Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 4
maart 2002

Van de Galaxy naar de MEBO I en vandaar weer naar de MEBO II

 





  De lange aanloop van Radio Nordsee International
door Hans Knot
Previous
  De eerste plannen voor de zeezender Radio Nordsee International werden al in het midden van 1968 gesmeed. Toch verstreken er nog bijna 18 maanden voordat het station — eind januari 1970 en dan vanaf een ander schip dan oorspronkelijk de bedoeling was — in de lucht kwam. Hans Knot neemt de lange aanloop van Radio Nordsee International hier nog eens uitgebreid met ons door.
 
1 De MV Galaxy in de haven van Hamburg

De start van een kleurrijk popstation. Op 15 augustus 1967 werd in Engeland de wet van kracht, die de geschiedenis is ingegaan als de Marine Offences Act. Die wet schiep voor Britten een officieel verbod om op wat voor manier dan ook mee te werken aan de programma's van de zeezenders. Het verbod gold ook het bevoorraden van de zendschepen en het adverteren op de zeezenders. Radio Caroline ging, met haar beide schepen, het gevecht tegen de wetgever aan en bleef doorgaan met haar uitzendingen tot 3 maart 1968. Op die dag liet een ontevreden onderneming — de firma Wijsmuller — die onder meer verantwoordelijk was voor het bevoorraden van de beide schepen, zowel als het leveren van het nautisch personeel, beide schepen van hun ankerpositie verslepen naar de haven van Amsterdam, waar ze werden opgelegd.

De bekende lange RNI-jingle "Radio is king of the media" van Jason Wolfe, afkomstig van een promoplaatje uit de jaren zestig dat destijds werd uitgedeeld aan de deelnemers van het jaarlijkse congres van "The National Association of Broadcasters". Een van de RNI-jocks nam dit plaatje mee naar de MEBO II en daar moet Wolfe het hebben gevonden. Er bestaan lange en korte versies van de betreffende jingle. Van de langere versies werden weer verschillende korte gemaakt en delen van de jingles werden op hun beurt weer verwerkt in andere jingles.
  In de periode die daarop volgde, had de jeugd nog slechts drie stations waar ze echt met plezier naar kon luisteren, tenminste als het ging om goede popmuziek. Radio Veronica was er nog steeds vanaf haar zendschip, de MV Norderney, terwijl vanuit Luxemburg het gelijknamige radiostation haar publiek bleef verrassen met uitzendingen in het Nederlands, Duits, Frans en Engels. En dan was er natuurlijk nog Hilversum III, de voorganger van het huidige 3FM. Dat station was echter bij lange na nog niet horizontaal geprogrammeerd en zeker niet in staat om de belofte van de overheid waar te maken van een reële vervanging van de zeezenders, waar de hele dag lang programma's van een goed niveau te beluisteren waren.
  Het einde van de zeezenders had een duidelijke lacune achtergelaten. Dat was ook merkbaar, want vrijwel maandelijks vielen er in de kranten geruchten te lezen als zou er weer een nieuw project vanaf zee worden opgezet om de strijd tegen de nationale popstations van Nederland en Engeland — Hilversum III en BBC Radio One — aan te gaan. Slechts één van die geruchten zou later bewaarheid worden. Vanaf internationale wateren zou een nieuw en kleurrijk popstation zich laten horen. Maar voordat het zover was moesten de initiatiefnemers nog wel de nodige problemen overwinnen.
2 Een nieuw verfje voor de MV Galaxy. Van de zeezenders uit de jaren zestig was Wonderful Radio London eén van de meest populaire radiostations. Het station had sinds december 1964 via de 266 meter hadden uitgezonden en er bovendien voor gezorgd dat het zogenaamde Top-40-formaat in Europa werd geïntroduceerd. In 1967 kwam er een einde aan de uitzendingen. De eigenaren besloten niet tegen de eerder genoemde Britse wet in te gaan en dus op maandag 14 augustus 1967 uit de ether te verdwijnen. Vrijwel direct na de close-down van het station werd het zendschip — de MV Galaxy, een voormalige mijnenveger (de MV Density) uit de Verenigde Staten — op 19 augustus 1967 naar de haven van Hamburg gevaren, waar het op 21 augustus arriveerde. Hier kreeg het schip een voorlopige ligplaats in de Elbe om later naar dok 20 te worden gesleept en te worden verkocht aan een Griek voor een bedrag van tienduizend Engelse Ponden, een bedrag dat omgerekend naar de toenmalige koersen neerkomt op zeker 45 duizend Euro. Niemand wist wat de eventuele toekomst van het schip zou worden. Totdat op 17 april 1968 de eerste geruchten de kop opstaken.
 
  Aankondiging van de executieverkoop van de MV Galaxy
(klik op de afbeelding voor een grotere weergave)
  Door het DPA, het Deutsche Presse Agentur, werd een bericht verspreid dat ook in een aantal Nederlandse kranten verscheen. Onder de kop "Nieuwe piratenzender op komst" werd gemeld dat de MV Galaxy was aangekocht een reclamebureau uit het Zwitserse Sankt-Gallen en als zendschip zou worden uitgerust om daarna in internationale wateren te worden verankerd op een positie tussen Helgoland en Scheveningen. De definitieve positie, aldus het bericht, zou pas worden bekend gemaakt na een periode van proefuitzendingen.
  In de maand augustus 1968 kwam het volgende bericht en wel uit de mond van Klaus Quirini, de oprichter en voorzitter van de Deutsche Deejay Verbund, uit het Duitse Aken. Quirini werkte op dat moment als disk-jockey in Zürich. Op grond van een bericht in de "Neuen Züricher Zeitung" was hij door de eigenaren van het betreffende reclamebureau, Gloria International geheten, aangezocht als deejay en programmaleider van het toekomstige station. Hij wist te melden dat het door Zwitsers gefinancierde project, dat overigens toen al het "Project Radio Nordsee" werd genoemd, wellicht op 1 december 1968 van start zou gaan. Na ruim twee maanden van stilte was het op 28 oktober van hetzelfde jaar het Algemeen Dagblad dat meldde dat spoedig het eerste Duitse zeezender-project van start zou gaan onder de naam Radio Nordsee International en dat het toekomstige zendschip een positie zou krijgen tussen Helgoland en de Duitse kust:
  "Men zal 20 uur per etmaal programma's gaan verzorgen. De uitzendingen beginnen waarschijnlijk al op 1 december op de golflengte van 266 meter. Achter dit zo geheimzinnige project staat een in Liechtenstein gevestigde zakenman. Het zendschip zou de vroegere MV Mi Amigo zijn, die de activiteiten moest staken daar de piratenzenders verboden werden. Het schip wordt in een Nederlandse haven uitgerust en krijgt een bemanning van 28 personen. Het zendschip zal geregistreerd worden in Jamaica. Via een impresariaat in Aken zijn al zes deejays aangeworven. De Duitse regering zal weinig kunnen ondernemen, omdat de apparatuur uit Duitsland afkomstig is."
  Een duidelijk verward en verwarrend verhaal, waarbij de betreffende journalist wel iets had gehoord maar niet had gecheckt wat in werkelijkheid het zendschip was, dat men probeerde uit te rusten. In de Duitse kranten, waaronder de Frankfurter Rundschau en het tijdschrift Crash, stonden berichten over "Die Musikpiraten". Intussen werd in de haven van Hamburg driftig de verfkwast gehanteerd, want toen ik in de maand december 1968 een kijkje nam in Hamburg bleek het schip prachtig in het wit geschilderd te zijn. Ook binnenin het schip was er het nodige aan verfwerk gedaan, maar aan de uitrusting van de studio's zelf, zo kon worden geconstateerd, was niets gedaan.
 
  Wel werd in de Duitse pers inmiddels een nieuwe startdatum genoemd en wel die van 12 december 1968. Onderzoek wees uit dat achter het Zwitserse reclamebureau, dat in een artikel werd genoemd, de heren Norbert Gschwendt en Emile Lüthi zaten. Een dag later viel in een krant een interview te lezen was, waarin de beide heren vertelden dat al het werk aan studio's en zenders klaar was en dat de uitzendingen binnen een week konden beginnen. Diegene die, net als ik, in Dok 20 van de firma Finkenwerder, onderdeel van Howaldts Werke-Deutsche Werf AG, was geweest, had zelf kunnen constateren dat de beweringen van beide heren verre van juist waren.
3 De komst van Meister en Bollier. Op 25 januari 1969 werd bekend dat Lüthi zich had teruggetrokken uit het zeezender-project omdat hij, gezien uitlatingen van Duitse regeringsfunctionarissen, geen uitweg meer zag voor een financieel gezond project. De regering van West-Duitsland overwoog namelijk een anti-zeezenderwet in te voeren naar het voorbeeld van de Britse Marine Offences Act. In een verklaring maakte Lüthi nog wel bekend dat er nog geen enkel contract met een potentiële adverteerder was getekend, daar iedereen eerst wilde afwachten of het project daadwerkelijk zou doorgaan en of er een goed signaal in de ether zou worden gebracht. De andere financier, Gschwendt, organiseerde direct na het vertrek van zijn partner, een dure champagneparty en huurde een aantal kleine vliegtuigjes om de vertegenwoordigers van de pers over "zijn zendschip" in de haven van Hamburg te kunnen laten vliegen.
  Inmiddels waren de plannen van de West-Duitse regering om maatregelen te nemen tegen eventuele zeezenders, die vanuit West-Duitsland zouden gaan opereren, knap serieus geworden. Op 2 juli 1969 werd de wet, die een jaar eerder al was geratificeerd, daadwerkelijk van kracht in het land, waardoor het onmogelijk werd vanaf Duits grondgebied activiteiten te ontwikkelen ten bate van een zeezender. Maar op die bewuste tweede juli 1969 lag de MV Galaxy nog immer rustig afgemeerd in de haven van Hamburg. Het eventuele toekomstige project had in de diverse kranten en bladen ook al zoveel publiciteit gekregen dat de autoriteiten niets anders zouden kunnen doen dan elke poging om de MV Galaxy buiten nationale wateren te krijgen, te ondermijnen. Uitgebreid werd in de geschreven pers duidelijk gemaakt, dat mocht er een poging worden ondernomen dit onmiddellijk zou leiden tot het verwijderen van alle studio- en zendapparatuur. Ook de tweede zakenman uit Sankt-Gallen, Gschwendt, vond het toen maar beter om met het project te stoppen.
  Uiteindelijk zou op 28 september 1970 duidelijk worden dat de MV Galaxy op 2 december 1970 gerechtelijk zou worden verkocht namens diverse schuldeisers — een verkoop die uiteindelijk niets zou opleveren, waardoor het schip nog jaren in Hamburg en Kiel zou liggen afgemeerd om daar uiteindelijk te zinken. Eind jaren tachtig van de vorige eeuw werd het schip gelicht en gesloopt. Lüthi en Gschwendt hadden het dus opgegeven. Maar, daarmee was het verhaal nog niet afgelopen. In de tijd dat de plannen met de MV Galaxy nog volop leefden, had het duo twee landgenoten ingehuurd die de technische faciliteiten aan boord van het schip voor het runnen van een radiostation zouden onderhouden en daarnaast een plan zouden opstellen voor eventuele vervanging van apparatuur. Met hen als hoofdrolspelers gaat deze geschiedenis verder.
  Deze beide Zwitsers, Erwin Meister en Edwin Bollier, hadden, na het besluit van Gschwendt om ook te stoppen, al vrij snel het idee om zelf dan maar een soortgelijk project te beginnen. Het eerste benodigde geld kwam uit eigen bronnen via de bankrekening van MEBO Ltd, dat kantoor hield in Zürich. Deze onderneming was eigendom van beide heren en de naam is een samenstelling van de eerste twee letters van beider namen. Gezien het mislukken van het uitrusten van de MV Galaxy in Duitsland besloten ze, wanneer er een schip zou worden aangekocht, dit uit te rusten in een land dat geen wet tegen zeezenders had. Dat zou Nederland worden.
4 De MV Bjarkoy werd herdoopt als MV MEBO

De MEBO I en MEBO II. De zoektocht naar een eventueel geschikt schip leidde onder meer naar Noorwegen, waar Meister en Bollier bij de werf Trondjem in Trondheim de MV Bjarkoy kochten, een schip van 347 ton. Na aankoop werd de boot gevaren naar de werf van De Groot en Vliet in Slikkerveer. Het schip werd omgedoopt tot MV MEBO. Maar lang zou deze naam niet gehandhaafd blijven daar al vrij spoedig door een medewerker van de werf aan de beide Zwitsers duidelijk werd gemaakt dat het verankeren van het schip op een plek in internationale wateren voor de Nederlandse kust voor de nodige problemen zou zorgen gezien de onstabiliteit van het voor dit doel te kleine schip.

  De directie van de scheepswerf tipten Meister en Bollier dat ze wel een ander schip konden regelen, een Noorse trawler, de MV Silvretta, die in 1946 op deze werf was gebouwd. Het was 186 feet — een kleine 57 meter — lang en had een tonnage van 630. De MV Silvretta had in de daaraan voorafgaande jaren gevaren op de route: Rotterdam - Antwerpen - Kopenhagen - Malmö of Trelleborg en terug via Aarhus of Drammen en Tonsbeek. Dit met als lading voornamelijk papierproducten. De vaste ligplaats van deze vrachtdienst was Veltenaar in de Tweede Katendrechtsehaven Oostzijde in Rotterdam. Na aankoop van de MV Silvretta werd de MV MEBO vervolgens omgedoopt tot MEBO I en de Silvretta tot MEBO II. In september 1969 werd een aanvang gemaakt met de ombouw van het schip tot zendschip, waarbij onder meer een 52 meter hoge zendmast werd geplaatst, de hoogste die tot dan toe ooit op een zendschip was gemonteerd.
  Het zou tot 22 november 1969 duren alvorens de eerste foto's en publicatie over de aanwezigheid van het schip in Slikkerveer in een krant zouden verschijnen. Ook toen werd de naam voor het eerst genoemd: Radio Nordsee International — Meister en Bollier hadden dus de naam van hun voorgangers aangehouden. Binnen twee weken, zo werd gemeld, zou de zendapparatuur door RCA Amerika worden afgeleverd voor inbouw in het ruim van de MEBO II. De beide Zwitsers verklaarden toen ook dat het schip een voorlopige ligplaats zou krijgen voor de Nederlandse kust, ter hoogte van Scheveningen en dat de programma's zouden worden verzorgd in het Duits, Nederlands en het Engels. Naast Engelsen, Nederlanders en Duitsers zouden er ook Oostenrijkers betrokken worden bij het presentatieteam. De eigenaren kondigden tevens aan dat er voor een bedrag van liefst vier miljoen gulden in het project was geïnvesteerd, maar dat er ook al voor vele miljoenen aan advertentieopdrachten waren geboekt van de kant van internationale firma's.
  Op vragen of men niet bang was voor maatregelen van de Nederlandse autoriteiten, antwoordden de heren dat men geen vrees had dat er een wet zou worden ingevoerd en mocht dit wel het geval zijn dan overwoog men in de toekomst naar de Middellandse Zee te vertrekken. Niet alle berichten waren juist. Het genoemde bedrag van vier miljoen gulden was in ieder geval rijkelijk hoog. Uit rekeningen van de scheepswerf bleek later dat er in totaal door MEBO Ltd voor fl. 612.397,93 aan kosten was betaald voor ombouw van het schip en de inbouw van de apparatuur. De aankoop van de Silvretta had nog eens fl. 250.000,- gekost.
5 De MEBO II verlaat de haven van Rotterdam

Een nieuwe verflaag. Op 26 november werden de heren nogmaals door de pers aan het woord gelaten en wel in de Telegraaf. Veel nieuws kon niet aan de eerdere berichten worden toegevoegd, behalve dat men als een soort van Kerstcadeau twee weken lang verzoekplaten wilde gaan draaien voor de Europese jeugd. Pas daarna zouden de commerciële programma's worden opgestart. Wettelijk hadden ze in Zwitserland geen problemen met hun nieuwe activiteiten, maar mocht dit in de toekomst wel het geval zijn, dan had men, zo zei men dit keer, een uitwijkmogelijkheid in het Afrikaanse Sierra Leone. Een dag later meldde dezelfde krant, dat de directie van Radio Veronica niet geschokt was door de komst van RNI. Het commentaar van Bull Verweij destijds: "We hebben een vrije zee en Radio Veronica heeft niet het alleenvertoningsrecht op die zee."

Intussen werd er op de werf keihard doorgewerkt. De MEBO II kreeg een nieuwe verflaag, die in vele kleuren werd uitgevoerd, hetgeen later ook met de MEBO I zou gebeuren. Vervolgens werd bekend gemaakt dat het zendschip op 29 november een positie zou kiezen in internationale wateren, ter hoogte van Noordwijk en dat waarschijnlijk op 1 december 1969 met testuitzendingen, via een 105kW-zender die werd afgesteld op de 186 meter, zou worden begonnen. De programma's, zo stelde Bollier, zouden tot in Warschau zijn te ontvangen. Reclamezendtijd zou worden verkocht voor 200 dollar per 30 seconden en 380 dollar per uitzendminuut. Tevens zouden onderhandelingen worden gevoerd met religieuze organisaties voor de verhuur van zendtijd met een maximum van een half uur per blok.

  De zenders waren inmiddels ook in ons land aangekomen, waarbij weer andere kranten melding maakten van invoerproblemen. Hun berichtgeving luidde dat de zenders nog in de haven van het Portugese Lissabon zouden staan. Het ging om een 105 kW hoofdzender en een 10.5 kW reservezender, die voorheen eigendom was geweest van de eigenaar van Radio 390. Ook waren er twee zenders van 10.5 kW, die ingezet konden worden voor korte-golf-uitzendingen en één zender met een vermogen van 1,2 kW voor FM-uitzendingen. De AM-zenders waren alle van RCA-fabrikaat. RCA was ook de fabrikant van één van de korte-golf-zenders. De andere was afkomstig van Brown Boveri, terwijl de FM-zender van het merk Rhode & Schwarz was.
  Op 28 november wist de Volkskrant te melden, dat het kabinet van premier de Jong, met de komst van RNI voor de deur, toch zeker een anti-Veronica-wet zou gaan introduceren, aangezien de buurlanden, die wel een dergelijke wet hadden, zondermeer zouden protesteren tegen verhoogde activiteiten voor de Nederlandse kust. Maar men verwachtte eerst een maatregel om de omroepwet dermate aan te passen dat Radio Veronica een plek in het omroepbestel zou kunnen krijgen. Ook verwachte men directe stappen van de Belgische, Duitse en Britse regering, mocht het tot een internationaal station als dat van Meister en Bollier daadwerkelijk vanaf de Noordzee gaan uitzenden.
6 Onderhandelingen en geruchten. Een dag later hadden Meister en Bollier, die langdurig in Scheveningen bivakkeerden in het toenmalige Grand Hotel, al een antwoord op de politieke berichten. Ze vertelden dat de MEBO II geen vaste ankerplaats zou krijgen, maar zou gaan rondvaren in internationale wateren en wel ter hoogte van de Belgische, Britse, Nederlandse en West-Duitse kusten. Men had hiervoor gekozen aangezien een vaste ligplaats te veel problemen zou opleveren gezien de vele stormen die er, vooral in het voor- en najaar op de Noordzee heersten. Tevens maakten ze bekend dat Radio Veronica niet bevreesd hoefde te zijn daar van hun kant geen Nederlandstalige programma's te verwachten waren.
  Inmiddels was er wel door de directie van Radio Veronica een hoge som aan geld aan de Zwitsers overhandigd. Gesproken wordt over een miljoen gulden. Hiermee kocht Radio Veronica een aandeel in het zendschip en werd er tevens overeengekomen dat er nooit vanaf de MEBO II uitzendingen in de Nederlandse taal zouden worden uitgezonden. Dat dit later, in maart 1971, wel zou geschieden, zou uiteindelijk leiden tot de beruchte bomaanslag op het zendschip van RNI — het uiteindelijk resultaat van de opdracht van de directie van Radio Veronica aan een aantal duikers om de ankerketting van het schip onklaar te maken. Maar, zover was het nog lang niet. De grote vraag voor de vele journalisten, die op het komende project afkwamen, was intussen waar de beide Zwitsers het geld vandaan haalden om een dergelijk duur project op zee te brengen. Op deze vraag antwoordde Bollier dat zij in 1968 een grote order hadden kunnen leveren aan Biafra — dit in opdracht van Caritas, een Rooms-Katholieke liefdadigheidsorganisatie. Ook had men goede zaken kunnen doen met Joegoslavië en andere toenmalige Oostbloklanden.
  De MV MEBO II in al zijn kleurenpracht

Direct nadat de naam Biafra was gevallen, verschenen er de meest vreemde verhalen in de kranten. Zo deed het verhaal de ronde, dat de beide schepen in opdracht van de regering van Biafra zouden zijn uitgerust. Na de val van die regering zouden beide Zwitsers met de schepen in hun maag hebben gezeten, waarna ze hadden besloten om ze zelf maar te gaan gebruiken. In een ander verhaal werd gesteld dat de regering van Biafra de uitrusting had betaald van de MEBO II en dat met het zendschip politieke uitzendingen zouden worden verzorgd ten gunste van de regering van het Afrikaanse land. Tenslotte deed nog het bericht de ronde dat een aantal Britse politici mede-financiers zouden zijn en dat het station in de toekomst propaganda zou gaan uitzenden gericht tegen Wilson, de toenmalige Britse premier.

7 De eerste testtoon. Hoewel Meister en Bollier het hadden beloofd, kwamen de verwachte verzoekplaten voor de jeugd van Europa, die voor de Kerstdagen van 1969 zouden worden uitgezonden, er niet. Men was voor het eind van het jaar gewoon nog niet gereed voor de uitzendingen. Op 6 januari 1970 meldde MEBO Ltd. in een persbericht dat het ongeveer nog twee weken zou duren, alvorens men zou uitvaren. Deskundigen van de PTT maakten bekend dat eventuele uitzendingen op de 186 meter niet alleen interferentieproblemen zouden kunnen veroorzaken op de uitzendingen van de Bayerische Rundfunk, dat de 1287 meter gebruikte, maar ook klachten zou opleveren van kustwachtstations in diverse landen, die gebruik maakten van de scheepvaartband, die iets lager in de band zat dan de frequentie waarop de hoofdzender van RNI was afgesteld.
  Op 22 januari 1970 werd het zendschip dan eindelijk verankerd voor de kust van Noordwijk. Voordat het schip vanuit Slikkerveer vertrok, hadden douaneambtenaren, geassisteerd door opsporingsambtenaren van de PTT, nog op het zendschip inspectie verricht om te zien of het ging om bedrijfsklare zenders. Toen dit niet het geval bleek, kreeg men permissie om te vertrekken. Vreemd genoeg was de opdracht tot onderzoek uitgegaan van de ambassadeur van Panama, het land waar Meister en Bollier het schip hadden laten registreren. Men wenste de papieren in te trekken, indien inderdaad was geconstateerd dat het om een bedrijfsklaar zendschip ging.
  Duidelijk moet zijn dat de Panamese ambassadeur zijn actie heeft ondernomen onder druk van de Nederlandse regering. De betrokkenen waren er echter op voorbereid. De vitale onderdelen, zoals de zendkristallen, waren uiteraard niet aanwezig om problemen te voorkomen, terwijl ook niet alle zenders aan boord waren. Een deel werd op 25 januari met de MV MEBO I langszij het zendschip gebracht. Het bleek een hele klus om de zenders, verpakt in kisten, aan boord van de MEBO II te krijgen. Ook diende die dag een 25 ton zware ankerketting overgeheveld te worden, maar uiteindelijk kwam alles in orde. Dezelfde dag nog werd de eerste testtoon uitgezonden via de 6210 kHz. Niet veel later kon er een aanvang worden gemaakt met de gepresenteerde testprogramma's. Radio Nordsee International was daarmee een feit.
  In de daarop volgende weken werd meerdere malen in de geschreven pers verklaard dat de regering van Panama, op verzoek van de Nederlandse regering, de registratie van beide schepen had ingetrokken. Niets is minder waar. Gedurende de daarop volgende jaren zou, bij herhaling, de registratie van de schepen worden verlengd, getuige het hierbij afgedrukte document, waarvan de eerste registratie, die van de Bjarkoy, gedateerd was op 11 juni 1969 ...
 
  ... en ondertekend door de ambassadeur zelf:
 
8 De uitrusting. Hoe lagen de juridische eigendomsverhoudingen, hoe zag de uitrusting van de MEBO II er precies uit en hoe kan het zenderpark aan boord technisch worden omschreven? Welnu, het zendschip was officieel eigendom van een firma met als directeuren Erwin Meister, Edwin Bollier en Urs Emmenegger:
  MEBO Telecomunications AG
P.O.Box 113, Albisriederstr 315
CH 8047 Zürich, Switzerland
  Aan boord van het zendschip waren natuurlijk tanks aanwezig voor olie, met 55 ton inhoud, en voor vers water, met 70 ton inhoud. Dan de generatoren: allereerst een Struver-Deisel 250k Va 3 Phase 380v 50Hz, en dan nog eens twee exemplaren Deutz 1 Phase 250k Va 3 phase 380v, 50Hz. Onder meer voor de verlichting op het schip zorgden twee kleinere generatoren met een vermogen van 20kW Deutz Single-phase 110v DC, 1x Lister Single-phase 110v DC. Uiteraard was er, via batterijaansturing, sprake van noodverlichting. Op de brug was vanzelfsprekend radar aanwezig en verder een VHF-radioverbinding voor noodgevallen via het VHF-radiotelefoon-systeem. Naast deejays en technici waren er altijd een kapitein, een kok, een stewart en minimaal twee matrozen aan boord als het zogenaamde nautisch personeel.
  Dan de zenders:
 
  • 1x RCA BTH 100B (105kW maximaal uitgaand vermogen) Main MW 1367kHz;
  • 1x RCA BTH 10J (10.5kW maximaal) Stand-by MW1367kHhz;
  • 1x RCA BHF 10B (10.5KW maximaal) 6210kHz 49m band SW;
  • 1x Brown-Boveri (10.5kW maximaal) 9940kHz 31m band SW;
  • 1x Rhode & Schwarz (1.2Kw maximaal) 100mHz FM band.
  De uitrusting van Studio 1 bestond uit:
 
  • Twee EMT 930, Auto-Start-draaitafels;
  • Twee Revox A77 Taperecorders;
  • Drie Spotmaster 500 series NAB jingle-machines;
  • Eén negenkanaals-mengpaneel;
  • Eén Electrovoice-microfoon.
  Voor Studio 2 was dat:
 
  • Twee EMT 930, Auto-Start-draaitafels;
  • Drie Revox A77 TapeRecorders;
  • Drie Spotmaster 500 series NAB jingle-machines;
  • Eén negenkanaals-mengpaneel;
  • Eén Electrovoice-microfoon;
  • Eén microfoon die doorverbonden stond op het mengpaneel in Studio 1.
9 Man Of Action. Tot slot van dit artikel keren we nog even terug naar Klaus Quirini, wiens naam later nog zou worden geassocieerd met de tune van RNI, "Man Of Action" van Les Reed and his Orchestra. Het was Ad Roland, die in 1969 betrokken was bij de voorbereidingen van RNI, die ons enige jaren geleden vertelde dat Meister en Bollier de plaat hadden gekregen van Quirini met de mededeling die maar eens te beluisteren daar het een prachtige tune voor een radiostation zou zijn. Toegegeven, de man had geen betere keuze kunnen maken. Maar wie was nu die Quirini? Wel, hij werd in 1941 in Duitsland geboren en liep, na zijn schoolopleiding, stage bij een tijdschriftenuitgeverij. Hij profileerde zich daarnaast als deejay en claimt zelfs dat hij de eerste vrij improviserende deejay was in Duitsland die in een club/dans-bar optrad en daarmee, nog voordat de naam discotheek algemeen ingang vond, de eerste "Discotheken-Disk-Jockey" was. Dat was in 1959 — de man was toen dus negentien jaar oud — in de "Scotch Club" in Aken, die toen nog niet als een discotheek maar als een "Jockey-Tanz-Bar" bekend stond.
  Als scholier was hij in 1955 al hoofdredacteur van het scholierentijdschrift "Welt der Jugend" en later werd hij uitgever van onder meer het boulevard-tijdschrift "Die Schnauze". In 1963 stond Quirini, die later nog veel voor de muziekindustrie betekende, aan de wieg van de DDO, de organisatie van Duitse deejays (Deutsche Disk-Jockey Organisation). Vanuit die functie gaf hij weer bladen uit als "DDO Nachrichten" en "Discotheken Rundschau". In 1967 kwam er een LP uit op het Vogue label, waarop hij de nummers aaneen praatte. Volgens Quirini zelf was ook dit weer de eerste keer dat dit in de geschiedenis van de platenindustrie gebeurde.
  In 1968 kwam hij in aanraking met Lüthi en Gschwendt doordat hij op dat moment voor een drietal maanden als deejay werkzaam was in de — alweer — eerste discotheek op Zwitserse bodem, de "Playground" die gevestigd was in Zürich. Quirini's bezigheden haalden de plaatselijke krant en dat wekte de aandacht van Lüthi en Gschwendt. De beide heren benaderden Quirini en wisten hem bij hun zeezender-project te betrekken. Derhalve staat dan ook op zijn persoonlijke staat van dienst vermeld: "1968: Programmaleider aan boord van het zendschip van Radio Nordsee International." Welnu, dat mag misschien op papier waar zijn geweest, maar in werkelijkheid echt niet: het schip was er toen gewoon nog niet, en toen het eenmaal in 1970 op zee lag, was Quirini al lang niet meer bij het project betrokken. Toen het project namelijk door Lüthi en Gschwendt werd stopgezet, betekende dat ook het einde van Quirini's betrokkenheid. Het schip waar hij op doelt is dus de MV Galaxy, die daadwerkelijk nooit meer als zendschip heeft gefunctioneerd. Wel was Quirini overigens een van de schuldeisers van Gloria International en liet hij, om die achterstallige schulden te vereffenen, met succes op het schip beslag leggen.
10 De regels van Klaus Quirini. Wat Quirini in ieder geval heeft opgesteld, zijn de voorwaarden voor de beoogde Duitse deejays aan boord van het zendschip. Het was de bedoeling dat de deejays die zouden ondertekenen bij hun aanstelling met de belofte om zich er onvoorwaardelijk aan te houden. Ze luidden als volgt:
 
  • Men dient zich te alle tijde aan het programmaoverzicht te houden.
  • Te laat binnenkomen in de studio voor het presenteren van een programma en het niet opruimen van de studio na het programma kan leiden tot ontslag.
  • Dubbelzinnige opmerkingen zijn tijdens de presentatie niet toegestaan.
  • De uitzendingen dienen qua tekst altijd in aantekeningvorm voorbereid te worden, die op verzoek aan de programmaleider moet worden voorgelegd.
  • De voor de uitzending uit het archief gehaalde platen moeten na het programma weer op dezelfde plek worden teruggezet.
  • De deejay mag geen eigen platen dan wel bandmateriaal gebruiken zonder toestemming van de programmaleider.
  • In de dagverblijven en de hutten van het schip dient steeds op uiterste schoonheid te worden gelet.
  • Gevonden voorwerpen aan boord van het schip dienen altijd ingeleverd te worden bij de dienstdoende kapitein.
  • Eigen politieke opmerkingen dan wel opmerkingen over de in de reclame gebrachte producten zijn in spraakvorm, dan wel via teksten in de daaropvolgende plaat, verboden.
  • Goederen op het schip aanwezig mogen niet zonder toestemming worden verplaatst en zeker niet van het schip mee aan land worden genomen.
  • Al het bandmateriaal aan boord, dat is gekenmerkt met de sticker "Radio Nordsee" is eigendom van de eigenaren van het zendschip.
  • Op te houden persconferenties behoren de uitgenodigde deejays netjes gekleed te zijn, inclusief het dragen van een strik.
  • Aan boord is het geoorloofd in sporthemd of trui te werken.
  • Groeten aan de discotheek, waar je voorheen werkte, zijn op beperkte wijze mogelijk. Het noemen van namen van andere discotheken is alleen met toestemming van de programmaleider mogelijk.
  • Alcoholgebruik is voor het begin van het programma verboden en nadien slechts in beperkte mate mogelijk. Dit om de orde aan boord te bewaren.
  • De kapitein is de baas op het schip, voorzover het niet om programmatische inhoud gaat. Zijn wil is dus verder wet.
  • In de verhouding tot de bemanning van het schip dient altijd de aanspreekvorm "U" te worden gebruikt.
  • Slechts als het om popprogramma's gaat mogen de luisteraars met "lieve vrienden" en met "je" of "jullie" worden aangesproken. In alle andere gevallen is het "lieve luisteraar(s)" en "Dames en Heren".
  • Iedere deejay moet voor zijn eerste vertrek aan boord een foto ter beschikking stellen aan de directie, eventueel voorzien van een handtekening. Dit voor de nodig te verzorgen publiciteit.
  • Over de honorering mag niet gepraat worden omdat anders de vertrouwelijkheid in deze beschadigd wordt.
  • Diegene die bij de aanstelling met opzet persoonlijke gegevens vervalst en wie de scheepsregels overtreedt, komt in aanmerking voor onmiddellijk ontslag.
  Of dit reglement daadwerkelijk in deze opzet is ingevoerd is niet duidelijk geworden daar het lijstje slechts boven water is gekomen met daarboven de tekst: "Vorläufige Bordordnung für Disk-Jockeys bei Radio Nordsee." Wel bestaat er een opmerkelijke overeenkomst met de lijst van gedragsregels die elke nieuwe deejay in de periode tussen februari 1971 tot augustus 1974 naast zijn contract moest ondertekenen.
   
Previous
  Met dank aan Klaus Quirini voor enige correcties op een eerdere versie van dit artikel. Op het geluidsfragment bij dit artikel rusten copyrights. Het wordt hier gebruikt volgens de regels van "fair use" en "academic quoting". Het copyright van de foto's bij dit verhaal berust bij het Freewave Media Magazine. Meer over RNI is te vinden in onze serie RNI Memories.
  2002 © Soundscapes / Freewave Media Magazine