Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 9
december 2006

Helden van de Nederpop

 





  Bespreking van:
  • Peter Sijnke, Nederpophelden. Pioniers van de popmuziek in Nederland, 1960-1970. Zaltbommel: Aprilis, 2006 (192 pagina's, uitvoerig geïllustreerd in kleur, harde kaft, gebonden; ISBN: 90-5994-139-X)
door Hans Knot
Previous
  Peter Sijnke interviewde een twintigtal Nederlandse popartiesten uit de jaren zestig en vatte hun terugblikken samen in een boek. Hans Knot werkte zich enthousiast door de bijna 200 bladzijden en schreef deze bespreking voor ons.
 
1

Nederpop geboekstaafd. Sinds 1978 ben ik hoofdredacteur van een mediablad en uit dien hoofde weet ik als geen ander dat een abonnement op een tijdschrift vaak niet tot een enkele lezer beperkt blijft. Doorgaans gaan de nummers na ontvangst door meerdere handen. Zo lees ik zelf al jaren, als tweede lezer, de maandelijkse exemplaren van het Platenblad, een tijdschrift voor verzamelaars van de muziek uit de periode van 1950 tot pakweg 1990. En, als ik het blad uit heb, geef ik "mijn" exemplaar weer door aan lezer nummer drie. De lezerskring van een tijdschrift is kortom altijd veel groter dan het aantal abonnementen. In het geval van het Platenblad ligt dat ook voor de hand, want het tijdschrift staat altijd bol van interessante artikelen en interviews. Een goed voorbeeld bieden de prachtige interviews, die vanaf juni 2003 de pagina's sierden: gesprekken met leden van bekende en iets minder bekende popgroepen, die vooral in de periode 1960-1970 een duidelijk Nederpop-klankbeeld uit de radio deden klinken. En, mooier nog: ze zijn nu ook beschikbaar voor wie geen eerste, tweede of derde lezer is van het Platenblad.

  Peter Sijnke, de auteur, heeft zijn interviews namelijk onlangs samengebracht in een boek, getiteld Nederpophelden. Pioniers van de popmuziek in Nederland, 1960-1970. Voor zijn interviews heeft Sijnke een twintigtal (ex-)leden van verschillende groepen opnieuw opgezocht, vaak in de huiselijke sfeer en een enkele keer in een horecagelegenheid. Een viertal interviews zijn samengesteld op basis van email-verkeer. De interviews laten zien hoe de artiesten terugkijken op hun loopbaan op grond van vragen als "waarom zijn we er ooit mee begonnen," "hoe hebben we het beleefd" en "wat gebeurde er achter de schermen." Hun antwoorden hebben duidelijk meer diepgang dan de vluchtige interviews die destijds verschenen in muziekbladen als de Muziek Express (waaruit overigens een deel van de prachtige illustraties uit dit boek afkomstig is), de Muziek Parade, of de TeenBeat. Dat is op zich logisch, want er zijn inmiddels heel wat jaren verstreken sinds de echte hoogtijdagen van de betreffende groepen. Maar ook Sijnke, die van huis uit historicus is, draagt aan de diepgang bij omdat hij ook de minder prettige aspecten uit de gloriedagen naar boven weet te halen. De interviews, die grotendeels dus eerder in het Platenblad verschenen, zijn voor het boek opnieuw bewerkt en rijkelijk voorzien van prachtige illustraties, waaronder vele mooie platenhoezen.
2 Een uitstapje naar CCC Inc. Kleurrijk, zo blijkt uit de interviews, valt de Nederlandse muziekgeschiedenis in de periode die in het boek wordt beschreven zondermeer te noemen. Het merendeel beperkt zich tot wat we nu de roerige jaren zestig noemen. Daarnaast wordt er ook een aantal kleine uitstapjes gemaakt in interviews met leden van groepen die pas later naamsbekendheid verwierven. Ook die zijn uitermate informatief. Zo vind ik zelf het verhaal rond CCC Inc. een van de beste uit het boek. CCC Inc. is immers een groep die destijds bij lange na niet de aandacht kreeg die zij verdiende, maar waarvan de leden het — vanuit de leefgemeenschap die men in 1969 opstartte — behoorlijk ver hebben geschopt. Want wees eerlijk, de naam Ernst Jansz is inmiddels alom en in diverse connecties zeer bekend. De link naar het succes van de vroege Nederlandstalige muziek in de jaren tachtig en "Doe Maar" is daarmee ondermeer te herleiden op deze leefgemeenschap, die in het plaatsje Nederklant in de Peel was gevestigd. Appie Rammers, ex-lid van The Outsiders, maakte ook deel uit van de groep zowel als de leefgemeenschap. Bovendien bood de gemeenschap ook onderdak aan Huib Schreurs, de latere directeur van Paradiso in Amsterdam en tevens oprichter van "Stichting Popmuziek Nederland." En, ook Jaap van Beusekom, tegenwoordig directeur van het Nationaal Pop Instituut, maakte ooit deel uit van CCC Inc. U ziet een behoorlijk aantal lijnen als voorbeeld van de vele links die binnen de diverse interviews en dus binnen de geschiedenis van de Nederlandse popmuziek uit voornoemde periode zijn te leggen.
  CCC Inc. maakte haar muziek voornamelijk in het begin van de jaren zeventig en is destijds, naar mijn gevoel, te veel ondergewaardeerd gebleven in de nationale popbladen. Stijnke geeft CCC Inc. derhalve, ondanks dat zijn uitstapje lichtelijk buiten het bereik treedt van het decennium dat de titel van het boek aangeeft, de eer die de groep na al die jaren verdient. Er zijn nog wel meer interessante artiesten te noemen die buiten de grenzen van het boek vallen en ik hoop dan ook dat de auteur Peter Sijnke door gaat met het interviewen van leden van de Nederbeat- en Nederpopgroepen die nog niet aan bod zijn geweest. Talloze leden van andere groepen hebben immers ook nu nog hun eigen verhaal te vertellen. Momenteel is Sijnke in ieder geval bezig met de voorbereiding van een publicatie over de Zeeuwse psychedelische rockgroep Dragonfly, waarvan de leden vooral door hun uitdossing prominent aanwezig waren in de tweede helft van de jaren zestig.
3 Een aanrader. De exemplaren van het Platenblad, waarin de interviews eerder verschenen, heb ik recentelijk nog eens keurig op volgorde gelegd, om alles nog eens systematisch door te lezen. Dat ga ik ook doen, maar nu niet meer voor deze interviews. Daar heb ik nu immers dit fraaie boek voor. Terwijl ik deze recensie schrijf, speelt Wally Tax zijn solomuziek via mijn geluidsinstallatie. De warmte van zijn muziek, samengevoegd met de warmte die deze nieuwe publicatie uitstraalt, bezorgen me een prettig, lichtelijk nostalgisch gevoel. En bedenk: om dat gevoel te delen heeft u geen abonnement nodig op het Platenblad, of dat nu uit de eerste, de tweede of derde hand is. Zo'n abonnement kan ik u zeker aanbevelen, maar voor dit boek volstaat een tochtje naar de boekhandel. U kunt het overigens ook bestellen bij de Stichting Media Communicatie, Postbus 53121 1007 RC Amsterdam. De 24,50 euro die het boek kost is het zondermeer waard.
   
Previous
  2006 © Soundscapes