Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 4
januari 2002

Het einde van Delta Radio

 





  De vervlogen droom van een langegolf-zender voor de Zeeuwse kust
door Walter Dubateau
Previous
  Onafhankelijk van elkaar werden er in de jaren negentig plannen gemaakt voor twee langegolf-radiostations op onze breedtegraad. Een daarvan, het station Music Mann op het eiland Man kreeg onlangs toestemming om in zee te bouwen. De andere langegolf-zender, waarvan de vierhonderd meter hoge installatie zou verrijzen op een staketsel voor de Zeeuwse kust, heeft de wind minder mee. De plannen van Delta Radio, zoals het station zou gaan heten, lijken nu definitief van de baan. Walter Dubateau vertelt het verhaal van een dure mislukking.
 
1 Artist impression van de twee masten van Delta Radio die voor de Zeeuwse kust zouden verrijzen

Delta 171 gaat over haar deadline. De Rotterdamse rechtbankpresident maakte op vrijdag 28 december 2001 een eind aan de plannen van Delta Radio BV. Volgens de zendvergunning had Delta nog tot 1 januari van dit jaar de tijd om op de aan haar toegewezen langegolf-frequentie 171 kHz in de lucht te komen. Dat is niet gelukt. Op de beoogde zendlocatie op 35 kilometer voor de kust van Walcheren is nog geen paal in de grond geslagen. De licentie van Delta is meerdere keren verlengd geweest, maar ook eerdere "deadlines" werden niet gehaald. In juli 2000 besloot staatssecretaris Monique de Vries om Delta nog een laatste kans te geven. De voorwaarde was wel dat er nog in 2001 zou worden begonnen met de bouw van de installatie en de uitzendingen. Bij een nieuw verlengingsverzoek, enkele maanden geleden, vond De Vries het wel genoeg geweest. Het verzoek werd afgewezen.

2 Kort geding. Delta Radio BV spande daarop op 21 december 2001 een kort geding aan bij de Arrondissementsrechtbank in Rotterdam waarin drie voorlopige voorzieningen werden gevraagd. Eentje had betrekking op de zogeheten "instandhoudingsvergunning" van de installatie die zou worden gebouwd, de tweede ging over de vanaf land aan te leggen elektriciteitskabel, en de derde betrof de verlenging van de termijn waarop Delta met de uitzendingen zou kunnen aanvangen. Bij de drie voorlopige voorzieningen zat geen bouw- en milieuvergunning. Die had Delta namelijk niet nodig. Over bouwen op het Nederlands deel van het Continentaal Plat bleek ten tijde van de aanvraag van Delta wettelijk niets te zijn geregeld. Inmiddels is dit overigens veranderd, mede vanwege de Delta-aanvraag die politiek Den Haag fors wakker schudde.
3 Zonder instandhoudingsvergunning gaat het niet. Een bouwvergunning heeft de organisatie achter Delta dus niet nodig, maar een zogeheten "instandhoudingsvergunning" des te meer. Zo'n vergunning krijg je als je een geldige reden hebt om een installatie in stand te houden volgens de Wet Installaties Noordzee. Een zendvergunning voor de 171 kHz langegolf vanaf een door de International Telecommunication Union (ITU) in Genève gecoördineerde positie op 35 kilometer voor de kust van Walcheren is daarvoor reden genoeg. Echter, nu de overheid van plan is om in januari de zendvergunning in te trekken, vervalt de reden om de hoge masten die voor een langegolf-station nodig zijn, in stand te houden. In de praktijk houdt dat in, dat Delta haar masten op zich nog wel zou kunnen bouwen in zee. Bij gebrek aan een "instandhoudingsvergunning", zullen die dingen direct weer moeten worden afgebroken zodra de installatie haar hoogste punt heeft bereikt. En er vandaan zenden is zonder licentie wettelijk al helemaal onmogelijk.
4 Geen spoedeisend belang. Tegen de plannen van Delta 171 bestonden veel bezwaren. De Stichting Noordzee maakte bijvoorbeeld van meet af aan bezwaar tegen de instandhoudingsvergunning en de geplande aanleg van de elektriciteitskabel, en zorgde voor de ene na de andere rechtszaak hierover — op 11 december 2001 werd het eerste deel van het beroep van de stichting behandeld door de Arrondissementsrechtbank van Amsterdam. Veel succes had de stichting overigens niet, maar een vervolg lijkt overbodig nu de Rotterdamse rechtbankpresident heeft geoordeeld dat er in alle drie door Delta aangespannen procedures geen sprake is van een spoedeisend belang en daarmee alle vorderingen van Delta afwees. De organisatie achter Delta 171 kan nu nog wel een jarenlange bodemprocedure beginnen, maar de overheid ziet die met vertrouwen tegemoet. Immers, toen in juni 2000 de licentie van Delta andermaal met anderhalf jaar werd verlengd, liepen er ook al allerlei juridische procedures tegen de aangekondigde plannen. Delta ging toen akkoord met een termijn tot 1 januari 2002 om in de lucht te komen. Tegen dit vergunningsvoorschrift werd destijds geen bezwaar gemaakt. De organisatie kan nu niet alsnog hiertegen bij de rechter gaan protesteren. Doet Delta dit wel, dan zal de rechter hoogstwaarschijnlijk het protest niet-ontvankelijk verklaren, of anderzijds Delta in het ongelijk stellen.
5 Eind aan slepende affaire. Met het Rotterdamse besluit komt daarmee een einde aan een slepende affaire die begin 1994, nu zo'n acht jaar geleden dus, een aanvang nam en die de investeerders in de tussentijd enkele miljoenen euro's moet hebben gekost. En dat zonder dat er ooit ook maar een enkele seconde is uitgezonden. De hele kwestie zorgde wel voor veel ophef. Aan de ene kant stond een overheid die het particulier initiatief meer ruimte wilde geven en een geprivatiseerde KPN die bereidwillig aan de plannen van Delta 171 meewerkte. Aan de andere kant waren er veel organisaties en particulieren die zich niet zozeer verzetten tegen de komst van het radiostation zelf, als wel tegen de plaatsing van torenhoge masten op land of in de zee en tegen het gebruik van megawatts aan zendvermogen. Langzaam verschoof de balans in het voordeel van de tegenstanders en leek er ook binnen de politiek sprake van een omslag. De gebrekkige wetgeving op het punt van de bescherming van de Noordzee en de beperkte reikwijdte van de Mediawet zorgden er evenwel voor dat alles nog lang zou duren. In vogelvlucht blikken we hieronder nog eens terug op de historie van Delta 171.
6 Een langegolf-frequentie voor Nederland. Het zou niet voor het eerst zijn dat er in Nederland gebruik zou worden gemaakt van de langegolf. Nederland beschikte namelijk al veel eerder over een zender in die omroepband, te weten Radio Kootwijk, gelokaliseerd op de Veluwse zandverstuivingen bij Kootwijk. Het station had een vermogen van circa 20 kW en werd op 7 mei 1923 officieel in dienst gesteld. Op oude lampenradio's kun je die plek op de schaal nog steeds terugvinden — zo om en nabij de 160 kHz. Het station was bedoeld voor internationale verbindingen, onder meer met het toenmalig Nederlands-Indië. Op het moment van de opening van de zender had men al ontdekt dat uiterst korte golven — van 200 meter of nog minder — zich veel beter lenen voor lange-afstandsverkeer. Radio Kootwijk werd bovendien flink gestoord door een veel sterker station uit Roemenië. Na de oorlog gaf Nederland de langegolf dan ook heel graag op, omdat de frequentie kon gewisseld worden voor een tweede stek op de middengolf: de 746 kHz, naast de reeds bestaande 1007 kHz. Al ging dit eigenlijk meer om een compensatie. Tijdens diezelfde Tweede Wereldoorlog hadden de Duitsers immers illegaal de aan Nederland toegewezen 720 kHz "gestolen", die ze achteraf zelfs mochten behouden! Pas in 1975 kon Nederland haar gram volledig halen, en kreeg bij wijze van troost naast de sterke middengolf, eveneens de 171 kHz toegewezen, in het nieuwe frequentieplan van Genève.
7 Help, we hebben een langegolf-frequentie. Nederland wist echter niet goed wat het met die frequentie aan moest. Daarbij kwam dat de frequentie gedeeld moest worden met België — lees: Vlaanderen. Aanvankelijk werd besloten om een soort gemeenschappelijke en redelijk culturele zender op te zetten die Radio Delta — ook die naam heeft dus een langere geschiedenis — zou gaan heten. Maar daar is het nooit van gekomen. België heeft wel jarenlang de claim op de 171 kHz behouden, en die frequentie kon uiteindelijk pas door Nederland worden uitgegeven nadat de zuiderburen daar uitdrukkelijk toestemming voor hadden gegeven. De reden was even eenvoudig als onbegrijpelijk: ook België had geen concreet plan voor de invulling van die frequentie. Nederland evenmin en de laatste grote antennemast van Radio Kootwijk werd begin 1980 opgeblazen. Bijna vijftien jaar verliepen, voordat de 171 kHz voor uitgifte in aanmerking werd gesteld, te weten in 1993 toen de eerste FM-restfrequenties in commerciële handen overgingen. Een jaar later werd commerciële radio via de ether in Nederland wettelijk geregeld.
8 Het wilde plan van Alex Boot. Rond die tijd zag ene Alex Boot uit Leiden zijn kans schoon. De man was al enige tijd driftig aan het lobbyen om de 171 kHz binnen te halen. Het plan dat hij indiende voor de "grote etherfrequentieverdeling" van begin 1994, hield in om onder de naam Delta Radio een culturele zender op poten te zetten in samenwerking met de BRT. Het was een merkwaardig plan. De Vlaamse openbare omroep wist namelijk van niets en de kenners vroegen zich in gemoede af of een en ander te realiseren was. De langegolf wordt in Nederland en Vlaanderen immers amper beluisterd, omdat er geen Nederlandstalige zenders op actief zijn. Een dure installatie zoals benodigd is, in combinatie met niet aantrekkelijke programmering, en dan ook nog uitzenden op een omroepband die in de praktijk in Nederland en Vlaanderen niet bestaat, dat alles lijkt op pure financiële zelfmoord.
9 Een grote vergissing. Boot voldeed ook niet aan de toen geldende criteria voor het verkrijgen van een etherfrequentie, maar hij was wel de enige die de 171 kHz wilde hebben. Het is nog altijd onduidelijk op welke gronden Delta 171 de frequentie heeft kunnen bemachtigen. Om in aanmerking te kunnen komen voor een etherfrequentie, moest je indertijd als radiostation een landelijke dekking op de kabel hebben van minimaal zestig procent. Delta 171 kon zelfs geen enkel contract met een kabelexploitant voorleggen. Iedereen verklaarde Boot dan ook voor gek, maar omdat er toch geen andere kandidaten waren, werd de frequentie uiteindelijk toch aan hem toegewezen. "Een grote vergissing", zo is nu de algemene opvatting binnen de Nederlandse overheid. Boot zocht financiers, en vond die in de personen van de geldmagnaat en speculant George Soros en Walter Salzman, wiens vader beroemd werd met het "Rock Over London"-project. Niet lang daarna werd Boot door zijn compagnons min of meer buiten spel gezet. Hij kreeg een aardige financiële compensatie, maar moest verder z'n mond houden en zich het liefst ook niet meer laten zien.
10 Hoge investeringen noodzakelijk. Radio-analisten hadden van meet af aan zo hun twijfels over de commerciële haalbaarheid van een dergelijk radioproject. De masten en zendapparatuur zouden circa tien miljoen euro moeten kosten. Het totale investeringsplaatje zou 35 miljoen euro gaan bedragen. De investeerders kwamen bovendien met een uiterst twijfelachtig businessplan opdraven, in de vorm van een strikt vertrouwelijk rapport van de investeringsbank Goldman Sachs. Met dit rapport werd getracht andere investeerders te interesseren of — beter gezegd — meteen maar het hele zaakje door te verkopen. De simpele boodschap waarmee het station aan de man werd gebracht luidde ongeveer: dit radiostation zal in heel West- en Noord-Europa te ontvangen zijn op transistorradio's, autoradio's, walkmans, en wat dies meer zij. In het gebied wordt jaarlijks enkele miljarden euro's aan radioreclame uitgegeven. Krijg je pak 'm beet tien procent van die markt in handen, dan betekent dit al gauw een jaaromzet van honderden miljoenen euro's. Kortom, kopen die handel!
11 Lucratieve windhandel. Die boodschap was iets te snel geformuleerd. Volgens radio-analisten werd in het plan van Goldman Sachs gemakshalve "vergeten" te vermelden dat er nogal een verschil bestaat tussen FM-radio en langegolf-radio. Ook werd voorbijgegaan aan het feit, dat taalgrenzen en culturele barrières niet bepaald bevorderlijk zijn voor pan-Europese radio zoals Delta van plan was. Ons lijkt het duidelijk dat er met een dergelijk project geen winst valt te maken. Het heeft er alle schijn van dat er met het wilde plan en de licentie van Boot een lucratieve windhandel wilde bedrijven volgens de bekende George Soros-formule. Eerst wordt het hele zaakje gestart, om vervolgens daarna meteen voor veel geld te worden doorverkocht aan andere, meer naïeve partijen. George Soros en de zijnen halen "quick money" binnen, en de nieuwe eigenaren zitten met een zware erfenis.
12 Waarom naar zee?. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat de zender zou geplaatst worden in het radiodorp Radio Kootwijk, waar — zoals gezegd — niet eens zo lang geleden al dergelijke "bakbeesten" stonden. De plannen om vier lange zendmasten in het radiodorp neer te zetten, stuitten evenwel op fel verzet van de bevolking. De omwonenden vreesden stralingsgevaar en horizonvervuiling als de vier, 320 meter hoge masten — even hoog als de Eiffeltoren zoals de actievoerders benadrukten — in het Veluws landschap zouden verrijzen. Een vergadering in december 1997 en een vrij beschikbaar informatief telefoonnummer, ter beschikking gesteld door KPN en Delta Radio 171, hielpen niet. Veel omwonenden waren allerminst overtuigd, dat de zender geen gevaar zou opleveren voor de gezondheid en bleken niet van plan hun verzet te staken. In de loop van 1998 nam de weerstand nog toe. Plaatsen als Apeldoorn en Amersfoort waren bang voor het milieu en storing. Men vreesde voor telefoontoestellen waaruit Delta 171 zou knallen, op hol slaande computers, kanker en alles waar je zo'n beetje bang van kunt zijn. Lopik, waar de zender volgens de internationale afspraken eigenlijk thuis zou horen, was helemaal onmogelijk wegens de omringende, dichtbewoonde gebieden. Uiteindelijk was de conclusie onvermijdelijk ... dan maar naar zee!
13 Op papier goed voorbereid. De organisatie achter Delta 171 had haar plannen om op zee te gaan bouwen — tenminste op papier — goed voorbereid. Voordat het definitieve besluit wereldkundig werd gemaakt om de zendinstallatie voor de kust van Walcheren neer te zetten, hadden de initiatiefnemers al een eigen milieu- en storingsonderzoek gedaan. Daarbij werden, zoals nadrukkelijk werd gemeld, geen onoverkomelijke problemen gevonden. De enige reële angst was dat er vogels op de masten zouden kunnen gaan zitten, die dan na een uur hun pluimen zouden kunnen verbranden. De milieu-organisatie "Stichting de Noordzee", die tegen de plannen in actie kwam, dacht daar echter heel anders over:
  "De locatie waar de installatie is gepland bevindt zich in een vogeltrekroute en in de nabijheid van de beschermde Voordelta. Deze gehele Voordelta kwalificeert als speciale beschermingszone onder de 'vogelrichtlijn' van de Europese Unie. Bij de trek van zuid naar noord (en vice versa) snijden vogels de kustboog af en begeven zich kilometers uit de kust. Naast deze Noord-Zuid trekkers passeren ook doortrekkende landvogels die in Engeland overwinteren. Totaal trekken circa 85 miljoen vogels per jaar door de kustzone. Een zeer groot deel van deze trek vindt in de nachtelijke uren plaats.
14 Negatieve effecten voor de vogelstand. De Stichting De Noordzee zag twee negatieve effecten van de zendmasten:
  "De effecten van de zendmast zijn tweeledig. Ten eerste kan de fysieke aanwezigheid van de mast een directe doodsoorzaak zijn voor vogels. Bij slecht zicht zal een groot aantal vogels zich te pletter vliegen tegen de schuine tuidraden en de draden van het horizontale aardnet van de installatie. In de nacht wordt dit effect versterkt omdat de mast zelf gedeeltelijk verlicht is, terwijl de dunnere tuidraden en horizontale draden van het aardnet onverlicht blijven. Daarnaast heeft het stroboscopische lichtsignaal op de mast een verblindend effect op vogels. Uit onderzoek in de VS komt naar voren dat bij zendmasten met een hoogte van meer dan driehonderd meter 'rampnachten' met vele duizenden vogelslachtoffers voorkomen. Ten tweede vormt het magnetische veld rondom een zender een verstoring op het oriëntatievermogen van vogels. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat vogels 'ingevangen' worden door een elektromagnetische bron."
15 De wet aangepast. In tegenstelling tot de actievoerders op de Veluwe, had de "Stichting de Noordzee" niet veel succes met haar protesten. Ze vonden weliswaar een willig oor bij het parlement en in de loop van 1999 werd ook de Wet Beheer Rijkswaterstaatswerken aangepast. Die aanpassingen golden echter alleen voor nieuwe initiatieven, die daarmee nu aan milieuregels kunnen worden gebonden. Echt afdoende is dat overigens nog niet. Zo kan de rijksoverheid de plannen voor offshore-windparken nog steeds niet tegenhouden, zo meldde minister Annelies Jorritsma van Economische Zaken destijds. De juridische mogelijkheden zijn daarmee uiterst beperkt. Dat stak de "Stichting De Noordzee" enorm. Vandaar ook dat de milieu-organisatie de zaak Delta Radio tot in hoogste instantie wilde uitvechten met als argument dat de Noordzee wel een zekere beschermde status geniet, omdat de zee onderdeel uitmaakt van de ecologische hoofdstructuur.
16 Kritiek op Verkeer en Waterstaat. De eerste bezwaren tegen de installatievergunning voor het zendmastenpark ten behoeve van het radiostation werden door de "Stichting de Noordzee" ingediend bij het Nederlandse Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Ruim een jaar geleden werd die bezwaren echter door het ministerie afgewezen. De stichting liet het daar evenwel niet bij zitten. Na de uitspraak kondigde woordvoerder Michel Langendijk aan dat zijn stichting in beroep zou gaan. De kritiek van "Stichting De Noordzee" richtte zich nu meer nadrukkelijk tegen de rijksoverheid zelf. Die had, aldus de milieu-organisatie, veel alerter moeten en kunnen reageren. Al jaren werd er gepraat over bouwplannen voor de Noordzee. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat, zo luidde de kritiek, had desondanks verzuimd op tijd regelgeving te maken om bouwplannen voor de Noordzee — buiten de beschermde kustzone — te kunnen toetsen, bijvoorbeeld aan de gevolgen voor het milieu en de visserij.
17 Problemen met Mediawet. Ook GroenLinks roerde zich in het parlement bij monde van het Kamerlid Hugo van der Steenhoven. Van der Steenhoven maakte zich eerst en vooral druk om de toepassing van de Mediawet. Hij vroeg staatssecretaris Monique de Vries bijvoorbeeld in hoeverre de Nederlandse staat ervoor kon zorgen dat er geen verboden reclames — zoals sigarettenreclame — zou worden uitgezonden via de zendmast in de Noordzee van Delta 171. Hierop kwam het regeringsantwoord: "De omroeporganisatie en de programma's moeten voldoen aan de bepalingen van de Mediawetgeving. Deze bepalingen bevatten mede bepalingen over reclame, waarop het Commissariaat voor de Media toeziet." Verder stelt de Minister dat voor de jurisdictie van de omroepwetgeving niet de plaats van de zender van belang is, maar de plaats van vestiging van de omroeporganisatie: "Omdat Delta 171 in Nederland is gevestigd, is voor het uitzenden toestemming van het Commissariaat voor de Media vereist."
18 Mediawet niet van kracht. Ook uit dit formele antwoord bleek weer het onvermogen van de overheid om de ether te controleren. Waar de staatssecretaris namelijk geen duidelijk antwoord op gaf, was het gegeven dat de zender zijn signaal de ether in zou sturen vanaf een plek waar de Nederlandse omroepwetgeving, net als de milieuwetgeving, niet van kracht is. De minister schreef dat alleen een vergunning kan worden verleend als de omroeporganisatie toestemming heeft van het Commissariaat voor de Media. En dat een vergunning is vereist voor het gebruik van frequenties ter zee in de zin van de "Wet Installaties Noordzee" — voor de zeezenderfans: deze wet is niet van toepassing op schepen met een licht, krabbend anker. Daar had de minister helemaal gelijk in. Zij kon evenwel geen antwoord geven op de vraag wat er gebeurt als er door Delta 171 verboden reclames zou worden uitgezonden die niet uit Nederland komen, maar bijvoorbeeld ter plekke, bij de zender, door het daar aanwezige personeel aan de programmering zou worden toegevoegd. In zo'n geval heeft het Commissariaat voor de Media immers geen poot om op te staan. Omdat verder op alle punten wordt voldaan aan de technische bepalingen en zo meer, zou er tevens geen grond zijn voor de Nederlandse overheid om de vergunning voor het gebruik van de 171 kHz in te trekken. Voor de inhoud van een radioprogramma is de plaats van de zender immers wel van groot belang, als die zender op een plaats staat waar geen enkele Mediawet van kracht is.
19 Delta meet zich met Idzerda. Gelukkig voor alle betrokkenen bleven de voornemens van Delta 171 vooralsnog beperkt tot het hoogglanzend papier waarmee de investeerders en advocaten hun project aan de buitenwereld presenteerden. Zij brachten een mooie map uit waarin zij het station voorstelden als een noviteit op het vlak van de grensoverschrijdende radio, als een pioniersproject zelfs — we citeren letterlijk: "Als pionier op het gebied van grensoverschrijdende radio in Europa." Dat was rijkelijk overdreven. Voor zover wij weten valt die eer immers te beurt aan de Nederlandse ingenieur H.A. Steringa Idzerda. In 1999, enkele jaren geleden nog maar, herdachten we dat het tachtig jaar geleden was dat de eerste, vooraf aangekondigde omroepuitzending, de ether inging. Idzerda was daar met zijn PCGG voor verantwoordelijk. Zijn programma's werden ook in Groot-Brittannië goed beluisterd en uiteindelijk zelfs gesponsord door een Britse krant. Met zijn "Dutch Concerts" was Idzerda daarmee meteen ook de eerste ter wereld die een commerciële radiozender runde. Gedurende vele tientallen jaren was ook Radio Luxembourg erg populair in heel Europa en er vallen nog talloze andere voorbeelden te noemen van grensoverschrijdende radiostations. De bewering van Delta Radio 171 dat zij als pioniers gelden, lijkt dus niet echt van toepassing.
20 Onbekend werk voor Groot-Brittannië. Ook de voorgenomen programmering van Delta 171 was weinig realistisch en klaarblijkelijk vooral bedoeld om kopers en investeerders te vinden. Het station zou, zo zeiden de initiatiefnemers, een pan-Europees alternatief moeten worden voor bestaande stations in de diverse landen. Daarom moest de "playlist" de favoriete nummers van de meerderheid van de luisteraars omvatten. Met een dergelijke stelling kun je uiteraard alle kanten op. Als Delta 171 bijvoorbeeld was begonnen met het uitzenden van muziek uit Tadjikistan en er hadden tien Tadjikezen naar het programma geluisterd, dan had de playlist ook de favoriete nummers van de meerderheid van de luisteraars omvat. Het is immers maar net hoe je de doelgroep omschrijft, en dat stond er niet nadrukkelijk bij. Ook wilde het station pogen om nog niet in Groot-Brittannië uitgebrachte songs richting het eiland te blazen. De songs moesten bovendien afkomstig zijn uit "een breed genre". Een leuk streven, maar in de praktijk zou dit betekenen dat er verschillende muziekstijlen worden afgewisseld, en dat de Britten ook nog eens getrakteerd zouden worden op een behoorlijke portie onbekende muziek van buitenlandse afkomst. Een nogal riskante operatie voor een radioproject waar — letterlijk — zulke torenhoge investeringen mee zijn gemoeid. Misschien zou zoiets werken wanneer je de enige omroep in Europa bent, maar evenals Delta 171 een alternatief wilde zijn voor bestaande stations, zijn deze laatsten een alternatief voor Delta 171. Tevens zijn ze veel meer toegespitst op de (muzikale) wensen van de luisteraars in de eigen regio. Daarnaast bleef Delta 171 het nadeel houden dat ze uitsluitend op de langegolf te ontvangen zouden zijn. De kwaliteit daarvan is verre van denderend. Op dit vlak hebben "regionale" alternatieven ettelijke straatlengten voorsprong met hun FM-stereo.
21 Nieuws en informatie. Als om iedereen tevreden te stellen, gaven de initiatiefnemers van Radio Delta 171 dus een ruime omschrijving aan hun muzikale programmering. Maar dat was nog niet alles. Daarnaast wilden ze het station ook nog als een soort nieuwszender profileren. Liefst dertig procent van de programma's zou uit "gesproken woord" — en commercials — bestaan. Nieuws zou een belangrijk onderdeel van de programmering worden. Ieder uur was er een bulletin gepland met een lengte van drie minuten met op het halve uur korte nieuwsflitsen met de hoofdpunten. In de programma's zelf zouden de presentatoren niet om het weerbericht, verkeersinformatie en beursnieuws heen kunnen. Aangezien Delta Radio 171 zich als pan-Europese zender profileerde, nemen we aan dat dan meteen de files in diverse landen zouden worden meegenomen, alsmede een overzicht van de gebeurtenissen op de verscheidene "stock-markets" in West-Europa. Het zou knap zijn wanneer Delta 171 in dat geval nog aan zeventig procent muziek zou toekomen. Ook de sport zou volgens de informatiemap een belangrijke plaats innemen. Het station wilde live-reportages brengen van belangrijke toernooien zoals de Champions League, de Grand Prix Formule 1, de Europese atletiek-kampioenschappen, de Tour de France en Wimbledon. Het wordt nog mooier, want Delta Radio 171 zette ook thema's die relevant zijn voor haar luisteraars op de agenda. In de avonduren zou iedereen via telefoon en internet kunnen meepraten met een panel van deskundigen of hun mening en commentaar leveren op onderwerpen als werkgelegenheid, drugsgebruik en seksualiteit — jammer dat het "milieu" in dit lijstje ontbrak ...
22 Van Delta 171 naar 171 The Lounge. Even leek het erop, dat er meer duidelijkheid zou komen op het punt van de programmering. Dat was op 23 november 2000, toen de Britse Wireless Group (WRG) bekend maakte dat zij een aandeel van 33 procent had genomen in Delta Radio. In ruil hiervoor zouden de Engelsen het management van de zender op zich nemen. The Wireless Group is in Engeland niet geheel onomstreden. De initiatiefnemer heeft jarenlang bij het boulevardblad The Sun gewerkt. De zender die WRG in de lucht wilde brengen zou The Lounge 171, gaan heten en muziek uitzenden van, zoals dat genoemd werd, het genre "Frank Sinatra, The Carpenters en Neil Diamond." Het bedrijf verwachtte dat het binnen drie jaar winstgevend zou worden en dat het tot een geduchte concurrent van BBC Radio 2 zou kunnen uitgroeien. Dat leek vanuit programmatisch oogpunt al een aantrekkelijker programmering dan de eerdere plannen die de Delta-investeerders zelf hadden met hun zender.
23 Ruis van de natuur op 171. Maar voorlopig, zo is nu wel duidelijk, zal op de 171 kHz vooral "de stilte van de natuur" te beluisteren zijn. Wat gaat er nu met de frequentie gebeuren? Voor de overheid zit er niet veel anders op dan de 171 kHz opnieuw beschikbaar te stellen aan commerciële gegadigden. Dit kan door middel van een tussentijdse verdeling, of door een veiling mits die op korte termijn plaatsvindt. In het laatste geval zou Delta Radio BV opnieuw kunnen trachten de frequentie in handen te krijgen door met het hoogste bod op tafel te komen. Maar Delta Radio BV zou dan ook weer van vooraf aan moeten beginnen met het verkrijgen van een vergunning om een installatie in de Noordzee in stand te mogen houden. Het lijkt uitgesloten dat zo'n vergunning zal worden afgegeven. De wet is inmiddels aangepast, een kamermeerderheid en de overheid zijn tegen, en de milieu-organisaties geven aan opnieuw een felle juridische strijd te zullen voeren.
24 Strikte ITU-beperkingen voor de frequentie. Bovendien gelden er intussen beperkingen voor het gebruik van die 171 kHz zelf. Die zijn het gevolg van Franse protesten tegen het gebruik van de 171 kHz vanaf de Noordzee. Volgens de oorspronkelijke ITU-afspraken mag de 171 kHz worden gebruikt vanuit Lopik, met een westwaarts gerichte zendstraal van één megawatt. De huidige ITU-positie voor de Zeeuwse kust ligt een stuk zuidelijker, van waaruit Delta 171 ook nog eens aanzienlijk meer vermogen wilde gaan stoken dan die ene megawatt. "Omdat er tussen die Noordzee-locatie en Frankrijk slechts water is, zou het Delta 171-signaal nergens worden geabsorbeerd en zou het een deel van Frankrijk binnen komen loeien," zo vreesde de Franse administratie in Parijs. De Fransen waren bang dat het signaal van hun eigen staatszender France Inter in grote delen van Noord-West Frankrijk zou worden weggevaagd door Delta 171. France Inter zendt uit op 162 kHz, slechts negen kHz naast de Delta-frequentie. Aan de andere kant, op 180 kHz, zendt Europe 1 uit. Officieel is dit een Duits station, maar het is altijd al gericht geweest op Frankrijk, en de Franse Staat heeft — of had — het merendeel van de aandelen van dit station in handen.
25 Weinig perspectief voor nieuwe initiatieven. Na lang beraad besloot de ITU goedkeuring te geven aan een stralingsdiagram, waarbij richting Londen 500 kilowatt ERP zendvermogen mag worden gebruikt. Maar ... richting de Franse kust slechts 10 kW ERP. Ook aan de Britse zuidkust zou het station slechts zwakjes te ontvangen mogen zijn. Om aan een dergelijk stralingsdiagram te voldoen heb je geen twee torenhoge masten nodig, maar vijf! Wil je slechts een mast gebruiken (een rondstraalantenne), dan mag je dus niet meer vermogen uitzenden dan 10 kilowatt. En dat is erg weinig voor een langegolf-zender. Een schip kan ook niet. Mocht de 171 kHz op de positie van de kust van Walcheren worden gebruikt, dan zou een schip ook geen oplossing kunnen bieden. Wellicht zijn een drijvend platform of een olietanker mogelijk. Die hoge mast blijft immers onontbeerlijk. Een nieuwe gebruiker van de 171 kHz zal in ieder geval rekening moeten houden met grote technische en logistieke moeilijkheden. Veel radio-analisten blijven het er in ieder geval over eens: die 171 kHz is vanuit commercieel oogpunt volstrekt niet interessant. Wellicht dat ze dit bij Delta Radio nu kunnen beamen.
   
Previous
  2002 © Soundscapes