdat de Britse zender in Beetsjoeanaland niet naar tevredenheid werkte. Wilson zou tot deze plannen zijn gekomen na een vergadering met zijn voltallige kabinet, versterkt met de Britse ambassadeur in Zuid Afrika, Sir Hugh Stephenson, en Wilson's speciale adviseur voor Afrikaanse aangelegenheden, Malcolm MacDonald. Op de vergadering werd besloten nogmaals een beroep te doen op de toenmalige Zuid-Afrikaanse premier Verwoerd om niet langer zijn steun te verlenen aan oliezendingen uit Zuid-Afrika aan Rhodesië. De zender in Beetsjoeanaland werd enkele maanden daarvoor opgericht om de uitzendingen van de "World Service" te relayeren. Acties van Rhodesische stoorzenders hadden de effectiviteit echter sterk verminderd. Enkele maanden eerder had Wilson al verklaard te denken aan een zeezender voor de kust van Mozambique, gelijk aan de opzet van Radio Caroline.
13 Links: Ronan O'Rahilly (rechts), hier in gesprek met Dick Palmer

O'Rahilly. Aangenomen moet worden dat de plannen niet al te serieus waren. De regering Ian Smith reageerde echter wel serieus en stelde dat wanneer er een zeezender zou komen hij zelf een schip in de Indische Oceaan zou leggen om als stoorzender te dienen. Tevens ging hij nog een stapje verder door Ronan O'Rahilly, de directeur van de Caroline-organisatie, te benaderen hem te adviseren een zendschip in te richten waarvoor Caroline in ruil grote reclame-opdrachten zou krijgen uit Rhodesië. Ronan weigerde op de voorstellen in te gaan. Daarna werd een gelijksoortig verzoek aan de organisatie van Radio London gedaan waarop niet eens door directeur Birch en de zijnen werd gereageerd. Ook de ZAPU, de Rhodesische Afrikaanse Nationalistische Partij, verklaarde een zendschip te willen neerleggen in de Indische Oceaan om anti-regeringsprogramma's te gaan uitzenden.

 
14 Beatmuziek met propaganda. Het idee van Smith bestond uit een station dat beatmuziek zou moeten gaan uitzenden, afgewisseld met nieuwsbulletins en propaganda-uitzendingen. Hij verklaarde dat een ambtenaar naar Europa was gestuurd voor onderhandelingen voor de aankoop van een schip en dat de zender zo krachtig zou worden dat geheel Engeland kon worden bereikt. Het schip zou onder een vlag van een Rhodesië bevriende natie komen te varen, gezien de Britse marine een Rhodesisch vaartuig zonder meer direct zou betreden en in beslag nemen. De Britse regering stelde destijds erg ongerust te zijn omtrent de plannen van Smith en een woordvoerder verklaarde niet te weten hoe men uitzendingen van een dergelijk station zou moeten voorkomen. Van geen van de genoemde projecten is overigens ooit iets terecht gekomen.
15 Voice of Peoples Liberation Army. Dan komen we langzaamaan in de jaren zeventig terecht. In 1970 werden de eerder omschreven projecten van de VOA waarbij vooral propaganda via zendschepen werd verzorgd, overgenomen door de Sovjet Unie in haar strijd tegen de Chinese regering. In dat jaar werd er in diverse kranten melding gemaakt van de uitrusting van liefst vier schepen voor dit doel, hetgeen zou geschieden in de haven van het Poolse Gdansk. In die tijd was de haven van Gdansk voor westerse journalisten verboden gebied en kon op geen enkele wijze de waarheid worden achterhaald. Wel werd er in de berichtgeving gesteld dat de uitrusting zou geschieden met zeer krachtige kortegolfzenders. In 1971 werd er in diverse DX-programma's en in DX-magazines andermaal melding gemaakt van de zendschepen, die als basis zouden dienen van propagandazenders die actief waren onder de naam "The Voice of the Peoples Liberation Army". Ontvangstberichten werden er gemeld via de 15050 kHz, waarbij in de Engelse taal de Chinezen werden "onderwezen" door de Sovjet-autoriteiten. Veel later, in 1979 en 1980, zou een ander anti-Chinees station, "De Oktober Storm" hebben uitgezonden vanuit de Chinese Zee. Radio Flash, genoemd naar een Chinese krant voor intellectuelen, was het station van de Radiodiffussion Central and Popular of Peking. Dit station is gedurende 1983 een aantal maanden dagelijks op verschillende tijdstippen actief geweest via de 7225 kHz. Het vermoeden bestaat dat men, vanaf hetzelfde schip, ook onder andere namen en via andere frequenties met anti-Chinese propaganda-uitzendingen actief is geweest om op die manier te laten doorschemeren dat het andermaal om een nieuw station zou gaan.
16 Rechts: Pistolen Paultje, omlijst door twee bodyguards in zijn Amsterdamse appartement aan het eind van de jaren tachtig

Radio Free Greece. Op 23 maart 1970 maakte de organisatie van "Canadezen voor een Vrij Griekenland" bekend dat een radiostation vanaf een jacht was begonnen met driedaagse proefuitzendingen. De leidster van de groep, Janet Rosenstock, zei dat het doel was: "De Grieken te tonen dat er steun voor hen is buiten Griekenland en tevens onbevooroordeelde, ongecensureerde nieuwsberichten te geven." Volgens Janet werd er elke avond een speciale boodschap uitgezonden van de afgezette leider Andreas Papandreoe, die enkele jaren eerder door Paul Wilking (Pistolen Paul) uit Griekenland was gesmokkeld en in Amsterdam verbleef. De voormalige premier was op dat moment leider van de zogeheten "Pan-Hellenistische Vrijheidsbeweging".

17

Malta. Papandreoe riep in de toespraken op tot lijdelijk verzet tegen het kolonelsbewind. Slechts drie dagen duurden de programma's, daar er te weinig geld voorhanden was. "Radio Free Greece" begon haar uitzendingen vanaf de MV Hebe, die in internationale wateren, ter hoogte van Malta, lag. De programma's, verzorgd in de Griekse taal, werden uitgezonden via de 15070 kHz en als adres werd 8 Esterbrooke Avenue, 22, Willowdale in Ontario Canada gebruikt. De programma's werden vrijwel direct na de start gestoord door een krachtige stoorzender van het Griekse militaire regime. Enkele weken na de uitzendingen werd door de organisatie bekend gemaakt dat spoedig een sterkere zender zou worden aangeschaft die de definitieve uitzendingen mogelijk zou moeten maken.

18 Radio SOR. Behalve voor propaganda-doeleinden werden zendschepen ook ingezet voor het brengen van religieuze boodschappen. Zo liet onder meer dominee Gerard Toornvliet in 1970 zijn — van te voren opgenomen — stem horen via het station "Capital Radio" vanaf de MV King David. Het duurde maar kort, omdat het schip in het najaar van 1970 bij Noordwijk aan het strand liep. Voor Steph Willemsen betekende dat niet het einde van het maken van idealistische programma's. In 1972 kocht hij voor fl. 30.000,- de MV Zeeland met de bedoeling het schip te gebruiken voor een soortgelijk idealistisch station, "Radio Condor". Maar dat is niet het verhaal dat we hier willen vertellen. Aan "Condor" ging nog het een en ander vooraf, dat hier wel op zijn plaats is: het verhaal van Radio SOR, de "Stichting Operatie Radio", en de Hendrik Jan. We spraken Steph Willemsen daar later over.
19 Rechts: De MV King David voor de kust van Zandvoort

Topzwaar. In Willemsen's eigen woorden ging het alemaal als volgt: "Na het stranden van dat schip was voor ons de kous nog niet af. Eén van de medewerksters van dominee Toornvliet had een kennis in Haarlem die een schip had, waarmee de uitzendingen eventueel hervat zouden kunnen worden. Het betrof hier de Hendrik Jan. Ik kan direct wel zeggen dat het idee leuk was maar het geheel een flop. De juffrouw in kwestie was veel te enthousiast en ondanks allerlei waarschuwingen dat een dergelijke boot niet inzetbaar was, dramde ze door en mislukte het project. Mij werd gevraagd om voor zendapparatuur en recorders te zorgen. Gelukkig was ik zo verstandig om alle apparatuur aan land zendklaar te maken en nog niet aan boord te brengen. Later had ik hier echt geen spijt van. Ik herinner me dat al snel werd gesteld dat het scheepje, indien het op de Noordzee zou worden verankerd, bij het eerste zuchtje wind van het anker zou slaan. Het schip bleek domweg te klein. Volgens een ingenieur kon er een mast van slechts 20 meter hoogte op en afgezien van het feit dat het scheepje nog geen 30 meter lang was, was het ook nog topzwaar omdat er een geheel andere bovenbouw was opgezet. Daardoor was de stabiliteit geheel verloren was gegaan. Het was een prachtig mooi jacht voor de binnenwateren, maar zeker niet geschikt voor gebruik tijdens windkracht 4 of meer."

20 Rechts: De Hendrik Jan in 1971 aan de Jan Gijzenkade bij het Noorder Spaarne in Haarlem

Portugezen. Er ging een gerucht, als zou een aantal illegale Portugezen bij het project vanaf de Hendrik Jan betrokken zijn geweest. Toen we Willemsen daarnaar vroegen, antwoordde hij: "Het lijkt er inderdaad allemaal erg veel op, maar het klopt niet precies. Het is zo dat de politie in Haarlem, waar het schip lag afgemeerd, wist dat die mannen legaal in Nederland verbleven. Ze hadden hun huur bij het pension opgezegd om met de eigenaar van de Hendrik Jan, Bob Peeters, in zee te gaan ..." Vervolgens geheel afwijkend van de vraag: " ... de man, die de boot moest varen kreeg voorgewend dat hij de eigenaar van de Hendrik Jan was, maar u wilde weten hoe het verder was gegaan met de Condor?" Toen we zeiden dat beide zaken met elkaar te maken hadden, zei Willemsen: "Condor komt voort uit Capital, weliswaar via de zijweg met de Hendrik Jan. Dat schip is trouwens nooit uit de Spaarne in Haarlem geweest. Zoals ik al stelde had ik alles gereed staan, de zenders en de studio-apparatuur. Ik had het allemaal uitgetest en het was op een redelijke afstand te ontvangen. Gezien we door hadden dat het niets met de Hendrik Jan zou worden zijn we zelf op zoek gegaan naar een ander schip."

21 Links: Steph Willemse achter de piano aan boord van de Condor (1973)

Nooit naar zee. Willemsen ging voor ons te vlug over onze laatste vraag heen hetgeen reden genoeg was om andermaal in diverse krantenrubrieken te duiken om te zien of er iets te vinden was omtrent de Hendrik Jan. Begin januari 1971 zijn er de eerste berichten te lezen: "Duidelijk disproportioneel ligt de voormalige viskotter Bruinisse 41 zich ingevroren te vervelen in een van de jachthaventjes aan de Jan Gijzenkade bij het Noorder Spaarne in Haarlem, met kinderachtige lijntjes vastgebonden aan een niet op zeewaardige vaartuigen berekende steiger van de jachtwerf "De Drijver". De Hendrik Jan wordt een zendschip. Niet zomaar een popkanon, gevoed met reclamekruit, maar een a-commerciële charitatieve zendpiraat, de vrije radiozender van de Stichting Operatie Radio, kortweg Radio SOR." De destijds 36-jarige Bob Peeters, initiatiefnemer achter het project, wist te melden dat er 106 man naarstig werkten aan de voltooiing van het station. Liefst 100 man zouden er achter de schermen hebben gewerkt in de administratieve sector en daarnaast waren er 6 jonge Portugezen, bestaande uit vrijheidstrijders en deserteurs, onder aanvoering van de Portugese rebel Maria Sino Garcia, actief.

22 Rechts: het Haarlems Dagblad rapporteert over Radio SOR (klik op de afbeelding voor het hele artikel)

Een vrijheidszender. Peeters zelf verklaarde: "Radio SOR zou een vrijheidszender met een christelijke, humane, sociale en vredige inslag worden. Volgens de toenmalige planning lag het in de bedoeling dat rond maart 1971 het 21 meter lange schip met een tientallen meter hoge zendmast Haarlem zou verlaten om als drijvend radiostation de zeven wereldzeeën te bestormen. De Noordzee zou als testbasis gaan fungeren. Daarna zouden we overal ter wereld, waar nodig op charitatief terrein, ons inzetten." Het project had een begroting van 180.000 gulden, waarvan een ton bestemd was voor Mevr. Oosterveld, die het schip eerder had gekocht van de vorige eigenaar. De Stichting, die nooit via een notaris is gepasseerd, zou dit bedrag in wekelijkse bedragen van fl. 500,- aan Mevr. Oosterveld voldoen indien het schip zendklaar was. Een beetje rekenaar komt er al snel achter dat het zeker zeven jaar zou duren alvorens deze schuld zou zijn afbetaald. Volgens de Telegraaf waren de Portugezen hard aan het werk: "De bemanning slaapt reeds aan boord van de (nog) tochtige en kil vochtige Hendrik Jan, waarop overdag hevig wordt gesleuteld. Een splinternieuwe centrale scheepsverwarming staat klaar op de kade. De houten betimmering zit al in het schip. De bemanning heeft ook 1970 aan boord van het schip verwisseld voor 1971. Iemand uit de buurt kwam voor de jongens één kip brengen en daarbij 25 gulden. Met zijn zevenen hebben ze de kip snel pikaan gemaakt." Peeters: "Van die 25 gulden hebben we toen olie gekocht. Wijlen dominee Toornvliet zag er heil in en gaf aan Mevr. Oosterveld, die zijn secretaresse was, opdracht het schip te kopen. Hij dacht de mazen van de wet te kunnen doorkruizen met het brengen van "De Blijde Boodschap" vanaf de Noordzee. Later kwam Toornvliet, om financiële redenen, in conflict met de SOR en leek het de charitatieve plannen te doorkruisen. Gelukkig had Oosterveld al de zenders en de apparatuur besteld en konden we met de plannen doorgaan. Derhalve maakten we met haar de afkoopprocedure."

23 Bekeringsdrift. "Toornvliet was een goede dominee, maar je kon niet op hem vertrouwen. Omdat hij zo mooi kon preken besloten we dat we wel programma's van hem zouden gaan uitzenden maar dat hij daarvoor wel weer diende te betalen. En ... 'als we bidden komt het geld er vanzelf,' heeft Toornvliet ons destijds verteld." De kranten wisten te melden dat Bob Peeters voor een bedrag van fl. 20.000,- een zender had besteld in Engeland, die eigenlijk fl. 180.000,- moest opleveren. De voor India gebouwde zender zou een vermogen hebben van 3,5 kW hetgeen een radiusbereik van 360 km zou opleveren. Peeters had nog meer plannen. Zo zou er een speciale hydraulische mast worden geplaatst zodat tijdens hevige stormen de mast neergelaten kon worden om afbreken te voorkomen. Begin januari werd de motor ter revisie aangeboden aan een machinefabriek en meldde Peeters dat men naar onderontwikkelde landen zou varen om de mensen te bekeren. Via Amerikaans voorbeeld, jingletje, plaatje en kort praatje, zouden de mensen de boodschap van de SOR worden gebracht. Ook de Portugese zaak — in die tijd was er een hevige crisis in het land — zou uitgebreid worden belicht voor de Portugese kust.
24 In het vuistje lachen. Natuurlijk waren de ideeën van Peeters leuk maar het eerste bericht liet de echte zeezenderfans al direct de wenkbrauwen fronzen. Aan het einde van het artikel stond namelijk vermeld dat men niet eens in staat was om de 150 gulden aan wekelijkse liggelden te betalen. Hoe moest het schip dan ooit als volwaardige zender op de Noordzee kunnen functioneren? Zoals eerder gemeld zouden de Portugezen, aldus geruchten, illegaal in Nederland verblijven. Het ging om deserteurs uit het Angolese leger en lieden uit het pacifistische verzet, die Portugal waren ontvlucht. Men had zich wel bij de politie aangemeld en verbleef op een tijdelijke verblijfsvergunning in ons land. Men had met moeite een baan gekregen, maar toen men hoorde van de plannen van Peeters waren ze snel overgehaald om aan het project mee te werken gezien ook eventueel voor de Portugese zaak zou worden gestreden. Reeds enkele dagen nadat de eerste berichten omtrent de Hendrik Jan in de landelijke pers verschenen liet de eigenaar van het schip de motor en andere onderdelen veilig opbergen om te voorkomen dat Peeters en zijn Portugezen het ruime sop zouden kiezen om alsnog met programma's te beginnen. Men had al lang door dat men de beloofde wekelijkse 500 gulden niet zou kunnen betalen.
25 Weggesleept en gesloopt. Het schip was trouwens totaal niet zeewaardig en dreigde in de eerste de beste storm, zelfs enkele honderden meters uit de kust, direct te vergaan. Ook de Portugezen zagen in dat hun Messias, "Capitano Peeters", toch niet de grote verlosser was en besloten in loondienst te gaan in Velsen. Peeters liet het er niet bij zitten en ging onmiddellijk op zoek naar een andere boot, die wel over een motor beschikte. Hij vond die in IJmuiden bij dhr. H. de Boer. Peeters zelf stelde dat hij de boot voor fl. 25.000,- kon kopen maar de Boer meldde dat het schip minimaal fl. 40.000,- zou gaan kosten. Uiteindelijk werd de Hendrik Jan, door de eigenaar van de werf, weggesleept en gesloopt. Peeters zat met een kater, hoewel hij er wel in geslaagd was de organisatie van dominee Toornvliet om de tuin te leiden en de nodige publiciteit te halen met zijn "fake" zeezenderproject.
26 Links: Reverend Carl McIntire

Radio Free America. In het begin van de jaren zeventig probeerde ook een Amerikaanse dominee een zeezender in de lucht te krijgen. Met zijn lotgevallen besluiten we dit artikel. Van 1965 tot en met 1973 runde dominee Carl McIntire in het plaatsje Media in de Amerikaanse staat Pennsylvania twee radiostations: WXUR AM en WXUR FM. Gezien het feit dat hij geen duidelijke loggings had bijgehouden kwam hij in ernstige problemen met de Federal Communication Commission, het orgaan dat door de regering Hoover van de VS in de jaren twintig werd ingesteld om regels op te stellen inzake het radio-gebeuren en om de naleving van deze regels te controleren. Het kwam er op neer dat in werkelijkheid McIntire niet de regel opvolgde dat bij het behandelen van geruchtmakende kwesties in de programma's beide partijen aan het woord dienden te worden gelaten. Een van de aantijgingen die tegen het station was gedaan door de FCC, betrof problemen in een talkshow, waarop luisteraars telefonisch konden reageren. Regelmatig was het voorgekomen dat luisteraars midden in een gesprek werden afgebroken en daarna beledigd, hetgeen natuurlijk veel te ver ging.

27 Regelgeving. Ondanks diverse aanmaningen vanuit de hoek van de FCC wenste McIntire de regels niet volgens het boekje te hanteren wat weer tot gevolg had dat de licenties voor beide stations werden ingetrokken. Op 5 juli 1973 verlieten beide stations de ether waarbij de dominee in de laatste uitzending verklaarde dat hij binnen 14 dagen zou terug komen via een compleet nieuw station, dat hij de naam "Radio Free America" zou gaan geven. Voor dit doel kocht hij een schip, de MV Oceanic, dat hij liet herdopen tot de MV Columbus met het idee dat deze boot binnen een paar weken zou kunnen omgebouwd tot zendschip. Het duurde echter veel langer en pas eind augustus was hij in staat het schip te laten verankeren op een positie 3 mijlen ten oosten van Cape May in Florida, net in internationale wateren.
28 Persconferentie. Op de dag dat de MV Columbus werd verankerd gaf McIntire een persconferentie waarin hij verklaarde dat binnen een dag de programma's zouden beginnen via de 1160 kHz, hetgeen niet gebeurde. Als gevolg van ernstige problemen met zowel de zender als de generatoren duurde het vele dagen alvorens Radio Free America in de ether kwam. Aangezien een zeezender voor de kust van Amerika een niet alledaags verschijnsel was, verschenen er vrijwel direct diverse journalisten aan de "piratenhorizon" om hun verhaal als eerste te kunnen optekenen. De Washington Post noemde McIntire een op land ingesloten schipper die vanaf zijn landdek regeerde over wat hij als de Moby Dick van het Vrije Woord beschouwde. Door een radiostation meer dan 3 mijlen buiten de kust te starten dacht McIntire, volgens de krant, bevrijd te zijn van de controle door overheidsorganen.
29 Gevangenis. De toen 68-jarige pastor van "The Bible Presbyterian Church" uit Collings Wood ging zelfs zo ver te stellen dat hij desnoods naar de gevangenis zou gaan om zijn gelijk te krijgen. Nu had McIntrire in de voorafgaande decennia heel veel succes gehad, waarna plotseling zijn "Rijk" begon af te brokkelen. Hij was in eerste instantie dominee bij de United Presbyterians maar na veel ongenoegen verliet hij deze groepering om zijn eigen kerk op te richten. Binnen een paar jaar slaagde hij erin andere kerkgenootschappen over te halen te komen tot een overkoepelende organisatie, the American Council of Churches, hetgeen spoedig werd gevolgd door een internationale organisatie, the International Council of Christian Churches. Mc Intire werd benoemd tot president van deze internationale organisatie en stond daarmee aan het hoofd van 200 fundamentele kerken uit 73 verschillende landen.
30 Tegendraads. De macht kwam hem goed te pas, want maar al te graag wilden de aanhangers van deze organisatie geld geven voor belangrijke doelen. De doelen die McIntire voorstond waren echter totaal anders dan de gelovigen dachten. In een paar jaar tijd bouwde hij zijn "rijk", bestaande uit een college, een hotel, een conferentiecentrum, drie appartementen gebouwen, grote stukken onbebouwd land in Cape Kennedy, een weekblad genaamd "The Christian Beacon" met een oplage van 145.000 exemplaren, enzovoorts. Vooral in de jaren veertig en vijftig was McIntire, mede vanwege zijn conservatieve opvattingen, ontzettend populair bij zijn aanhangers. In de jaren zestig, ten tijde van de culturele revolutie, begon zijn macht echter te tanen. Hij ging namelijk dwars tegen de draad in. Wanneer er weer eens een gewelddadige demonstratie was tegen de oorlog in Vietnam kwam McIntire weer met grote groepen demonstraten om juist vóór de oorlog in Vietnam te demonstreren. Zelfs ging hij er toe over naar Saigon te vliegen om de toenmalige vice-president van Zuid Vietnam, Nguyen Coa Ky, er toe over te halen naar Amerika te komen om pro-Vietnam oorlogsdemonstranten in diverse steden toe te spreken. De vice-president ging echter niet op deze uitnodiging in.
31 Rechts: De MV Columbus

Opvang signalen. Direct nadat het zendschip voor anker was gegaan trok een aantal medewerkers van de FCC in een hotel aan de kust om de eventuele signalen van "Radio Free America" te kunnen registreren. Een woordvoerder van de FCC verklaarde dat een rechter, nadat het eerste signaal zou zijn geregistreerd, gevraagd zou worden de kapitein van de MV Columbus opdracht te geven onmiddellijk de uitzendingen stop te zetten. Na deze verklaring was het weer de beurt aan McIntire, die verklaarde dat op geen enkele wijze tegenstand zou worden gegeven als de FCC of de kustwacht het station uit de ether zou halen omdat het er voor hem op aan kwam te komen tot een rechtzaak. "Aan boord van het zendschip zijn pistolen en geweren aanwezig, maar die zijn er alleen om onszelf te verdedigen tegen rovers."

32 Een vluchtelingenschip. Het hoofdkwartier van McIntire was in die dagen gevestigd in een hotel waar verder alleen "ouden van dagen" hun tijd plachten door te brengen in schommelstoelen. McIntire had trouwens nog een opmerkelijke uitspraak: "Ik vind dat mijn schip niet geklasseerd kan worden onder de generatie piratenzenders aangezien piraten ergens op af gaan om iets illegaal in beslag te nemen. Zie mijn schip meer als een vluchtelingenschip. Ik zie "Radio Free America" dan ook meer dan een politiek project waarvan luisteraars straks, van Maine tot North Carolina en tot Ohio in het westen, kunnen genieten, waarbij meningen worden gegeven zonder dat deze worden gereguleerd door regels van de autoriteiten." Aan boord van het zendschip waren zes bemanningsleden en twee radiotechnici die zaten te wachten op de mededeling van de dominee om de, 10 kW RCA, zender van "Radio Free America" aan te zetten.
33 Gasten. Aan journalisten had McIntire meegedeeld dat een deel van de programma's live vanaf het schip zou worden uitgezonden, waarbij gastsprekers in kleine bootjes naar het zendschip zouden worden gebracht. "Onder de gasten die ik zal uitnodigen is onder meer Jane Fonda die zich inzet als tegenstandster van oorlogen. Verder heb ik invitaties verstuurd naar de senatoren George McGovern, Barry Goldwater en Dean Burch. Zoals U misschien niet weet is Burch het huidige hoofd van de FCC. De andere programma's zullen aan land worden opgenomen terwijl ook de nieuwsuitzendingen vanaf land zullen worden aangeleverd." De 135 foot lange MV Columbus was in eerste instantie gebruikt als mijnenveger en na deze marineperiode werd het schip verkocht en gebruikt als diepzee-duikschip, waarbij vooral de baai bij Cape Canaveral in Florida werd aan gedaan. Toen een volgeling van McIntire het schip te koop zag liggen werd er vrijwel direct 400.000 dollar uit fondsen aangewend om het schip aan te kopen. Deze fondsen waren vrijwel geheel gevuld middels giften van volgelingen. Het bedrag werd niet alleen aangewend voor de aankoop maar ook voor de herinrichting van het schip tot zendschip. McIntire, 's avonds te gast in een talkshow, stelde dat wanneer de opdracht door de autoriteiten zou worden gegeven tot het aanvragen van een licentie bij de FCC dit door hem zou worden geweigerd. Dit daar een dergelijke licentie ongrondwettelijk zou zijn gezien er nooit een zogenaamde "Law of Congress" was goedgekeurd aangaande licenties voor radiostations.
34 Syndicate. McIntire had, naast zijn eerder genoemde radiostations, nog een andere mogelijkheid zijn volgelingen te bereiken en wel via zogenaamde syndicate programma's. In dit programma, "The 20th Century Reformation Hour" dat door 610 radiostations in de VS werd uitgezonden, had hij altijd erg kritisch gestaan tegenover burgerlijke ongehoorzaamheid. Wat hij van plan was met "Radio Free America" beschouwde hij daarom ook niet als burgerlijke ongehoorzaamheid omdat hij totaal niets zou vernietigen en tevens omdat zijn station gebruik zou maken van een frequentie die in de direct omliggende staten van New Yersey niet in gebruik was waardoor interferentie niet mogelijk zou zijn. Doel van de uitzendingen was het brengen van conservatief getinte religieuze en politieke programma's. Ten tijde van de eerste berichten rondom de start van "Radio Free America" trokken diverse stations zich terug betreffende de uitzending van het syndicate programma, daar men bang was voor maatregelen van de kant van de FCC. Gedurende de laatste week van augustus 1973 was er een klein incident hetgeen McIntire als een kleine plaagstoot van de autoriteiten zou beschouwen. Een schip van de kustwacht enterde namelijk de MV Columbus en men doorzocht het schip omdat men dacht dat er een lek in de olieleiding was, daar een olievlek in de directe omgeving van het schip was gesignaleerd. Een woordvoerder van de kustwacht zei destijds dat het puur een routinecontrole was geweest nadat een bemanningslid van een helikopter de vlek had geconstateerd.
35 Een signaal, maar niet voor lang. Om kwart voor twaalf in de avond van 12 september 1973 was "Radio Free America" voor het eerst in de ether met haar zender afgesteld op de 1160 kHz, ofwel de 259 meter. Het betrof een draaggolf die in de lucht werd gehouden tot tien minuten voor een de volgende middag. Om half twee, de daarop volgende morgen, werd er andermaal getest, dit keer met muziek. Na 30 minuten werd deze test stopgezet vanwege problemen met de apparatuur. Het RF-signaal kwam niet goed op de antenne en bovendien was een deel van de apparatuur in de studio oververhit geraakt met een klein brandje als gevolg. Er kwamen meer problemen voor de bemanning van de MV Columbus want op de 14e september sloeg het schip van haar anker en moest het zendschip voor onderhoud naar de haven van Cape May. Daar werd onder meer een nieuw anker geplaatst. Ook werd de bodem van het schip voorzien van koperen platen om op die manier zo weinig mogelijk verlies aan vermogen te krijgen, zodat het maximale vermogen van 10 kW kon worden uitgezonden. In de avond van de 15e september ging de Columbus weer naar zee en de daarop volgende nacht viel tussen half twee en half zes een volgende testuitzending te beluisteren. Het bleek dat er slechts nog een paar dagen over waren tot de officiële start van het station. Om 12.23, op de 19e september 1973, begon "Radio Free America" met haar officiële uitzendingen. Het vreemde was wel die dag dat het schip niet voor anker lag maar telkens van positie, tussen Cape May en Avelon, veranderde.
36 Zing maar mee. De eerste uitzending ging van start met een Psalmgezang, gevolgd door een toespraak van McIntire, een rede die vanaf band werd gedraaid omdat de dominee, ten tijde van de eerste uitzending, aanwezig was op een congres met als onderwerp "kerkelijke radio". De eerste signalen kwamen niet al te best binnen maar na een paar uur verbeterde dit. Om vier uur die middag kwam de eerste officiële klacht binnen aangaande interferentie en wel van de directie van WHLW, een station met een vermogen van 5 kW, uit Lakewood New Yersey, dat haar programma's via de 1170 kHz uitstraalde. Weken later zou bekend worden dat het station helemaal geen last van interferentie had maar dat al twee weken voordat de eerste test van "Radio Free America" in de ether ging was besloten door de leiding te gaan klagen, zodra RFA met officiële uitzendingen zou beginnen. Omdat McIntire niet in de problemen wenste te komen met de autoriteiten gaf hij de opdracht de zender uit de ether te halen, hetgeen geschiedde om 14 minuten na tien uur in de avond. Achteraf bleek dat de klacht niet de reden van het uit de ether verdwijnen was geweest maar een brand aan dek van de MV Columbus, veroorzaakt door een oververhitte zender. De volgende dag werd er door een federale rechter in Camden opdracht gegeven aan de leiding van "Radio Free America" bekend te maken dat uitzendingen van het radiostation voor 1 oktober 1973 streng verboden waren. Op die dag, zo had de rechter tevens gesteld, zou er een rechtszaak tegen de leiding van het station worden aangespannen.
37 Meer klachten. Naast de gememoreerde klacht van WHLW kwam er bij de FCC ook nog een klacht binnen van KSL, een 50 kW station uit Salt Lake City — toch liefst 2.000 mijlen verwijderd vanaf de plek waar de MV Columbus zich in internationale wateren bevond. Het is interessant te weten dat een amendement bij paragraaf 301 van de Communicatiewet van de VS voorschrijft dat het runnen van een station vanaf een schip, dat in Amerika is geregistreerd, verboden is. Uitzondering hierop is wanneer men een officiële licentie heeft van de FCC voor dergelijke uitzendingen. McIntire, wel op de hoogte van deze regels, liet zijn schip echter niet in een ander land registreren en bovendien voerde het schip de Amerikaanse vlag. Tevens was er een witte vlag zichtbaar, die toebehoorde aan zijn kerkgenootschap. Duidelijk moet zijn dat onder de genoemde wet het dus onmogelijk was uitzendingen te verzorgen en het bovendien juist wel mogelijk werd om McIntire en zijn bemanning te veroordelen. De maximale straf, die op een dergelijke overtreding stond, was een jaar gevangenisstraf en een boete van 10.000 dollar.
38 Totaal verslagen. McIntire besloot met zijn technici dat er, wanneer het station in de ether zou terugkeren, een andere frequentie zou worden gebruikt. In de middag van de 26ste september was er inderdaad een testuitzending te horen, op laag vermogen, via de 1608 kHz ofwel de 186 meter. Het schip lag op dat moment afgemeerd in de haven van Cape May. Het was tevens het laatste signaal dat er ooit nog gehoord werd van "Radio Free America". Een groot aantal rechtszaken volgde en uiteindelijk werd in maart 1974 een opdracht door een rechter uitgevaardigd waarbij het aan de leiding van het station verboden werd ooit nog uit te zenden vanaf de MV Columbus. McIntire was totaal verslagen en verkocht de nog in zijn bezit zijnde eigendommen, waaronder het eerder genoemde weekblad en het zendschip. De verkoop van de MV Columbus was tevens een reden voor de FCC om verder geen maatregelen te treffen tegen McIntire, die nog enkele jaren zou kunnen genieten van zijn financiele rijkdom.
   
Previous
  Dit essay is afkomstig uit het eerder gepubliceerde boek "Historie van de zeezenders, 1907-1973. Over pioniers, duimzuigers en mislukkelingen" door Hans Knot. Amsterdam: Freewave Media, 1993.
  De foto's van de US Courier — de USCGC; of voluit: de United States Coast Guard Cutter Courier — zijn afkomstig uit het US Navy Archive — met dank aan Chris Edwards. Fraaie foto's van het schip zijn verder te bewonderen op de website Ontheshortwaves.com. De zendervermelding van het Station Dodecanese Islands in het "Internationales Handbuch für Rundfunk" werd opgestuurd door Burkhard Nowotny (Deutsche Welle).
  2000 © Soundscapes