Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 4
november 2001

De radio als politiek strijdmiddel

 





  Propaganda via de radio in heden en verleden
door Hans Knot
Previous
  Uit de Amerikaanse vliegtuigen boven Afghanistan vielen de laatste maanden niet enkel bommen. Sommige toestellen werden door de Amerikaanse regering ingezet om haar visie op de situatie op een andere manier aan de plaatselijke bevolking bekend te maken. Radio is daarbij het belangrijkste middel. Het is allemaal niet nieuw. Boven Kosovo werden vanaf midden april 1999 dezelfde middelen ingezet — zie het artikel Truth Channel Nato dat Luc van Braekel hier destijds over schreef. De combinatie van propaganda en radio is op zichzelf bovendien bijna zo oud als het medium zelf. Vaak is de politieke beïnvloeding niet doelbewust, maar sommige stations hadden en hebben propaganda zelfs als hoofddoel. Hans Knot neemt ons hier mee langs een aantal van dat soort stations.
 
1 Kritiek op de "Voice of America". Ze zijn inmiddels maar al te bekend en we zullen ze ook niet snel vergeten, de beelden van de terroristische aanslagen, op 11 september 2001, op het Pentagon en het World Trade Centre en het neergestorte vliegtuig in Pennsylvania, bedoeld voor nog een aanslag. Een stuk minder bekend is dat de Amerikaanse regering slechts enkele dagen na de aanslagen op de stoep stond bij de belangrijkste zenderfabrieken in het land met de vraag of het mogelijk was om met voorrang sterke korte-golf-zenders te bestellen. Voor mediaspecialisten lag de reden voor de hand. De Amerikaanse overheid achtte de zenders die voor de Voice of America (VOA) in het Midden-Oosten, Europa en Azië in diverse zenderparken staan opgesteld, klaarblijkelijk niet voldoende voor het voeren van propaganda-uitzendingen in het kader van de strijd tegen de Talibaan en Al Qaeda, de organisatie achter Osama bin Laden.
  Er gebeurde de laatste maanden meer bij de The Voice of America. Zo benoemde George Bush een nieuwe hoofdredacteur, Robert Reilly (zie foto hierboven). Uiteraard met de bedoeling om de programmering beter te kunnen afstemmen op de wensen van de Amerikaanse regering. Zo'n tien jaar geleden werd besloten dat de VOA meer onafhankelijk zou moeten kunnen functioneren. Meteen na Bush' ingreep vroegen mediaspecialisten zich daarom af of de journalistieke onafhankelijkheid van de staatsomroep niet in het geding was. De kritiek op de VOA leeft echter al langer en met zijn maatregel lijkt Bush daar gehoor aan te geven. Tegenwoordig richt het station zich in 57 landen met haar programma's op de bevolking en ook Afghanistan is al jarenlang een van de doelgebieden. Woordvoerders van de bewoners van het noordelijke deel van het land hebben zich meermalen in negatieve zin uitgelaten over de uitzendingen van de VOA, aangezien in de programma's veel te weinig kritisch bericht werd over de Talibaan. Ook vanuit de Amerikaanse politiek werd al meerdere malen gepleit voor het opnieuw bijstellen van de doelen van de VOA.
  De Voice of America was en is het meest belangrijke wapen van de Amerikaanse psychologische oorlogvoering, of zoals het in militaire jargon heet "psyops": psychological operations. De taak van haar programmamakers bestaat uit het brengen van wereldnieuws en analyses daarvan, die zijn afgestemd op de standpunten van de Amerikaanse regering. Verder laat het station veel commentaren en ook veel muziek horen. Sinds het midden van de jaren zestig, toen de VOA enthousiast en dogmatisch de Vietnam-politiek van president Johnson volgde, vaart het station een meer gematigde koers. De VOA heeft zich ontwikkeld tot een achtbare en weinig aanstootgevende volgeling van de politici in Washington. Het station zou nu de belangen van Amerika — lees: de Amerikaanse regering — weer meer eenduidig en sterker moeten gaan dienen.
  De VOA is niet het enige radiostation dat als voornaamste doelstelling het leveren van overheidspropaganda heeft. Er zijn en waren er aanzienlijk meer in de lucht. In dit essay lopen we er een aantal langs. Behalve de VOA zelf, zijn dat onder meer de Reichs Rundfunk Gesellschaft, Radio Moskou, Radio Peking, een aantal stations uit de voormalige Oostbloklanden zoals Radio Tirana, Radio Free Europe, Radio Liberty en, een geval apart in deze context, de BBC World Service. Eerst kijken we echter nog even naar de middelen die nu door de Amerikaanse overheid worden ingezet om de Afghaanse bevolking via de radio te bereiken.
2 Vliegende zenders boven Afghanistan. In de derde week van oktober 2001 werd er uitgebreid melding gemaakt van het inzetten van B52-bommenwerpers boven Afghanistan. Niet het laten vallen van bommen behoorde tot de taken van de piloten. Nee, de toestellen werden tijdelijk ingezet voor het massaal droppen van propagandafolders. Meestal vliegen deze bommenwerpers op grote hoogte omdat ze moeilijk manoeuvreerbaar zijn en daarom een te gemakkelijk doelwit vormen voor vijandig luchtafweergeschut. De vraag is dan ook of de verspreiding van de folders vanaf een dergelijke hoogte wel een optimaal effect zal hebben gehad. Er zijn twee soorten folders afgeworpen. De ene toont een Amerikaanse soldaat die de hand van een inwoner van Afghanistan drukt. In deze folder meldt de Amerikaanse regering dat een bondgenootschap van landen naar Afghanistan komt om het volk van Afghanistan te helpen. De tweede folder laat een zendmast zien met daarop de tijden en frequenties waarop de VOA gericht is te ontvangen, onder meer vanuit zeven vliegtuigen van het type Constellation EC-130E — een toestel uit de Hercules-serie, dat voorzien is van AM- en FM-zenders. Deze vliegtuigen worden geleverd door de 193rd Special Operations Wing van de luchtmacht van de VS en opereren onder de naam Commando Solo. De vliegtuigen zijn voorzien van vijf antennes, die deels onder de vleugels zijn geïnstalleerd. De apparatuur in de vliegtuigen kan tegelijkertijd worden gebruikt voor het uitzenden van programma's en voor het storen — jammen — van lokale zenders in Afghanistan.
  De vliegtuigen van Commando Solo vliegen langs de grenzen van Afghanistan. De programma's worden in het Pashtu en Dari uitgezonden, de lokale talen van het land. Men is tien uur per dag in de ether en wel van vijf tot tien uur in de ochtend en van vijf uur in de middag tot tien uur in de avond, lokale tijd. Naast onder meer traditionele Afghaanse muziek brengt men steeds terugkerende nieuwsberichten en commentaren. De zendtijd wordt daarnaast gebruikt om het volk op te roepen om weg te blijven van bruggen, fabrieken, militaire installaties en trainingskampen, alle plaatsen kortom die als mogelijk aanvalsdoel gelden. De Afghaanse bevolking kan de programma's onder meer beluisteren via batterijloze opwindradio's, die de Amerikanen boven de bevolkte delen van het land hebben afgeworpen.
  De frequenties, waarop de VOA sinds 14 oktober in Afghanistan uitzendt, zijn de 864 kHz en de 1107 kHz. Daarmee volgen de Amerikanen een bekende tactiek. Die frequenties zijn namelijk officieel in gebruik door Radio Afghanistan in Kandahar en Kabul. Maar, aangezien beide zenderparken als gevolg van de bombardementen niet meer functioneren, horen de Afghanen op deze voor hen bekende frequenties nu het geluid van de Voice of America. Aan boord van de vliegtuigen bevinden zich telkens drie verschillende 10 kW zenders, te gebruiken in de FM-band en de AM-band. De noodzakelijke energie wordt geleverd door vier generatoren, die op hun beurt weer worden aangedreven via de rotatie van de propellermotor in het vliegtuig. En verwacht wordt dat de uitzendingen goed worden beluisterd in het land. De VOA is daar immers niet onbekend. Een onderzoek van de BBC, op basis van een steekproef van tweeduizend mannen, wees uit dat in Afghanistan in 1999 liefst 80% naar de uitzendingen van de VOA luisterde, waarvan 67% elke dag op de zender afstemde. Overigens worden ook de programma's van France Inter en de BBC World Service in Afghanistan veelvuldig beluisterd.
  Een Constellation EC-130E van het Commando Solo

De huidige uitzendingen van de VOA worden niet alleen gebruikt om de Afghaanse burgerbevolking aan te spreken. De berichten wenden zich ook direct tot de soldaten van de Talibaan. Voor hen geldt de oproep om zich zo snel mogelijk over te geven. In krijgshaftige bewoordingen wordt er bij gezegd hoe dat moet gebeuren: "Wanneer u zich wenst over te geven, loopt u met opgestoken handen in de richting van de Amerikaanse militairen. U dient uw wapenmagazijn te verwijderen en dit compleet met het wapen op de grond te werpen. Alleen dan maakt u kans te overleven." De Amerikanen benadrukken hun militaire overmacht en dat klinkt ook door in de uitgezonden berichten, die deels ook in Europa via de 8700 kHz USB — de Upper Side Band — zijn te ontvangen: "Onze soldaten zijn met de modernste wapens uitgerust. En wat heeft u in handen? Verouderde en slecht functionerende wapens. Onze helikopters zullen u aanvallen voordat ze door uw radarposten zijn ontdekt. Onze bommen zijn zó doelgericht dat wij u door uw huizen heen kunnen achtervolgen." Meerdere malen werden de Talibaan en de volgelingen van Bin Laden ook direct gewaarschuwd dat er speciale eenheden zijn ingezet die erop getraind zijn om onder de moeilijkste omstandigheden te vechten en die de terroristische organisatie rond Bin Laden voor eens en altijd buiten gevecht zullen stellen.

Uitzendingen van de VOA in Afghanistan, zoals die konden worden ontvangen in Europa via de 8700 kHz USB
  Onder normale omstandigheden vinden de uitzendingen van de VOA vooral plaats via de korte-golf en zenderparken op land. Vliegtuigen worden alleen bij uitzondering ingezet. De geschiedenis van het gebruik van zenders vanuit vliegtuigen gaat al bijna zo'n vier decennia terug in de tijd. De eerste keer was in 1962, tijdens de zogenaamde Varkensbaai-crisis. Toen, op het hoogtepunt van de Koude Oorlog, werd er in opdracht van de Amerikaanse regering met spoed een groot vrachtvliegtuig voor dit doel omgebouwd. In het ruim werd zendapparatuur ingebouwd en vervolgens vloog het vliegtuig, al uitzendend, tussen Florida en de kust van Cuba heen en weer. Men gebruikte een transistorradio om een signaal te kunnen ontvangen, dat werd uitgezonden via een middengolfstation van de Voice of America in Marathon in de staat Florida. Dat signaal werd ontvangen via de 1180 kHz en via de zender in het vliegtuig opnieuw uitgezonden via de 1040 kHz. Sindsdien heeft de Amerikaanse regering voor dit doel vliegtuigen ingezet in elf verschillende landen, waar brandhaarden waren. De toestellen werden niet alleen gebruikt voor het uitzenden van radioprogramma's via de AM en de FM, maar ook voor het uitzenden van televisiesignalen.
  In het prille begin werden deze vliegtuigoperaties ook wel Blue Eagle genoemd. Dit omdat er diverse malen in de uitzendingen van deze naam gebruik werd gemaakt ter identificatie. Tegenwoordig wordt doorgaans gesproken van Commando Solo, hoewel de naam soms ook wordt aangepast aan de lokale omstandigheden. Tijdens de oorlog in Vietnam. werd de Blue Eagle bijvoorbeeld ingezet met als identificatie AFRTS — de American Forces Radio and TV Network. Toen men echter tevens in het Vietnamees ging uitzenden werd als naam onder meer de Voice of Patriotic Militiamen's Front gebruikt. Meer recente voorbeelden zijn: de Voice of Gulf, gebruikt tijdens de Golfoorlog, en Radio Democracy dat tijdens de oorlog in Bosnië en Servië als naam diende.
Radio Hanoi waarschuwt de Amerikaanse soldaten tijdens de Vietnam-oorlog
  Doorgaans wordt bij dit soort operaties overigens gebruik gemaakt van grondstations. Hetzelfde gebeurt nu dus ook weer de uitzendingen gericht op de Afghanen. Vanuit een grondstation, dat op de 8700 kHz uitzendt, wordt het signaal in de vliegtuigen ontvangen en heruitgezonden via 1107 kHz en 864 kHz. Niet duidelijk is waar dat grondstation nu precies staat. Melding wordt gemaakt van Turkmenistan, maar dit is nog nergens bevestigd. De activiteiten van de VOA blijven overigens niet altijd onbeantwoord. Soms grijpt de tegenpartij naar dezelfde wapens. Zo richtte de Vietcong zich tijdens de Vietnam-oorlog vanuit Hanoi via de radio met Engelstalige programma's op de Amerikaanse soldaten, die met eenzelfde soort dreigende taal werden aangesproken.
3 Radio Moskou sticker uit de jaren zeventig

Propagandaradio via de korte-golf. De VOA bestaat al sinds 1942. Dat is een lange tijd, maar toch is de VOA in de tijd bezien niet de eerste in de categorie waar dit station deel van uitmaakt: propagandaradio gericht op het buitenland, soms via een netwerk van AM- en FM-zenders, maar meestal via de korte-golf. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de radio al uitgebreid voor propagandadoelen ingezet en het lag daarbij voor de hand om daarvoor niet alleen AM- maar ook krachtige SW- ofwel korte-golf-zenders te gebruiken. Het aards bereik van AM- en FM-zenders is namelijk beperkt. Door het grote bereik van de korte-golf-zenders was het, ook in de tijd van vóór de satellieten, mogelijk berichten over de hele wereldbol te verspreiden en daarmee was het een machtig middel om propaganda te bedrijven tot ver buiten de eigen landsgrenzen. Wanneer we hier spreken van propagandaradio, gaat het kortom om stations met zogeheten "internationale services".

  Propaganda is volgens de Dikke Van Dale, de "werkzaamheid, met name van een organisatie, om aanhangers te winnen voor zekere principes." Het woordenboek voegt daar vervolgens nog als voorwaarde aan toe aan toe, dat er in de boodschap een ideëel element moet zitten, want anders is het geen propaganda, maar reclame. Dat ideële, of zo men wil ideologische element onderscheidt propaganda kortom van reclame. Moeilijker is het echter om propaganda te onderscheiden van berichtgeving en nieuwsanalyse. Het nieuws kan immers selectief, verdraaid, vertekend of overdreven worden weergegeven vanuit een ideologische stellingname. Soms is er zelfs sprake van apert valse, misleidende informatie. Dergelijke berichtgeving is zeker een van de belangrijkste middelen van radiopropaganda, zeker in tijden van oorlog wanneer, zoals dat heet, "de vijand meeluistert." Op een enkele uitzondering na, zal de waarheid in dergelijke situaties nooit compleet worden verteld via de radio.
  Zelfs het achterhouden van informatie kan onderdeel uitmaken van propaganda. Een goed voorbeeld daarvan biedt de situatie in Afghanistan aan het eind van de jaren zeventig en het begin jaren tachtig, toen Russische troepen massaal Afghanistan waren binnengevallen. In het grootste deel van de wereld werd de toestand in het land afgeschilderd als buitengewoon schokkend. Vele landen meden in 1980 om die reden de Olympische Zomer Spelen, die dat jaar aan Moskou waren toegewezen. Een opvallende zaak, tijdens die periode van oorlog in Afghanistan, was dat de Russische overheid de omroep — toen nog volledig in handen van de staat — de opdracht gaf de oorlog grotendeels te verzwijgen in de programma's, dan wel onjuiste informatie te verstrekken. Met als gevolg dat de familieleden en vrienden van de in Afghanistan strijdende soldaten totaal niet wisten waar ze aan toe waren.
  Als je de intensiteit van propaganda opvoert, schiet je al snel door naar regelrechte indoctrinatie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebeurde dat doelbewust in Nazi-Duitsland. Dat was misschien wel het eerste grootschalige inzet van het medium radio als propagandamiddel. Vanuit een opportunistisch, offensief beleid bestookten de Duitse Nazi-stations niet alleen de eigen bevolking met hun propaganda. Met behulp van krachtige zenders, die geheel Europa en de regio daarbuiten bestreken, voorzagen ze de luisteraars van een sterk gekleurde berichtgeving, doorspekt met agressieve, propagandistische toespraken van de Nazi-leiders. Laten we eens kijken hoe dat in elkaar stak.
4 De "Reichs Rundfunk Gesellschaft". Toen de "National Sozialististische Deutsche Arbeiter Partei" (NSDAP), de Nazi Partij van Adolf Hitler, in 1933 grote invloed kreeg in Duitsland, was het medium radio nog een betrekkelijke nieuwigheid. Slechts weinige Duitsers beschikten op dat moment al over een dergelijk "ontvangsttoestel". De propagandamogelijkheden van dit medium waren tot op dat moment dan ook nog niet uitgeprobeerd. Toch was het geloof van de Nazi-leiders in het medium al uitermate groot. De toenmalige chef van de Duitse radio, Eugène Hadamowski, schreef in zijn dagboek destijds: "We zien de macht van het medium radio, omdat we geloven in de enorme mogelijkheden ervan. Het is het sterkste wapen waarover we ooit de beschikking hebben gehad, omdat het de harten van de mensen kan openen. Het stopt niet bij 's lands grenzen en het kaatst niet af op gesloten deuren. Het overbrugt rivieren en bergen en het heeft de mogelijkheid volkeren te bewegen om tot het uiterste te gaan."
  Ook Adolf Hitler zelf was overtuigd van de macht van het medium radio. "Radio is een gevaarlijk wapen in de handen van degenen die weten hoe ze ermee moeten omgaan," zo luidde een van zijn bekende uitspraken over het medium. Ook Joseph Goebbels (foto rechtsboven), Hitler's machtige propagandaminister, liet zich niet onbetuigd. Al in 1933, tijdens de opening van de Internationale Radiotentoonstelling in Berlijn, gaf hij te kennen dat de radio, naar zijn mening, in de twintigste eeuw de belangrijke positie, die de drukpers tot dan toe had vervuld, zou overnemen. Even leek het erop Goebbels toen al voorrang zou hebben gegeven aan de televisie. Hij stelde tijdens de openingsplechtigheid namelijk dat het geweldig zou zijn als 's lands volk niet alleen de stem van "der Führer" in de huiskamer zou kunnen horen, maar daarbij ook zijn gezicht zou kunnen zien. Die opmerking kwam niet uit de lucht vallen. Duitsland liep immers voorop bij de ontwikkeling van de televisie. Slechts enkele jaren later, in maart 1935, stond er in Duitsland al een televisiezender waarmee programma's werden verzorgd voor een klein publiek van Nazi-kopstukken. Ook de Olympische Spelen van 1936, die in Berlijn plaatsvonden, konden in Duitsland op de televisie worden bekeken in speciaal daarvoor ingerichte televisielokalen, zogeheten "Fernsehstuben".
  Echt grootschalig was het allemaal nog niet en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog maakte een einde aan de verdere ontwikkeling van het medium televisie. Naar verluid speelde daarbij overigens ook mee dat Goebbels de televisie steeds minder zag zitten, vooral omdat hij daar zelf bepaald niet goed op overkwam. En zo bleef het medium radio over als propagandamiddel, of misschien beter gezegd indoctrinatiemiddel. Een belangrijk kenmerk van indoctrinatie is dat het, behalve intensief, ook alomvattend is. Radio was daarom voor de Nazi Partij wel een belangrijk, maar niet het enige onderdeel van de grote propagandamachine van Nazi-Duitsland. Goebbels had vrijwel alle middelen, die gebruikt konden worden voor propaganda, onder directe controle. Behalve de radio, was dat ook de organisatie van kunst, cultuur, toneel, toerisme, literatuur en sport. Maar, de radio speelde in het geheel toch een uitermate belangrijke rol, niet in de laatste plaats omdat ook de troepen van de Duitse strijdkrachten moesten worden voorzien van het nodige aangepaste entertainment en de toespraken van belangrijke partijleden.
  De programmamedewerkers werden door de Reichs Rundfunk Gesellschaft (RRG) met zorg geselecteerd en opgeleid. Propaganda werd door Goebbels gebracht als een wetenschap, een mixture van politiek, psychologie en voordrachtskunst. Personen die mee wensten te doen aan de betreffende radio-uitzendingen en nog geen deel uitmaakten van de RRG, werden onderworpen aan een examen, afgenomen door een speciale commissie die bestond uit stafleden van het RRG. Pas wanneer ze de strenge proef hadden doorstaan, werden ze gediplomeerd verklaard. Nog voor de echte vorm van propaganda van de RRG van start ging, gaf Goebbels een verklaring uit, waarin hij stelde: "Echte radio is eerlijke radio." Hij maakte gelijk duidelijk wat hij daaronder verstond. "Propaganda," zo vervolgde hij, "betekent vechten met volle kracht op alle terreinen waar de strijd plaatsvindt. Het overbrengen, het vermenigvuldigen, vernietigen, het bouwen, teniet doen, uitroeien, verdelgen en vooral beïnvloeden." De Duitse propaganda-radio kwam pas goed op gang in 1934 met een campagne die tot doel had om Saarland opnieuw in te lijven bij het grote Deutsche Reich. Goebbels had een speciaal kantoor opgezet om uitzendingen te coördineren. In Saarland werden radio-ontvangsttoestellen goedkoop op de markt gebracht en de boodschap, die via de radio werd overgebracht, was er niet een van politieke maar van emotionele beïnvloeding.
  Om de verspreiding van de Nazi Radio te bevorderen werden goedkope ontvangers geproduceerd: de Volksradio. Dit model uit 1938 was de DKE 38 GW, de Deutscher Klein-Empfänger, ook wel bekend als "Goebbels-Schnauze".

Nadat de bevolking van Saarland enkele maanden met de uitzendingen was bestookt, werd in januari 1935 een stemming gehouden over een eventuele inlijving van het gebied. Het succes was gegarandeerd. Liefst 91% van de stemgerechtigden gaf de voorkeur aan inlijving van Saarland bij het Derde Rijk. Mede door dit succes werd het de Nazi-leiders duidelijk dat het medium radio veel meer macht had dan men ooit had kunnen dromen. Ironisch genoeg zou het medium radio uiteindelijk ook een van de grootste gevaren gaan vormen voor het propaganda-ministerie van Duitsland. Ondanks het feit dat de BBC er niet eerder dan in 1938 in slaagde met haar Duitstalige uitzendingen te starten, zouden de uitzendingen van buiten Duitsland gedurende de eindfase van de Tweede Wereldoorlog hun steentje hebben bijgedragen aan het einde van het Nazi-regime.

Joseph Goebbels spreekt het Duitse volk toe via de Nazi Radio
  De Nazi Radio was er destijds vooral op gericht om de luisteraars achter de partij te scharen — een duidelijke vorm van psychologische beïnvloeding, maar minder gericht op overtuigingen als wel op gedragingen. Een belangrijk principe van het Nazi-propagandamodel was namelijk, dat het moest leiden tot actie: het veranderen van gedrag en minder van houdingen. Het was de bedoeling dat het merendeel achter de partij en haar leiders zou gaan staan en vooral ook zou blijven staan. Er werd dan ook vooral op het gevoel gewerkt en men benadrukte ook steeds wat er van de luisteraar — als lid van het "Duitse volk" werd verwacht. De eigen grootheid werd beklemtoond en de nazi-idologie werd er bij de eigen bevolking met antisemitische en anticommunistische leuzen ingestampt. Daarnaast werd de boodschap uitgestraald via een zogenaamde internationale service, waarvan de zenders stonden opgesteld in een locatie in Zeezen. Uiteindelijk gingen de programma's van deze service in maar liefst 55 verschillende talen de ether in — een aantal dat tegen het einde van 1944 werd bereikt.
William Joyce, oftewel Lord Haw Haw, richt zich tot de Engelse bevolking via Radio Luxembourg, dat in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers was overgenomen
  Voor de uitzendingen van de internationale service werden buitenlandse presentatoren ingezet die de nazi-ideologie onderschreven. Een berucht geval is de Amerikaan William Joyce, die vanwege zijn bijtende toon bekend werd onder zijn spotnaam "Lord Haw Haw". Joyce, die lid was van de British Union of Fascists en over een Brits paspoort beschikte, kreeg na de oorlog in Groot-Brittannië de doodstraf. Eenzelfde lot onderging in Nederland overigens de NSB-propagandachef Max Blokzijl, die in 1945 door een Bijzonder Gerechtshof werd veroordeeld en in 1946 als landverrader werd geëxecuteerd. Voormalig VARA-medewerker Blokzijl was tijdens de oorlog berucht vanwege zijn praatjes voor de gelijkgeschakelde Nederlandse Omroep, waarin het venijn vaak verscholen ging achter een begrijpend en vriendelijk getoonzet betoog.
Max Blokzijl in zijn reeks praatjes "Ik was er zelf bij" op de Nederlandse Omroep
  Ondanks het gegeven dat niet alle uitzendingen in de verschillende talen even agressief klonken, waren ze allemaal antisemitisch en anticommunistisch en werd het charismatisch leiderschap van de Führer altijd even krachtig en duidelijk naar voren gebracht. Het was puur machiavellisme waarop de berichtgeving dreef. Wat op een bepaald moment waarheid was of leugen was totaal niet van belang. Wat de ene dag als waarheid gold, kon de volgende dag in de berichtgeving al compleet anders worden gepresenteerd. De "waarheid" stond kortom in dienst van de overwinning. Alle "positieve" berichtgeving in de programma's werd steevast gerelateerd aan het overwicht van de ideologie van het nationaal-socialisme en fascisme. Goebbels en de zijnen hadden alles van te voren tot in het kleinste detail uitgedokterd en de programma's werden zo in elkaar gezet dat de emotionele impact van de boodschap zo groot mogelijk was. De luisteraars zouden door de uitzendingen gefascineerd, ja zelfs gehypnotiseerd moeten worden. Goebbels zelf speelde daarbij met zijn felle en meeslepende toespraken een belangrijke rol. Een van de gevolgen van de propaganda was, dat het nazisme tot ver buiten Europa aanhang verwierf, zelfs tot in delen van Zuid-Amerika toe. Niet voor niets zochten veel Duitsers met een Nazi-verleden na de afloop van de Tweede Wereldoorlog hun toevlucht in landen als Argentinië en Chili.
Radio Bremen, onderdeel van de Nazi Radio, brengt het Duitse oorlogsnieuws
  Om effectief te zijn, moet propaganda klaarblijkelijk niet al te veel uit de pas lopen met de waarneembare feiten. Het succes en effect van de Nazi Radio nam af naarmate de kansen keerden. Naarmate de tijd vorderde werd het duidelijker en duidelijker dat de oorlogsdoelstellingen die in de uitzendingen werden aangekondigd, niet werden gerealiseerd. Het internationale effect van de propagandaradio van de Nazi's was tegen de afloop van de Tweede Wereldoorlog bijna tot nul gedaald.
5 Sticker Radio Moskou

Communistische agitprop. De Leninistische principes van agitatie — de zogeheten agitprop — vertoonden zo op het eerste gezicht veel overeenkomst met de Nazi-technieken van propaganda. Toch zijn er ook duidelijke verschillen waarneembaar. Hitler en Goebbels waren er allereerst op uit om hun macht zoveel mogelijk uit te breiden. De Russische — en ook de Chinese — communisten hebben echter altijd in een aantal fundamentele waarheden geloofd. Zij gingen ervan uit dat ze beschikten over een wetenschappelijke theorie — het historisch-materialisme — waarmee de toekomst — de onvermijdelijke komst van de communistische heilstaat — kon worden voorspeld. De geschiedenis zou, zo dacht men, dat gelijk bevestigen. In hun propaganda-uitzendingen, of die nu voor het eigen volk of voor de "vijand" bestemd waren, waren altijd doordrongen van plicht om die waarheid uit te dragen.

  De communistische berichtgeving werd dan ook gekenmerkt door een constante interpretatie van het nieuws in het kader van de "internationale klassenstrijd" waarbij ook steevast een voorspellende toon werd aangeslagen. Vanzelfsprekend moest men zich soms in allerlei bochten wringen, wanneer de gebeurtenissen zich vervolgens anders bleken te ontwikkelen. Sommige commentatoren van Radio Moskou bleken daar bijvoorbeeld ware meesters in. Andere waren ronduit klungelig en naïef. In beide gevallen klonken de commentaren doorgaans clichématig en voorspelbaar. Dat alles neemt niet weg dat ze de "waarheid", hun waarheid dan, hoog in het vaandel hadden. In dat opzicht week hun propaganda beslissend af van het Nazi-model.
  De Russische revolutionaire beweging was de eerste die kon worden bijgeschreven in de annalen van de geschiedenis van de draadloze propaganda. Ze waren er zelfs al bij toen er nog geen sprake was van radiostations. Onder de aankondiging "Aan ieder, aan ieder, aan ieder" stuurde men op 30 oktober 1917, op instigatie van Lenin zelf, het bericht van de Russische revolutie draadloos de wereld in. De volledige tekst luidde op die dag: "Het Algehele Russische Congres van de Sovjets heeft een nieuwe Sovjet-regering gevormd. De regering van Kerensky is omvergeworpen en in zijn geheel gearresteerd, uitgezonderd Kerensky die op de vlucht is geslagen. Alle officiële instanties zijn nu in handen van de Sovjet-regering." Het bericht werd via de draadloze telegraaf internationaal verspreid en het was de bedoeling dat het op die manier alle potentiële revolutionairen in Europa en de Sovjet Unie zou bereiken.
  De Russische revolutionairen besteedden veel aandacht aan de radio en de ontwikkeling daarvan werd met kracht ter hand genomen. In 1921 was men zover, dat het eerste radiostation in gebruik kon worden genomen. Op openbare plaatsen werden luidsprekers geplaatst, waarmee de bevolking het programma kon volgen — radio-ontvangers waren immers nog flink duur. In 1922 beschikte men in Moskou over de sterkste zender ter wereld. Daarnaast werd er, in samenwerking met andere landen, een radionetwerk opgebouwd. De uitzendingen daarvoor werden verzorgd door het station All Union Radio, dat in 1924, werd opgericht en onder de kenners nog steeds beroemd is vanwege haar opnames van klassieke muziek. In 1925 ging in Moskou daarnaast ook de eerste korte-golf-zender ooit de lucht in. In 1928 werd de radio in de Sovjet Unie onder staatstoezicht gesteld, middels de installatie van het Volkscomité voor Telegrafie en Post. De radio werd de krant zonder papier. De communistische ideologie moest snel worden verspreid over de bevolking van de immens grote Sovjet Unie en naar de volkeren in Europa volgens de "enige echte ideologie". Vanaf 1929 startte men daarvoor, via het station Radio Moskou, met uitzendingen die speciaal waren gericht op Duitsland en Frankrijk. Vanaf 1930 begon men ook uitzendingen in het Engels en Nederlands te programmeren.
  Vooral tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde Radio Moskou een belangrijke rol, zeker nadat de Sovjet Unie door Hitler-Duitsland was aangevallen. Via het krachtige station kon toen het verloop van de oorlog aan het Oostfront in heel Europa worden gevolgd. Om die reden stemden ook veel niet-communistische luisteraars, in die tijd op de frequenties af. Ook actief droeg het station aan de oorlogvoering bij. Zo riep Radio Moskou op 29 juli 1944 de bevolking van Warschau op, om de wapens tegen de Duisters op te nemen. Na de oorlog nam de belangstelling voor het station in Europa echter weer duidelijk af. Als er al geluisterd werd, dan kwam dat omdat het station in de nachtelijke uurtjes vaak de enige zender was die nog duidelijk op de korte-golf doorkwam.
6 Het gebouw van Radio Moskou

Radio Moskou in de koude oorlog. Na de Tweede Wereldoorlog fungeerde Radio Moskou als een onderdeel van de Koude Oorlog. Daarbij veranderde er ook het een en ander op organisatorisch vlak. In 1953 kwam de controle over de radio onder toezicht van het Ministerie voor Cultuur, en vier jaar later tenslotte in handen van het Russische Staatscomité voor Radio en Televisie Uitzendingen. Hiertoe werd een speciaal departement ingesteld. Radio Moskou was verantwoordelijk voor de propaganda-uitzendingen namens de Sovjet-regering. Daarnaast werd in juli 1964 nog een tweede station opgericht: Radio Station Peace and Progress. Dit station stond onder leiding van Lev Tolanov, bijgestaan door een groep burgers, die voor toezicht op het station waren aangenomen. Bij Westerse regeringen was echter men van mening dat de KGB bij dit station de touwtjes strak in handen had.

Een typische combinatie van Radio Moskou: communistisch commentaar, gevolgd door Conny Francis
  Tegen het einde van de jaren zeventig had Radio Moskou de tweede plaats bereikt op de lijst van belangrijke internationale stations. Men straalde in 64 talen maar liefst 2.100 programma-zenduren per week uit. Gericht op Europa en Amerika kwam dat aantal uit op ruim de helft: 1.350 uur. Van de andere kant stond daar ook het nodige tegenover. De westelijke uitzendingen die via Radio Free Europe (1.100 uur) en Radio Liberty (850 uur) op de Sovjet-bevolking werden gericht, logen er ook niet om. Daarbij moeten we dan ook nog eens de programma's optellen, die vanuit de studio's van de RIAS Berlin, de Voice of America, de BBC World Service en uit landen als bijvoorbeeld Italië, Frankrijk, Israël en, niet te vergeten, het Vaticaan dagelijks gericht werden op het Sovjet-volk.
  De leiding van Radio Moskou verstrekte geen specifieke luistercijfers per doelgebied. Zo tegen het eind van de jaren zeventig wist men alleen te melden dat men een vast luisterpubliek had van dertig miljoen luisteraars in verschillende delen van de wereld. Wel kan duidelijk gesteld worden dat Radio Moskou altijd van groot belang is geweest wat betreft politieke en militaire pressie aangaande de communistische buurlanden. Om enige voorbeelden te noemen: vóór de breuk, in de jaren zeventig, tussen de regeringen van Joegoslavië en de Sovjet Unie, waren er per week slechts 24 uur aan programma's gericht op Joegoslavië. Na de breuk werd dit aantal alras opgevoerd naar 193 uur per week. Na een gedeeltelijke verzoening tussen beide landen werd dat aantal weer afgebouwd naar 60 uur per week.
  Een hoogtepunt in propaganda beleefde Radio Moskou tijdens de inval van het Sovjet-leger in Hongarije in 1956. Men dacht de inval te kunnen verdedigen met het gegeven dat het Amerikaanse leger destijds betrokken was geweest bij de Suez-crisis. Met die historische verwijzing, die bij herhaling in de programma's naar voren werd gebracht, probeerde men de inval in Hongarije te rechtvaardigen. Direct, nadat de inval in Hongarije internationaal bekend was geworden, begonnen overigens de speciaal op Hongarije gerichte uitzendingen van Radio Free Europe. Nog steeds is men er in brede kring van overtuigd dat deze uitzendingen een grote invloed hebben gehad op de massale demonstraties van het Hongaarse volk tegen de aanwezigheid van de Sovjet-troepen en de massale vlucht van vele Hongaren uit hun vaderland. Ook tijdens de inval, in 1968, in Tsjecho-Slowakije gingen de gebeurtenissen gepaard met een drastische uitbreiding van het aantal zenduren van Radio Moskou gericht op de Tsjechen en Slowaken.
  Regelmatige luisteraars van Radio Moskou in Nederland waren onder te verdelen in twee groepen. De eerste groep bestond uit de luisteraars, die sympathie hadden met datgene werd verwoord door de programmamakers en de tweede groep bestond uit fervente DX'ers — waar ik zelf ook toebehoorde. Voor de DX'ers was het een sport om de internationale services van de verschillende stations zo vaak mogelijk te ontvangen om vervolgens een ontvangstbericht te versturen. Als alles goed ging, stuurde het betreffende station dan een bedankbrief, in de vorm van een verificatie van het ontvangstbericht en een zogenaamde bevestigingskaart, een QSL-kaart. In 1979 voegde de Nederlandse Service van Radio Moskou een brief bij de QSL-kaart met informatie rond het station, dat toen vijftig jaar in de ether was. In die brief viel de volgende tekst terug te vinden:

"Het is vijftig jaar geleden dat Radio Moskou uitzendingen voor het buitenland is gaan verzorgen. De eerste geregelde uitzendingen vanuit Moskou voor het buitenland kwamen in 1929 in het Duits, Engels en Frans in de lucht. Vandaag de dag worden de uitzendingen van Radio Moskou in 63 talen van verschillende volkeren van onze planeet verzorgd. De geschiedenis van onze omroep begon in oktober 1917, toen met behulp van het morse-alfabet, algemeen bekend werd gemaakt dat in Rusland de Grote Socialistische Oktoberrevolutie werd voltrokken. De Sovjet Unie riep op de Eerste Wereldoorlog, die toen aan de gang was, stop te zetten en tussen alle volkeren een eerlijke democratische vrede te sluiten. Dit eerste, niet-gesproken, programma, werd door Lenin samengesteld."

  De samenstellers van de brief sloegen vervolgens een stuk geschiedenis over:
  "In 1949 is Radio Moskou geregelde programma's in de Nederlandse taal gaan verzorgen. Vroeger en wel in het begin van de jaren dertig, kwamen deze programma's één keer per week in de lucht. De Nederlandse redactie van Radio Moskou had toen echter al een brede kring van correspondenten. Vele luisteraars herinneren zich nu nog hoe zij uit Moskou brieven van Ina Mar kregen. Zij bewaren deze brieven en doen Ina hun groeten overkomen. In 1941 vielen de Duitse fascisten de Sovjet Unie aan en begon de bloedigste oorlog uit de geschiedenis van de mensheid. Medewerkers van Radio Moskou namen hun plaats in de gelederen in. Hun stem brak door in het gebulder van bommen en geschut. Bij het gebouw van Radio Moskou bulderde afweergeschut en ontploften bommen."
  Zoals duidelijk ligt ook over deze brief een dikke room van propaganda en let ook eens op de zinnen, waarmee de brief vervolgde:
  "Eén bom viel naast het gebouw, maar ontplofte niet. In deze bom werd een briefje van een Duitse arbeider ontdekt, dat luidde: 'vrienden, we helpen jullie met alle mogelijke middelen'. En hoeveel mensen waagden hun leven, toen zij achter de frontlijn in de door de fascisten bezette gebieden naar uitzendingen van Radio Moskou luisterden? De radio is gevorderd. Nu hebben we permanente radioverbindingen via de ruimte. De techniek en schaal van radio-omroep zijn veranderd, terwijl de hoofdbeginselen van het werk van onze radio onveranderd zijn gebleven. Deze beginselen werden door Lenin in zijn eerste boodschap aan de volkeren van verschillende landen geformuleerd. De stem van Radio Moskou was en blijft een stem die tot samenwerking, wederzijds begrip en nabuurschap oproept."
  Aldus de brief die in 1979 aan mij en vele andere Nederlandse luisteraars, namens de Nederlandse Service van Radio Moskou werd gestuurd.
  Na de val van de Berlijnse Muur, het symbool van het eind van de Koude Oorlog, werd het zendbereik van Radio Moskou aanzienlijk ingekrompen. Een deel van de services werd afgeschaft en de Nederlandse service was, in 1994, de eerste die het loodje legde. Ook op gebied van zenders en frequenties moest het station het nodige inleveren. Een belangrijk deel werd overgenomen door andere station, die vaak worden gesponsord door buitenlandse instellingen. Het kan dan ook gebeuren dat er op de voormalige frequenties van Radio Moskou nu bijvoorbeeld bijbellezingen te horen zijn. Onlangs werd ook de naam van het station veranderd in Voice of Russia.
7 QSL-kaart van Radio Peking

Radio Peking. We blijven nog even in communistische contreien en vervolgen onze rondgang langs de propagandaradio met een korte beschrijving van Radio Peking of, zoals het tegenwoordig geschreven wordt, Radio Beijing, het internationale radiostation van de Chinese Volksrepubliek. De eerste uitzendingen van een station met die naam dateren uit december 1941. Die uitzendingen waren gericht op Japan. Het meest bekend is het station echter als het orgaan van de Chinese communistische partij, dat als zodanig haar uitzendingen in 1947 begon. Het station werd berucht om de kwalijke rol die het speelde bij de Chinese invasie in Tibet in 1949. De eerste aantekening, die ik over het bereik van Radio Peking terugvond, bestond uit een opsomming van het aantal zenduren: de Chineestalige uitzendingen liepen van 77 uur per week in 1967 op tot meer dan 250 uur eind 1979. Ook de programma's in de landstaal van Mongolië werden in de loop van de jaren zeventig meer dan verdubbeld. In tegenstelling tot de programma's gericht op West-Europa en de Verenigde Staten, viel er anno 1979 nog steeds een bittere toon te bespeuren in de programma's die op de Sovjet Unie gericht waren. De meeste aanvallen die in de programma's naar voren kwamen, hadden betrekking op de politieke en ideologische meningsverschillen tussen de beide naties.

  De Chinese Volksrepubliek gold in die dagen als de op twee na grootste internationale korte-golf-gebruiker. Hoewel de uitzendingen naar de diverse Aziatische landen het hoofddoel vormden van de propagandazenders van de Chinese regering, werden in die tijd meer en meer programma's op andere communistische staten gericht, waaronder natuurlijk de luisteraars in de Sovjet Unie. De uitzendingen in de Russische taal bedroegen aan uren percentueel gezien liefst 20% meer dan de uitzendingen in de Engelse taal, welke bestemd waren voor de gehele wereld. Ook daaruit blijkt duidelijk dat de Sovjet Unie het belangrijkste doelwit vormde voor de uit China uitgezonden propagandaradio.
  Radio Peking richtte zich vanuit China niet alleen op andere landen met propaganda doorspekte uitzendingen maar ook op het eigen volk. Dit gebeurde in de drie landstalen: Kantonees, Kuoyau en Chaochow, en in het Hoog-Chinees. Om invloed te krijgen op de situatie in Europa tegen het einde van de jaren zestig, begon Radio Peking eind 1968, na de invasie van de Russische troepen in Tsjecho-Slowakije, ook met uitzendingen gericht op de inwoners van de bezette gebieden. Deze uitzendingen werden al snel gevolgd door uitzendingen in het Roemeens en het Pools, dit deels in samenwerking met de Internationale Service van Radio Albanië — eind jaren zeventig nam Radio Peking de zevende plaats in op de wereldranglijst van de meest beluisterde internationale radiostations. Nadat de denkbeelden van China en Albanië betreffende de Amerikaanse politiek uit elkaar groeiden, is deze samenwerking op uitzendgebied automatisch komen te vervallen en werden alle uitzendingen, welke voorheen vanuit Albanië werden uitgezonden, geprogrammeerd vanuit de vele studio's in Peking.
  Vooral tijdens de culturele revolutie in China is dankbaar gebruik gemaakt van het medium radio. In die periode maakte met name Jiang Qing, de vrouw van partijleider Mao, herhaaldelijk van de microfoon gebruik om het volk te beïnvloeden. Ook de inhoud van het befaamde rode boekje is meerdere malen uitgezonden, om het op die manier in het geheugen van de Chinese luisteraars te prenten. Dat luisteren werd overigens verplicht gesteld en dat werd gecontroleerd via zogenaamde "dorpsgroepen" en "wijkgroepen", waarbij de inwoners verplicht werden gesteld om onder de leiding van de partij naar de programma's te luisteren om daarna over de inhoud te "discussiëren".
  De uitzendingen van Radio Peking werden op die manier ingezet voor een regelrechte indoctrinatie van de Chinezen in de leer van Mao. Men installeerde daarvoor een groot netwerk van luidsprekers op de plaatsen waar geleefd en gewerkt werd. Zelfs op de rijstvelden stonden die luidsprekers opgesteld. Mao sprak eens de duidelijke woorden: "Een ieder moet een propagandist zijn voor een ieder". In de periode van de culturele revolutie nam Radio Peking die stelling wel heel letterlijk. Sinds het lidmaatschap van China met de Verenigde Naties is ingegaan, is er bepaalde matiging gekomen in de internationale propaganda vanuit de Chinese republiek. Er viel niettemin nog lange tijd een duidelijke rechtlijnigheid te bespeuren in de internationale programma's. Nog steeds waren alle Amerikanen imperialisten en werden alle Russen betiteld als revisionisten. Over het Westen sprak men als van de kapitalistische wereld en bij het beantwoorden van de luisterpost viel er een duidelijke vorm van beïnvloeding te bespeuren.
  Maar, ook daarin is de laatste tien jaar wel de nodige verandering gekomen. Radio Peking, of China Radio International (CRI) zoals het station tegenwoordig heet, richt zich meer en meer op het presenteren van een positief beeld van het eigen land aan de buitenwereld. China wordt vooral naar buiten gebracht als een modern land, dat op zijn eigen manier met de tijd meegaat. De politieke commentaren, die vroeger wel eens meer een kwartier door konden gaan, zijn drastisch ingekort. In 1997 betrok het station een nieuw, groot gebouw in Beijing. Behalve in de eigen landstalen wordt er in 38 talen uitgezonden.
8 Logo van Radio Berlin International

Het Oostblok. Van China stappen we over naar het Oostblok en wel naar Radio Tirana in Albanië. Het is niet zo'n grote stap, omdat het station voorheen samenwerkte met China om uitzendingen te kunnen verzorgen gericht op Roemenië, Polen en het toenmalige Tsjecho-Slowakije. De ontwikkeling van Radio Tirana verliep vooral in jaren zestig, een stuk sneller dan die van de andere internationale services. Het station kon dan ook rekenen op de nodige buitenlands hulp. Eerst werd Albanië gesteund met financiële en technische hulp vanuit Rusland en later waren het de Chinezen die het nodige geld inbrachten. Van al dat geld werden zeer krachtige zenders aangeschaft. Ondanks deze buitenlandse steun drukte een groot deel van de jaarlijkse kosten evenwel op het budget van de Albanese regering. Eén derde deel van de Albanese uitzendingen was tegen het einde van de jaren zeventig gericht op de andere communistische landen.

  Bij de uitzendingen bleek vaak de kwantiteit voorop te staan; de kwaliteit van de uitzendingen van Radio Tirana stond op zeer laag peil. Dit was vooral het geval sinds de terugtrekking van de Chinese financiële ondersteuning. Vanaf dat moment ging het duidelijk bergafwaarts met de uitzendingen van Radio Tirana. Vergelijken we de uitzendingen van Radio Tirana met de internationale uitzendingen van bijvoorbeeld Radio Boekarest in Roemenië, dan kunnen die laatste echt professioneel worden genoemd. Dit kwam mede door het feit, dat men daar als hoofddoel had om de berichtgeving te verzorgen voor landgenoten in het buitenland. De Roemenen achtten het brengen van propaganda niet in overeenstemming met de doelstellingen van de leiding van het land.
  In dat opzicht verschilde de situatie in Roemenië aanzienlijk van die in Tsjecho-Slowakije. Daar werd sinds 1968 een hardere lijn ingezet voor de radio-uitzendingen. Er werd gestreefd naar programma's, die kwantitatief op een hoog niveau stonden en datgene brachten, wat de regering voorschreef. In Roemenië viel er in de uitzendingen een bepaalde vrijheid te bespeuren, als het ging om politieke en culturele onderwerpen. De internationale uitzendingen behelsden vooral onderwerpen, die toeristen naar het land moesten trekken. Hierbij speelden economische motieven een belangrijke rol, daar het land er op dat moment financieel bepaald niet goed voor stond. Wat betreft de internationale uitzendingen van Radio Warschau kan worden gesteld, dat men hoofdzakelijk de uitzendingen richtte op de vele Polen, die in het buitenland verbleven.
  De internationale service van Radio Berlin in het toenmalige Oost-Duitsland heeft tegen het einde van de jaren zestig een duidelijke beperking gekregen als het om de propaganda gaat. Men heeft deze vooral gericht op de ontwikkelingslanden in de Derde Wereld. Duidelijk kan dus worden gesteld, dat tegen het einde van de jaren zeventig vooral Radio Moskou en Radio Peking op uitgebreide schaal en beide op eigen wijze propagandaradio maakten vanuit de communistische wereld.
9 De stem van Amerika. Al de voorgaande, communistisch georiënteerde statons vormden de tegenstrevers van de Voice of America. De VOA, die in 1979 dagelijks zo'n vijftig miljoen mensen voorzag van haar programma's, is op het punt van haar propaganda in zekere zin vergelijkbaar met die stations. Aan de andere kant neigt het station toch ook meer naar een objectieve berichtgeving als die van de Britse BBC, waarover we hieronder nog komen te spreken. De VOA is niet het enige Amerikaanse propagandastation. Andere bekende namen zijn onder meer Radio Liberty en Radio Free Europe. Anders dan deze twee stations is de VOA staatseigendom. Hetzelfde geldt voor de RIAS (Radio In American Sector, ofwel Rundfunk im Amerikanischen Sektor) en het AFN, dat destijds onder meer voor vermaak en nieuws zorgde voor de Amerikaanse troepen in West-Duitsland. De politiek van deze stations was en is neergelegd in een groot aantal door de staat gestelde richtlijnen, die door de direct verantwoordelijken nauwkeurig dienen te worden opgevolgd. Vooral de uitzendingen van de VOA hadden nogal eens te lijden onder de "botte" uitspraken van de diverse radiomakers. Er werden ook vaak sterk ideologische aanbevelingen geuit. De "waarheid", die werd gepredikt, was die van de "constante Amerikaanse, democratische en anticommunistische, waarheden van de zegeningen van de vrije markt en het individualisme."
  De geschiedenis van de VOA is er een met de nodige ups and downs. Het station begon zijn uitzendingen heel plotseling, namelijk 79 dagen na de Japanse luchtaanval op Pearl Harbour. In februari 1942 waren er in geheel Amerika slechts een dozijn korte-golf-zenders aanwezig. Ze moesten, alvorens in gebruik te kunnen worden genomen door de VOA, eerst worden onteigend van de commerciële stations, die ze zelf voor hun anderstalige uitzendingen gebruikten. Pas daarna kon de VOA ze voor haar propaganda-activiteiten inzetten. Het gebrek aan zendapparatuur was natuurlijk niet het enige probleem voor de VOA. Ook de nodige gedragsregels moesten voor de Amerikaanse propagandaradio nog worden vastgesteld. Radiomakers, die door de VOA werden ingehuurd en voorheen binnen de Amerikaanse radio-industrie actief waren geweest, moesten overschakelen naar een totaal ander concept. Ze moesten het idee van "radio maken voor adverteerders" van zich afzetten. Nieuwe technieken moesten worden aangeleerd. De radio in Amerika — en dus ook de radiomaker — bleek bepaald niet op deze nieuwe situatie te zijn afgestemd.
Het optimistische geluid van de VOA tijdens de Tweede Wereldoorlog
  Voorts diende een controleregeling ingesteld te worden voor het gebruik van de diverse frequenties in Amerika, zodat de toekomstige uitzendingen van de VOA niet gestoord zouden kunnen worden. Verder moesten er duizend en één kleine dingen worden geregeld, alvorens de programma's van de VOA van start konden gaan. Toch is een compliment op z'n plaats daar een geheel verward bestel binnen 79 dagen werd omgezet in een goed functionerende organisatie, waarbij de VOA de grootst mogelijke armslag kreeg om als "propagandastation" te fungeren. Toch waren alle problemen daarmee niet opgelost. Vrijwel direct na de start van de VOA ontstonden er problemen over het beheer en de rol van het station. Wat was bijvoorbeeld de rol en de inbreng van de Europese bondgenoten? Het antwoord op die vraag werd bemoeilijkt doordat zowel het Ministerie van Oorlogsinformatie — verantwoordelijk voor de Amerikaanse oorlogspropaganda — als het Ministerie van Overzeese Zaken — de voorganger van de hedendaagse CIA — zich op die kwestie stortten. Hetgeen vervolgens weer tot de nodige onenigheid leidde binnen de Amerikaanse regering.
  Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog was men echter over het algemeen wel te spreken over de VOA. De organisatie was erin geslaagd om, in de oren van de gemiddelde Amerikaan, een redelijke reputatie op te bouwen. Het stempel, dat de VOA in Europa vaak had opgeplakt gekregen van "ongelooflijk en onwaar", was langzamerhand uitgewist en de luisteraars begonnen vertrouwen te krijgen in de juistheid van de berichtgeving van de VOA. Naast de BBC World Service, wiens reputatie op het gebied van betrouwbare informatie onbetwist was, hadden ook de uitzendingen van de VOA het nodige krediet bij de luisteraars weten te verwerven.
10 De Amerikaanse president Harry S. Truman (1945-1953)

De VOA en de koude oorlog. De echte grote problemen ontstonden direct na de Tweede Wereldoorlog. In de eerste plaats was er een groot afgrijzen zowel voor het woord "propaganda" als voor de activiteiten die daarmee in verband werden gebracht. Bij het woord propaganda dacht de gemiddelde Amerikaan, na het oorlogsgebeuren, meteen aan de Nazi's en de Russen. Voor de Amerikanen was zoiets ondemocratisch en onnodig in een vrij Amerika. Het was in de ogen van vele Amerikanen tevens onnodig om kostbare dollars aan dit doel te besteden. Men zag het doel van de VOA meer als het wegtrekken van het "ideologisch waas" van de ogen van de bevolking van landen die onder communistische invloed stonden.

  Het Amerikaanse Congres, bevreesd voor een algeheel Engels monopoliepositie om de westerse kijk op de wereld te prediken, bleef geld pompen in de uitzendingen van de VOA. Vervolgens kwam de "koude oorlog", die een extra accent kreeg door het eerste Russische experiment met een atoombom (1949) en later de oorlog in Korea (1950-1953). Deze gebeurtenissen vormden de context voor de invoering en verdere uitwerking van de zogeheten Smith Mundt Act (1948), waarbij garantiefondsen werden gevormd voor een langdurig voortbestaan van de VOA. Velen zagen de beslissing van de regering ironisch als een blad, dat door de wind gekeerd was. Eén jaar eerder nog had immers de meerderheid van het Congres zich nog uitgesproken tegen de verdere financiering van de VOA. En vervolgens sprak het merendeel zich uit voor een station, met zenders verspreid over de hele wereld, dat meningen, muziek, cultuur en verdere berichtgeving ongehinderd de wereldether in zou kunnen sturen.
  Meteen werd door de VOA een grote reclamecampagne gestart, die geheel synchroon liep met de Campaign for Truth van president Truman (foto rechtsboven), die in de volksmond ook wel de Truman Propaganda War werd genoemd. In 1950 werd er door het Congres een bedrag van in totaal 121 miljoen dollar uitgetrokken voor deze campagne om elke vorm van communisme te kunnen bestrijden. Het daarop volgende jaar werd daarvoor door Truman de Psychological Strategy Board ingesteld, die de verantwoordelijkheid kreeg om de gedragslijnen van de toekomstige propaganda vast te stellen. In 1953 stelde de tot president gekozen Eisenhower een psychologische adviseur aan om hem en de regering te adviseren in "koude oorlogvoering", waarbij uiteraard de VOA ook een belangrijke rol in ging spelen. Hetgeen volgens velen een té nadrukkelijke rol was. Ongenoegen over het station werd onder meer geuit door senator Joe McCarthy, bekend van de heftige communistenjacht die in die tijd in Amerika plaatsvond. Gesteund door het Hickenlooper Report, oefende hij veel kritiek uit op de regering en de VOA over hun propagandavoering. Gevolg was een inkrimping van de financiën aan de VOA door het Congres, hoewel de structuur in het geheel ongewijzigd bleef.
  Achter de schermen werden overigens ook minder officiële operaties gelanceerd. Een mooi voorbeeld is het verhaal van Radio Swan, waarvan de nodige details pas onlangs bekend zijn geworden. Dit station werd in de eerste maanden van 1960 door de CIA opgezet op Swan Island, een eilandje in de Golf van Mexico, als onderdeel van een geheime operatie om het Castro-regime op Cuba te ondermijnen. Het station speelde een rol in de bekende Varkensbaai-operatie in 1962 en bleef, na het echec van daarvan, in de lucht met uitzendingen die tegen Castro waren gericht. Later dat jaar veranderde het station van naam. Tot in 1968 gingen de programma's de lucht in onder de zendernaam Radio Americas. In mei 1968 verdween het station plotseling uit de ether. De apparatuur van de midden-golf-zender dook niet veel later op in Vietnam bij een van de stations die daar de Amerikaanse acties ondersteunden.
Een unieke opname van Radio Americas (met dank aan Thomas Schulin)
  Hoe verging het intussen de Voice of America? In de jaren vijftig zond de VOA via de diverse zenders gemiddeld 500 uren per week uit. Dat werd al snel opgevoerd tot 850. De daaropvolgende tien jaren werd dit aantal weer drastisch ingekrompen, waarna weer een uitbreiding te constateren viel met de nadruk op bepaalde gebieden, waarbij uiteraard Vietnam en de rest van Zuid-Oost-Azië een belangrijk doelwit vormden. Eind jaren zeventig zond men uit in 36 talen en verder verzorgde men de programma's op tape en plaat die met behulp van de zogeheten transcriptiemethode via 4.000 lokale radiostations over de gehele wereld werden uitgezonden. Daarbij lag trouwens een duidelijke nadruk op het Latijns-Amerikaans gebied. Men had toen gemiddeld een jaarlijks budget ter beschikking van tussen de vijftig en zestig miljoen dollar. Het bedrag dat de VOA jaarlijks toegewezen kreeg, was gelijk aan het gezamenlijke bedrag dat Radio Liberty en Radio Free Europe van het Congres kregen toegewezen.
  De VOA had in die tijd 114 zenders in gebruik, waarvan er 73 stonden gestationeerd buiten de Amerikaanse grenzen. In totaal verzorgden 2.300 medewerkers de uitzendingen. Dat het niet altijd een gezond bedrijf is geweest, bewezen misschien de vele directeuren, die zijn gekomen en gegaan. Meestal onder politieke invloed van de wisselende presidenten. Eén der belangrijkste aspecten binnen, de organisatie van de VOA is halverwege de jaren zeventig komen te vervallen, namelijk de gewoonte dat zogenaamde stringers aan het thuisfront berichtgeving over reacties verzorgden. Dat wil zeggen dat in diverse landen ter wereld VOA-journalisten gestationeerd waren, die de reacties op de diverse nieuwsitems dienden te peilen en dit moesten doorgeven aan Washington. Wegens financiële problemen zijn deze te komen vervallen.
  De diverse omroepdiensten stonden en staan onder een bepaald regime vanuit Washington, waardoor aanzienlijke vrijheidsbeperkingen worden opgelegd. De Afrikaanse service had destijds echter een grotere autonomie dan alle andere omroepafdelingen. De Afrikaanse service, die overigens veel samenwerkte met de Arabische service op het eiland Rhodos, had destijds de vrijheid gekregen om snel te reageren op uitlatingen van andere radiostations uit het Midden-Oosten en Afrika. Er was erg weinig bekend over het luisterpubliek van de VOA. Schattingen spreken van zo'n 50 miljoen luisteraars per week. Per week werd, tegen het einde van de jaren zeventig, zo'n 168 uur in het Russisch uitgezonden, 50 uur in het Vietnamees, 49 uur in zowel het Arabisch als het Spaans, 222 uur in het Engels en nog vele uren in diverse andere talen. Buiten de uitzendingen in het Russisch werd nog eens 87 uur gericht op de andere Oostbloklanden uitgezonden. De Chinese service was vooral de laatste jaren van de jaren zeventig aanmerkelijk uitgebreid, omdat onderzoekingen hadden uitgewezen dat er in het land veel naar werd geluisterd. Om die reden werd het aantal uitzenduren per week uitgebreid naar 70 uur.
  In de loop van de tijd paste de VOA haar programmering op vergelijkbare wijze aan bij de veranderende situatie in de wereld. In 1985 begon men bijvoorbeeld een Cubaanse service en in de periode 1989-1991 werd er de nodige aandacht besteed aan de Russische en Chinese berichtgeving over de ontwikkelingen in die beide landen. In 1997 startte het station, in samenwerking met Worldnet Television and Film Service, Radio Free Asia, Radio Free Europe / Radio Liberty ook uitzendingen via de satelliet (Asiasat 2) gericht op Azië.
11 Radio Free Europe en Radio Liberty. Behalve de Voice of America zijn en waren het vooral Radio Free Europe en Radio Liberty die de Amerikaanse visie op het wereldgebeuren in de ether verspreiden. Die laatste twee stations hadden aanvankelijk een andere doelstelling en ook een andere opzet. In eerste instantie wenste men alleen informatie te geven omtrent het vaderland Amerika: over gebeurtenissen die zich voordeden, het gedrag van het volk, de veranderingen binnen de staatsstructuur en indien noodzakelijk informatie over belangrijke internationale ontwikkelingen. Zowel Radio Free Europe als Radio Liberty richtten zich destijds daarbij voornamelijk op landen met een communistisch regime. Daarnaast droegen de beide stations het karakter van een particuliere onderneming.
  Radio Free Europe werd in december 1949 opgericht als een particulier station op niet-commerciële basis. Het stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel in New York. De allereerste uitzending van het station vond plaats op 4 juli 1950 via een kleine mobiele zender met een vermogen van 7,5 kW. Deze uitzending vond plaats vanuit het Duitse Mannheim. Regelmatige uitzendingen naar deelgebieden startten in de periode vanaf mei 1951 tot en met mei het daaropvolgende jaar. Radio Liberty werd — toen nog onder de naam Radio Liberation — twee jaar later opgericht, in 1951. Ook dit station werd als een particuliere onderneming ingeschreven, maar in de staat Delaware. De uitzendingen van dit station lieten nog enige tijd op zich wachten en startten omstreeks de datum van het overlijden van de Russische dictator Stalin in 1953. In december van het jaar 1963 verviel de naam Radio Liberation — vanwege de associatie dat de Amerikanen de landen van het Oostblok zou willen "bevrijden" — en werd de naam Radio Liberty aangenomen.
  Radio Free Europe gebruikte op dat moment zenders in Duitsland en Portugal (Sines) voor haar programma's in het Pools, Tsjechisch, Slowaaks, Roemeens, Hongaars en Bulgaars. Radio Liberty had, daarentegen, naast haar zenders in Duitsland, ook zenderparken in Spanje en Taiwan in gebruik. Hier vanuit werden de uitzendingen in het Russisch en twintig andere talen, die in de toenmalige Sovjet-republieken werden gesproken, uitgezonden.
  Onder begeleiding van Amerikaans legerpersoneel nemen Tjechische en Slowaakse acteurs een hoorspel op in een RFE-studio

Tevens hadden beide stations destijds andere taken op zich genomen, die eigenlijk tegenstrijdig waren met het brengen van de onafhankelijke boodschap. Zo werden grote luisterposten ingericht, de zogenaamde monitoring services, waarmee de programma's van alle communistische radiostations werden afgeluisterd. Bovendien werd binnen beide organisaties een grote afdeling ingericht voor research en analyse. Een onderzoek van Radio Free Europe, in het midden van de jaren zeventig, wees bijvoorbeeld uit dat 60% van de Roemeense bevolking regelmatig op haar uitzendingen afstemde, hetgeen zeer opmerkelijk was. Maar Roemenië stond niet alleen. Als je kijkt naar een land als Polen waren er liefst 57% van de inwoners die regelmatig afstemden om zoveel mogelijk de westers getinte programma's te kunnen beluisteren. Hongarije stond voor 55%, Bulgarije voor 43% en Tsjecho-Slowakije voor 39%. Het aantal luisteraars in het voormalige Tsjecho-Slowakije was op dat moment aanzienlijk lager dan in 1968, het jaar dat de Russen het land binnen vielen. Toen stond het op liefst 68%. Tweederde van voornoemde percentages, aldus het onderzoek, luisterde gemiddeld twee keer per week of meer naar de uitzendingen van Radio Free Europe.

  Radio Liberty claimde tegen het einde van de jaren zeventig ruim 40 miljoen luisteraars te hebben in de landen binnen de toenmalige Sovjet Unie, hetgeen ongeveer 20% van de gehele bevolking inhield. De uitzendingen werden deels verzorgd door een groot aantal emigranten uit de Oostbloklanden, die allen de Amerikaanse nationaliteit hadden toegewezen gekregen. Verder werden via begeleiding vanuit regeringskanalen duidelijke gedragslijnen voorgeschreven omtrent de inhoud van de uitzendingen. Daarom werd aan beide — als privé ondernemingen opgezette — stations, die geheel gefinancierd werden met Amerikaans geld, ook duidelijk een rol toegekend als onderdeel van het Amerikaanse propaganda-apparaat. Niet alleen spreekt men over directe financiering vanuit regeringsbronnen, maar ook over zogenaamde "gedekte" financiering. Ruim veertig jaar geleden presteerde de CIA het om bepaalde fondsen onderhands ter beschikking te stellen van RFE en RL. Dit heeft niet alleen onder het Amerikaanse volk, maar ook binnen de regeringsdiensten destijds veel ongenoegen opgeleverd.
12 Ondermijnende activiteiten. De tegenstand groeide en vanaf 1971 werden de CIA-fondsen niet meer aangewend. Nadat ze werden stopgezet kwam een commissie, die in opdracht van de Amerikaanse regering werkte, tot de conclusie dat de helft van de jaarlijkse kosten gedekt zouden moeten worden door de overheid. Op die manier hoopte men ook bij de West-Europese mogendheden geld los te krijgen voor de stations. Tevens was men van mening, dat het restant van de kosten zou moeten worden opgebracht door de inwoners van Amerika en commerciële instellingen. Uiteindelijk besloot de Amerikaanse regering alsnog om de totale kosten van 50 miljoen dollar voor haar rekening te nemen. Het administratieve gedeelte van zowel RFE als RL werd vanaf die tijd gevoerd door de Board of International Broadcasting, dat de beide stations vertegenwoordigde bij het Amerikaanse congres. In 1975 werden de beide stations samengevoegd als RFE/RL. Beide stations zonden in die tijd uit vanuit een gemeenschappelijk studiocomplex in München. Mensen die in de jaren tachtig afstemden op de uitzendingen van het station konden niet meer de harde opstelling beluisteren, die gericht, was tegen Rusland en andere communistische, socialistische staten. Men poogde vervolgens objectief te zijn en geen vooroordelen meer te geven.
  Maar was de berichtgeving, die beide stations destijds brachten, wel effectief? Kwam de boodschap over? Waar felle anti-communisten zich geheel vereenzelvigden met de berichtgeving, klonken de feiten en interpretaties van de uitzendingen in de oren van de gemiddelde communist grotendeels als "onwaar" of op zijn zachtst gezegd als slechts een deel van de waarheid. Een ding is zeker: beide stations waren duidelijk anti-communistisch en het gevecht tegen het communisme was de reden van hun bestaan. RFE en RL probeerden ook duidelijk een "alternatieve" homeservice uit te zenden voor de landen, waarnaar zij de signalen destijds uitzonden. De Polen noemden het Poolse programma "Warsaw Four" en in elk ander land had men zo een eigen benaming voor de specifiek op het eigen land gerichte uitzenduren.
  Het is duidelijk dat men bij RFE en RL de staatsomroepen van eerder genoemde staten probeerde te ondermijnen. In dit geval is niet het probleem of een dergelijk staatsmonopolie terecht was, maar of een ander land het recht had een dergelijke monopolie te ondermijnen. Iets om zelf eens over na te denken. Neem dan de volgende voetnoot in gedachten mee: in 1970 kon de bevolking van de communistische Oostbloklanden alleen via de uitzendingen van Radio Free Europe en Radio Liberty kennis nemen van het feit dat de "Nobelprijs voor de Literatuur" was toegekend aan Alexander Solzhenitsyn. Hetzelfde geldt voor de berichtgeving over de Russische invasie in Afghanistan eind 1979.
  Vaak hebben de dissidenten in de landen van het Oostblok hun medeburgers gewezen op het bestaan van beide stations en het is dus duidelijk, dat de enorme populariteit er niet voor niets was. Het zijn niet alleen deze twee stations, die een overduidelijke rol speelden, wat de beïnvloeding van de volkeren in de Oostbloklanden betreft. Anderen waren bijvoorbeeld het station RIAS-BerlinRadio In American Sector — en de stations van AFN — de American Forces Network — onderdeel van de AFRTS — de American Forces Radio and Television Services. Deze stations waren eigenlijk opgezet om de Amerikaanse militairen te amuseren. Ook deze stations zijn natuurlijk met name in het voormalige Oost-Duitsland (DDR) niet onopgemerkt gebleven en ook deze stations genoten een hoge populariteit, niet in de laatste plaats vanwege de Amerikaanse populaire muziek die er in de programma's te beluisteren viel. Volgens sommige deskundigen heeft die muziek overigens meer bijgedragen aan het eind van de Koude Oorlog dan alle propaganda bij elkaar.
  De combinatie RFE/RL viert dit jaar officieel haar vijftigjarig bestaan. Merkwaardig genoeg hecht men vooral in de voormalige Oostbloklanden, inclusief de Sovjet Unie, sterk aan het voortbestaan van het station. Dat bleek al een beetje toen in 1988 de Russen, onder Gorbatsjov, definitief stopten met het storen van de uitzendingen. Toen de Amerikanen in 1993 de beide stations reorganiseerden en het budget aanzienlijk inkrompen, greep Václak Havel persoonlijk in. Met een knipoog naar de geschiedenis bood hij het voormalige gebouw van het communistisch parlement als gratis huisvesting aan. Vandaaruit vinden vanaf die tijd, met instemming van de Russische overheid, de uitzendingen plaats. RFE/RL bereikt op dit moment naar schatting zo'n 35 miljoen luisteraars in de regio. In de afgelopen jaren werden daarnaast nieuwe diensten opgezet, zoals een Persian Language Service, gericht op Iran, en Radio Free Iraq, gericht op de Irakese bevolking.
13 De anti-propaganda van de "BBC World Service". Zo gemakkelijk als het is om te omschrijven wat propaganda is, zo moeilijk is het om aan te geven wat daar tegenover staat. Wat "de waarheid" is, laat zich immers niet zo gemakkelijk zeggen. Die waarheid ligt, zoals het spreekwoord zegt, meestal in het midden. Op dat principe is ook het journalistieke beginsel van hoor en wederhoor gebaseerd. De journalist luistert naar alle partijen en neemt zelf een afstandelijke, zo neutraal mogelijke positie in. Daarbij wordt getracht om feiten en meningen zoveel mogelijk van elkaar te scheiden. In de vormgeving van die journalistieke traditie op de radio heeft de Britse BBC — en haar eerste directeur Sir John Reith (foto hierboven) — een belangrijke rol gespeeld. Paradoxaal genoeg, ligt een van de redenen daarvan in het feit dat de radio in Engeland een publieke aangelegenheid was. Om de positie van de BBC als een betrouwbare bron te waarborgen, moest de omroep zich sterk onafhankelijk opstellen — iets waar Reith altijd sterk aan heeft vastgehouden, zelfs ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Zijn verhouding met Winston Churchill was dan ook niet altijd even goed.
Winston Churchill richt zich via de BBC tot de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt
  Diezelfde vorm van objectieve journalistiek werd het handelsmerk van de BBC External Service, de latere BBC World Service, die daarmee de directe tegenhanger vormt van de stations die hierboven beschreven zijn. Ten alle tijde werd en wordt het nieuws van andere stations door de BBC Monitoring Service afgeluisterd en via allerlei bronnen op waarheid gecheckt. Nieuws dat negatief uitvalt voor Engeland, wordt even zo goed gebracht als nieuws waarin het land positief naar voren komt. Een klinkend voorbeeld hoe de luisteraars over de gehele wereld de uitzendingen van de BBC World Service in de loop der jaren zijn gaan vertrouwen, is te halen uit een uitspraak van één der voormalige directeuren van de External Service van de BBC, Oliver Whitley. Hij zei in de jaren zeventig in een interview in The Times: "Wanneer de BBC World Service de luisteraars in Vietnam zou gaan vertellen dat hun president was overleden en hij zou de volgende dag door de straten van Saigon lopen, dan zou geen enkele inwoner van deze grote stad hem meer herkennen". De "propaganda" die de BBC voerde, kunnen we dan ook bestempelen als anti-propaganda, gevoed vanuit een "politiek van objectieve berichtgeving".
  Voor het ontstaan van de BBC External Service, die destijds gevestigd was in het Bush House te Londen, moeten we terug naar de periode van voor de Tweede Wereldoorlog, en wel naar de zogenaamde Empire Service, die in 1932 werd gestart en gezien kan worden als het geesteskind van Sir John Reith. Hij richtte deze service op met als doel de vele Britten in de koloniale gebieden dichter bij het vaderland te brengen door middel van radioprogramma's. Reith kan tevens worden gezien als de grondlegger van de BBC Home Service. Er werd een duidelijke afspraak gemaakt met de Foreign Office, het Britse Ministerie van Buitenlandse Zaken, dat de Empire Service niet al te controversieel zou zijn. In het begin werden alle uitzendingen rechtstreeks overgenomen van de Home Service.
  In juni 1937 werd er een aanzet gegeven tot andere taken voor de Empire Service en wel door de vakbondsleider Sir Walter Citrine. Hij vond het noodzakelijk dat de BBC aan de wereld ging vertellen wat men in Groot-Brittannië zoal dacht over de dagelijkse gebeurtenissen in de wereld. Ondanks dat de Tweede Wereldoorlog vlak voor de deur stond, bleef de BBC haar neutrale opstelling, die men bij de start van de Empire Service had overgenomen, handhaven. Het jaar 1938 kan worden gezien als een eerste mijlpaal in de geschiedenis van de Empire Service. In dat jaar werden de eerste anderstalige uitzendingen gestart. Eerst de Arabische, Spaanse en Portugese (de laatste twee worden ook wel de Latijns-Amerikaanse genoemd) en daarna werden de Franse, Duitse en Italiaanse programmadiensten opgericht met als doel de Britse journalistieke aanpak over een deel van de aardbol te verspreiden.
  Winston Churchill voor de BBC-microfon

De algemene Europese dienst, die ook spoedig werd opgericht, begon direct al met een zwakke start. De eerste propaganda-opdracht was het uitzenden van een toespraak van de toenmalige Britse Minister-President Neville Chamberlain. De Duitse vertaler, Robert Lucas, kon door de personeelsschaarste geen typist vinden en schreef de toespraak eigenhandig op. De omroeper van dienst, Goetz, laste tijdens de uitzending ruime pauzes in tijdens het voorlezen, om het handschrift van Lucas te kunnen ontcijferen. Ook hier weer bleek dat alle begin moeilijk is. Gelukkigerwijs werd al zeer snel het begrip "radiomaken" doorgevoerd en er volgden enige uitbreidingen in de doelstellingen van de Empire Service. Er werd een speciale dienst opgezet voor luisterresearch en de aanstelling van een uitgebreid redactie-team werd een feit.

  De Tweede Wereldoorlog brak in West-Europa ongeveer gelijktijdig uit en er kwam een bepaalde druk te liggen op de programma's. Wat stond er te doen? Of de eerlijke berichtgeving blijven voeren of een hardere tactiek toepassen van oorlogspropaganda? Er begon een zes jaar durende periode van gekibbel, vertrouwenscrisis en hardnekkige strijd tussen de BBC aan de ene kant en de ministeries van Oorlog, Buitenlandse Zaken en Informatieve Zaken aan de andere kant, met John Reith en Winston Churchill, de opvolger van Chamberlain, als de meest bekende opponenten. Vreemd genoeg heeft de BBC telkens weer aan het langste eind getrokken en zodoende is de politiek van de eerlijke informatie tijdens de Tweede Wereldoorlog constant gewaarborgd gebleven. Mede dankzij de slotoverwinning van de geallieerde troepen op de Nazi's, heeft de vorm van anti-propaganda van de BBC een grote reputatie verworven en ook blijvend weten te behouden.
Een fragment van een uitzending van de BBC World Service tijdens de Tweede Wereldoorlog, gericht op België
  Het was ook een echte strijd en niet overal was het succes van de BBC verzekerd. Het heeft er bijvoorbeeld lange tijd slecht uitgezien voor de Franse service van het station. Men verloor steeds meer luisteraars, die maar niet geloofden in de overwinning van het Westen. Direct na de melding van de invasie van de troepen in Normandië, bleken de luisteraars van deze dienst eindelijk overtuigd van de beloofde mogelijkheden en steeg het aantal luisteraars naar de Franstalige Service met enorme sprongen. De politiek die de BBC World Service uitstraalde in haar programma's naar het Verre Oosten was er een van vertrouwen en getalm. De Japanse service was tijdens de oorlog een mix van eigen rechtstreekse programma's en relaisprogramma's vanuit de Verenigde Staten. Slechts een klein deel van de bevolking werd hiermee bereikt. De uitzendingen naar India waren zondermeer een groot succes te noemen, mede dankzij de nationalistische gevoelens van de inwoners van dit immens grote land ten aanzien van het Britse Koninkrijk, waarvan het land destijds nog onderdeel van uitmaakte.
Dreigende taal op de BBC World Service, voorafgegaan door "Beethoven's Vijfde", de morsecode voor de V van Victory
14 De BBC na 1945. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zond de BBC in 39 talen uit, hetgeen meer was dan welk ander internationaal uitzendend land. Duitsland zond uit in 36 talen, Rusland in 22 en Amerika in 21. In de lente van 1945 hadden de Nazi's 52 verschillende secties, tegenover 54 bij de BBC. Hieruit blijkt, dat zowel Engeland als Duitsland hun internationale diensten ten tijde van de Tweede Wereldoorlog sterk hebben uitgebreid. Tijdens de eerste vredesdagen, toen het gedaan was met de Duitse propaganda, zond de BBC meer dan 500 uur per week anderstalige programma's uit naar alle delen van de aardbol. Het duurde vervolgens nog zes jaar alvorens de BBC de toppositie vrij gaf en veel later zou men afdalen naar de vijfde plaats aangaande het aantal zenduren in de vreemde talen.
  Churchill's voorganger Minister-President Neville Chamberlain voor de BBC-microfoon

Sommige van de diverse diensten van de BBC World Service hadden niet meer dan een paar minuten zendtijd per dag, maar er werd altijd voor gezorgd, dat elk deel van Europa bereikt werd met een programma. Na de Tweede Wereldoorlog werd er, zoals gemeld, danig in de zendtijd gekort, dit onder meer bij de Nederlandse en Scandinavische service. De Portugese service werd tussen 1958 en 1963 zelfs helemaal afgeschaft. Eind jaren zeventig zond men in 40 verschillende talen uit. Vooral de Franse en Duitse diensten waren altijd van groot belang en de Arabische service kan gezien worden als de belangrijkste service in inheemse taal.

  De BBC claimde destijds dat 77% van de volwassen luisteraars in de Arabische staten regelmatig de uitzendingen beluisterde. De luisteraars in de Sovjet Unie en de Oost-Europese landen zijn sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog ook een belangrijk deel geworden van de prioriteiten van de BBC World Service. Politieke moeilijkheden in het Midden-Oosten hebben de BBC in de jaren zestig voor grote problemen gesteld betreffende de functie van het relaisstation in Somalië. Dat werd eerst verhuisd naar Perim in de Straat Bab-el-Mandeb, vervolgens naar Malalla in Aden, om ten slotte geplaatst te worden in Masirah (Goudkust). Tevens had de BBC destijds onder meer relaiszenders in Ascension, Cyprus en een gezamenlijk station met de Deutsche Welle op Antigua met daarnaast ook nog een relaisstation in Tebrau, Maleisië.
  Dat grote aantal zenders hoort echt bij de BBC. Een belangrijk oogmerk van de World Service was namelijk om met haar programma's de hele wereldbol te bestrijken. Daarom werden destijds bijvoorbeeld de dagelijkse programma's van vijf minuten gericht op de inwoners van Malta even belangrijk gevonden als de 24-uurs Engelstalige service. De financiële en politieke zaken aangaande de BBC World Service lagen en liggen in handen van de Britse regering; de redactionele controle bij de leiding van de BBC. Dit is een gentlemen's agreement die is ontstaan ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en de BBC World Service is genoodzaakt de doelstelling van de Britse regering te allen tijde te verdedigen. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken is op zijn beurt verplicht de BBC altijd van de lopende politieke ontwikkelingen op hoogte te stellen.
  De nieuwsafdeling van de BBC World Service is een onafhankelijke afdeling ten opzichte van de andere diensten van de Service. In de nieuwskamers worden de nieuwsuitzendingen voor de verschillende internationale diensten voorbereid. Elk nieuwsbulletin begint met hetzelfde item en de diensten kunnen niet eigenhandig items aan het bulletin onttrekken. Wat betreft het aantal items is er ongeveer 60% pro- en 40% anti-Engels nieuws te beluisteren.
15 De politiek van de objectieve berichtgeving. Als we kijken naar het aantal landen dat in 1939, voor de aanvang van de Tweede Wereldoorlog, een internationale service had, dan blijft de telling steken op 27. Een internationale service was in die tijd ook voornamelijk om andere volkeren te informeren. Pas in een veel later stadium werd een internationale service ook gebruikt voor het bereiken van landgenoten in het buitenland. Op dat punt geldt de Nederlandse Wereldomroep, die in 1945 officieus haar eerste uitzendingen verzorgde, met haar uitzendingen naar Indonesië overigens als de eerste.
  Na afloop van de Tweede Wereldoorlog bleek dat het aantal landen met een internationale service, in aantal al was opgelopen tot 55. Later kwamen daar vele landen bij en heden ten dage zijn er niet veel staten meer waar geen internationale service is geweest, dan wel bestaat. Wel is er de tendens de laatste jaren dat meer en meer regeringen gaan bezuinigen op de internationale service, waardoor sommigen geheel van de radio verdwijnen en anderen minder zendtijd hebben gekregen, dan wel via internet hun diensten in beperkte mate voort zetten. Ook de bestaande omroepen maken overigens in toenemende mate gebruik van internet — webradio — voor hun uitzendingen. De VOA, die daarmee in 1994 startte, claimt op dat punt de eerste te zijn geweest.
  Vooral in de periode van voor 1980 viel er een enorme groei te melden in het aantal internationale radiostations. Als paddestoelen schoten ze uit de grond. Van Chili tot Zambia en van Brazilië tot Oeganda kwamen er dergelijke stations. Om maar niet te spreken van de vele illegale strijdzenders, die over de gehele wereld ten tijde van brandhaarden werden ingezet om de mening van de bezitter van deze zenders te verspreiden. In 1980, op het hoogtepunt van de internationale radiodiensten, gingen er per week zo'n 20.000 uur aan internationale programma's de ether in via de diverse korte-golf-stations. Ongeveer 33% van deze uren werden uitgezonden door zenders die werden gerund door de regeringen van de Verenigde Staten, China en de toenmalige Sovjet-republieken
  Een fraai, zij het misschien minder fris voorbeeld biedt het station Radio Impacto, dat in 1983 met een sterke zender haar uitzendingen begon vanuit het Zuid-Amerikaanse Costa Rica. De programma's waren gericht tegen de Frente Sandinista, de marxistisch georiënteerde revolutionaire beweging die in 1979 in het buurland Nicaragua de dictator Somoza ten val had gebracht. Onder Reagan intervenieerden de Verenigde Staten, zo bleek later, vanaf het begin van de jaren tachtig heimelijk in de strijd tussen revolutionairen en contra-revolutionairen. Die interventie maakte deel uit van de zogenaamde "covert" War Against Drugs. Men neemt dan ook aan, dat Radio Impacto werd gefinancierd door de CIA en technisch ondersteund door de Voice of America. Bewezen is dat echter nooit. Bij het Amerikaanse ingrijpen in Panama in 1989, waarbij Manuel Noriega ten val werd gebracht, fungeerde Radio Impacto als "het station van de invasie". Ergens in 1990, het precieze tijdstip is onduidelijk, werd het station gesloten en de zendinstallatie overgenomen door de Adventist World Radio.
Radio Impacto spreekt vanuit Costa Rica de Sandinistische strijdkrachten toe
  Het verhaal van Radio Impacto is misschien een extreem voorbeeld. Het basisprincipe van vele stations was in die tijd echter hetzelfde. Het was de speciale functie van deze vorm van radio om binnen te dringen in luistergebieden waar de desbetreffende regeringen liever niet hadden dat deze uitzendingen werden beluisterd. Alle landen met een zeer uitgebreide internationale service, van de Verenigde Staten tot aan Albanië, hadden deze speciale functie als hoofddoel. Radiopropaganda was en is een diplomatiek wapen, een belangrijk beïnvloedingswapen om de bevolking van andere landen tot een ander "standpunt" te brengen. Toch drong langzaam het besef door dat er zekere grenzen zijn aan de inzet van dit psychologische wapen. Zo werd in de jaren tachtig — dus nog vóór de val van de Berlijnse Muur en het einde van de Koude Oorlog — werd door de leiding van vele stations overeengekomen dat de koers gewijzigd moest worden en dat een aantal hoofddoelstellingen gevolgd dienden te worden:
 
  • Het brengen van de informatie betreffende cultuur en de idealen van het betreffende land, vanwaar een station haar programma's verzorgt.
  • Het zo objectief mogelijk brengen en becommentariëren van het wereldnieuws.
  • Het brengen van 's lands regeringsmeningen, inzake belangrijke internationale gebeurtenissen.
  • Het promoten van de internationale betrekkingen.
  Uit dit lijstje valt op te maken, dat de journalistieke traditie van de BBC langzaam aan school heeft gemaakt en dat de politiek van de objectieve berichtgeving in zekere zin tot norm is geworden. Marconi, de grondlegger van de draadloze communicatie, zei eens: "Communicatie tussen volkeren, ver van elkaar, in ruimte en gedachte, is ongetwijfeld het grootste wapen tegen het kwaad van onbegrip en jaloersheid." Het medium blijkt, zoals we hebben gezien, vooral in tijden van oorlog ook omgekeerd te kunnen worden gebruikt. Propaganda is dan een belangrijk politiek strijdmiddel. Daarom zijn de criteria van de objectieve berichtgeving nog steeds van belang bij het vaststellen van de onafhankelijke status van een station. De huidige discussie over de koers van de Voice of America en de berichtgeving van de twee belangrijkste brengers van het televisienieuws rond de oorlog in Afghanistan — CNN en Al-Jazeera — is, om tot slot van dit verhaal nog even op de actualiteit terug te komen, daar een goede getuige van.
   
Previous
  Verantwoording
Next point Met dit essay heb ik gepoogd een opsomming te geven van wat er door de internationaal bezien belangrijke landen, met de technische middelen waarover zij konden beschikken, zoal aan propagandaradio werd gedaan tot ongeveer het einde van de twintigste eeuw. De basis van dit verhaal is een eerder door mij geschreven serie "Radio Power" dat in de jaren 1980 en 1981 verscheen in het tijdschrift RadioVisie. Voor de meer recente gegevens werd tevens gebruik gemaakt van een drietal artikelen:
 
  • Boender, Ary (2001), "Commando Solo." In: Worldwide UTE News, 7, 10 (oktober) 2001 (opgehaald van het Internet van: www.wunclub.com).
  • Braekel, Luc van (1999), "Truth Channel Nato. Radio en televisie in het Servische luchtruim." In: Soundscapes, 1999 (spring).
  • Effting, Maud (2001), "De worsteling van Voice of America." In: De Volkskrant, 3 november 2001.
Next point Een uitgebreide bibliografie over het onderwerp psychologische oorlogsvoering is te vinden op de website van J. Ransom Clark, The literature of intelligence. Bronnen die in dit verband meer ingaan op de radio staan hier onder de categorie Covert action. Psychological and Radio Propaganda Operations.
Next point Meer informatie over de Duitse "Volksempfänger" is te vinden op: Wumpus's Old Radio World.
Next point Het verhaal over de begintijd van Duitse televisie valt na te lezen op de web site van het VPRO-programma Andere Tijden, dat in haar uitzending van 19 maart 2000 ruime aandacht aan dit onderwerp besteedde. Meer diepgravende analyse bieden de publicaties van William Uricchio. Van zijn hand is beschikbaar op het internet:
 
  • Uricchio, William (1999) "Envisioning the audience. Perceptions of early German television's audiences, 1935-1944." In: E-View, 1991, 1.
Next point Meer informatie over de radio in Nazi-Duitsland is te vinden in het boek:
 
  • Bergmeier, Horst J., en Rainer E. Lotz (1997), Hitler´s airwaves. The inside story of Nazi radio broadcasting and propaganda swing. New Haven; Londen: Yale University Press, 1997.
Next point De rol die John Reith speelde bij de oprichting en ontwikkeling van de BBC — en zijn moeizame relatie met Winston Churchill — vormt een verhaal apart. Zie hiervoor onder meer:
 
  • Briggs, Asa (1985), The BBC. The first fifty years. Oxford: Oxford University Press, 1985.
Next point De achtergronden van Radio Impacto en Radio Swan worden meer uitgebreid uit de doeken gedaan in achtereenvolgens:
 
Next point Het illustratie- en geluidsmateriaal bij dit artikel is afkomstig uit de volgende bronnen. Fotos: Archief Freewave Media Magazine en Frans Schuurbiers. Illustratiemateriaal: Archief Freewave Media Magazine. QSL-kaarten: Archief Sundstrom. Geluidsfragmenten: Andrew Emmerson, Frank van Gerwen, Hans Knot, het Nationaal Audiovisueel Archief te Hilversum, Ingo Paternoster en Thomas Schulin.
   
Previous
  2001 © Hans Knot / Soundscapes