Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 4
juni 2001

Veiling voor verdeling frequentie commerciële radio

 





  Persbericht, 26 juni 2001
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
Previous
  Veiling voor verdeling frequentie commerciële radio. Zo luidde de kop boven het gezamenlijk persbericht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en het Ministerie van Verkeer en Waterstaat van 26 juni 2000. Het kabinetstandpunt zelf was verwoord in een meer uitvoerige brief, met een nog uitvoeriger bijlage. Het persbericht hieronder biedt een korte samenvatting van de belangrijkste punten.
 
1 Het kabinet heeft een besluit genomen over de verdeling van de etherfrequenties voor commerciële radio. Het wil tien landelijke FM-pakketten voor commerciële radio veilen. Zes vrije kavels worden geveild. Daarnaast komt er een nieuwskavel, een kavel voor klassieke muziek, een kavel voor overwegend Nederlandstalige muziek en een extra kavel voor één van deze categoriëen. Hiermee brengt het kabinet enkele belangrijke wijzigingen aan ten opzichte van haar oorspronkelijke voorstel. Nadrukkelijk is rekening gehouden met de voorstellen van de Commissie-Bouw en de wensen van de Tweede Kamer zoals die zijn verwoord in de motie-Wagenaar. In de vier grote steden komen FM-frequenties beschikbaar voor uitzending door minderheden.
2 De uitgebreide nadere analyses naar aanleiding van de motie-Wagenaar c.s. en de voorstellen van de Commissie-Bouw hebben geleid tot de conclusie dat de uitwerking op zulke onoverkomenlijke bezwaren stuit dat het niet mogelijk is deze voorstellen over te nemen. Derhalve keert het Kabinet terug op het eerste voorstel. Het kabinet wil daarbij nadrukkelijk het belang van de luisteraar in het oog houden en zowel zittende partijen als nieuwkomers kansen bieden.
3 Een partij mag maximaal één vrije kavel en één gecompartimenteerde kavel verwerven. Daarmee wordt de motie-Nicolaï overgenomen. Voor de zes vrije landelijke FM-pakketten wordt per pakket een éénmalig vast drempelbedrag van 1,5 miljoen gulden per miljoen potentiële luisteraars gevraagd. Voor de andere vier kavels wordt geen éénmalig bedrag gevraagd. Voor de niet-landelijke FM en voor de AM zal het kabinet nader bezien of de oorspronkelijke voorgestelde procedures nog moeten worden bijgesteld. Voor deze kavels wordt in ieder geval geen éénmalige bijdrage gevraagd.
4 Door het zero-base-onderzoek komt meer frequentieruimte beschikbaar voor commerciële omroep. De vergroting van het bereik en het aantal van de pakketten is in het belang van de luisteraar. Behalve het creëren van evenwichtiger concurrentieverhoudingen liggen mediapolitieke overwegingen, zoals een zekere mate van diversiteit, ten grondslag aan het kabinetsvoorstel. Ook dit is in het belang van de luisteraar. De wijzigingen ten opzichte van het eerdere voorstel komen partijen tegemoet die programma's uitzenden met lage inkomsten en / of relatief hoge kosten. Door de beschikbaarheid van zes vrije kavels krijgen zittende partijen reële kansen om opnieuw een vergunning te verwerven.
5 De politieke besluitvorming rond zero-base kan nu worden afgerond. Dit is noodzakelijk omdat zero-base zich in toenemende mate in een tijdsklem bevindt. Deze hangt samen met de verplichtingen die zijn aangegaan in het kader van de internationale frequentie-coördinatie. Het is duidelijk dat er een aanzienlijke vertraging bij de implementatie van zero-base ten opzichte van het tijdschema is opgetreden. Oorspronkelijk was de start van de veilingprocedure begin april van dit jaar voorzien en de afronding van de veilingen medio augustus van dit jaar. De technische implementatie zou in dat tijdschema ongeveer in januari 2002 beëindigd worden, en impliceerde toen al de noodzaak om met het buitenland afspraken te maken om de datum van 1 september met enige souplesse te hanteren.
6 Na het debat in de Tweede Kamer kan de veilingprocedure na de zomer van start gaan. Het einde van de veiling wordt voorzien aan het einde van dit jaar. Daarna moet de daadwerkelijke technische implementatie nog plaatsvinden. Hierdoor neemt de kans toe dat het steeds moeilijker wordt om met andere landen overeen te komen dat de formele ingangsdatum van 1 september 2001 gedurende een zekere periode "met souplesse gehanteerd" moet worden. Daarmee neemt ook de kans toe dat er verzorgingsproblemen gaan ontstaan bij zowel de publieke als commerciële netten.
7 Voor de publieke omroep komt er naast de vergoeding van de technische omschakelkosten ook een regeling voor vergoeding van de niet-technische omschakelkosten. De landelijke publieke omroepen moeten volgens wettelijke afspraken een kwalitatief goede dekking krijgen. Mocht na implementatie van zero-base blijken dat deze ontvangst niet het afgesproken niveau bereikt, dan zal dat bij voorrang worden gerepareerd.
   
Previous
  2001 © Soundscapes