Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 4
juni 2001

Kabinetsstandpunt herverdeling commerciële radiofrequenties (zero-base)

 





  Brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal
26 juni 2001
Previous
  Hieronder vind je de volledige tekst van de brief van Rick van der Ploeg en Monique de Vries aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal met het Kabinetsstandpunt over de herverdeling van de commerciële radiofrequenties (zero-base), d.d. 26 juni 2001.
 
Aan: de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal
  Binnenhof 42513 AA DEN HAAG.
  Datum: 26 juni 2001
  Bijlage(n): 5 (waarvan 4 niet elektronisch)
  Ons kenmerk: DGTP01 / 02686
  Onderwerp: Kabinetsstandpunt herverdeling commerciële radiofrequenties (zero-base).
  Geachte voorzitter,
Bijgaand informeren wij u, mede namens de Ministers van Financiën en Economische Zaken, over de besluiten van het Kabinet met betrekking tot de uitwerking van de voorstellen van de Commissie Commerciële Radiofrequenties (Commissie-Bouw). De voorstellen van de Commissie geven de richting aan waarin naar de mening van de Commissie uitwerking gegeven kan worden aan de door uw Kamer aanvaarde motie-Wagenaar c.s. (Kamerstukken II, 24095, nr. 63). In de discussie met de Kamer op 28 maart j.l. heeft het Kabinet aangegeven de voorstellen van de Commissie-Bouw nader te willen uitwerken. Onderdeel van die uitwerking zou een analyse moeten zijn van de juridische en veilingtechnische aspecten. Het Kabinet gaf toen aan dat, indien deze uitwerking op onoverkomelijke problemen zou stuiten, er teruggevallen zou worden op de oorspronkelijke Kabinetsvoorstellen.
In deze brief geven wij u de samenvatting van de resultaten van de uitwerking van de voorstellen van de Commissie en de daaruit volgende conclusie en standpuntbepaling. In deze brief komen achtereenvolgens aan de orde:
 
  1. De voorstellen van de Commissie-Bouw;
  2. Alternatieven voor uitvoering van de motie-Wagenaar c.s.;
  3. De vergelijkende toets;
  4. Overwegingen en conclusies;
  5. Kabinetsstandpunt.
Bij deze brief horen vijf bijlagen:
 
  • bijlage 1: In deze bijlage wordt onder andere uitvoerig ingegaan op de voorgeschiedenis van zero-base, op de verrichte analyse, op de argumenten die ten grondslag liggen aan het Kabinetsstandpunt en op de vervolgstappen in het kader van de implementatie van zero-base
  • bijlage 2: Veilingtechnische aspecten van de voorstellen van de Commissie-Bouw
  • bijlage 3: Advies van de OPTA
  • bijlage 4: Advies van de NMa
  • bijlage 5: Reactie Commissie-Bouw ten aanzien van dossier zero-base.
1 De voorstellen van de Commissie-Bouw. Om tot uitwerking van de voorstellen van de Commissie-Bouw te komen is een uitgebreide juridische, veilingtechnische en financieel-economische analyse gemaakt. Daarbij is als volgt te werk gegaan:
  a. Er is gestart met overleg met de Commissie-Bouw om een nog beter beeld te krijgen van de voorstellen.
  b. Er zijn juridische analyses uitgevoerd, waarbij diverse departementen en externe experts betrokken zijn geweest.
  c. Voor de veilingtechnische analyse zijn (inter)nationale veilingexperts geconsulteerd, waaronder ook degenen die door de Commissie-Bouw waren bevraagd. Zij hebben zich vooral gebogen over de vraag welke risico's er verbonden zijn aan het veilen op basis van percentages van de omzet. De financieel-economische experts, bestaande uit een combinatie van de adviesbureaus OC&C Strategy Consultants, PricewaterhouseCoopers en NEI Kolpron Finance, hebben getracht concreet invulling te geven aan de financiële paragraaf van de voorstellen van de Commissie-Bouw. Dit betreft — naast een oordeel over de veilingopzet — met name de vertaling van de veilinguitkomsten naar zittende partijen, de definiëring van het omzetbegrip waarvan de vergunninghouder een percentage zou dienen af te dragen en het berekenen van het éénmalige bedrag per kavel. Hierover is ondermeer informatie ingewonnen bij een aantal representatieve radiostations en bij de operators.
  d. De nadere, gedetailleerde technische uitwerking van het voorstel van de Commissie-Bouw, waarbij de concrete invulling en consequenties van de keuze om 10 (in plaats van 8) landelijke FM-frequentie-pakketten te veilen centraal staat, vindt nu plaats door de Rijksdienst voor Radiocommunicatie (RDR) in samenwerking met Nozema en Broadcast Partners.
  e. Daarnaast hebben de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) adviezen uitgebracht over de voorstellen van de Commissie-Bouw.
Op basis van de verrichte analyses en de ontvangen adviezen komt het Kabinet tot de conclusie dat de uitwerking van de voorstellen van de Commissie-Bouw op zulke onoverkomelijke hindernissen stuit dat het niet mogelijk is deze voorstellen in hun totaliteit en onderlinge samenhang over te nemen. Daarbij gaat het, naast individuele juridische-, financieel-economische of veilingtechnische bezwaren, vooral om de opeenstapeling en samenhang van de geconstateerde bezwaren. De geconstateerde problemen kunnen in hun onderlinge samenhang onvoldoende worden opgelost. Zonder uitputtend te willen zijn gaat het in het bijzonder om de volgende problemen en de samenhang daartussen:
 
  • De verlenging van vergunningen — hoewel daar op zich zelf argumenten voor zijn aan te voeren — is juridisch kwetsbaar. De negatieve adviezen en kanttekeningen van OPTA, respectievelijk NMa verzwakken de juridische onderbouwing die ten grondslag ligt aan een eventuele verlenging.
  • Verlenging van de bestaande vergunningen conform de motie-Wagenaar c.s. impliceert een inhoudelijke beoordeling vanuit maatschappelijk en economisch perspectief van concrete programma's. Ook kan niet ontkomen worden aan een culturele beoordeling van bestaande programma's, alhoewel dit niet in de overwegingen van de motie-Wagenaar c.s. vermeld wordt.
  • Argumenten ontleend aan het vrije verkeer van diensten (vastgelegd in het EG-verdrag) kunnen er toe leiden dat beperkingen die onder de voorstellen van de Commissie-Bouw aan de nieuwkomers worden gesteld als een niet te rechtvaardigen inbreuk op het vrije verkeer van diensten worden aangemerkt.
  • De verlenging van de vergunning van Business Nieuws Radio (BNR) naar het nieuwskavel is juridisch niet verdedigbaar.
  • Iedere optie ter uitwerking van de motie-Nicolaï c.s. (Kamerstukken II,1999-2000, 24095, nr. 65) die, binnen de kaders van het voorstel van de Commissie-Bouw, beperkt is tot de zittende vergunninghouders levert belangrijke juridische bezwaren op.
De op basis van het voorgaande meer dan gerede twijfel omtrent de uitvoerbaarheid van de voorstellen van de Commissie-Bouw werd definitief bij de uitwerking van de veilingsystematiek. Alle adviseurs raden de voorgestelde veiling ten stelligste af:
 
  • De opvatting van de geraadpleegde veilingexperts is dat de door de Commissie-Bouw voorgestelde methode van veilen met percentages zeer risicovol is (geen ervaring in Nederland of in andere landen; mogelijkheid van excessieve biedingen die bovendien vertaald moeten worden naar zittende partijen). Bovendien zou een uitwerking van deze veilingopzet waarbij de risico's van excessieve biedingen worden gereduceerd zo complex kunnen worden dat die mogelijk in strijd komt met de Europese Vergunningenrichtlijn.
  • De vertaling van de resultaten van de (procenten)veiling naar de zittende partijen is moeilijk en zal altijd voor veel (juridische) discussie vatbaar zijn.
Het is de verwachting dat er veel procedures aangespannen zullen worden die juridisch gezien kansrijk zijn en die bij uitvoering van de voorstellen van de Commissie-Bouw — naast de risico's voor het beleid van de Staat — gedurende lange tijd onzekerheid in de markt zullen geven. Dit is nadelig voor alle partijen die op de markt actief zullen zijn.
Er zijn anderzijds ook onderdelen van de voorstellen van de Commissie-Bouw die naar de mening van het Kabinet wel overgenomen kunnen worden. Het advies van de Commissie-Bouw om met tien pakketten voor de landelijke FM te werken kan worden gevolgd onder de aantekening dat dit consequenties heeft voor de frequentieruimte voor de niet-landelijke FM.
Het voorstel van de Commissie-Bouw om bij de landelijke FM-frequenties een éénmalig vast bedrag te berekenen (naast het bod op de veiling) kan het Kabinet onderschrijven. Het Kabinet zal de hoogte van het éénmalige vaste bedrag op ƒ1.5 miljoen / miljoen potentiële luisteraars vaststellen, voorzover er geen sprake is van een gecompartimenteerd pakket.
Er zijn ook andere verdeelsystemen nader beschouwd. Dit betreft alternatieve verdeelsystemen om de motie-Wagenaar c.s. uit te voeren op andere wijze dan middels de voorstellen van de Commissie-Bouw en het betreft een alternatief verdeelsysteem (de vergelijkende toets) dat de motie-Wagenaar c.s. niet als uitgangspunt heeft. Alle nader beschouwde alternatieven gaan uit van 10 pakketten voor de FM-frequenties en daarbinnen een geclausuleerd nieuwskavel.
2 Alternatieven voor uitvoering van de motie-Wagenaar c.s. Als mogelijke alternatieven voor de uitvoering van de motie-Wagenaar c.s. is onderzocht:
Alternatief I: Bestaande vergunningen worden verlengd met uitzondering van Business Nieuws Radio. De resterende vier vrije kavels worden verdeeld middels een veiling in absolute bedragen. De uitkomsten van de veiling worden vertaald naar de zittende partijen. Alle landelijke FM-vergunninghouders (met uitzondering van de nieuwszender) betalen een éénmalig vast bedrag conform de voorstellen van de Commissie-Bouw.
  Alternatief I moet ontraden worden. De uitwerking laat zien dat de financiële veilinguitkomsten voor een aanzienlijk aantal zittende partijen hoger dreigt te worden dan hun financiële draagkracht toelaat, waardoor deze hun vergunning alsnog zullen moeten inleveren. Dat doet geen recht aan de motie-Wagenaar en leidt bovendien tot één of meer vervolgveilingen die in iedere veilingronde weer procedures kunnen opleveren en die het geheel juridisch zeer kwetsbaar maken.
Alternatief II: Bestaande vergunningen worden verlengd met uitzondering van Business Nieuws Radio. De resterende vrije kavels worden verdeeld middels een veiling in absolute bedragen, met daaraan verbonden een maximum biedbedrag en eventueel loting om tot een verdeling te komen. De veilinguitkomsten worden vertaald naar zittende partijen. Alle landelijke FM-vergunninghouders (met uitzondering van de nieuwszender) betalen een éénmalig vast bedrag conform de voorstellen van de Commissie-Bouw.
  Ook alternatief II moet ontraden worden. De uitwerking laat zien dat het instellen van een maximum biedbedrag alleen zinvol is wanneer dit niet te hoog is. In dit alternatief wordt de draagkracht van de zittende, financieel zwakkere partijen beslissend voor de vaststelling van dit maximum biedbedrag, waardoor de economische waarde van de resterende kavels kunstmatig laag wordt gehouden. Dat heeft tot gevolg dat bij het bieden het maximum biedbedrag snel door veel partijen gehaald zou worden waarna loting zou moeten beslissen. De facto betekent dit dat de loting als verdeelinstrument toegepast zou worden, hetgeen wettelijk niet is toegestaan.
Alternatief III: Bestaande vergunningen worden verlengd met uitzondering van Business Nieuws Radio. De resterende vrije kavels worden verdeeld middels een vergelijkende toets op basis van bedrijfseconomische criteria. Men kan dan denken aan de eerder bij de niet-landelijke FM gehanteerde bedrijfseconomische criteria (de zogenaamde "doos II criteria"). Alle landelijke FM-vergunninghouders (met uitzondering van de nieuwszender) betalen een éénmalig vast bedrag conform de voorstellen van de Commissie-Bouw, eventueel aangevuld met een vast percentage van de omzet.
  De conclusie is dat ook dit alternatief ontraden moet worden. De vergelijkende toets geeft aanvullende risico's boven op die welke reeds verbonden zijn aan verlenging. De toepassing toentertijd onder de Wet Telecommunicatievoorzieningen van de zogenaamde doos II criteria was mogelijk door de bijzondere omstandigheden die toen tijdelijk golden. Betwijfeld wordt of een vergelijkbare toets nu voor de vrije kavels op alleen bedrijfseconomische criteria mogelijk is, omdat de verlenging van de vergunningen van zittende partijen op meer gronden moet geschieden dan alleen bedrijfseconomische gronden. Dit leidt tot ongelijke behandeling van partijen.
3 De vergelijkende toets. Naast de drie eerder genoemde alternatieven is ook nog de mogelijkheid van een vergelijkende toets onderzocht. Hierbij is uitgegaan van tien vrije kavels, die middels een vergelijkende toets worden verdeeld. Deze toets zal in ieder geval ook uitgevoerd moeten worden op inhoudelijke criteria, omdat alleen toepassing van 2e doos-criteria niet mogelijk is (zie hiervoor onder variant III). Alle landelijke FM-vergunninghouders zullen een percentage van de omzet moeten betalen.
De conclusie ten aanzien van het houden van een vergelijkende toets is, dat dit ontraden moet worden. De organisatie en uitvoering van een vergelijkende toets vergt veel tijd (circa één jaar). In vervolg daarop moet ook nog rekening gehouden worden met overgangs- en implementatietermijnen. In het kader van de internationale coördinatie staat de uitvoering van het zero-base-project reeds onder een tijdsdruk. Een vergelijkende toets veronderstelt geen van te voren vastgestelde uitkomsten. Uitsluitend het belang meewegen van bestaande partijen is uitgesloten. Er kunnen geen garanties worden gegeven dat bestaande partijen hun (kern)frequenties behouden. Bij een vergelijkende toets dient een combinatie van bedrijfseconomische en inhoudelijke criteria te worden gehanteerd. Het te hanteren financieel instrument zal aan de karakteristiek van de vergelijkende toets moeten worden aangepast.
De inzet van een financieel instrument is complex, gelet op de doelstelling van de vergelijkende toets. Een vergelijkende toets in combinatie met een financieel bod is, gezien het grote belang dat wordt gehecht aan inhoudelijke criteria, geen begaanbare weg. Immers, indien in de vergelijkende toets als een van de criteria een financieel bod wordt meegenomen kan dit er onder omstandigheden toe leiden dat het financiële bod, en niet de inhoudelijke criteria, uiteindelijk de doorslag geeft. Ook is het in dit geval niet nodig het financiële bod te gebruiken om te kiezen uit twee of meer partijen die op basis van inhoudelijke criteria gelijk zouden eindigen. De ervaring leert namelijk dat bij commerciële omroep een vergelijkende toets op basis van een combinatie van inhoudelijke en bedrijfseconomische criteria er altijd een keuze gemaakt kan worden.
Naast het bod komen ook andere financiële instrumenten beschikbaar: het eenmalig en periodiek bedrag. De hoogte van het eenmalig bedrag is gebaseerd op een verwachting omtrent de waarde van de vergunning in termen van omzet dan wel uit de vergunning te behalen voordelen. Het bepalen van de verwachting dient op grond van de Telecommunicatiewet objectief te geschieden. Dit betekent dat de hoogte van de eenmalige vergoeding niet wordt beïnvloed door de programmering van de vergunninghouder, tenzij een bepaalde programmering op voorhand is voorgeschreven. Het gevolg hiervan is dat een eenmalig bedrag voor alle aanvragers gelijk is. Een eenmalige vergoeding die voor alle partijen gelijk is, verdraagt zich echter moeilijk met een toets op diversiteit. Derhalve lijkt met name het instrument van een periodieke vergoeding goed inzetbaar te zijn bij een vergelijkende toets voor omroepfrequenties. In tegenstelling tot het eenmalige bedrag is het periodiek bedrag namelijk gebaseerd op met de vergunning gerealiseerde omzet dan wel voordelen.
Een vergelijkende toets voor de niet-landelijke FM-frequenties van tientallen kavels, waarbij bovendien vele verschillende combinaties mogelijk zijn, vergt een complexe uitvoering, die nog moet worden uitgewerkt.
Uit het voorgaande blijkt dat met een vergelijkende toets niet wordt voldaan aan de voorwaarden om binnen afzienbare tijd een succesvolle procedure voor de uitgifte van deze frequenties te realiseren. De organisatie en uitvoering van dit alternatief zal zoveel tijd vergen dat het implementatietraject van zero-base in grote problemen komt en radiostiltes in de ether in toenemende mate zullen optreden.
4 Overwegingen en conclusies. De herplanning van de voor Nederland beschikbare ruimte voor radiofrequenties ("zero-base") zorgt voor een aanzienlijk efficiëntere benutting van het ter beschikking staande frequentiespectrum. Daarbij is uiteraard recht gedaan aan het wettelijk voorkeursrecht voor de publieke omroep. Tegelijkertijd is veel meer ruimte voor commerciële omroep gerealiseerd. De volledig ter beschikking komende ruimte voor commerciële frequenties dient nu op transparante, objectieve en non-discriminatoire wijze te worden verdeeld.
Richting publieke omroepen is toegezegd dat, mocht na implementatie van zero-base uit monitoring blijkt dat deze ontvangst op bepaalde plaatsen niet het afgesproken niveau bereikt, dan zal dat bij voorrang worden gerepareerd
In mei 2000 heeft het Kabinet de Kamer geïnformeerd over haar beleid en voorstellen gedaan voor de uitgifte van radiofrequenties. In februari 2001 is de nadere uitwerking daarvan aan de Kamer voorgelegd. Door middel van het technische zero-base-onderzoek zijn de doelstellingen gerealiseerd om meer frequentieruimte voor de commerciële omroep ter beschikking te stellen, om op die manier verschillende soorten partijen (waaronder nieuwkomers) ontwikkelingskansen te bieden. Het creëren van evenwichtiger concurrentieverhoudingen en het bieden van mogelijkheden voor een zekere mate van diversiteit (in het belang van de luisteraar) lagen mede ten grondslag aan die voorstellen. Ook de vergroting van het bereik en het aantal van de pakketten is in het belang van de luisteraar. De uitgebreide nadere analyses van het Kabinet naar aanleiding van de motie-Wagenaar c.s. en naar aanleiding van de voorstellen van de Commissie-Bouw, hebben niet geleid tot een open, transparant en non-discriminatoir alternatief dat als verdelingsinstrument kan worden gehanteerd.
Centraal in genoemde motie staan het belang dat de luisteraar heeft bij continuering van de huidige commerciële omroepen op hun huidige frequenties en het belang dat de commerciële omroepen zelf hebben bij continuering van hun vergunningen. Daarnaast wordt uitdrukkelijk aandacht gevraagd voor voldoende ruimte voor nieuwe toetreders.
Op grond van de analyses naar aanleiding van de voorstellen van de Commissie-Bouw (en nadere analyse van de motie-Wagenaar c.s.) stellen wij voor dat een aantal belangrijke wijzigingen in de oorspronkelijke Kabinetsvoorstellen wordt doorgevoerd. Deze wijzigingen beogen, in de geest van de motie-Wagenaar c.s., rekening te houden met de bovengenoemde belangen.
 
  • Het oorspronkelijk voorgestane uitgangspunt van acht landelijke FM-pakketten wordt verlaten en het voorstel van de Commissie-Bouw wordt gevolgd door uit te gaan van tien landelijke FM-pakketten. Het belang van de luisteraars is hiermee gediend en het geeft zittende partijen, als ook nieuwkomers, meer kansen.
  • Van de tien pakketten worden er vier gecompartimenteerd. Dat gebeurt op de volgende manier:
    1. Partijen die naar aard en inhoud programma's uitzenden voor specifieke doelgroepen met als consequentie relatief lage inkomsten en / of relatief hoge kosten wordt tegemoet gekomen door voor een nieuwszender, een zender met overwegend nederlandstalige muziek en een zender voor klassieke muziek telkens één gecompartimenteerd pakket te veilen. Hiervoor geldt een gemitigeerd financieel regime. De compartimentering dient mede om de omroeporganisaties die op dit moment dergelijke programma's uitzenden betere kansen te geven om (opnieuw) een vergunning te verwerven en impliceert vooraf geen inhoudelijke bemoeienis met concrete programma's als zodanig.
    2. Om omroeporganisaties die dit soort programma's (willen) uitzenden een extra kans te geven zal een vierde gecompartimenteerd pakket met een gemitigeerd financieel regime worden geveild dat bestemd is voor één van de onder sub (1) genoemde programma's.
    3. De resterende zes pakketten worden zonder nadere voorwaarden geveild.
  • De motie-Nicolaï wordt uitgevoerd in de zin dat één partij maximaal één pakket van de zes vrije pakketten en maximaal één pakket van de gecompartimenteerde pakketten kan verwerven.
Bij het veilingontwerp zullen de lessen die het Kabinet reeds heeft getrokken naar aanleiding van het verloop van de UMTS veiling worden verwerkt. Daartoe strekt ook het wetsvoorstel (dat kortgeleden door de Tweede Kamer is aangenomen en thans in behandeling is bij de Eerste Kamer) dat in de Telecommunicatiewet zorgdraagt voor een grondslag om bij uitgifte van frequentieruimte een financieel instrument in te zetten.
Naast het financieel instrument zal, zoals reeds is aangegeven in de brief van 2 februari 2001, op grond van de ervaringen bij de UMTS veiling, worden voorzien in een noodremprocedure.
De "noodrem" voor de veiling van zero-base wordt gevormd door een combinatie van maatregelen:
 
  • het beperken van informatie aan bieders tijdens de veiling;
  • bieders uitsluiten van de veiling indien zij de veiling hebben verstoord;
  • mogelijkheid van de staatssecretaris V&W om de veiling op te schorten.
Deze maatregelen zijn gericht op het voorkomen van verstoring van de veiling door bijvoorbeeld samenspanning en het creëren van extra ruimte om maatregelen te nemen als zich omstandigheden voordoen, die een ordelijk verloop van de veiling verstoren. Van de genoemde maatregelen is de invulling van de eerste anders dan bij UMTS (waar meer informatie aan de bieders werd verstrekt); voor de andere twee zal — na een uitgebreide juridisch-beleidsmatige analyse — nagegaan worden of op basis van de reeds voor UMTS gedefinieerde bevoegdheden de Staatssecretaris V&W meer bevoegdheden nodig heeft om — indien daar aanleiding toe is — in te grijpen in het veilingverloop.
Daarnaast zal er voor de landelijke FM-veiling sprake zijn van een additionele noodremfunctionaliteit. Dit betreft het hanteren van een andere veilingmethode (ten opzichte van de gekozen simultane meerronden veiling) indien het aantal tot de veiling toegelaten partijen een bepaalde ondergrens bereikt. Indien dit zich voordoet zal de alternatieve veilingmethode worden gehanteerd waarbij de deelnemers éénmaal een gesloten bod uitbrengen ("first price, sealed bid"-veilingtype). De beslissing hiertoe wordt vóór de aanvang van de veiling genomen. Is de simultane meerronden veiling eenmaal van start gegaan, dan wordt daar niet meer van afgeweken, aangezien dit anders juridisch en praktisch op grote problemen stuit.
Bij het veilingontwerp zullen ook eventuele nadere aanbevelingen, die kunnen volgen uit het thans plaatsvindende "second opinion onderzoek" van de Tweede Kamer met betrekking tot de UMTS verdeling, zoveel mogelijk worden meegenomen.
De politieke besluitvorming rond zero-base kan nu worden afgerond. Dit is noodzakelijk omdat zero-base zich in toenemende mate in een "tijdsklem" bevindt, die onder andere samenhangt met de verplichtingen die zijn aangegaan in het kader van de internationale frequentie-coördinatie (formele ingangsdatum zero-base-situatie per 1 september 2001) en waarover de Kamer per brief van 2 februari j.l. (Kamerstukken II, 2000 - 2001, 24095, nr. 61) reeds werd geïnformeerd. In voornoemde brief werd uitgegaan van een start van de veilingprocedure (publicatie van de regelingen in de Staatscourant) per begin april en een afronding van de veilingen per medio augustus 2001. De technische implementatie zou in dat tijdschema ongeveer in januari 2002 beëindigd worden, en hield toen reeds de noodzaak in om met het buitenland afspraken te maken om de datum van 1 september met enige souplesse te hanteren.
Het is duidelijk dat er een aanzienlijke vertraging ten opzichte van het tijdschema uit de brief van 2 februari 2001 is opgetreden. De voorgestane wijzigingen zullen nog nader uitgewerkt moeten worden in de veilingopzet, de nog te maken ministeriële regelingen en het aanvraagdocument. Indien de politieke besluitvorming thans nog voor het zomerreces wordt afgerond, dan kan de veilingprocedure voor de landelijke FM voor het eind van dit jaar afgerond zijn. Daarnaast zullen de consequenties worden bezien van deze besluitvorming voor de niet-landelijke FM-frequenties en de AM. Tevens moet de daadwerkelijke technische implementatie nog plaatsvinden. Al met al neemt de kans toe dat het steeds moeilijker wordt om met het buitenland overeen te komen dat de formele ingangsdatum van 1 september 2001 gedurende een zekere periode "met souplesse gehanteerd" moet worden. De kans dat er verzorgingsproblemen (zowel in de publieke als commerciële netten) gaan ontstaan neemt daarom toe.
5 Kabinetsstandpunt. Op grond van de analyses naar aanleiding van de voorstellen van de Commissie-Bouw (en nadere analyse van de motie-Wagenaar c.s.) zijn er een aantal belangrijke wijzigingen in de oorspronkelijke voorstellen aangebracht. Deze wijzigingen beogen tegemoet te komen aan de geest van de motie-Wagenaar c.s. Daartoe zullen tien landelijke FM-pakketten worden geveild. Daarvan worden er vier in compartimenten uitgegeven. Van de vier compartimenten is er één gecompartimenteerd voor nieuws, één voor klassieke muziek, één voor overwegend nederlandstalige muziek en één extra ter keuze uit deze categorieën. De overige zes pakketten kennen geen compartimentering. De motie-Nicolaï wordt uitgevoerd in de zin dat één partij maximaal één pakket van de zes vrije pakketten en maximaal één pakket van de gecompartimenteerde pakketten kan verwerven.
Een éénmalig vast bedrag per pakket geldt voor de zes vrije landelijke FM-pakketten van ƒ. 1.5 miljoen / miljoen potentiële luisteraars. Voor de gecompartimenteerde pakketten zal geen éénmalig vast bedrag gevraagd worden.
Voor de niet-landelijke FM en voor de AM moet nader worden bezien of de oorspronkelijke voorgestelde procedures nog bijstelling behoeven. Hiervoor wordt in ieder geval geen éénmalig vast bedrag gevraagd.
De veiling voor de landelijke FM-pakketten is een "simultane meerronden" veiling met toepassing van de "first price, sealed bid" systematiek indien het aantal tot de veiling toegelaten partijen een bepaalde ondergrens bereikt.
De landelijke publieke omroepen dienen conform wettelijke afspraken een kwalitatief goede landelijke dekking te hebben. Indien na implementatie van zero-base uit monitoring blijkt dat deze ontvangst op bepaalde plaatsen niet het afgesproken niveau bereikt, dan zal bij voorrang worden gerepareerd.
Naast de vergoeding van de technische omschakelkosten van de publieke omroepen komt er een regeling voor vergoeding van in redelijkheid te maken kosten voor de niet-technische omschakelkosten voor algemene publieksvoorlichting en wijziging van voorlichtingsmateriaal (exclusief voorlichting op de radio zelf). Deze kosten worden gedekt uit de veilingopbrengsten.
Hoogachtend,
  DE STAATSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,
  drs J.M. de Vries
  DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN,
  dr. F. van der Ploeg
   
Previous
  2001 © Soundscapes