Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 12
februari 2010

"Al die visite!"

 





  De bezorgdheden bij de introductie van televisie in het Nederlandse gezin
door Vincent C.A. Crone
Previous
  De komst van de televisie in Nederland ging gepaard met de nodige aarzeling. Dat viel niet alleen te wijten aan de hoge kostprijs van een televisietoestel. Er heerstte ook een zekere beduchtheid voor het apparaat dat 'ver-zien' mogelijk maakte. In de pers werden de gevaren voor het alledaagse gezinsleven breed uitgemeten. Deskundigen spraken ouders daarbij nadrukkelijk aan als de hoeders van hun kwetsbare kinderen. Vanuit dat perspectief schetst Vincent Crone hier de introductie van de televisie in Nederland.
 
1 Links: Opname van het amusementsprogramma De Toverspiegel bij de eerste televisie-uitzending in Nederland

Een driehoeksverhouding rond de televisie. Televisie was niet meteen een succes in Nederland. Een televisietoestel was begin jaren vijftig heel erg duur. Als je de allereerste officiële uitzending op 2 oktober 1951 wilde zien op je eigen televisie, moest je maar liefst 795 gulden betalen voor een ontvanger. Daarbij betaalde je in een stad als Amsterdam ook nog eens 120 gulden installatiekosten. [1] Minister-president Willem Drees had zich, in lijn met de politiek van consumptieve zelfbeperking, verzet tegen een grootschalige invoering. In deze naoorlogse jaren van wederopbouw was soberheid geboden. Televisie moest geen ongewenste stimulans zijn voor de uitgaven van de burgers. De V.A.R.A. was het daar roerend mee eens: "Want behoeften scheppen is gemakkelijker dan de mensen in de gelegenheid stellen die behoeften te bevredigen." [2 ] De K.R.O. voorzag ook weinig heil en vreesde vooral voor het welzijn van gezin: "In het algemeen moet het Nederlandse huisgezin tegenwoordig de gulden tweemaal omdraaien alvorens hem uit te geven; er zijn voor onze Nederlandse huisgezinnen heel wat dringender behoeftes dan televisie, de zo dure televisie." [3]

  De zorg voor het gezin was niet ongegrond, want daar zou de televisie immers een plek moeten krijgen. De aarzeling en zelfs argwaan waarmee de televisie werd opgenomen in de maatschappij is verklaard vanuit de sociaal-economische situatie van het Nederlandse gezin. [4] Echter, het vertelt niet het hele verhaal. Al sinds de negentiende eeuw bestond het 'ver-zien' in de verbeelding, en daar was niet veel goeds van te verwachten. Televisie zou een machtig medium worden dat in staat zou zijn de kijkers te corrumperen, maar zou tevens, mits in de juiste handen, kunnen bijdragen aan een betere samenleving. [5] Politici en bestuurders hadden al sinds de jaren twintig van de twintigste eeuw de verantwoordelijkheid op zich genomen om de burgers te beschermen, [6] maar nu televisie het gezin binnendrong, werd het ook een taak van de ouders.
  In haar boek Electronic Hearth (1991) beschrijft Cecilia Tichi de veranderende verhoudingen binnen het gezin, op het moment dat de televisie zijn intrede doet. Kinderen hebben daarbij de rol van de Innocents, de ouders zijn de Guardians en de Experts zijn diegenen die de ouders ondersteunen in hun taak om de kinderen te beschermen tegen de ontwrichtende werking van televisie. Dit vindt plaats in The Home, de plek waarvan wordt aangenomen dat het in het pre-televisietijdperk een vredige plek was waar ouders en kinderen nog harmonieus en liefdevol met elkaar omgingen. Door de aanwezigheid van het televisietoestel wordt de harmonie verstoord en worden de Guardians in een driehoeksverhouding gedwongen, waarin zij tussen de televisie en de kinderen komen te staan. [7]
  In dit artikel zal ik vanuit het perspectief van deze driehoeksverhouding beschrijven op welke manier televisie in Nederland betekenis kreeg vlak voor, tijdens en na de introductie. Uit deze beschrijving zal ten eerste blijken welke ongerustheden, vragen en twijfels er ontstonden in het Nederlandse gezin over de televisie. Hiermee zal duidelijk worden dat de prijs van een nieuwe televisie niet de enige reden kan zijn geweest waarom de intrede van televisie zo aarzelend is verlopen. Ten tweede markeert de berichtgeving rondom de introductie van televisie het moment dat er voorgoed iets veranderde in het Nederlandse gezin. Met de aanwezigheid van dat toestel werden de ouders tot Guardians en de kinderen de Innocents die beschermd moesten worden voor de kwalijke invloeden van televisie.
  Hieronder zal ik eerst beschrijven wat, in aanloop naar de introductie van televisie, de verwachtingen waren van de Experts in de landelijke dagbladen, voor het welzijn van het Nederlandse gezin. Vervolgens zal ik de reacties beschrijven van de eerste televisiekijkers, zoals die zijn opgetekend de eerste dagen na de introductie. Tot slot bespreek ik een verzameling ingezonden brieven van met name ouders in de vragenrubriek van het tijdschrift Eva. Hieruit zal duidelijk worden wat de alledaagse problemen waren van deze Guardians in veel Nederlandse huisgezinnen, als er toch zo'n dure televisie was aangeschaft, en welke ondersteuning zij kregen van de Experts.
2 Rechts: Minister-President Cals bij de opening van de eerste reguliere televisie-uitzending in Nederland op 2 oktober 1951

De verwachtingen van de deskundigen. In 1948 waren er in Nederland nog maar weinig mensen die daadwerkelijk televisie hadden gezien. Eén daarvan was Cor Jansen, televisieamateur; hij liet door de De Volkskrant optekenen dat hij verwachtte dat "de televisie-uitzendingen de huishoudens zouden stilleggen (...). Van koffieschenken en aardappelschillen komt niet veel meer terecht." [8] Naarmate de introductie van televisie in Nederland steeds dichterbij komt, verschijnen er angstaanjagende vertellingen uit landen waar de televisie al was geïntroduceerd. Vooral de Verenigde Staten dienden als voorbeeld voor hoe het vooral niet zou moeten. De Volkskrant schrijft dat "het opvallend was hoeveel sensatieverhalen de televisie daar uitzendt, waarin mishandelingen met dodelijke afloop en andere soorten verschrikkingen schering en inslag zijn." [9]

  Dat deze televisie-uitzendingen de kijker zouden corrumperen, blijkt uit het artikel 'Amerikaanse televisie, diep gezonken' dat in januari 1950 verschijnt in de Katholieke Radiogids. Hierin staat beschreven hoe een negenjarig knaapje uit Boston zijn vader het voorstel had gedaan om vergiftigde bonbons naar zijn onderwijzer te sturen: "Er was geen gevaar bij, verklaarde hij, want een week geleden had hij op de televisie gezien, hoe een man op deze manier zijn vrouw vergiftigde, en niemand was er achter gekomen wie het had gedaan." [10] In New York zou een zesjarig zoontje van een politieagent gevraagd hebben of hij hem echte kogels wilde geven, "want als ik op m'n zusje schiet, dan valt ze niet echt dood zoals de Indianen, wanneer Hopalong Cassidy (de cowboyheld van de televisie) op hen schiet." [11] De aanleiding voor dit artikel is helder, waakzaamheid was voor alle katholieken geboden, in de inleiding staat: "Onderstaande geeft ons aanleiding erop te wijzen, dat wij, katholieken, ten aanzien van de televisie niet afzijdig mogen blijven." [12] Verontrust over deze berichten, wordt een maand later de voorzitter van de K.R.O. gevraagd wat nu het katholieke standpunt is ten aanzien van televisie: "Het antwoord liet niet op zich wachten." Want, zo schrijft de redactie:
  "Gezien de ervaringen, die Amerika en ook Engeland reeds hebben met deze nieuwe vorm van ontwikkeling en ontspanning, is het van onontbeerlijk belang, dat de katholieken van stonde af aan een grote mate van medezeggenschap krijgen bij de ontwikkeling van de televisie in ons land. Want wanneer men aan de televisie de vrije loop laat, bedreigen (...) vele gevaren de gezinnen. Reeds herhaaldelijk is gebleken, dat allerlei twijfelachtige uitzendingen het morele besef bij volwassenen en de jeugd verzwakken." [13]
  Ook De Volkskrant plaatst een uiterst kritisch stuk van Ben van Doorn over de aanstaande invoering van televisie, onder de titel 'Televisie is film'. Hierin beklaagt de auteur zich niet alleen over de vreemde kronkel in de loon- en prijspolitiek van de overheid, maar ook over de gevolgen voor de jeugd en het gezin. Want, zo schrijft Van Doorn:
  "TELEVISIE in de huiskamers betekent FILM in de huiskamers. (...). Dat betekent ook dat men bij onverantwoorde leiding een bijzonder gevaarlijk soort beeldromans op de jeugd gaat loslaten. Dat kinderen wanneer vader en moeder niet thuis zijn, zich kunnen afzonderen met dat gemakkelijk bereikbare filmbeeld." [14]
  De Telegraaf bleef niet achter en schetste voor haar lezers de gezinssituatie waarin Nederlanders zouden verkeren na de introductie van televisie. Het artikel verhaalt over iemand die een televisie aanschaft en geen rustig moment meer heeft. Want elke avond stroomt het huis weer vol met visite die zich steeds vrijpostiger gaat gedragen. Ze drinken alle drank op en roken zijn sigaren. De echtgenote kan het niet meer aan en verkiest de slaapkamer boven de woonkamer en besluit ten einde raad zelfs naar haar moeder te vertrekken. De Telegraaf besluit deze inktzwarte toekomstvoorspelling met de waarschuwende woorden:
  "Wij voorspellen u, u zult geen rustig moment meer kennen. U zult uzelf, uw gezin, uw werk verwaarlozen, u zult rondlopen met zulke zenuwtrekken op uw gelaat, dat de mensen blijven staan om u na te kijken. En wat het meest trieste van alles is, u zult hoogstwaarschijnlijk de moed missen om dat rampspoed brengende apparaat tot brandhout te hakken of uit het raam te werpen." [15]
  Maar niet alleen de geestelijke gezondheid en het gezinsleven zouden worden bedreigd door de televisie. Er verscheen al een halfjaar voor de introductie van de televisie in Het Parool een verontrustend bericht dat door televisie de kijker "tot ongeletterdheid zou geraken." [16] Ook Trouw berichtte vier maanden voor het begin dat het niet lang zou duren totdat wij het voorbeeld van de Amerikanen zouden volgen en volstrekt willoos zouden staan tegenover de verleidingen van het nieuwe medium: "Ge begint als een koning met dat 'venster op de wereld'. Maar voor ge het weet, zijt ge een slaaf, geketend door de tiran die televisie heet." [17]
  In weerwil van de onheilstijdingen die eerder waren verschenen in de kranten, werd er wel hoopvol uitgekeken naar de eerste uitzending. Kranten plaatsten voorbeschouwingen op wat komen zou, [18] en toonzalen boden in advertenties kaartjes aan om de eerste uitzending te kunnen bekijken, maar "reserveer tijdig!" [19] Zo brak dan eindelijk de tweede oktober van 1951 aan waarin Nederland voor het eerst officieel zou gaan 'ver-zien'.
  Jeanne Roos sprak het nog kleine Nederlandse televisiepubliek toe, in de eerste officiële Nederlandse televisie-uitzending vanuit Studio Irene in Bussum. Na een kort welkomstwoord kwam Zijne Eminentie Mr. J.M.L.Th. Cals, de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, in beeld. 'Het woord en het beeld is aan mr. Cals," sprak de omroepster. [20] Cals, die "behaaglijk achterover geleund in een stoel zat (...) alsof hij volkomen op zijn gemak was," [21] verrichte vervolgens de officiële opening:
  "Na de massa-arbeid is het nu de massarecreatie, die de menselijke persoonlijkheid belaagt. (...) Wanneer deze dreiging niet duidelijk wordt onderkend, zal de techniek, eens symbool van de overwinning van de menselijke geest op de stof, zelf meester en tiran worden. (...) Met deze richtlijnen voor ogen, zal televisie niet tot cultuurafbraak, maar integendeel tot cultuurverspreiding en cultuuropbouw medewerken. Daartoe is dan echter nodig, dat zij geleid wordt door mensen met een sterk cultuurbesef, met een geestelijke achtergrond en een hoog ideaal." [22]
  De berichten in de kranten en de omroepbodes, en zeker de toespraak van Cals op de eerste officiële televisieavond, is exemplarisch voor het discours dat zich in de decennia voor de introductie had gevormd rondom het medium. Want ondanks het feestelijke karakter van die eerste televisieavond, werd er door Cals met nadruk op gewezen dat de technologische innovatie met grote waakzaamheid tegemoet moest worden getreden. Het was aan de "mensen met een sterk cultuurbesef, met een geestelijke achtergrond en een hoog ideaal" om er toe te zien dat de televisie de Innocents niet zou corrumperen. Voor Nederland hadden de omroepen en de overheid deze taak op zich genomen, maar nu de televisie er was geïntroduceerd in het gezin, werden ook de ouders opgeroepen om Guardians te zijn en hun kinderen te beschermen.
 
  Boven: Uit de programmagids van de N.C.R.V.
3 De reacties van de eerste kijkers. Niet veel Nederlanders zullen Cals' toespraak hebben gezien. In Nederland waren op het moment van de eerste uitzending minder dan 500 toestellen verkocht. [23] Maar hoewel slechts weinig mensen een televisieontvanger bezaten, moet bij velen bekend zijn geweest dat er zoiets was als 'televisie'. Want de eerste officiële televisie-uitzending werd gevierd als een nationale gebeurtenis die bewust werd meebeleefd door miljoenen Nederlanders. [24] Zo vermeldde Het Parool op haar voorpagina dat ook de koningin op Soestdijk had gekeken naar de eerste uitzending, "naar wij vernemen, met belangstelling." [25] Maar de meeste mensen die geen televisie in hun bezit hadden, waren aangewezen op een speciaal georganiseerde avond in een café of op de etalage van een radiowinkel. [26]
  De Volkskrant kopte op 3 oktober 1951 op de voorpagina "Gratis voorstelling op straat", [27] en Het Parool schreef: "Drommen mensen keken op trottoirs en in cafés." Deze oploopjes deden de burgemeester van Amsterdam vermoeden dat er "rumoer was onder zijn burgers. Echter, toen de Amsterdamse burgervader uit zijn auto was gestapt, zag hij wat de oorzaak was: het scherm waar van nu af aan steeds meer Nederlanders naar zullen kijken." [28] Temidden van zo'n oploopje tekende Het Parool het commentaar op van één van deze televisiekijkers: "Ik koop zo'n ding niet gauw voor zes- of zevenhonderd gulden. Wat heb ik eraan?" Maar terwijl hij dit zei, bleef deze Amsterdammer ingespannen en onverstoorbaar naar de aankondiging van Paroolverslaggeefster Jeanne Roos kijken." [29]
  Na de eerste uitzending ebde de belangstelling voor televisie weer net zo snel weg als ze gekomen was. De verzuilde Nederlandse kranten hadden uiteraard nog wel een speciale belangstelling als er voor de eigen zuil een televisieprogramma zou worden uitgezonden. Zo berichtte Trouw enthousiast over de "Originele vondsten in N.C.R.V.-televisie-programma," [30] en schreef De Volkskrant over de K.R.O: "KRO-televisie toonde werkelijk ver-zien." [31] Naast dit sterk verzuilde enthousiasme waren er vooral veel berichten in de categorie "de eerste keer op televisie": de eerste kerkdienst, de eerste keer voetbal, de eerste keer prinsjesdag en de eerste keer Artis op de televisie. [32]
  Het meest opvallende is toch wel de stilte die rondom televisie ontstaat. De storm aan berichten vóór en over de eerste uitzending was gaan liggen. Want toen elke omroep wel een keer aan de beurt was geweest en de 'eerste keer' van meerdere onderwerpen de revue had gepasseerd, was de nieuwswaarde van het medium schijnbaar niet erg groot meer. In Het Parool verscheen nog wel een verslag vanuit een café in de Amsterdamse Jordaan: 'Tussen Tap- en Toverkast'. Het gematigde enthousiasme voor het nieuwe medium blijkt ook uit dit verslag:
  "Het kan niet gezegd worden dat het hele cafeetje vol opgekropte spanning zat te wachten tot de vlag instond. Nee! De kleine kolenbaas in het leren jasje met de handen in de zakken wierp nu en dan slechts een vage blik op het toestel. (...) Met gematigde nieuwsgierigheid keek men naar wat ome Nico prompt een "klein pestbioscopie" was gaan noemen. En waarvan Nelis, een lange ernstige man met een stevige pet op, onder het uitzoeken van een nieuw sigaartje al na een kwartier had opgemerkt: 'Dat ding heb zwaar de beverd!'." [33]
4 Links: Samen kijken naar de eerste televisie-uitzending in het café

Alledaagse problemen rond de televisie. De verwachting dat de Nederlanders na de introductie van televisie niet meer weg te slaan zouden zijn voor de buis, kwam niet uit. Toch kwamen er in de loop van de jaren vijftig steeds meer televisiebezitters bij.

Eén van de nieuwe televisiebezitters was mevrouw G.v.d.L.-V. te E. Verontrust had zij een brief gestuurd aan het tijdschrift Eva met de vraag: "Is televisie een gevaar?" [34] Op kerstavond kwam de zuster van mevrouw met man en kinderen op bezoek. Mevrouw G.v.d.L.-V. en haar gezin hadden sinds enige tijd een televisie, vooral omdat mevrouw reumatisch was en in de winter amper het huis uit kwam. De kinderen mochten de kinderuurtjes bekijken, maar de avonduitzendingen waren taboe. Want, zo schrijft mevrouw, "Zo je ze went, zo heb je ze." Op eerste kerstdag had de zwager echter aan zijn kinderen beloofd dat zij wel lekker lang op mochten blijven. Dat bracht heibel. De zuster en haar man vonden het egoïstisch om de kinderen niet te laten kijken en een compromis werd gesloten door de kinderen de eerste helft van het avondprogramma te laten kijken. Uiteraard onder protest van de bezoekende kinderen. Sussend had de zuster gezegd: "Stil nou maar, je oom en tante zijn nu eenmaal zo. Misschien krijgen wij over een poos ook televisie en dan mag je opblijven." Verontrust vraagt mevrouw G.v.d.L.-V zich af: "Doen wij ze hierdoor werkelijk zo veel te kort?" In het antwoord van de Eva wordt de verantwoordelijkheid van de ouders benadrukt:

  "Ik ben het volkomen met u eens. (...) de avonduitzendingen zijn niet voor kinderen. (...) Televisie in huis betekent voor de ouders grotere waakzaamheid en strenge handhaving van hun gezag. Men moet hard kunnen zijn voor zichzelf. Het is geen goedheid een kind te laten meekijken van een avond-uitzending; het is veeleer gemakzucht." [35]
  Om de ouders bij te staan in deze nieuwe opvoedingsproblemen die televisie met zich meebrengt, verschijnen er regelmatig artikelen in de Eva met aanwijzingen hoe "het monster (...) in bedwang te houden." [36] In het artikel 'Kinderen en televisie' somt de auteur enkele gevaren op van het medium zoals "luiheid van geest" en "gemakzucht" omdat televisiekijken niet de minste inspanning vereist. Maar er zijn ook positieve kanten aan het medium, het zou immers de uithuizigheid van de kinderen kunnen verminderen en de gezinsband versterken. Tenminste, dat is de veronderstelling, maar:
  "Het kijken naar de uitzendingen mag de uithuizigheid aanzienlijk verminderen, dat wil nog niet zeggen, dat de huiselijkheid bevorderd wordt. Als alle gezinsleden thuis zijn en samen naar de uitzendingen kijken, dan is dat toch nog geen echt samenzijn." [37]
  Het persoonlijke contact gaat verloren, niet alleen tussen ouders en kind, ook tussen leeftijdsgenoten onderling. Dit zou op termijn vereenzaming en vervreemding kunnen veroorzaken. De oplossing voor al deze problemen wordt in deze artikelen altijd gezocht in de taak die de ouder heeft als Guardian van het gezin:
  "De ouders moeten de kijktijd regelen, (...) verstandige ouders zullen in dit opzicht zeker het heft in handen houden, En het grootste gelijk hebben naar onze mening die ouders, die als er televisie in huis is, zo'n ding niet klakkeloos aanzetten. (...) doch die vooral met het oog op hun kinderen door liefde en belangstelling en met verstand ook dat "monster" (...) in bedwang weten te houden." [38]
  Om als ouders te weten of je nog wel controle hebt over de televisie, staat bij een artikel over televisie en opvoeding een kleine test met de centrale vraag "Bent u 'in de macht' van de TV?" In tien vragen zoals "Gesteld dat u een hond bezit — zoudt u het dier laten wachten met op straat gaan, al is het programma ver over tijd afgelopen?" en "Tast u altijd zonder uw ogen van het beeld af te houden naar het kopje koffie of thee naast u?" wordt bepaald of "Ü de baas bent of de TV." Bij een score van minder dan drie punten is de uitslag van de test: "ja, u bent volledig in de macht van het verlichte venstertje." [39]
  Echter, ook zonder kinderen kan televisie het huiselijke geluk danig verstoren. In een ingezonden brief schrijft mevrouw H.v.W.-D. dat zij bij een prijsvraag een televisie hadden gewonnen. Maar haar man is het er niet mee eens en wilde het "bakbeest" omruilen voor een bandrecorder. Mevrouw wilde dit niet en nu dreigt haar echtgenoot 's avonds het huis te verlaten zolang er nog televisie is. "Wat moet ik nu doen?" vraagt mevrouw zich wanhopig af. [40]
  Ook beklagen veel briefschrijfsters zich erover dat televisie een tijdrovende bezigheid is. "Het is wel leuk, maar ik voer al die avonden geen steek meer uit. Mijn naai- en brei- en stopwerk blijft liggen, want je zit de hele avond in het donker." Mevrouw van H. v.B. te R. uit haar grieven over de buurvrouw die haar kinderen de hele dag "in de regen laat baggeren" om maar snel het huis aan kant te kunnen hebben om 's avonds televisie te kunnen kijken. Desgevraagd had de buurvrouw gezegd: "De televisie laat ik mij niet ontnemen. (...) Ik mag toch wel wát hebben?" [41]
  Het grootste probleem van televisiebezit en het meest terugkerende thema in de brieven is echter de visite. [42] "Al die visite! Soms wordt het me te veel. Ik moet me dood haasten 's avonds na het eten, want als de uitzending begint, mag er geen licht meer op, en iedereen moet zitten," jammert een anonieme briefschrijfster. [43] Maar ook heren vragen hierover advies in de brievenrubriek van de Eva. De heer P.K. te N. vertelt dat hij het moeilijk vindt om aanmerkingen te maken waarvan hij denkt dat anderen het niet prettig zullen vinden. Maar sinds hij en zijn vrouw televisie hebben, komen er geregeld kennissen op visite:
  "Nu is het echter al zo ver gekomen, dat er geen TV-avond kan zijn of de kennissen zijn er bij, soms vijf avonden per week. Men is de vrijheid van handelen hierdoor in eigen huis kwijt, want zijn er uitzendingen, die ons niet interesseren, dan zet je de TV af wanneer je alleen bent, doch dit doe je niet wanneer je door visite gebonden bent." [44]
  Mevrouw M.V.H. te M. had geen enkele moeite om een onprettige mededeling te doen: "In het begin kwamen de buren ook vragen om te kunnen kijken, doch daaraan heb ik een eind gemaakt." Ook mevrouw J.V.G.-T. te R. had slechte ervaringen met visite: "Mijn ervaringen zijn, dat men allesbehalve dankbaar is en toen heb ik de vrijheid genomen mijn hele vrijheid terug te nemen. Ik hoop, dat andere t.v.-bezitters betere ervaringen hebben." [45]
  Het kan ook andersom: mevrouw C. de M. te D. ging op verjaardagsvisite en daar stond de televisie aan: "Ik heb gefeliciteerd, ben een uurtje blijven zitten en ging weg. Ik zei: 'Ik zal maar niet iedereen een hand geven, dan stoor ik te veel.'" Toen bij een volgende verjaardagsvisite de televisie weer aan stond is mevrouw al snel opgestapt. "Ben ik nu onbeleefd geweest of zij?" In het antwoord op deze brief van 'Alma' wordt gevraagd om begrip voor de televisiebezitters, zij hebben meestal over bezoek niet te klagen en de meeste gasten zullen erop gesteld zijn geweest een uitzending mee te maken. "Verwondert het u dan, dat men veronderstelt dat dus iedereen graag kijkt?" [46]
  De kwestie van televisievisite was zelfs zo urgent dat er in 1957 een onderzoek werd verricht naar de kijkgewoontes van de Nederlander: één van de onderzoeksdoelstellingen was om een relatie aan te tonen tussen de hoeveelheid visite en of er uitzendingen waren op televisie. Dit bleek het geval te zijn. [47]
5 Rechts: Het gezin, gereorganiseerd rond de televisie

Een aarzelend begin.In dit artikel heb ik beschreven welke ongerustheden, vragen en twijfels er waren rondom de introductie van de televisie in het Nederlandse gezin. De meeste Nederlanders hadden in de beginjaren van televisie helemaal geen geld voor zo'n duur apparaat. In deze tijd van wederopbouw was het ook ongepast om zoveel geld uit te geven aan zo iets overbodigs als televisie. Op basis van de bespreking van de krantenartikelen zijn er twee conclusies te trekken.

  Ten eerste, de onheilstijdingen maken het aannemelijk dat geld niet de enige reden was waarom het nieuwe medium zo aarzelend zijn intrede deed in het Nederlands gezinsleven. De berichtgeving over televisie die voorafging aan de introductie schetste zo'n schrikbeeld dat de terughoudendheid van Nederlanders om een dergelijk apparaat te kopen niet alleen kan worden verklaard door de prijs van het toestel. Want na aanschaf van een televisie zou verwaarlozing van het huishouden, gewelddadigheid en willoosheid het zo harmonieuze en liefdevolle Nederlands gezin, The Home, onherstelbaar ontwrichten. Mee in de vaart der volkeren, maar tegen wil en dank, kwam er onder druk van de industrie dan toch televisie. Het prille enthousiasme werd al in de eerste uitzending ontnuchterd door de waarschuwende woorden van Cals. Televisie zou tot cultuurafbraak kunnen bijdragen. Het landsbelang bleef onder de verantwoordelijkheid van de vertegenwoordigers van de zuilen — zij die bewezen hadden dat ze beschikten over een sterk cultuurbesef, een geestelijke achtergrond en een hoog ideaal.
  Ten tweede, de berichtgeving rondom de introductie van televisie markeert het moment dat er voorgoed iets zou veranderen in het Nederlandse gezin. Want zoals de vertegenwoordigers van de zuilen de Guardians waren van de leden van de eigen zuil, zo werd in het klein de ouder de Guardian van zijn Innocents. Ouders kregen de verantwoordelijke en moeilijke taak om 'het monster' in bedwang te houden. Deze nieuwe rol bracht tal van vragen met zich mee over opvoeden en etiquettes, zoals blijkt uit de ingezonden brieven in de Eva. Hoe moest je je als ouder opstellen in die driehoeksrelatie tot je kind én de televisie? Voor het eerst moesten ouders zich de vraag stellen tot hoe laat kinderen televisie mogen kijken. En, hoe behoed je je kinderen en jezelf tegen luiheid van geest? Een positieve bijkomstigheid was dat de gezinsleden gezamenlijk televisie zouden kunnen kijken. Dit zou de uithuizigheid beperken. Echter, als je met elkaar televisie kijkt, ben je dan wel wezenlijk bij elkaar? En dan was er nog die visite, al die visite, en moest je je als televisiebezitter ineens gaan afvragen of het wel netjes was om de televisie niet aan te doen als je mensen over de vloer kreeg. Toen de lonen stegen en de prijs van de televisies daalde, gingen veel mensen overstag, maar waakzaamheid bleef geboden. Als ouder ben je sindsdien altijd de Guardian die zijn Innocents moet beschermen tegen kwalijke invloeden van dat apparaat. Hierin is in de tussentijd niets veranderd.
   
Previous
  Noten
1. Akkermans, 2003: 71. Return to text
2. De Radiogids, 01-10-1950, 3. Return to text
3. Katholieke Radio Gids, 13-02-1949, 3. Return to text
4. Van Zoonen e.a., 1995, 140. Return to text
5. Crone, 2007, 290-306. Return to text
6. Ibid. Return to text
7. Tichi, 1991, 201. Return to text
8. De Volkskrant, 22-05-1948. Return to text
9. De Volkskrant, 05-08-1950. Return to text
10. Katholieke Radio Gids, 22-01-1950, 9. Return to text
11. Ibid. Return to text
12. Ibid. Return to text
13. Ibid. Return to text
14. De Volkskrant, 11-11-1950. Return to text
15. De Telegraaf, 25-12-1949. Return to text
16. Het Parool, 25-04-1951. Return to text
17. Trouw, 30-06-1951. Return to text
18. Trouw, 26-09-1951. Return to text
19. De Volkskrant, 29-09-1951. Return to text
20. Trouw, 03-10-1951. Return to text
21. Het Parool, 03-10-1951. Return to text
22. Staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen J.M. Th. Cals bij de opening van de eerste officiële televisie-uitzending op 2 oktober 1951. Geciteerd in: De Goede, 1999, 62 e.v. Return to text
23. Onder de kop "20.000 Kijkers zagen de vlag 'in' staan" schatte De Volkskrant (03-10-1951) het aantal kijkers op tienduizend. Met "kijkers" worden in dit geval ogen bedoeld. Return to text
24. Bank, 1994, 77-93. Return to text
25. Het Parool, 03-10-1951. Return to text
26. Het Parool, 03-10-1951. Return to text
27. De Volkskrant, 03-10-1951. Return to text
28. Het Parool, 03-10-1951. Return to text
29. Ibid. Return to text
30. Trouw, 13-10-1951. Return to text
31. De Volkskrant, 17-10-1951. Return to text
32. Het Parool, 27-09-1951; Trouw, 14-12-1951; Trouw, 23-06-1952; Trouw, 17-09-1952. Return to text
33. Het Parool, 13-10-1951. Met "tot de vlag instond" wordt verwezen naar de wapperende vlag waar de uitzending mee begon. Return to text
34. Eva, 22-02-1957, 6. Return to text
35. Ibid. Return to text
36. Eva, 23-01-1960, 2-4. Return to text
37. Eva, 28-04-1956, 3-5. Return to text
38. Eva, 23-01-1960, 4. Return to text
39. Eva, 23-01-1960, 4. Return to text
40. Eva, 03-12-1960, 64. Return to text
41. Eva, 29-07-1961, 48-49. Return to text
42. In een reclame voor het meubelmerk Pastoe, die in Eva verscheen, wordt ingespeeld op het thema visite en televisie. Boven een foto van een echtpaar met bloemen in de hand staat de tekst: "Zij komen niet alleen maar voor de televisie (een beetje trots ben ik er wel op)." Onder de foto staat: "De vrienden, die we rijk zijn, komen ook als er op 't witte scherm eens niets te zien valt. Ons interieur schijnt ze wel aan te trekken." Return to text
43. Eva, 26-02-1955. Return to text
44. Eva, (05-01-1957, 6. Return to text
45. Eva, 12-07-1958, 68 en 70. Return to text
46. Eva, 07-12-1957, 7. Return to text
47. Nederlandse Stichting voor Statistiek, 1957, 16-17. Return to text
   
Previous
  Literatuur
 
  • Akkermans, Leo (2003), Televisie. Beginjaren van een nieuw beroep. Amsterdam: Boom.
  • Bank, Jan (1994), "Televisie verenigt en verdeelt Nederland." In: Huub Wijfjes (red.), Omroep in Nederland. Zwolle: Waanders, 77-93.
  • Crone, Vincent (2007), "'Mits in de juiste handen.' Het discours rondom televisie voor de officiële introductie in Nederland." In: Tijdschrift voor Communicatiewetenschappen, 35, 4, 290-306.
  • Goede, Peter de (1999), Omroepbeleid met en tegen de tijd. Amsterdam: Otto Cramwinckel.
  • Nederlandse Stichting voor Statistiek (1957), Televisie in Nederland. Een onderzoek naar opinies en kijkgewoonten in opdracht van N.V. Thabur en Graetz K.G. Den Haag: Nederlandse Stichting voor Statistiek.
  • Schroevers, Marinus (1958), Televisie. Van horen, zien en zenden. Amsterdam: Scheltema en Holkema.
  • Tichi, Cecilia (1991), Electronic hearth. Creating an American television culture." Oxford: Oxford University Press.
  • Zoonen, Liesbet van, Jan Wieten en Babette van den Berg (1995), "'Het was niet bepaald een wereldwonder.' De komst van de televisie in het Nederlandse gezinsleven." In: Jaarboek Mediageschiedenis, volume 7. Amsterdam: Stichting Mediageschiedenis, 117-146.
Previous
  Bronnen
 
  • Eva (03-12-1960, 64), "TV het huis uit."
  • Eva (05-01-1957, 6), "Televisie en kennissen."
  • Eva (07-12-1957, 7), "Worden wij televisie-slaven?"
  • Eva (12-07-1958, 68 en 70), "Nog eens: televisie en bezoek."
  • Eva (22-02-1957, 6), "Is televisie een gevaar."
  • Eva (23-01-1960, 2-4), "De televisie en uw kinderen."
  • Eva (28-04-1956, 3-5), "Kinderen en televisie."
  • Eva (29-07-1961, 48-49), "Te weinig aandacht voor de kinderen?"
  • Katholieke Radio Gids (13-02-1949, 3), "Televisie."
  • Parool, Het (03-10-1951), "Drommen mensen keken op trottoirs en in cafe's."
  • Parool, Het (03-10-1951), "Koningin keek ook."
  • Parool, Het (03-10-1951), "Televisie gestart: Proef geslaagd — maar we hoeden ons voor de gevaren waarschuwde staatsecretaris Cals."
  • Parool, Het (13-10-1951), "De Jordaan zag T.V. Tussen tap- en toverkast."
  • Parool, Het (25-04-1951), "Door televisie tot ongeletterdheid."
  • Parool, Het (27-09-1951), "Televisiedominee. Dominee Johan Langstraat is Europa's eerste televisiedominee. Als 12 october NCRV haar eerste televisieprogramma uitzendt."
  • Radiogids, De (01-10-1950, 3), "Televisie-fantasieën."
  • Telegraaf, De (25-12-1949), "Televisie: Men zij gewaarschuwd."
  • Trouw (03-10-1951), "Nederland heeft televisie. Eerste programma van omroep uitstekend geslaagd."
  • Trouw (13-10-1951), "Originele vondsten in N.C.R.V.-televisie-programma."
  • Trouw (14-12-1951), "Eerste kerkdienst per televisie."
  • Trouw (17-09-1952), "Prinsjesdag bracht weer duizenden op de been: Televisie-camera's op het Binnenhof."
  • Trouw (23-06-1952), "Televisie uit Artis."
  • Trouw (26-09-1951), "Jeanne Roos kondigt het eerste televisie-programma aan."
  • Trouw (30-06-1951), "Televisie een grote tiran."
  • Volkskrant, De (03-10-1951), "20.000 Kijkers zagen de vlag 'in' staan."
  • Volkskrant, De (03-10-1951), "Gratis voorstelling op straat."
  • Volkskrant, De (05-08-1950), "Televisie verovert Amerika stormenderhand. Artisten kunnen de ontwikkelingen niet bijhouden."
  • Volkskrant, De (11-11-1950), "Televisie is film."
  • Volkskrant, De (17-10-1951), "KRO-televisie toonde werkelijk ver-zien."
  • Volkskrant, De (22-05-1948), "Utrechts P.T.T.-man bouwde eigen televisie-ontvanger."
Previous
  2010 © Soundscapes