Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 3
november 2000

Waarom Nederland een seniorenomroep nodig heeft ...

 





  Een pleidooi voor de Senioren-Omroep Nederland
door Joop K. Abbes
Previous
  Op zaterdag 2 december 2000 gaat de Senioren Omroep Nederland (SON) de lucht in. Vanaf die datum kan de zender worden beluisterd in de ether op 106.1 MHz en op de kabel op 103.3 MHz. Het geluid van het radiostation, dat zich speciaal richt op een publiek van ouderen, kan voorlopig alleen nog worden gehoord in het gebied van "Groot" Amsterdam. Op dit moment wordt de omroep nog een handje geholpen door de Diemer Omroepstichting (DOS). De organisatie heeft echter verdergaande plannen en hoopt in de toekomst tot een landelijke omroep uit te groeien. Joop K. Abbes zet hier de argumenten voor een seniorenomroep op een rijtje.
 
1 Vanuit een democratische maatschappij geredeneerd lijkt het goed dat er voor "elk wat wils" in omroepland te vinden is. Ook nu treffen wij reeds een situatie aan dat er voor allerlei groepen aparte zenders zijn: te denken valt aan Kindernet, meerdere popzenders, BNN, Discovery- en National Geographic Channel, een cartoonzender en multi-culturele omroepen.
2 Waarom zou er aan dit rijtje dan geen seniorenomroep kunnen worden toegevoegd? Het is immers een feit dat talloze programma's ouderen niet meer aanspreken, met name ook omdat het morele peil daarvan niet langer bij hen past — denk bijvoorbeeld aan de vele horror-, misdaad- en andere films, vele met een overdreven nadruk op de erotiek. Het lijkt erop dat onze ethische tradities weldra voor geld zullen worden verkwanseld met behulp van allerlei bizarre, commerciële uitzendingen. Joop van den Ende heeft al eens in de Volkskrant de opmerking gemaakt dat het aanbod van de commerciële zenders voornamelijk uit amusement en grofheden bestaat.
3 Natuurlijk zou de beste oplossing zijn dat de bestaande publieke omroepverenigingen hun modern-maatschappelijke taak zo zouden opvatten dat zij voldoende ouderenprogramma's op radio en televisie zouden brengen, maar helaas is dat niet zo. Vroeger was het mooie televisieprogramma "Dagje ouder" van Kees Egas bekend. Ook hebben de gezamenlijke omroepen een tijdlang een seniorenprogramma op de radio gebracht, dat elke morgen vanaf acht uur werd uitgezonden. Het werd vorig jaar wegens gebrek aan belangstelling afgeschaft. Maar dat tekort aan interesse was natuurlijk logisch, omdat zo'n programma veel te vroeg voor ouderen, die immers niet meer werken, werd uitgezonden. En tegenwoordig is er eigenlijk nog maar één echt ouderenprogramma over, namenlijk "De tijd van je leven" van Dick Klees dat op zaterdagmiddag om 12.05 uur op Radio 5 wordt uitgezonden. De oudere mens die — met toenemende wanhoop — de programmagidsen doorbladert, zal verder weinig meer van zijn of haar gading aantreffen.
4 In onze hedendaagse cultuur is het woord "nieuw" langzamerhand synoniem geworden voor het begrip "goed." Deze woorden zijn bijna "onderling verwisselbaar," terwijl men voor "nieuw," wat betreft de televisie-uitzendingen, ook best "jong" kan invullen. Kortom, ouderen zijn niet langer interessant; ze worden niet als mediamiek beschouwd. Intussen betalen ze wel hun belasting, maar krijgen daar steeds minder voor terug. Het is tekenend dat er bijvoorbeeld in de inleiding van het Rapport van de Commissie Publieke Omroep uit 1996 — hierna te noemen RCPO — voor wordt gepleit meer aandacht te besteden aan programma's voor de jeugd en dat er geen enkele belangstelling wordt getoond voor de ouderen! Zonder de zorg om meer goede uitzendingen voor jongeren te willen betwisten — het gaat zeker niet om een "oorlog tussen de generaties" — vraag ik mij toch af wat de oorsprong van deze eenzijdige stellingname is.
5 Van de commerciële omroepen hebben de senioren al evenmin iets te verwachten. Als men bedenkt dat RTL 4 oorspronkelijk werd opgericht voor huisvrouwen en ouderen [!], maar nu vooral door de laagstbetaalden en laagst-ontwikkelden wordt bekeken, dat weet men precies hoe hoog de commerciële televisiemaker de oudere mens aanslaat (zie RCPO, 1996, 3.3.2 en 3.5.1).
6 De publieke omroep heeft het sinds het verdwijnen van de verzuiling en de komst van de commerciële zenders moeilijker gekregen, zegt men. Inderdaad, de verzuilde, collectief denkende mens is vervangen door de calculerende, individualistische en "zappende" burger. Toch zijn er landen waar de kijkdichtheid van de publieke omroepen, ondanks de concurrentie van de commerciële zenders, "gewoon" blijft groeien. Hier kunnen Frankrijk en Spanje als voorbeelden worden genoemd (RCPO, 1996, 3.4.1). Zij verkregen hun groei door grotere variatie in de programmering aan te brengen. In feite speelden zij dus meer in op de behoeften van de calculerende burger, die waar voor zijn geld wil.
7 De verzuiling is dus vervangen door de "statistische belangstelling" van leeftijds- en ontwikkelingsniveaus. De macht van het getal gaat meer dan ooit de omroep beheersen. Maar, dat betekent tegelijkertijd dat de maatschappelijke taak van publieke omroep blijvend wordt benadrukt. Als wij deze constateringen voor het voetlicht brengen, dan is het vreemd dat men een aparte seniorenomroep afwijst. In de aanhef van dit artikel heb ik er al op gewezen hoeveel leeftijds- en andere groepen in onze maatschappij reeds over "eigen" omroeptijd en stations beschikken. Juist door op het publieke net de keuzemogelijkheden te vergroten, kan de kijkdichtheid, de "statistische belangstelling" van sociale groepen, toenemen.
8 Kortom, om op het verschijnsel van de individualisatie en atomisering in te kunnen spelen is een verregaande specialisatie van het publieke omroepbestel nodig. Daar zijn de oude publieke omroepverenigingen, zoals de NCRV, KRO, VARA en de VPRO veel te ouderwets voor. Hun namen wekken — volledig uitgesproken — toch eigenlijk vooral de lachlust op. Zij stammen uit een voorbij tijdperk, namelijk dat van de verzuiling in de vorige eeuw. Zijn omroepen als de SON — de Senioren-Omroep Nederland — en DNO — De Nieuwe Omroep — niet veel beter aangepast aan de moderne behoeften?
9 Er leeft op dit moment een soort angstvallige bezorgdheid om toch vooral de A-omroepen hun macht te laten behouden, maar niemand weet eigenlijk precies waarom. Vroeger bestreden bijvoorbeeld de NCRV en de EO elkaar te vuur en te zwaard, maar daar merkt men nu veel minder van. Thans leest en hoort men tot zijn verbazing dat de EO het jammer vindt wanneer de VARA het publieke bestel dreigt te verlaten! Zo'n stellingname verraadt duidelijk dat het behoud van riante posities centraal wordt gesteld. Maar wat is dan nog de rechtvaardiging van het voortbestaan van deze post-verzuilde omroepen? Bovendien geeft een seniorenomroep de ouderen een krachtig middel in handen om, meer dan nu het geval is, voor zichzelf in de maatschappij op te komen en te strijden tegen toenemende discriminatie en minachting.
10 De voorgestelde ouderenomroep kan worden gezien als een uiting van een nieuwe emancipatiebeweging die gestalte gaat krijgen in de SON en de ASP — de onlangs opgerichte, Algemene Seniorenpartij die op termijn in de plaats van de andere ouderenpartijen gaat komen. Gezien het feit dat ouderen steeds meer worden gediscrimineerd, hebben zij beslist een eigen omroepvereniging nodig om hun problemen naar voren te kunnen brengen. Juist deze maatschappelijke betrokkenheid is belangrijk voor de overlevingsstrategie van het publieke omroepbestel. De SON zal een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de versterking van de cohesie binnen de sterk gedifferentieerde groepen ouderen. In bepaalde gevallen kan de SON helpen "alle neuzen" dezelfde kant op te krijgen om zo de tanende invloed van de ouderen in onze maatschappij weer te versterken.
11 Daarbij zal het vooral om de emancipatie van de senioren moeten gaan. Nederland 3 zal voor de SON de beste plaats op het net en de kabel zijn. De aard van dat net past wellicht het best bij het karakter dat de SON zal krijgen. De seniorenomroep zou dan zijn plaats vinden naast de VARA, de VPRO, NPS en de RVU. Gezien het toenemend aantal ouderen in ons land en Vlaanderen kan de kijkdichtheid van Nederland 3, die thans het laagst is, dan belangrijk groeien. Wat de radioprogramma's betreft, lijken Radio 2 en 5 goede zenders voor de SON.
12 Als het de SON vooreerst niet lukt bij de publieke omroep binnen te komen, dan is het ook mogelijk om de eerste tijd op beperkte schaal langs de commerciële weg uit te zenden, om te beginnen in de dichtstbevolkte gebieden van Nederland. Niettemin blijft het nodig dat zoveel mogelijk mensen zich bij de SON aansluiten, zodat alle opties open blijven.
13 Vanuit het land komt de kritiek op ons af als zou de SON de ouderen in een aparte hoek plaatsen, terwijl de senioren doorsnee-leden van de maatschappij behoren te zijn. Met andere woorden: door je eigen plaats te benadrukken roep je zelf de discriminatie over je af. Ik wil die mening met klem bestrijden. Daartoe wil ik de bijzondere positie, waarin de senioren in onze maatschappij thans verkeren, nader toelichten. Vanuit de evolutietheorie kan beredeneerd worden dat er in de natuur de neiging bestaat oudere leden van een soort uit te schakelen. Zij hebben immers geen betekenis meer voor de verspreiding van de genen — het hoofddoel van het natuurlijk bestaan — en zijn daarmee nutteloos geworden voor de soort waartoe zij behoren. Zo weten wij dat bij bepaalde natuurvolkeren — oude — weduwen worden uitgestoten om in de eenzaamheid te sterven. Het gaat hier om een natuurlijke reactie van dergelijke volkeren. Oudere vrouwen zijn immers niet meer vruchtbaar en zijn nutteloos voor de voortplanting van de stam.
14 Met de komst van het menselijk bewustzijn, de beschaving en de moraal veranderde de houding tegenover de oudere mens. Er kwam zelfs een tijdperk waarin oude mensen vanwege hun wijsheid werden gewaardeerd. Bij de antieke Grieken kunnen wij denken aan de Areopagus en bij de Romeinen aan de Senaat — de woorden "senator" en "senior" hebben nog de oude positieve betekenis. Ook de religieuze ideologieën hebben vanwege hun patriarchale structuur duizenden jaren verhinderd dat oude mensen vroegtijdig door de samenleving werden afgeschreven, zoals bij diersoorten in hun natuurlijke omgeving wel het geval is — zij worden door roofdieren verscheurd. Omdat het onderwijs nog niet bestond of in elk geval onvoldoende was ontwikkeld, werden de ouderen geprezen om hun levenswijsheid die nuttig was voor de aankomende generaties. In feite werd de onderliggende, gewone evolutionaire structuur enige duizenden jaren verdoezeld, weg-geretoucheerd door de toenemende ingewikkeldheid van de culturen.
15 Met de opkomst van onze Westerse samenleving ontstonden ingrijpende veranderingen. Het complex georganiseerde, moderne onderwijssysteem maakte het mogelijk om in betrekkelijk korte tijd op professionele wijze bijna alle "wijsheden" van voorgaande generaties aan het opgroeiende geslacht door te geven, zodat de bezonnenheid van de oudere niet meer nodig leek te zijn. Daardoor, tezamen met de ontideologisering van onze maatschappij, keren wij als het ware terug naar de oude evolutionaire situatie en grondhouding: de oude mens heeft geen functie meer in het "verspreiden van de genen" — lees: "in het ontwikkelen van nieuwe cultuurstadia" — en is daarom voortaan nutteloos en kan worden afgeschreven. Dat is de historische positie waarin de ouderen thans in de moderne Westerse maatschappij verkeren. Daarmee komen zij abstract gezien in dezelfde positie als de industriearbeiders in de bijna honderd jaar tussen 1850 en 1940, die toentertijd door de slechte sociale toestanden in de maatschappij in de verdrukking waren geraakt. De arbeidersbeweging was daarom vóór alles een emancipatiebeweging en dat laatste nu geldt ook voor de senioren anno 2000.
16 De Senioren Omroep Nederland en de Algemene Senioren Partij zijn exponenten van een nieuwe emancipatiebeweging. En wie in de moderne informatie-maatschappij wil emanciperen, dient toegang te hebben tot de media. Dat moet vooral via het internet, de radio, de televisie en de krant. Alleen daar kunnen de ouderen de bijzonderheden van hun snel verslechterende positie aan het Nederlandse volk verkondigen. Daarnaast is er ook een proces van individualisering in de maatschappij aan de gang. Elke groep wil tegenwoordig zijn eigen plek in de media, zoals ik boven al uiteen heb gezet. Dus waarom de ouderen dan niet?
17 Een eigen seniorenomroep, daar is niets mis mee, zoals het in beginsel ook niet verkeerd is dat er een jongerenomroep, popzenders enzovoort zijn. Ouderen willen gewoon hun eigen programma's, zij leven immers met hun eigen herinneringen. Deze eigenheid van de SON behoeft dus geen nadere rechtvaardiging. Deze is de logische uitkomst van de boven geschetste historische ontwikkeling. En daarom ook spreekt deze omroep steeds meer oudere mensen aan, hij voorziet in een bestaande behoefte en dat is in de moderne, democratische maatschappij een rechtvaardiging op zichzelf.
   
Previous
  Zie voor het Rapport van de Commissie Publieke Omroep: Commissie Publieke Omroep (1996), Terug naar het publiek. Den Haag, 26 juni 1996.
  2000 © Soundscapes