Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 3
februari 2001

De man van MI-6

 





  Paul Harris en de geheimen van MEBO Ltd.
door Hans Knot
Previous
  In de nacht van 21 december 1988 stortte een passagiersvliegtuig neer op het Schotse stadje Lockerbie. Het was het gevolg van een terreuractie en al snel wezen de beschuldigende vingers in de richting van Libië. Onlangs werd in Kamp Zeist het vonnis uitgesproken over de twee verdachten die na jaren van sterke diplomatieke en vooral economische druk door de Libische regering aan de Schotse rechtbank waren uitgeleverd. Vlak daarop schreef Paul Harris in de Schotse krant The Herald een vlammend betoog over de mogelijke betrokkenheid van de firma MEBO en haar directeur Edwin Bollier. Hans Knot werpt een kritische blik op de argumenten waarmee Harris die stelling onderbouwt.
 
1 De MEBO II in stormachtig weer

Belastende papieren. Op de eerste dag van februari 2001, enkele dagen nadat het vonnis was gevallen in het Lockerbie-proces in Kamp Zeist viel er in de Schotse krant The Herald een wel zeer opmerkelijk artikel te lezen. Het schrijven was uit de pen gevloeid van Paul Harris die eerder, in de jaren zestig en zeventig, een drietal boeken volschreef over de geschiedenis van de zeezenders. Een man ook met een zeezenderverleden, want hij was zelf ooit actief betrokken bij de uitzendingen van Capital Radio vanaf het zendschip de MV King David. Wat hebben zeezenders nu met het Lockerbie-drama te maken? Wel, in de opening van zijn verhaal stelt Harris dat de persoon, die verantwoordelijk was voor de levering van de timer van de bom die werd gebruikt om het vliegtuig op het Schotse Lockerbie te laten neerstorten, in het proces buiten schot is gebleven.

2 En, volgens Harris was dat Edwin Bollier, de man die samen met Erwin Meisters de eigenaar was van de MEBO II, het kleurrijke zendschip van Radio Northsea International (RNI). Harris schrijft hierover:
  "De envelop met daarin belastende papieren over Edwin Bollier — het bewijsmateriaal dat zijn loopbaan tot een eind had moeten brengen: de man was destijds geheimagent voor de Stasi, de geheime dienst van het toenmalige Oost-Duitsland — werd in de zomer van 1971 overhandigd aan MI-6."
3 Harris weet dat allemaal zo goed, zo blijkt, omdat hij dat bewijsmateriaal eigenhandig heeft verzameld en de betreffende envelop ook zelf heeft overgedragen aan een zekere "W", iemand van MI-6 — de geheime dienst van Groot-Brittannië. Dat gebeurde in een kantoor aan de Guild Street in Aberdeen. Harris doelt daarbij op het kantoor van Impulse Publications, de uitgeverij die daar door hem destijds werd gedreven. De Koude Oorlog was toen nog lang niet uitgewoed. In die internationale context konden, zo stelt hij, gewetenloze zakenleden zoals Bollier met een thuisbasis in het neutrale Zwitserland en in het bezit van een Zwitsers paspoort probleemloos en straffeloos hun gang gaan in de internationale wapenhandel. Dekmantel van Bollier was de firma MEBO Telecommunication AG (MEBO Ltd.), die op 23 maart 1971 in Zürich werd geregistreerd en die overigens nog steeds bestaat.
4 Alan West in een van de goed geoutilleerde studio's van de MEBO II

Een luxueus schip en de Britse verkiezingen van 1970. MEBO Ltd. werd, zo benadrukt Harris, meerdere malen genoemd in de dagvaarding van de Landsadvocaat in de Lockerbie-zaak in november 1991. De beide eigenaren van de firma werden tijdens het proces ook opgeroepen als getuige. Veel andere directe aanwijzingen voor de betrokkenheid van Bollier geeft hij echter niet. Wel gaat hij in op een aantal zaken die, volgens hem, zijdelings daarop lijken te wijzen. Zo vraagt hij zich bijvoorbeeld af, hoe de heren Meister en Bollier aan zulke grote sommen contant geld konden komen voor de luxueuze uitrusting van hun zendschip. Voor hem blijft dat een raadsel. Dat had niet gehoeven. Het is immers algemeen bekend dat Meister en Bollier, toen de kosten voor het schip veel en veel te hoog bleken te zijn, al snel op de stoep stonden bij hun toekomstige concurrent Radio Veronica. Ze sloten daar een overeenkomst en kregen een lening van een miljoen Nederlandse guldens, een hoop geld voor die tijd. Die lening werd hen onder bepaalde voorwaarden verstrekt; onder meer deden ze de belofte dat RNI nooit en te nimmer programma's zou gaan uitzenden in de Nederlandse taal.

5 Verder gaat Harris in op het feit, dat de MEBO II in juni 1970 werd ingezet als propagandastation. Daarbij werd de naam van Radio Caroline gebruikt. Dit omdat deze naam beter zou liggen bij het Britse luisterpubliek vanwege de populariteit van het gelijknamige station dat in de jaren 1964 tot en met 1968 al vanaf een zendschip voor de Britse kust uitzendingen had verzorgd. De MEBO II had inmiddels al geruime tijd haar locatie aan de Nederlandse kust verlaten en hervatte de uitzendingen vanaf een positie ter hoogte van Clacton on Sea, aan de Britse oostkust. Er werd heftig reclame gemaakt voor de verkiezingen, en wel in het voordeel van de Conservatieve Partij. Een van de redenen van deze campagne was vooral om jongeren, die in grote getale naar het station luisterden, op te roepen om te gaan stemmen. Immers, in het jaar 1970 mocht er in Engeland voor het eerst vanaf 18 jaar af gestemd worden. Voor die tijd lag de stemgerechtigde leeftijd op 21 jaar. Die voorkeur voor de Conservatieven was niet zo vreemd, want de Labour Party, die op dat moment nog aan de macht was, dreigde de zender uit de lucht te halen.
6 RNI/Caroline kon ook niet ongehinderd haar gang gaan. De Labour-regering nam tegenmaatregelen en zette een sterke stoorzender in op de frequentie van RNI/Caroline. Officieel luidde de reden, dat men vanuit landen als Noorwegen en Italië klachten had gekregen over interferentie van de signalen van het station op andere stations. Maar toen RNI daarop van frequentie veranderde, volgde de sterke stoorzender naar dezelfde frequentie — hetgeen zich ettelijke malen herhaalde. Duidelijk was dat Labour het zendschip en dus het station liever zag terugkeren naar de Nederlandse kust of, beter nog, dat het station de ether voorgoed zou verlaten. Nooit is duidelijk geworden of het de invloed was van deze propaganda van RNI/Caroline, maar de Conservatieven wonnen dat jaar voor het eerst sinds lange tijd de verkiezingen en beloofden de "jamming" van de uitzending te staken. Toen dit niet gebeurde besloten de eigenaren van het schip andermaal hun geluk te proberen met uitzendingen voor de Nederlandse kust.
7 Meister en Bollier in de zenderkamer van de MEBO II (1970)

Het leger in actie? Deze gebeurtenissen vormen zondermeer een interessante episode in de geschiedenis van RNI. Maar, wijst dat ook op een verdergaande politieke betrokkenheid van Meister en Bollier? Harris vindt klaarblijkelijk van wel en haalt een verhaal naar boven dat hij al wel eens eerder heeft verteld. Blijkbaar had ook het Britse leger voldoende redenen om het station te dwarsbomen. Het was namelijk, zo stelt hij, niet alleen het Post Office dat een stoorzender inzette, maar ook het Britse leger. Eerder al, in zijn publicatie To be a pirate king, beweerde Harris bewijzen te hebben van de betrokkenheid van het leger. Hij stelde dat hij helaas zijn bron niet kon noemen en dat hij de echte bewijzen voor zijn beweringen pas over vijftig jaar zou kunnen leveren. Dan pas zouden de betreffende stukken door de overheid worden vrijgegeven. De wetgeving is echter al enige jaren geleden veranderd en de vervaldatum van het embargo staat nu op dertig jaar. Harris zou er goed aan doen om nu toch eens echt in de archieven te duiken om te laten zien dat zijn beweringen kloppen. De verkiezingen van 1970 liggen komende maand juni immers al 31 jaar achter ons.

8 Als hij toch de archieven induikt, kan Harris tegelijk een andere bewering proberen hard te maken, die hij in zijn publicaties heeft gedaan en die nergens anders kan worden teruggevonden. In 1970 zou, volgens Harris, een paar dagen voordat de werkelijke verkiezingen werden gehouden, grond zijn onteigend in het plaatsje Canewden. Een groot stuk grond in de directe omgeving van het vliegveld van Southend on Sea, eigendom van de firma Marconi, werd door de staat in beslag genomen. Legerauto's reden vervolgens het terrein op; het terrein werd meteen werd afgezet en onder zware bewaking geplaatst. Daarop werden er, nog steeds volgens Harris, twee noodgebouwen geplaatst: een voor generatoren en een voor een sterke RCA-zender.
9 Vervolgens werd er een enorme zendmast geplaatst die dienst moest doen voor het uitstralen van liefst 200 kW aan vermogen, twee keer zo sterk als het toenmalige vermogen van de RNI-zender, die afgesteld stond op de middengolf. Zowel politie, landmacht als waakhonden omsingelden het terrein. Er mochten geen foto's worden genomen en iedereen die het terrein te dicht naderde werd meegenomen voor ondervraging. Als Labour de verkiezingen zou hebben gewonnen zou deze sterke zender RNI totaal hebben weggedrukt. Nergens anders dan in Harris' eigen publicatie zijn deze beweringen ooit teruggevonden, zelfs niet in de krantenberichten uit die tijd. Maar, ook al zouden deze verhalen juist zijn, dan nog is het de vraag wat dat zegt over de betrokkenheid van Bollier bij de internationale wapenhandel.
10 Paul Harris in 1971

Geheimagent Harris. Het bewijsmateriaal dat Harris aanlevert is kortom niet bijster indrukwekkend. Interessanter zijn mogelijk de stukken die Harris zegt te hebben verzameld over Bollier als agent van de Stasi. Op dit punt krijgt zijn verhaal een onverwachte wending: Harris blijkt, naar eigen zeggen, zelf een geheimagent. Door zijn werk als journalist en medewerker van de zeezender Capital Radio kon hij, zegt hij, infiltreren in het kantoor van MEBO in het Grand Hotel in Scheveningen. Op die manier kwam hem ten ore dat er belangrijke zenderonderdelen vanuit Zwitserland, via Schiphol, werden getransporteerd naar Oost-Berlijn. Deze onderdelen waren bestemd voor het Institut für Technische Untersuchungen. Van origine betrof het Amerikaans materiaal en transporten van dergelijke technologie naar de Oostbloklanden waren destijds volgens de Amerikaanse wetgeving verboden.

11 Toen begonnen volgens Harris zijn spionage-werkzaamheden:
  "Ik drukte de post, die me interessant leek, achterover. Stoomde de enveloppen open met een techniek die ik me uit het Eagle handboek had geleerd, dupliceerde het, stopte de originelen weer terug in de envelop en legde de duplicaten veilig weg zodat ik ze mee kon nemen op mijn volgende trip naar Engeland. Als ik weer terug was, meestal in Aberdeen, nam ik contact op met een beambte van de Special Branch Office, die me weer in contact bracht met 'W', de man van de MI-6. Uit de gesprekken en verhoren werd mij al vrij snel duidelijk dat 'W' vooral geïnteresseerd was in de Oost-Duitse contacten en alles te weten wilde komen over de betrokkenheid van het radiostation bij de verkiezingen in 1970."
12 Harris heeft daarmee — dat idee is klaarblijkelijk bij hem blijven hangen — zijn eigen kleine aandeel geleverd aan de uitkomst van de koude oorlog. Hoe serieus moeten we dit nemen? Of beter gezegd, hoe serieus is zijn informatie destijds genomen de Europese als Amerikaanse inlichtingendiensten? Hoe hebben ze hun waardering uitgedrukt? Harris zegt nooit betaald te zijn. Wel heeft hij, zo beweert hij, van de toenmalige Post Master General een verklaring van onschendbaarheid gekregen. Hij zou nooit vervolgd worden voor zijn activiteiten voor Capital Radio. Dat hij inderdaad niet voor die activiteiten is vervolgd, is echter niet zo opmerkelijk. Hij was immers niet de enige. De Marine Offences Act werd weliswaar om middernacht op 14 augustus 1967 van kracht, maar het zou zeker tot het voorjaar van 1976 duren voordat de allereerste rechtszaak werd aangespannen wegens het overtreden ervan. Als men van overheidswege al eerder had willen ingrijpen dan had men genoeg mensen kunnen arresteren bij het betreden van Britse bodem. Opsporing en aanhouding van mensen die betrokken waren bij de zeezenders, had toen in Engeland, net als in Nederland, geen enkele prioriteit.
13 Edwin Bollier (1977)

Zeezenders uit het Oostblok. Waar ging het eigelijk allemaal om in die Oost-Duitse contacten van Bollier? Op dit punt herhaalt Harris nog eens zijn ongeloofwaardige verhaal over de radioschepen in de Poolse haven van Gdansk. Volgens dat verhaal zijn daar in 1971 tien radioschepen uitgerust in opdracht van — jawel — het Institut für Technische Untersuchungen in Oost-Berlijn en wel naar het succesvolle voorbeeld van de MEBO II. Het verhaal is bekend: Harris schreef het al op in zijn tweede boek To be a pirate king. Het stuk diende als voorpublicatie daarvan en de Telegraaf publiceerde het destijds voluit in meerdere kolommen op de voorpagina. Ook toen stelde Harris al dat die schepen uit Polen bedoeld waren als tegenhangers voor Radio Free Europe en Radio Liberty, die ten tijde van de Koude Oorlog via de ether de Westerse boodschap aan de Oostbloklanden verkondigden.

14 Het is een mooi verhaal, maar klopt het ook? Behalve dat ene krantenbericht van Harris zelf, zijn er destijds geen bewijzen boven water gekomen. Ook al gebeurde het achter het IJzeren Gordijn, in een werf in het verre Poolse Gdansk, de ombouw van een groot aantal schepen ten bate van propagandistische uitzendingen zou toch ergens moeten zijn opgemerkt. In de pers valt er echter verder niets over te lezen. Schaarse contacten binnen de DX-wereld in het Oostblok werden in die tijd gekoesterd en via een aantal DX'ers is nog een klein onderzoek ingesteld naar de eventuele juistheid van het verhaal. Ook toen konden er geen aanwijzingen worden gevonden voor de juistheid van Harris' bewering.
15 En, waarom hebben we eigenlijk nooit meer iets over en van die schepen gehoord? In The Herald meldt Harris daar nu over, dat de ombouw van de schepen is stopgezet nadat hij zijn bevindingen wereldkundig had gemaakt. Dat lijkt op zelfoverschatting! Als het verhaal waar was geweest en er inderdaad sprake zou zijn geweest van Oost-Europese zendschepen, dan zou zo'n project echt niet vanwege een enkel krantenbericht onmiddellijk zijn stopgezet. Vroeg of laat zouden die schepen — dat is toch de bedoeling van een zendschip — immers toch moeten zijn gaan uitzenden en klaarblijkelijk bepaald niet in het geheim.
16 De MEBO I (Angela) en MEBO II op weg naar Libië na de overdracht van de schepen aan kolonel Gadaffi

De bomaanslag op de MEBO II. Ook het verhaal over de bomaanslag op de MEBO II wordt door Harris gezien als het werk van geheime diensten. Het echte verhaal daarover is inmiddels lang en breed bekend. Op 15 mei 1971 ondernam een aantal duikers, in opdracht van een tweetal Veronica-medewerkers — reclame-acquisiteur Norbert Jürgens en directeur Bull Verweij — een actie tegen het zendschip van RNI, de MEBO II. Ze zouden het anker kappen en er vervolgens voor zorgen dat het zendschip veilig een Nederlandse haven werd binnengesleept. Reden voor de operatie was, dat de afspraak tussen de directies van MEBO Ltd. in Zürich en de Veronica-directie dat RNI nooit in de Nederlandse taal gaan uitzenden, niet was nagekomen. De achtergronden van die afspraak zijn hier al eerder aan de orde geweest.

17 De drie duikers gingen echter een flinke stap verder en drenkten een aantal doeken in olie en legden die brandend in de machinekamer. Daarop ontstond een forse brand en een explosie. De bemanning en deejays zonden SOS-calls uit en niet veel later werden ook de uitzendingen gestaakt. De situatie leek zelfs zo ernstig, dat een deel van de bemanning tijdelijk van boord werd gehaald. Het leek erop dat het hele schip in brand zou komen te staan. Gelukkig viel het mee en later die nacht werden de uitzendingen weer hervat. Het zendschip werd op open zee hersteld omdat men ervan uit ging dat reparatie in een haven zou leiden tot inbeslagname door de Nederlandse autoriteiten.
18 Enkele dagen na de bomaanslag werden zowel de duikers als de beide opdrachtgevers van de Veronica-organisatie gearresteerd. Later werden ze veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf. Paul Harris komt nu met zijn versie van het verhaal. De oorzaak van de explosie waren geen brandende lappen, zegt hij, maar heuse kneedbommen die in opdracht van de Nederlandse Binnenlandse Veiligheidsdienst (de BVD) aan de scheepshuid van het ruim van het zendschip waren bevestigd.
19 De herinneringen van Bull Verweij. We hebben deze nieuwe onthullingen van Harris voorgelezen aan Bull Verweij. Hij is inmiddels 91 jaar, maar herinnert zich zijn eerste ontmoeting met Meister en Bollier nog goed. Dat was in hun kantoor in Zürich:
  Hendrik "Bull" Verweij (links) met zijn broer Jaap in 1999

"Ze vertelden me meteen met wat voor activiteiten ze zich zoal bezig hielden. Ze beweerden allerlei supertechnische apparatuur te kunnen leveren voor spionagedoeleinden. Ze zeiden daarbij: Wo Krieg ist sind wir. Daar was, zo zeiden ze, veel geld mee te verdienen."

  "Waar oorlog is daar zijn ook wij te vinden." Die uitspraak komt in de richting van Harris' beschuldigingen. Over de beweringen van Harris dat de bomaanslag gepleegd zou zijn van de BVD is Verweij kort:
  "Dat is de grootste onzin die ik ooit gehoord heb. De duikers hebben slechts gehandeld in opdracht van ons. De BVD is daar op geen enkele wijze bij betrokken geweest. Dat is echt een lachertje."
20 Ook de laatste dag van de rechtszitting herinnert Verweij zich nog uitstekend. Ook toen vielen de namen van Meister en Bollier, maar daar was weinig geheimzinnigs aan:
  "De officier van Justitie zei dat er een brief bij hem was binnengekomen van Meister en Bollier. Vervolgens las hij deze brief voor en daar kwam uit naar voren dat de beide heren vroegen om mij niet te veroordelen. Uiteraard heeft de officier deze brief niet laten meewegen in zijn besluitvorming en kon ik een lang jaar in de gevangenis doorbrengen."
21 Crispian St. John (1971)

Twijfels die blijven ... Alle verhalen en geruchten over de geheime activiteiten van de firma MEBO hebben intussen wel hun uitwerking gehad. Een van de deejays die destijds bij de internationale service van RNI werkte was Crispian St. John, oftewel Howard Rose, die tegenwoordig eindredacteur is van The Radio Magazine in Engeland. Hij reageerde als volgt:

"Ik moet toegeven dat ik me ernstige zorgen heb gemaakt over de contacten die Meister en Bollier onderhielden met Libië en de berichten over de leverantie van de timer van de bom door MEBO Ltd. Dit uiteraard in het licht van de eerdere claims van Andy Archer als zou er aan boord van de MEBO II met geavanceerde apparatuur worden gespioneerd."

22 Rose doelt hier op de berichten die Archer ooit naar buiten bracht. Maar, ook deze berichten waren niet juist. Archer was destijds werkzaam bij RNI en werd, voor de zoveelste keer, aan de kant gezet. In die tijd was het overigens bepaald niet ongebruikelijk dat een deejay werd ontslagen om dan vervolgens enkele maanden later weer in dienst te worden genomen. Archer overkwam dit een aantal malen. Hij was destijds bevriend met Hans Verbaan van de Free Radio Campaign Holland. Uit onvrede over Archer's ontslag kwamen beide vrienden op het idee om de Telegraaf aan een verhaal te helpen. Ze vertelden de journalist, dat er in de nieuwskamer van de MEBO II geavanceerde apparatuur stond die in de nachtelijke uren werd gebruikt om gecodeerde boodschappen uit te zenden. De journalist van de Telegraaf trapte erin en het verhaal vormde vanaf 30 september 1971 een aantal dagen voorpaginanieuws. Het verhaal werd steeds smeuïger. In een van de artikelen werd zelfs gesuggereerd, dat de BVD een onderzoek zou instellen naar de vermeende activiteiten. Door de directie van de Nederlandse service van RNI, onderdeel van het Strengholt-concern, werden alle aantijgingen destijds overigens met klem tegengesproken.
23 In 1985, jaren na de bomaanslag, vertelde Verbaan me dat het hele verhaal uit de lucht was gegrepen. Ze hadden op deze manier hun ongenoegen willen uiten over Archer's ontslag. Archer had de Telegraaf zo kundig op het verkeerde been gezet, dat de hele zaak vreselijk werd opgeblazen. Enkele maanden na de publicatie heeft Archer, volgens Verbaan, ook nog een uitgebreide excuusbrief gestuurd, zowel aan Meister en Bollier als aan de directie van Strengholt.
23 Robin Banks in de studio van de MEBO II met op het bord links de naam van het nieuwe station: Peoples Revolution Broadcasting

De contacten tussen MEBO en Libië. Na de close-down van RNI werden de MEBO I en MEBO II na enige wederwaardigheden door Meister en Bollier aan Libië verhuurd en later ook verkocht. Kolonel Gadaffi gebruikte de schepen onder nieuwe namen — de Almassira en de El Fatah — enige tijd voor uitzendingen van het Peoples Revolutionary Army. In 1984 werden beide schepen gebruikt als schietschijf bij oefeningen van de Libische Marine. Ze liggen nu ergens op de bodem van de Golf van Sidra in de Middellandse Zee. Er is dus heus een verbinding tussen MEBO en Libië. Het lijkt erop dat alle verhalen, die nu verteld worden daarop berusten. Het is echter onduidelijk of er meer aan de hand is dan de verhuur en verkoop van de schepen. Rose zegt dat hij enige tijd geleden is benaderd door een journalist die onderzoek aan het doen was naar tal van activiteiten van Meister en Bollier in heden en verleden. Daarbij kwamen een aantal zaken naar boven die hem, na het aanhoren ervan, behoorlijk zenuwachtig maakten:

  "Vergeet niet dat wij in de tijd aan boord van de MEBO II alleen maar deejays waren. We hielden van het medium radio en we waren RNI in die tijd uiterst dankbaar dat ze ons in dienst hadden genomen om gezamenlijk een fantastisch radiostation te runnen voor miljoenen luisteraars in geheel West-Europa. Maar, ondanks wat er door een aantal mensen in het verleden werd en ook nu weer wordt beweerd, kan ik je echt verzekeren dat geen van de deejays van RNI ooit betrokken is geweest bij sinistere zaakjes, behalve dan dat we stomme plugplaten van de firma Basart moesten draaien."
24 De geschiedenis van de zeezenders heeft ongetwijfeld veel weg van een avonturenverhaal. Het fantastische scenario dat Harris schetst lijkt echter regelrecht afkomstig uit een film van James Bond. Het blijkt allemaal rijkelijk overdreven. Harris haalt er van alles en nog wat bij en laat zich in zijn toebedachte rol van geheimagent duidelijk meeslepen door zijn verbeelding. Wat blijft er over van al zijn beweringen? Er is natuurlijk het feit, dat de MEBO II na de close-down van RNI aan Libië werd verkocht. Verder zijn er de opmerkingen van Meister en Bollier zelf over hun betrokkenheid bij de internationale wapenhandel. Daar kunnen meerdere mensen, zoals Bull Verweij, over meepraten. Maar, was het meer dan stoere praat? Zoals we al schreven, zijn de Britse archieven van 1970 al open. De dossiers over 1971 zijn beschikbaar op 2 januari 2002. We wachten eventueel nieuwe bevindingen van Harris dus gewoon af.
   
Previous
  De boeken van Paul Harris die hier zijn genoemd, zijn:
  • Harris, Paul A. (1968), When pirates ruled the waves. Aberdeen: Impulse Publications, 1968 (fourth edition, August 1970).
  • Harris, Paul A. (1971), To be a pirate king. Aberdeen: Impulse Publications, 1971.
Previous
  Lees ook de reacties op dit artikel van Hans Hendriks, Hans Hogendoorn, François Lhote en Chris Cortez en sla ook de uitgebreide herinneringen van Bull Verweij aan Meister en Bollier niet over. In aflevering 16 van zijn herinneringen aan RNI vertelt Hans Knot welke informatie de zenders van RNI nu werkelijk de ether in stuurden in de nachtelijke uurtjes.
  2001 © Soundscapes