Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 2
februari 2000

De prehistorie van de hitparade

 





  Over Billboard's uitvinding van de hitparade en hoe die de Lage Landen bereikte
door Jean-Luc Bostyn, Hans Knot en Ger Tillekens
Previous
  Het logo van Billboard anno 2000

De hitlijst: de oude Romeinen kenden het fenomeen uiteraard nog niet. Wel onderkenden ze — gelet op hun beruchte "brood en spelen" — het belang van competitie als vermaakselement. En, daar ligt een zekere overeenkomst. Net als de Romeinse gladiatorgevechten, is een hitparade immers uiteindelijk weinig anders dan een wedstrijd, in dit geval tussen artiesten en songs, om de gunst van het publiek. Simpel, maar in al haar eenvoud wel verantwoordelijk voor het ontstaan van de popradio en de hele muziekindustrie die daar omheen, of meer precies daardoor, werd gevormd. Al gaat hun geschiedenis dan niet terug tot het begin van de jaartelling, toch hebben de hitlijsten intussen een respectabele leeftijd bereikt. Jean-Luc Bostyn, Hans Knot en Ger Tillekens voeren je mee terug in de tijd naar het begin bij het tijdschrift "Billboard".


1 Op zoek naar de wortels. Op de laatste dag van 1999 maakte de redactie van het online magazine RadioVisie haar, zeer eigenzinnige, keuze bekend van het "Radioprogramma van de Eeuw". [1] Het verzamelde redacteurengilde liet het daar niet bij en koos ook nog voor onder meer het "belangrijkste programma-formaat van de eeuw." Ze kwamen daarbij uit op een keuze die achteraf nogal voor de hand ligt: het bekende radio-formaat van de hitparade. Dat formaat is inmiddels bijna even oud als de twintigste eeuw zelf. In dit essay gaan we op zoek naar de oorsprong. Allereerst brengen we een bezoekje aan het land van Uncle Sam, waar het idee ontstond, vervolgens gaan we naar het Nederland van 1947 waar het verschijnsel voor het eerst opdook in de Lage Landen!
2 Ver terug in de tijd. Over de "uitvinding" van de hitparade bestaat geen verschil van mening. De pophistorici zijn het erover eens, dat die moet worden bijgeschreven op het conto van het Amerikaanse magazine "Billboard", nog steeds 's werelds meest toonaangevende muziekblad annex samensteller van tientallen hitlijsten in alle mogelijke genres en vormen. Voor het ontstaan van "Billboard" zelf moeten we intussen alweer twee eeuwen in onze jaartelling terug. Het idee om een "Amusement Monthly" uit te geven ontstond namelijk aan het eind van de negentiende eeuw. De precieze locatie was Weilert's Saloon in Cincinnati. Boven, zoals Amerikanen het noemen, "two schooners of beer" proostten de initiatiefnemers William H. Donaldson en James F. Henninghan daar op het succes van het nieuwe maandblad dat ze net hadden opgericht. Zelf werkten ze al in het grafisch vak. Ze maakten gigantische aanplakbiljetten voor het circus en de kermis. Biljetten, om op duizenden "billboards" te plakken. Die informatie kon ook best worden verpakt in een tijdschrift, zo was hun idee. En, op 1 november 1894 verscheen voor de eerste keer hun "Billboard Advertising, a monthly resume of all that is new, bright and interesting on the boards".
3 Alleen die datum bleef over. Die ene datum is bekend. Binnen de huidige redactie van "Billboard" is er echter niemand meer die een notitieboekje kan vinden waarin alle datums omtrent ontstaan en ontwikkeling van "Billboard"'s hit-charts nauwkeurig werden vastgelegd. Algemeen wordt echter 4 april 1914 aangenomen als de datum waarop voor het eerst een vaste pagina verschijnt, die lijkt op wat nu een hitlijst wordt genoemd. Zij het in nog vage contouren. De betreffende pagina heette "Popular Songs Heard in Vaudeville Theaters Last Week". Daar vonden de theater Tip 10 uit New-York, Chicago en San-Francisco een plaatsje. Uiteraard was er toen nog geen sprake van enige rangorde en kwam er ook nog niemand binnen "met stip".
4 Wijziging. Acht jaar later, in 1922, was de naam veranderd en heette diezelfde rubriek "Metropolian Mirth-Melody-Music". "Billboard" voegde er toen ook al een soort tipparade aan toe: "The Billboard Song Hits: Reliable Guide to the Best Songs in the Catalogues of the Leading Music Publishers". Aan het eind van de jaren veertig krijgt de "Billboard" Hit-chart al meer het aanzien van een hitlijst, zoals we die tegenwoordig nog steeds kennen. Die lijst blijft namelijk niet langer beperkt tot bladmuziek. De helft van die vaste, wekelijkse pagina is dan gereserveerd voor de opgave van de meest gekochte platen. Die rubriek kreeg vervolgens de naam "Billboard Music Popularity Chart". Deze hitparade bestond uit een "National Top 10", afgeleid van vier regionale bestseller-overzichten: die uit de South, de Midwest en de East- en Westcoast. Er waren daarnaast ook nog een soort tiplijst, gebaseerd op juke-boxes ("coin machines", zoals dat destijds heette): "Going Strong"; een overzicht van de meest gekochte bladmuziek; en een "List of Songs with Most Radio Plugs", een overzicht van platen die het meest gedraaid werden op de radio.
5 Een lijstje van toen. Op 27 juli 1940 zag de "Music Popularity Chart", voor wat betreft de platentitels, er als volgt uit:
  1. I'll Never Smile Again — Tommy Dorsey
  2. The Breeze And I — Jimmy Dorsey
  3. Imagination — Glenn Miller Band
  4. Playmates — Kay Kayser Band
  5. Fools Rush In — Glenn Miller Band
  6. Where Was I? — Charlie Barnet Band
  7. Pennsylvania 6-5000 — Glenn Miller Band
  8. Imagination — Tommy Dorsey Band
  9. Sierra Sue — Bing Crosby
  10. Make Believe Island — Mitchell Ayres
Glenn Miller en zijn Band bezetten op Billboard's hitparade van 27 juli 1940 liefst drie plaatsen onder de eerste tien. Een indruk van de stijl van Miller geeft zijn Pennsylvania 6-5000.
6 Big bands. De platentitels maken duidelijk dat in 1940 de swing-periode, begonnen in de vroege jaren dertig, nog in volle gang was. "Swing" is de gangbare naam voor de jazz-stijl die in de vroege jaren dertig opkwam met de muziek van de "big bands". Deze muziek was nauw verbonden met dansvormen als de "Lindy Hop" en de "Jitterbug". De stijl hield stand tot het midden van de jaren veertig. De meeste bands omvatten minstens tien muzikanten, waaronder veel "koperwerk": drie of vier saxofonisten, drie trompetten en twee tot drie trombonisten. Standaard was er een pianist, een gitarist, een bassist en een drummer. Vooral de laatsten zorgden voor de basisritmes waarop het publiek kon dansen. De overige instrumenten zorgden — vaak in solo-improvisaties — voor meer complexe melodische en ritmische structuren, waardoor het gevoel van "swing" ontstond. Vanwege de populariteit van deze stijl worden de jaren dertig en veertig wel getypeerd als het tijdperk van de swing.
7 Glenn Miller, de "nieuwe koning van de campus"

"Trombone Succeeds Clarinet ..." Ook in die periode waren er wisselingen van de wacht. Billboard's hitparade van 1940 laat zien, dat rond die tijd Glenn Miller erin slaagde om zijn "sound" te laten doorbreken. Dat signaal had "Billboard" de muziekbranche trouwens al enkele weken eerder doorgegeven. Op 4 mei 1940 publiceerde het blad de resultaten van een enquête onder ruim honderd redacteuren van universiteitskranten. Hen werd de voorkeur gevraagd van de studentengeneratie van 1940 ten aanzien van maximaal drie bands. Dat onderzoek leidde tot deze kop en onderkop boven het bewuste artikel: "Miller New Campus King" en "Trombone Succeeds Clarinet as Swing Emblem of College Youth". Trombonist, arrangeur en bandleider Glenn Miller triomfeerde dan ook duidelijk met 251,5 punten, gevolgd door de band van Kay Kayser met 82,5 punten en derde werd Tommy Dorsey met 57 punten. Van de andere, bijna veertig genoemde, formaties scoorde het merendeel lager dan tien punten!

8 Andere bladen. Tegen die tijd was "Billboard" ook niet langer het enige blad met een hitparade. [2] Ook andere bladen, zoals "Down Beat Magazine" — opgericht in 1935 en het Amerikaanse lijfblad van de "echte" jazz-liefhebbers — kenden toen een populariteits-poll. In dit geval was die gebaseerd op de keuzes van de lezers en de muziekjournalisten; een werkwijze die we nu nog tegenkomen in het muziekblad OOR. Ook toen al maakten journalisten en fans subtiele onderscheidingen tussen en binnen genres. In 1940 maakte "Down Beat" voor haar lijsten bijvoorbeeld een onderscheid tussen "Swing" en "Sweet". Bands die in hun uitvoeringen meer complexe rhythmische patronen benadrukten en uitgebreide en geïmproviseerde solo's inlasten, golden als "Swing", of ook wel "Hot" bands. Bleven deze elementen achterwege, dan werden de muziek en de bands "Sweet" genoemd. Net als tegenwoordig bleken die indelingen niet waterdicht. Zo plaatsten de lezers van "Down Beat" Glenn Miller in 1940 op een tweede plaats achter Benny Goodman in de swing-lijst en op een tweede plaats achter Tommy Dorsey op de Sweet-lijst. Het plotselinge succes van Glenn Miller was overigens mede te danken aan het feit dat hij in die tijd voor het sigarettenmerk Chesterfield een radioprogramma verzorgde, de "Moonlight Serenade", dat drie keer per week door CBS werd uitgezonden.
9 Een nog jonge Frank Sinatra in 1943, het jaar waarin hij toetrad tot het team van Your Hit Parade

Your Hit Parade. Sigaretten bleken ook van belang voor de introductie van de hitparade op de radio. In dit geval was het echter een ander merk, te weten Lucky Strike, dat de hoofdrol speelde. In 1935 besloot de sigarettenfabrikant George Washington Hill, die van Lucky Strike een succesvol merk had gemaakt, namelijk voor de radio het programma "Your Hit Parade" te gaan sponsoren. Het werd een wekelijks programma dat van 20 april 1935 tot 7 juni 1958 heeft gelopen. Het programma presenteerde de top hits van de week, gezongen door artiesten die als medewerkers aan het programma verbonden waren. Onder hen vinden we onder meer de namen van Doris Day en Dinah Shore en niet te vergeten Frank Sinatra, die in februari 1943 tot het programma-team toetrad. Vanwege de sigaretten stond het programma ook wel bekend als de Lucky Strike Hit Parade. Het programma had ook een eigen band en orkest — het Lucky Strike Orchestra. En natuurlijk was er reclame om en rond de liedjes. Bekend werd onder meer de jingle: "L-S-M-F-T — Lucky Strike Means Fine Tobacco, so round so firm so fully packed, so free'n easy on the draw."

10 BMI versus ASCAP. Niet iedereen was overigens even blij met de opkomst van de hitparade op de radio. Vooral de grote muziekfirma's, die hun inkomsten te danken hadden aan de verkoop van platen en bladmuziek in gespecialiseerde winkels, zagen de ontwikkelingen niet goed zitten. Ze waren bevreesd dat het publiek aan de radio genoeg zou hebben en hun producten niet meer zouden kopen. Met hun auteursrechtorganisatie de American Society of Composers, Authors and Publishers (ASCAP) ondernamen ze actie en ze verboden zelfs dat hun songs op de radio zouden worden gespeeld. Toen de rechter daar een stokje voor stak, dreigde de ASCAP haar prijzen voor de radiostations te verdubbelen. De National Association of Broadcasters (NAB), de belangenorganisatie van de nationale radiostations, richtte toen in 1939 een eigen auteursrechtorganisatie op: Broadcast Music Incorporated (BMI). In 1940 riep de NAB een totale boycot uit van ASCAP-muziek. Alleen songs die geregistreerd waren bij de BMI, vielen nog op de radio te horen. Het duurde even, maar uiteindelijk moest de ASCAP zich in 1941 gewonnen geven. De strijd tussen BMI en ASCAP ging nog wel een aantal jaren door. Nog in 1960 werden deejays aangeklaagd en veroordeeld voor het aannemen van geld door BMI voor het draaien van hun platen. Dat was het zogeheten Payola-schandaal, maar daarmee raken we wel verwijderd van ons onderwerp. Terug dus naar "Your Hit Parade".
11 Een onderzoek. Lucky Strike's Hit Parade trok al snel de aandacht van onderzoekers. De Amerikaanse socioloog John Gray Peatman haakte er in het begin van de jaren veertig gretig bij aan voor een overzicht van het luistergedrag van het Amerikaanse publiek. [3] Hij liet zien, dat over drie jaar — van de zomer 1939 tot de zomer 1942 — de hitparade meer dan gemiddeld werd beluisterd. Over de eerste maanden van 1942 stond 50% van de radio's op dit programma afgestemd. Peatman stelde ook vast dat de meeste luisteraars relatief jong waren — tussen de 18 en de 40 — en dat het programma door mannen zowel als (iets meer) vrouwen werd gevolgd. Het merendeel van de luisteraars woonde in de stad en was relatief hoog opgeleid. Peatman berekende ook nog de omloopsnelheid van songs op "Your Hit Parade". In de twaalf maanden tussen 5 april 1941 en 28 maart 1942 stonden er in totaal 66 songs op de hitladder. Theoretisch hadden dat er, zo merkte Peatman op, 52 keer 10, dus 520 kunnen zijn. Van die 66 bleken er bovendien 11 na één week alweer van het toneel te zijn verdwenen. De gemiddelde levensduur van de andere songs kwam uit op 13 weken. Er bestaat, zo concludeerde Peatman, duidelijk een selecte groep van "hit songs", de "songs die worden gefloten, geneuried en nagezongen door allerlei soorten mensen, of ze nu dansen, bladmuziek of platen kopen of niet."
12 Via het "Armed Forces Radio Network". Net als veel andere radioprogramma's werd "Your Hit Parade" vertaald naar de televisie. In 1950 verscheen het voor het eerst op de beeldbuis, gepresenteerd door Andre Baruch en Del Sharbutt. Net een jaar eerder had het instituut van de "hitparade" ook de Nederlandse radio weten te bereiken. Ook voor die tijd kon men in de Lage Landen wel het programma "Your Hit Parade" volgen, aangezien het iedere dinsdagavond werd uitgezonden door de "Allied Expeditionary Forces Programme", het "Armed Forces Radio Network" in Duitsland, dat dit programma op de middengolf uitzond voor de daar gelegerde Amerikaanse soldaten. Ook verzorgde de KRO — zo valt te lezen in het muziekblad Tuney Tunes van november 1948 — al vlak na de Tweede Wereldoorlog zondagsavonds om kwart over acht een bespreking van de hitparade. [4] Maar, in de zomer van 1949 kwam er een heuse Nederlandstalige versie van de Amerikaanse hitparade.
13 Pete Felleman, de presentator van de eerste hitparade op de Nederlandse radio

In Nederland eerst één keer per maand. Op zaterdag 2 juli 1949 ging de destijds zevenentwintigjarige deejay — al heette dat beroep toen nog niet zo — Pete Felleman voor de microfoon van de VARA-radio zitten om voor de allereerste keer zijn eigen programma "Hitparade" aan te kondigen. Hij begon met nummer achttien (!). Dat was "Bali Ha'i", een song uit de musical South Pacific van Rodgers en Hammerstein, gezongen door Perry Como. En net als van de zanger zou Nederland ook van het begrip "Hitparade" nog meer horen. Tot voor die bewuste zaterdag had in Nederland nog maar weinigen daarvan gehoord. Iemand die het wel wist was Pete Felleman zelf. Logisch, want hij las "Billboard". Felleman, die al als jongen een liefhebber was geworden van de Amerikaanse muziek, en zich op het Amerikaanse muziekblad had geabonneerd, stelde de VARA voor dat hij een programma samen zou stellen dat op de hitlijsten uit dat blad was gebaseerd. Dat gebeurde en vanaf die dag liet Pete Felleman eens in de maand horen wat Amerika's favorieten waren.

14 Vrienden bij de KLM. Omdat de grootste hits in de VS toen nog niet automatisch in Nederland werden uitgebracht, moest Felleman er zelf voor zorgen dat de muziek vanuit Amerika naar Nederland kwam. Hij schakelde daartoe zijn kennissen onder het KLM-personeel in. "Ik had hun vliegschema's bij me thuis aan de muur hangen!" Hij vroeg hen steevast om de nieuwste platen uit de "Billboard"-radio-hitlijst in Amerika aan te schaffen of op het vliegveld in ontvangst te nemen van een van Fellemans Amerikaanse vrienden. Felleman: "Om de spanning op te voeren, begon ik de uitzending altijd met het nummer dat onder aan de lijst stond. Wanneer ik dan tenslotte nummer één had laten horen, kwamen de mensen hun huis uit en riepen: "Die heeft gewonnen!"
15 Zangeres Dinah Shore scoorde met "Far Away Places" een derde plaats op Felleman's eerste hitparade

Wrevel. Omdat de smaak van de Nederlandse liefhebber van populaire muziek niet zo bleek te verschillen van die van de Amerikanen, haalde Felleman zich ironisch genoeg het ongenoegen van de platenmaatschappijen op de hals. Het kwam namelijk herhaaldelijk voor dat een platenboer werd geconfronteerd met een klant die op zoek was naar een door Felleman gedraaide, maar in Nederland niet leverbare plaat. Dan werden de platenmaatschappijen lastig gevallen met verzoeken muziek te leveren, die ze niet hadden aangekocht. "Wij bepalen zelf wel wat we uitbrengen en we laten ons niets door een willekeurige programmamaker voorschrijven," zo kreeg Felleman van een wrevelig gestemde directeur van een platenmaatschappij te horen. Later zouden de platenbonzen daar heel anders over gaan denken.

16 Overstap naar de platenmaatschappij. In 1957 keerde Capitol Records de zaak zelfs om door Pete Felleman als "labelmanager" in dienst te nemen, waarmee een eind kwam aan "Hitparade". Onder druk van Philips besloot de VARA namelijk dat het programma niet in handen kon blijven van een medewerker van Capitol. In de jaren zestig werd Felleman de promotor van Motown-groepen als Diana Ross en Stevie Wonder. In 1985 — Felleman was toen al met pensioen — keerde hij terug op de radio. Binnen het VPRO-programma "De Avonden" verzorgde hij een korte jazz-rubriek.
17 Bing Crosby, de meest populaire "crooner" in het Amerika van de jaren dertig en veertig, haalde bij elkaar bijna 120 noteringen in de Billboard-lijsten

Het eerste overzicht. De eerste "Hitparade" die door Pete Felleman werd uitgezonden was niet de meest recente lijst uit juli 1949, maar een overzicht van januari tot en met juni 1949. Achttien platen op rij; hier volgen de eerste tien zoals Felleman die uitzond.

  1. Cruising Down The River (On A Sunny Afternoon) — The Three Suns
  2. Forever And Ever — Perry Como
  3. Far Away Places — Dinah Shore
  4. Red Roses For A Blue Lady — Vaughn Monroe
  5. Riders In The Sky — Vaughn Monroe
  6. Careless Hands — Mel Tormé
  7. Again — Gordon Jenkins & His Orchestra
  8. 'A' You're Adorable (The Alphabet Song) — Perry Como & The Fontane Sisters
  9. Powder Your Face With Sunshine — Doris Day & Buddy Clark
  10. Sunflower — Frank Sinatra
De nummer een van de eerste hitparade op de Nederlandse radio was het liedje "Cruising Down The River (On A Sunday Afternoon)". Het werd geschreven door Eily Beadell en Nell Tollerton, twee bedaagde Engelse dames. Ze zonden het in 1945 in voor een nationale wedstrijd in het schrijven van liedjes en ze wonnen er de eerste prijs mee. De muziek van toen klonk duidelijk anders dan tegenwoordig, getuige dit fragment uit 1946, gezongen door Paul Rich met Lou Praeger & His Orchestra.
18 Meerdere versies. Nederlands eerste Top 10 kwam overigens niet helemaal overeen met de lijst van "Billboard". In die jaren was het namelijk nog heel gebruikelijk dat een populaire song tegelijkertijd door meerdere artiesten werd uitgebracht. Het was dus niet ongewoon, dat er meerdere versies van een en hetzelfde liedje in de "Billboard"-lijsten stonden. Niet al die versies bereikten dezelfde positie. In 1949 werd het nummer "Far Away Places" — geschreven door Alex Kramer en Joan Whitney — bijvoorbeeld uitgebracht in uitvoeringen van onder meer Perry Como, Bing Crosby, Margaret Whiting en Dinah Shore. De eerste twee bereikten beide een tweede plaats; de derde kwam op een vierde positie terecht. De uitvoering van Dinah Shore kwam niet verder dan een veertiende plaats. Ook de versie van "Cruising Down The River" door de The Three Suns werd in populariteit voorbijgestreefd door de uitvoeringen van Blue Baron en die van Russ Morgan. Felleman moest het dus duidelijk doen met de platen die hij voorhanden had. Of speelde zijn eigen voorkeur voor bepaalde artiesten hier een rol?
19 Actrice en zangeres Doris Day, een van de medewerkers van "Your Hit Parade" en zangeres van de hit uit 1949 "Powder Your Face With Sunshine"

Meer programma's. VARA's Hitparade was overigens niet het eerste programma van Felleman. Hij begon zijn radioloopbaan bij dezelfde omroep met het roemruchte "Swing & Sweet from Hollywood & 52nd Street", een serie programma's waarin telkens een speciale artiest centraal stond. [5] Daarna maakte hij het programma "USA Cabaret", waarin hij bij elke uitzending een bezoek aflegde aan een fictieve jazzclub. Daar speelde dan een big-band op het podium, terwijl in de lounge nog een kleine formatie stond opgesteld. Met behulp van ingeblikt applaus, opnames van gelach en rinkelende glazen werd voor de luisteraars de nodige atmosfeer gesuggereerd. Het was een populair programma, maar lang niet zo populair als zijn "Hitparade" uit 1949.

20 Vergeet 1949 niet. En, vergeet tot slot dat jaartal 1949 niet. Het geeft aan dat de invoering, op zaterdag 2 januari 1965, van de "enige echte Veronica Top 40" niet de eerste hitlijst in Nederland is geweest, zoals zo vaak abusievelijk wordt vermeld. Felleman begon ruim vijftien jaar eerder en sneed daarmee ook de gedrukte pers de pas af. In Engeland verschenen de eerste consistente hitlijsten in 1952 in het blad "New Musical Express". In zijn boek Rock-'n-roll in rood-wit-blauw meldt Rob Labree dat de eerste gedrukte Nederlandse hitparade pas verscheen in "Elseviers Weekblad". [6] Vanaf februari 1956 publiceerden Jan de Kruiff en Frits Versteeg, de redacteuren van de rubriek "Disco-draaiboek" van dat blad, de hitlijsten van een aantal wereldsteden, zoals Londen, New York en Parijs. Gegevens over Amsterdam ontbraken en men besloot die zelf te gaan verzamelen. Op zaterdag 10 maart 1956 verscheen de volgende landelijke lijst over de maand februari:
  1. Rose Marie — Slim Whitman
  2. Nieuwe Feestpotpourri — Johnny Jordaan
  3. Malagueña — Trio Los Paraguayos
  4. Rock Around The Clock — Bill Haley
  5. Hernando's Hideaway — Archie Bleyer
  6. Accordeon Potpourri — Drie Jacksons
  7. Indian Love Call — Slim Whitman
  8. 't Huiske — Frits Rademacher
  9. Lola — Orkest Bob London
  10. Sixteen Tons — Tennessee Ernie
21 Bill Haley tijdens zijn optreden in het Olympia-theater in Parijs in oktober 1958

Een weerspiegeling van de muzikale smaak. In 1956 vinden we Bill Haley in de hitlijst ten teken dat er dan een nieuw tijdperk begint. Het tijdperk van de rock-'n-roll. Hitlijsten worden dan langzaamaan een vertrouwd verschijnsel. En, vanaf 9 januari 1965 gaat ook de Veronica Top Veertig in gedrukte vorm bij de platenhandel over de toonbank. Maar, lang voor dat jaartal presenteerde Felleman al zijn hitparade en voor Nederland heeft de radio dus prioriteit boven het gedrukte woord. Natuurlijk gaf Felleman's hitparade geen weergave van de Nederlandse platenverkoop. Daar staat tegenover dat zijn lijst wel de muzieksmaak van het publiek weerspiegelde. We kunnen dat zien in de reconstructie die in het "Hitdossier 1958-1990" wordt gemaakt van de platenverkoop in 1949. [7]

22 Onmiskenbare invloed. Als hitsongs voor het jaar 1949 noemt het Hitdossier onder meer de nummers "Again" in de uitvoering van Gordon Jenkins; "Far Away Places" in de uitvoering van Bing Crosby, Dinah Shore en Perry Como; en "Riders In The Sky" in de uitvoering van Vaughn Monroe, Burl Ives, Bing Crosby en Jim Smith. In 1950 komt daar ook "Forever And Ever" in de uitvoering van Dinah Shore, Perry Como en Russ Morgan bij. Dat zijn liefst vier van de tien nummers uit de eerste lijst van Felleman. In de namen van de artiesten zelf zit zelfs nog meer overlap. Ook Doris Day, Frank Sinatra, The Three Suns en Mel Tormé waren geen onbekenden voor het Nederlandse platenkopende publiek. Helaas valt niet meer te achterhalen welke invloed Felleman's Hitparade heeft gehad op de muzikale smaak van de luisteraar. Dat die invloed er is geweest, lijkt echter onmiskenbaar.
   
Previous
  Noten
1. Zie daarvoor: Bostyn, Jean-Luc (2000), Het Samoyede-project. Over de eerste uitzending van de Belgische Nationale Radio Omroep na de bevrijding. Return to text
2. "Billboard" heeft door de grote ervaring en betrokkenheid bij het hitgebeuren altijd haar leidende positie kunnen handhaven, zelfs voortdurend kunnen verbeteren. Iedere maandagochtend wordt de hit-machinerie op gang gebracht, die vervolgens tientallen medewerkers een volledige dagtaak bezorgt. Zij produceren wekelijks de meest denkbare en ondenkbare overzichten. De vraag naar die actuele marktsondering is zo groot dat "Billboard" dagelijks al een soort voorinformatie verstuurd, waarin alle mutaties en hitnoteringen worden weergegeven. Ook via internet is de organisatie uiterst actief. Kijk daarvoor op: www.billboard.com. Return to text
3. John Gray Peatman publiceerde zijn verslag in het uitgebreide hoofdstuk: "Radio and popular music." In: Paul F. Lazersfeld en Frank N. Staunton (1944), Radio Research 1942-1943. New York: Duell, Sloan and Pearce, 1944, 335-393. Return to text
4. Ook de hitparade van de KRO trok overigens al de nodige luisteraars. Zie: Hans Knot (1999), De curves van de draadomroep. Het eerste bekende luisteronderzoek in Nederland. Return to text
5. Meer daarover valt te lezen in een ander artikel uit dit tijdschrift: Hans Knot (2000), Swing & Sweet from Hollywood & 52nd Street. De Tuney Tunes in gesprek met Pete Felleman. Return to text
6. Zie hiervoor: Labree, Rob (1993), Rock-'n-roll in rood-wit-blauw. Amsterdam: Jan Metz, 1993, 75. Return to text
7. Zie hiervoor: Bouwman, Francis, en Cees Broekhuizen (1990), Hitdossier 1958-1990. Haarlem: Becht, 1990 (vijfde editie). Return to text
   
Previous
  Op de geluidsfragmenten bij dit artikel rusten copyrights: "Cruising Down The River 1946 © Columbia; "Pennsylvania 6-5000" 1940 © RCA. Ze worden hier gebruikt volgens de regels van "fair use" en "academic quoting".
  2000 © Soundscapes