Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 3
december 2000

De toverspiegel van de televisie

 





  De ontvangst van de eerste televisie-uitzending in Nederland
door Hans Knot
Previous
  Foto rechts: de eerste televisiezendmast in Lopik

De Toverspiegel: zo luidde de titel van een van de programma's die op 2 oktober 1951 op de Nederlandse televisie werden uitgezonden. Het was een bijzondere uitzending, want het was de eerste keer dat Nederland — nog experimenteel — kon kennismaken met de toverspiegel die televisie heette. De uitzending duurde anderhalf uur en werd op passende wijze ingeleid door een select gezelschap van hoogwaardigheidsbekleders. De uitzending had bovendien al gelijk de primeur van een storing. Hoe werd deze eerste kennismaking met het nieuwe medium destijds door de pers ontvangen? Hans Knot dook in duistere hoeken van het Nederlands Audiovisueel Archief om die vraag te beantwoorden. Met citaten en commentaar neemt hij ons mee terug naar de dag waarop hij zelf precies twee jaar en één maand oud was.

 
1 Niet veel lezers van dit tijdschrift zullen de allereerste Nederlandse experimentele televisie-uitzending van 2 oktober 1951 hebben gezien. Het is immers alweer bijna vijftig jaar geleden. Bovendien had nog slechts een handjevol Nederlanders een televisietoestel in huis toen de "landelijke" experimentele televisie-uitzendingen een aanvang namen. Een enkeling heeft misschien een glimp opgevangen van de toestellen, die verdeeld over een deel van Nederland waren weggezet, zodat passanten van dit nieuwe medium gewag konden maken van dit experiment. Uiteraard kon het grote publiek indirect, dankzij het medium van het "geschreven woord" oftewel de krant, kennisnemen van het gebeuren. Welke indruk maakte die eerste televisie-uitzending op de Nederlandse journalisten?
2 Links: overzichtsfoto van de Irene-studio

In verschillende dagbladen viel voorafgaand aan de eerste uitzending van de Nederlandse televisie, op 2 oktober 1951, een aankondiging te lezen. Daarin werd meegedeeld dat de experimentele televisie-uitzending die avond om kwart over acht een aanvang zou nemen en dat het programma bij elkaar 90 minuten zou gaan duren. Het ging om een gezamenlijk programma onder de mantel van de Nederlandse Televisie Stichting. De opening werd destijds gezamenlijk verzorgd door een aantal hooggeplaatste personen. Tegenwoordig worden ministers gewoon met "mijnheer"of "mevrouw" aangesproken, maar in die tijd ging het allemaal nog veel afstandelijker. Staatssecretaris Cals, die aanwezig was als vertegenwoordiger van het toenmalige Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, werd gepresenteerd als Z.E. — Zijne Eminentie — Mr. J.M.L.Th. Cals. Samen met Prof. Dr. J.B. Kors, de voorzitter van de Nederlandse Televisie Stichting, verrichtte hij de officiële opening. Cals verwoordde de vreugde die de toenmalige regering bij de ingebruikname van dit nieuwe wonder van menselijk vernuft vervulde, maar drukte daarbij tegelijk enige bezorgdheid uit:

3 "Wij leven in een nieuwe overwinning des geestes. Wij leven in een mechanische tijd. Bij de revoluties op technisch en economisch gebied, is er nu evenzo een omwenteling op het culturele en morele, op het ideologische terrein gekomen. Het leven wordt meer en meer beheerst door de techniek, niet alleen tijdens het arbeidsproces, doch ook en zélfs in de recreatie. Wij hebben thans massa-arbeid en massa-recreatie en moeten er voor zorgen dat de techniek een middel blijft en niet een doel op zichzelf, anders zou het automatisch de dood van de cultuur kunnen betekenen. De regering is zich ten hoogste bewust van haar verantwoordelijkheid in deze en heeft slechts in déze concessie verleend aan de Nederlandse Televisie Stichting."
4 Rechts: personeelsadvertentie van de NTS voor de vacature van cameraman

Vervolgens waren er twee korte films te zien. De eerste toonde de voorbereidingen voor de start van de Deense televisie, die op dezelfde dag de lucht inging. Daarna volgde een filmpje van de Rijksvoorlichtingsdienst over het gieten van een carillon voor Amerika. Dat werd op zijn beurt weer gevolgd door een soort lezing waarin de hoogleraar Prof. Dr. Ing. N.A. Halbertsma sprak over het thema "De leek en de televisie." Vreemd genoeg, hoewel ook in de daarop volgende jaren een gebruikelijk verschijnsel, volgde er daarna een tien minuten durende pauze. Om negen uur ging het programma verder met "De Toverspiegel." Het was een televisiespel geschreven door Willy van Hemert, Peter Koen en Evert Werkman. Vooral de eerste zou nog vele jaren dramastukken voor de diverse omroepen schrijven en regisseren. Onder de toneelspelers en -speelsters van dit eerste officiële drama op de NTS waren bekende namen uit die tijd als Louis Bouwmeester, Albert van Dalsum, Ank van der Moer en Hetty Blok.

5 De bezorgdheid van staatssecretaris Cals over het nieuwe medium was niet nieuw. Ook al eerder had de regering, bij monde van dezelfde Cals, ook al de nodige ongerustheid uitgesproken. De regering, en met name de direct verantwoordelijke bewindslieden, toonden zich dan wel zeer verheugd over de totstandkoming van de nieuwe communicatievorm, in werkelijkheid waren ze vervuld van ernstige zorg ten aanzien van het juiste gebruik van het nieuwe medium. Die zorg kwam mede voort uit een angst voor de ontzuiling en de invloed van de commercie. De regering verklaarde zichzelf daarom in hoogste instantie verantwoordelijk voor het medium. Die verantwoordelijkheid werd — een achttal dagen voor de eerste uitzending — ingevuld met de installatie door Cals van de leden van de Televisie Raad. De Raad diende, namens de regering, toezicht te houden op de inhoud van de toekomstige programmering. Tijdens een verklaring aan de pers stelde de staatssecretaris:
6 "Wijzer geworden door hetgeen in het buitenland ons op televisiegebied heeft laten zien en geschrokken van bepaalde consequenties van het verschijnsel, dat als onafwendbaar voor ons staat, is ons de noodzaak van een brede bezinning duidelijk geworden."
7 Links: televisiekijkende ministers

Geheel in de geest van de jaren vijftig werd het centrale probleem van de overheidszorg geformuleerd rond de jeugd en de handhaving van de Nederlandse cultuur. Het onderzoek door de leden van de Televisie Raad zou zich in de daarop volgende tijd dan ook in het bijzonder moeten toespitsen op de geestelijke en sociale aspecten van de televisie. Daarbij zou men zich onder meer moeten afvragen in hoeverre de televisie invloed zou hebben op het gezin in zijn geheel en op de jeugd in het bijzonder. Men moest zich ook beraden hoe waarborgen waren te verkrijgen dat het massamedium in de toekomst zou meewerken tot versterking en niet tot afbraak van de Nederlandse cultuur. In eerste instantie kreeg men in Nederland slechts drie uur per week programma's via de televisie aangeboden. Het betrof hier een tijdelijk toegewezen zendtijd, afgegeven door de regering. En daar lag dus nog een taak voor de Televisie Raad: het bezien van de handhaving van de voorlopige zendtijd voor de periode van drie uur per week en tevens of het in de toekomst mogelijk zou zijn om de programma's ook via relayering in het noorden en zuiden van Nederland zichtbaar te maken.

8 Het eerder genoemde historische toneelgezelschap werd die avond onder meer via een in de bibliotheek van het Paleis Soestdijk opgestelde kijkkast, bekeken door de Koninklijke Familie. Het Paleis Soestdijk lag onder de rook van Lopik, alwaar de zender stond opgesteld. De kranten wisten dan ook te melden dat de ontvangst niets te wensen had overgelaten en bovendien dat het gezin de eerste toespraken en later de verrichtingen der acteurs met gespannen aandacht had gadegeslagen. En, die eerste uitzending werd natuurlijk ook officieel geïntroduceerd door een omroepster. Namen van omroepsters die mensen van zo rond de vijftig jaar zich kunnen herinneren zijn onder meer: Tanja Koen, Ageeth Scherphuis en Hannie Lips. De naam Jeanne Roos zal bij velen geen directe herinnering naar boven doen drijven. Toch gaat het hier om de allereerste omroepster van de NTS, die op de bewuste 2e oktober 1951 de programma's van introducerende woorden voorzag. Wat vond Jeanne Roos destijds zelf van die eerste ervaring?
9 "Televisie is zenuwen. Het is een geconcentreerde zenuwstuip van een aantal mensen, die dagen en dagen van te voren met niets anders zijn bezig geweest, niet gegeten hebben, noch veel geslapen hebben, duizenden problemen moesten oplossen en vlak voor de uitzending moesten ontdekken dat zij er nog een paar honderd problemen hadden vergeten ... Tenminste wat deze eerste uitzending betrof. Van de zenuwen was ik een uur te vroeg, het was heet in de studio en schel van het licht. Ik moest een geruite jurk aan en werd geschminkt: licht bruin onderlaagje zonder rouge, poeder en groen op de ogen en een bleek aangezette mond. Ik moest ineens "op" en wist totaal geen woord meer van mijn tekst. Alle lampen flitsten aan, hoofd een beetje op, nog tien seconden ... "Good Luck," zei de regisseur, het rode lampje gloeit aan. Ik wilde wel hard weglopen, maar ik hoorde mezelf zeggen: "Goedenavond dames en heren." De elektrische spanning van de televisiefabriek op kookhitte trilde in me, óm me, dóór me heen. Een paar technici staken hun duim op. Dus het ging goed. Ik werd ineens rustiger en ik was door het eerste anderhalf uur heen voordat ik het wist. Pauze, koffie met speculaasjes en even uitblazen. Een storinkje? Niet erg. Je vertelde kalm dat er iets mis was gegaan en dat alles binnen een paar minuten verholpen zou zijn."
10 Eén van de gasten in het eerste televisieprogramma was de televisiekenner van die tijd, Prof. Dr. Ing. Halbertsma. Eén van zijn opmerkingen in de schouwzaal van hotel de Rozenboom in Bussum werd slechts door technici begrepen. Hij zei: "Je gooit in de zender een lasso en je krijgt textiel van Picasso." Later zou in de geschreven pers blijken wat hij met dit rijm bedoelde: de gevoeligheid van het technische apparatuur, die tijdens de eerste televisieuitzending tot uiting kwam in een enkele minuten durende storing — dezelfde storing waar ook Jeanne Roos naar verwees. Plotseling toonde het beeld, in plaats van een close-up van Albert van Dalsum, vreemde strepen. Het waren die strepen die menige kijker er definitief van overtuigden dat het echt om een rechtstreekse experimentele uitzending ging.
11 Rechts: Willem Vogt

Ondanks die storing had de geschreven pers een positieve indruk van die eerste uitzending. Dat gold ook voor de direct betrokkenen. Zo stelde de heer Rengelink, destijds niet alleen secretaris van het bestuur van de NTS maar ook secretaris van het bestuur van de omroepvereniging de VARA, dat de start van de Nederlandse televisie hem ontzettend was meegevallen. Ook Willem Vogt, destijds voorzitter van de AVRO, stelde dat hij ontzettend tevreden was en het veel beter was gegaan dan hij vooraf had durven hopen: "Alles is goed afgelopen. Het was uitstekend, inclusief de korte storing, want die bewees de echtheid van dit experiment." Tijdens de storing was de stemming in de studio trouwens opperbest gebleven. Er viel, aldus de kranten, wel een onverwacht en ook niet parlementair woord, toen de "zinkfabriek," zoals de heren technici onderling de lijn naar Lopik noemden, werd verbroken en er praktisch op hetzelfde moment een kwiklamp van de verlichting sprong. Ook de toneelspelers werden er niet nerveuzer onder; integendeel zij vonden even de tijd voor een ongedwongen babbeltje.

12 Eén van de dagbladen gaf een impressie van het gevoel in de kleedkamer van het toneelgezelschap dat die avond als eerste hun spel mochten vertonen via de beeldbuis:
13 "In de kleedkamer ging het toe als voor een toneelvoorstelling. Ank van der Moer zocht een veiligheidsspeld om iets vast te steken aan haar kostuum van een 17e eeuwse redersvrouw. Albert van Dalsum zat rustig in een harlekijnspak met een loodzware cape aan de kaptafel van meneer Michels en professor Halbertsma, die een causerie ging houden, werd — wat hij wel nooit bevroed zou hebben toen hij zijn hoogleraarschap aanvaardde — geschminkt door mevrouw Mary. Aan het schminken van staatssecretaris Cals en van Professor Kors heeft geen mens gedacht. Zij zijn ongeschminkt op het scherm gekomen. Ik vraag me nog af of iemand het ooit heeft gemerkt. Na afloop van de uitzending kwam iedereen elkaar feliciteren en leek het even of half Nederland al een televisietoestel in huis had."
14 Links: televisiecartoon uit de jaren vijftig

De uitzending van 2 oktober 1951 was niet in alle opzichten de eerste televisie-uitending in Nederland. De ontwikkeling van de televisie als experiment was al in 1938 begonnen en Philips had al ontvangsttoestellen en een zender ontwikkeld, die op zeer kleine schaal werden getoond aan belangstellenden. Als gevolg van de Tweede Wereldoorlog werden deze experimenten echter afgebroken. Maar ook voorafgaande aan de datum van 2 oktober 1951 waren er vanzelfsprekend proefuitzendingen geweest. Een paar weken eerder waren er al bewegende beelden uitgezonden, die niet officieel waren aangekondigd en die slechts door een handjevol mensen bekeken werd. Toch was het uitgelekt en kon men in enkele kranten een verslag lezen van deze uitzending. Onder de kop "Eerste onaangekondigde proef is schitterend geslaagd" meldde men:

15 "Lopik heeft dinsdagmiddag voor het eerst uitgezonden met bewegende beelden en deze proef is schitterend geslaagd. De films, die wij bij een televisieamateur hebben gezien, waren voortreffelijk van scherpte, lichthelderheid en contrast. Het eerste stadium, waarin de zender ter controle veelvuldig alleen maar stilstaande testbeelden uitzond, is hiermee achter de rug. Niemand van de bij de televisie betrokken partijen had aan het experiment enige ruchtbaarheid gegeven. De proef zou van vier tot vijf uur worden genomen op verzoek van de directeur-generaal van de PTT, de heer L. Neher. Het bericht bereikte ons te laat, dat wij nog maar juist gelegenheid hadden om een radiohandelaar, die zich sinds het begin van de experimentele periode van Philips ijverig op de televisietechniek had toegelegd, op te bellen. Hij wist niets van de proef. Eén van de door hem gebouwde ontvangers was in bruikleen gegeven aan de Vereniging voor Experimenteel Radio Onderzoek en de ontvanger, die hij achter in de werkplaats had staan, was in niet werkbare conditie. Toen wij omstreeks kwart over vier bij de radiohandelaar waren, vonden wij hem druk bezig het toestel, zij het ook provisorisch, voor het ontvangen van televisie-uitzendingen klaar te maken. Al gauw kwam het geluid door, echter zonder beeld. Het was de muziek en het gesproken woord bij een Franse film over de vorderingen van de wederopbouw van Nederland. Om vijf voor half vijf kwamen de eerste beelden door. Beverig en streperig en een kwartslag gedraaid, verscheen een stuk film waarnaar wij fascinerend keken. De eerste levende televisie van Lopik! Het Franse filmpje was snel afgelopen, toen zagen en hoorden wij de populaire KLM vlieger Viruly. Hij reed in een autootje en pikte een jeugdige lifter op, die Schiphol had bekeken. De uitzending ging als een nachtkaars uit: de film werd afgebroken. Daarna kwamen weer enige van de testbeelden, waarvan er een als het "hakenkruis" en een ander als de "voetbal" bekend staat."
16 Rechts: storing, televisiecartoon uit de jaren vijftig

Toen de eerste officiële experimentele uitzendingen in oktober 1951 een feit waren, volgden er vele andere aangekondigde programma's, die — zoals bekend — slechts in een deel van ons land waren te ontvangen. Daarbij hoorde bovendien de toevoeging: "mits je in het rijke bezit van een televisietoestel was." In de eerste maanden van de Nederlandse televisie was er niet alleen een schaarste aan ontvangsttoestellen maar waren ze bovendien voor de gemiddelde Nederlander totaal onbetaalbaar. Gevolg was dat veel mensen buitenshuis naar de nieuwste technische ontwikkelingen ging kijken. Belangrijke hotels in de regio Amsterdam en de regio Utrecht hadden een ontvangsttoestel gekocht om in de hal te kunnen plaatsen om op die manier hun cliëntèle op de Bussumse programma's te vergasten. Ook andere ondernemende zakenlieden, voornamelijk radiohandelaren, zorgden er snel voor dat ze een ontvangstapparaat in hun zaak kregen om op die manier potentiële klanten te trekken. Soms stonden er hele drommen mensen voor de winkelruit van de etalage.

17 Het Utrechts Dagblad gaf in die tijd een relativerend verslag van het gezamenlijk televisiekijken in de Domstad:
18 "Het resultaat was bij lange na niet slecht te noemen. Zo zagen vele Utrechters voor het eerst van hun leven gisteravond een televisieprogramma. Maar zegt U nu eens eerlijk, was U er van onder de indruk? Waarschijnlijk niet eens. De ontvangst in Utrecht was overal uitstekend, dus daar kan het niet aan liggen. Misschien is het zo dat de moderne mens in de laatste tientallen jaren zovele nieuwe ontdekkingen zag lanceren, dat één meer hem niet al te veel meer uit het lood kan brengen. De ouderen onder ons zaten dertig jaar geleden gespannen bij een klein kastje waarin een wirwar van draden en buizen de eerste probeerselen van een radio voorstelden. De automobiel, de film, de grammofoon werden vervolmaakt en in latere tijden kwamen de vliegtuigen, de radar en de straalaandrijving. De mens, die deze nieuwe uitvindingen aanschouwde, verwerkte en accepteerde, is niet gemakkelijk meer te verbazen. Ook en zelfs niet door televisie. Toch kregen wij gisteravond, toen wij in één van de Utrechtse restaurants naar een beeldscherm van 1 meter bij 75 centimeter zaten te kijken, nog even het gevoel dat decennia eerder de eerste bioscoopbezoekers moeten hebben gehad. Het was alsof een grote tovenaar tegen ons zei: "Nu goed naar het kastje kijken, dan zie je straks wel het vogeltje." We keken naar de toverspiegel, die televisie heet. En die net als de toverspiegel waar we in onze jeugd van droomden, zó duur is dat je voorlopig nog een prins of een prinses moet zijn om er één te kunnen kopen."
   
Previous
  Naschrift. Helaas kon, naast de vermelding van het Utrechts Dagblad, geen enkele andere bron bij dit verhaal worden genoemd. De reden is dat dit verhaal mede is ontstaan aan de hand van knipsels teruggevonden in een plakboek. Het is één van de vele schitterende plakboeken die in depot liggen in het Nederlands Audiovisueel Archief in Hilversum en die vaak afkomstig zijn van voormalige omroepmedewerkers. Bij de ingeplakte artikelen stonden noch datum noch bron vermeld. Verder dank aan Jan de Vries die de tweede foto in dit artikel identificeerde als de Irene-studio.
  2000 © Soundscapes