Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 2
februari 2000

Swing & Sweet, from Hollywood & 52nd Street

 





  De Tuney Tunes in gesprek met Pete Felleman
door Hans Knot
Previous
  Rechts: Pete Felleman in 1967 (Foto De Arbeiderspers)

Pete Felleman introduceerde in 1949 de eerste hitparade op de Nederlandse radio. Jean-Luc Bostyn, Hans Knot en Ger Tillekens bundelden hun kennis daarover in hun artikel De prehistorie van de hitparade. Maar Felleman was al eerder bekend vanwege zijn muziekprogramma "Swing & Sweet, from Hollywood & 52nd Street" uit 1947. In dat programma etaleerde Felleman zijn grote kennis van de jazz en de swing en bracht Nederland zo muzikaal bij de tijd. Hans Knot dook diep in zijn archief, herlas de eerste jaargangen van het muziekblad Tuney Tunes en vond daarin een interview met Felleman uit 1948 over dit programma.


1 De Tuney Tunes. Al gravend in de geschiedenis van de hitparade, gingen mijn gedachten terug naar het eind jaren vijftig. Ik herinnerde me, hoe mijn tien jaar oudere broer mij inwijdde in de geheimen van de radio en zo een verrasende wereld voor mij openlegde. Hij liet me niet alleen de Engelstalige uitzendingen van Radio Luxembourg horen, maar ook enkele andere "hitgevoelige" programma's op de Nederlandse, Britse en Duitse radio. Op de Nederlandse radio liet hij me kennis maken met de stem van Pete Felleman. Het gevolg was dat de radio voor mij een fascinatie werd. Ik begon steeds meer te ontdekken en vanaf de begin jaren zestig ben ik dan ook daadwerkelijk begonnen met het verzamelen van allerlei zaken die te maken hebben met het medium "radio". Daarbij hoorden ook allerlei artikelen die over radio in verschillende tijdschriften werden geschreven. Daaronder vond ik nu een artikel terug uit de "Tuney Tunes" van april 1947 met een interview met de man die destijds de nieuwste ontdekking was op de Nederlandse radio: Pete Felleman.
 
2 Illegaal. Als je het over het muziekblad "Tuney Tunes" hebt, dan wordt algemeen aangenomen dat het gaat om een muziekblad dat in het tweede deel van de jaren vijftig en de jaren zestig enorm populair is geweest. Iedere maand weer kon je een exemplaar in de losse verkoop halen dan wel via een abonnement toegestuurd krijgen. Het blad stond vol leuke verhalen, mooie foto's, hitlijsten en bovenal songteksten. Na het lezen was je was weer helemaal bij de tijd. Maar het blad was al eerder op de markt. In werkelijkheid kwam het eerste exemplaar als illegaal tijdschrift al tijdens de Tweede Wereldoorlog uit. Het werd gedrukt in Eindhoven onder leiding van J. Van Haaren. In 1942 verscheen het eerste nummer en na een bomaanslag, datzelfde jaar, verscheen het geruime tijd niet om vervolgens in januari 1943 weer geleverd te worden. Het was een klein blaadje van slechts acht pagina's met een geel kartonnen omslag. Helaas werd de drukkerij na twee maanden alweer gebombardeerd en verscheen het daarop volgende nummer pas in september 1944, toen het zuiden van Nederland verlost was van de Duitse bezetter.
3 Andere titel. Hoewel de eerste afleveringen "illegaal" waren, zal je het tijdschrift hoogstwaarschijnlijk niet aantreffen in de archieven van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. Ook als je elders zoekt, zal je moeite hebben de eerste uitgaven van het blad terug te vinden. De eerste afleveringen gingen namelijk niet onder de naam "Tuney Tunes" naar de lezer, maar als "Het populaire songbook Tuney Tunes," aangevuld met "het bevat teksten der laatste Engelsche songs van Film, Radio en Grammofoon.". In totaal verscheen het blad tijdens de oorlog acht keer in een oplage van enkele honderden exemplaren. Heel slim was dat er een prijs van 5 Franc op de oorlogexemplaren stond, waardoor de bezetter zou kunnen denken dat het om een Belgische productie ging.
4 Akelige Duitse muziek. Ooit zei de weduwe van J. van Haaren in een interview tegen Henk van Gelder over de achtergronden van het ontstaan van "Tuney Tunes" onder meer: "Jan was de zoon van een drukker die een enorme hekel had aan die akelige Duitse muziek. Voor de oorlog had hij al eens tegen zijn vader gezegd dat er wel eens een markt zou kunnen zijn voor een blaadje met songteksten, want ze bestonden wel in Engeland en Amerika en dus was er ook ruimte in Nederland voor een dergelijk blad." De oude van Haaren zag er niets in en vader en zoon botsten op een felle manier, hetgeen zelfs leidde tot een tijdelijke verwijdering tussen beiden. Jan besloot daarop zelf maar met een blad te beginnen en hij kwam aan de teksten door illegaal naar de verboden radio te luisteren en de teksten zo snel mogelijk op het gehoor over te schrijven. Gemiddeld moest een liedje drie keer worden beluisterd, voordat de betreffende tekst in zijn geheel was overgepend.
5 Militair gezag. Direct na de oorlog wierp het militaire gezag de nodige problemen op. Het tijdschrift werd uitgebracht op "duur" papier, dat in die jaren nogal schaars was. De uitgever werd herhaaldelijk opgepakt, verhoord, verdacht, verplicht en berispt. Desondanks kwam het tijdschrift regelmatig uit en groeide het in de loop der jaren uit tot een veelgevraagd blad. In 1955 werd Skip Voogd, later bekend bij de NCRV-radio, benoemd tot redacteur en onder zijn leiding groeide het tijdschrift nog verder uit. In hetzelfde jaar kwam er ook een concurrent in de vorm van de maandelijkse publicatie van "Muziek Expres", een uitgave van Paul Acket. Dit blad begon in 1961 met publiceren in meerkleuren-druk, waarmee het de oplage van "Tuney Tunes" snel voorbij streefde. In 1966 verkocht Van Haaren "Tuney Tunes" aan dezelfde Acket. Daarna verdween het blad vrij snel van de markt.
6 Terug naar Pete Felleman. Eén van de personen uit de radiowereld die in de tweede helft van de jaren veertig regelmatig voorkwam op de pagina's "Tuney Tunes" was de eerder gememoreerde Pete Felleman. We vonden een interview uit april 1948, van de hand van Frits Versteeg. Het stuk — inclusief de schrijfstijl — geeft een treffend tijdsbeeld, dat we de lezer niet willen onthouden.
7 "De niet swing fans, die dit artikel desondanks een keer willen doornemen, zullen misschien verbaasd zijn, als zij lezen, dat er werkelijk zeer serieuze liefhebbers van jazz-, swing- en sweetmuziek bestaan. Het liefst zouden zij — die anti mensen dan — swing e.d. als een opzwepend en lawaaierig element uit hun midden zien verdwijnen. En de mensen die er van houden? Och ... wat zou dat, laten die dan maar wat minder drinken want zij kunnen er alleen dan maar van genieten als de onderste helft van hun borrelglas ook leeg is. Ja, en dan is er de mogelijkheid tot een verder debat uitgesloten, want dergelijke argumenten blijken onaanvechtbaar te zijn. Gelukkig bestaan er ook nog andersdenkenden. Mensen, die er misschien niet van houden, maar toch een gezonde kijk op deze materie hebben. Hen zouden wij willen aanraden leest eens verder en luistert dan ...
8 Op 6 juni 1947 weerklonk 's avonds om 10.15 de, nu zo bekende "Trumpet Blues" gespeeld door Harry James and his Musicmakers. Dat was het sein, dat de VARA de liefhebbers van goede jazz, swing en sweet uit Amerika eens zou gaan tracteren. Een tractatie in de dubbele zin des woords. Vooreerst het tijdstip: Vrijdagsavonds 10.15 kan dus goed beluisterd worden. Verder is het programma uiterst deskundig samengesteld. Er worden regelmatig de nieuwste opnamen in voorgesteld en men krijgt tevens de gelegenheid om, door middel van een goed gedocumenteerde tekst, met des swing wel en wee op de hoogte te blijven.
9 Zo komt het, dat wij enkele weken geleden Pete Felleman jr, de samensteller van het programma, eens opzochten in zijn flat in Amsterdam (die flat, een eldorado voor elke muziekliefhebber). Waar men kijkt grammofoonplaten. Kasten en rekken vol. Overal goede lectuur uit Engeland, Frankrijk, Amerika en zowaar in een hoekje een hele stapel Tuney Tunes ... dat deed ons hart goed.
10 Pete, hoe ben je ertoe gekomen om "Sweet and Swing" te gaan samenstellen?
  Dat is eigenlijk gebeurd naar aanleiding van het feit dat Sanny Day en Ab de Molenaar bij de VARA wonderen hadden verteld over mijn platenverzameling. Ik kreeg daarop een verzoek bij monde van de heer de Boer, of ik de VARA niet eens van die platen — voldoende voor tien uitzendingen — wilde leveren. Ik deed een tegenvoorstel, dat inhield dat ik de programma's in zijn geheel zélf zou gaan verzorgen. "Go Ahead," zei Nico de Boer en binnen een week waren er 5 Swing en 5 Sweet uitzendingen klaar. Zo begon ik. Er kwam echter zo veel fanmail op mijn uitzendingen binnen, dat besloten werd ze voor onbepaalde tijd te verlengen En nu draait "Sweet and Swing" al tien maanden in plaats van de geplande tien weken. Pete vertelt dan verder dat het samenstellen van deze programma's niet altijd even vlot verloopt. Ambitie en platen zijn in ruime mate aanwezig. Maar hier schuilt juist een moeilijkheid. Van sommige orkesten en solisten bezit hij meer dan dertig opnamen en om daar nu juist de beste platen uit te zoeken is niet eenvoudig.
  Het voornaamste is afwisseling, geen swing contra sweet maar ook afzonderlijke uitzendingen. Een powerhouse arrangement na een slome blues, een instrumental na een solo disc, een sweet ballad met vioolbegeleiding laten volgen door een pittig melodietje met een forse koper background. Maar nooit twee platen in een zelfde toonaard achterelkaar. Mijn succes heb ik ook in belangrijke mate te danken aan de medewerking der VARA. Zij laten mij vrij werken en hinder van allerlei conservatieve opvattingen ondervind ik nooit. Dat is in de allereerste plaats de oorzaak dat de uitzendingen "real top sessions" worden. Ik mag mijn technicus Luc Ludolph niet vergeten. Hij is het die de platen zo treffend na een aankondiging laat invallen. En dan niet te vergeten mijn omroeper Coen Serré. Hij werkt met veel ambitie en dat merken de luisteraars ook wel. Trouwens ons trio houdt ontzettend van swing en dat scheelt vanzelfsprekend een heel stuk.
11 Zeg Pete, nu moet je de lezers eens iets over je zelf vertellen.
  Postzegels heb ik nooit verzameld. Op mijn twaalfde was ik al een verwoede aanhanger van Nat Gonella, Joe Danniëls, Billie Cotton e.d.. Dat waren de jazz musici voor mij bij uitstek; totdat mijn zuster een plaat mee nam van Louis Amstrong. Ik weet het nog goed het was "I'm ding dong daddy". Die plaat heb ik grijs gedraaid en toen hield ik van echte jazz. Vanaf dat moment volgde ik alles wat vanuit Amerika uitkwam op de voet en ik ben zodoende heel wat aan de weet gekomen. Juist door deze intensieve bestudering heb ik enorme bewondering gekregen voor de musici als Woody Herman, Harry James, Stan Kenton e.d.
12 Nu je zelf zo de hele dag in de muziek zit zal je wel een bepaalde voorkeur hebben. Wat zijn je favoriete solisten?
  Ik heb een heel rijtje: hier komen ze, trompet Louis Amstrong en Charlie Shavers. Trombone Dickie Wells en Jay Higginbotham. Clarinet Edmond Han en Joe Marsela. Op sopraansax natuurlijk Sidney Bechet en voor alt sax is mijn keuze Benny Carter. Tenorsax Charlie Venturo, Illinois Jacquet en Eddie Miller. Piano Eddy Heywood en Milt Buckner. Maar ... there'll never be another Fats! Drummers: Big Sid Catlett en George Wettling. Gitaristen Teddy Bunn en Floyd Smith. Voor bas Oscar Pettiford en Eddie Safrinski. Op de vibraharp tenslotte Lionel Hampton, Red Norvo en Milt Jackson. En laat ik Ernie Felice en Joe Mooney's accordeon niet vergeten. Door hen heb ik mijn jarenlange vooroordeel tegen dit instrument laten vallen. Pete's vocalisten zijn Art Lund en Peggy Lee voor de zgn. ballads en Louis "Satchmo" Amstrong en Billie Holiday voor swing stuff.
13 Pete wat denk je van New Orleans?
  De bakermat van de jazz dreigt thans vermoord te worden door een groep van fanatici, die deze spontane muziek aan allerlei voorschriften willen binden. In hun ijver te bewijzen dat hun New Orleans style de enige is, gaan ze gewoonlijk niet verder dan al het andere af te breken ... Overigens wordt The Crescent City Jazz met de meeste "terug naar de natuur" propaganda à la Bunk Johnson, een heel slechte dienst bewezen.
  Aan ons is het Pete en de VARA te bedanken voor de uitstekende serie uitzendingen "Swing and Sweet from Hollywood and 52nd Street." Een lang leven zij hen beschoren."
14 Illustratie van Eppo Doeve in de AVRO-bode naar aanleiding van Swing & Sweet

Dat was het interview van de Tuney Tunes uit april 1948 met Pete Felleman. Op de voorlaatste regel staat het goed. Het programma heette inderdaad "Swing & Sweet", en niet omgekeerd "Sweet and Swing". Een echt lang leven was het programma overigens niet beschoren. Al in 1951 veranderde de naam in "LP Parade". Als zodanig stond dit programma naast de Hitparade die Felleman in 1949 op de Nederlandse Radio introduceerde (Bostyn, Knot en Tillekens, 2000). De "LP Parade" had meerdere rubrieken, variërend van "Combo Classics" tot "Live Sessions". "Hier kon ik alles in kwijt'', zei Felleman achteraf in een vraaggesprek (Kuyper, 1997). Vanaf 1953 was hij werkzaam in de platenbranche — vooral Motown — en richtte hij het blueslabel Chess op. In de jaren zestig produceerde en presenteerde hij televisieprogramma's voor de AVRO rond zangeres Sarah Vaughan, trompettist Miles Davis en Archie Shepp. Zijn radio-come-back maakte Felleman in 1985 toen hij de muziekprogramma's "Soul van Pete Felleman" en "Jazz van Pete Felleman" ging maken voor de VPRO-radio. In 1992 werd hij op het North Sea Jazz Festival beloond met een "Bird Award" voor — in de woorden van het jury-rapport — zijn "grote verdiensten voor de jazz-muziek."

  Naschrift. Op 16 februari 2000, kort na de publicatie van de bovenstaande tekst op onze web site, overleed Pete Felleman. Felleman werd 78 jaar oud. In de NRC schreef Henk van Gelder ondermeer de volgende toepasselijke volzinnen naar aanleiding van het programma Swing & Sweet: "Felleman groeide door zijn goed gedocumenteerde aankondigen, zijn bronzen bariton en zijn voorliefde voor bloemrijke alliteraties ("een voortreffelijk voorgedragen vers vol vurig verlangen") als snel uit tot een radio-coryfee die zijn stem op on-Nederlandse wijze kon laten swingen. Hij bereidde zijn uitzendingen altijd met grote precisie voor; tot op de seconde vulde hij de hem toegemeten tijd, met als extra stelregel dat er nooit twee platen in eenzelfde toonaard direct achter elkaar zouden worden gedraaid."
   
Previous
  Bronnen:
 
  • Bostyn, Jean-Luc, Hans Knot en Ger Tillekens (2000), De prehistorie van de hitparade. Over Billboard's uitvinding van de hitparade en hoe die de Lage Landen bereikte. In: Soundscapes, januari 2000.
  • Cornelissen, Igor (1997), "Kom bij Felleman niet aan met onzinverhalen, hij ontzenuwt ze." Vijftig jaar Pete Felleman. In: VPRO-Gids, 22, 1997.
  • Gelder, Henk van (2000), Pete Felleman (1921-2000). Bronzen radiostem. In: NRC, 16 februari 2000.
  • Kuyper, Amanda (1997), "Pete Felleman geeft jazz een stem." In: NRC, 6 juni 1997.
Previous
  2000 © Soundscapes