Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 5
januari 2003

Eindeloze hits

 





  Bespreking van:
  • Ben Fong-Torres, The hits just keep on coming. The history of top-40 radio. San Francisco: Backbeat Books / Gavin, 2000 (ISBN 0-87930-664-5).
door Hans Knot
Previous
  De opkomst van de popmuziek is nauw verbonden met die van het topveertig-formaat op de radio. Amerikaanse deejays gaven hiervoor in de jaren veertig en vijftig de eerste aanzet. Hun voorbeeld werd later gevolgd door de deejays van de Nederlandstalige zeezenders, die daarmee de popradio in Nederland introduceerden. Ben Fong-Torres schreef een boek over deze vorm van radiomaken en de mensen die daar toe bij droegen. Hans Knot las het kritisch door en schreef voor ons deze bespreking.
 
1 Vraag eens aan iemand van de babyboom-generatie of hij of zij nog naar de radio luistert. Het antwoord zal ongetwijfeld positief uitvallen. Maar even zeker zal blijken dat de hoeveelheid uren die aan het beluisteren van de radio wordt besteed, sterk is teruggelopen. In vergelijking met de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw is de tijd die de gemiddelde Nederlander met de radio doorbrengt, immers flink gedaald. Voor een speciale categorie geldt dat evenwel niet of nauwelijks. De uitzondering op de regel vormen de echte radioliefhebbers. Voor deze groep ligt de frequentie van het luisteren nog steeds hoog. Bovendien grijpt men in deze kringen nog regelmatig terug op eigen bandopnamen van vroeger, waarvan het bezit wordt gekoesterd. Ze — doorgaans zijn het mannen; vreemd genoeg vinden we hier maar zeer weinig vrouwen — luisteren daar nog vaak naar, en niet alleen om de muziek van toen nog eens te horen. Wat hen trekt, zijn ook de stemmen van de deejays: de stijl van presenteren die past bij het formaat van de topveertig-radio.
2 Die vijftig-plussers die al vele decennia van "radio" hun hobby hebben gemaakt, koesteren dan ook vaak hun eigen favoriete "voorbeeld" waar het gaat om de deejays. Desgevraagd zal het merendeel zonder enige twijfel namen noemen als die van Alan Freed, Casey Kasem, Real Don Steele, Murray the K, of Robert "W" Morgan — tenminste als ze ook de Amerikaanse radio hebben gevolgd. Anders maakten ze er indirect kennis mee. De top-deejays in het Nederland van toen, waarvan sommigen nog steeds binnen de Nederlandse radio actief zijn, leerden namelijk veel van hun Amerikaanse collega's. Velen gingen meer dan eens, zoals dat heette, op zakenreis naar de Verenigde Staten om daar de radio-industrie te verkennen. Dan werden er de nodige bezoeken afgelegd aan de toonaangevende radiostations. Vaak zaten de Nederlanders echter ook gewoon op hun hotelkamer te luisteren naar hun grote voorbeelden — natuurlijk met de bandrecorder ingeschakeld. Een van de betreffende deejays bood mij een paar jaar geleden voor mijn archief nog het resultaat aan van jarenlang "heen en weer naar de VS reizen en verblijven." Een mooier overzicht van twee decennia Amerikaanse radio kun je van je leven niet krijgen: een halfvolle bananendoos vol tapes. Het tekent het belang van de Amerikaanse radio als model — met top-veertig muziek gepresenteerd door een deejay — voor de ontwikkeling van de Nederlandse omroep. Over dat onderwerp is onlangs een interessant boek uitgekomen van de hand van Ben Fong-Torres.
3 Van de Amerikaanse topveertig-deejays is vooral Alan Freed bekend geworden. De man wordt vaak de godfather van de deejays genoemd, omdat hij het voorbeeld zou zijn geweest voor velen. Voor mij geldt dat in ieder geval niet. Al jaren zit er in mijn archief een variatie aan deejays, allemaal met zorg opgeborgen in van die kleine doosjes. De betreffende cassettes worden veelvuldig gedraaid. Maar als Freed weer eens op de luidsprekers langs komt, hou ik het doorgaans niet veel langer uit dan een half uur. Zijn stem klinkt te monotoon en bovendien hoor je steeds dezelfde opmerkingen veel te vaak terugkeren. Irritant is met name dat hij daarmee probeerde om vooral zichzelf bij de luisteraars populair te maken. Natuurlijk is Freed de man die de rock-'n-roll muziek op de radio durfde te laten horen, waardoor ook andere collega's met deze muzieksoort aan de slag gingen. Freed slaagde overigens met glans in zijn pogingen om naamsbekendheid te krijgen. Hij schoot als een komeet omhoog, veroverde de ene naar de andere radiomarkt, ontdekte artiesten, zorgde ervoor dat songs op zijn naam kwamen te staan als tekstschrijver en verbond die vaak als achterkant van een hit-single, zodat zijn portemonnee alsmaar dikker werd. Het was een vorm van bijverdienste die in de jaren zestig in Nederland ook meer dan eens werd toegepast. Niks op tegen natuurlijk, als je de mogelijkheid hebt. Maar er zijn wel grenzen als je betrouwbaarheid voor de luisteraar in het geding komt. De komeet van Freed stortte dan ook weer naar beneden in het zogeheten payola-schandaal. De man kwam toen negatief in de publiciteit wegens het aannemen van grote geldbedragen voor het draaien van muziek in zijn radio- en televisieprogramma's. Het betekende het einde van een lange loopbaan, waarin Freed niet alleen de luisteraars wist te bereiken via de radio en de televisie, maar ook via de tournees van The Alan Freed Show langs de vele podia van de Amerikaanse theaters.
4 Ben Fong-Torres naast Gary Owens in 1960

Behalve Freed waren er echter veel meer belangrijke deejays, die hun steentje hebben bijgedragen aan The history of top 40 radio, zoals de ondertitel luidt van het boek The hits just keep on coming. Het boek is geschreven door Ben Fong-Torres, die inmiddels al een lange loopbaan achter de rug heeft als journalist. Zo was hij onder meer news editor voor het fameuze popblad Rolling Stone en schreef hij voor tal van vakbladen. Het meest recentelijk was hij actief in San Francisco als managing editor van het tijdschrift Gavin. Fong-Torres behoort zelf duidelijk tot de categorie van de liefhebbers van popradio van het eerste uur. Het is mooi om te zien, dat hij op het vlak van deejays ook zijn eigen idool had. Op een van de foto's in het boek, valt hij namelijk te bewonderen als een kleine jongen die verlegen maar trots naast Gary Owens staat. De foto stamt uit 1960 en zelf omschrijft hij zich als een groupie. Fong-Torres maakt ook duidelijk dat de king of the old moondoggers, zoals Alan Freed zichzelf ook wel betitelde, zeker niet de allereerste deejay op de Amerikaanse radio was. Daarvoor moeten we naar WNEW in New York, waar Martin Block in het programma "Make Believe Ballroom" in de pauze, toen er eens geen live-optreden was, platen begon te draaien en aan te kondigen. Het bleek het luisterpubliek, getuige de reacties, goed te bevallen en het idee sprong al snel over naar andere stations. Het concept stamt echter niet van Martin Block zelf, maar werd geïntroduceerd door Al Jarvis. In zijn boek verhaalt Fong-Torres verder over tal van belangrijke deejays uit de Amerikaanse geschiedenis van de topveertig-radio: van "Huntin with Hunter" (Hunter Hancock), via "Jumpin' with George" en "The Daddy-O's" tot "Scannon gets down to you" (Scott Shannon).

5 In het boek passeren daarbij vele leuke anekdotes de revue. Uiteraard dien je dergelijke verhalen altijd met een korreltje zout te nemen, aangezien ze vaak door overdracht naar overdracht naar de schrijver zijn toegekomen. Toch geven ze het geheel een duidelijke kleur en laten ze zien hoe het er binnen de echte topveertig-radio van toen aan toeging. Verder vergeet Fong-Torres gelukkig niet om dieper in te gaan op de vraag hoe de diverse formats zijn ontstaan. Hij zet daarbij soms meerdere zogenaamde oorsprongsverhalen naast elkaar. Dat moet ook wel, want op veel punten valt de waarheid gewoon niet meer te achterhalen. Het idee ligt voor de hand: "Zet veertig platen op een rijtje, draai ze zoveel mogelijk en dan komt het financieel en qua luistercijfers allemaal wel goed." Maar wie daar nu precies mee is gekomen, blijft in nevelen gehuld. In het boek van Feng-Torres lees je er van alles over, maar vind je uiteindelijk ook niet het definitieve antwoord. De claims blijven namelijk bij meerdere personen liggen. We houden het maar bij de namen van Todd Storz en Gordon McLendon. Ook de gewoonte van deejays om zich te tooien met fraaie bijnamen komt uitgebreid aan de orde. De deejays, zo blijkt, probeerden elkaar daarbij telkens weer het gras voor de voeten weg te maaien. Iemand die zich wilde presenteren als een belangrijke figuur in het leven van de jongere luisteraar, voorzag zichzelf al snel van de bijnaam "Big Daddy O". Andere deejays die er prat op gingen met artiesten op stap te mogen, kregen een aanval van hoogmoedswaanzin. Toen de Beatles, op de top van hun succes, op tournee gingen door Amerika, was er al snel een aantal deejays die on air claimden "The Fifth Beatle" te zijn.
6 Eerder al viel de naam van Gordon McLendon, een van de twee mannen die worden genoemd als de ontdeekkers van de topveertig-radio. McLendon heeft echter veel meer betekent voor het medium radio. Gelukkig gaat daar Fong-Torres in zijn boek dieper op in. Want wees nu eerlijk, is het niet leuk om te weten dat McLendon ook de man was achter het formaat van beautiful music en niet alleen KLIF in Dallas en KHJ in Los Angeles maar ook vele andere stations tot een groot succes maakte? Hij trok, zo blijkt, zelfs naar Europa om daar zijn ideeën over te brengen aan de directie van Radio Nord, het station dat vanaf een zendschip voor de Zweedse kust zijn radio format tot een succes wist te maken. En gelukkig wordt ook niet voorbij gegaan aan het fenomeen Boss Radio. Mooiere radio heb ik zelf nooit meer gehoord. De snelheid die in dat formaat zat is onovertroffen. Zelfs het nieuws en het weerbericht werden in dezelfde stijl, met veel echo, gebracht. Het formaat werd destijds door de leiding van Swinging Radio England mee naar Europa genomen en vanaf het zendschip de MV Laissez Faire de Europese ether in gejaagd. Dat gebeurde in 1966 en voor Europa bleek dat helaas nog veel te vroeg. Binnen een jaar kwam er een einde aan het kiene idee van "Boss England".
7 Fong-Torres heeft nog meer pijlen op zijn boog. Zo gaat hij dieper in op "The Good Guys", "Fun Power Radio", "Your Color Radio" en "The Super Summer Survey", allemaal onderwerpen die direct te maken hebben met het fenomeen van de topveertig-radio. Ook de persoon van de "belegen" Casey Kasem krijgt de nodige aandacht. Kasem staat algemeen bekend als de deejay die op de meeste radiostations ter wereld werd en wordt gehoord middels zijn syndicate programma. Vroeger werd het al shipping verspreid op LP's, daarna op cd's en tegenwoordig gaat het natuurlijk natuurlijk via satellietsignalen en internetverbindingen. Maar Kasem is niet alleen de man van de verhaaltjes die betrekking hebben op de artiesten in "The American Top 40". Zijn achtergrond gaat, zoals Fong-Torres in zijn boek op heldere wijze duidelijk maakt, veel verder terug. Al met al vormt het schrijfwerk van Fong-Torres om die reden een prachtige boek. Toch valt er ook wel het een en ander op aan te merken. Er staat zelfs een hoofdstuk in, dat meteen de inhoud van het gehele boek ongeloofwaardig dreigt te maken.
8 Het betreffende hoofdstuk draagt de titel "British radio: sink the pirates" en begint zoals het zou moeten beginnen. Namelijk met het verhaal van de gespannen verhouding tussen de Britse platenindustrie en de BBC. Het bleek niet goed mogelijk om de nieuwe muziek, waar jongeren om vroegen, op de staatsomroep te laten horen. Wel was er het alternatief van Radio Luxembourg en daar maakten de platenmaatschappijen ook gretig gebruik van. Fong-Torres weet zelfs te vertellen dat er hier, in tegenstelling tot de Amerikaanse radiowereld, openlijk aan payola werd gedaan. Complete kwartieren en halve uren zendtijd werden door de platenmaatschappijen opgekocht om hun nieuwe releases op de radio te krijgen. Dat schiep een mogelijke financiële basis voor de introductie van Britse zeezenders. In die categorie was Radio Caroline ongetwijfeld het station bij uitstek. Fong-Torres wijdt aan Radio Caroline echter slechts een korte introcerende passage en benoemt daarop Radio London tot het meest succesvolle station met veruit de beste deejays. Jarenlang, zo betoogt hij, wisten die hun publiek te boeien. Hij memoreert daarbij aan de wijze waarop John Peel al die tijd zijn luisteraars via de 266 meter aan de radio kon kluisteren. Peel verwierf daarbij de bijnaam "the underground public adress system" vanwege de alternatieve muziek die hij in het programma "The Perfumed Garden" ten gehore bracht: psychedelische muziek vooral, die Peel had leren kennen in Californië waar hij lange tijd voor de lokale radio had gewerkt. Hier klopt al iets niet. De psychedelische muziek stamt niet uit de beginjaren van de zeezenders. Radio London kwam in de ether in december 1964 en vertrok weer op 14 augustus 1967 wegens de introductie van de Marine Offences Act. En, John Peel was ook niet al die tijd op het station te horen. Hij kwam pas in mei 1967 bij Radio London aan de bak. Oké, laten we het op een detail houden, een klein foutje. Zoals we zullen zien, kan het erger.
9 De zogenaamde Caroline-deejay Lawrence Diggs

Mijn twijfels aan de bronnen van Fong-Torres namen toe, toen ik zijn verhaal las over Radio Caroline. Daar laat de schrijver van het boek een deejay opdagen die mooie verhalen weet te vertellen over zijn verblijf aan boord van het zendschip van Radio Caroline in 1968, de tijd dat Radio Caroline de Britse wetgever al lang aan het treiteren was. Nee, het gaat niet om Roger Day of Johnnie Walker, en ook niet om Spangles Muldoon, Bud Bulloo, Robbie Dale of een van de andere Caroline-helden van weleer. In plaats daarvan komt Fong-Torres op de proppen met de volstrekt onbekende Lawrence Diggs. Tijdens diens verblijf in een commune in San Francisco, zo beweert deze man, hoorde hij over het fenomeen van de pirate radio. Voor die tijd had hij bij KFRC gewerkt en hij wist dat ze bij Radio Caroline het formaat van Bill Drake aan het dupliceren waren. Deze Diggs vertelt vervolgens, dat hij de eerste zwarte deejay op het station was, waarbij hij een stem opzette op de manier waarop Barry White zijn fans toezong — laid back dus. Hij voegt daar aan toe dat men daar bij Radio Caroline niet van gecharmeerd was, omdat ze liever up tempo radio wensten. Hij moest kortom meer schreeuwend over zien te komen in zijn programma. Wel, zie je het al voor je? Barry White in de hitlijsten van 1968? Diggs, die wel een hele dikke duim moet hebben gehad toen hij de auteur van het boek sprak, gaat nog een stapje verder. "We werden met rubberboten," zo vertelt hij, "vanuit Amsterdam naar het schip gebracht. We waren steeds voor zes weken aan boord en hadden niets anders te doen dan twee keer per dag een programma te presenteren. Voor de rest aten, dronken en sliepen we. Af en toe een boek en verder brachten we de tijd door met poolen."

10 Wel, ik zie het me al voor me, een poolbiljart in het vooronder van de MV Mi Amigo of in de messroom van de MV Fredericia. Maar het allermooiste droomverhaal van deze Diggs, dat Fong-Torres in zijn boek memoreert, betreft diens relaas dat praktisch iedere week een stuk of drie prostituees op kosten en met de groeten van de baas aan boord kwamen om de heren deejays eens flink te verwennen. Bovendien eindigt hij zijn succes-story met het gegeven dat hij na zes maanden wel genoeg had van Radio Caroline en weer aan de slag ging bij KFRC in San Francisco. Misschien dat Fong-Torres eens contact kan opnemen met de directie van KFRC met de vraag of uit hun archief blijkt dat Diggs daar ooit heeft gewerkt. Zes maanden in 1968 op Radio Caroline? Op 3 maart van dat jaar werden de Caroline-zenders door de schuldeiser Wijsmüller uit de lucht gehaald. Het station keerde — en toen vanaf de MV MEBO II — niet eerder dan in 1970 terug. Fong-Torres had beter moeten weten. Als je news editor bent geweest van een toonaangevend tijdschrift als de Rolling Stone, dan dien je toch te weten dat dergelijke verhalen altijd terdege gecheckt moeten worden.
11 Deze episode in het boek, brengt de lezer aan het twijfelen over de geloofwaardigheid van de andere hoofdstukken. Heeft Fong-Torres bij het schrijven daarvan zijn bronnen even slecht gecontroleerd en even goedgelovig over geschreven? Met die gedachte blijft de lezer zitten als het boek dichtgeslagen is. Maar goed, dat er bij de uitgave een gratis cd met daarop hoogtepunten van bekende Amerikaanse topveertig-deejays. Dat brengt de stemming er weer een beetje in. Op die cd zijn overigens geen fragmenten terug te vinden van de zich Caroline-deejay noemende Lawrence Diggs. The hits just keep on coming. The history of top 40 radio van Ben Fong-Torres is een uitgave van Backbeat Books in San Francisco, het vroegere Miller Freeman Books. Aan de uitgave is meegewerkt door Gavin, de maatschappij waar Fong-Torres op dit ogenblik voor werkt. Die maatschappij betitelt zichzelf als "the most trusted name in radio." Laten we het hopen. Het boek is te bestellen bij de boekhandel of, door de internet-gebruikers, via de web site van Ben Fong-Torres. De prijs van het boek komt dan uit op $27.95, maar daar komen vanzelfsprekend de verzendkosten nog bovenop.
   
Previous
   
12 Het geval Diggs. Kort na het verschijnen van deze bespreking, kwamen er van verschillende kanten reacties los op de bewering van Lawrence Diggs dat hij ooit voor Radio Caroline had gewerkt. De eerste is van Jonathan Myer, bekend van de Pirate Hall of Fame. Hij schrijft:
  "Yes, Lawrence Diggs, the man who claims to have been on Radio Caroline "for six months" in 1968 and is now known as "The Vinegar Man"! I asked Robbie Dale if he could remember employing a black DJ on Caroline South after the Marine Offences Act. Dale said he had vague memories of a DJ from an Amsterdam club coming out to the Mi Amigo on a trial basis. But, after one show, they realised he was not suitable and that was the end of his offshore career. Dale even couldn't remember the guy's name. I thought it might be Sebastian Jones who presented a one hour show on Caroline South and sounded like he might have been American. But I think that was in 1967 not 1968 so probably it wasn't Mr.Diggs. It's a mystery. It is also a shame that the chapter in Ben Fong-Torres's book is so full of mistakes that it makes one doubt the accuracy of the rest of the book."
13 De tweede reactie is van de hand van Mary Payne van de web site Radio London. Zij vermeldde de speurtocht van Jonathan Myer:
  "He has also been trying to solve the mystery of Diggs. He successfully tracked him down via the Internet to a site where Diggs currently imparts information on the subject of vinegar. The URL for Lawrence Diggs is The Vinegar Man. An e-mail enquiry by Jonathan Myer as to whether Diggs was the Fong-Torres interviewee who had "been a Caroline DJ" received a very evasive answer. Diggs said that, yes, he was the interviewee and he had been on Radio Caroline, but he claimed it had all happened so long ago that he couldn't remember anything about his stint on the ship."
14 Ook zelf verrichtte Mary Payne het nodige speurwerk. Daarover zegt ze:
  "I was interested to read your comments about the Ben Fong-Torres book and its appalling chapter on the subject of offshore radio. I agree that the rest of the book is fascinating, but it is very badly let down by this badly-researched chapter. Ever since I read this chapter, about three years ago, I have been trying to get to the bottom of the mystery of the identity of Lawrence Diggs. How could an experienced journalist like Ben Fong-Torres ever have been taken in by Diggs? There is absolutely nothing about that interview with him that rings true. The author has used the cover of the Caroline 30th anniversary souvenir booklet — depicting the Ross Revenge — to illustrate his story, but doesn't appear to have checked inside it. The booklet contains a very comprehensive list of "Those Who Have Served" on Radio Caroline — and Mr Diggs's name is noticeably absent. Not surprisingly, nobody who was genuinely aboard the Mi Amigo in 1968 can recall the man at all. Diggs admits he actually had no US radio experience, but was interviewed in the Amsterdam office and bragged his way onto the ship by way of being an American citizen."
  "He reckoned he joined the staff in 1968 and worked as a DJ for the station for six months. Well, we all know that isn't possible, as the station did not exist for as long as six months in 1968. Had this guy been on Caroline for that long, he would have had to have joined the station in 1967. In the Fong-Torres interview, Diggs says nothing that confirms he genuinely broadcast from the Mi Amigo, or indeed was ever aboard the ship at all. Everything he says, he could have found out or fabricated without ever visiting the vessel. There's no reference to what name he broadcast under, which time-slot he filled, the names of the other people he worked with, what living conditions were like, etcetera. There is no mention whatsoever of the station's untimely demise when the tugs arrived and towed the ship away. All the guy seems to "recall" is that prostitutes were ferried out to the ship from Amsterdam on a regular basis, although he assures us he didn't avail himself of their services! I thought getting food and water supplies out to the ship was a big enough problem, let alone loose women."
15 Over deze kwestie nam Mary Payne verder nog contact op met Bud Bullou die in die tijd op de MV Mi Amigo zat. Diens eerste reactie geeft zij als volgt weer:
  "Lawrence Diggs? Never heard of him. And I had to laugh about the "prostitutes from Amsterdam" being brought to the Mi Amigo on a regular basis. No way! What a joke! The guy's a fraud."
  Bud Bullou, zo laat Mary Paine weten, deed ook nog het nodige om te achterhalen in hoeverre Diggs daadwerkelijk had gewerkt bij het Amerikaanse station KFRC. Daarover zei hij:
  "Just got a reply from my friend Ron at KFRC. He says nobody currently at KFRC remembers a Lawrence Diggs. Ron also has most of the old KFRC surveys with pictures of the jocks on the cover but there's no Lawrence Diggs."
  Recentelijk troffen Bud Ballou, Roger Day en Johnnie Walker elkaar weer — voor het eerst sinds 1968. Mary Paine vroeg Bud Ballou om de kwestie onderling te bespreken. Wie weet, kon iemand van hen zich Diggs immers nog herinneren. Maar nee dus. Mary Payne voegde hier nog een laatste verzuchting aan toe:
  "If I'd thought of it in time, I would have asked Ronan O'Rahilly about Diggs when we met at the reunion. O'Rahilly proved to have an exceedingly sharp memory when it came to the people he'd hired. When he met Mick Luvzit for the first time in 35 years, he instantly recalled the obscure single that Mick recorded, and quoted the title, "Long Time Between Lovers" to him! I think it's high time Ben Fong-Torres salvaged his reputation and confronted Diggs about all his false claims. Then he should write a properly-researched item on the subject of offshore radio stations!"
   
Previous
  De foto's bij dit artikel zijn alle afkomstig uit het archief van Ben Fong-Torres
  2003 © Soundscapes