Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 5
augustus 2002

Een onvergetelijke herfstdag

 





  Een herinnering aan de Norderney uit 1975
door Evert Stolman
Previous
  Eerder schreven Hans Knot en Martien van Pinxteren over wat er sinds 1975 allemaal gebeurde met de Norderney, het voormalige zendschip van Radio Veronica dat van november 1964 tot en met augustus 1975 voor de Nederlandse kust in internationale wateren verankerd lag. Hans Knot ging in op de zwerftochten van het voormalige zendschip, terwijl Martien van Pinxteren vertelde over zijn pogingen om het schip te kopen. Naar aanleiding van die verhalen kregen we de volgende herinnering aan dit schip toegestuurd door Evert Stolman, een terugblik op een herfstdag van meer dan vijfentwintig jaar geleden.
 
1 Het was bijzonder leuk om het verhaal van Hans Knot te lezen over de omzwervingen van de Norderney — een onderwerp dat me altijd heeft aangesproken. Ik heb er zelfs nog iets nieuws van geleerd, want ik wist niet beter of de Norderney was direct na de opnamen van "the day the music died" doorgevaren naar Dordrecht. Uit het verhaal blijkt dat het schip toch eerst teruggegaan is naar Zaandam, en pas in 1978 in Dordrecht is terechtgekomen. Gelukkig zijn de plannen zoals die door Van Pinxteren in het tweede verhaal over de Norderney worden beschreven, nooit doorgegaan. Het schip zou een nog ingrijpender gedaantewijziging hebben ondergaan dan nu al het geval is.
2 Ook ik heb de Norderney al op vele plaatsen in het land bezocht. De beide verhalen deden me echter dadelijk weer terugdenken aan de meest memorabele keer dat ik het schip met eigen ogen zag. Dat was in oktober 1975. De eerste keer dat ik de Norderney met eigen ogen zag was tijdens een tocht met de zogeheten "ballenboot" — een boot vol aanhangers van de toenmalige zeezenders die tegen betaling een rondtochtje op zee maakten om de daar liggende schepen te fotograferen. Het was op de MV Dolfijn vanuit de haven van Scheveningen dat ik dit tochtje in augustus 1973 maakte. Onvergetelijk, maar de meeste indruk maakte toch mijn tweede bezoek.
3 Met mijn toenmalige schoolvrienden Jos en Ton vormde ik het clubje "Veronicanen" in 4-Havo. Jos, met wie ik overigens nog steeds goed bevriend ben, had buiten onze club nog een andere vriend, André. Die had op zijn beurt weer een zus, die in Amsterdam studeerde en woonde. In de herfstvakantie van 1975 zijn André en Jos bij haar op bezoek geweest, en bij zijn terugkomst deelde Jos doodleuk mee dat hij de Norderney in Amsterdam had zien liggen. Het bleek dat de Norderney lag afgemeerd achter het Centraal Station. Ton en ik waren natuurlijk stinkend jaloers, dus de plannen om nog diezelfde herfstvakantie af te reizen naar Amsterdam waren snel gemaakt.
4 De reisdatum werd vastgesteld op vrijdag 24 oktober 1975. Zaak was alleen nog om te bekijken hoe twee armlastige scholieren zo goedkoop mogelijk in Amsterdam konden belanden. Bij de oplossng van dat probleem speelde Ton's moeder een belangrijke rol. Ton kwam uit een echt VVD-nest. Hoewel zijn vader een goedlopende kachelhandel dreef, woonden ze nog in één van de meest eenvoudige wijken van Veenendaal. Met de verkiezingen vloekten de VVD-posters voor hun raam altijd met de overige uitgesproken voorkeuren in die flat. Nu wilde het toeval dat zijn moeder een broer had, Paul genaamd, die in Amsterdam woonde en werkte. Op zich niet zo bijzonder, ware het niet dat Paul werkte op het hoofdkantoor van de PvdA! Hoeveel kunnen broer en zus verschillen!
5 Juist die vrijdag was Paul al vroeg in Veenendaal, en moest hij nog diezelfde morgen weer terug naar Amsterdam. Ton's moeder regelde met hem, dat wij mee konden rijden. Zo was de helft al gewonnen. Toen we in Paul's auto stapten, vroeg hij of we allebei achterin wilden gaan zitten, want er zou nog iemand meerijdeen. Geen probleem uiteraard, al was de beenruimte erg krap en was ik blij dat we er in Amsterdam uit mochten. Zover was het toen nog niet, want er moest eerst nog een ander adres worden aangedaan. Hiervoor moest behoorlijk worden omgereden, want onze laatste passagier stapte op in Leersum, een dorp op de Utrechtse Heuvelrug. En die passagier bleek niemand anders te zijn dan de toenmalige partijvoorzitter van de PvdA, Ien van den Heuvel.
6 Een wel erg wrange samenloop van omstandigheden. Zit je na dik een jaar nog steeds te balen dat je favoriete radiostation je is afgepakt op zeer valse gronden, ga je een bezoek brengen aan dat bewuste schip waar die fantastische uitzendingen destijds vandaan kwamen, zit je zo in dezelfde auto met de voorzitter van de partij die dit allemaal mede bewerkstelligd had. Van den Heuvel maakte een kort praatje met ons, maar toen zij hoorde dat we in Amsterdam een bezoek aan het Veronicaschip gingen brengen, was het gesprek ook al weer snel afgelopen.
7 Na Ien van den Heuvel afgezet te hebben bij het PvdA kantoor in Amsterdam, gingen we met Paul mee naar zijn huis op de Overtoom. Na een kopje koffie vonden Ton en ik het de hoogste tijd om, onder dankzegging voor de lift, ons reisdoel op te gaan zoeken. De tram liet niet lang op zich wachten, en zo stonden we niet veel later achter het Centraal Station om de Norderney te bezichtigen. Het schip was snel gevonden, de twee witte masten torenden hoog boven de andere schepen uit. Daar lag het schip voor ons. Stil, troosteloos en erg dichtbij. Je kon het zelfs aanraken! Op de boeg een poster van een in Amsterdam te houden Veronica-drive-in-show met Rob Out en Jos Bakker.
8 Je kon langs de hele bakboordzijde van het schip lopen, en als je het lef zou hebben kon je zelfs via de loopplank aan boord. Hoewel er in of op het schip niemand te zien was, waren we toch niet zo brutaal. Ik schoot mijn fotorolletje vol, en nog onder de indruk van de aanblik besloten we de rest van de dag in Amsterdam door te brengen. Een bioscoopje hier, een Chineesje daar en voor we het wisten was het alweer avond. Voor de terugreis hadden we geen lift, dus waren we aangewezen op de trein. De trein richting Utrecht was natuurlijk net weg, zodat we besloten nog een kijkje bij de Norderney te gaan nemen. Op de kade waarlangs de Norderney afgemeerd lag, lagen van die stalen platen zoals die onder meer in de bouw worden gebruikt om zandwagens op zachte ondergrond te kunnen laten rijden. Wij liepen op deze platen langs de Norderney, en blijkbaar maakte dat meer lawaai dan wij ons realiseerden, want plotseling ging de deur van het dekhuis van de Norderney open.
9 Er kwam een man naar buiten om te kijken wat er buiten "zijn" schip gebeurde. Uiteraard knoopten we een gesprek met hem aan en besloten we om onze kans waar te nemen. We legden uit, dat we helemaal uit Veenendaal waren gekomen om de Norderney van dichtbij te zien, en we vroegen of het mogelijk was om misschien even aan dek te komen. Daar zag die man geen bezwaar in. En toen hij in de gaten had dat hij te maken had met goed volk, nodigde hij ons zelfs uit om een kijkje binnen in het schip te nemen. Dat was natuurlijk niet aan dovemansoren gezegd. Wat ik me nog herinner is dat je, als je het dekhuis van bakboordzijde binnenkwam, linksaf een gangetje in moest. Dan een trap af, door een gang waaraan de hutten waren gelegen. Aan het eind van die gang weer een trap naar boven, naar een geel-rood geschilderde deur. Achter die deur lag de studio, die er, afgezien van het feit dat de zenders eruit waren gehaald, er nog net zo uitzag als we hem kenden van de foto's.
10 Onze gastheer legde een tape van Tom Collins op de recorder, geen programma, maar een soort reclamespot voor één of ander iets. Ik baalde er van dat ik eerder op die dag al mijn foto's verbruikt had. Een nieuw rolletje had ik natuurlijk niet bij me. Toch was het een fantastische ervaring om op de plek te staan waar het destijds allemaal vandaan kwam. Helaas kwam er ook aan dit gebeuren een eind, en moesten we naar de trein. Een terugreis die we uiteraard met een heerlijk gevoel aanvingen. Het eind van een memorabele dag in de herfstvakantie van 1975.
11 Het bleek een herfstvakantie waar aan het eind toch een dikke zwarte rand omheen gezet moest worden. De volgende dag namelijk, zaterdag 25 oktober, zat ik thuis op mijn kamer toen Jos en Ton binnenkwamen. Met zeer slecht nieuws. Die herfstvakantie waren twee leraren van onze school, Arie Bloot, leraar Duits en Henk Hiensch, leraar geschiedenis, samen met hun echtgenotes naar Polen op vakantie geweest. In de nacht van 24 op 25 oktober kregen zij op hun terugreis, in Duitsland, een verschrikkelijk ongeluk, wat beide leraren niet overleefden. Het laatste uur voor de vakantie hadden wij nog les gehad van Bloot, een geboren Amsterdammer met het hart op de tong en misschien juist daardoor wel een van de meest geliefde leraren van de school. Ook het eerste uur na de vakantie, op maandag, zouden we Duits hebben. Het was een vreemde terugkomst op school, die maandag. Door al die gebeurtenissen was het met recht een onvergetelijke herfstvakantie, waar ik nog steeds met gemengde gevoelens op terugkijk.
   
Previous
  2002 © Soundscapes