Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 7
juni 2004

En Venus was haar naam ...

 





  De vele gestaltes van Venus in de popmuziek
door Ger Tillekens
Previous
  Op de ochtend van 8 juni 2004 schoof de planeet Venus voorlangs de zon. Ter gelegenheid van deze Venus-transitie liet de Rijksuniversiteit Groningen een aantal sprekers aan het woord over Venus in al haar verschijningsvormen. Ger Tillekens leverde een korte bijdrage over de betekenis van Venus in de popmuziek. Voor ons tijdschrift schreef hij deze uitgebreide versie.
 
1 Rechts: Is Maats Mons, een van de hoogste bergen van Venus, bedekt met "heavy metal"?

Heavy Metal op Venus? Eind vorig jaar maakte een tweetal Amerikaanse planetologen van de Universiteit van Washington bekend, dat de hooglanden van de planeet Venus hoogstwaarschijnlijk zijn bedekt met een dun vrieslaagje zware metalen, met name bismut en lood. De schrijvende pers liet de gelegenheid niet onbenut. "Venus has heavy metal mountains," zo kopten de wetenschapsbijlagen van de Britse kranten. Het is mogelijk dat de organisatoren van deze dag mij als "pop-deskundoloog" om die reden om een bijdrage hebben gevraagd. Ik ben echter planetoloog noch astronoom en ik kan u dus niets vertellen over eventuele Hard-Rock of Heavy-Metal op Venus. Wel, omgekeerd, over Venus in de rock of, ruimer gezegd, de popmuziek. En dat is waar dit verhaal over gaat: de gestaltes en schijngestaltes van Venus in de popmuziek.

2 Wilde akkoorden. Bij Venus in de popmuziek denken we natuurlijk allemaal allereerst aan de onsterfelijke Venus van Shocking Blue — in dit geval niet de planeet maar de godin: de "goddess on a mountain top," "burning like a silver flame," en de "summit of beauty and love." Een fraaie compositie van de Haagse popmuzikant Robbie van Leeuwen die eerder bekendheid verwierf als gitarist van de Motions. Het nummer werd gezongen door Mariska Veres, die met haar verstilde en ongenaakbare houding op het podium de godin Venus welhaast personifieerde. Er valt het nodige te vertellen over deze Venus, die in juni 1969 — deze maand op de kop af 35 jaar geleden — de Nederlandse hitparade binnenwandelde en daar opklom naar een derde plaats. Elders steeg Shocking Blue's Venus zelfs nog hoger op de hitladder. Ondanks het stevig Nederlandse accent van Veres, werd het in Amerika de eerste nummer-een-hit van een niet-Engelse, Europese popgroep. Door alle aandacht die het nummer daardoor kreeg, keerde het daarna weer even terug in de Nederlandse hitlijsten. De groep was bepaald geen eendagsvlinder, want er volgden nog enkele nationale en internationale hits, zoals "Mighty Joe," "Never Marry A Railroad Man" en "Hello Darkness." Het grote succes van "Venus" werd echter nooit meer geëvenaard.
  Links: Zangeres Mariska Veres met achter zich de vaste kern van Shocking Blue: Klaasje van der Wal (bas), Cor van der Beek (drums) en Robbie van Leeuwen (gitaar)

Intussen is de "Venus" van Shocking Blue een echte standaard geworden in het pop-repertoire, die door vele andere artiesten is gecovered. Zo maakte Tom Jones al in 1970 een up-beat disco-versie — een cover die te vinden is op zijn album Tom. Probleemloos handhaafde Jones de regels "I'm your Venus," waarmee hij de godin een geslaagde geslachtsverandering liet ondergaan. In het midden van 1981 vormde het nummer een onderdeel van een van de compilatie-singles van de Stars On 45 die ook weer op de hitlijsten belandde. Bananarama, een van mijn favoriete meidengroepen, behaalde met hun uitvoering in juni 1986 zelfs nog een vierde plaats op de Nederlandse hitlijsten. Al met al stond de song maar liefst driemaal op de Nederlandse en Amerikaanse hitlijsten, wat een record schijnt te zijn. Het nummer is vaker gecoverd, maar ik noem er nog drie als voorbeeld. The Charlottes — niet Good Charlotte, maar de Britse Alternative-Rock-band — gingen in 1991 met het nummer aan de haal en het resultaat is te vinden op het compilatie-album Things Come Apart. De comedy-groep The Chipmunks liet in 1998 samen met The Chipettes een parodie op het nummer horen op hun album Alien Songs. En vorig jaar nog zong de Duitse meidengroep No Angels het lied opnieuw in voor een televisiespot ter promotie van het nieuwe, naar keuze roze- of blauwgekleurde scheermesje dat Gillette op de markt introduceerde speciaal "for women." De song is kortom een blijvertje in het pop-bewustzijn en dat is ook wel te begrijpen, want voor een popsong zit het, muzikaal bezien, knap in elkaar.

  Interessant is met name de stevige akkoordenreeks die de slaggitaar laat horen. Het nummer begint met een pakkende tremolo op een B7sus-akkoord, die hoog op de hals van de gitaar wordt gespeeld. Dat stukje ontleende Van Leeuwen overigens, zoals wel meer mensen is opgevallen, van de "Pinball Wizard," een song uit de rock-opera Tommy waar de Britse popgroep The Who eerder in 1969 triomfen mee vierde. Zodra het couplet begint laat de gitaar een herhaalde afwisseling horen van het Em-akkoord en het A-akkoord. De eerste overgang van het B7- naar het Em- en vervolgens het A-akkoord vormt een kwintenreeks, die het geheel een pittig blues-effect geeft. Dan gaat het als volgt verder:
    |Em            |A             |Em            |A             |
  A  goddess on a   mountain       top                      Was
    |Em            |A             |Em            |A             |
     burning like a silver         flame                    The
    |Em            |A             |Em            |A             |
     Summit of      beauty and     love                     And
    |Em            |A             |Em            |A             |
     Venus was her  name
  Het nummer staat onmiskenbaar in E-mineur, maar toch blijft de toonsoort door de afwisseling van slechts twee akkoorden lichtelijk onzeker. Dat houdt de zaak spannend. Er is nog iets bijzonders aan die combinatie van een mineur-tonica en een majeur-subdominant. De combinatie van het Em- en het A-akkoord plaatst het couplet namelijk, zoals dat heet, in de Dorische modus. In de popmuziek — en niet alleen daar — wordt deze modus vaak gebruikt om een gevoel van tijdloosheid te suggereren. En, dat past weer uitstekend bij het beeld dat in de tekst wordt opgeroepen van de eeuwige godin die onbewegelijk, als een standbeeld, op haar bergtop boven de mensheid torent. Dan volgt er in het refrein een versnelde overgang naar de toonsoort van A-mineur en een wilde reeks akkoorden die musicologisch moeilijk te duiden valt:
    |Am            |D             |Am            |D             |
     She's got it   -                       Yeah, baby,   she's 
    |Em            |A             |Em            |A             |
     got it         -                                     Well,  
    |C7            |-             |B7            |-             |
     I'm       your Venus,         I'm       your fire       At
    |Em            |A             |Em            |A             |
     your       des-ire
De overgang naar het Am-akkoord is op zich al bijzonder, maar dat geldt des te meer voor de halftoonsovergang van C7 naar B7. Ook die beide harmonische overgangen sluiten prima aan bij de inhoud van de tekst. De overgang naar het Am-akkoord ondersteunt de overgang van een beschrijvende naar een meer persoonlijke waarderende toonzetting van de tekst. En met de halftoonsovergang van C7 naar B7, die de relatief langgerekte uitroep "I'm your Venus, I'm your fire" begeleidt, lijkt het alsof de godin zelf van haar bergtop afkomt en dicht tegen de toeschouwer aankruipt. De kwintenreeks aan het begin van het nummer, de Dorische toonzetting in het couplet, de modulatie en de halftoonsval in het refrein zijn de vier harmonische trucs die het nummer, muzikaal bezien, opvallend maken. Ieder voor zich waren deze muzikale kunstgrepen, ook toen al, niet nieuw. Van Leeuwen slaagde er echter in om ze in het bestek van een kleine minuut op sublieme wijze dicht op elkaar te pakken. Popsongs moeten het doorgaans hebben van dit soort wilde harmonische vondsten en in dat opzicht kan de "Venus" van Shocking Blue dan ook een uitermate geslaagde compositie worden genoemd. [1]
3 Rechts: "Make love, not war," nog vóór het hippy-tijdperk. Naast zijn muzikale carrière speelde Frankie Avalon in talloze zogeheten beach-films. In "Pajama Party" (1964) brengt hij, geholpen door een verzameling strandnimfen, een complete invasiemacht van Mars tot inkeer

Tussen Valleri en Veronica. Het centrale thema van Shocking Blue's "Venus" is het verlangen, sterker nog, de seksuele begeerte oftewel de lust. Het gaat over dat ene mooie meisje op de dansvloer waar alle jongens naar kijken maar niet heen durven lopen uit angst om te worden afgewezen. De onbereikbare schoonheid die door de muziek zelf op de een of andere manier toch bereikbaar wordt gemaakt. Je kan je daarnaast ook voorstellen, dat het over het "stardom" gaat, met zangeres Veres zelf als de Venus die op de berg, in dit geval het poppodium, staat, onbereikbaar voor haar vele fans. In de tekst worden nog enkele andere interessante associaties gewekt. "Her weapons were here crystal eyes, making every man mad," zo luidt een tekstregel. En een andere vertelt ons: "Dark as the night she was, got what no one else had." Die eerste zin bevat een verwijzing naar de aanraking van Venus, de zogeheten "Venus-touch;" de tweede speelt met wat we de donkere kant van Venus kunnen noemen. Die beide elementen zijn, zoals we nog zullen zien, ook te vinden in een aantal andere Venus-songs. Ik kom daar nog op terug, maar ik wil eerst vaststellen dat Venus slechts een beperkte plaats in de popmuziek inneemt.

  In de hitlijsten komen we wel veel naamloze meisjes en vrouwen tegen, maar slechts weinig concrete meisjesnamen. Uit de Rock-'n-Roll kennen we onder meer de namen van Donna, Carol, Corinna, Georgia, Lucille, Samantha, Sheila en, last but not least, het roemruchte trio Marylou, Peggy Sue en Susie Q. De popmuziek heeft een langere staat van dienst en telt om die reden ook wat meer songs die met naam en toenaam aan een meisje zijn opgedragen. Vanaf 1955 melden de hitlijsten onder andere een Alice, een Angie, een Barbara, een Caroline, een Carrie-Ann, een aantal Cecilia's of Celia's, een Chiquitita, een Delilah en een Dolly, een Emily en een Eva, een Lilly, Lucy en Lola, een Joan, Jennifer, Josephine en, niet te vergeten, een Julia. Verder zijn er opvallend veel Mary's en Marianne's, een Michelle, een Norma Jean, een Patty en Paula, een Ramona en Roxanne, enkele Sally's en Sandy's, en ook weer relatief veel Susan's, Susannah's of Suzanne's. Tot slot is er nog een enkele Tessie en Theresa, een Valleri, enkele Veronica's en een Victoria. Het Nederlandstalige levenslied levert ons verder nog zulke pareltjes als Agatha, Annemarie, Annabel, Anita, Eva, Heidi, Hilde, Katinka, Manuela, Marie, Monica, Lotje en Sophietje — en dan laat ik alle tantes — zoals tante Julia, tante Mien en tante Saar — maar even buiten beschouwing.
  Het is een indrukwekkende rij, maar al met al is het toch ook weer niet zoveel. De meeste popsongs met een mannelijke, heteroseksuele "love interest" bezingen anonieme meisjes, die worden aangesproken als "girl," "woman," "lady" — al of niet gekwalificeerd als "little," "foxy" of "lazy." Dan zijn er natuurlijk nog de "queens" en, niet in de laatste plaats, de eindeloze hoeveelheid "baby's." Dat zijn de naamloze, maar echte godinnen van de popmuziek. In dat pantheon neemt Venus slechts een zeer bescheiden plaats in. Ook boven de Griekse en Romeinse goden die in popsongs worden genoemd, steekt Venus niet met kop en schouders uit. Haar vaste compagnon Cupido — "Cupid" zoals de Engelsen het kleine engeltje met de pijl en boog noemen — doet het minstens zo goed, zo niet beter. De namen van de goden waarmee Venus de Olympus deelt, Jupiter bijvoorbeeld, vinden bijna even vaak vermelding. En, onder de hemellichamen is de Maan — en dan vooral het nachtelijk, romantisch zachte schijnsel van onze satelliet — stukken populairder. Zelfs de "dark side" daarvan is door Pink Floyd uitgebreid bezongen. We kunnen daarnaast ook de Melkweg niet uitvlakken. Tot slot doen ook de sterren in het algemeen het beter onder de hemelse lichamen in de populaire muziek. In het felle licht van de popmuziek is Venus, kortom, maar een heel klein stipje.
Een kort fragment van de "Venus" van Frankie Avalon (1959 © Chancellor; 30 sec.)
  Hoe het ook zij, tussen Valleri — de hit-single van de Monkees uit 1968 — en Veronica — onder meer in 1972 bezongen door Cornelis Vreeswijk — vinden we in de hitparade een drietal Venussen. Naast het nummer van Shocking Blue is dat de gelijknamige hit van Frankie Avalon die tien jaar eerder, in 1959, de hitparade binnenkwam. De derde is het nummer "The Final Countdown" van de Hard-Rock-formatie Europe uit 1986, een "space-opera" die een ruimtereis naar Venus beschrijft: "We're heading for Venus and still we stand tall." We kunnen de score nog een klein beetje opkrikken door bij dat drietal ook de cover-hit van Bananarama op te tellen. De popmuziek is inmiddels zo'n halve eeuw oud. Gerekend over de vijftig jaren tussen 1955 en 2004 telt de hitparade inmiddels meer dan tienduizend songtitels. Daarvan zijn er, naar schatting, slechts een kleine 200, zo'n 2 procent, die betrekking hebben op concrete meisjesnamen. Onze vier Venussen vormen dus slechts een bescheiden 0,4 promille van alle popsongs die ooit de hitstatus bereikten. We kunnen natuurlijk het fonds uitbreiden tot alle songs die ooit bij een officieel label op een album zijn verschenen. We komen dan al snel uit op het tien- tot honderdvoudige aantal songs, maar dan nog verandert er in de verhouding uiteindelijk maar weinig. We komen we dan nog slechts uit op een paar honderd Venus-songs. Ik heb er voor deze gelegenheid ruim zestig bij elkaar gezocht — zie de bijlage bij dit artikel. Hoe komt Venus in die liedjes naar voren?
4 Links: Een Venus in blue jeans. Broeken — en zeker spijkerbroeken — waren in de beginjaren zestig nog niks voor meisjes. Dat veranderde daarna snel. Trendsetter was Marylin Monroe, die zich in 1954 in dat kledingstuk hulde voor de populaire western "River of No Return"

Het wonder van de liefde. Aan Venus kleven veel betekenissen en associaties. Venus is natuurlijk een planeet, maar de benaming verwijst toch allereerst naar de godin van de liefde. Bij Shocking Blue verbeeldt zij, zoals gezegd, allereerst de seksuele begeerte, de lust. Maar, vaker nog komen we Venus in de popmuziek tegen in haar meer zachte en romantische vormen. Daarbij speelde de popmuziek voornamelijk leentjebuur bij de manier waarop de liefdesgodin in de populaire cultuur werd en wordt gerepresenteerd als het symbool van de vrouwelijke schoonheid. We komen die romantische Venus in verschillende vormen tegen.

De eerste variant heeft betrekking op de bekende standbeelden van Venus. In de Klassieke Oudheid, de Renaissance en, niet in de laatste plaats het Victoriaanse tijdperk vormde Venus een geliefd object van schilders en beeldhouwers. Wie kent niet Botticelli's "Geboorte van Venus" — de "Venus on the Half Shell" — te bewonderen in het Uffizi in Florence? Daarnaast zijn er een aantal klassieke marmeren beelden die in de loop van de tijd werden ontdekt en die sterk tot de publieke verbeelding spraken. Een daarvan is de sensuele Venus Callipyge, vrij vertaald: de Venus met de mooie billen, een beroemd Romeins standbeeld uit de Farnese collectie, dat nu in het Museum van Napels staat. Op het eind van de zeventiende eeuw werd er een kopie opgesteld in de Parijse Tuilerieën. Aan dat laatste beeld wijdde de Franse zanger Georges Brassens ooit nog eens een chanson waarin hij in een kritische vergelijking tot een negatief oordeel kwam over de abstracte, moderne kunst. Bekender nog is het meer ongenaakbare, armloze beeld van Venus dat in 1820 op Milos werd gevonden en dat nu te bewonderen valt in het Louvre: de Venus van Milo. Voor de Westerse wereld werd dat beeld het symbool bij uitstek van de vrouwelijke schoonheid en in die vorm komen we het ook regelmatig tegen in de populaire muziek. De jazzgigant Miles Davis wijdde er op het album Birth of the Cool (1949/'50) een fraaie compositie aan. In 1986 trad Prince in zijn voetsporen met een gelijknamig instrumentaal nummer op het album Parade, de soundtrack bij zijn film Under the Cherry Moon.

  De Venus van Milo is exemplarisch voor de klassieke cultuur. Popmuziek daarentegen geeft uitdrukking aan populaire cultuur. Gegeven het spanningsveld tussen die twee culturele domeinen, is het niet vreemd dat popmuzikanten — net als veel cartoonisten overigens — bij voorkeur de draak steken met deze marmeren Venus. De eerste die dat deed was ook niet de minste. Chuck Berry, een van de grondleggers van de Rock-'n-Roll, had er een handje van om de klassieke cultuur op de hak te nemen. "Roll over Beethoven," zong hij in het gelijknamige nummer uit 1956 en ook Venus moest eraan geloven. In hetzelfde jaar dichtte hij in "Brown Eyed Handsome Man" de volgende regels: "Milo Venus was a beautiful lass / She had the world in the palm of her hand / But she lost both her arms in a wrestling match / To get a brown eyed handsome man / She fought and won herself a brown eyed handsome man." Na deze korte vermelding verdwijnt deze Venus letterlijk en figuurlijk even uit beeld. Maar aan het eind van de jaren zeventig keert zij weer springlevend terug wanneer Tom Verlaine van de Amerikaanse Punk-band Television de zinloosheid van het bestaan ironisch zowel als poëtisch als volgt omschrijft: "I fell right into the arms of Venus de Milo." Daar zit weinig tussen en hij vervolgt dan ook: "I stood up, walked out of the arms of Venus de Milo." Meer romantisch toonde Bruce Springsteen zich in 1980 met het nummer "Crush On You" waarin hij zijn geliefde met het Venus-beeld vergelijkt: "She makes the Venus de Milo / Look like she's got no style." De Amerikaanse singer-songwriter Jewel, tot slot, husselde de klassieke erfenis een beetje door elkaar in haar nummer "Jupiter" (1998) door ook naar Botticelli te verwijzen: "Venus de Milo in her half-baked shell / Understood the nature of love very well."
  In de tweede variant draagt de verwijzing naar Venus een meer overdrachtelijk karakter. Venus verschijnt hier niet als een standbeeld, maar als de vertegenwoordiger van de absolute schoonheid in het algemeen. Een goed voorbeeld is de "Venus In Blue Jeans" van het tieneridool Jimmy Clanton uit 1962. De titel van het nummer speelt, zoals meer tienerpop-songs uit die tijd, in op de toenmalige veranderingen in het modebeeld. Denk maar aan de bikini uit het bekende liedje met de lange titel uit de zomer van 1960 van Brian Hyland, een ander tieneridool uit die dagen: "Itsy Bitsy Teenie Weenie Yellow Polka Dot Bikini." Het liedje van Clanton draaide om de spijkerbroek die het straatbeeld in die tijd grondig veranderde. In de eindjaren vijftig en beginjaren zestig droegen de meeste meisjes nog, doorgaans wijde rokken of Trevira-jurkjes en zeker nog geen broeken. Maar, langzaamaan werd het in de jaren zestig gewoner voor meisjes om zich in dit kledingstuk te hullen, zelfs in een strakke spijkerbroek. Het was een van de praktische uitdrukkingen van de vrouwenemancipatie. Veel ouderen klaagden dat met de spijkerbroek de vrouwelijke charme verloren ging. Maar, het liedje van Clanton geeft nadrukkelijk aan dat meisjes er daarmee voor de mannelijke jeugd niet minder aantrekkelijk op werden, integendeel.
Een kort fragment van "Venus In Blue Jeans" van Jimmy Clanton (1962 © Ace; 30 sec.)
  En, om zijn mening kracht bij te zetten verwijst Clanton naar een hele reeks romantisch gekleurde namen uit de wereld van de beeldhouwkunst, de schilderkunst en het sprookje. Venus is de eerste in dit rijtje: "She's Venus in blue jeans / Mona Lisa with a ponytail / She's a walkin' talkin' work of art / She's the girl who stole my heart / My Venus in blue jeans / Is the Cinderella I adore / She's my very special angel too / A fairy tale come true." In Nederland werd het nummer geen hit. Wel was het een vaste gast in de jukeboxen die destijds in alle cafetaria's stonden opgesteld en het liedje wordt nog steeds regelmatig gedraaid op de golden-oldies-stations. Het anders aankleden van Venus blijft overigens een geliefde bezigheid in de popmuziek. Later volgden nog een echte punk-Venus met spijkerkistjes — de "Venus In Bovver Boots" (1980) — van de Nipple Erectors en een sjieke "Venus In Tweeds" (1997) van de Schotse folkband Shooglenifty. In alle gevallen dient de verwijzing naar Venus hier om aan te geven dat de betrokken meisjes, ondanks of misschien zelfs door hun kledij, aantrekkelijk en sexy zijn en blijven. In het nummer "Queen Of New Orleans" (1997) slaagde Jon Bon Jovi er, tot slot, zelfs in om de Venus van Milo te combineren met de Venus in spijkerbroek: "She was a Venus de Milo in her sister's jeans."
  Meer verhalenderwijs komen we Venus tegen in een derde variant: het wonder van de romantische liefde met Venus als de min of meer bezitterige en opdringerige liefdesgodin die met haar aanraking de liefde letterlijk tot leven wekt. Deze Venus gaat terug op de oude legende over de beeldhouwer Pygmalion en zijn geliefde Galatea. Pygmalion, zo gaat het verhaal, maakte een beeld waar hij hartstochtelijk verliefd op werd. Vervolgens smeekte hij de godin Aphrodite, Venus dus, om dit beeld tot leven te wekken. Door het beeld aan te raken, voldeed de godin aan zijn wens. Met de opkomst van het romantisch liefdesideaal werd deze legende in de negentiende en twintigste eeuw diverse keren gretig opgepikt door toneel- en romanschrijvers. Een daarvan was Thomas Guthrie Anstey die in 1882, als F.J. Anstey, zijn boek The Tinted Venus het licht deed zien. Ook nu vormde weer een specifiek Venus-beeld de aanleiding, te weten het eerste vleeskleurige, marmeren standbeeld uit die tijd: de "Tinted Venus" van John Gibson. In zijn boek actualiseert Anstey de legende van Pygmalion en zijn Galatea, met dien verstande dat het betreffende beeld dit keer Venus zelf is, die door de aanraking van een passerende kapper tot leven wordt gewekt. Dit verhaal vormde later de basis van een succesvolle musical One Touch of Venus (1943), met songteksten van de humoristische schrijver Sidney Joseph Perelman en muziek van niemand minder dan Kurt Weill. In 1948 werd het stuk verfilmd met Hollywood-schoonheid Ava Gardner als Venus, waarmee het tot een vast onderdeel werd van de massacultuur.
  De romantische liefde is een gevoel dat je plotseling overvalt en dat de betrokken in elkaars ogen mooier doet lijken. Voor veel jongeren is dat een herkenbare gebeurtenis en met de opkomst van de teenager in de jaren vijftig mocht daar in de populaire muziek ook meer expliciet uiting aan worden gegeven. Aanvankelijk ging het vooral nog om smachtend verlangen op afstand. Tieneridool Frankie Avalon gebruikte in 1959 Venus als volgt om dat verlangen te verwoorden: "Venus if you will / Please send a little girl for me to thrill / A girl who wants my kisses and my arms / A girl with all the charms of you / Venus, make her fair / A lovely girl with sunlight in her hair / And take the brightest stars up in the skies / And place them in her eyes for me." Nu klinkt dat allemaal nogal tuttig, maar intussen is er — mede door de inbreng van de popmuziek zelf — veel veranderd. De macht van Venus om de liefde tot leven te wekken — de Venus-"touch" — bleef een onderdeel van de populaire muziek, maar werd wel wat doortastender. In 1993 konden we het Britse punkidool Billy Idol bijvoorbeeld op Cyberpunk — wellicht zijn slechtste album — de geneugten van de liefde onder verwijzing naar Venus meer direct horen bezingen: "One touch of Venus / And she'll receive us / One touch of Venus / Yeah yeah."
Een kort fragment van "Venus As A Boy" van Björk (1993 © One Little Indian; 30 sec.)
  Het mooiste exemplaar in dit genre is, wat mij betreft, nog wel het liedje "Venus As A Boy" (1993) van de IJslandse zangeres Björk — een song die ook te horen is in de fascinerende film Léon van de Franse regisseur Luc Besson uit 1994. Björk schrijft de kwaliteiten van Venus hier letterlijk toe aan een jongen: "His wicked sense of humour / Suggests exciting sex / His fingers focus on her / Touches, he's Venus as a boy." Het nummer laat de evolutie zien die de romantiek sinds de jaren vijftig heeft ondergaan. In het romantische sprookje van de liefde is het niet langer de overdrachtelijke Venus, die de liefde van het meisje oproept maar de jongen zelf. De verbeelding van Venus is daarmee afgedaald naar een meer aardse werkelijkheid.
5 Rechts: Met filmster en zangeres Christa Päffgen, beter bekend als Nico, nam de Velvet Underground in 1966 een baanbrekend album op, dat werd geproduceerd door Andy Warhol. Op het album, dat met een jaar vertraging op de markt kwam, prijkt onder meer het nummer "Venus In Furs"

De donkere kant van Venus. Het liedje van Björk geeft nog een ander element aan. Venus kan ook ondeugend zijn, opwindend en zelfs gevaarlijk — net zoals de seksualiteit zelf. Meisjes en seks vormen sowieso al een moeilijke combinatie, niet in de laatste plaats voor de meisjes zelf. Een meisje dat te snel te ver ging had al gauw een slechte reputatie. De meisjes die in de vroege popmuziek worden bezongen vallen dan ook doorgaans in de dichotomie van de "good girl" en de "bad girl," waar weinig speelruimte tussenin overbleef. Ook voor mannen was het pad van de liefde bezaaid met voetangels en klemmen. Liefde en verliefdheid worden in de populaire muziek voor de mannelijke sekse regelmatig geassocieerd met een verlies aan vrijheid of sterker nog met gebondenheid en zelfs onderworpenheid. In de populaire cultuur representeert Venus ook die andere, donkere kant van de seksualiteit. We moeten daarbij niet direct denken aan de exotische "Vénus Noire," die we kennen uit Baudelaire's Les Fleurs du Mal of aan Josephine Baker, de "Zwarte Venus" van de "Revue Nègre," en ook niet aan de "Black Venus," de vliegende kostuumheldin uit de gouden jaren van de Amerikaanse AC-comics. De Venus waar het hier om gaat is niemand minder dan de perverse Venus waar Leopold von Sacher-Masoch zijn boek Venus im Pelz (1869) aan wijdde. Het is de Venus van de overheersende en vernietigende seksuele kracht die de fatale ondergang van de man kan betekenen. Het boek vertelt het verhaal van Severin von Kusiemski die valt voor Wanda von Dunajew en met haar een, wat we intussen naar Von Sacher-Masoch zelf, benoemen als een sado-masochistische, meesteres-slaaf-verhouding aangaat, compleet met boeien en zweepjes. De roman werd een aantal malen verfilmd, onder meer in 1968 door Massimo Dallamano, in 1970 in een aangepaste bewerking door Jesús Franco met Klaus Kinski en Manfred Mann als jazz-muzikanten, en nog in 1994 door Maartje Seyferth en Victor Nieuwenhuijs.

Een kort fragment van "Venus In Furs" van de Velvet Underground (1967 © Polygram; 30 sec.)
  De seksuele revolutie van de jaren zestig was natuurlijk niet vreemd aan de hernieuwde belangstelling voor het werk van Von Sacher-Masoch die zich niet tot films beperkte. Officieel werd de "Venus im Pelz" rond dezelfde tijd in de popmuziek geïntroduceerd door de Velvet Underground (1967). Hun song "Venus In Furs" volgt bijna letterlijk de thematiek van het boek, al klinkt er onmiskenbaar een lichte ironie door in het temerig stemgeluid van Lou Reed: "Shiny, shiny, shiny boots of leather / Whiplash girl child in the dark / Comes in bells, your servant / don't forsake him / Strike dear mistress / And cure his heart / Downy sins of streetlight fancies / Chase the costumes she shall wear / Ermine furs adorn imperious / Severin, Severin awaits you there."
  Ook deze donkere Venus weet zich in de popmuziek redelijk te handhaven, niet in de laatste plaats in het genre van de Hard-Rock en de Heavy-Metal. Een goed voorbeeld daarvan biedt het nummer "Touch Too Much" dat AC/DC opnam op het album met de toepasselijke titel Highway to Hell (1979). Zoals de titel aangeeft gaat het hier weer om de aanraking van Venus. In dit geval valt die echter niet romantisch, maar eerder gevaarlijk te noemen. Indirect verwijzend naar de Venus van Milo, laat de groep weten wat die Venus zou kunnen doen als ze over armen beschikte: "She had the face of an angel / Smiling with sin / The body of Venus with arms / Dealing with danger / Stroking my skin." UFO, een van de eerste echte Hard-Rock-groepen uit de beginjaren zeventig, deed het in 1995 nog eens dunnetjes over met het nummer "Venus" van hun album Walk on Water. De groep van gitarist Michael Schenker bezingt daar de gevaren van de liefde als volgt: "Venus smiles and encircles me / And wraps me in a soft princely gown / Waves of darkness rise like the sea / In her addiction I will drown." Niet onverwacht blijkt ook de House-muziek regelmatig aan deze donkere kant van Venus te refereren, zij het dat ook daar wel eens een rolwisseling optreedt. Van de Duitse Dance-act U96 van DJ Alex Christensen verscheen in 1996 bijvoorbeeld het nummer "Venus In Chains," waarin de liefde wordt gelijkgesteld aan verslaving, obsessie en krankzinnigheid: "I'm a slave to your love religion ... / I believe in obsession, baby / You're driving me insane / I'm addicted to your sweet lovin' / A Venus in chains."
6 Links: "Exploring the Unknown" — met dit album uit 1955 voerde Walter Schumann zijn luisteraars mee op een muzikale ruimtereis naar Venus

Venus als planeet. Behalve als godin maakt Venus haar opwachting in de popmuziek ook als planeet. We noemden de hit van Europe uit 1986, "The Final Countdown," al in het begin van dit verhaal. In de populaire muziek is de planeet zelfs al eerder te vinden. De bandleider John Philip Sousa voerde met zijn US Marine Band namelijk al in 1902 zijn "The Looking Upward Suite" uit. Naast de Poolster en het Zuiderkruis werden daarin ook gezamenlijk Mars en Venus onder de loep genomen. Bij de popmuziek speelt in dit geval de groeiende belangstelling voor de ruimtevaart vanzelfsprekend een belangrijke rol. Toch komt de grootste invloed allereerst van de populaire literatuur over dat onderwerp — de science-fiction. En, die was al ver voor het begin van het ruimtetijdperk tot de publieke belangstelling doorgedrongen, dat wil zegen voordat op 4 oktober 1957 de Russische Spoetnik werd gelanceerd. Denk maar aan het radiohoorspel dat Orson Welles in 1938 maakte naar het boek War Of The Worlds (1898) van H.G. Wells. Het veroorzaakte destijds hevige paniek onder een deel van de Amerikaanse bevolking dat niet doorhad dat het om fictie ging. Al vroeg in de jaren vijftig had het idee van ruimtereizen en buitenaardse invasies, kortom, stevig post gevat in het collectieve bewustzijn. De verfilming van War of the Worlds (1953) en ook soortgelijke films als The Day the Earth Stood Still (1951) droegen daar hun steentje aan bij. Op die manier ook kwam Venus ook al snel in de na-oorlogse populaire muziek terecht. Zo bracht Walter Schumann al in 1955 een soort muzikaal hoorspel uit onder de titel Exploring the Unknown. Daarin beschrijft hij een complete ruimtereis vanaf de lancering van raket op de aarde, de aankomst bij een ruimtestation, vervolgens bij Venus en vandaar — let wel: via teleportatie — naar ver buiten het zonnestelsel. Het gedeelte dat over Venus handelt, draagt de toepasselijke titel "Arrival At Venus, New Sensations."

  De invloed van de science-fiction op de popmuziek moet niet worden onderschat. Er zijn voorbeelden genoeg en we hoeven daarbij niet alleen te denken aan Jeff Wayne, die met zijn muzikale bewerking van War of the Worlds liefst twee keer de hitparade haalde — een keer in 1978 en een keer in 1989. Belangrijker is evenwel de vaststelling, dat er ook in de ontwikkeling van de muziek zelf een zelfstandig element schuilging die aan het een en ander bijdroeg. Dat is de opkomst van de experimentele, avant-garde muziek met behulp van elektronische en elektrisch versterkte instrumenten, zoals de theremin en de Moog-syntheziser. Dat eerste instrument was bijvoorbeeld nadrukkelijk te horen op het album Music Out of the Moon van Les Baxter uit 1950. We kunnen verder denken aan de muzikale experimenten in de avant-garde jazz, zoals de Hard-Bop, die leiden tot een soort muziek dat met de moderniteit en dus met het ruimtetijdperk werd geassocieerd. In 1967 nam John Coltrane bijvoorbeeld het album Interstellar Space op. De vier delen daarvan zijn elk vernoemd naar een planeet: "Mars," "Venus," "Jupiter" en "Saturn."
  In de popmuziek was het natuurlijk allereerst de elektrische gitaar die zijn steentje bijdroeg tot de "space-age-pop. Het typische geluid van de eerste, voornamelijk instrumentaal ingestelde, Britse gitaargroepen zoals The Shadows, The Tornadoes en vanzelfsprekend ook de Telstars, die hun naam ontleenden aan de eerste kunstmatige satelliet van de aarde. Helaas hadden deze groepen, gezien hun songtitels, doorgaans weinig op met Venus. Een opmerkelijke uitzondering vormt hier de Nederlandse formatie The Hurricane Strings die in 1963 een single opnam met daarop de nummers "In The Carrick" en "Venus." Dat laatste nummer deed het niet slecht. Het haalde weliswaar niet de hitlijsten, maar verscheen toch maar in Frankrijk op de plaat en het nummer werd op Radio Veronica daarnaast stevig gedraaid door de populaire deejay Joost den Draayer. Ook de Amerikaanse pendant van de Britse gitaargroepen, The Ventures, kwam in 1963 wel met een Venus-song, maar die had merkwaardigerwijs weer betrekking op Venus als godin: "Love Goddess of Venus." Ook in de latere science-fiction-golf in de popmuziek gaat de aandacht eerder uit naar de Maan of naar Mars dan naar Venus. Denk bijvoorbeeld aan de song "Space Oddity" (1969) van David Bowie of aan diens album met de lange titel The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders From Mars (1971). Vermelding verdient dit album hier wel, al is het alleen maar omdat een aantal vrouwelijke artiesten het werk van Bowie ooit coverde als de Spiders From Venus, Indie Women Artists and Female Fronted Bands Cover David Bowie.
  De allesverzengdende hitte van de planeet Venus waar niets kan leven, maakt de planeet klaarblijkelijk minder interessant, zowel voor science-fiction-schrijvers zowel als voor popmuzikanten. De kans dat Venus leven herbergt, zo weten we nu, is in ieder geval uiterst gering en, als het er al is, dan enkel hoog in het wolkendek. Vroeger dachten sommigen artiesten overigens nog wel dat Venus bewoonbaar zou zijn. De Rotterdamse chansonnier Tom Manders liet zijn alter ego Dorus in de jaren vijftig bijvoorbeeld zingen dat hij wel "Honderd Jaar" wilde worden om te kunnen zien of er dan al rondvaartbootjes op Venus waren. De cabaretier Fons Jansen zag op zijn beurt wel perspectief in het beroep van "Dokter": "Denk even aan de astronauten. Niet die jongens die naar de maan heen en weer pendelen. Dat blijkt een steriel hemellichaam. Is geen bacterie vandaan te sleuren. Voor een huidarts niks te verdienen. Maar als die astronauten eerdaags terugkomen van Venus, met de ziekten die ze daar hebben opgelopen!" Meer overdrachtelijk verzorgde de Duitse Disco-formatie Boney M in 1978 een "Nightflight To Venus" uit, compleet met een count-down op een Disco-beat: "Nightflight to Venus / Way out there in space / Nightflight to Venus / Our new fav'rite place." De planeet Venus fungeert hier nadrukkelijk als het symbool voor de "disco nation."
Een kort fragment van "Nightflight To Venus" van Boney M (1978 © BMG; 30 sec.)
  Anders dan Mars vormt Venus dan ook geen aannemelijke basis voor een mogelijke invasie van de Aarde. Toch treffen we in de popmuziek een aantal songs aan die een dergelijke invasie beschrijven. In alle gevallen zijn die songs echter komisch en tegelijk kritisch bedoeld. Zo bezong de surrealistische Captain Beefhart ooit de vrolijke genoegens van de "Big Eyed Beans From Venus" (1972). Er zijn meer van dit soort songs, maar ik noem er nog slechts eentje en wel van de Arrogant Worms. In hun song "Killer Robots From Venus" (1994) greep deze Canadese satirische Folk-groep Venus aan om de immigratieproblematiek te thematiseren: "About six months ago someone came by with a petition / Said: We want to stop these folks moving in next door / I refused to sign it, told them everyone was welcome / Cause that's what neighbourhoods are for." En, de "killer robots" van Venus blijken inderdaad prima buren.
7 Rechts: De No Angels maken reclame voor de Gillette Venus: "Feel like a goddess"

Wat rijmt er op Venus? Welke conclusies kunnen we trekken uit onze exploratie van de verschijningsvormen van Venus in de popmuziek? Duidelijk is in ieder geval, dat Venus de popmuziek eerst en vooral binnen kwam via de route van de populaire en niet die van de klassieke cultuur. Verder komen in de popmuziek, zo blijkt, bijna alle aspecten van Venus wel ergens aan bod. Er valt misschien een enkele kant van Venus te noemen die niet in de popmuziek wordt belicht. Dat is het verhaal van het overspel van de godin Venus en Mars. Die legende die het onderwerp vormt van vele oude schilderijen en prenten, ontbreekt in de popmuziek ten enen male. Het dichtst in de buurt komt Paul McCartney die de oppositie van onze zusterplaneten in 1975 in zijn "Venus and Mars" gebruikte om de sfeer tijdens een stadion-concert te typeren: "Follow the stars / Venus and Mars / Are alright tonight." In navolging van het boek Men are from Mars, women are from Venus (1991) van John Gray worden de verschillen tussen Venus en Mars ook wel eens gebruikt om het eeuwige misverstand tussen de seksen te typeren. In die zin komen we Venus en Mars tegen op het cd-album dat zichzelf presenteert als de soundtrack bij het boek. De Britse tienerpop-ster Jo Breezer liet de planeten zelfs botsen: "Two worlds collide / Like Venus and Mars." Maar, gelukkig, blijft die botsing, zoals ze zelf aangeeft, zonder ernstige gevolgen: "I'm lost in space / Without a trace." Dat de tegenstellingen tussen mannen en vrouwen volgens de hedendaagse popmuzikanten uiteindelijk wel mee vallen blijkt ook uit de "Venus" (2004) van het populaire Franse Dance-duo Air: "You could be from Venus / I could be from Mars / We would be together / Lovers forever / Care for each other."

Een kort fragment van "Venus" van Air (2004 © Source / Virgin; 30 sec.)
  Venus is het symbool van de liefde en de meeste popsongs gaan over liefde. Het blijft daarmee de vraag waarom Venus maar zelden haar opwachting maakt in de popmuziek. Hoe komt dat toch? Een simpel antwoord zou kunnen luiden dat er niet gemakkelijk een woord te vinden valt dat rijmt op Venus. "Penis," zou het antwoord kunnen luiden en we komen dat ook op die manier wel een enkele keer tegen. De grote voorman van het Nederlandse levenslied, Vader Abraham, begon zijn carrière ooit met een reeks scabreuze liedjes. Een daarvan zong hij samen met een onbekende zangeres als het duo "Venus Met Penis." Het was zijn eerste single, waarvan — en dat is voor alle betrokkenen maar goed ook — geen exemplaren meer in omloop zijn. De opname van het gelijknamige liedje rust nog ergens veilig in de kluizen van het NOB-platen- en cd-archief. Verder bestond er tot voor kort nog een, voornamelijk vrouwelijke, Heavy-Metal-band die zich de Cycle Sluts From Hell noemde en waarvan een van de leden schuilging achter de angstwekkende naam Venus Penis Crusher. En ook rapper Ice Cube kon het rijmwoord klaarblijkelijk goed gebruiken in zijn "Horny Little Devil" (1991), een lied waarin hij blanke mannen op het hart drukt om toch vooral van zwarte vrouwen af te blijven: "Black women have bodies like goddesses / Sorta like Venus, but put away your penis." "Explicit lyrics," zo noemen ze dat aan de andere kant van de oceaan. Het aantal woorden dat rijmt op Venus houdt inderdaad niet over, maar dat kan toch niet echt een goede reden zijn om Venus buiten de popmuziek te houden.
  Een betere verklaring voor de beperkte aanwezigheid van Venus in de popmuziek ligt in de beelden van de liefde die Venus in de populaire cultuur en dus ook in de popmuziek vertegenwoordigt. In alle gevallen zijn die beelden, zoals we hebben gezien, namelijk vrij extreem. Venus geldt dan wel als een absoluut schoonheidsideaal, dan wel als het symbool van de begeerte en de perfecte seks, dan wel als uitdrukking van de gevaren die daaraan verbonden zijn. Venus representeert, zo lijkt het, vooral de extremen van de dubbele moraal. Enerzijds is zij de "good girl," de mooie sprookjesprinses, en anderzijds de "bad girl," de vernietigende "femme fatale." Tegenover de begeerte die deze uitersten oproepen, staat het zachte verlangen, de kalverliefde, de "puppy love," die het thema vormde van de vroege popmuziek. In de meeste popsongs is bepaald geen sprake van een goddelijk ziedende "burning desire." Daar gaat het doorgaans om gewone jongens en meisjes die woorden zoeken om elkaar te vertellen dat ze elkaar wel mogen. Popsongs leveren die woorden en relativeren tegelijkertijd het gewicht van de consequenties van de romantische liefde. Op die manier worden gevoelens bespreekbaar gemaakt en dat is ook de kern van de popmuziek. Tegenover het vurige en afstandelijke karakter van Venus, staat daarmee de meer aardse en bereikbare liefde van de popmuziek. Popmuziek maakt seks, kortom, onschuldig. Dat geven zelfs de songs van Shocking Blue en de Velvet Underground, met een knipoog aan de goede verstaander, te kennen. De "Venus" van Shocking Blue kan in zekere zin zelfs worden gezien als een poging om de lichte en de donkere kant van Venus met elkaar te verzoenen. Het gaat er kortom niet om wat er óp Venus rijmt maar wat er mét Venus rijmt. De popmuziek — en overigens ook de moderne kunst in het algemeen — doen dat klaarblijkelijk niet zo goed.
8 Links: Zangeres Macy Gray verrijkte het genre van de Arrenbie met een passende Venus-song: "Sex-O-Matic Venus Freak"

De normalisering van Venus. Wie goed naar de jaartallen in dit overzicht kijkt, merkt nog iets. Er zijn maar weinig Venus-songs in de jaren vijftig en zestig en wat meer in de jaren zeventig en tachtig. In de jaren tachtig zijn het overigens merkwaardigerwijs vooral de Punk en New Wave die zich met Venus bezighouden: The Nipple Erectors met "Venus In Bovver Boots" (1980), Nena met "Susi K." (1984), Prefab Sprout met "Venus Of The Soup Kitchen" (1988), en de Red Hot Chili Peppers met "Subway To Venus" (1989). Eerlijk gezegd heb ik geen idee van het waarom van deze relatieve preoccupatie van de Punk en New Wave met Venus. Opvallend is verder dat het aantal Venus-songs in de loop van de jaren negentig sterk is gestegen. Meer precies vinden we in onze steekproef 4 stuks voor de jaren tussen 1956 en 1965, 7 stuks voor de jaren tussen 1966 en 1975, 8 stuks voor de jaren tussen 1976 en 1985, 18 stuks voor de jaren tussen 1986 en 1995 en niet minder dan 29 stuks voor de jaren vanaf 1996. Op de grote massa popsongs is dat laatste getal nog steeds niet bijzonder hoog, maar niettemin vertoont de aanwezigheid van Venus een duidelijk stijgende lijn. Bovendien is Venus nu present in alle genres. Ik noem er enkele. In de Rap vinden we PM Dawn met "Downtown Venus" (1995), voor de Jazz is er Ari Brown met "Venus" (1998), de Dance is aanwezig met Airwave en diens "Venus Of My Dreams" (1998), in de Arrenbie treffen we Macy Gray (1999) aan met "Sex-O-Matic Venus Freak" en in de Easy-Listening vinden we Alan Hawkshaw met "The Venus Legacy" (2000). De New-Wave en de Alternative-Rock tot slot worden vertegenwoordig door recente producties van een aantal helden van weleer als Duran Duran met "Mars Meets Venus" (2000) en de Butthole Surfers met "Venus" (2001).

  Ook de namen van veel nieuwe groepen verwijzen plotsklaps naar Venus: naast de Indie-Rock-groep Fell Venus opereert er een Chileens Latin-trio onder de naam Venus. Er is een Amerikaanse Elektronica-formatie met de naam Venus Hum en een Britse popgroep genaamd Venus Ray. Een Elektronische-Rock-groep noemt zich de Venusians, een satirische lesbo-groep gaat door het leven als Venus Envy, een Club-Dance-formatie als Visit Venus, een Techno-combinatie als House of Venus en een Rock-groep als Bound for Venus. Dan is er nog een Hardcore-band die Venus Diode heet, een Elektronica-formatie Venus Hum en niet te vergeten de Vlaamse band Venus in Flames van singer-songwriter Jan de Campenaere. Deze hernieuwde belangstelling voor Venus betekent echter geen terugkeer naar de Venus van vroeger. Integendeel. Het is eerder de uitdrukking van de seksuele revolutie waar ook de popmuziek zelf een belangrijke uitdrukking van is. Seks is normaler geworden en daarmee zijn ook de scherpe kantjes van Venus verdwenen. Sterker nog, Venus lijkt zelfs een gewone meisjesnaam te zijn geworden. Dat is in ieder geval de manier waarop we haar tegenkomen in de recente song van de Alternative-Rock-formatie Low op het live-album One More Reason to Forget (2000). In songs als deze — andere voorbeelden zijn de "Downtown Venus" van PM Dawn en de "Dreams Of Venus" van Catch 22 — verwijst Venus niet langer naar de extreme kanten van de liefde, maar naar de romantische zingeving van het leven die wordt bedreigd door de verzakelijking van de sociale werkelijkheid. Vervreemding vormt het gemeenschappelijk thema van deze Venus-songs, of zoals Low zijn Venus bezingt: "Venus, I can hardly see ya / Venus, I can hardly see ya / You're fed up with your friends / You're fed up with the end / You're fed up with the make-up / Make-up."
  Het is in dit bestek overigens opvallend dat het juist vaak Britse en Europese artiesten die de symboliek van Venus in hun songs gebruiken. Mogelijk speelt daarbij mee dat we aan deze kant van de Atlantische Oceaan intussen minder last hebben van de dubbele moraal. Vrouwelijke popartiesten hebben met verve hun steentje bijgedragen aan deze ontwikkeling, zij het deels onder verwijzing naar het symbolische tegenbeeld van Venus. Deze Venus-revolutie wordt immers misschien nog wel het sterkst vertegenwoordigd door de zangeres die zichzelf Madonna noemde. In de popmuziek zijn Madonna en Venus elkaar, kortom, genaderd. En, popmuzikanten blijken intussen ook beter geïnformeerd. De kennis over de planeet Venus is in ieder geval duidelijk toegenomen, getuige het nummer waarmee ik wil eindigen. Dat is dan de "Venus" die de Amazing Stroopwafels in 1993 bezongen op hun album Onbeperkt Houdbaar, een compositie van Wim Kerkhof en Cornelis Pons.
Ik wil sinds die hit van Shocking Blue
Altijd nog een keer naar Venus toe
Maar de avondster is voor mij net iets te ver
Ik zit voor mijn TV en ik kijk toe
  Rondom Venus draait het ruimteveer
Laat een sonde in haar dampkring neer
Wolken peilloos diep, welk een vreemde God dit schiep
Bliksem gaat al eeuwenlang tekeer
  Al maar dieper zakt de camera
In de stikstof en ammonia
Laat ons door een dichte gele mist
Zien wat voor een hel de broeikas is
  Vroeger was het op de buurplaneet
Niet zo onherbergzaam, niet zo heet
Stormen zwavelzuur en een alverzengend vuur
Maakten het onleefbaar op den duur
  Komt hier later ooit een ruimteveer
Op bezoek in onze atmosfeer
Wat zien zij dan door de camera
Ging de Aarde Venus achterna?
   
Previous
  Verantwoording: De wetenschappelijke onderbouwing van de "heavy metal mountains" op Venus wordt gegeven in: Laura Schaefer en Bruce Fegley, Jr. (2004), "Heavy metal frost on Venus." In: Icarus, 168, 1, 215-219. De titels van alle songs die ooit de Nederlandse hitlijsten haalden, zijn bij elkaar verzameld in: Johan van Slooten (2001), Top 40 hitdossier 1956 - 2001. Haarlem: Becht. Een kort verslag van de Amerikaanse hitgeschiedenis van Shocking Blue geeft Fred Bronson (1988), The Billboard book of number one hits. New York: Billboard. Meer over het gebruik van de Dorische modus in de populaire muziek vind je in: Ger Tillekens (2002), "Marks of the Dorian family. Notes on two Dorian double-tonic tunes." In: Soundscapes, 5, 3; en: Ger Tillekens (2004), "The keys to quiet desperation. Modulating between misery and madness." In: Russell Reising (red.), Speak to me. The legacy of Pink Floyd's "Dark Side of the Moon." Aldershot, Londen: Ashgate, 2004 (in druk).
  De geschiedenis van de Venus van Milo wordt verteld in: Gregory Curtis (2003), Disarmed. The story of the Venus de Milo. New York: Random House. Over de harmonische progressies van de "Venus" van Frankie Avalon geeft Joe Burns (1996) meer informatie in zijn artikel "The music matters. An analysis of early rock and roll." In: Soundscapes, 6, 1. Een digitale versie van het boek van Leopold von Sacher-Masoch (1869), Venus in furs, is te vinden op de website van het Project Gutenberg. Het dwaze idee dat mannen en vrouwen, figuurlijk gesproken, van andere planeten komen, vormt de basis van de vele boeken van de relatietherapist John Gray — zie met name zijn eerste boek uit 1992: Men are from Mars, women are from Venus. A practical guide for improving communication and getting what you want in your relationships. New York: Harper Perennial, 1992.
  De "space-age pop" komt ruimschoots aan bod op de web-site Space Age Sounds. De moeizame relatie van het klassieke schoonheidsideaal met de moderne kunst staat centraal in: Wendy Steiner (2001), Venus in exile. The rejection of beauty in twentieth-century art. New York: Free Press. Het letterlijk en figuurlijk onschuldige karakter van de popmuziek op het vlak van de seksualiteit wordt besproken in: Henk Kleijer en Ger Tillekens (2000), "Passion, pop and self control. The body politics of pop music." In: Soundscapes, 3, 1. Een overzicht van een aantal typische Venus-songs, tot slot, is opgenomen in een bijlage bij dit artikel: 68 Venus-songs en -albums. Dank aan Bert Bossink, tot slot, die me wees op de "Venus" van de Hurricane Strings en de hit "Long Live Love" van Sandie Shaw.
   
Previous
  Toegevoegde noot
1 (toegevoegd op 22 mei 2007). Niet alleen de tremolo op het B7sus-akkoord blijkt geleend. Op donderdag 26 april 2007 wist Leo Blokhuis in het televisieprogramma De Wereld Draait Door te melden dat hij was getipt over de opmerkelijke gelijkenis van "Venus" met "The Banjo Song" van The Big Three uit 1963. De Big Three was een folk-trio bestaande uit Cass Elliot, later bekend van de Mamas and the Papas, Tim Rose, bekend van zijn langzame uitvoering van "Hey Joe" waarop Jimi Hendrix zijn klassieker baseerde, en James Hendricks. Het nummer staat op het album "The Big 3" uit 1963 en een later compilatie-album "The Big 3 Featuring Mama Cass (Collectables) uit 2000. Op beide albums staat het vermeld als een compositie van Rose. Het is op zijn beurt evenwel een speels aangepaste en opgepepte versie van het bekende "Oh! Susanna" dat in 1847 werd geschreven door Stephen Foster. Zie en luister op: Blokhuis - Leo Blokhuis observeert en analyseert .... De overeenkomst valt niet te ontkennen en desgevraagd gaf Robbie van Leeuwen in de uitzending toe flink van dit nummer te hebben geleend. De originale bron van deze ontdekking is overigens een publicatie van Vernon Joynson uit 1995: Fuzz, acid and flowers. A comprehensive guide to American Garage, Psychedelic and Hippie Rock, 1964-1975. Glasgow: Borderline. Return to text
"The Banjo Song" van de Big Three (1963; 115 sec.)
Previous
  The short sound fragments on this page are copyrighted (Shocking Blue, "Venus" — 1969 © Repertoire; Frankie Avalon, "Venus" — 1959 © Chancellor; Jimmy Clanton, "Venus In Blue Jeans" — 1962 © Ace; Björk, "Venus As A Boy" — 1993 © One Little Indian; Velvet Underground, "Venus In Furs" — 1967 © Polygram; Boney M, "Nightflight To Venus" — 1978 © BMG; Air, "Venus" — 2004 © Source / Virgin; Amazing Stroopwafels, "Venus" — 1993 © Quiko). They are used here according to the rules of fair use and academic quoting.
  2004 © Soundscapes