Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 9
februari 2007

Mistgordijnen rond een zendschip

 





  De derde terugkeer van Radio Caroline, 1980-1982
door Tom de Munck en Hans Knot
Previous
  In de nacht van 6 op 7 februari 2007 overleed Tom de Munck op 59-jarige leeftijd. Vanaf 1979 tot en met 1989 was hij onder zijn eigen naam werkzaam voor het Freewave Media Magazine. Daarnaast schreef hij van begin 1981 voor hetzelfde blad ook nog onder het pseudoniem John Wendale. Hij onthulde daarbij vele mysteries rond Ronan O'Rahilly en diens fameuze Radio Caroline. In 1984 besloten Tom de Munck en Hans Knot een aantal van hun verhalen te bundelen in het boek Twintig jaar Caroline. Als ode aan Tom de Munck heeft Hans Knot nu een deel daarvan opnieuw bewerkt. Dit artikel beschrijft wat zij tussen het midden van 1980 en de eerste maanden van 1982 zoal te weten kwamen over de derde herstart van Radio Caroline.
 
1 Links: Het logo van het nieuwe Radio Caroline

Driemaal is scheepsrecht. In maart 1980 zonk de MV "Mi Amigo," het zendschip van Radio Caroline, waarmee een einde kwam aan de zogeheten tweede periode van dit populaire radiostation. Meer dan vijf maanden lang was "eigenaar" Ronan O'Rahilly, die het schip altijd liefkozend "De Lady" noemde, door het gebeuren van de kaart. "It really flipped me out," gaf hij in oktober 1983 te kennen, ruim twee maanden nadat Radio Caroline weer opnieuw en nu voor de derde keer was gelanceerd, ditmaal op de robuuste MV "Ross Revenge." "Natuurlijk kon je het wel ergens verwachten, maar het is toch een rare ervaring. Als het dan plotseling echt gebeurt, ben je toch nog verrast," verklaarde de slankgebouwde, grijze ler, die zich qua uiterlijk had aangepast aan de nieuwe identiteit die het station had gekregen: modern, maar niet meer zo wild als vroeger. Zijn haar was drastisch ingekort en ook zijn baard en snor waren verdwenen. Maar, achter dit jonge, schijnbaar zorgeloze uiterlijk school een vermoeide, zij het nog steeds fanatieke en stimulerende regelaar.

  "Nadat de Lady was gezonken heb ik een tijd lopen dubben om er maar helemaal mee op te houden. Wat zal ik nu al die zorgen weer naar me toe halen, dacht ik toen. Ik heb echt een rottijd doorgemaakt. Maar toen het ergste eenmaal achter de rug was, ben ik toch onmiddellijk weer aan een nieuwe Caroline gaan denken. Het zou ook jammer geweest zijn als ik al mijn kennis en ervaring zou hebben weggegooid. Het leek eerst een waanzinnige droom. Een nieuw schip leek mijlen ver weg." Op het lange traject naar de realisering van die droom keek O'Rahilly liever niet terug. Vanuit zijn standpunt gezien was dit misschien wel verklaarbaar. Tegen een journalist had hij bij de lancering van de "Ross Revenge" gezegd: "Ben jij bijgelovig?" "Nee," had de journalist geantwoord. Waarop O'Rahilly zei: "Als je had meegemaakt wat ik de laatste drie jaren heb meegemaakt, dan was je dat zeker geworden en had je God op je knieën gedankt dat je er nog was."
  Het leek bij de herstart aanvankelijk allemaal zo voor de wind te gaan. Het eerste wat O'Rahilly deed, was opnieuw contact zoeken met de scheepstechnici, die in de jaren zeventig de Mi Amigo ook drijvende hadden weten te houden. Deze twee, Koos van Laar en Leunis Troost, hadden intussen met twee maten een schip gekocht, waarmee ze hun brood verdienden. Het was een vrachtscheepje, dat zij gevieren hadden aangeschaft. Na wat speurwerk was O'Rahilly er achter gekomen dat ze met hun schuit in de haven van Malta lagen. Daar zocht hij hen op. Eerst stelde O'Rahilly hen voor om die boot als zendschip te gaan gebruiken. Maar, daar wilden Van Laar en Troost niks van weten. Zij wilden hun, met moeite opgebouwde, business niet van de ene op de andere dag blootstellen aan alle risico's die een zendschip kan lopen. Toch zagen ze wel iets in O'Rahilly's plannen voor een nieuw Radio Caroline en ook waren ze bereid om hun schuitje eventueel als tender in te zetten. Maar er moest wel geld op tafel komen, zo gaf Van Laar aan O'Rahilly te verstaan. De Ier had hen daarop uitgelegd dat geld deze keer geen probleem zou zijn, omdat er Amerikaanse financiers zouden komen.
  "We hebben hier en daar al een visje uitgegooid in financiële kringen in de Verenigde Staten en van verschillende kanten is al ruime belangstelling getoond," had O'Rahilly hen verteld. Radio Caroline zou worden opgezet met Amerikaanse financiers, met een kantoor in New York en met Amerikaanse adverteerders. Op die manier konden er geen problemen ontstaan met betrekking tot de Britse Marine Offences Act (MOA), omdat er geen enkele officiële band bestond met Europa. Natuurlijk wel met het publiek: Radio Caroline moest het rock-station van Europa worden. O'Rahilly wilde een groot schip hebben, waarop een hoge mast van 90 meter kon staan. Hij voegde eraan toe dat hij graag zou zien dat Van Laar en Troost zo'n schip zouden gaan zoeken en het verder ook helemaal zouden gaan uitrusten. Toen O'Rahilly in het vliegtuig op de terugreis naar Londen zat, spraken Van Laar en Troost met elkaar af geen stap voor de Caroline-organisatie te zetten, voordat er geld was. Hun ervaringen in jaren zeventig hadden hen geleerd voorzichtig te zijn.
  Van Laar en Troost hadden groot gelijk, want de plannen van O'Rahilly zaten nog voornamelijk in diens hoofd. In het najaar van 1980 namen de zaken echter een keer. Rond die tijd stapten er namelijk twee mannen bij O'Rahilly binnen, die hem een aantrekkelijk voorstel deden. Het waren Vincent Monsey en Anthony Kramer. Ook zij waren bezig met het opzetten van een zeezender, zo vertelden ze O'Rahilly. En, ze voegden daaraan toe dat de uitvoering al in een vergevorderd stadium verkeerde. Omdat zij hadden gehoord dat O'Rahilly zijn project, net als zij, geheel op Amerikaanse leest wilde schoeien, leek het hen nuttig eens met hem te praten om te bezien of er wellicht tot samenwerking viel te komen. Als O'Rahilly de pers goed had gevolgd had hij kunnen weten dat dit project van Monsey en Kramer al diverse keren was aangekondigd onder de naam Radio Amanda. Al in augustus 1980 werd aangekondigd dat Radio Amanda spoedig met testuitzendingen zou starten. In de maand december maakte de Britse pers melding van een vertraging omdat, zo haalden de mensen van Amanda aan, tijdens de testuitzendingen de generatoren steeds vastliepen door oververhitting. Als het probleem met het koelsysteem zou zijn opgelost zou Radio Amanda spoedig in de lucht komen. Het project heeft het papieren stadium echter nooit verlaten.
  Dit leugentje van Monsey was de eerste uit een lange reeks die de man nog zou produceren, zij het niet over Radio Amanda als wel over Radio Caroline. In de besprekingen tussen O'Rahilly, Monsey en Kramer wist de Ier namelijk te bewerkstelligen dat de naam Amanda zou worden losgelaten en dat het nieuwe station opnieuw Radio Caroline zou gaan heten. Aanvankelijk stribbelden Kramer en Monsey tegen, maar uiteindelijk stemden ze toe. Gedrieën maakten zij plannen om het project te starten. Het grootste probleem bleek de financiering te zijn, want ondanks alle mooie verhalen van Monsey was er aanvankelijk nog maar weinig geld beschikbaar.
2 Rechts: Zendapparatuur aan boord van de Ross Revenge

De MV John Stone. Intussen begon ook de buitenwereld lucht te krijgen van de pogingen tot een "herstart" van Radio Caroline. De meest uiteenlopende verhalen begonnen te circuleren. De geciteerde geruchten waren afkomstig van een bont gezelschap van Caroline-medewerkers tot insiders. Zo werd er gesproken over een 51 meter lange schuit met de naam: "My Young America" die in de haven van Greenore, Ierland, zou worden uitgerust. Alle studio-apparatuur zou al aan boord zijn. Alleen een mast ontbrak nog. Maar in dit bericht, afkomstig van Herbert Visser in Offshore Echoes, werd gezegd dat dit maar met opzet verspreide geruchten zouden zijn om de aandacht af te leiden van het echte Caroline-schip. Visser dacht er helemaal achter te zijn gekomen: "De John Stone," dat zou het nieuwe schip worden, twee keer zo groot als de "Mi Amigo." Het zou liefst zeventig mensen kunnen herbergen. De zendmast zou 75 meter hoog worden. En, er zou met een 50 kW zender worden uitgezonden op een frequentie tussen de 459 en de 559 meter.

  In het Engelse blad Broadcast van 1 december 1980, bleek welk spelletje het trio Monsey, Kramer en O'Rahilly speelden om de zo dringend benodige dollars op tafel te krijgen. Zij gaven de pers de indruk dat het project al in een vergevorderd stadium verkeerde in de hoop hiermee bij potentiële financiers, in de USA, een goed binnenkomertje te hebben. Hier volgen enige fragmenten uit het artikel: "Op dit moment heeft het reclameverkoopbureau op Madison Avenue in New York al meer dan zes minuten per uur aan reclamezendtijd verkocht. In totaal is al voor 14 uur per etmaal en drie maanden vooraf gecontracteerd. Het schip is tweemaal zo groot als de "Mi Amigo" en staat geregistreerd in Panama. Er wordt van gezegd dat het een verbouwde coaster is met een mast van 75 meter en dat het station zal gaan uitzenden tussen de 459 en de 559 meter." In het artikel werd ook Monsey's beweerde ervaring met de zeezenders genoemd en klakkeloos voor waar aangenomen, zonder dit te controleren. Hij werd genoemd als een belangrijke medewerker van Radio England, Britain Radio en RNI. Niemand, die werkelijk betrokken was bij de genoemde projecten, bleek echter ooit van Monsey te hebben gehoord.
  Berichten als die in Broadcast waren ook al eerder in andere bladen verschenen. Henk Langerak van het Algemeen Dagblad schreef op 18 juni 1980 bijvoorbeeld het volgende over de lopende plannen voor nieuwe zeezenders: "Het verst gevorderd met nieuwe plannen lijkt Radio Caroline te zijn. Er zou een 80 meter lang oud marine schip in Amerika zijn ingericht. Dit schip, dat ruimte heeft voor tachtig bemanningsleden en voor een half jaar olie aan boord kan nemen, zou op weg zijn naar een ligplaats op de Noordzee. De onderneming is voor veertig procent gefinancierd door Pierce Communications, een bureau in New York, dat bemiddelde voor de tientallen kerkgemeenschappen die zendtijd hadden op het oude Caroline-schip." Tragisch genoeg ging het Algemeen Dagblad in op het optreden van een internationale artiest, die een drie uur durend openingsprogramma zou gaan presenteren wanneer Caroline weer voor het eerst de zenders op de Noordzee zou aanzetten. Op die 18e juni kon ook Henk Langerak natuurlijk niet vermoeden dat die zelfde artiest een half jaar later niet meer in leven zou zijn. Het ging om John Lennon, die op 8 december 1980 werd vermoord.
  In september 1980 plaatste het blad Kappa een interview met een directielid van Radio Caroline. Er werd toen gesproken over een geplande start tijdens het Paasweekend van 1981. Tijdens het gesprek werden er foto's van het toekomstige zendschip getoond, die overigens nooit zijn gepubliceerd. Duidelijk was op die foto's te zien dat het om een veel groter schip ging dan de Mi Amigo. Wij vermoeden dat het om de serie foto's betrof die ons in begin 1981 ooit ook onder ogen kwam. Het waren belden van een oud marineschip, ergens aan een kade gefotografeerd. Vermoedelijk was dit de "John Stone," waarover in diverse perspublicaties werd geschreven.
  Wel weten wij dat het dit schip nooit is geworden. Omdat niemand, die begin 1981 betrokken was bij de terugkeer van Radio Caroline, precies op de hoogte werd gebracht van de werkelijke gang van zaken, is het moeilijk hard te maken dat de foto's puur als lokker zijn gebruikt ten behoeve van de werving van adverteerders en financiers. Een ding staat wel als een paal boven water: een Nederlander, die al jaren op de achtergrond, en zonder in de publiciteit te willen komen, commerciële zaken had geregeld voor Caroline, was ook in het bezit van zo'n set foto's. Deze Nederlander, Smit genaamd, stond al jaren lang in nauw contact met O'Rahilly. Hoofdzakelijk had hij zich bezig gehouden met de verkoop van reclamezendtijd voor het station in België en Nederland. Ook hij was aanvankelijk betrokken bij de derde komst van Radio Caroline. Het feit dat Smit in het bezit was van deze foto's maakt aannemelijk dat adverteerders en financiers destijds inderdaad op deze manier zijn bewerkt.
  De Caroline-organisatie bezat op dat moment evenwel — en dat zou tot eind 1981 duren — nog geen stuurwiel of zendkristal. In 1980, toen direct na het zinken van de "Mi Amigo," in de pers bekend werd gemaakt dat Radio Caroline spoedig weer terug zou komen, werd steeds de naam van O'Rahilly genoemd. Hij ging opnieuw door voor de grote man, die "De Lady" nieuw leven zou inblazen. Nadat Monsey en Kramer in het spel kwamen, verdween O'Rahilly echter naar de achtergrond. Monsey en Kramer gingen nu opeens door voor de grote geldschieters. Aanvankelijk werden zij door de diverse tijdschriften en kranten versleten voor Amerikanen die het project een financiële injectie hadden gegeven. De werkelijkheid lag totaal anders. Voordat hij met de Caroline-organisatie in contact kwam, was Monsey was geen financier maar een "salesman" geweest. Kramer was directeur van een handelsonderneming met de naam Consort Enterprises Ltd. met een vestiging in Brookstreet in Londen en een kantoor in het Duitse Bernkastel. Hij handelde in alles wat los en vast zat en maakte geen bijzonder professionele indruk. Beiden kenden elkaar van hun handelsactiviteiten. Hoewel Monsey zich bij Caroline en bij iedereen die het maar horen wilde, had verkocht als voormalig deejay, promotieman en directielid van de eerder genoemde stations, was zijn naam in geen enkel stuk terug te vinden. Ook de naam van Paul Collins, zoals Monsey zich ook wel noemde, was onbekend in deze kringen. Niemand daar had de heren Monsey of Kramer ooit eerder gezien.
  Monsey timmerde intussen wel flink aan de weg. In maart 1981 had Barbara Lippert, journaliste van het Bilboard Magazine, een interview met hem. In het verhaal viel ondermeer het volgende te lezen: "Van de geschiedenis van het Britse piratenstation met de naam Caroline zou iemand een verdienstelijk script voor een operette kunnen maken. De wedergeboorte van Caroline, dertien maanden na de ondergang van de Mi Amigo, staat gepland op 19 april. Dit keer drijft het station op een investering van $2,5 miljoen door Ronan O'Rahilly, de grondlegger, en door Vincent Monsey en Anthony Kramer. Zij kochten een 1.000 ton zwaar vrachtschip, dat in Panama staat geregistreerd. De Radio Buccaneers verwachten na twee maanden uitzenden reeds acht miljoen luisteraars te trekken. Monsey en Kramer, met een kantoor aan de Madison Avenue in New York, hebben voor de reclameverkoop van hun station Major Market Radio Sales benaderd, dat ook veel reclamezendtijd verkoopt voor Amerikaanse stations. Geen enkel Amerikaans reclameverkoopbureau heeft ooit eerder zendtijd verkocht voor een zeezender, maar Warner Rush, de president van Major Market, noemde deze stap "a real kick." Volgens Roy Lindau, vice-president, wordt er, na een jaar uitzenden een omzet verwacht van $10 miljoen. Lindau voegde daar aan toe, dat Caroline de potentie heeft om de grootste commerciële radiozender ter wereld te worden. Major Market mikt op internationale adverteerders, die nu ook gebruik maken van het medium radio in Amerika, maar nog niet in Engeland." Aldus het artikel in toonaangevende Billboard Magazine. Toen Anthony Kramer werd gevraagd of het niet moeilijk zou zijn om spots te verkopen voor een illegaal station antwoordde hij: "Geen probleem, iedereen wil graag een piraat zijn!"
3 Links: Peter Chicago

Het imaginaire zendschip Imagine. Even naar een voormalige Caroline-medewerker, Robb Eden. Aanvankelijk leek het erop alsof hij een belangrijke rol zou gaan spelen bij "The New Caroline." Zo kwam er in het najaar van 1980 in het nieuws dat Eden grote plannen zou hebben om de Mi Amigo boven water te laten halen, het schip op te knappen en er een zeezendermuseum van te maken. Hij liet dit bekend maken via zijn Caroline-Roadshow. Het schip zou gelicht worden en naar Ramsgate worden gebracht om daar gerestaureerd te worden. In zijn Roadshow Bulletin stond ondermeer: "Als je er net zo over denkt als wij, dat de Mi Amigo het verdient om te worden gered, dan zal een gift gaarne worden ontvangen door Save The Mi Amigo Appeal, B.C.M. Box 1962 London." Een banknummer volgde met de verzekering dat, mocht de reddingspoging falen, het bedrag zou worden overgemaakt naar het Royal National Lifeboat Institute, de reddingsorganisatie die de bemanning van de gestrande Mi Amigo had gered. Iedereen, die het las en maar enigszins bekend was met de geschiedenis van Radio Caroline, dacht in eerste instantie dat de museumplannen te vergelijken waren met die van Gerard van Dam, die onder dit mom en in opdracht van O'Rahilly het zendschip in 1972 van de slopershamer redde. De grote animator achter de redding van de Mi Amigo in 1980 was ditmaal echter ene John Burch. Pas veel later zou deze genoodzaakt zijn om zijn naïeve gedachten in te ruilen voor meer realiteitsbesef betreffende de "nobele" plannen van Robb Eden. In die dagen had de Roadshow overigens niet te klagen over gebrek aan belangstelling. De naam "Caroline" was nog lang niet vergeten en Eden kon daar nog steeds op teren. Overal trok de show volle zalen.

  In april 1981 begon in Nederland de publiciteit over de terugkeer van Radio Caroline pas echt op gang te komen. Zo meldde het reclamevakblad Adformatie in die maand: "Radio Caroline komt Paaszondag terug in de ether. De radiopiraat gaat zenden vanaf het vrachtschip de "Imagine." De mannen achter Caroline, de Britten Monsey en Kramer, hebben een overeenkomst gesloten met het Amerikaanse Major Market Radio Sales. Dat bedrijf gaat in een jaar tijd zo'n 25 miljoen gulden aan reclamezendtijd verkopen. Naar verluidt is de zender sterk genoeg om vierentwintig uur per dag geheel Engeland, Nederland en België te bestrijken." Adformatie pikte het berichtje uit de Billboard. Na de publicatie in AdFormatie sloeg Wim Broekhuysen, journalist van het huis-aan-huis blad NU aan het speuren. Zijn bronnen bleken niet tot de beste te horen, getuige de volgende passages uit zijn artikel van 24 april: "Toch staan justitie en de Radio Controle Dienst van de PTT op scherp. De marine is verzocht uit te kijken naar een zendschip dat de naam "Imagine" zou dragen. Britse verkenningsvliegtuigen, die op onderzoek uitgestuurd waren, rapporteerden dat ze niets ontdekt hadden. Maar een schip met de naam "Imagine" is ook nergens bekend. Geen enkel scheepsregister vermeldt die naam. In de Belgische havenstad Zeebrugge, van waaruit de Mi Amigo vroeger werd bevoorraad, spreekt men over een spookschip. Hier circuleert het bericht dat de "Imagine" op zijn reis naar Europa in de gevreesde Bermudadriehoek vergaan is."
  Honderdduizenden Caroline-fans in West Europa draaiden aan hun knop op de radio om de middengolf af te tasten naar enig teken van leven van hun geliefde station. De teleurstelling was groot, want er was niets te vinden wat er ook maar enigszins op leek. Niet alleen de fans waren van mening dat het nu zou gebeuren, maar ook Major Market Radio (MMO). Nog maar veertien dagen voor Pasen had dit bedrijf trots laten weten dat het station, eenmaal in de lucht, spoedig van veel reclame zou zijn voorzien. Met een mast van 90 meter, de hoogste ooit op een zendschip geplaatst, en met een 50 kW zender, zou het grootste deel van Europa met Pasen worden verrast met de beste popmuziek ter wereld. Helaas, op 22 april werd de eerste vertraging bekend. Freewave Media Magazine zond een telex aan MMR. In het antwoord gaf men te kennen dat er een vertraging was ontstaan, veroorzaakt door balansproblemen. De uitvinder van die prietpraat was Vincent Monsey, die in het tijdelijke kantoor bij MMR de telex had beantwoord. Hij had zich inmiddels ook een nieuwe naam aangemeten, want de telex was "ondertekend" met Paul Collins. Na de onjuiste startdatum was het bericht over de balansproblemen weer een prachtige leugen van Monsey. Keihard kan gesteld worden dat ook in april en mei nog geen enkel stukje "hard-ware" voor de nieuwe "Caroline" aanwezig was. Wel slaagden Kramer en Monsey er in om via een advocaat in New York in contact te komen met iemand die in een klap de gehele financiering voor elkaar zou kunnen krijgen. Monsey, die zich tegenover de pers nu consequent Collins liet noemen, gaf ook de advocaat en de vertegenwoordiger van een clubje financiers de stellige indruk dat het schip er was en ergens in een Europese haven gereed gemaakt werd voor vertrek.
  Direct na Pasen meldde Monsey dat de nieuwe start op zaterdag 26 september (1981) zou gaan plaatsvinden. De naam van de nieuwe programmaleider maakte hij ook bekend, hetgeen nogal wat stof deed opwaaien. Op die eerste uitzenddag zou namelijk niemand minder dan Johnny Walker om 12:00 uur de openingsshow presenteren. Walker was eens topdeejay bij Caroline in de jaren zestig en later boekte hij zelfs succes bij Radio Luxemburg en BBC 1. Aanvankelijk zou Walker op band opgenomen programma's naar het schip zenden, omdat hij zijn baan bij het Amerikaanse rockstation KSAN (San Francisco) niet kwijt wilde. Pas toen Vincent Monsey hem "koeien met gouden horens" had beloofd, was Walker bereid om de Verenigde Staten vaarwel te zeggen en op de "Imagine" te klimmen. Later komen we terug op de rol van Walker. Monsey had, in die dagen, speciaal voor het bezoek aan potentiële adverteerders een jingle-pakket laten maken, bestaande uit vier jingles. Het thema was: "The Imagination Station Caroline." Achteraf bleek dat het inderdaad in die tijd een "imaginair" station was. Want ook in de zomer van 1981, was er nog steeds geen schip.
4 Rechts: Johnny Walker op de Ross Revenge

Een spelletje blufpoker. Maandenlang hadden Koos van Laar en Leunis Troost, de scheepsuitrusters, niets meer van O'Rahilly gehoord. Beiden waren ze er inmiddels van overtuigd dat de hele onderneming op niets zou uitlopen, totdat zij O'Rahilly aan de telefoon kregen voor een afspraak voor de volgende dag. Opnieuw troffen zij elkaar op hun schip, dat ditmaal in de haven van Hoek van Holland lag. "Jullie moeten onmiddellijk een schip voor me gaan halen en naar een werf in Spanje brengen," zo had O'Rahilly nogal gehaast tegen de twee gezegd. Troost, die O'Rahilly "van oorlam tot scheepsbeschuit" kende, liep niet meteen hard van stapel en vroeg waar het geld was. O'Rahilly gaf hem te kennen dat de dollars weliswaar nog niet op de bank waren, maar dat er een grandioos contract was afgesloten met een aantal Amerikaanse miljonairs. "Geld is geen probleem meer," had O'Rahilly er aan toegevoegd. "Nou, dat is dan leuk voor je, Ronan, maar bij ons is het tegenwoordig handje-contantje. Iedere boot, die gekocht moet worden en waar dan ook naar toe moet worden gebracht, daar gaan wij op af. Maar, we moeten eerst geld zien. Kom maar terug als je van die papieren flappen hebt. Dan staat voor ons pas echt het sein op groen," had Troost aan O'Rahilly geantwoord.

  Pas in oktober zou het duo daadwerkelijk een schip gaan halen. Desondanks werd er in Amerika nog steeds de indruk gewekt dat het zendschip klaar was, maar dat men nog te kampen had met kinderziekten. Het spelletje blufpoker werd wel heel ver gespeeld. Op 15 september 1981 verzond Major Market Radio, volledig overtuigd van de geplande start van Radio Caroline op 26 september, een uitgebreide persmap. Er werd, daarin, ook bijzondere aandacht besteed aan de jaren zestig periode van Caroline. In een fleurig gedrukte brochure werden de commerciële items belicht. Op de tarieflijst stonden prijzen vermeld tussen de 100 en 470 dollar per minuut, afhankelijk van de tijd van uitzending. De spots moesten minimaal veertien dagen van tevoren worden ingeleverd bij MMR, zodat ze op tijd aan boord konden zijn van de MV "Imagine."
  Volgens het persbericht, moest de "Imagine" het vlaggenschip worden van iedereen die zich vrij voelde en vrij wenste te zijn. Vandaar ook, dat, net als in de jaren zeventig, Caroline veel aandacht zou gaan besteden aan de "Loving Awareness." Desgevraagd, antwoordde Monsey dat er geen religieuze programma's zouden worden uitgezonden (als bron van inkomsten), zolang er financieel geen afhankelijkheidspositie zou ontstaan. Hij zei dat er in ieder geval twaalf contracten waren afgesloten met grote multinationale adverteerders. Het zou ondermeer gaan om tijdschriften, een hotelketen en fabrikanten van make-up en jeans. Opvallend was, dat in de MMR-persmap geen enkele foto van het schip te vinden was. Ook namen van deejays werden niet vermeld, hoewel Monsey in geuren en kleuren vertelde dat Johnny Walker in ieder geval als programmaleider van de partij zou zijn. Het motto van Walker "Ready Steady Go" moest het station een swingend en snel karakter geven; aangevuld met veel jingles — oude en nieuwe — zodat concurrent Radio Luxemburg geheel in het niet zou verdwijnen.
  De programma's zouden telkens drie uur, per deejay, gaan duren en zouden worden gevuld met het betere LP- en single-werk. De staf van de Caroline-organisatie zag er, volgens de gegevens in de persmap, als volgt uit: Ronan O'Rahilly in de functie van Managing Director, Paul Collins als Sales Director, Robb Eden als Sales Director England, Peter Chicago als Chief Engineer, en, zoals gezegd, Johnny Walker als Programme Director. Sinds maart 1968 had Walker niet meer voor Caroline gewerkt. In die tijd ging hij programma's presenteren bij het popstation van de BBC, Radio One. Ook werkte Walker twee periodes voor Radio Luxemburg en halverwege de jaren zeventig zocht hij zijn geluk in de Verenigde Staten, waar hij voornamelijk bij stations aan de Westkust werkte. In die septemberdagen wist Monsey ook nog te melden dat er nieuwsbulletins te verwachten waren, die gesponsord zouden worden door Newsweek. In een interview met freelance journalist Martin Hedges in het reclamevakblad Campaign (11 September 1981) was Paul Collins opnieuw aan het woord. Hier noemde hij twee Britse bureaus, die ook voor Caroline reclamezendtijd zouden gaan verkopen. Het waren Media Buying Services en Michael Jarvis en Partners. Collins, Monsey dus, vertelde dat zij geen Britse organisaties zouden gaan benaderen maar alleen multinationals. Monsey vond het nodig de journalist wijs te maken dat "Caroline" geen gewone 50 kW zender zou hebben maar een middengolf-stereozender; dit ondanks het feit dat dit systeem in Amerika slechts op zeer kleine schaal werd uitgetest en de verwachtingen ten aaanzien van de invoering van dit systeem niet erg hoog lagen.
  We zetten even een stapje terug in de tijd, want geheel buiten het zicht van Vincent Monsey gebeurden er in Engeland ook de nodige zaken die het vermelden waard zijn. Inmiddels had O'Rahilly een kantoorruimte gehuurd bij een kleine platenmaatschappij, die werd gerund door Bob Keene en Paul Hodge. Zowel Hodge als Keene bleken de gehele Caroline-organisatie qua opzet wel interessant te vinden en boden aan ook voor de organisatie zo nu en dan hand-en-span-diensten te gaan verrichten. Vanzelfsprekend leefde er in hun achterhoofd de gedachte, dat via Caroline hun platenproducties geplugd zouden kunnen worden. Om nog meer bij O'Rahilly in de gunst te komen (de huur van de ruimte had O'Rahilly verbazingwekkend laag gevonden), introduceerde Keene bij O'Rahilly een jonge vrouw, die op dat moment nog promotionmanager was bij Polygram Records. Bovendien was zij manager van onder meer Elton John. Annie Challis, zo als de vrouw heette, kwam precies op tijd, omdat O'Rahilly op zoek was naar een kundige stationcontroller. Ze werd meteen in dienst genomen. Later zou blijken dat die baan al min of meer was toegezegd aan de voormalige Caroline-deejay Johnny Jason. Toevalligerwijze was Challis vroeger ook de manager geweest van Johnny Walker.
  Challis zegde haar goed betaalde baan bij Polygram op en nestelde zich op het kleine kantoor van Keene en Hodge. Nog maar nauwelijks was ze er aan de slag gegaan of zij kon Walker welkom heten in Engeland. Hij was met vrouw en kinderen komen overvliegen en vond tijdelijk onderdak bij kennissen in Londen. Walker hoorde dat hij maar moest gaan zoeken naar deejays. Als eerste nam hij contact op met de deejays, die de laatste tijd op de Mi Amigo hadden gewerkt, Tom Hardy, Stephen Bishop, Steve Gordon en Mike Stevens. Ook sprak hij met Adrian Horseman, die op dat moment nieuwslezer was bij Sunshine Radio in Dublin. Hoewel deze presentatoren eerder dat jaar te kennen hadden gegeven dat ze wel op het zendschip wilden werken, moest Johnny Walker aanhoren dat ze het in Ierland goed naar hun zin hadden bij Sunshine Radio, een station dat trouwens was opgezet door Robbie Dale. Zowel Johnny als Annie openden toen opnieuw de jacht op deejays.
  Vanuit New York vertelde Monsey ons in augustus 1981 dat hun zendschip niet langer onder de Panamese maar onder Liberiaanse vlag zou worden geregistreerd. Het was opnieuw een leugen van de bovenste plank, die echter wel aannemelijk klonk. Monsey zei dat dit besluit was genomen naar aanleiding van de gebeurtenissen rond het in Nederland in beslag genomen zendschip van Radio Paradijs, de Magda Maria. Dit schip stond ook in Panama geregistreerd en de autoriteiten uit dat land hadden tegen het botte optreden van de Nederlandse justitie geen enkel protest aangetekend. Monsey zei verder dat Caroline ook een eigen tenderschip bezat, waarmee vanuit Spanje regelmatig zou worden bevoorraad. De Caroline-organisatie was, door dit aan te kondigen, ver vooruit gelopen op de mogelijkheid dat het schip van Koos van Laar en Leunis Troost eventueel door O'Rahilly gekocht zou worden.
5 Links: De Amerikaanse DJ Wolfman Jack

Afluisterpraktijken. Ondanks de MMR-persmap en een persconferentie, in aanwezigheid van Amerika's top deejay Wolfman Jack, waarin werd aangekondigd dat het allemaal eindelijk op 26 september zou staan te gebeuren, verklaarde Robb Eden dat Paul Collins wel heel optimistisch was en dat hij soms met een korreltje zout genomen moest worden. Eden moet in die tijd geweten hebben dat er alleen nog maar een "imaginair" station en zendschip bestond en dat de "eigen" tender ook maar een fabeltje was. Vreemd genoeg had O'Rahilly, een paar dagen voordat de persmap werd verzonden, tegen ons gezegd: "Het zou best eens Pasen 1982 kunnen worden. Wij noemen ons schip "De Lady," en een Lady bepaalt zelf wanneer zij klaar is ..." Op 5 september 1981 wist het Haagse dagblad Het Binnenhof te vertellen dat de "Imagine" lag te testen voor de Noord-Afrikaanse kust. Uit Ierland kwamen er geruchten binnen dat het zendschip in de haven van Dublin zou liggen. In Amerika werd de persinformatie door heel wat kranten en tijdschriften opgenomen. Opvallend echter, in die berichtgeving, was het feit dat alleen Vincent Monsey en Ronan O'Rahilly werden genoemd als de twee initiatiefnemers. Kramer was uit de organisatie gestapt. Het zou een jaar duren voordat hij bereid was te vertellen waarom hij naar Londen terugkeerde.

  Op 26 september zaten andermaal honderdduizenden in Europa gekluisterd aan hun radio en speurden tegen de klok van 12 uur, de middengolf af om te zoeken naar een teken van leven van Radio Caroline. Vanaf de vroege morgen tot de openingstijd van Radio Caroline zou een steeds luider kloppend hart te horen zijn op een frequentie, ergens tussen de 540 en de 800 kHz. Volgens ingewijden zou het station op 519 meter gaan uitzenden. Teleurgesteld zette iedereen zijn radio weer terug op het toenmalige Hilversum 3, BBC of op een ander popstation. Opnieuw had de Carolineorganisatie haar publiek bedonderd. Achteraf bleek echter dat de aankondiging alleen voor de Amerikaanse pers bedoeld was. Het was een opwarmer voor Amerikaanse adverteerders geweest en niet meer dan dat. Op 28 september, twee dagen nadat eigenlijk Caroline had moeten beginner, lag er bij MMR andermaal een persbericht gereed voor verzending. We zochten telefonisch contact.
  Na overleg met haar baas, Roy Lindau, was secretaresse Ellen Maldonado bereid het bericht over de telefoon voor te lezen. "De eigenaren van Radio Caroline, hebben vandaag laten weten, dat hun nieuwe zendschip "The Imagine" te kampen heeft met stabiliteitsproblemen. Dit wordt veroorzaakt door de hoogte en het gewicht van de 300 voet hoge zendmast, die op het dek van het schip is bevestigd. Het probleem zal waarschijnlijk binnen een week zijn opgelost. Het schip zal een droogdok binnengebracht worden in een land ergens "aan warm water." Vermoedelijk zal dit op vrijdag 2 oktober gebeuren. Dit betekent dat het station, welke gebruik zal maken van het contemporary urban rock format, zijn nieuwe zendperiode in zal gaan op 15 oktober (1981) met een perfecte groep deejays, die onder leiding zullen staan van Wolfman Jack en Johnny Walker. De eigenaar van het station maakt verder bekend dat het station al een indrukwekkende lijst met multinationale adverteerders heeft kunnen opmaken, bestaande uit ondermeer de volgende categorieën: luchtvaartmaatschappij, tijdschriften, make-up, jeans en platen." Nadat de secretaresse ons dit bericht had voorgelezen, moesten we bekennen goede hoop te hebben gehad dat die vijftiende oktober eindelijk de datum zou worden maar op die dag lag de "Ross Revenge" nog eenzaam in een Schotse haven, op een nieuwe eigenaar te wachten. Die zou nu echter snel komen opdraven.
  In november 1981 verscheen er in de Britse pers een artikel, waarin werd gesteld dat Caroline ook via de korte-golf zou gaan uitzenden. Dit, omdat het dan ook in Amerika mogelijk zou worden om naar het station te luisteren. Met name voor de Amerikaanse adverteerders zou dit een goede controlemogelijkheid zijn op de uitzendtijden van hun commercials. Het korte-golf idee was afkomstig van Roy Lindau. Hij vertelde dat, behalve Ronan O'Rahilly, niemand op de hoogte was van het voornemen. In een telefoongesprek tussen hem en O'Rahilly was het idee ter sprake gekomen. Volgens Lindau werd met de publicatie van de korte golf plannen een vermoeden min of meer bevestigd. Al eerder waren bepaalde zaken in de pers gekomen, die alleen maar via de telefoon waren besproken en eigenlijk geheim hadden moeten blijven. O'Rahilly's telefoon werd afgeluisterd. In Londen was plotseling een nieuw fenomeen ontstaan. Een telefonische informatieservice met de naam "Advanced Media Yield" met zeezendernieuwtjes (Offshore Updates). Maar het bleek uiteindelijk allemaal om Radio Caroline te gaan. Caroline had pertinent niets met deze info-telefoon te maken. De verstrekte informatie bleek echter meestal juist te zijn. Wie het nummer draaide, kreeg naast informatie ook nog de suggestie een internationale antwoordcoupon te zenden naar een postbusadres in Londen. Volgens de informatie op het antwoordapparaat zou vanaf maart 1982 de hele Radio Caroline story, met informatie van achter de schermen, in vijf delen worden toegezonden. De coupon was voor de toezending van het eerste deel. Toen waarschijnlijk massa's Carolinefans hun coupon op de bus hadden gedaan, werd de informatie op het antwoordapparaat niet meer vernieuwd. Niet lang daarna werd het telefoonnummer afgesloten.
  De man achter Offshore Updates bleek de Londenaar Chris England te zijn geweest. Overdag werkte hij bij de telefooncentrale van de Britse hoofdstad, als technicus. Op simpele wijze kon hij zich gratis dit infonummer verschaffen en schakelde dit op een antwoordapparaat bij hem thuis aan. Aardig te weten; maar interessanter was de tip, die binnenkwam. dat Chris ook telefoongesprekken afluisterde op de centrale, met name gesprekken van Caroline-medewerkers werden op de band opgenomen. Op deze wijze zal Chris veel te weten zijn gekomen rond de Caroline-organisatie. Vandaar ook zijn telefoonservice. Opnieuw kwam er een tip binnen over Chris. Hij zou nu ook zijn verkregen informatie gaan publiceren in een boek, dat bij een Amerikaanse organisatie,zou worden uitgegeven. Uit dit alles bleek wel wie het verhaal over Caroline's geplande kortegolf-uitzendingen aan de Londense krant had verkocht. Tenslotte werd Chris echter betrapt in de telefooncentrale op het moment dat hij aan verbindingen zat te knoeien, waar hij niet aan mocht komen. Hij werd, naar verluidt, overgeplaatst naar een andere afdeling bij de telefoondienst. Toen ons bekend werd dat de Caroline-telefoons werden afgeluisterd, leek het ons niet meer dan logisch dat de mensen binnen de organisatie op de hoogte moesten worden gebracht. In New York reageerde Vincent Monsey nogal lauw op onze waarschuwingen, maar beloofde O'Rahilly snel op de hoogte te zullen brengen. Een jaar later vertelde O'Rahilly ons, nooit iets van die afluisterpraktijken te hebben gehoord: "Vincent kan soms rare dingen doen," zei O'Rahilly toen.
6 Rechts: Roy Lindau voor logo Music Media International

Formats en zendapparatuur. Toch bleek Monsey ook wel goede ideeën te hebben. Zo legde hij in het begin van de zomer van 1981 contact met de Amerikaanse syndicator "Al Ham Productions." Dit bedrijf voorzag op dat moment meer dan 150 lokale stations,met overweldigend succes, van complete radioprogramma's. Het waren meestal zogenaamde 24 uur stations, die de succeshits uit de dertiger tot en met zeventiger jaren draaiden, bestemd voor een luistergroep boven de 35 jaar. De uitvinder van dit succesvolle "format" was Al Ham, die als bassist,in de jaren vijftig bij het "Glenn Miller Orchestra" speelde. Na een belangrijke carrière bij diverse Amerikaanse bands werd Al producer voor topsterren als Roosemary Clooney, Johnny Mathis, Tony Bennet en Erroll Garner. Al Ham noemde zijn door veel research ontwikkelde format "Music of your life." Monsey sloot met AI Ham een contract; Radio Life zou met het MOYL format het tweede station op de MV "Imagine" gaan worden. Ham was dermate enthousiast, dat hij direct een optie nam op een 50 kilowatt zender bij Besco International. Die zou dan aan het zenderpark van Radio Caroline worden toegevoegd.

  Later zou O'Rahilly verklaren dat het contract met Al Ham een van der weinige goede transacties was geweest die Monsey had afgesloten. Monsey had Ham ook nog eens $10.000 weten af te troggelen als eerste bijdrage voor de huur van de ruimte op het zendschip. Het volgende contract, dat Monsey afsloot, was met de wereldberoemde deejay Wolfman Jack. In de maand september haalde Caroline heel wat publiciteit met de "definitieve" komst van Wolfman. Vele kranten en tijdschriften in Amerika brachten dit nieuws en korte tijd later nam de Europese pers dit over. Wolfman zou zijn shows tijdens de avondspits gaan presenteren, van maandag tot en met zaterdag. Op de receptie, die ter ere van de gebeurtenissen bij MMR werd gegeven, was ook O'Rahilly aanwezig, maar hij hield zich ver op de achtergrond. Monsey had Don Kelley, de manager van Wolfman Jack, te kennen gegeven dat Caroline in november zou starten. Enthousiast zette Wolfman in zijn studio in Hollywood gelijk voor drie maanden programma's op de band. Deze werden naar een agent van Don in Parijs verzonden om daar te worden opgehaald door een Caroline-koerier. Die banden zouden echter nooit via Radio Caroline de ether in gaan.
  Met name over de zenders en alles wat daarmee te maken heeft kletste Monsey maar wat raak. Volgens hem kwam er ook een FM-zender op de "Imagine," waarmee Zuid Engeland, zou worden bediend met een perfect stereogeluid. Ondanks dat hij in eerdere gesprekken met ons frequenties als 519, 408 en 319 meter had aangegeven als de ideale plekken op de middengolf, beweerde hij eind september 1981 dat de chef-technicus Peter Chicago, altijd al naar de 429 meter had gelonkt. Het toeval wilde dat er na korte tijd testsignalen te horen waren op 519 meter. Vanzelfsprekend dacht iedereen dat dit testsignalen vanaf het Caroline-schip waren, waar dit dan ook maar verankerd zou liggen. In ieder geval nog niet voor de Britse kust.
  Even was het vrije radiowereldje in rep en roer toen werd gemeld dat zich ten noorden van het Marsdiep een schip "ophield" dat verdacht veel op een zendschip leek. Kort daarna was de teleurstelling groot. Opnieuw bleek dat, een nerveuze en onervaren, observeerder een valse melding had gedaan. Toen we Monsey confronteerden met de testsignalen zei hij dat dit Caroline wel zou zijn. Hij had gehoord dat het station op drie frequenties aan het testen was. Verder vertelde hij dat aan een team van Veronica TV de toezegging was gedaan dat zij als eerste op het schip mochten komen om te filmen. Maar nog steeds was er helemaal geen schip, maar dat wisten we pas later definitief. 0p 1 oktober 1981 spraken we met MMR vice president Roy Lindau. "Er zijn problemen met de generatoren, en zodoende kan 15 oktober ook niet worden gestart. Alle deejays zijn al aan boord van het schip en er ligt al een boot klaar in het Kanaal, waarop mensen zitten te wachten op de aankomst van de Imagine," zo loog hij.
  Ex-Caroline-deejay Stevie Gordon deed, in die dagen, alsof hij goed was geïnformeerd en beweerde dat Caroline toch op 15 oktober zou beginnen: "Men is redelijk tevreden over de gekozen frequentie. De elektronica van Amerikaanse makelij zal het middengolfsignaal dusdanig bewerken, dat het als "FM" klinkt. De eerste periode zullen de deejays lang op het schip zitten, zonder dat er wordt getenderd. Men wil eerst afwachten wat het effect zal zijn dat het station teweeg zal brengen. De mensen zullen wel moe worden, om steeds dezelfde stemmen te moeten aanhoren," zei Gordon. Kort na deze, onjuiste, berichtgeving, was het Vincent Monsey weer, die nauwelijks een week na de verklaring van Lindau over de problemen met de generatoren, met een geheel nieuwe reden van de vertraging aankwam: "Er zijn problemen met de stabiliteit van het schip zelf. Het dook in de golven, en het kwam er niet genoeg uit. Er zullen correcties toegepast moeten worden op de 140 ton extra ballast, die bestaat uit beton. De kapitein had daarom besloten meteen terug te varen naar het droogdok," zo luidde Monsey's verhaal. Zo'n grote hoeveelheid nonsens hadden we nog nooit gehoord.
  Helaas konden we Monsey niet confronteren met het feit dat Koos van Laar en Leunis Troost, op datzelfde moment, onderweg waren naar Schotland. In hun portefeuille zat een gedekte cheque ter waarde van 28.500,— Britse ponden. O'Rahilly had het geld bijelkaar weten te krijgen om een schip te kopen. Niemand was op de hoogte van die transactie en dat had, om overduidelijke reden, ook zo moeten blijven ...
  Eind oktober ontstond een gerucht, dat wijds werd verspreid. Het Ierse Vrije Radio station Sunshine Radio in Dublin, eigendom van Robbie Dale, zou van naam gaan veranderen zodra Caroline in de lucht was. Sunshine zou dan Caroline North worden en vanaf de "Imagine" zou Caroline South gaan uitzenden. Uiteindelijk bleek dat het verhaal was ontstaan door een typefout in een persbericht van een vrije-radio-club met de naam Anorak UK.
  Tegen ieder die hij maar tegenkwam, had Vincent Monsey verteld dat Caroline twee Continental Electronics zenders aan boord had, een van 50 en een van 10 kW. Edward King, directeur van de zenderfabriek, kon zich nog wel herinneren dat een zekere Chicago hem, in het voorjaar van 1981, had opgebeld, en had gevraagd naar tweedehandszenders. "Omdat wij die niet verkopen, heb ik hem doorgestuurd naar Besco International in Dallas. Dick Witkovsky, de eigenaar, is een goede vriend van mij. Hij handelt in goede tweedehands apparatuur." In zijn onschuld had King de boel voor Caroline aardig blootgelegd. Er waren dus geen nieuwe CE-zenders. Dick Witkovsky bleek een net zo openhartige Amerikaan te zijn als zijn vriend Edward King. Hij vertelde ons, dat op een dag Chicago zo maar bij hem binnen was komen lopen. Hij had een 50 en een 10 TX nodig. Bij Besco is dit meestal uit voorraad leverbaar, maar op dat moment juist niet. Dick en Peter besloten dus maar eens te bellen met een aantal stations, waarvan het vermoeden bestond dat zij een nieuwe zender wenste aan te schaffen. Dick had daar zo zijn bronnen voor. Met een lijst van adressen op zak vertrokken de beide heren voor een trip door Amerika en Canada. Uiteindelijk vonden ze twee geschikte zenders. Voor de 50 Kw moesten ze naar het lokale Canadese station CFSO dat had besloten om een nieuwe zender aan te schaffen.
7 Links: De Ross Revenge in Santander

Uitstel ... In september 1981 stonden zo drie zenders gereed voor verzending naar het schip; alle van het merk RCA. Inclusief diverse draaitafels, recorders, microfoons, mengpanelen, werden de zenders in zware kratten, door een eigen transporteur van Caroline, naar de haven van New York gebracht. De tocht naar het zendschip zou echter een ongewenst lange tijd in beslag nemen. Toen wij in december 1981 met Johnnie Walker spraken over zijn nieuwe baan als programmaleider bij Caroline, was hij nog een man vol ideeën. Hij wist precies hoe hij de sound van het station zou gaan opbouwen. Met zijn toen 36 jaar en vele jaren ervaring twijfelde daar ook niemand aan. Toch liet hij, in het begin van ons gesprek, al wat kritiek los op de gang van zaken. Met name de steeds weer genoemde startdata, door Monsey, zaten hem dwars: "Als het aan mij lag, werden en worden er helemaal geen startdata genoemd. Bij een dergelijke opzet, als die van ons station, is het moeilijk alles precies te planner. Vertragingen kunnen heel eenvoudig optreden. Hoe dan ook, we hebben een heel duidelijk doel voor ogen. We willen Caroline met dezelfde elan impact als in de jaren zestig, terugbrengen. Alleen voegen we er een aantal moderne, nieuwe, elementen aan toe. Want in de zestiger jaren had niemand het in zijn hoofd gehaald om een 90 meter hoge mast op een schip te zetten," aldus Walker. Toen we vroegen of hij zeker wist dat het schip er was, gaf hij te kennen dat geheel zeker te weten: "Het ligt ergens bij een scheepswerf. En het wachten op onze Lady is de moeite waard. Met een enorm sterk signaal zullen we in de ether terug komen. De luisteraars zullen zeer verrast zijn over de geluidskwaliteit, die we op de middengolf zullen produceren.

  We confronteerden Walker met het gerucht dat in die tijd circuleerde dat de MEBO II het Caroline zendschip zou worden en in een Portugese haven verbouwd werd. Het ging hier om het voormalige zendschip van RNI. De gedoodverfde programmaleider wuifde dit verhaal lachend opzij: "We hebben een nieuw schip en dat is groter dan de MEBO II. Het is 120 meter lang en het weegt zo'n 1.100 ton. Verder zei Walker: "Nu ik in Engeland terug ben, merk ik dat Caroline nog steeds leeft onder de mensen en dat doet me veel plezier. Ook bij mij leeft dezelfde heimwee naar het station, als bij de luisteraars. Al weet ik dat ik enorme risico's neem, toch doe ik het. Het is 't mij waard. En, als alles zo gaat als we willen, wordt het een opwindende en lonende opgave." Kort daarna zou Walkers enthousiasme sterk afnemen.
  A1 eerder noemden we de naam van Paul Hodge, die samen met Bob Keene een kantoor had in Londen, dat zij gedeeltelijk aan Caroline hadden verhuurd. Plotseling was Hodge in november 1981 verdwenen. Niemand wist waar hij was gebleven. Bob Keene echter, miste wel opeens een bedrag van £ 14.000,- van het firmakapitaal. Pas in april 1982 zouden de Caroline mensen ontdekken welk spelletje Hodge had gespeeld. Zelfs Vincent Monsey, die in die dagen ook niet een bepaald fraaie rot had gespeeld, was hevig ontdaan na de ontdekking van de "double cross" van Paul Hodge. Hoewel de Caroline staf het hardnekkig bleef ontkennen, dat een gerucht de ronde deed, dat er een tweede station vanaf de MV "Imagine" zou gaan uitzenden, veroorzaakte dit gerucht voor nog meer opwinding in zeezenderkringen. Niet alleen de fans werden nerveus. Zelfs bij Radio One (BBC) en Radio Luxemburg voelde men steeds meer de hete adem van Radio Caroline in de nek. Wat aanvankelijk als fantasie van O'Rahilly werd beschouwd, werd toch steeds meer als een reële bedreiging gevoeld.
  Mede om die reden pepten beide stations hun format nog wat op en werden nieuwe jinglepakketten ingevoerd. Radio Luxemburg ging andermaal over naar het Top 40 format. Al die paniek was natuurlijk zeer voorbarig. Maar, wie wist toen eigenlijk dat voor Caroline het spel nog maar net was begonnen op een Spaanse scheepswerf? Chicago was wachtende op een zending uit de VS. De zenders en de andere apparatuur waren in stevige kratten de reis van Dallas naar Hoek van Holland begonnen. Toen de apparatuur in Nederland aankwam ontstonden er problemen. Dit leverde een vertraging op en uiteindelijk werden de kratten vrijgegeven en door het constructieteam naar de haven, waar de ombouw zou plaats vinden, vervoerd. Het was toen december en nog steeds wist niemand waar het zendschip lag, ook niet wat voor een type schip het zou zijn en wat de oorspronkelijke taak was.
  Maar kwam er dan daadwerkelijk een nieuw schip? Het was de advocaat van Al Ham, de man achter Music of Your Life, die vertelde wie de representant was achter het financieringsconsortium van Caroline. Deze advocaat, Jack London, zei dat het met name de persoon van de representant was, die hem had weten te besluiten om Al Ham te adviseren niet met Caroline in zee te gaan, zo lang deze persoon er bij betrokken zou zijn. Wie was dan deze bemiddelaar die Caroline weer tot leven had gebracht? "Het is een zekere James Ryan uit Philadelphia, meer kan ik je niet zeggen, dat moeten jullie zelf maar uitzoeken," zo had hij ons gezegd. Maar, waar te beginnen? Al in het begin van de zomer van 1981 had Ryan bij Monsey de financieringsovereenkomst getekend, samen met de New Yorkse Caroline-advocaat John Leonard. Volgens het afgesloten contract zou Caroline worden gefinancierd in een aantal termijnen. Het geld was afkomstig van een aantal particuliere ondernemers die door Ryan werden geadviseerd.
  In eerste instantie was de investeerders toegezegd dat Radio Caroline in november 1981 zou gaan uitzenden, maar toen Ryan, in deze wintermaand, bij Monsey informeerde hoe de zaken er voor stonden, zou het beter geweest zijn als hij de waarheid had gezegd tegen Ryan; namelijk dat er een enorme vertraging van drie maanden was ontstaan door het vasthouden van de zenders door de Nederlandse douane. Vincent Monsey was waarschijnlijk bang dat die waarheid niet goed zou aanslaan bij de financiers en verzon weer een of ander excuus. Ook noemde hij gelijk maar weer een nieuwe startdatum. Hij maakte Ryan wijs dat Caroline met Kerstmis te horen zou zijn via de middengolf. De werkelijkheid was totaal anders. Op het schip kon maar weinig worden gedaan, omdat eerst de zenders en de studioapparatuur moesten worden ingebouwd, voordat andere zaken konden worden geklaard, zoals het plaatsen van de zendmast. Pas in december, toen de lang verwachte apparatuur arriveerde, kon met de "grootscheepse" verbouwing worden begonnen.
8 Rechts: De zendmast van de Ross Revenge

... en nog meer uitstel. Ronan O'Rahilly had zich niet al te intensief met de zaak beziggehouden en had in geen maanden met de representant van het financieringsconsortium gesproken. Aanvankelijk konden O'Rahilly en Ryan goed met elkaar opschieten. Beiden waren Ieren. Wellicht dacht Ryan dat O'Rahilly rond Kerstmis eindelijk de verlossende woorden zou spreken. Maar O'Rahilly was gedurende de najaarsperiode nogal geïrriteerd geraakt door Ryan's merkwaardige stijl van optreden. In een telefoongesprek, vlak voor Kerstmis, had O'Rahilly gezegd dat Ryan we] goed moest begrijpen dat het zijn schip niet was, maar dat van O'Rahilly en dat de heren gewoon nog even geduld moesten hebben. Dit zat Ryan helemaal niet lekker. Maar, toch wachtte hij nog even af. In januari 1982 kwamen we erachter wat er met de telefonische informatie service van Chris England was gebeurd. Het was afgesloten. Bij toeval kwamen we erachter dat er een tweede telefoonaansluiting was in Londen, waar Chris gebruik van maakte. Een vriend van Chris nam, nadat we het nummer hadden gedraaid, op en zei nergens van te weten. Chris zou voor Radio Caroline naar Amerika zijn gereisd. Het verhaal was, dat Peter Chicago, vanuit Spanje, met een vriend had gebeld met het verzoek of deze enige onderdelen uit Amerika zou willen halen en deze naar het schip zou willen brengen.

  Die vriend was James Kaye, die in het verleden ook al eens enige hand en spandiensten voor de Caroline organisatie had verricht. Kaye ging naar de Verenigde Staten en nam zijn vriend Chris mee. Zonder te weten dat zijn maat ook zijn telefoon had afgeluisterd. Op eigen kosten ondernamen de beiden de trip naar Dallas om daar de onderdelen op te pikken. Eenmaal in Spanje, met een auto vol onderdelen, wachtte hen een teleurstelling. Er was geen geld en ze konden niet worden betaald voor hun bewezen diensten. "Dat komt spoedig," werd hun meegedeeld. Ontdaan en platzak kwamen Chris en James terug uit Spanje in Engeland aan. Daar werden ze opgewacht door één van onze tipgevers, die hen meenam naar een pub en hen dronken voerde. James werd loslippig en noemde een havenplaats. Het klonk als Esteph Colona. In zijn beschonken toestand bleek hij kennelijk nog zo helder van geest dat hij een fake naam kon noemen. Ook wist onze tipgever nog van hem los te krijgen dat dit een havenplaatsje was in Portugal. Enig speurwerk leerde ons dat we in de maling waren genomen,
  In januari 1982 spraken we ook met Jim West, de marketing manager van Music of Your Life. Hij bevestigde dat de firma van Al Ham nog steeds in onderhandeling was met Caroline: "We zijn in ieder geval erg geïnteresseerd in het "pirate" project. Het is wel grappig wat er nu gebeurt. Zo'n twintig jaar geleden was ik ook (indirect) betrokken bij offshore radio. In die tijd produceerde ik de pakketten met jingles voor Britain Radio, Radio England en Radio London. Ik werkte toen nog als producer voor de jinglemaatschappij PAMS in Dallas." West merkte op dat er nog niets te zeggen viel over de resultaten van de besprekingen. Wel zei hij dat zijn baas A1 Ham het "very exciting" vond om piraat te worden. Een paar dagen na het gesprek met Jim kregen we het eerder genoemde jingle-pakket in handen "The Imagination Station Caroline ..." In opdracht van Johnny Walker had het bedrijfje, dat de moederbanden van PAMS had overgenomen, CPMG, een proefserie gemaakt. Nadat Johnny ze had beluisterd schijnt hij alleen maar "shit" te hebben gezegd. De kwaliteit van het geheel was inderdaad ver beneden het niveau dat we van PAMS gewend waren. Het zendschip zou "Imagine" gaan heten, afgeleid van Lennon's song met dezelfde titel. Hij schreef: "Imagine there's no country" en "Imagine all the people living life in Peace." Dit was de kern van de filosofie achter de "Loving Awareness," die opnieuw via Radio Caroline zou worden uitgestraald. Op basis van dit alles moest het idee geschapen worden van een land waar alle mensen in vrede zouden kunnen leven. Het was ook het plan, om "Imagination paspoorten" te gaan uitgeven, voor iedereen die achter de LA filosofie zou staan.
  In de tweede maand van 1982 kwam Vincent Monsey met een nieuwe creatieve smoes, die de waarheid over het niet uitvaren van de "Ross Revenge" moest dekken. Volgens Monsey zou O'Rahilly willen wachten tot de hoger beroepszaak van de Magda Maria, het zendschip van Radio Paradijs, achter de rug zou zijn. Radio Caroline mocht niet hetzelfde risico lopen te worden binnengesleept door de marine — van welk land dan ook. Als O'Rahilly daar werkelijk op zou hebben willen wachten dan had het uitvaren nog precies twee jaar lang moeten duren. Want toen, januari 1984> bepaalde de Hoge Raad, in Den Haag, dat het ingrijpen van de Nederlandse justitie niet had mogen plaatsvinden. Sinds augustus 1981 had het zendschip van de "Paradijsorganisatie" in de Amsterdamse entrepothaven aan de ketting gelegen. Niemand had echter kunnen vermoeden dat het nieuwe Caroline zendschip kort na het uitspreken van Monsey's smoes ook aan de ketting zou worden gelegd. In maart ontstond een korte rel omdat Wolfman Jack, in één van zijn syndicated programma's op het Franse Europe 1, wat denigrerende opmerkingen over Caroline zou hebben geplaatst. Er is niemand die dit op de band heeft opgenomen, maar toch vroegen we een reactie aan Wolfman's manager, Don Kelley. Hij was duidelijk verrast over dit bericht en verwees het naar het rijk der fabelen. "Wolfman is juist zeer enthousiast over Caroline en zodra het uitzendt zal hij naar Europa vliegen om het te bezoeken," aldus Don.
  Vanuit New York vertelde Monsey ons niet veel later via welke nieuwste snufjes Radio Caroline in staat zou zijn om commerciële programma's direct vanuit de Verenigde Staten naar het schip toe te sturen. Volgens hem zou dat per satelliet gaan gebeuren. Vanuit het kantoor in New York voegde hij nog wel aan zijn verhaal toe dat alles nog in de kinderschoenen stond. Tevens liet hij doorschemeren dat het alweer bijna Pasen was en dat het project zo goed als startklaar was. In maart bleek voor het eerst dat er in Spanje op de scheepswerf iets mis was met het zendschip. Geruchten gingen, dat er een schuld was van $ 70. 000,-, zijnde de niet betaalde liggelden bij de scheepswerf. Beide feiten waren onjuist maar kwamen dicht bij de waarheid. Er waren problemen en het schip lag inderdaad in de buurt van Bilbao. Bovendien werd er gefluisterd dat Major Market Radio geen belangstelling meer had voor Radio Caroline. Chris Cary, die onder de naam Spangles Muldoon ooit zijn carrière begon, was eigenaar van Radio Nova in Ierland. Hij zei in die tijd: "Het is een droom uit de jaren zestig dat Caroline een groot en jong luisterpubliek kan trekken op de middengolf. Iedereen luistert nu naar de FM." Ironisch genoeg kocht Cary, kort na die uitspraak eenzelfde 50 kW middengolfzender als Caroline had gekocht en ook deze werd geleverd via Besco in Dallas.
  Toen Robb Eden van ons vernam dat wij precies wisten welke tweedehandszenders Peter had gekocht in Dallas, werd hij zeer nerveus. Uiteraard, want Monsey had de investeerders wijsgemaakt dat er nieuwe Continental Electronics zenders waren aangeschaft. Eden hoopte dat wij dit alles voor ons zelf zouden houden: "Niet iedereen hoeft alles te weten," voegde hij er aan toe. Half februari 1982 zei Monsey, dat er hard werd gewerkt aan de opzetten van de zendmast. Hij sprak dit keer de waarheid. Het constructieteam was inderdaad in Spanje hard aan het werk om de hoogste mast, ooit op een zendschip gebouwd, op de "Ross Revenge" te plaatsen. Monsey kon het echter niet nalaten om toespelingen te maken op een nieuwe startdatum: "We hebben nog maar een dag of vijf nodig om zendklaar te zijn," sprak hij optimistisch. Ook deelde hij mee, dat de "Ross Revenge" definitief onder de Panamese vlag zou gaan varen. Caroline had afgezien van de Liberiaanse vlag. Later zouden we van Leunis Troost horen dat in oktober 1981 het schip door hem bij de Panamese autoriteiten was geregistreerd, als zijnde een jacht. O'Rahilly had dit niet voor elkaar gekregen, maar voor Troost was dit een "fluitje van een cent" geweest. Monsey bevestigde ons vermoeden, dat de "Ross Revenge" een voormalig visfabriekschip zou zijn. Al wisten we toen nog geen naam. Hij besloot zijn optimistisch verhaal met de mededeling, dat het schip de naam "Imagine" zou krijgen als het de haven zou uitvaren.
9 Links: De zendlamp van de hoofdzender van de Ross Revenge

De Ross Revenge. In maart beweerde men vanuit het Caroline House, aan de Madison Avenue, dat er reeds voor 15 miljoen aan reclamecontracten getekend was. De meeste spots zouden in het Engels worden uitgezonden. Enkele echter ook in het Frans, Duits en Nederlands. De organisatie zei nog steeds een omzet van 25 miljoen pond per jaar te kunnen halen. Nog steeds was "niemand" achter de geheime ligplaats van het zendschip gekomen. Alleen Chris England, de man van de speciale "telefoonservice" had,bij het afluisteren van de Carolinetelefoons, ook een gesprek opgevangen met Peter Chicago en zijn vriend James Kaye. Chicago noemde Kaye het telefoonnummer van een café aan de kade, bij de scheepswerf. Later draaide Chris het nummer en vond uit waar dit thuis hoorde. Maar, Chris zweeg. Hij hield de informatie voor zichzelf, tenminste dat namen wij aan. Nog steeds hadden alle Caroline-medewerkers en geen notie van dat hun telefoon werd afgeluisterd.

  Toch slaagden we erin de vriend van Chris te pakken te krijgen, die volledig op de hoogte was van alle Caroline ontwikkelingen. Hij was bereid om, tegen een wederdienst, enige informatie aan ons door te spelen. "Op de eerste plaats zijn er drie frequenties favoriet bij Peter Chicago: 319 (311.5) 537 en 389 meter. Er zijn heel wat figuren, die voor Caroline aan de slag zijn, waaronder James Kaye," zei hij. Hij zou de benen uit zijn lijf hebben gelopen om maar alles te kunnen doen om het station weer terug in de lucht te krijgen. "Maar het zijn allemaal egotrippers, die belangrijk willen zijn en willen kunnen zeggen dat ze bij de Carolineorganisatie behoren. " Hij vertelde verder dat het schip een grote trawler zou zijn van 76 meter lang, met een tonnage van ruim 1.000. Het zou in een Noord Spaanse haven liggen, maar het was pertinent niet in Bilbao. Hierdoor konden we vrijwel zeker aannemen dat het Santander moest zijn. Maar, zekerheid hierover hadden we toen nog niet. Verder werd er ons verteld dat er twee generatoren aan boord zouden zijn met een gezamenlijk vermogen van 200 kW. Het schip zou in een perfecte conditie verkeren en zou een zeer sterke motor aan boord hebben. Gevaar voor afdrijven, zoals bij de MV Mi Amigo, was dus niet aanwezig.
  Eind maart 1982 was de "Ross Revenge" zo goed als klaar voor haar nieuwe functie. Voor zo'n f 60.000,— werd het schip volgeladen met voedsel. Het zag er toen dus werkelijk uit alsof het Pasen zou gaan worden. De tanks werden gevuld met olie en water en alles werd in gereedheid gebracht voor de afvaart. We hoorden dat de lengte van de antennedraden zo'n 80 meter moest zijn. Met vier vermenigvuldigd zou dit de golflengte van 320 meter zijn; kortom 311.5 meter ofwel 319. Grotendeels gereed, voor haar nieuwe taak, was de "Ross Revenge" het dok uitgevaren naar een ligplaats, iets minder diep in de haven. Intussen had de representant van de financiers, James Ryan, iemand naar Spanje gezonden om eens een kijkje te nemen op het schip om te zien hoe ver de werkzaamheden waren gevorderd. Toen bleek dat het schip nog niet helemaal klaar was, zoals Ryan wel was verteld, barstte Ryan in woede uit en pakte meteen Vincent Monsey aan. Hij werd beschuldigd van leugens en contractbreuk. Ook werd hem naar het hoofd geslingerd dat het schip nog niet was aangekocht, toen in 1981 het eerste financieringsbedrag was overgemaakt aan Caroline. Spoedig zou Monsey merken, wie dit aan Ryan had verteld. Juist op dat moment, kwamen wij achter de naam van het zendschip "Ross Revenge" en na wat telefoontjes en gesprekken wisten we met welk schip we te doen hadden.
  Hier in het kort de geschiedenis van het schip. In augustus 1960 werd de zijnetten-trawler "De Freyer" bij de rederij A.G. Wesser in Bremerhaven gereed gemaakt voor levering aan Ross Fisheries in Schotland. Het was de trots van de rederij, bijna 27 meter lang, 10 meter breed en 978 ton zwaar. Een dieselmotor van 2050 PK kon het schip een kruissnelheid van 14 mijl geven. De "Freyer" was uitgerust met moderne ballasttanks en een verstelbare schroef. Een modern en zeer stabiel visserijschip, waarvoor geen zee te hoog was. Bovendien was het voorzien van een dubbele beplating, te bescherming tegen ijsschotsen. Ross Fisheries gaf het de naam "Ross Revenge." Na acht jaar van trouwe dienst verkocht Ross Fisheries het schip aan B.U.T., British United Trawlers, maar Ross Fisheries huurde het vervolgens van B.U.T. terug. Het ging steeds slechter met de visserij en in 1974 besloot B.U.T. de Ross Revenge te laten ombouwen tot "salvage ship," dus tot berging/reddingsschip. Meer rederijen waren op dit idee gekomen hun schepen te laten ombouwen en de concurrentie was hard. In 1979 uiteindelijk, moest de Revenge worden verkocht. Door bemiddeling van scheepsmakelaardij "Tee Side Ship Brokers" kwam de "Ross Revenge" in eigendom van kapitein Silas Victor Oates.
  Hoewel Oates aan de zuidkust van Engeland woonde, kreeg de "Ross Revenge" de haven van Guernsey als thuishaven. De douane en de havendienst van dit eiland konden, toen we er naar vroegen, zich Oates en zijn schip nog wel herinneren. Het laatste dat zij over beiden vernamen was een bericht uit het plaatsje Stranrear in Schotland. Daar zou de "Ross Revenge" van eigenaar zijn veranderd. Dit speelde zich af in oktober 1981. Volgens de autoriteiten, van Guernsey, heeft Oates nooit iets bijzonders met "zijn schip" gedaan. In oktober 1981 werd het schip, vanuit Schotland, door het constructieteam naar Spanje overgevaren. Zij zouden daar de gehele verbouwing voor hun rekening nemen. Toen de koopovereenkomst werd afgesloten was men van plan meteen naar Spanje te vertrekken. Het schip was door Oates geheel gereed voor vertrek achtergelaten. Een groot oponthoud zou de bemanning echter te wachten staan, wanneer zij de afvaart geheel volgens de regels zouden spelen. Aan de rompslomp met de douane zou veel te veel tijd in beslag nemen. De bemanning verzon een list, zodat de douane letterlijk omzeild kon worden. Aan de havendienst deelde men mede dat men een proefvaart zou gaan maken. Deze zag daar geen bezwaar in. Dus, werd de motor gestart en voer de "Ross Revenge" de haven uit, om nooit meer terug te komen.
  Al tijdens de overtocht bleek het schip geen miskoop te zijn, maar een koopje (de aankoopprijs was £ 28.500,—). Vanwege het faillissement van Oates was de prijs uiteindelijk op dit bodembedrag uitgekomen. De nominale marktwaarde lag in de buurt van de £ 100.000,—. De "Ross Revenge" gedroeg zich precies zo als een zendschip zich zou moeten gedragen, tijdens een storm windkracht 9. Het schip ging kalm mee met de golfbewegingen, maar van enige schommelingen was geen sprake. Alle gevulde glazen op de tafel verschoven niet en er werd geen druppeltje gemorst. Maar, ook net een, bijna, 90 meter hoge zendmast zou er, volgens het constructieteam, geen vuiltje aan de lucht zijn. De ballasttanks en het extra gestorte beton (140.000 kilo) maakten het schip als een rots in de branding.
  Hier volgen puntsgewijs nog de belangrijkste gegevens van de "Ross Revenge." Het schip werd in augustus 1960 bouwklaar gemaakt door AG Wesser in Bremerhaven, West Duitsland, Werfnummer 868. Het schip droeg destijds de naam "Freyer 63." Het was een trawler met een lengte van 76,61 meter en een breedte van 10,39 meter. Het gewicht bedroeg 978 ton bruto en 428 ton netto. Het schip was uitgevoerd met speciale dubbele "ijsbeplating." Het was tot 1968 in gebruik bij Ross Fisheries en vanaf dat jaar tot 1979 eigendom van British United Trawlers. Van 1979 tot 1981 was het schip het eigendom van Oates, met als thuishaven Guernsey. Het oude registratienummer was GY 718. De motoren werden gebouwd door NV Werkspoor te Amsterdam (10 cylinders olie/2.050 bhp). De maximumsnelheid bedroeg ongeveer 15 knopen. Ter verhoging van de manoeuvreerbaarheid was het schip voorzien van verstelbare schroeven. In 1976 werd het schip omgebouwd tot zijtrawler. In 1979 volgde een verbouwing tot salvage/schip. Op 8 januari 1982 werd het schip uit Lloyd's register teruggetrokken in verband met de verbouwing en naamswijziging door de Caroline/organisatie. Deze bracht het schip over van Engeland naar Bordeaux, en vervolgens naar Bilbao en Santander. Daar werd het schip verbouwd tot radioschip en kreeg het zijn nieuwe kleuren: de romp roest-roze en het dek wit met groen.
10 Rechts: Johnny Lewis

Een testsignaal uit Spanje. Op 26 maart 1982 meldde het Algemeen Dagblad: "In piratenkringen wordt er rekening mee gehouden dat Radio Caroline rond 4 april terugkeert met uitzendingen vanaf zee. Een in Lissabon opgeknapt zendschip zou onderweg zijn naar de Thamesmonding." Het Algemeen Dagblad ging in het kort nog even in op het zinken van de MV "Mi Amigo" en besloot het artikel met: "Het schip heeft een zendmast van 90 meter. Er staan drie zenders aan boord, waarmee vijf golflengten bestreken kunnen worden. De bevoorrading zal vanuit Marokko geschieden." Een dag later kwam het Veronicablad met een artikel over de mogelijke terugkeer van het station. Zij besloten het stuk, dat grotendeels was overgenomen uit het blad Broadcast, met te zeggen dat zij het pas zouden geloven als ze signalen hadden gehoord van Radio Caroline en ze vroegen zich tevens af wat de Britse justitie zou doen met Caroline in "haar" Thamesmonding. Op 24 februari begon Annie Challis van zich te laten horen. Sinds zij, een half jaar daarvoor, door O'Rahilly als stationmanager/controller was aangenomen, had zij een behoorlijke "low-profile" aangehouden. Maar, wel degelijk had ze stilletjes alle touwtjes in handen genomen. Annie dacht dat de tijd rijp was om voorzichtig van zich te laten horen. De "Ross Revenge" was tenslotte zo goed als klaar en zou spoedig vertrekken, zo leek het. Ze vertelde ons, desgevraagd, dat over een dag of tien de Spaanse haven verlaten kon worden.

  In kringen van vrije radio en bij de overgebleven Caroline-fans steeg de spanning ten top. Vooral toen op 27 en 28 maart 1982 op een aantal oude "Caroline-frequenties" met modulatietonen werd getest. Op 29 maart zaten alle fans op het puntje van hun stoel. Gedurende de hele dag werd een testsignaal uitgezonden op 954 kHz. Een plek op de middengolf, die door velen voor 963 kHz werd aangezien, omdat op de meeste radio's dit niet precies is af te lezen. De testen werden ook uitgevoerd op de volgende frequenties: 954, 963, 1169, 1187, 1314 en 1368 kHz. In eerste instantie ontkende de Caroline-organisatie dat de testen vanaf de "Ross Revenge" waren gekomen. Later vertelde een stafmedewerker: "De signalen kwamen wel degelijk vanaf ons schip in Spanje. Ze moesten zo nodig aan een aantal mensen laten horen dat alles werkte en dat het schip klaar was. De risico's, om vanuit een haven te gaan zenden, namen zij voor lief."
  De testen werden in, zowat, heel West-Europa ontvangen. Ook de toekomstige deejays van Caroline hoorden de testen met spanning aan. Voor hen was de tijd eindelijk aangebroken, dat zij achter de microfoon, in de Caroline-studio, konden gaan zitten. Annie had ze allemaal gebeld en gevraagd beschikbaar te blijven: Johnny Walker, Johnny Jason, Adrian Horseman, Robin Ross (Rockin Robin), Vincenta, Pat Sharp, David Simmons, Chris Ryan, Mitch Parker en Jimmy Mc Clenn. Toen het bijna Pasen was vlogen Chris, Mitch en Vincenta vanuit Amerika naar Londen en hielden zich gereed voor de tender die hen, binnen een week, naar de Ross Revenge zou brengen. Iederen was er van overtuigd dat het eindelijk zo ver zou zijn dat Radio Caroline weer in de ether zou komen. Het had ook maar een haar gescheeld of het was werkelijkheid geworden.
  De deejays zouden, wanneer ze eenmaal in de studio aan het werk waren, uit moeten kunnen kijken over de zee. Voor dit doel was de studioruimte op het achterdek gebouwd, in wat voorheen een verplaatsbare kantoorruimte was geweest — een zogenaamde portakabin. Ondanks alle bezwaren, die Chicago tegen die "bult" op het achterdek had, wist O'Rahilly het door te zetten. Men had echter de fout gemaakt een gewone, metalen, Kabin te kopen in plaats van een uit aluminium. De enorme uitstraling van de 50 kW zender, via de mast, zou op de apparatuur in de studio gaan inwerken, waardoor een hevige storing en ontregeling van alle elektronica het gevolg zou zijn. Om dit te voorkomen was de gehele ruimte aan de buitenkant omkleed met fijn gaas. In het "kippenhok" waren twee studio's gebouwd, een productie- en een "on-air" studio.
  O'Rahilly in eerste instantie dan wel z'n zin had gekregen, maar Chicago had toen al te verstaan gegeven dat hij uiteindelijk zou zegevieren: "Wat er ook gebeurt, die studio's zijn binnen in het schip gebouwd voordat we in de lucht zijn," had hij tegen de constructeurs gezegd, die op de scheepswerf de leiding hadden over de gehele verbouwing van de "Ross Revenge." Hij en zijn compagnons op het toekomstige zendschip hadden nog volop tijd hieraan te werken daar het nog tot augustus 1983 zou duren alvorens het zendschip daadwerkelijk in West-Europese internationale wateren voor anker zou gaan.
   
Previous
  Dit artikel verscheen, in verschillende afleveringen over de periode 1980-1982, eerder in het Freewave Media Magazine en daarna in het boek: Hans Knot en Tom de Munck (1984), Twintig jaar Caroline, 1964-1984. Groningen: Knot (derde herziene druk). Zie over Radio Caroline op deze site ook: Hans Knot (ed.) (2004), The wet and wild history of Radio Caroline. Forty years of Radio Caroline, 1964-2004.
  2007 © Soundscapes