Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 5
april 2002

Het Noordzeegevoel

 





  Hans Hogendoorn en Pieter Damave blikken terug op hun tijd bij RNI
door Jelle Boonstra
Previous
  Op 2 maart 2002 organiseerden de Stichting Media Communicatie en het Freewave Media Magazine weer de jaarlijkse radiodag in Amsterdam. Voor de 24ste keer in successie kwamen er een paar honderd fervente aanhangers van het medium radio bijeen om gezamenlijk naar historische film- en videobeelden te kijken en natuurlijk ook om te luisteren naar de interviews met radiomakers uit heden en verleden. Ditmaal waren dat onder meer Hans Hogendoorn en Pieter Damave, die beiden hun serieuze radioloopbaan in de vroege jaren zeventig aanvingen bij de zeezender Radio Noordzee. Jelle Boonstra leidde het gesprek.
 
1 Jelle Boonstra en Hans Hogendoorn

Boonstra: Aan weerszijden van mij hebben nu Pieter Damave en Hans Hogendoorn plaatsgenomen. De laatste is beter bekend als dé stem van Nederland. Laat eens iets van je horen, Hans ...

Hogendoorn: ... Radio Noordzee Internationaal; buiten is het vijf graden en binnen hebben we de Radiodag 2002.

Hans Hogendoorn kondigt de Radiodag aan in de stijl van het radioprogramma "Met het oog op morgen"
  Boonstra: Een mooier opener kun je je niet wensen op een radiodag. Laten we ook de tweede persoon aan tafel even presenteren: Pieter Damave. Pieter, jij was destijds technicus bij Radio Noordzee aan land — hoe lang heb je dat eigenlijk volgehouden.
  Damave: Inderdaad, ik zat in Bussum en wel vanaf eind 1971 tot en met augustus 1974 ... [De geluidsinstallatie in de zaal begint lichtelijk rond te zingen] ... ik ga daar eerst even iets aan doen, hoor.
  Boonstra: Dat is voor hem niet om aan te horen; daaraan herken je de echte technicus — die wil het altijd beter hebben. Anders blijven de staande golven hangen, wat dat ook mag betekenen. En ik hoorde van iemand in de zaal ook dat het signaal niet parallel geschakeld was en in tegenfase stond — wat dat betekent weet ik ook niet, maar Pieter des te beter. En jij, Hans, zat niet aan land, zoals Pieter, maar aan boord van de MEBO II ...
  Hogendoorn: Ja, drie jaar lang: van april 1971 tot en met april 1974.
2 Boonstra: De afgelopen zomer vierde jij je vijfentwintigjarig radiojubileum bij de Wereldomroep. Ik was daar toevallig bij aanwezig en hoorde toen de toespraak van je baas. Daarin memoreerde hij ook de bomaanslag op de MEBO II van mei 1971 — jij viel daar als kersvers hulpje bij Radio Noordzee toen midden in — en hij zei daarbij dat het een traumatische ervaring was, die flink in je leven ingreep.
  Pieter Damave

Hogendoorn: Ik wist niet wat me overkwam, maar dat gold natuurlijk voor iedereen aan boord. Het gebeurde op 15 mei 1971 — ik was zo'n anderhalve maand in dienst. Ik begon als nieuwslezer aan boord en op die bewuste zaterdagavond zat de bemanning naar het voetbal op de televisie te kijken. De zee was prachtig rustig; een klein beetje mistig was het. Zo rond kwart over elf in de avond was ik aan bezig met het uitzoeken van platen voor mijn programma op de zondagochtend. Eén daarvan was een plaat van The Delphonics: "Didn't I Blow Your Mind This Time". Dat bleek een toepasselijke titel. Opeens klonk er een enorme knal, alsof de tender tegen het zendschip aanvoer. Maar, op zaterdagavond was er nooit een tender en iedereen was wel een beetje nieuwsgierig. Een van de Engelsen rende naar buiten en was nog sneller weer beneden met de mededeling dat het schip in brand stond. Hij had ook een rubberboot zien wegvaren. Vervolgens ga je dan roepen op de radio dat het wel noodzakelijk is dat er hulp moet komen. Je denkt dan dat er niemand luistert op zaterdagavond. En dan kan een half uur heel lang duren. Binnen een half uur kwam er echter al een vliegtuig van de Rijksluchtvaartdienst over, zo'n Electra, en dan weet je dat er geluisterd wordt. Achteraf hoorden we dat het telefoonverkeer ontzettend was toegenomen op die zaterdagavond. Iedereen belde elkaar en struikelde over elkaar heen om zo snel mogelijk hulp naar die boot te kunnen krijgen.

3 Boonstra: Kortom, jij was er zo een die de macht van het medium radio onderschatte ...
  Aandachtig publiek op de Radiodag 2002

Hogendoorn: Toen wel, ja, maar daarna niet meer. Ik kwam er snel achter wat een massamedium het was.

Boonstra: Van de dramatische radioberichten bestaan nog bandopnamen en iedere fan van de radiozenders heeft daar wel een exemplaar van in de kast. Maar, wat gebeurde er achter de schermen? Was je in de studio toen de rook zich begon te verspreiden en de situatie ernstig werd?

  Hogendoorn: We bleven inderdaad in de studio totdat de Volans, de blusboot van Rijkswaterstaat, langs kwam en we de kans kregen om over te stappen. Nog aan boord van de MEBO II vonden we het toch een benauwend idee, dat het vuur maar niet gedoofd werd. We wisten dat er een dag eerder, op de vrijdag, gasolie was getankt op de MEBO II. Brand met veertig ton verse olie aan boord was geen geruststellende gedachte. Als het vuur in de buurt van de tanks was gekomen, had het behoorlijk kunnen knallen. Volgens een groot deel van de aanwezigen was dat ook de bedoeling geweest van de duikers. Op schepen van hetzelfde type zat inderdaad een grote gastank op de plek waar de bom werd geplaatst. Op de MEBO II zat op die plek echter een watertank waardoor het brandje achter de bemanningsverblijven en het kombuis bleef. De brand was dus wel uitgebreid, maar heeft de olietanks nooit bereikt. Er werd een dinghy overboord gezet. Dat is een groot pakket met een touwtje. Als je daaraan trekt, gaan er een aantal zuurstofflessen open en komt er vervolgens een enorme schuit tevoorschijn. Toen dat ding eenmaal uit elkaar was en in het water was gegooid, was ik de eerste die er in sprong. Maar ik was ook de eerste die riep of men een emmer wilde geven omdat er allemaal water in stond. Een kwartier later kwam de Volans al langs en konden we daarop overstappen en koffie drinken.
  Boonstra: Hoe oud was je toen?
  Hogendoorn: Dat was in 1971 ... Ik was toen 22 jaar en dus een groentje.
4 Pieter Damave in 1973

Boonstra: Pieter, jij zat in diezelfde tijd in Bussum. Hoe hoorden jullie het nieuws?

Damave: Ik was toen nog niet bij Radio Noordzee. Ik kwam pas een half jaar later bij RNI. Maar iedereen was zich ervan bewust. Het had een tamelijk diepe indruk achtergelaten.

Boonstra: Nu gaat het rare gerucht, dat een cameraploeg van de NOS daar destijds veel te vroeg bij is geweest. Dat Harmen Siezen al een reportage stond te maken op het moment dat die eigenlijk nog niet mogelijk was, of hij moest vooraf zijn ingeseind.

  Hogendoorn: Geen idee, ik weet dat Pim Korver, die nog steeds allerlei reportages maakt over maritieme zaken, daar in de buurt is geweest. Die zal toen wel een scanner hebben aangehad, zoals hij dat nu ook nog steeds heeft. En dus zal hij wel snel naar het schip zijn gegaan. Ik geloof ook niet, dat iemand bij Veronica daar vroegtijdig van op de hoogte is geweest. Er is dus geen enkel argument voor een complottheorie. We kennen allemaal het verhaal ... dat is goed uitgespit en daar is dus echt niets meer van verborgen.
5 Boonstra: We spoelen de band even terug naar die bewuste 15 mei en het is middernacht — jullie zaten op de Volans en hoe ging het verder, gingen jullie naar wal?
  Hogendoorn: Er was verder niets aan de hand. We hadden voor de veiligheid de zenders uitgezet, nadat de blusboot langszij was gekomen. En toen om half drie alles weer onder de controle was en de brand was gedoofd, hebben we de zender weer aangezet om het thuisfront ook gerust te kunnen stellen. We hebben daarna nog een paar uurtjes slaap kunnen inhalen. Vervolgens heb ik mijn ochtendprogramma voorbereid en ik was als enige in de lucht om — hoe laat was het? — zeven uur in de ochtend.
  De MEBO II direct na de bomaanslag van 15 mei 1971

Boonstra: Was dat plichtsbesef of ging het niet anders.

Hogendoorn: Er waren in die tijd nog geen trauma-teams, gelukkig. We gingen gewoon weer zo snel mogelijk aan de slag.

Boonstra: Maar het lijkt me dat zo'n gebeurtenis er toch stevig inhakt. Het valt zo ver buiten het normale verwachtingspatroon ...

  Hogendoorn: Ik heb nooit nachtmerries gehad over branden, over zinkende schepen, maar de gebeurtenissen als geheel blijven je natuurlijk altijd bij. Het is een meer bepalende periode in mijn leven geweest dan mijn hele militaire dienst, vlak daarvoor.
6 Boonstra: Ik herinner me dat je ook aan boord zat toen de MEBO II in het najaar van 1971 van haar ankers en dus op drift sloeg. Nico Steenbergen deed je toen de groeten met de opmerking "dat het nog erger dan militaire dienst" was. Pieter, jouw start was minder dramatisch, naar ik aan mag nemen?
  Damave: Ik heb op een bepaald moment een brief gestuurd. Het leek me wel wat om bij RNI te werken. Ik kon direct langskomen en omdat technicus Juul Stevenhage vertrok kon ik ook direct in dienst treden.
  Boonstra: Had je enige ervaring van het maken van programma's als technicus?
  Damave: Ik was meer er een van het solderen ... ik was dus meer verantwoordelijk voor de technische infrastructuur van Radio Noordzee. Ik heb later in het nieuwe onderkomen dan ook de drie nieuwe studio's mogen bouwen. Vanaf de Frans Halslaan, een keurige villa in Hilversum, verhuisden we in 1972 naar de Oude Hofstede in Naarden.
  Aan boord van de MEBO II: de liefde voor een station ...

Boonstra: Hoe was het in die villa? In de verhalen over die tijd is er vaak sprake van apparatuur die nogal krakkemikkige was ...

Damave: Dat viel allemaal best mee. Wel werden de opnames gemaakt op de drive-in-installatie en dat leverde nog wel eens rare situaties op. Iemand was bijvoorbeeld nog niet klaar met zijn programma, maar de installatie moest wel de deur uit voor een optreden. Toen we eenmaal verhuisden was er geld genoeg om nieuwe apparatuur te kopen. Het mocht best wat kosten. We hadden Iemke Roos, iemand die handelde in studioapparatuur. Hij kocht wel eens gebruikte apparatuur van de NOS, maar die mocht hij niet doorverkopen aan de omroepen. Maar ja, het was maar een klein stukje van Hilversum naar de Oude Hofstede en dus ging het, zonder tussenstop in Amsterdam van de NOS naar onze studio. En dat vonden we natuurlijk prima, want het was speciaal voor de NOS ontworpen en we hadden daarmee betere spullen als Veronica destijds.

7 Boonstra: Kijk, dat blijft er klaarblijkelijk toch wel een beetje inzitten: de strijdvaardige verhouding tussen Radio Veronica en Radio Noordzee. Wat was jouw voorgeschiedenis, Hans?
  Hogendoorn: Ik had al een aantal jaren ervaring opgedaan bij de ziekenomroep, Radio Lucas in Amsterdam. Een broeinest van later Radio Noordzee talent. Nico Steenbergen, Leo van der Goot, Ferry de Groot, Jack Aalten, Gerard Smit, een man of zeven acht zijn daar allemaal vandaan gekomen en later natuurlijk bij de omroepen beland.
  Boonstra: Hoe moet ik die ziekenomroep zien, een echt groepje vrijgevochten beginners die graag bij de radio wilden?
  Standhouders op de Radiodag 2002

Hogendoorn: Niet alleen wilden, maar moesten — want het was natuurlijk wel een bron van inkomsten. We praatten elkaar van alles aan, dat we het beter konden, dat het moest lukken bij de radio en dat we dat zeer zeker snel moesten doen. Ferry de Groot, die nu in zekere zin mijn baas is bij het NOS-programma "Langs de Lijn", zei al in 1970: "Binnen een jaar werken we professioneel." Ik was de eerste en sommigen heb ik vervolgens zelf mogen uitnodigen om erbij te komen. Als je aan boord zat, dan was het vijf uur werken, even slapen tussendoor en weer werken. 's Ochtends nieuwslezen tot taalf uur, daarna programma voorbereiden, want "Driemaster" kwam er dan nog aan. Dat programma kwam er in augustus 1971 bij. Willem van Kooten had ons verteld dat de uitzendtijd voor de Nederlanders zou worden uitgebreid en we mochten vervolgens uurtjes vanaf boord te vullen, omdat er op dat moment geen studioruimte genoeg was in Hilversum. Ik vroeg toen hoe het moest heten, maar Willem had zelf ook geen idee: "Noem het maar Puramagogel of zo." Na een nacht slapen kwam ik op het idee dat we het programma met zijn drieën zouden gaan doen: Van der Goot, Steenbergen en ik. Om die reden leek "Driemaster" me een goede naam.

8 Boonstra: Wat zag Van Kooten in je?
  Hogendoorn: Ik heb geen idee. Als je dat proefbandje terughoort, dat ik destijds voor ze heb gemaakt ... ik zou mezelf nooit hebben aangenomen. Van Kooten heeft echter bewezen een uitstekend oor te hebben voor wat later talent zou blijken. Hij vroeg me of ik nieuwsberichten kon maken, gaf me een krant en liet me wat voorlezen. Direct daarna hoorde ik dat ik naar het zendschip kon vertrekken.
  Boonstra: Ik heb wel eens ergens gelezen, dat je wel eens helemaal geen zin had in alweer een programma — je bent ook iemand met stemmingen ...
  Hogendoorn: Dat klopt, maar zo'n uitzending moet natuurlijk wel doorgaan. Dat is je professionele houding ook — al heb je totaal geen zin, dan moet je dat vooral niet laten merken. Als je een microfoonman bent, dan zou je tegenzin wel eens in je stem kunnen doorklinken en dat moet je voorkomen.
9 Boonstra: Pieter, kon je je plaatsje wel een beetje vinden tussen het team?
  Damave: Jawel, maar er drukte wel een duidelijke Amsterdamse stempel op het geheel. Ik kom zelf uit Haarlem, maar het ging gelukkig goed. De sfeer was in het begin heel leuk en daarmee wil ik niet zeggen dat het later heel slecht werd. Tegen het eind van het station was er toch wel iets van verwatering. Mensen die vroeg weggingen omdat het einde in zicht kwam. De beginperiode zou je kunnen vergelijken met een soort van zeeverkennersclub. Iedereen avontuurde mee.
  Boonstra: Als je Basart ziet, Strengholt en de uitgeversmaatschappijen er om heen, dan kun je er toch niet om heen dat het een hiërarchisch bedrijf was, tamelijk streng, een beetje afstandelijk.
  Damave: De mensen die daar werkten vonden ons ook wel heel raar. Er waren daar zo'n 36 ondernemingen, met onder meer de grootste schoolboekenuitgeverij van Nederland. Het waren vrijwel allemaal van die stoffige types die daar werkten. Die zaten in een groot gebouw en wij zaten met onze studio in het gebouw ernaast. Ze vonden ons nogal vreemd. Wij gingen ook vaak altijd heel laat weg. Dat klopte dan niet, want er brandde nog licht en dat moest eigenlijk om vijf uur in de middag uit — vonden zij. We kregen ook een koffieautomaat met voor iedereen twee muntjes om overdag koffie te tanken. Dat was natuurlijk niet genoeg, maar meer muntjes konden we natuurlijk niet krijgen. Gelukkig was Ferry de Groot nogal inventief in dat soort zaken. Hij keek waar de machine vandaan kwam en ding bleek te zijn geleverd door Van Duimen in Weesp. Ferry belde daar toen gewoon heen met de vraag of ze een buis met duizend muntjes konden sturen en zei daarbij dat de rekening naar Basart mocht. Was geen enkel probleem!
10 Hans Hogendoorn, Jelle Boonstra en Pieter Damave praten na met het publiek

Boonstra: Dat was dus een beetje het sfeertje van losgeslagen jonge honden in opstand tegen Guus Janssen Jr. Overigens, die man werkt er nog steeds — hij heet in de omgang nog steeds Guus Janssen Jr — al is hij diep in de tachtig.

Damave: Het enige wat we eigenlijk met ze te maken hadden, was dat ze maandelijks ons salaris overmaakten. Meer contact heb ikzelf eigenlijk niet met ze gehad.

  Hogendoorn: En de kerstgratificatie ... Dat is toch een verhaal! Zoals je bij de grote Guus Janssen tegen kersttijd langs mocht komen voor je jaarbeoordeling. Je kwam dan in een enorm grote kamer met een hele lange tafel en aan het einde van die tafel zat Guus Janssen met een paarse viltstift. Je kon dan door die hele lange kamer naar hem toe lopen om naast of tegenover hem te gaan zitten. Hij ging dan de plusjes en minnetjes met je bespreken, die er op je lijstje waren geschreven, waarna hij uiteindelijk zei dat je mocht blijven. Daarna greep hij naast zich en zette een grote mand met kerstspullen voor je neer en wenste je vervolgens prettige kerstdagen. Je kon dan, met die mand in de hand, de hele zaal weer uitlopen met de ogen van die man in je rug.
  Damave: Maar, het was wel goed bedoeld ...
  Boonstra: Is het waar, wat Ferry de Groot wel eens heeft beweerd? Dat hij met een steekkarretje het kerstpakket is komen ophalen, omdat het zo klein was?
  Hogendoorn: [breed lachend] Ja, er waren gekke verhoudingen en hij nam die keer dus maar een steekkar mee.
11 Boonstra: Hadden jullie aan boord nu minder met het kantoor aan land te maken of was het ook een sfeer van memo's en terechtwijzingen en straffen.
  Hogendoorn: Er ontstaat doorgaans al heel snel een verwijdering tussen mensen die op het hoofdkantoor zetelen en mensen die elders werkzaam zijn. Later toen ik bij het ANP werkte, hadden we een kantoor in Paramaribo en de communicatie liep voornamelijk via de telexen. Daar zat iemand ontzettend zijn best te doen om aandacht te krijgen. Ook een beetje een padvindersmentaliteit en hij bleef maar lange berichten sturen om waardering te krijgen. Zo is dat op zo'n boot natuurlijk ook. Je weet niet hoe er geluisterd wordt, of er geluisterd wordt, of het gewaardeerd wordt. Je probeert van alles om erachter te komen en dan sla je soms de plank nog wel eens mis. Aan de andere kant zaten ze op kantoor soms te luisteren en dan kreeg je achteraf van allerlei commentaar: hoe we het in ons hoofd hadden gehaald om een bepaald iets "zo stom" te doen. Er waren op die manier nogal wat wrijvingen door de jaren heen, maar ze liepen toch nog altijd goed af. Er was wel een gebrekkige marifoon- en mobilofoon-communicatie, waar geen overheid vanaf wist en dus als het heel erg de spuigaten uitliep dan moest je op de brug komen en werd er verbinding gemaakt. Je hoorde dan iemand tetteren en dat was meestal John de Mol Sr zelf. Hij maakte er dan een memo van en die kwam dan weer bij Guus Janssen bij de lijst met plusjes en minnetjes.
  Boonstra: Dat klinkt allemaal bepaald niet als een "funky" popstation ...
  Hogendoorn: Ik hoorde achteraf, dat het er bij een van de allergrootste popstations, Wonderful Radio London, op een vergelijkbare manier aan toe ging. Ook daar was veel frictie over en weer. Peter Knegjens heeft nog wel eens gezegd: "Waar twijfel is, is licht."
12 Hans Hogendoorn

Boonstra: Pieter, jij zat dichter bij het vuur ... merkte je er veel van?

Damave: Wel, dichter bij het vuur? Eigenlijk, wat Hans ook bedoelt, is dat er twee bedrijfjes in één bedrijf waren. In het begin zaten de boordjongens twee weken aan boord en één week aan wal. Dat was toch wel een andere club dan die aan land actief was. In hun ogen vormden wij ook een andere club. Later werd het voor de boordjongens "één week op en één week af" en weer later zijn de mensen van "Driemaster", met als voorbeeld Leo van der Goot, de programma's aan land gaan opnemen. Toen pas werd het eigenlijk meer één club. Als je aan boord zat, zag je de mensen aan wal af en toe eventjes. Werden de banden bijvoorbeeld teruggebracht, dan kwamen ze wel eens een half uurtje in de studio aan land, maar dan verdwenen ze weer.

  Hogendoorn: Alle jongens aan land kregen altijd van die nieuwe plaatjes en de jongens aan boord veel en veel minder. Zo was het ook wel weer. Het was een soort van gezonde afstand tussen beide groepen. Het sloop er gewoon in, zonder dat iemand er bij nadacht.
13 Boonstra: Is er nu nog wat overgebleven van dat Noordzee-gevoel? Zien jullie elkaar nog wel eens, zouden jullie elkaar nog vrienden willen noemen?
  Hogendoorn: Vrienden, dat weet ik niet. Soms zie je elkaar niet eens ieder jaar. Maar, als je elkaar tegenkomt dan gaan de gesprekken door waar ze gebleven waren. Het is net als elk jaar met de medewerkers van het NOS-programma "Radio Tour de France". Dat is ook net alsof de uitzending gisteren is opgehouden en vandaag weer doorgaat. Zo is het ook in die Noordzee-groep waarvan de mensen een paar jaar hecht met elkaar hebben samengewerkt. Je kent heel wat van elkaar. Je weet hoe je op elkaar reageert en dus zijn er weinig woorden nodig om het weer eens gezellig te hebben.
14 Nico Steenbergen, Eric Post en Hans Hogendoorn in vroeger tijden

Boonstra: John de Mol was door de moedermaatschappij eigenlijk afgevaardigd om het station te gaan leiden. Had hij daar überhaupt wel verstand van? Had hij feeling voor het medium radio?

Hogendoorn: Jawel, we hadden zeker een slechtere kunnen treffen.

Damave: Het was een aardige vent, ook wel. Wat hij wel had ... wanneer hij dacht dat er "geroepen" moest worden, dan was het vier kilometer verder te horen. Maar daarna was het altijd over. Dan kwam hij weer met drank of zo aanzetten — een heel aardige vent.

  Hogendoorn: Hij heeft ook wel bewezen dat hij andere bedrijfsvormen goed kon leiden. Bij de HMG-groep heeft hij een afdeling goed geleid ... Conamus heeft hij heel sterk geleid. Een redelijke kerel. Ferry de Groot komt hem nu nog wel eens tegen en ze zijn nu ongeveer op hetzelfde niveau aan het praten. En Ferry zei ook eens tegen hem: "Als ik in jouw schoenen had gestaan, dan zou ik ze eruit gerost hebben, dat tuig."
  Boonstra: Nu was John de Mol Sr zanger geweest, met plaatjes als "El Paso", dat ooit een hele grote hit was.
  Damave: En dat nummer mocht ook niet meer gedraaid worden.
  Boonstra: Jullie hebben het toch gebruikt door er een jingle van te maken.
  Hogendoorn: De Mol kreeg bijna een hartverzakking. Ik had dat plaatje gevonden en keurig dat intro-pingeltje gebruikt en er een tekst overheen gezet met het het slotakkoord als afsluiting. Het warme en koude zweet sloeg hem uit. Maar niet veel later begreep hij, dat er af en toe ook een beetje gesard moest worden. Dat was natuurlijk voor de sfeer ...
15 Standhouders op de Radiodag 2002 met elpees en modellen van de zeezenders

Boonstra: Over hartverzakkingen gesproken ... Het verhaal gaat, dat de medewerkers ook eens een klein zendertje bouwden waarmee vervolgens in het kantoor van De Mol de meest vreselijke programma's werden uitgezonden. Ook toen moet hij het zwaar hebben gehad ...

Damave: Ja, dat was mijn schuld. Ik had in het geheim een zendertje gemaakt en dat sloot ik aan op een recorder in een productiestudio. Ik legde er een oude band op om te kijken of het signaal wel twintig meter ver kwam. Ik liep de discotheek in en zette daar de radio aan en toen bleek dat het zendertje het inderdaad deed. Maar die recorder deed het niet echt goed en er kwam zo'n klank uit van "dddddrrrrr." Kwam net De Mol binnenlopen en die hoorde dat. Hij dacht dat het een echt programma was dat helemaal fout ging. Hij vroeg wat het was en ik antwoordde dat wij dat waren. Hij interpreteerde dat weer als een bevestiging van zijn vermoedens. Hij dacht dus dat het de reguliere uitzending was en het werd vervolgens een hele grote spraakverwarring. Ik kon het hem niet meer duidelijk maken. Hij besloot vervolgens met boord te gaan bellen, dat er echt iets mis was. Ik wist niet wat ik moest doen. Hij pakte de telefoon en draaide het nummer en ik drukte de hoornknop in. Het gezicht dat hij toen trok, was heel verschrikkelijk. Op dat moment is hij trouwens weer gaan roken!

16 Boonstra: Jullie zaten met die Engelsen op het schip. Ging dat een beetje? Ik bedoel ... 's lands wijs, 's lands eer?
  Hogendoorn: Er zaten twee culturen bij elkaar op een schip, die het samen redelijk konden vinden. Toch was het een ander station dat om acht uur in de avond verder ging. Hoewel er over en weer wel dingen van elkaar, jingles en aankondigingen, werden gedraaid. We deden dus toch wel een poging om het als één station te laten klinken. En dat onderdeel heeft dan toch wel aardig gewerkt, denk ik. Toch bleven we wel mensen uit een andere wereld. Er was geen eenheid, maar dat kon ook niet. Wel op het punt van de vormgeving: het thema van "The Man Of Action", de nieuwsjingles die hetzelfde waren. Achteraf bezien heeft het toch aardig gewerkt.
  Boonstra: Heb je enig begrip voor de Engelse aanpak gekregen in die periode?
  Hogendoorn: Ja, ik begrijp nu waarom ik ze toen minder begreep. Die jongens hadden nachtdienst, dus die sliepen lang uit. Halverwege de dag kwamen ze dan ongeschoren en ongewassen hun ontbijtje doen. De bemanning had daar nog veel minder begrip voor dan wij als deejays. Dat was nog ietsje erger, dus het liep dus aardig door elkaar. Maar het is echt nooit, geloof ik, slaande ruzie geweest.
17 Boonstra: Het was natuurlijk toch prachtig dat jullie live-radio mochten doen, terwijl ze op het Veronica-schip gewoon bandjes zaten te draaien. Ik denk bijvoorbeeld aan de jaarwisseling toen jullie vanaf dek richting Scheveningen zaten te kijken en verslag deden van het vuurwerk dat in Den Haag in de lucht werd geschoten. Dat was radio zoals de Engelsen in de jaren zestig maakten ...
  Hogendoorn: Ik ben blij dat ik dat nog heb mogen meemaken, live-radio maken. Veronica is later ook wat wijzer geworden en heeft iets aan live-radio gedaan. Ik vermoed dan ook, dat ze de hete adem van de concurrentie een beetje in hun nek voelden. Dus het was niet alleen meer een scheepje laten varen en bandjes draaien bij Veronica, maar er moest echt gewerkt worden. Misschien hadden ze wel een beetje het idee van "voice tracking" heden ten dage. Ook een gemakkelijke manier van radiomaken. Totdat er weer een kei van een radiostation komt dat weer helemaal live gaat uitzenden en zoiets fantastisch toevoegt, dat al die andere stations er weer achteraan moeten.
  [Luid applaus klinkt op uit de zaal]
18 De zaal leeft mee met het gesprek

Boonstra: De hedendaagse radio is klaarblijkelijk niet erg populair bij dit publiek ... Hoe vrij waren jullie destijds in jullie platenkeuze? Er waren ongetwijfeld allerlei plugplaten, die een vaste plek moesten hebben in een programma-uur ...

Damave: Natuurlijk was het ook om de plugplaten begonnen, want Strengholt had natuurlijk niet alleen het radiostation maar ook een eigen muziekuitgeverij. Er wordt tegenwoordig soms wel vreemd over gedaan, maar toen kon je een plugplaat nog gewoon kopen. Ik dacht dat het toen een achthonderd gulden kostte en dan werd de plaat vier keer per dag gedurende een bepaalde periode gedraaid.

  Hogendoorn: Klopt, maar voor de rest kon je het zelf allemaal uitzoeken, hoor. Er waren twee of drie platen die "vaststonden"
  Boonstra: Kon je bijvoorbeeld de Treiterschijf kopen?
  Hogendoorn: Ik denk het niet. Maar het gebeurde allemaal aan de wal, de vergaderingen waarin de Top 50 werd samengesteld en waar bepaald werd welke plaat de Treiterschijf zou worden.
19 Boonstra: Het lijkt me moeilijk om zo'n platenpakket vast te stellen. Je moet natuurlijk ook de Top 50 wel een beetje volgen, en je moet ook nog eens die plugplaten draaien. Waar ligt dan de balans? Waren de plugplaten zonder dat plugwerk ook hits geworden?
  Hogendoorn: Dat weet je niet. Als die platen leuk waren, dan draaiden we ze met plezier en vond je ze niet leuk, dan deed je de ogen en oren dicht. Of je ging een luchtje scheppen totdat de plaat was afgelopen en daarna ging je weer verder met andere platen. Maar je moet er genoegen mee nemen, als die platen moeten worden gedraaid. Er zullen ook niet elke dag alleen maar artikelen in de krant verschijnen die naar de zin zijn van iedere individuele journalist. Als je professioneel bent ga je aan missers voorbij en hoop je dat je het met de rest van de inhoud het programma goed kan maken.
  Boonstra: Zijn er nu platen die echte Radio-Noordzee-hits zijn geweest of hadden jullie toch het gevoel een beetje achter Radio Veronica te hebben aangelopen?
  Damave: Een voorbeeld van een Noordzee-hit? Neem "How Do You Do" van Mouth and McNeal. Die zaten bij Basart (Strengholt) in de uitgeverij. Bij Radio Noordzee is het succes van dat nummer begonnen en we zijn echt een groot aantal weken niet opgehouden met het draaien van die plaat, waardoor het als vanzelf uitstekend met ze ging.
  Hogendoorn: We hadden ook Waldo de Los Rios met "Mozart 40". Het was een nummer dat exclusief vanaf het eerste uur in 1971 bij Radio Noordzee te horen was. Het werd direct verkocht en toen wisten we dat er goed naar ons werd geluisterd.
20 Boonstra: Ik wil even naar de actie "Hou em in de lucht" uit 1973. Die actie was opgezet om, net als bij Radio Veronica, de sprong naar de wal te gaan maken. Heel veel mensen hebben daar toen een bijdrage van vijf gulden voor betaald. Niemand weet waar dat geld gebleven is. Ik hoorde van Ferry de Groot dat er op een bepaald moment bij locatie-uitzendingen van dat geld patat en ik weet niet wat werd afgerekend, en dat de flapjes van de opgavenstickers met naam en adres erop zomaar in de prullenbak werden gegooid.
  Damave: Daar ben ik nooit bij geweest. Wat er uiteindelijk met dat geld is gebeurd en hoeveel leden er waren weet ik ook niet. Ik weet wel dat we 's avonds lijsten aan het maken waren en er werd gesteld dat er "zoveel duizend" leden waren. Op een gegeven moment werd het getal van 20.000 genoemd. Ik weet wel dat op een bepaald moment bleek dat drie verschillende mensen dezelfde aanmeldingen hadden zitten optellen. Dan moest je het resultaat weer door drie delen. Volstrekt onduidelijk dus ...
  Boonstra: En, waar zijn de recettes gebleven?
  Damave: Ik weet het niet. Er zal wel iets van betaald zijn. Maar het is nu niet meer na te gaan wat er mee is gebeurd.
  Hogendoorn: Strengholt is een grote uitgeverij geworden, door dubbeltjes uit te geven en te hopen dat er guldens van zouden komen. En die actie was zo'n dubbeltje. Met het geld hebben ze rechtszaken gevoerd en die hebben ze verloren en er werd dus geen gulden van de "Hou em in de lucht actie" gemaakt. Klaar!
21 Boonstra: Men had wel beloofd om na 31 augustus 1974 aan land door te gaan. Maar dat ging dus mooi niet door ...
  Damave: Dat was echt geen belofte, meer een voorzet om het net als Veronica ook aan land te proberen.
  Radio-memorabilia wisselen van eigenaar

Boonstra: Ik heb altijd het idee gehad, dat de afscheidsperiode bij Radio Noordzee wat minder zuur was voor de medewerkers dan bij Radio Veronica ...

Damave: Dat kwam misschien ook wel omdat er wat andere mensen aan meededen, die op dat moment net een half jaar of drie maanden bij het station werkten en die niet met die actie intensief hadden meegedaan. Aan het einde was het dan ook niet meer zo'n hechte club.

  Hogendoorn: Het Veronica-gevoel was ook meer het gevoel van de gemiddelde Nederlander op dat moment. Veronica heeft daarvoor ook de tijd gehad. Men had dertien jaar achtereen uitgezonden. Het station had zich dus diep in de samenleving kunnen nestelen op allerlei manieren en met contacten met allerlei clubjes. Als er dan iets geregeld moest worden, dan was het een kwestie van een aantal van die bronnen opentrekken die je gaan steunen. Daar hebben ze optimaal van gebruik gemaakt. Radio Noordzee heeft niet de tijd gehad om dergelijke bronnen aan te boren — daarvoor heeft het allemaal te kort geduurd.
22 Boonstra: Maar, werd Radio Noordzee daarnaast niet ook iets zakelijker en afstandelijker geleid?
  Hogendoorn: Misschien ook wel. De manier waarop Radio Veronica zich destijds langzaam heeft opgebouwd, is natuurlijk een heel andere dan de manier waarop de organisatie bij Radio Noordzee tot stand is gekomen. Meer van uitproberen, mannetjes uitzetten, netwerken. Daar is bij Veronica de methode geweest. Radio Noordzee heeft daar de tijd niet voorgehad.
  Boonstra: Als Radio Noordzee nu vijf jaar langer was doorgegaan, waren jullie er dan bijgebleven? Of was het nu net de goede spanningsboog?
  Damave: Er was voor mij niet echt een reden om weg te gaan. Het enige wat realiteit was, was dat de stoppen eruit gingen. Voor mij wel tenminste, en misschien voor Hans ook wel.
  Hogendoorn: Ik ging in april 1974 bij het station weg omdat ik het na drie jaar wel gezien had. Ik wilde liever aan wal en precies op dat ogenblik belde iemand van het ANP met de vraag of ik eens langs wilde komen. Men deed een aantrekkelijk voorstel en toen moest ik wel, zij het met een beetje pijn in mijn hart, zeggen dat het mooi was geweest en dat ik wel elders verder wilde. Ik zag natuurlijk wel aankomen dat Radio Noordzee zijn langste tijd had gehad, maar de aanbieding van het ANP en de thuissituatie waren belangrijker dan de gedachte om bij Radio Noordzee te blijven totdat het helemaal afgelopen was. Ik heb de kans gepakt om naar de Parklaan (ANP) te gaan, omdat ik van mening was daar meer te kunnen leren dan in de drie jaren dat ik bij Radio Noordzee had gewerkt. Ik wilde ook geen bandprogramma's aan land maken omdat het geen live-radio was. Als je daar eenmaal aan gesnuffeld hebt, dan kan daar niets meer aan tippen.
23 Boonstra: Pieter, jij bent in je vak blijven zitten?
  Damave: Ja, ik maak nu voor vijftig procent van mijn tijd commercials, zowel voor radio en televisie. Maar dan alleen het audio-deel. Dat gebeurt in "The Studio", een bedrijf dat op het Mediapark in Hilversum staat. Het is een bedrijf opgericht door mij, samen met John de Mol Jr en Tom Mulder.
  Deze foto laat zien, dat er op de Radiodag niet alleen video-opnames worden getoond, maar ook gemaakt

Boonstra: Als jullie bij elkaar zijn, hebben jullie het dan nog wel eens over vroeger?

Damave: Natuurlijk is het een leuke tijd om meegemaakt te hebben, maar als we vroeger bij een groenteboer samen hadden gewerkt hadden we een soortgelijke binding gehad. We doen gewoon ons dagelijks werk. Uiteraard zijn we wel een beetje blijven hangen in hetzelfde kringetje. Hans zie ik zeer regelmatig daar hij ook op het Mediapark werkt bij de Wereldomroep en Hans Molenaar, John Junior en Tom kom ik ook regelmatig nog tegen.

Boonstra: Je mag dan ook graag meevaren met Radio 10 als er weer iets te vieren is ...

  Damave: Jazeker, vooral als het mooi weer is.
24 Boonstra: Hans, jij bent ook in het vak blijven hangen. Hoe word je eigenlijk de stem van Nederland?
  Hogendoorn: Dat trekt er langzaam in. Mensen vragen je om iets te gaan doen. "Langs de Lijn" vroeg me om overzichten te gaan maken en langzamerhand gingen steeds meer afdelingen me vragen dingen te gaan doen. Televisie komt er bij en van lieverlede wordt het steeds meer. En het gaat erom wat er blijft hangen. De Journaal-aankondigingen blijven hangen, "Met het Oog op Morgen" blijft, "Langs de Lijn", "Radio Tour de France" ... Het bouwde zich langzamerhand op. Vanaf 1994 is daar de Wereldomroep bijgekomen en daar doe ik dus de gehele vormgeving van. Spots, aankondigingen, teksten schrijven voor presentatoren. In mijn rijk gaat de zon dus nooit onder!
  Boonstra: Toch hoorde ik net, toen je in de zaal naar voren liep, iemand zeggen: "Is dat nu Hans Hogendoorn?"
  Hogendoorn: Kan gebeuren — het valt altijd weer anders.
  Boonstra: Bij je stem moeten de mensen vast denken: "Daar moet een enorme klankkast achter zitten; dat is vast een beer van een vent." Waar haal je het geluid vandaan?
  Hogendoorn: Waar iedereen het vandaan haalt. Bij mij klinkt het gewoon wat anders. Ik zet mijn stem niet meer op dan dat ik nu doe in deze zaal, waar ik in 1965 trouwens nog eens mijn eindexamen voor de MULO heb gedaan. Af en toe hoor ik terug, wat ik weer heb gemaakt en dan denk ik dat sommige dingen mooier zijn dan andere. En soms denk ik, laten we het er maar in houden.
  Boonstra: Ben je nu zo'n instituut geworden, dat je tot ver na je pensionering door blijft gaan?
  Hogendoorn: Ik zal het niet tegenwerken. Zo lang mensen erom vragen om wat voor ze aan te kondigen, zal ik het doen. Ik vind het een leuk baantje.
25 Boonstra: Een vraag of twee uit de zaal — Tom Blomberg (producer bij de NOS, en bekend als "De Dikke Blomberg):
  Blomberg: Hoe was het gesteld met de vrijheid van muziekkeuze in "Driemaster"?
  Hogendoorn: Die was vrij groot, behalve die plugplaatjes dan natuurlijk en in zekere zin het format dat we aanhielden. Vooral Leo van der Goot was er vrij goed in om dat vast te stellen. Hij had daar ook steeds betere ideeën over. Maar het idee van formats had ik toch ook wel vrij snel begrepen van de Amerikaanse radio. We begonnen met een Motown-plaat, dan een top tien plaat, dan een ouwe, vervolgens weer een hit of een aanstormende plaat. Als je dat strak aanhield, kon je er natuurlijk veel van leren. Je kon dus kiezen uit de Top 50 en wij hadden daar nog de Engelse Top 50 bij, waarin ook leuke platen inzaten en waar de pluggers waarschijnlijk als de dood voor waren. Ze kenden ze soms helemaal niet en begrepen niet waarom ze dan gedraaid moesten worden door ons. Het was een extra verrijking van het gehele geluidspalet en muziekpalet. Dus onze vrijheid van muziekkeuze was nog iets groter dan van de jongens in Bussum. Dat was dus het enige format waar we ons aan hielden. Het is inderdaad een stuk vrijer dan wat heden ten dage op de radio te horen is.
26 Hans Hogendoorn

Boonstra: Je hebt me wel eens in je thuisstudio van die prachtige airchecks laten horen van Amerikaanse radio. Die ken je uit je hoofd. Heb je dat in die jaren zo als een spons opgezogen dat je erop mee kunt praten?

Hogendoorn: Ik deed die airchecks al vanaf 1964. Radio Caroline en Radio London opnemen en eindeloos afdraaien, totdat ik het kon mee galmen. Later in een bioscoop in Israël, waar ik in 1980 met mijn broer op vakantie was, werd een film werd gedraaid waarbij de mensen alles zaten mee te citeren. Anderhalf uur lang omdat ze de film wel vijftig keer hadden gezien. Zo heb ik het mijn radiobanden ook gedaan. Als ik nu een opname van Radio London draai, zal ik waarschijnlijk weer de hele zaak kunnen meepraten.

27 Vraag uit de zaal: Wat is er bewaard gebleven van de radiobanden van Radio Noordzee?
  Hogendoorn: Ik heb wel iets veilig gesteld. Sommige dingen waren echt historisch en die moest ik wel bewaren. Maar ik denk dat ze zich bij Veronica, na die dertien jaar op zee, iets meer bewust geworden waren van bepaalde historie en meer middelen hadden om de banden op zij te leggen. Bij Radio Noordzee was het, wat dat betreft iets meer knijpen en niet te veel oude banden laten liggen. We moesten die vaak meteen weer in zetten voor hergebruik. Bijna alles werd opnieuw gebruikt. Dus wie nog FM-opnamen heeft van Radio Noordzee heeft tamelijk grote kans om unieke banden in zijn bezit te hebben. Wees er dus erg zuinig op.
Hans Hogendoorn doet de "Gouden Glans"-jingle voor Radio Noordzee
28 Blomberg: Je hebt zo'n vaste, ritmische jingle "De Gouden Glans". Waar kwam die roffel vandaan?
  Hogendoorn: Dat vertel ik je nog wel een andere keer. Die roffel had ik ooit ergens gehoord en op een band gezet. Die heb ik vervolgens opnieuw ingezet om mijn eerste jingle in elkaar te draaien en ik maak nog steeds nieuwe versies. De eerste was, geloof ik: "De gouden glans van radio straalt af van onze antenne bij deze Radio Lucas flashback." Vervolgens werd het "Noordzee Hitback", "Tour de France Klassieker" en twee maanden geleden hebben we nog "Radio 192 Flashback" op dezelfde roffel gemaakt. Ik kan het nog steeds reproduceren, met hetzelfde echootje van vroeger.
Een aangepast versie van de "Gouden Glans"-jingle
29 Boonstra: Hebben jullie het gevoel dat jullie iets hebben bijgedragen met die Noordzee-periode? Dat er iets van is achtergebleven?
  Damave: We hebben een mooie tijd gehad. Nooit willen missen, erg naar mijn zin gehad ... Ik ben er een beetje in door gegaan. Niet zozeer in radio maar op audio-gebied. Ik heb op een bepaald moment die afslag genomen en ik ben daarin doorgegaan.
  Boonstra: Kijken jullie ervan op dat er anno 2002 nog een zaal vol mensen zit, die deze tijd van Radio Noordzee koestert?
  Damave: Ik vind dat er ook wel veel zijn trouwens. Heel veel mensen. Het was trouwens ook een heel andere tijd van radio-maken, dat is wel vaker gezegd. Radio van nu heeft er heel weinig mee te maken. Over vrije platenkeuze wordt nu helemaal niet meer gesproken. Vroeger had je er zo'n vijftien in een heel uur en waren er maar twee of drie die verplicht waren. Je hield genoeg over om er zelf iets moois van te maken. Ik heb heel veel programma's met Tony Berk opgenomen en het format was dan "een schoenendoos" waar platen in stonden en waar ik als technicus ongecontroleerd platen uit kon pakken.
30 Publiek op de Radiodag 2002

Boonstra: Kan dat ooit op die manier ooit nog terugkomen?

Hogendoorn: Er gebeuren telkens nieuwe dingen, waarvan mensen zeggen: "Dit komt nooit meer terug; het is toch uniek geweest." Ik denk dat Radio Noordzee en Radio Veronica op die manier uniek zijn geweest. En, wat je nu op Radio 192 hoort is weer een aparte, unieke ontwikkeling, teruggrijpen op het verleden en toch weer iets nieuws neerzetten. Maar echt terugkomen, dat kan niet meer. "Kan er niet een zeezender komen?" Ik lees die vraag wel eens in de Zeezender Nieuws Groep en er beginnen altijd wel de nodige mensen over. Het antwoord is duidelijk. Nee, er kan geen zeezender meer komen, want er kan gewoon niet meer genoeg geld verdiend worden met radio vanaf de zee. We hebben nu genoeg andere mogelijkheden. Commerciële radio aan land was bovendien wat we allemaal wilden en dat is er nu. Dan hoeven er dus ook geen zeezenders meer te zijn. Dat de programma's van de huidige stations niet altijd in goede aarde vallen, is weer een andere zaak.

   
Previous
  Foto's Radiodag: 2002 © Jana Dickscheit, Jan van Heeren, Martin van der Ven. Overige foto's: 2002 Archief Hans Knot en Rob Olthof. Op de geluidsfragmenten bij dit artikel rusten copyrights. Ze worden hier gebruikt volgens de regels van "fair use" en "academic quoting". Meer over RNI is te vinden in onze serie RNI Memories
  2002 © Soundscapes