Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 10
oktober 2007

Demonstreren voor je eigen radiostation

 





  Voor de AVRO de straat op in 1930
door Hans Knot
Previous
  In antwoord op een oproep van Radio Veronica trok een lange stoet mensen in april 1973 door de Haagse binnenstad om te demonstreren voor het behoud van deze omroep. Het was niet de eerste keer dat een radio-omroep op die manier de politiek trachtte te beïvloeden. In het begin van de jaren dertig was het de AVRO die haar luisteraars voor een demonstratie naar de hofstad riep. Hans Knot vertelt hier meer over deze vergeten geschiedenis.
 
1 Rechts: Willem Vogt (1988-1973), medeoprichter en directeur van de AVRO

Demonstreren voor Veronica. In april 1973 stonden de kranten dagenlang vol met berichten over de demonstratie in Den Haag voor het behoud van de zeezenders, Radio Veronica in het bijzonder. Wekenlang werden we via de 538 meter en dus de zender van het voornoemde station, erop gewezen vooral de betreffende woensdag, 18 april, met zijn allen naar Den Haag te gaan om te demonstreren in de regeringsstad van Nederland. Op die dag was er immers een hoorzitting van een speciale commissie die de regering diende te adviseren over het al dan niet invoeren van een speciale wet, die eventueel de activiteiten van en voor zeezenders zou kunnen verbannen. Duizenden en nog eens duizenden luisteraars, waaronder vele jongeren, gingen de bewuste dag naar het Malieveld, om vandaar in lange rijen op te marcheren richting Binnenhof.

  Voorzien van vele honderden spandoeken, duizenden stickers en vooral veel goede moed, liep een kilometerslange stoet richting de Tweede Kamer om vervolgens, via een andere route, weer terug te keren naar het beginpunt. Daar werden de aanwezigen getrakteerd op een popconcert, verzorgd door Nederlandse artiesten. Een aantal van de artiesten hield ook nog een voorgekauwd verhaal waar al het moois en goeds van Radio Veronica vanaf droop. Het was alsof geheel Nederland achter het station stond.
  Uiteraard hadden de musici ook hun eigen belangen in het oog, getuige de volgende tekst uit een petitie: "Naar onze mening zal het verdwijnen van Radio Veronica voor ons als musici catastrofale gevolgen hebben. Wij verwachten grote werkloosheid als gevolg van sterk terug lopende boekingen voor optredens, velen van ons zullen een beroep moeten doen op uitkeringen van sociale zaken en afbetalingsverplichtingen van noodzakelijk aangeschafte apparatuur zullen niet kunnen worden nagekomen. Dat de Nederlandse liefhebbers van muziek met het verdwijnen van Radio Veronica geen genoegen zullen nemen, staat voor ons als een paal boven water. Natuurlijk: als je moeder overlijdt, dan neemt vader waarschijnlijk een tweede vrouw. Maar kinderen houden nu eenmaal niet echt van een moeder die hen wordt opgedrongen." De petitie was getekend: "Vader Abraham, Barry Hay, Arnold Mühren, Corry Konings en Hugo Gordijn, namens alle Nederlandse artiesten."
2 Links: Het kantoor van de AVRO aan de Keizersgracht 107 in Amsterdam

Voor- en tegenstanders. In die dagen had Radio Veronica ook nog eens het voordeel dat de grootste krant van Nederland van dat moment, de Telegraaf, zich compleet achter het station had opgesteld. Via grote advertenties werden de luisteraars en lezers bewerkt om Den Haag aan te doen. Ook publiceerde de krant dagenlang een redactioneel overschot aan artikelen over de voorbereidingen voor, wat werd genoemd, een vredige demonstratie. Ook waren er verslagen over "18 april, we kunnen het toch proberen.". Verschillende kranten wisten in hun artikelen hoge aantallen demonstranten te noemen, waarbij de schattingen uiteenliepen van "enkele tienduizenden" tot "bijna 150.000 demonstranten, waaronder vele jongeren." Aangenomen werd dat het om de grootste demonstratie ooit uit de Nederlandse geschiedenis ging. Nooit eerder had het volk op een beschaafde manier te kennen gegeven voor het goede doel te gaan, meenden velen. Anderen hadden het meer over een vorm van volksopruiing.

  Het was maar goed, dat er zowel voor- als tegenstanders waren. Anders was ook de gedrukte pers in de tijd oervervelend geweest inzake de publiciteit rond de activiteiten van Radio Veronica en de demonstratie. In het Algemeen Dagblad verschenen in de loop van de maand april 1973 tientallen ingezonden brieven van lezers, die zowel voor- als tegenstanders van de zeezenders waren. Zo schreef tegenstander Geert Jan de Rooy uit Amstelveen: "Radio Veronica staat weer eens in de belangstelling. Jammer. Het zou toch de gewoonste zaak van de wereld moeten zijn, dat aan een onrechtmatige situatie eindelijk een einde wordt gemaakt. Dat er groeperingen zijn die Veronica willen handhaven, geeft te denken. De argumenten voor behoud van Veronica zijn nogal krom. Gezien de publiciteit pro Veronica vind ik het een moedige daad van het kabinet Den Uyl, dat men een einde maakt aan een volstrekt onwettige situatie."
  Vrijwel recht tegenover deze ingezonden reactie stond er een afkomstig van D. Kuiter, destijds woonachtig op het eiland Texel, die schreef: "Weet u aan wie u het allemaal heeft te danken dat Veronica na 13,5 jaar moet verdwijnen? Dat Hilversum 3 24 uur gaat uitzenden, wat 9 miljoen gulden gaat kosten? En dat het kijk- en luistergeld (nu 108 gulden) drastisch omhoog gaat? Dat hebt U allemaal te danken aan dit kabinet Den Uyl dat er niet voor het landsbelang zit maar voor het eigen politieke belang." Een ding is zeker, de demonstratie komt nog vaak te sprake.
3 Een historisch precedent. Maar had Nederland niet eerder een dergelijke demonstratie meegemaakt? Was er niet iets in het vergeethoekje terecht gekomen. Ik heb mijn, destijds aangelegde, plakboek uit 1973 erbij gepakt maar op geen enkele manier wordt in de tientallen knipsels gewag gemaakt van een vergelijkbare demonstratie, waarbij het Nederlandse volk werd opgeroepen zich te verzetten tegen bepaalde plannen van de landsregering en pal achter hun favoriete radiostation te gaan staan. Toch had de demonstratie van 1973 een illusture voorganger, al moeten we daarvoor dan nog een halve eeuw in de Nederlandse geschiedenis teruggaan.
  In de loop van de jaren twintig van de vorige eeuw ontstond de ene na de andere radio-omroep die zich zoveel mogelijk wenste te profileren. Natuurlijk was het aantal inwoners, in bezit van een ontvanger, nog gering en moest men het doen met technische snufjes die in de wieg der ontwikkeling stonden. Via trechtermicrofoons moesten musici zien waar te maken dat het geproduceerde geluid optimaal werd toevertrouwd aan de wasplaat. Neem in gedachten het gegeven dat dezelfde wasplaten in de hedendaagse studio's geen schijn van kans zouden hebben, immers de warmte ontstaan door een overschot aan verlichting en verwarming zou de was doen smelten en het geluid tot nul reduceren. Laat staan dat er helemaal geen mogelijkheid tot transcriptie zou zijn.
  Het geruis en gespetter van smeltend vet is niet het enige verschil met het aanhoren van de hedendaagse muziek, veelal geprogrammeerd vanaf enorme harde schijven, dus gedigitaliseerd en gecomputeriseerd. Het begrip pick-up was nog niet ingevoerd en de ouderwetse grammofoon werd met de hoorn in zijn geheel voor de microfoon gezet. Met andere woorden de overdracht van wasplaat, via microfoon naar de zender gebeurde niet op elektrische maar op akoestische wijze. Een van de pioniers binnen de omroep was Willem Vogt, die ook aan de wieg stond van wat later de AVRO werd genoemd. Met een aantal anderen stond hij in 1923 garant voor de oprichting van een onderneming waarbij aanvankelijk gebruik werd gemaakt van ruimte binnen de NSF, de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek.
 
  Het AVRO-promotieteam fietst door Amsterdam
  De NSF, tijdens de Eerste Wereldoorlog opgericht, had zich in eerste instantie toegelegd op het fabriceren van kompassen, scheepstelegrafen, radiozenders en radio-ontvangers. Dit alles voor gebruik op schepen op zee, niet veel later gevolgd door apparaten, die naar voorbeeld van de radio telefonie, door Idzerda gedemonstreerd werden op de Jaarbeurs van 1919. Na een financieel moeilijk te overleven periode besloten de eigenaren van de NSF dat een nieuw product in fabricage diende te worden genomen, dat de naam radio-ontvangsttoestel meekreeg. Er waren immers in Engeland en andere landen al zenders waarmee muziek werd verspreid. Maar ja, wat had je aan een ontvanger waarmee je hoogstzelden een signaal uit Engeland kon ontvangen of de experimentele uitzendingen, die Idzerda zo nu en dan verzorgde.
  Binnen de NSF wist men al snel dat er maar een oplossing was en kwam men dan ook met de stelling dat voordat de radio-ontvangsttoestellen zouden worden gemaakt er voor een zender moest worden gezorgd die de klanken, welke men met de ontvangsttoestellen kon afluisteren, kon verspreiden. Van de PTT werd een zogenaamde fabrikantenvergunning tot zenden verkregen, nadat eenmaal de zender was gebouwd en in 1923 ontstond dus zo de eerste radio-omroep in Nederland. De studio was ingericht in het gebouw van de NSF en dikke gordijnen bedekten de muren, terwijl op de grond zware kleden lagen om het geluid van voetstappen te dempen. Tal van beroemdheden hoorden van de nieuwste ontwikkeling en waren er maar graag snel bij om ook eens voor de microfoon te verschijnen. In eerste instantie werden de uitzendingen op zeer kleine schaal ontvangen, het luisterpubliek diende stap voor stap te groeien. Maar het gevoel voor de microfoon te zijn geweest was een enorme kick voor velen.
4 Radio-amateurs. Op 21 juli 1923 vond de eerste uitzending plaats vanuit voornoemde "studio" in Hilversum. Op 1 maart 1926 werd de Stichting Hilversumsche Draadloze Omroep opgericht, die op haar beurt in de maand maart 1927 werd omgedoopt tot Stichting Algemeene Nederlandsche Radio Omroep, afgekort de ANRO. Op 28 december 1927 fuseerde deze met de Nederlandsche Omroep Vereniging uit Den Haag waarbij gekomen werd tot de Algemeene Vereniging "Radio Omroep," kortweg de AVRO
  In de periode tussen de oprichting en het moment dat de AVRO door de fusies in 1927 was ontstaan, had men ook steeds meer luisteraars gekregen. Niet dat iedereen een ontvangsttoestel, zoals later gebruikelijk werd, had gekocht. Velen, in het bezit van een ontvanger, hadden deze zelf gebouwd via onderdelen die in speciale winkels te koop waren. Het waren tevens de meest fanatieke luisteraars en de vreugde van het zitten aan het ontvangsttoestel steeg ten top als men er weer in geslaagd was door een verbetering aan het ontvangsttoestel meer zendstations te ontvangen. De term "radioamateurs" was geboren.
  Onderling wisselden de amateurs hun ervaringen uit met technische verbeteringen en de mogelijkheden tot ontvangst van bepaalde signalen. Daaraan vastgekoppeld werden er speciale luisterclubs gevormd. In een speciale jubileumpublicatie van de AVRO, uitgegeven in 1948, werd het gebeuren als volgt beschreven: "Dit amateurisme heeft een grooten stoot gegeven aan de populariteit van den radio-omroep in Nederland." De AVRO hielp trouwens een handje mee door het uitgeven van diverse schema's die gebruikt konden worden bij het bouwen van een eigen ontvangsttoestel. Deze handleidingen werden met tienduizenden tegelijk verspreid, waarbij duidelijk werd dat de AVRO in een behoefte voorzag.
 
  Aanbieding van het AVRO-petitionnement op het Binnenhof (1929)
5 De angst voor de massa. Het groeiend aantal luisteraars vormde niet alleen reden tot vreugde maar gaf bij anderen ook aanleiding tot ongenoegen. Niet in de laatste plaats bij de Nederlandse overheid, die de combinatie van radio en particulier initiatief met stijgende argwaan bezag. Geheel in de geest van de tijd, was men bang voor de mogelijkheden die het medium bood voor manipulatie van de "massa." Er werden dikke rapporten geschreven over de gedragingen van de radio-omroep in de begintijd. Zo werd het eens als volgt omschreven: "Radio is een cultureele roeping en machtig instrument tot bespelen van de geesten van de menschheid." En, vanuit de overheid vond men, zoals dat toen werd geformuleerd, dat de ware aard verloochend zou zijn wanneer het gefaald had het nieuwe verschijnsel radio tot een onderwerp te maken van studie. Op die manier ontstond de allereerste commissie, die zich bezig zou houden met "radiozaken." Die commissie werd al na een paar weken ontbonden, daar de voorzitter, een voormalige minister, tot de conclusie kwam dat men niet wist waar te beginnen, gezien men geen goede opdracht had meegekregen. Een tweede commissie onder voorzitterschap van de Minister-President, jonkheer Charles Ruijs de Beerenbrouck, kwam wel snel tot een aanvaardbaar advies. We zijn dan inmiddels aanbeland in 1925.
  Deze "Regeeringscommissie voor den Nationalen Draadloozen Omroep" vond dat er een nationale omroep zou moeten komen waarin, geheel volgens de informele maar dwingende regels van de verzuilde samenleving, de diverse aanwezige belangen en geestelijke stromingen behoorlijk vertegenwoordigd zouden moeten zijn. De commissie wilde dit graag zien binnen een enkele organisatie. Maar de toenmalige regering zette het voorstel niet om in een wetsontwerp en zo ontstonden vervolgens, naast de eerder gememoreerde AVRO andere zogeheten omroepen, zoals de KRO en de NCRV, alsmede de VARA. Hoe meer ontvangers er werden gekocht, dan wel zelf gebouwd, hoe meer luisteraars er kwamen met daaraan vastgekoppeld het aantal leden dat zich met een van de omroepen verbond.
  De AVRO scoorde bij de ledenwerving optimaal en beleefde op die manier een enorme bloei in het aantal leden en kwam daarmee tot de grootste oplage van haar verenigingsblad van dat moment, "De Radiobode." Het grote aantal afnemers van dat blad bood de AVRO vele voordelen. Zo werd op 18 mei 1929 aan de Minister van Waterstaat, Hendrik van der Vegte, het zogenaamde AVRO-petitionnement — petitie zouden we tegenwoordig zeggen — overhandigd, voorzien van maar liefst 400.000 handtekeningen. Bij die gelegenheid gaf de voorzitter van de AVRO een nadere toelichting.
6 Het AVRO-petitionnement. Het is duidelijk dat het aantal van 400.000 handtekeningen voor die tijd bijzonder hoog lag. De luisteraars moeten dus flink zijn "opgejut" om zo massaal aan een verzoek tot ondertekening te voldoen. Haast angstig te geloven dat men, met in gedachten de tekst van de petitie, achter de AVRO ging staan. Het lijkt me juist de complete tekst van de toenmalige petitie te publiceren en wel in het oud-Nederlandsch:
  "Van allen die zijn gebruiker van een radio-ontvangsttoestel, aangeslotenen op een radiocentrale, of behooren tot een samenleving waar een radiotoestel aanwezig is."
  "Aan zijne Excellentie den Minister van Waterstaat."
  "De ondergeteekenden, allen goeden staatsburgers, zijn trotsch op een instituut, dat op het gebied van den radio-omroep in Nederland uit het volk zelf is opgebloeid. Dat instituut is de Algemeene Vereeniging Radio Omroep, bekend als de AVRO, gevestigd in Amsterdam, Keizersgracht 107. Deze AVRO heeft zich tot ideaal gesteld, door middel van den draadlozen omroep uitzendingen te bewerkstelligen in woord en klank, van beschavenden, verstrooienden en leerenden aard, zonder voorkeur van eenige godsdienstige of politieke richting. Zij verzekeren de regering, dat zij zóó met den cultureelen arbied van de AVRO zijn ingenomen, en deze als een zóó groot geestelijk bezit beschouwen, dat zij daaraan het recht ontleenen te verlangen, dat de pogingen van anderen tot verkrijgen van haar zendtijd —die een historisch verworven bezit van de AVRO is, zullen worden afgewezen."
  "Zij willen, dat integendeel aan de AVRO verdere gelegenheid wordt gegeven, om zich te ontplooien, waartoe noodig is een zendtijd van een volle week, op een eigen zender op de beste omroepgolf."
 
  De AVRO-demonstratie in Den Haag (1930)
7 Een greep naar de macht. In simpele woorden had men dus gewoon een groot spandoek kunnen maken en ophangen op het Binnenhof met daarop de tekst: Alle zendtijd naar de AVRO. Eigenlijk was er dus sprake van een "wij wel en zij niet" situatie, waarbij men dacht de enige echte omroepvereniging te zijn. Vooral de opmerking dat de AVRO haar zendtijd historisch had verworven, wekt achteraf veel verbazing op mede gelet het gegeven dat de radio in ons land in 1930 nog maar enkele jaren actief werd beluisterd.
  Maar, gelukkig was er enige vorm van democratie in ons land. Andere omroepen werden ook belangrijker en vroegen om meer zendtijd. Vooral de arbeidersomroep VARA had drang naar meer zendtijd. De andere omroepen, die al actief waren, deelden een zender die stond opgesteld in Huizen waarbij de zendtijd gelijkwaardig was verdeeld tussen de KRO en de NCRV. De AVRO had op de zender in Hilversum de meeste zendtijd, de VARA echter weinig. Maar daar zou, door een regeringsbesluit, verandering in komen. Op 15 mei 1930 was het Minister Paul Reymer die officieel namens de regering de directie van de AVRO liet weten dat de beschikbare zendtijd evenredig zou worden verdeeld over de AVRO, KRO, NCRV en VARA. Voor de zender in Hilversum kreeg de VARA nu ook vijftig procent van de dagzendtijd toebedeeld ten koste van de grotere AVRO.
  Het is goed voorstelbaar dat met de aankondiging van het besluit er diepe verontwaardiging was ontstaan bij de achterban van de AVRO en dat er een felle reactie was te verwachten is natuurlijk duidelijk. In het overbekende Hotel Gijtenbeek in Zwolle was het waar Willem Vogt een felle protestrede zou houden die het volk tot strijd opriep tegen het regeringsbesluit. Het zendtijdbesluit van 15 mei 1930 moet dan ook gezien worden als een politiek besluit dat het land danig in verwarring en in een staat van protest bracht. Bij de AVRO werd zelfs gesproken van een dictatoriale beslissing van Minister Reymer, waarbij deze alles had nagelaten om te komen tot een vreedzame oplossing.
8 Links: Spotprent van Minister van Waterstaat Paul Reymer (1930)

De mobilisatie van de achterban. Tja, en hoe krijg je het volk zo ver om massaal in protest te komen. Let wel, bij lange na stond niet in elke huiskamer een radio-ontvangsttoestel. Men besloot het aan te pakken door avond na avond in tal van grote en kleinere plaatsen vergaderingen te beleggen, die voor iedereen openbaar zouden zijn. Vogt en zijn medebestuursleden konden op die manier het volk duidelijk maken waarom het regeringsbesluit fel bekritiseerd moest worden. De eerste bijeenkomst vond plaats in het Concertgebouw in Amsterdam, maar ver voor aanvang bleek de rij wachtenden zo lang dat snel besloten werd ook een zaal in theater Carré erbij te huren.

  En, de overlevering wil dat alle zalen in het land tot meer dan de laatste plek bezet waren tijdens deze beïnvloedingsperiode. Naast de enorme opkomst in het land ontving de AVRO wekenlang ook vele steunbetuigingen, die per post werden toegestuurd. Ook oproepen voor geldelijke bijdragen, immers de bijeenkomsten kosten veel geld, werden door de luisteraars gehonoreerd, gezien er grote bedragen bij de AVRO binnenkwamen. De oproepen gingen eruit op de vergaderingen en via de zendtijd onder het motto: "Zendtijd gehalveerd, bijdrage verdubbeld."
  Hoewel het verloop van de actie in vergelijking met de actie voor het behoud van Veronica in tijdsduur niet te vergelijken is, riep ook de AVRO haar leden op massaal naar Den Haag te gaan. Dit gebeurde echter pas vier maanden na het regeringsbesluit. In het geval van de demonstratie van de AVRO werd gekozen voor een startplaats op het Houtrust-terrein in Den Haag. Uit de verslaggeving in de diverse kranten uit die tijd was op te maken dat op de mooie zomerdag reeds in de vroege ochtend te merken was, op de toegangswegen naar Den Haag, dat er iets speciaals die dag aan de hand was. Tegen de middag was zelfs al het verkeer rond de buitenwegen vastgelopen en kon de binnenstad slechts traag de eindeloze rijen auto's, autobussen, motoren met zijspannen en fietsen verwerken. Het moet dan ook een overweldigende aanblik zijn geweest voor diegenen die toegang hadden tot het sprekerspodium. De kranten schreven in september 1930, gelijk aan april 1973, over een massa mensen met een geschat aantal van 150.000.
  Ook werd er gemeld dat Nederland getuige was geweest van een betoging waarbij de menigte bijeen was gestroomd op een zeer ordelijke wijze en waaruit ook duidelijk de demonstratie de Nederlandse geschiedenis in zou gaan als een die niet in de categorie beroepsdemonstraties viel. Ook waren de demonstranten niet tezamen gestroomd om te demonstreren voor de verwezenlijking van een politieke keuze dan wel een of meerdere maatschappelijke eisen. Ze waren alleen maar naar den Haag gekomen om pal te staan achter de leiding van de AVRO en zich te laten horen tegen het regeringsbesluit tot halvering van de hen zo dierbare zendtijd.
9 Rechts: Het sjieke interieur van een vroege AVRO-studio

Uitbreiding van de zendtijd. In een verslag vanuit de AVRO zelf valt terug te lezen dat de omroep een enorme krachtige plaats innam in de harten van de luisteraars. En over de redevoeringen, gehouden in Den Haag, schreef men dat deze een gematigd karakter hadden en zeker niet opriepen tot verzet. Zij spraken van afkeuring en teleurstelling inzake het genomen regeringsbesluit en stelden alles in het werk te stellen het zendtijdbesluit ongedaan te krijgen. Men dacht echter niet meer alleen aan teruggave van de verloren zendtijd maar mildere oplossingen, waarbij andere omroepen minder in de weg zouden gezeten. Er zouden door de regering middelen moeten worden vrijgemaakt door met behulp van nieuw aan te schaffen zenders meer mogelijkheden tot zenduren te creëren.

  Anno 1930 zat deze uitbreiding er helaas nog niet in gezien het feit dat aan Nederland internationaal slechts twee golflengten waren toegewezen, die dus beiden vanuit Huizen en Hilversum al werden gebruikt. Enkele jaren later werd, middels de zich ontwikkelende techniek, meer mogelijk en werd vanuit de overheid de NOZEMA opgericht. De strijd om meer zendtijd door de verschillende omroepen binnen het publieke bestel gaat dus terug tot het prille begin van die omroepen zelf.
Previous
  Literatuur
  Naast het krantenarchief van Hans Knot werden voor deze tekst de volgende publicaties geraadpleegd:
 
  • AVRO (1948), AVRO 1923-1948. Amsterdam: Algemeene Vereniging Radio Omroep.
  • Vogt, Willem (1973), Een leven lang met radio, de belevenissen van een strijdbaar radio-man, Willem Vogt. Apeldoorn: Semper Agendo.
Previous
  Foto's: Collectie Paul Snoek en Archief Freewave Media Magazine.
  2007 © Soundscapes