Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 5
januari 2003

De Duitse televisie jubileert

 





  Meer dan vijftig jaar televisie in Duitsland
door Hans Knot
Previous
  Op 25 december 2002 vierde de Duitse televisie officieel haar vijftigjarig jubileum. Terugrekenend komen we uit op de eerste Kerstdag van 1952 als de datum, waarop de Duitsers voor het eerst bewegende plaatjes op hun beeldscherm konden bewonderen. Dat is relatief laat en helemaal kloppen doet het niet. Op televisiegebied liep Duitsland, historisch bezien, juist voorop. Hans Knot haalt daarom de Duitse televisiegeschiedenis nog voor ons eens op.
 
1 De eerste omroepsters van de Duitse televisie op een rijtje (1953)

Een vijftigjarig jubileum. Tegen het eind van het jaar 2002 schonken verschillende publieke televisiestations aandacht aan het gegeven dat vijftig jaar geleden in Duitsland de eerste officiële televisie-uitzendingen plaatsvonden, om precies te zijn in het toenmalige West-Duitsland. Op 27 november 1950 konden de bewoners van de bondsrepubliek voor het eerst een testprogramma zien, dat driemaal per week werd uitgezonden. Deze testen zouden later evenwel niet meetellen bij de bepaling van de dag die geldt als de historische startdatum van het begin van de Duitse televisiegeschiedenis: 25 december 1952. De officiële cijfers geven aan, dat er in dat jaar zo'n anderhalf duizend geregistreerde gezinnen waren die van het televisietoestel een nieuw middelpunt in hun huiskamers hadden gemaakt. Dat waren er in werkelijkheid beduidend meer. Klaarblijkelijk had niet iedereen zich laten registreren. Zoals de industrie bekend maakte, waren er in 1952 namelijk zeker al vierduizend toestellen verkocht. Anno 2003 zijn er in Duitsland overigens meer dan dertig miljoen geregistreerde gezinnen met één of meer toestellen. Op het ogenblik staan er in geheel Duitsland naar schatting zo'n vijfenvijftig miljoen exemplaren met een gemiddeld levensduur van tien jaar. Een snel rekensommetje levert een gemiddelde verkoop in ons buurland op van tussen de vijf en zes miljoen toestellen per jaar.

2 De eerste Kerstdag van 1952. De datum van 25 december 1952 kan wel van enige kanttekeningen worden voorzien. In de voormalige DDR ging de officiële testuitzending bijvoorbeeld op 21 december 1952 van start en ook die datum had in 2002 best gevierd kunnen worden. Het zou overigens nog enige tijd duren voordat in Oost-Duitsland de reguliere programma's zouden worden uitgestraald van de Deutsche Fernsehn Funk (DFF), de toenmalige Oost-Duitse Staatsomroep. In de voormalige DDR kwam pas in 1955 een einde aan de experimentele uitzendingen. De eerste Kerstdag van 1952 is daarmee een betere kandidaat. Met de later overbekende "gongslag" werd toen een begin gemaakt met de officiële uitzendingen van de Nordwestdeutscher Rundfunk (NWDR) — een van de zes omroepen die na de Tweede Wereldoorlog door de geallieerden in Duitsland in het leven waren geroepen en die in 1950 samen de "Arbeitsgemeinschaft der öffentlich-rechtlichen Rundfunkanstalten der Bundesrepublik Deutschland" (ARD) vormden. De NDWR werd overigens in 1955 opgesplitst in de Westdeutscher Rundfunk (WDR) en de Norddeutscher Rundfunk (NDR), die nog steeds bestaan. Dat laatste geldt ook voor het programma van de tweede Kerstdag 1952: de allereerste "Die Tageschau" oftewel het nieuws via woord, beeld en geluid, dat met dezelfde gongslag van de dag ervoor werd ingeluid. Dat neemt allemaal echter niet weg, dat er in Duitsland veel eerder werd geëxperimenteerd met televisie. In de Tweede Wereldoorlog was er op dit gebied zelfs sprake van een internationale voorsprong.
3 Promotiefoto voor een Telefunken televisie (circa 1938)

Een Duitse uitvinding. In zekere zin is de televisie een Duitse uitvinding. Zoals algemeen bekend mag worden verondersteld, werden de principes van de eerste bewegende beelden op mechanische basis ontwikkeld door de Duitse ingenieur Paul Gottlieb Nipkow (1860-1940). Via een draaiende schijf — de zogeheten Nipkow-schijf — wist hij bewegende beelden op een glasscherm te laten zien. Hij begon daar al in 1883 mee te experimenteren en vroeg op 6 januari 1984 officieel patent op zijn vinding aan. Maar het werkte allemaal nog niet dermate goed dat zijn apparaat "geschikt" werd bevonden en om die reden werd het patent op de uitvinding geweigerd. Op 15 januari 1885 kreeg hij echter van het Reichspatentamt, met terugwerkende kracht, het octrooi op zijn schijf. Al snel werd er overal in de wereld druk geëxperimenteerd met het principe. Zo rond het eind van de jaren twintig van de vorige eeuw begon dat vruchten af te werpen. In Engeland gaf John Logie Baird in 1925 zijn eerste publieke demonstratie van een werkend apparaat, maar het zou nog even duren voordat zijn bedrijf met reguliere uitzendingen startte. In Duitsland kreeg de Hongaarse ingenieur Ungar Dénes von Mihály steun van de Deutsche Reichspost voor zijn experimenten. In 1929 werd in Berlijn begonnen met regelmatige experimentele televisieuitzendingen via de zender Berlin-Witzleben en zo kon dat jaar in de geschiedenisboeken worden bijgeschreven als het jaar waarin in Duitsland de allereerste draadloze beeldtransmissie werd gerealiseerd.

4 Een zwarte bladzij. Tijdens de achtste, grote Deutschen Funkaustellung, die van 21 tot en met 30 augustus 1931 in Berlijn werd gehouden, toonde de firma Radio A.G.D.S. Loewe een televisietoestel. Via de zogenaamde "Braunschen Röhre" werden twintig beelden per seconde overgebracht. Het apparaat was gebouwd rond een kathodestraalbuis, met elektro-magnetisch gestuurde beeldlijnen. Dit resulteerde in scherpere en helderdere beelden dan die van van de Nipkow-schijf. Deze methode wordt heden ten dage in principe nog steeds gehanteerd bij de productie van televisieapparaten. Op 22 maart 1935 werd de eerste officiële programmering in de wereld, in Duitsland dus, een feit. De officiële opening geschiedde door de toenmalige directeur van de Rijkszender, Eugen Hahamovsky van de Televisie Programma Dienst. Trots meldde men dat het de eerste officiële organisatie ter wereld was met regelmatige programma's. Tijdens de Olympische Spelen volgden, volgens de overlevering, meer dan 150 duizend toeschouwers de gedeeltelijke verslaggeving van de Olympische Spelen te Berlijn. De bevolking kon de programma's volgen in zogeheten "Fernsehstuben". Een apparaat aanschaffen was er niet bij, want een ontvangtoestel kostte op dat moment maar liefst 1.800 Reichsmark. Die datum werd, eind 2002, overigens nergens in de media in Duitsland meegenomen in de geschiedschrijving van vijftig jaar Duitse televisie. Vreemd is dat niet, want de televisie stond in die jaren in het teken van de Nazi-propaganda — een zwarte bladzijde in de Duitse geschiedenis, die men tegenwoordig klaarblijkelijk liever snel wil overslaan.
5 Zo ging het Duitse weerbericht in de jaren vijftig de ether in

Alleen voor de politieke leiders. Na de oorlog werden ook in Oost-Duitsland op kleine schaal weer geëxperimenteerd met de mogelijkheid tot overbrenging van beeld en geluid op afstand. Op 21 december 1952 ging trouwens het programma van de Fernsehn Sender Berlin in de ether in Berlin-Adlershof. Maar ook deze dag haalde het niet als de officiële startdatum van de Duitse televisiegeschiedenis. Dat is ook wel terecht, want geen enkele inwoner van Berlijn kon thuis naar het programma kijken. De televisieontvangers stonden slechts opgesteld in de kantoren van de politieke leiders. Derhalve wordt 3 januari 1956, destijds de tachtigste verjaardag van de President van de DDR, Wilhelm Pieck, in sommige geschiedenisboeken aangegeven als de officiële startdatum van de televisie in de voormalige DDR. Maar toch ging daar ook nog het één en ander aan vooraf. In 1953 kon men van enig succes melding maken door te stellen dat er spoedig op langere afstand zou worden getest. In januari 1954 lukte het om op de uitkijktoren op de Cyriaburg in het Oost-Duitse Erfurt signalen te ontvangen die werden uitgezonden via de televisiezender in Leipzig. Een afstand van minimaal 100 kilometer was daarmee overschreden. Wel schreven de kranten destijds over wisselende ontvangst maar de eerste naoorlogse twijfels over de eventuele successen van televisietransmissie in de DDR konden naar het verleden worden geplaatst. Spoedig konden er verwachtingen worden gedaan toen de regering gelden had toegezegd voor het mogen bouwen van televisietorens zodat het signaal trapsgewijs in geheel de DDR kon worden uitgezonden via de te bouwen torens.

6 Hoe ging het verder na 1952? Er zijn kortom heel wat datums te noemen van voor 1952 die in aanmerking komen als beginpunt van de Duitse televisie. Maar, geneoeg darover. Hoe ging het na die tijd? We keren even terug naar West-Duitsland. Om het runnen van het televisiebedrijf te kunnen financieren werd er vanaf 1953 een omroepbijdrage ingevoerd waarbij men een jaarlijks bedrag van vijf Mark aan de staat diende te betalen. In 1954 startte het gemeenschappelijke Deutsche Fernsehen — "Das Erste" — van de ARD en vanaf die tijd was er ook sprake van de eerste regionaal gerichte programma's. Wel diende men zich in die tijd nog vooraf te beslissen of er die avond regionaal dan wel landelijk gekeken zou worden. Wilde men omschakelen tijdens de avond dat kwam de nog slechte techniek om de hoek kijken. Een wachtperiode van minimaal twintig minuten was regel. De aankoopprijs van een televisie lag in 1955 rond de 1.200 gulden, voor een gemiddeld gezin toch al snel het loon van drie maanden. Het beeldscherm van de aangekochte exemplaren was in die dagen niet groter dan 20 bij 22 centimeter doorsnee en dan hebben we het over de toestellen die in het voormalige West-Duitsland te koop waren. In Oost-Duitsland was er een ander toestel te koop, uiteraard onder staatstoezicht gemaakt. Het ging daarbij om de S.A.G. Sachsen Werk in Radeborg geproduceerde toestel "Leningrad T2". De naam geeft het al aan, een in licentie gebouwd toestel, dat zijn oorsprong had in de voormalige Sovjet Unie. In 1957 kwam er een tweede televisietoestel op de markt. Het ging daarbij om de "Stassfurt Fernseher", die door de staat in massaproductie werd vervaardigd. Een dergelijk toestel kostte in 1957 rond de 1.500 Mark en vormde dus zeker nog lang niet voor elk huisgezin een toegankelijk gebruiksmiddel. Ondanks de hoge prijs bleef het aantal geregistreerde televisietoestellen echter stijgen.
7 Het openingsscherm van de Krimi Tatort

Ruimte voor amusement. Als doel van de televisie zag men in het voormalige West-Duitsland in eerste instantie dat van kennisoverdracht in plaats van verstrooiing. Voor deze laatste vorm van televisie, het amusement, werd in de beginperiode dan ook weinig ruimte vrijgemaakt. Al vrij snel kreeg men door, dat deze keuze een foute was, aangezien de kijker de interesse in het kijken al vrij snel verloor. Mede vanwege klachten vanuit de industrie dat er steeds minder toestellen werden verkocht, moest de programmaleiding wel besluiten om over te gaan tot meer amuserende programma's. Op dat gebied bouwde de Duitse televisie snel een reputatie op. In 1957 werd een quizz-programma ingevoerd dat onder de noemer "Was Bin Ich" de deelnemers liet raden welk beroep er door iemand werd uitgeoefend. Dat jaar werd er trouwens al vijf uren per avond uitgezonden in West-Duitsland. Later kwamen de grootschalige show-programma's, die voor een zaal vol publiek werden gepresenteerd door populaire presentatoren. We komen daar nog op terug.

8 Dramatische reclamespots. In West-Duitsland dacht men ook al aan andere zaken en was er een jaar eerder, in 1956, al de gelegenheid de allereerste commercial te zien op de televisie. Dit gebeurde via de publieke omroep, waar de financiering van de programma's stapsgewijs werd ingevoerd. In het jaar 1956 waren het Liski Konstadtk en Beppo Brem die het beeldscherm als eerste commercieel vulden om via de BF, de Bayerische Rundfunk, de kijkers het voordeel van het gebruik van het wasmiddel Persil te mogen aanprijzen. Over de eerste reclamespots, die er werden uitgezonden, kan verder worden gemeld dat de duur van een reclameblok rond de zes minuten lag en dat de duur van de individuele spots tot maximaal twee minuten opliep, waarbij veel drama in de verhaallijn werd neergezet. Op 23 juli 1962 kon de kijker in West-Duitsland via de kanalen van de ARD voor het eerst een live-uitzending zien vanuit Amerika met onder meer een persconferentie van president John F. Kennedy en een partijtje baseball. Uiteraard via de fameuze nieuwssatelliet "Telstar". Een jaar later werd de invoering van het tweede net, de ZDF, een feit.
9 De Fernsehturm op de Alexanderplatz in Berlijn werd door de DDR in 1964 als prestige-object voorgenomen en op 3 oktober 1969 in gebruik genomen

Het zwarte kanaal. Ook in de geschiedenis van de Oost-Duitse televisie zijn opmerkelijke hoogte- en dieptepunten te melden. In 1960 werd in Oost-Duitsland het gegeven gevierd dat de miljoenste kijker was aangemeld. Het toenmalige "Ostfernsehen" was meer een massabeïnvloeder en spreekbuis van de Communistische Partij. Zo werd in maart 1960 het programma "Der Schwarze Kanal" geïntroduceerd. Een zeer omstreden politiek programma van Karl Eduard von Schnitzler. Bijna dertig jaar, tot de omwenteling in 1989, heeft de DDR Fernsehen dit programma uitgezonden. Van het totale aantal van maar liefst 1.519 uitzendingen zijn de teksten — meer dan 62 duizend pagina's — op papier bewaard gebleven en digitaal ondergebracht in het Deutsche Rundfunk Archiv in Potsdam-Babelsberg. Van ruim vierhonderd uitzendingen is het geluid dan wel beeld en geluid bewaard gebleven. De in de volksmond "Sudel-Ede" genoemde Von Schnitzler, toonde zich in zijn programma's duidelijk een grote steun voor het bewind in het land. Von Schnitzler was van adellijke afkomst en oorspronkelijk West-Duitser. Hij was naar Oost-Duitsland verhuisd vanwege zijn anti-imperialistische en communistische overtuiging en dat was in zijn programma ook te merken. Op 21 maart 1960 vond de uitzending plaats van het eerste programma van "Der Schwarze Kanal". Het programma probeerde een tegenwicht te bieden voor de informatie die vanuit het Westen bij de Oost-Duitse bevolking binnenkwam. Veel inwoners van de DDR keken namelijk stiekem naar de West-Duitse televisie. Uitzondering waren hier de gezinnen waarvan personen werkzaam waren bij de overheid of binnen het leger. Daar was het "kijken naar de west" echt taboe. Als men daarop werd betrapt, kon dit tot enorme problemen leiden. Voor de overige Oost-Duitsers probeerde "Der Schwarze Kanal" aan te tonen hoe slecht het West-Duitse kapitalisme wel niet in elkaar zat. Daarbij werd handig gebruik gemaakt van beelden, die door de ARD en ZDF in hun nieuwsrubrieken waren uitgezonden. De beelden werden gemonteerd en voorzien van ideologisch getint commentaar.

10 Das ZDF-Magazin. Op die manier probeerde Von Schnitzler de beelden van het West-Duitse 'Wirtschafftswunder" te ondermijnen en op een indirecte manier duidelijk te maken hoe goed het men in Oost-Duitsland wel niet had. Mensen verbonden aan de partij in Oost-Duitsland en in overheidsdienst werkzaam, waren wel genoodzaakt naar het programma te kijken daar er tijdens partijbijeenkomsten en op de werkplek over de inhoud van het programma telkens weer werd gediscussieerd en er wel over mee moest kunnen worden gepraat. West-Duitsland van zijn kant liet zich overigens ook niet onbetuigd. Gerhard Löwenthal was de West-Duitse tegenhanger van Von Schnitzler. Wekelijks bracht hij in zijn nieuwsprogramma "Das ZDF-Magazin" beelden die het tegendeel lieten zien, ondersteund met propagandistische teksten ten gunste van het "vrije westen". In de eerste twee decennia van dit programma werd alles vanzelfsprekend nog in zwart-wit techniek uitgezonden. Toch was het programma-aanbod divers te noemen. Naast televisie- en bioscoopfilms was er volop ruimte voor informatieve en amusementsprogramma's. Bovenaan de populariteitsladder stonden echter de vele verslaggevingen van de diverse sportprogramma's en het immens populaire kinderprogramma "Sandmänchen". Op 31 maart 1963 werd door de ARD haar tweede programma opgestart, terwijl de ZDF de 1ste april 1964 hiervoor had uitgekozen. De ARD had er inmiddels wel voor gekozen het amusementsgehalte te verhogen, mede vanwege de concurrentie met de ZDF. Dat leidde onder meer tot de immens populaire grootschalige show- en quizz-programma's, zoals "Der Goldene Schuss", waarvoor iedereen thuis bleef. Ook in de Nederlandse grensstreken trokken deze "Strassenfeger" veel kijkers van de Nederlandse televisieomroepen weg.
11 Gerhard Löwenthal presenteert het "ZDF Magazin"

Programma's in kleur. De introductie van kleurentelevisie vond in West-Duitsland in 1967 plaats. Het eerste programma in deze vorm werd door de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Willy Brand in Berlijn geactiveerd tijdens de Berliner Funkschau. Twee jaar later konden ook de Oost-Duitsers "live" de beelden zien van de eerste mens op de maan. Uiteraard was men ook in de DDR genoodzaakt, indien men de landing wenste te zien, daarvoor in de nachtelijke uren naar de televisie te kijken. Een paar maanden later, op 3 oktober 1969, werd de kleurentransmissie geïntroduceerd in het voormalige Oost-Duitsland. Voor de kleurentechniek hadden de Oost-Duitsers gekozen voor de in Frankrijk ontwikkelde SECAM-techniek. Het besluit van de regering om voor dit systeem te kiezen, had tot gevolg dat de Oost-Duitse inwoners die in kleur wilden kijken, verplicht werden over te gaan tot de aanschaf van een "Color 20" toestel, destijds de eerste kleurentelevisie die volledig getransistoriseerd was. Deze toestellen waren verschrikkelijk duur — ze kostten maar liefst 6.300 Mark per stuk — en derhalve kwam de invoering slechts stapsgewijs op gang. Ook diende zich in de DDR een enorme zwarthandel aan in PAL-decoders, daar de bevolking ook graag de kleurenuitzendingen van de West-Duitse televisie wenste te volgen. Pas tegen het einde van de jaren zeventig van de vorige eeuw zouden er in Oost-Duitsland toestellen op de markt komen die zowel voor SECAM- als PAL-ontvangst geschikt waren. In de DDR liet de invoering van een tweede televisienet op zich wachten.

12 De komst van de kabel. Zo tegen het eind van de jaren zestig was de televisie een echt massaproduct geworden. Dat was ook te merken aan het programma-aanbod. Fameuze Krimi's als "Tatort" waarvan de eerste aflevering "Taxi nach Leipzig" op 29 november 1970 door de NDR werd uitgezonden. Het is daarmee de oudste en langslopende "Krimi" van de Duitse televisie. Vermeldenswaard is ook de serie "Polizeiruf 110" die voor het eerst op 27 juni 1971 op de Oost-Duitse televisie te zien was en ook in West-Duitsland een schare trouwe kijkers aan zich wist te binden. Na dertig jaar loopt deze serie nog steeds. Ze maakten van de "Krimi's" het handelsmerk van de Duitse televisie met "Derrick", dat op 20 oktober 1974 zijn premiere beleefde, als hoogtepunt. De inwoners van Duitsland konden toen dus kiezen tussen meerdere netten en dat betkende ook de introductie van het zappen en daarmee, aan het eind van de jaren zeventig, de afstandsbediening. Rond die tijd werden ook de eerste experimenten met Videotext, de voorganger van Tele Text, uitgevoerd. In 1979 werden de plannen bekend gemaakt voor het opstarten van grote kabelexperimenten die voor de verspreiding van veel meer signalen moesten zorgdragen dan de ontvangst van de signalen via de ouderwetse televisieantenne. Daarmee was ook een begin gemaakt met het laten verdwijnen van de enorme antennewouden op de daken in Duitsland. Op 1 januari 1984 was het eerste volwassen kabelproject een feit in Lüdwigshavn. Een jaar later, in 1985, begon het eerst niet publieke — en dus commerciële — televisiestation zijn programmering. RTL Plus zag toen het levenslicht. In 1986 zou het tweede station, SAT 1, volgen. Betaaltelevisie maakte in 1986 haar entree met als eerste stad Hannover, terwijl in 1991 deze vorm van televisie ook haar intrede zou doen in de bondsstaten van het voormalige Oost-Duitsland. Nadat de muur tussen Oost- en West-Duitland in het najaar van 1989 was gevallen, werd het vanaf 15 december 1990 mogelijk dat de voormalige Oost-Duitsers het programma van het eerste West-Duitse televisie net via samenwerkingsverband ook deels via hun eigen televisiestation konden zien. Omgekeerd gebeurde dit echter ook. Dan was mmakte natuurlijk in de jaren negentig de televisie-industrie ook de stap naar de digitalisering en het zal niet lang meer duren voordat overal in Duitsland de transmissie van digitale signalen de analoge overzet zal hebben vervangen.
13 Rudi Carell in 2002

Het afscheid van Rudi Carell. Hoe kort ook, een geschiedenis van de Duitse televisie is niet compleet zonder enkele Nederlandse namen. De eerste is natuurlijk die van Lou van Burg — het alter ego van Louis van Weerdenburg. Deze Haagse zanger brak in 1964 alle records op de Duitse televisie met het al eerder genoemde quizz-programma "Der Goldene Schuss". De tweede naam is die van Rudi Carell, die in Duitsland furore maakte met programma's als "Am Laufenden Band" en "Rudi's Lach-Parade". De 67-jarige Carell deed zijn eerste stappen binnen de Nederlandse televisie wereld in 1957 om, na zijn succesvolle show met Ester Ofarim, dat een Zilveren Roos won in Montreux in 1963, over te stappen naar de Duitse televisie. Vervolgens was hij daar bijna veertig jaar zeer succesvol als presentator, quizz-master, producer, regisseur en veelgevraagde gast in praatprogramma's. Een opmerkelijk feit in dit verband is, dat Carell enkele dagen voordat het vijftigjarig bestaan van de televisie in Duitsland werd gevierd, afscheid nam van zijn altijd trouwe televisiepubliek. Daarmee is voor de Duitse televisie in feite een tijdperk afgesloten. Even vermeldenswaard is, dat op de dag van het officiële vijftigjarig jubileum bekend werd gemaakt, dat een van de belangrijkste Duitse fabrikanten van televisies met haar productie is gestopt. Grundig sloot op 1 januari 2003 haar fabriek in Wenen, nadat de toegangspoort tot de fabriek in Nürnberg al eerder was gesloten.

   
Previous
  Over de manier waarop de Nazi's gebruik maakten van de televisie om hun ideeën te verspreiden, is meer te lezen in het artikel van William Uricchio (1999), "Envisioning the audience. Perceptions of early German television's audiences, 1935-1944." In: E-View, 1999, 1. Beeldmateriaal over deze periode is te vinden in het archief van het VPRO-programma "Andere Tijden", dat op op zondag 19 maart 2000 het item Nazi TV uitzond. Een fraai historisch overzicht van de programma's die op Duitse televisie te zien waren is, compleet met de nodige clips, te vinden op de speciale web-site van de ARD: 50 Jahren Fernsehen.
  2003 © Soundscapes