Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 5
maart 2003

De wonderlijke geruchten over Radio London van 1984

 





  De wilde verhalen van John England
door Hans Knot
Previous
  Rond 1894 werden de geruchten sterker, dat het radiostation Radio London binnen afzienbare tijd haar programma's zou hervatten vanaf een zendschip in de monding van de Theems. Al snel bleken die berichten uit de lucht te zijn gegrepen. Maar, hoe zat het nu precies en wie was de geheimzinnige John England, op wie het hele verhaal valt te herleiden? Hans Knot doet verslag van zijn speurtocht.
 
1 Een stroom van geruchten. De geschiedenis van de Britse zeezenders begon in maart 1964, de maand waarin Radio Caroline haar eerste reguliere uitzendingen startte. Dit voorbeeld kreeg al snel navolging. In de maand december van hetzelfde jaar kwam Radio London in de lucht. Radio London zou het volhouden tot en met 14 augustus 1967, de dag waarop de Marine Offences Act een einde maakte aan het succes van de zeezenders. Radio Caroline ging, ondanks die Britse wet, nog een tijdlang door met uitzenden totdat in maart 1968 de schuldeisers de beide schepen van het station de haven van Amsterdam binnensleepten en daar aan de ketting lieten leggen. Verschillende keren, na de zomer van 1972, maakte Radio Caroline nog een wedergeboorte mee, totdat de MV "Mi Amigo", het enige nog actieve zendschip van de organisatie, in de monding van de Theems, tijdens een zware storm zonk. Maar, in 1983 kwam Radio Caroline nogmaals in de ether terug en wel vanaf een nieuw zendschip, de MV "Ross Revenge".

Rond diezelfde tijd werden de geruchten sterker, dat ook het radiostation Radio London binnen afzienbare tijd haar programma's zou hervatten vanaf een zendschip in de monding van de Theems. De geruchtenstroom begon met een folder, waarvan ik zelf in december 1983 een exemplaar vanuit Amerika kreeg toegespeeld. Het beschreef een nieuw op te starten project dat naar het voorbeeld van Radio London zou worden opgezet. Het klonk allemaal vrij onschuldig, want in die berichten ging het in eerste instantie enkel om een radioprogramma dat via een reguliere zender in Amerika te horen was. De betreffende folder refereerde uitgebreid aan de roemruchte periode van de Britse zeezenders in de jaren zestig en bracht ook de populariteit van de Britse popmuziek in Amerika gedurende die periode nadrukkelijk in herinnering. Het succes van de Britse Invasie, aldus de foldertekst, was destijds vooral te danken geweest aan de enorme invloed die Wonderful Radio London zou hebben gehad op de Britse muziekindustrie. Op dat punt had Amerika de muzikale revolutie van de jaren zestig in Engeland toch een handje geholpen, zo hield de folder haar lezers voor: het toenmalige Big L project was immers de successtory van een aantal Amerikaanse radiomakers, ondersteund door een groepje Britten.

2 Een syndicated programma. De verwijzing in de folder naar het verleden van de Big L diende, zoals gezegd, vooral om een Amerikaans radioprogramma aan te prijzen dat gepresenteerd werd door ene Diana London. Over haar werd het volgende gemeld:
  "Wonderful Radio London was en is de toekomst van de Britse top-veertig. Het andere geluid van Radio London is Lady Di oftewel Diana London. Diana is echter van Amerikaanse afkomst en ze heeft haar eerste radioervaring opgedaan in New York. Nadat Diana in de beginjaren zeventig enige tijd in Nederland doorbracht vertrok zij vervolgens in de midjaren zeventig naar "The Voice of Peace", alwaar ze voor het Vredesstation van Abe Nathan zowel Amerikaanse als Britse popmuziek presenteerde. We kunnen U verzekeren dat Diana ontzettend veel kennis heeft van de popindustrie aan beide kanten van de oceaan."
  De folder was kortom promotiemateriaal voor een wekelijks programma dat werd uitgezonder onder de noemer "Wonderful Radio London". De show werd live gepresenteerd en duurde 90 minuten, die werden gevuld met muziek van Amerikaanse en Britse artiesten. Dit programma was voor het eerst in januari 1982 te horen geweest via KVMX FM 97 in Eastland, een plaatsje in de staat Texas. Vanaf de maand maart 1982 werden naast de gouwe ouwe, ook nieuwe Britse releases ten gehore gebracht die middels relaties in Engeland snel per post waren opgestuurd. Op die manier was KVMX, zo werd trots gemeld, er onder meer in geslaagd om als eerste van de ruim tienduizend Amerikaanse stations het nummer "Come On Eileen" van The Dexys Midnight Runners in Amerika te laten horen. De foldertekst wees er nadrukkelijk op dat de betreffende programma's vanaf 1984 door andere stations ook in de zogeheten syndicated vorm te bestellen zouden zijn.

Het meest opvallende was misschien nog wel dat de general manager van KVMX een zekere Don Pierson was — inderdaad dezelfde man die in de jaren zestig eerst betrokken was bij het project van Radio London en daarna mede verantwoordelijk was voor de komst van de "Laissez Faire", het zendschip waarop onder meer Swinging Radio England en Britain Radio actief waren. De folder meldde ook nog dat de eigendomsrechten van de syndicated show in handen waren van de Amerikaanse onderneming Wonderful Radio London Inc, maar liet daarbij weten dat deze onderneming zelf geen enkele band had met de voormalige zeezender met dezelfde naam. Ook stond aangegeven, dat de organisatie geen contacten had met het BBC station Radio London, beter gezegd de BBC Local Radio London. In de folder werd tenslotte een aantal adressen genoemd in Dallas, met daaraan toegevoegd een informatie-adres in het Britse Bexleyheath.

3 Een telefoontje van John England. Het was allemaal weinig opzienbarend tot dusver. Dat veranderde in het begin van 1984 toen een groot aantal mediabladen in West-Europa werd benaderd door iemand die zei John England te heten. England kwam met het bericht dat het radiostation Radio London binnen afzienbare tijd haar programma's zou hervatten vanaf een zendschip in de monding van de Theems. Wel, dat was echt opwindend nieuws. Veel tijdschriften namen het bericht dan ook over en Jonathan Marks van de Wereldomroep Nederland, die dezelfde informatie had gekregen, besteedde er in zijn programma de nodige aandacht aan. Maar, wat was ervan waar? Voor het blad Freewave Media Magazine trok Tom de Munck de berichten na en trok een positieve conclusie. Op grond van zijn informatie, zo meldde hij de lezers, was de kans groot dat de geruchten over de terugkeer van Wonderful Radio London, op waarheid zouden berusten. Hij vatte de resultaten van zijn speurtocht in 1984 als volgt samen:
  "Op 14 augustus van dit jaar hoopt de organisatie achter een, nieuw, zendschip om een minuut over drie in de middag, Wonderful Radio London terug in de ether te brengen. Ik maakte al eerder melding van dit project, zonder nog precies te weten welke naam het zou krijgen. Na een telefoontje, dat we begin maart van de projectmanager John England kregen, om ons vroegtijdig van de wedergeboorte op de hoogte te stellen, zijn we in staat een aardig beeld te geven omtrent de plannen."
  De Munck vervolgde zijn relaas met een uitgebreide opsomming van de namen van de stations, de organisaties daarachter en het zendschip:
  "Radio London zal van 's morgens 6 tot 's avonds 7 uur (Britse tijd) in de ether zijn. Daarna zal het programma worden overgenomen door een ander station, The Voice of Free Gospel. Voor dit zeezenderproject werd in Atlanta een speciale firma opgericht, de Atlantic Charter Broadcasting Company, waarachter onder meer de voormalige Radio London en "Laissez Faire" financier Don Pierson schuil gaat. Er wordt momenteel onderhandeld inzake de aanschaf van een 65 meter lang bevoorradingsschip voor olieplatforms, dat uitstekend geschikt zou zijn als onderkomen van het nieuwe zendschip gezien de enorm goede stabiliteit. Het zendschip zal, indien de aankoop doorgaat, de "For Freedom" gaan heten. De naam is voor een deel gebaseerd op een toespraak van de voormalige Amerikaanse president Roosevelt: "Freedom of speech, freedom of fear and freedom of religion." Op de "For Freedom" zal een 50 kW zender worden geplaatst, terwijl ook wordt gedacht aan de aanschaf van een 10 kW SW-zender. De planning is dat in de eerste week van juli het constructiewerk gereed zal zijn, zodat half juli de haven verlaten kan worden om het schip vervolgens te verankeren in "pirate alley", zoals John England de Theemsmonding in een recent gesprek noemde."
  Dat was de informatie die De Munck van England had gekregen. Alles was over de telefoon correct doorgekomen, behalve de naam van het beoogde zendschip. De titel van de State of the Union die Franklin Delano Roosevelt op 6 januari 1941 voor het Amerikaanse Congres uitsprak, is de geschiedenis ingegaan als "The four freedoms." Het was de bedoeling dat het nieuwe zendschip die naam zou gaan dragen en dus niet de "For Freedom". Roosevelt hield zijn rede een klein jaar voor de Japanse aanval op Pearl Harbour — 7 december 1941 — die Amerika actief bij de Tweede Wereldoorlog zou betrekken. In zijn rede anticipeerde Roosevelt op die betrokkenheid door te wijzen op vier fundamentele vrijheden voor ieder individu. De eerste drie waren niet onbekend: de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van armoede. Roosevelt voegde aan dit drietal, mede in het licht van de dreigende oorlogstoestand, de vrijheid van angst aan toe. Zijn verklaring vormde de grondslag van de latere Universele Rechten van de Mens.
4 John England en Paul John Lilburne-Byford. Wie is John England? Destijds wisten we niet veel meer dan dat hij betrokken was bij deze poging om Radio London weer in de lucht te krijgen. Op dit moment zijn er, ook op Internet en zelfs in dit tijdschrift (England, 2003b), voldoende documenten beschikbaar die meer over de man vertellen. Wie wat op het Internet rondkijkt, kan al snel vaststellen dat John England met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dezelfde is als Paul John Lilburne-Byford, die op zijn beurt weer kan worden geïdentificeerd als Paul Byford. Op een eigen website liet John England bijvoorbeeld ooit zijn bewondering blijken voor de radicaal-democratische zestiende eeuwse pamflettist "Freeborn" John Lilburne (1614-1657). Daarnaast blijkt ook de woonplaats van John England samen te vallen met die van Paul John Lilburne-Byford: Great Baddow, Chelmsford in het het Zuid-Engelse graafschap Essex. John England is kortom, naar het zich laat aanzien, de schrijversnaam van Paul John Lilburne-Byford.
  In zijn publicaties spreekt John England altijd nadrukkelijk van Paul John Lilburne-Byford als zijn vriend uit Engeland. Klaarblijkelijk is hij bang om als privé-persoon geïdentificeerd te worden met de zeezenders — iets dat in Engeland nog steeds strafbaar is. Om diezelfde reden zag hij vroeger al geregeld af van het plaatsen van zijn foto in de krant. Als we alle informatie samenvoegen dan was Paul John Lilburne-Byford een jonge Britse free-lance journalist en radio-enthousiast met een speciale interesse in Radio London, die door zijn publicaties over dit onderwerp in contact was gekomen met Don Pierson. Naar eigen zeggen startte hij in 1980 een tijdschrift in Texas, waarin hij andermaal over Pierson publiceerde. Dat bracht hem andermaal met de man en diens syndicated programma in contact. Kort daarop werden de plannen gesmeed voor het nieuwe offshore station. De Diana London, waarover in de foldertekst wordt gesproken, is overigens Genie Baskir, de hoofdredacteur van England's blad. Hij zegt daar nu over:
  "At one point, Genie Baskir was to become the presenter of the syndicated show and at the end of 1983 some literature was printed to promote her and the syndicated programme."
  Dat was dus de betreffende folder. In dezelfde recente terugblik liet John England (2003b) weten dat zijn groep destijds het oog had laten vallen op het schip MV "Sea Level XI". Afgezien van enige gesprekken met Bob Carr, de ingenieur die had meegeholpen aan de uitrusting van de MV "Galaxy", was er daadwerkelijk echter nog maar weinig gebeurd. Het waren dus, ondanks alle details, voornamelijk wilde verhalen. Ook De Munck meldde destijds al dat de onderhandelingen inzake de aankoop van een schip nog gaande waren en er zeker nog geen definitieve koop had plaatsgevonden. Klaarblijkelijk was England met zijn verhaal aan de telefoon bijzonder overtuigend geweest. Door alle details was De Munck in de onderneming gaan geloven. Hij wist in zijn verhaal zelfs de dag en het precieze tijdstip van de eerste uitzending te noemen:
  "Als eerste zal het signaal van "The Voice of Free Gospel" in de ether komen, waarna op 14 augustus om een over drie in de middag "Wonderful Radio London" zal terugkeren. De nieuwe "Radio London" zal van hetzelfde PAMS-jingle pakket gaan gebruik maken als Big L in de jaren zestig, hoewel het pakket enigszins zal worden aangepast. Als format zal het nieuwe station "all golden oldies" gaan brengen terwijl "The Voice of Gospel" als format "Contemporary Gospel Music and Inspirational Thought" zal krijgen."
  De Munck vroeg aan John England ook of er nog bekenden uit het roemrijke verleden van Big L aan het nieuwe project zouden gaan meedoen. Dat wilde hij echter noch bevestigen noch ontkennen. Wel gaf hij aan dat er op de "Four Freedoms" vier tot vijf zendmasten zouden komen te staan met een hoogte van zo'n elk 30 meter. De antennedraad zou in de toppen van de masten komen te hangen, gespannen in een vijfhoek. Vanaf dat moment kregen zowel Tom de Munck als ik tientallen telefoontjes van England, die vaak niet eerder dan half twee in de nacht binnen kwamen. In de maand juni van dat jaar wist hij te melden dat scheepstechnisch alles naar wens verliep en er veel steun van deskundigen was verkregen. Hij zag de toekomst helemaal zitten:
  "We zijn niet bang voor de concurrenten. Radio London was destijds niet de eerste maar wel de beste en bovendien commercieel gezien zeer geslaagd. We zullen dit succes gaan herhalen. Als programmaleider hebben we Ben Toney aangetrokken, die in de jaren zestig voor ons ook al de nodige successen wist te boeken."
  Dat klonk allemaal redelijk overtuigend. We konden er niet uit opmaken dat bij England de wens sterker was dan de werkelijkheid en dat hij duidelijk overmoedig was geworden door zijn contacten met de grote namen achter het eerdere "Radion London". Ook in de officiële pers begonnen zijn verhalen intussen weerklank te vinden.
5 De Britse pers. Op 23 juli 1984 las ik in de Observer, een Britse krant, een artikel waarin aandacht werd besteed aan het religieuze project. Namen van Amerikaanse evangelisten als Oral Roberts, Jerry Falwell en Jim Baker werden genoemd als presentatoren voor de "Voice of Gospel". Daarnaast werd aangegeven dat het geplande gouwe-ouwe-format geen doorgang zou vinden en zou worden vervangen door een Top-40-format, waarin ieder uur ruimte zou zijn voor enkele golden oldies. Ook bij ons hing England enkele dagen later al weer aan de telefoon. Hij wist te melden dat de startdatum geen doorgang kon vinden en verschoven zou worden naar 24 december 1984. Op zich een mooie datum, aangezien de eerste officiële uitzending van Radio London twintig jaar eerder op dezelfde dag vanaf de MV "Galaxy" plaatsvond. Ook beweerde hij een van de voormalige Caroline-deejays, Jim Murphy, bereid te hebben gevonden om voor het nieuwe project te gaan werken. "Murf the Surf" was op dat moment een belangrijke radiopersoonlijkheid in Texas.
  Rechts: artikel uit de East Anglian Daily Times (6-8-1984; klik op de afbeelding voor een groter overzicht)

Enkele weken later, op 6 en 7 augustus 1984, ging op haar beurt de East Anglian Daily Times dieper in op allerlei geruchten inzake zeezenders waarbij onder meer Buster Pearson van het Monitor Magazine aan het woord kwam. Deze gaf aan niet zo overtuigd te zijn van het realiteitsgehalte van het nieuwe project aangezien het al zo lang geleden was aangekondigd via de Nederlandse Wereldomroep en er sindsdien daadwerkelijk niets gebeurd was. Hij beschouwde alle geruchten rond Wonderful Radio London dan ook als een grote grap. Op diezelfde 7e augustus belde John England ons andermaal laat in de nacht. Ditmaal wist hij te melden, dat Carl Kingston — de voormalig VOP- en Caroline-deejay — naar de VS zou afreizen om er te gaan werken voor KVMX in Dallas. England gaf daarbij aan, dat de betreffende programa's mogelijk op de band zouden worden gezet en vervolgens zouden worden uitgezonden op Wonderful Radio London International.

  Bij navraag bleek dit verhaal niet geheel juist. Kingston had, zo werd ons al snel duidelijk, zelf aan KVMX om werk gevraagd en om die reden zelfs mede-eigenaar Don Pearson gebeld. Deze had hem geantwoord dat hij, wanneer hij belang had bij een baan, maar naar Dallas moest vliegen. England had dit op zijn beurt weer van Don Pearson gehoord en was daar behoorlijk kwaad om geworden, omdat hij eigenlijk liever niet wilde samenwerken met een ex-Caroline-deejay. Hij was namelijk bang, dat de ex-Caroline-medewerkers alle informatie over het geplande project direct zouden doorbellen aan Ronan O'Rahilly, de eigenaar van Radio Caroline, die dol was op infiltratie in andere zeezender-projecten.
6 Groeiende twijfels. Het ging duidelijk niet goed met de plannen voor het zendschip, maar andere dingen verliepen ogenschijnlijk meer voorspoedig. Zo viel, met ingang van 1 september 1984, het eerder gememoreerde syndicated programma te beluisteren via het zeer krachtige kortegolfstation XCRF in Mexico. Dit station zendt haar programma's uit met een vermogen van 500 kW, gericht op de VS, en is vanwege de sterke zender in vele staten probleemloos te ontvangen. England kreeg inmiddels directe contacten met de Caroline-organisatie. Het was de in New York kantoorhoudende Vincent Monsey die hem belde en vroeg omtrent zijn plannen. England meldde Monsey zeer zeker niet met de inrichting van een schip bezig te zijn gezien de benodigde fondsen er domweg nog niet waren. Dat weerhield hem er echter niet van verdere berichten over de komst van WRLI. Zo kregen Tom de Munck en ik in het midden van oktober andermaal een telefoontje. WRLI, zo melde England, zou de overige overgebleven zeezenders, "Laser 558" en "Caroline", een lesje gaan leren:
  "Als wij in de ether komen beginnen we direct met het uitzenden van commercials. Men hoeft daar bij ons geen maanden op te wachten, zoals eerder bij Caroline en Laser."
  Links: artikel uit een krant uit Dallas (klik op de afbeelding voor een groter overzicht

In een artikel uit een krant in Dallas, die John England vervolgens naar ons stuurde, werd melding gemaakt van het bestaan van een schip. Wij hadden echter inmiddels ook zoal de nodige vraagtekens achter zijn verhalen gezet. Informatie via de geijkte kanalen hadden ons niet op het spoor gezet van de "Four Freedoms", zoals het schip van England en de zijnen zou heten. We kregen dan wel het syndicated Top-40-programma, dat overigens uiterst professioneel klonk, toegestuurd en een aantal jingles die gemaakt waren voor The Voice of Free Gospel maar toch kregen we steeds minder vertrouwen in de afloop van de zaak.

Begin november 1984 besteedde Jonathan Marks in zijn programma andermaal aandacht aan het onderwerp. Nu wist hij te melden, dat het station op 26 december van start zou gaan en al tijdens de overtocht van Amerika naar Europa met testuitzendingen in de ether zou komen.

7 Volgeboekt. In een verklaring van de "organisatie", gedateerd op 24 november, verklaarde men dat de zendtijd voor The Voice of Free Gospel al zou zijn volgeboekt. Bij WRLI was dit zeer zeker nog niet het geval en men overwoog zelfs de zendtijd in zijn geheel aan een enkele organisatie te verkopen. In dat verband viel de naam van Tupperware Inc. Ook in december 1984 kwam niet de verwachte start. Begin januari 1985 volgde wel een pakje met daarin een cassetteopname van een televisieprogramma van Channel 49. Het bestond uit een fragment uit "The All American Christian Show" waarin ene Randy Helms vertelde over The Voice of Free Gospel. Hij stelde onder meer dat het zendschip in New York werd uitgerust en dat hij in de toekomst zelf via de zender in Europa zou zijn te horen. In een briefje, dat England bij de cassette had gevoegd, stond echter te lezen dat het schip al lang niet meer in New York maar reeds in een Spaanse haven lag afgemeerd.
  In het televisieprogramma had Helms nog wel gemeld dat de programma's van de religieuze zeezender in een studio in Forth Worth zouden worden opgenomen en per tender naar het schip zouden worden gebracht. Het syndicated programma, dat de laatste maanden door de Brit Chris Elliot werd gepresenteerd, was inmiddels stopgezet omdat betalingen aan hem uitbleven. Hij vertelde aan Tom de Munck te geloven dat het hele verhaal afkomstig was uit de "gestoorde" hersenen van John England. Andere bronnen bleven het verhasal echter bevestigen. Zo wist een correspondent van de TROS in Londen op 11 februari 1985 zelfs te melden dat er spoedig vier nieuwe zendschepen bij zouden komen in het Kanaal, waaronder een country-station, een Top-40-station en liefst twee religieuze stations. Vanuit Dallas hoorden we van Ben Freedman, eigenaar van PAMS, dat er voor het nieuwe Radio London een nieuw jinglepakket was gemaakt op basis van de oude Radio-London-jingles met slechts enkele aanpassingen.
  Er gebeurde dus nog steeds van alles, behalve op het punt van een zendschip. Het nieuwe Wonderful Radio London International bleef een station van woorden, tapes en vooral van paier. Ook de eventuele zendapparatuur van het station bleek niet te achterhalen. In de beginperiode van het "papieren station" had John England wel, zo bleek, bij Besco International, een firma die handelt in tweede-hands zenders, geïnformeerd naar de prijzen van zendapparatuur. Eerder had de organisatie van Radio Caroline daar met succes een aantal zenders vrij goedkoop kunnen kopen. Maar, toen we begin 1985 bij eigenaar Dick Witkovsky informeerden omtrent een eventuele bestelling van WRLI, antwoordde hij nooit meer iets van John England te hebben gehoord. England wist ons in diezelfde maand januari te melden dat de geplande datum andermaal moest worden uitgesteld en dat de start niet eerder dan half augustus 1985 was te verwachten. Omtrent de reden van uitstel zei hij:
  Rechts: artikel uit de East Anglian Daily Times (7-8-1984; klik op de afbeelding voor een groter overzicht

"Ik hou niet van prematuurtjes daar deze weinig overlevingskansen hebben. Kijk maar naar het niet succesvol zijn van Laser 558. In de toekomst heb ik het dermate druk met de voorbereidingen zodat in de toekomst jullie worden geïnformeerd via mijn nieuwe PR-man in Europa, Neal West."

Deze Neil West was eigenaar van een illegaal korte-golf-station in Engeland dat gedurende de weekeinden te horen was onder de naam East Coast Radio. Onder meer werd er de WLRI Top-40 uitgezonden. West was door John England benaderd om als PR-man te gaan werken, aangezien England zelf intussen een beetje genoeg had van al het gepraat met de pers. Maar, England hield zijn zwijgen niet lang vol, want al een week later nam hij andermaal contact op met de redactie van het Freewave Media Magazine. Hij meldde dat men er over dacht het Top-40-format te laten vallen, aangezien Laser 558 dit format al vanaf de Noordzee bracht. Gedacht werd vervolgens aan een Country-format, een muziekformat dat in Texas ook enorm succesvol zou zijn. Vooral vanuit de platenindustrie in Texas was de belangstelling groot, aangezien men dacht op die manier in de toekomst hun producten in West-Europa zou kunnen slijten. England meldde tevens dat de besluiteloosheid omtrent formats en de afwachtende houding van de financiers de reden van het uitstellen van de officiële start was.

8 Een naamsverandering. Eind januari kwam vervolgens ook de naam WRLI te vervallen. Deze werd vervangen door GBLC, Great Britain Loves Country. Als tweede invulling voor de afkorting werd Genuine Big L's Country aangegeven. In de persoon van de countryzanger Joe Poovey was een programmaleider aangezocht. Het begrip country werd overigens wel heel breed opgevat, want men dacht het format te kunnen vullen met country, rock and roll, Top-40 en West-Coast-Pop. De naam van het tweede project, Voice of Free Gospel, bleef gehandhaafd. Niet veel later echter maakten zich ook op het punt van de beoogde religieuze zender de eerste problemen kenbaar. De eerder gememoreerde Randy Helms kwam in februari 1985 op een verkeerde manier in de publiciteit. Twee van zijn vrienden begonnen hem lastige vragen te stellen omtrent het project. De twee, Osborne en Mize, waren misleid en hadden via allerlei kerkelijke acties een bedrag van $250.000 bijeengeschooid voor het project. Het vreemde was dat Helms aan hen de waarheid niet had verteld want hij had gesteld dat het zou gaan om een Pools zendschip dat zou gaan liggen voor de Zweedse kust.
  De naam Osborne dook in de jaren zestig in Europa al op, waar hij bekendheid verwierf door zijn vele optredens in de openlucht waar hij aan gebedsgenezing deed. Ook was hij de financier van enkele religieuze programma's die onder meer via Radio City werden uitgezonden. In 1981 was hij al eerder betrokken geweest bij een papieren plan voor het opzetten van een zeezenderprojekt voor de kust van Polen. Hierbij zou een aantal schepen propaganda en religie de voormalige Oostbloklanden inpompen. De contactman voor Osborne in Europa was Johan Maasbach en toen deze aan Osborne vertelde niet langer te vertrouwen in de plannen van England en vervolgens op Radio Monique zendtijd zou kopen, sloegen bij Osborne de vertrouwensknoppen ook door. Mede door het besluit van Maasbach begonnen de potentiële financiers van Voice of Free Gospel zich te bedenken omtrent de eventuele financiering.
  England zelf zat intussen nog steeds te wachten op een positieve reactie van de religieuse organisaties. Toen hij kort daarop met Helms sprak gaf hij hem te kennen dat hij kon opstappen wanneer hij geen vorderingen meer zou maken met de voorbereidingen voor de financiering van The Voice of Free Gospel. Helms wist daar zo direct geen positief antwoord op te geven en diezelfde dag nog meldde England ons dat hij Helms de laan had uitgestuurd. Spoedig, zo zei hij, zou hij een nieuwe contactpersoon voor de Voice of Free Gospel benoemen. England wist klaarblijkelijk zo langzaamaan ook niet meer wat hij nu weer moest verzinnen, want begin maart was hij andermaal aan de telefoon, ditmaal met het meest ingewikkelde plan tot dusver. De stations die aan boord van de MV "Four Freedoms" zouden gaan uitzenden, zo zei hij, zouden gaan opereren onder de werknaam "The Four Freedoms Broadcasting Network". Tevens zou het geheel aan activiteiten gebundeld worden onder de naam GBLC, de afkorting voor "Group Broadcasting Licensed Companies". Verder zou er nog een speciale stichting worden opgericht onder de naam "Four Freedoms Foundation Inc", die als een soort van servicestichting dienst zou gaan doen voor de gehele vrije radio-scene in West-Europa, waarbij ondermeer een regelmatig verschijnend bulletin zou worden uitgegeven. De eerste uitgave verscheen vrijwel direct na de aankondiging van deze plannen en was geschreven door Eric Guilder, die als professor werkzaam zou zijn aan de universiteit van Texas.
9 Drie stations. Vervolgens meldde England dat er een eigendomssplitsing zou worde doorgevoerd ten aanzien van de elektronica op het schip, het schip zelf en de programma's. Het schip zou eigendom worden van de Langley Shipping Company, terwijl de zendtijd zou worden verhuurd onder verantwoordelijkheid van GBLC. England dacht opeens aan drie stations: Network One, ofwel Wonderful Radio London — de naam kwam zo maar weer terug echter zonder de toevoeging International. Met een vermogen van 25 kW zou dit een Engelstalig programma worden dat tussen zes uur in de ochtend en twee uur in de nacht zou worden geprogrammeerd. In blokken van vijf uur zouden de onderdelen aan afzonderlijke sponsors worden verkocht, terwijl ook syndicators dergelijke blokken zouden kunnen kopen. De programma's zouden per uur 55 minuten moeten duren en vanuit Texas op tape worden aangeleverd. De rest van elk uur zou aan boord worden gepresenteerd door FFBN. Dit gedeelte zou voor vier minuten uit nieuws en een minuut uit het weerbericht gaan bestaan. Het nieuws was gepland op het hele en het weer op het halve uur.
  Network Two zou The Voice of Free Gospel worden, tevens met een zender van 25 kW. Gedurende dezelfde uitzendtijden als Wonderful Radio London zou dit station in de ether zijn. Tot zes uur in de avond zouden de programma's gevuld zijn met de religieuze boodschap. Na die tijd zou er aandacht worden besteed aan muzieksoorten die normaal niet zo vaak te horen waren. Men dacht aan een presentatie in een aantal Europese talen. Het Network Three was bestemd voor GBLC en zou gaan uitzenden via een 10 kW kortegolfzender. Hierdoor zou men niet alleen Europa maar ook Amerika kunnen bereiken. Dit station zou diverse programma's van eerder genoemde netwerken gaan heruitzenden. Ook deelde England mede dat de projecten pas doorgang zouden vinden als de benodigde financiering was gevonden.
10 Einde verhaal. Vanaf eind maart hoorden we plotseling niets meer van England. Op zijn antwoordapparaat stond een boodschap inzake zijn afwezigheid en op de door ons gestuurde brieven werd ook niet meer geantwoord. Pas op 28 juni hoorden we van een van zijn contactpersonen in Engeland dat hij het hele project zat was en de pijp aan Maarten had gegeven. In augustus kwam England even plotseling terug als hij was gegaan. Hij meldde zeer koel dat het hele project niet meer door zou gaan en dat nog enkel de plannen voor de publicatie van een tijdschrift zouden worden gerealiseerd. Dat gebeurde ook, maar blad kwam uiteindelijk slechts drie keer uit. Toen bleek ook dit plan onhaalbaar. Wel deed Tom de Munck nog onderzoek naar de namen van de personen die stonden geregistreerd als bestuurslid van de betreffende stichting. Het bleken Herve Hagor (een pseudoniem van John England), Ben Toney, Chris Elliot, Eric Guilder, T. Shorback en E. Muraishi (de vrouw van John England) te zijn.
  Niet veel later waren in Europa op tal van illegale radiostations programma's te horen van "The Rebel Radio Network". Hierin was de centrale presentatie weggelegd voor John England die allereerst een aantal malen diep inging omtrent de opgedane ervaringen met het mislukte project, dat vooral geen doorgang kon vinden wegens het uitblijven van financiers. In de daarop volgende programma's dacht hij diverse personen uit de Europese vrije-radio-scene behoorlijk zwart te moeten maken. Met name in een interview met Don Pierson herschreef hij de geschiedenis drastisch in zijn eigen voordeel. Geruime tijd gingen deze programma's de ether in. In diezelfde periode bleef England ons maar bellen over de problemen binnen de Caroline- en Laser-organisatie, terwijl hij meende ook nog eens te moeten infiltreren binnen het Nannell-project. Zowel de redactie van het Freewave Media Magazine als die van Offshore Echoes in Engeland kregen er flink genoeg van en deelden hem vriendelijk doch beslist mee, dat zijn telefonische informatie niet langer op prijs werd gesteld.
  Hoe ging het verder met Paul John Lilburne-Byford? Een aantal mensen die bij de zeezenders betrokken waren, werden daar flink rijk van. Een aantal anderen raakten diep in de problemen. Ongelukkigerwijs hoorde Lilburne-Byford bij die laatste categorie. Samen met zijn vrienden deed hij nog een tweede poging om een zendschip te verwerven, die jammerlijk mislukte. Het hele verhaal valt na te lezen in een recent overzicht van zijn alter ego (England, 2003a). Hij kocht een schip dat volgens de opgave geregistreerd was in het operette-vorstendom "Sealand" van Prins Roy Bates, maar de facto Panamese papieren had. Na een reeks van problemen in Amerika werd het schip door anderen doorverkocht aan de filmmaatschappij MGM, die het bij de opname voor de actiefilm Blown Away (1994) met veel vuurwerk in de lucht liet springen. Via de Britse rechter probeert Lilburne-Byford nog steeds zijn juridisch gelijk te krijgen, alsmede financiele compensatie van de eigenaren van "Sealand". Tot dusver tevergeefs. Daar komt bij dat de man in de tussentijd een zwaar verkeersongeval heeft gehad. Het een en ander heeft hem, zoals uit zijn recente verhalen valt op te maken, bepaald geen goed gedaan (Lilburne-Byford, 2003).
   
Previous
  Bronnen
 
  • Bishop, Gerry, Hans Knot en John S. Platt (2000), "Rare pictures from radio's past. Pictures and documents of Radio London (1964-1967." In: Soundscapes, 2000, 3.
  • England, John (2003a), "The day I attended the funeral of Don Pierson. A postscript to Tom Danahers's memories of Don Pierson." In: Soundscapes, 2003, 5.
  • England, John (2003b), "The ill-fated story of WRLI and WWCR. Our failed attempts to revive Wonderful Radio London." In: Soundscapes, 2003, 5.
  • Knot, Hans (1994), De historie van de zeezenders, 1974-1992. Meer duimzuigers en oplichters. Amsterdam: Stichting Media Communicatie, 1994.
  • Lhote, François (2001), "Looking back at Radio London and Radio England. An interview with Tom Danaher." In: Soundscapes, 2001, 4.
  • Lilburne-Byford, Paul John (2003), "Occupation: Wonderful Radio London. Open letter to the Insolvency Service of Southend-on-Sea, Essex." In: Soundscapes, 2003, 5.
  • Munck, Tom de (1984-1986), Diverse publicaties in: Freewave Media Magazine, 1984-1986.
  • Wendale, John (1984-1986), Diverse publicaties in: Free Radio Magazine, 1984-1986.
   
Previous
  2003 © Soundscapes