Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 12
februari 2010

Het platform van de Reclame Exploitatie Maatschappij

 





  Opkomst en ondergang van een kunstmatig eiland in de Noordzee
door Hans Knot
Previous
  In de zomer van 1964 introduceerde de REM, voluit de Reclame Exploitatie Maatschappij, de commerciële televisie in Nederland. Om de wettelijke beperkingen te omzeilen, stonden de zenders van Radio en TV Noordzee opgesteld op een platform in de Noordzee, nog net binnen de internationale wateren. De uitzendingen duurden slechts enkele maanden, maar het platform zelf hield meer dan veertig jaar lang stand in de golven. Hans Knot neemt ons mee terug naar de tijden van de inbeslagname van de zendapparatuur en vertelt wat er nadien zoal met het platform gebeurde.
 
1 Links: Programmaoverzicht van de eerste uitzenddag van TV Noordzee (klik op de afbeelding voor een grotere weergave)

Een overval op zee. De bewoners van het westen van ons land werden in augustus 1964 aangenaam verrast met de komst van televisie-uitzendingen die voorzien waren van een commercieel sausje. in het gezelschap van die reclames kwamen programma's de huiskamer binnen die voornamelijk afkomstig waren uit de soap-keukens van de commerciële omroepen uit de Verenigde Staten en Engeland: De Onzichtbare Man, Mr. Magoo, Zorro, The Saint, en niet te vergeten animal actors als Rin Tin Tin en het sprekende paard Mr. Ed. Voor de meeste kijkers was het een eerste kennismaking met de producten van de naoorlogse Angelsaksische televisiecultuur. En, die programma's kwamen niet uit Bussum of Hilversum. Onder de naam "RTV Noordzee" gingen ze vanaf een kunstmatig platform op de Noordzee voor de kust van Noordwijk, in internationale wateren, de lucht in. Nederland verkeerde in 1964 nog steeds in een tijd dat veel 'verboden' was en zeker de televisie met taboes was omgeven. Dat te doorbreken was het doel van de mensen die zich verenigd had in de REM — voluit de Reclame Exploitatie Maatschappij. Ideële motieven speelden zeker mee, maar zakelijke belangen waren de groep grootindustriëlen, waaronder scheepsbouwer Cornelis Verolme, dagbladuitgever Will Hordijk, Ir. Heerema — eigenaar van een constructiebedrijf van boortorens — en bankier Texeira de Mattos, vanzelfsprekend ook niet vreemd.

  De eerste berichten over het radio- en televisieproject waren al medio 1963 in de kranten te lezen. Voorbereidingen tot de bouw van het platform vonden plaats in het Ierse Cork. Toen al werd er volop in de kranten gesuggereerd dat de overheid maatregelen tegen de eventuele uitzendingen zou kunnen gaan ondernemen en dat het station vroegtijdig de nek zou worden omgedraaid. Dergelijke dreigende taal was in 1960 ook al volop door verschillende ministers geuit toen Radio Veronica met haar uitzendingen vanaf zee begon. Dit alles om de doorbreking van de monopoliepositie van de toen bestaande publieke omroepen binnen het bestel te voorkomen. Allerlei redenen werden er verzonnen waarom er spoedig een einde moest komen aan de uitzendingen. Storingen op noodfrequenties, interferentie op frequenties van bevriende naties en veel meer aantijgingen werden er geuit in de richting van de directie van Radio Veronica. Maar toch hield deze organisatie het meer dan veertien jaar vol met het verzorgen van haar uitzendingen van radioprogramma's vanuit internationale wateren. Helaas was zo'n lange looptijd niet weggelegd voor RTV Noordzee. Na weinig meer dan vier maanden gerekend vanaf de eerste proefuitzending op 15 augustus of anderhalve maand gerekend na de eerste officiële uitzending op 1 oktober 1964 kwam er een vroegtijdig eind aan de uitzendingen van TV Noordzee.
  Rechts: Overzichtstekening van de actie van de Nederlandse overheid tegen de REM (klik op de afbeelding voor een grotere weergave)

De Nederlandse volksvertegenwoordiging had, in vergadering bijeen, op 17 september 1964 al besloten dat er een einde diende te komen aan de radio- en televisie-uitzendingen vanaf het kunstmatige platform in de Noordzee, ter hoogte van Noordwijk, genaamd het REM-eiland. Met grote meerderheid, maar liefst 114 tegen 9 stemmen, gingen de leden van de Tweede Kamer akkoord met het regeringsvoorstel van het christen-democratische kabinet Marijnen, dat de uitzendingen van RTV Noordzee onmogelijk moest maken. Het toenmalige kabinet kreeg de steun van op een na alle afgevaardigden van de socialistische oppositie en van alle overige oppositiepartijen behalve dan de Boerenbond. CHU-Minister Ynso Scholten van Justitie beloofde het wetsvoorstel met spoed door te sturen ter bekrachtiging door de leden van de Eerste Kamer. De hele procedure vergde vele weken. Getekend op 3 december 1964 door de toenmalige Koningin Juliana was, via deze Wet Installaties Noordzee, in de volksmond anti-REM-wet geheten, het lot van RTV Noordzee bezegeld. Twee weken later volgde er actie.

  De kranten, nationaal en internationaal, schreeuwden het uit op de betreffende 17 en 18 december van 1964. Met haar kenmerkende voorkeur voor woordrijm kopte de Britse Evening Standard: "Cops put stop to pirate pops." Het Duitse Bild, de sensatiekrant van het toenmalige West-Duitsland, gebruikte minder bloemrijke, maar even krachtige bewoordingen: "Polizei besetzte Piratensender TV Nordsee." Een andere krant uit Engeland, The Evening News, knalde op haar voorpagina: "Swoop on Isle Pirates." De Nederlandse kranten, op hun beurt, sloegen een meer klagende en persoonlijke toon aan: "Veste van REM valt," "Sonja's stem ten afscheid," en "17 December 1964, 9.00 Uur U." Maar wat gebeurde er precies op de aangegeven datum en het genoemde tijdstip?
  Links: Sikorsky-helikopters bij het REM-eiland

Het kan niet anders dan dat de autoriteiten de pers van te voren hadden geïnformeerd, want alle kranten deden zonder uitzondering uitgebreid verslag van de activiteiten die op die ochtend van 17 december 1964 op de Noordzee hadden plaatsgevonden. Een groot deel van de aanwezige persmensen hadden aan boord van de MV Clasina, een kotter, de snelle luchtlandingsoperatie van de marine en Rijkspolitie kunnen gadeslaan. Anderen hadden gebruik gemaakt van kleinere bootjes om vooral niets te missen van de geplande actie. Even voordat de actie begon had de bemanning van de MV Delfshaven het REM-eiland, waarop RTV Noordzee haar uitzendingen uitstraalde, inclusief de bijna honderd meter hoge zendmast, in volle verlichting gezet. Hierdoor stond het platform in helwit licht getekend en onder het vliegdek floepten felle lampen aan.

  Precies op het tijdstip van zonsopgang, die donderdagmorgen om 8.43 uur, dook het betonvaartuig Delfshaven van het Loodswezen uit de ochtendnevel op. De perslieden duikelden, al dan niet beladen met camera's, zowat over elkaar heen, toen het vaartuig over de korte, felle deining richting het REM-eiland was gevaren. Maar de bemanning van de Delfshaven was niet alleen. Niet veel later werd namelijk ook het geluid van naderende helikopters gehoord, drie in totaal. Het bleek de hoofdmacht te zijn die de zaak deskundig zou ontregelen voor de mensen op het eiland. Beneden in de studio was een technicus nog het volgende uitzenduur aan het voorbereiden door de volgende programmaband op scherp te zetten. Gepland was een aflevering van 'Flessenpost' met presentatrice Sonja van Proosdij.
  Rechts: Omroepsters Hetty Bennink en Sonja van Proosdij

De leiding van de actie die de overheid op touw had gezet, lag in handen van de commandant van dienst van de luchtvaart van de Rijkspolitie, Erik Gerritsen. Vanuit de Sikorsky-helikopter met het nummer 135, werd hij snel op het platform neergelaten, gevolgd door een groot aantal collega's, waaronder wachtmeester A.J. van der Spek. Binnen drie minuten, zo wil de overlevering, wemelde het op het dek van het platform van de Rijkspolitie en werd het eiland officieel bezet en de apparatuur verzegeld. De actie was om half een in de middag beëindigd, wat betekende dat de helikopters op dat tijdstip weer veilig op de basis stonden en de Delftshaven weer in haar thuishaven was teruggekeerd. De Nederlandse kijkers van TV Noordzee waren de daarop volgende avond zwaar ontstemd omdat alleen nog de uitzendingen van Nederland 1 en Nederland 2 overbleven. Dat laatste vormde wel een, zij het beperkte, uitbreiding. Sinds 1 oktober 1964 waren de uitzendingen van Nederland 2 — na een periode van proefuitzendingen — opgestart, en dat gelijk aan Nederland 1 met een beperkt aantal uitzenduren per avond. Uiteraard zweeg ook Radio Noordzee, dat via de 214 meter actief was, na de inbeslagname door de autoriteiten.

  Uiterst opmerkelijk was dat op de dag van de bezetting van het REM-eiland in Straatsburg een bijeenkomst was van een commissie van de Raad van Europa, waarbij de laatste hand werd gelegd aan een internationale conventie ter bestrijding van de zeezenders. Men kondigde op een persconferentie aan dat het zogenaamde Verdrag van Straatsburg op 20 januari 1965 door de Raad van Ministers van de Raad van Europa zou worden ondertekend. Daarna zou het verdrag van kracht worden als het door drie landen werd geratificeerd. De kranten suggereerden ook die keer volop dat de ratificatie door Nederland snel zou geschieden en dat er op die manier na de inbeslagname van het REM-eiland ook snel een einde zou komen aan de uitzendingen van Radio Veronica. Het zou echter tot 1973 duren voordat de Tweede Kamer een dergelijk verzoek van de kant van het Kabinet kreeg voorgelegd. Wat meldden intussen de kranten over de actie tegen het REM-eiland? Ik moet met schaamte toegeven dat ik in die zeer intense periode van knipsels verzamelen vaak vergeten ben de bron erbij te vermelden. In ieder geval knipte ik op 18 december 1964 ook het volgende bericht uit betreffende de eventuele uitkering van de verzekeringsmaatschappij: "Een woordvoerder van Lloyds te Londen, die het REM-eiland tegen schade heeft verzekerd, weigerde vanmorgen elk commentaar. Op de vraag: 'Lloyds heeft het eiland toch ook verzekerd voor het geval het door de Nederlandse regering in beslag zou worden genomen?' antwoordde de woordvoerder: 'Dat is inderdaad gezegd, maar ik kan dit niet bevestigen.'"
  Links: Het testbeeld van TV Noordzee

Het Vrije Volk bracht de volgende dag een kort interview met kapitein Erik Gerritsen, die, zoals gemeld, als eerste op het REM-eiland landde. Gerritsen zei het volgende: "Korporaal Groenink had zo gemanoeuvreerd met zijn machine dat ik precies op het randje van het dek terecht kwam. Dat was noodzakelijk om aanraking met de over het dek gespannen antenne te voorkomen. Op die antenne stond namelijk een hoge spanning. Na mij kwamen opperwachtmeester A.J. van der Spek, wachtmeester 1e klasse M. van der Berg en de heer R.J. Knobbe, hoofd van de bijzondere radiodienst van de PTT op het platform." Voor de anderen kwamen moest kapitein Gerritsen eerst de zender uitschakelen zodat de antenne niet langer onder spanning zou staan. Gerritsen: "De eilandbewoners stonden te fotograferen toen we naar beneden kwamen, maar ze verdwenen toen we heelhuids op het dek stonden. Er werd geen tegenstand geboden, maar ik werd ook niet geholpen met het uitschakelen van de zender. Ik moest het zelf maar uitzoeken. Ik had zoiets horen mompelen dat er 1500 volt op de antenne zou staan. Ik heb ze ook verteld wat ik kwam doen, maar dat was uiteraard geen nieuws voor ze."

  Negen mannen troffen de gelande politiemannen en PTT-ambtenaren op het REM-eiland aan. Daaronder bleken drie Belgen en twee Nederlanders te zijn. Ze bleven op het eiland achter en werden dus niet gearresteerd. Wel werd tegen vijf van hen, de technici die de zenders bedienden, een proces verbaal opgemaakt. De vitale onderdeeltjes van de zender, die door kapitein Gerritsen en de heer Knobbe van het eiland werden meegenomen, werden — aldus de verslaggever van het Vrije Volk — in kleine handzame kistjes meegenomen naar Hoek van Holland. Op de kistjes was een strook opgeplakt met de letters "MJ", kort voor "Ministerie van Justitie." De Nederlandse lezers wisten toen de kranten ook al te bestormen met talloze ingezonden brieven, hetgeen een dag na de inbeslagname al was te merken. De Telegraaf meldde dat deze brieven duidelijk lieten zien, hoezeer de gehele gang van zaken het Nederlandse volk beroerde: "De storm breekt los!" Een van de ingezonden brieven was nota bene afkomstig van een groep vliegtuigbouwers van de luchtmachtbasis Valkenburg, vanwaar de actie tegen het REM-eiland deels was georganiseerd:
  Rechts: Commandant Erik Gerritsen

"De REM is weg. Deze kreet klonk 's morgens ook over het marinevliegkamp Valkenburg, de plaats waarvan de fatale helikopters opstegen om hun raid op het REM-eiland uit te voeren. De drie Sikorsky's, geregistreerd 134, 135 en 137 van het Squadron nummer 8, dat onlangs van de Karel Doorman naar Valkenburg terugkeerde, stegen 's morgens onder grote belangstelling, evenals met grote afkeer van de vliegtuigbemanning, op om hun oorlogje in de dop ten tonele te brengen. Met angstige spanning werd hier op het vliegveld het verloop van de strijd gevolgd, bijvoorbeeld via Scheveningen Radio." Via een van de kanalen van Scheveningen Radio was inderdaad een gedetailleerd verslag te volgen van journalisten en hun redacties. Ook toen de helikopters terugkeerden op de basis was de stemming bepaald niet regeringsgezind te noemen. De brief ging verder met: "Hiermee willen we te kennen geven dat ook de Marine Luchtvaart Dienst de REM een warm hart toedroeg, al moest ze zelf aan haar ondergang meewerken. Wij allen hebben aan TV Noordzee een goede vriend gehad, die met haar dikwijls goede films de lange en saaie zuilenavondjes opfriste. Wij zullen ons piraatje missen, maar hopen allemaal dat hij vlug terug zal komen en grandiozer dan ooit. Zo ziet U, brave burgers, dat gij geen REM-verziekers moet roepen tegen de jongens van de MLD want wij zijn voor de REM!"

  Laat me nog een aantal reacties van de lezers noemen. Allereerst die van J. van der Ligten uit Hilversum, die stelde: "Bij het horen van het nieuws bekroop me een misselijk makend gevoel van schaamte omdat ik onderdaan ben van een land, waar zo iets kan gebeuren, waar dergelijke wetten, die uitsluitend dienen om het belang van een zeer kleine minderheid te beschermen, uitgevaardigd kunnen worden. Schaamte ook tegenover de herinnering van de tallozen die vanaf de Tachtigjarige Oorlog tot in 1945 hun leven gegeven hebben om de vrijheid. Hebben we voor dit soort slavernij gevochten, om ons volk gebukt te zien gaan onder het juk van een bende demagogen die notabene onder ede staan om de belangen van het volk te dienen en dan niet anders doen dan hun eigen belangen en die van hun partij te bevorderen, dit tegen de wil van het volk in."
  Links: Kledingsticker van Radio / TV Noordzee

Ene Welter uit Bunschoten schreef: "De volksvertegenwoordigers (wie lacht daar) hebben het dan toch voor elkaar. De REM is uit zee gehaald. Een prestatie van onze politici van de eerste orde. Het antwoord dat wij van onze kant kunnen geven is, drijf de bestaande omroepen de Noordzee in door en bloc het lidmaatschap op te zeggen. Doen wij dit niet, dan had Wim Kan toch gelijk door ons te vergelijken met twaalf miljoen oliebollen op aardgas." En een zekere Brederode uit Santpoort verwoordde zijn ongenoegen als volgt: "Via de nieuwsdienst van de radio vernam ik dat de uitzendingen van de REM werden verboden. De heren regeerders worden bedankt. Dat hebben ze weer fijn voor elkaar gebokst, mede dankzij een wet uit de oudheid van 1904 inzake de regulering van de PTT en de Telefoon en Telegrafie. Wat een land, wat een conservatisme, waar dit alles mogelijk is. Kunnen wij nu ook onze antennes tegen terugbetaling bij de regering inleveren? Het zijn er enkele honderdduizenden waar de fiscus toch het nodige geld aan heeft verdiend. Tot Verolme en vele anderen betrokken bij de REM zou ik willen zeggen: U hebt ons veel plezier en genoeglijke avonden bezorgd, maar begin nooit meer iets in dit gekke land met zijn gekke maatregelen."

  Eerder haalde ik al een aantal koppen uit de buitenlandse kranten aan, maar er is er een die ik graag wat uitgebreider naar voren breng. Het was The Washington Post die in een beschouwend artikel van de hoofdredactie cynisch sprak over een goed uitgevoerde "beperkte" oorlog. Met enige humor typeerde de schrijver het ingrijpen door de Nederlandse autoriteiten als een bewijs voor de paraatheid van de NAVO. Op een doeltreffende manier was er door de Nederlandse politie en marine een piratentelevisiezender tot zwijgen gebracht: "Inderdaad bedreigde TV Noordzee de veiligheid van West-Europa. Eén miljoen kijkers in Nederland werd rechtstreeks blootgesteld aan zulke verderfelijke wapens als Ben Casey, Rin Tin Tin en de Onzichtbare Man. De Nederlandse force de frappe was tegen de situatie opgewassen en de piraten werden gemakkelijk overwonnen door een uit helikopters gedropte invasiemacht. Maar, hoewel de piraten de schermutseling mogen hebben verloren, zullen ze de oorlog misschien winnen, want het is nu waarschijnlijker dat ruime radio- en televisiefaciliteiten in Nederland goedkeuring zullen verwerven. Van hieruit gezien kunnen wij de Nederlanders slechts meedelen dat er geen echte verdediging bestaat tegen absolute wapens als de voornoemde programma's. De enige goede vergeldingstrategie is een drukknopreactie genaamd 'de knop omdraaien'."
2 Rechts: Begeleidende brief bij de uitgifte van VAT-aandelen (klik op de afbeelding voor een grotere weergave)

Kamervragen en zenderonderhoud. Kort voordat het REM-eiland in beslag werd genomen, waren de eigenaren, zo dachten ze, zo slim geweest om hun aandelenpakket van de hand te doen en wel aan de internationale onderneming High Seas Television, gevestigd in Londen. Enkele dagen na de inbeslagname was in verschillende kranten te lezen dat de nieuwe beheerder van RTV Noordzee, eigenlijk een lege onderneming was. De vennootschap, zo hadden journalisten uitgezocht, was op 13 november 1964 opgericht door de heer Pawson, eigenaar van een taxibedrijf in Londen. Er waren slechts twee aandeelhouders namelijk Pawson zelf en ene mevrouw Joyce Pratt uit Surbiton in Essex, die procureur-notaris was en kantoor hield aan de Broad Street in Londen, waar ook de onderneming zelf stond geregistreerd. Beiden namen voor het symbolische bedrag van één Engelse Pond, destijds rond de tien gulden, deel in de nieuwe onderneming. Pawson trok zich echter al na een paar weken uit de onderneming terug, ondanks dat hij weinig tot geen risico liep. De onderneming had dus alleen een formeel karakter.

  De directeur van High Seas Television, de toen 55-jarige Eric Bent, maakte bekend dat er een officieel protest ingediend zou worden. Hij zei, dat naar mening van zijn advocaten de Nederlandse actie onder het internationale recht geen wetskracht bezat. Hij stelde tevens niet van plan te zijn een international incident te veroorzaken. De Nederlandse raadsman van de onderneming was de in Amsterdam gehuisveste mr. H.J. Sluyter. Hij weigerde een dag na de entering zijn eventuele procesgang al in de openbaarheid te brengen. Ook werd er een persconferentie gegeven waaruit bleek dat zowel Sluyter als gedelegeerd commissaris van de REM, mr. H.J. Minderop, vooraf waren benaderd door de officier van justitie in Amsterdam, mr. J.F. Hartsuiker. Beide heren hadden gesteld geen medewerking te zullen verlenen aan de justitie maar ook geen verzet te zullen bieden. Hartsuiker maakte tevens bekend dat de volgende stap in de actie ten opzichte van RTV Noordzee de vordering tot gerechtelijk vooronderzoek zou zijn en als dit gesloten zou zijn dan diende er spoedig een mogelijke dagvaarding te worden uitgebracht. Over eventuele straffen werd gemeld dat voor de overtreding van artikel 20 van de Telegraaf- en Telefoonwet zes maanden gevangenisstraf of fl. 5.000,— boete zou staan. Op het verbreken van de zegels, die op de zenders werden aangebracht, stond nog eens twee jaar gevangenisstraf.
  Links: Foto van een van de ingezette Sikorsky-helikopters genomen door de bemanningsleden op het REM-eiland

Via de zogeheten Volks Aandelen Trust (VAT), waarvan scheepsbouwer Cornelis Verolme, Reinder Zwolsman en de bank Teixeira de Mattos de voornaamste aandeelhouders waren, hadden de kijkers zelf ook aandelen kunnen nemen in het project en velen hadden dat ook gedaan. Hoe reageerde de beurshandel de dag van de bezetting van het REM-eiland? Ondanks het nieuws van de justitiële actie bestond er die dag toch nog enige vraag naar REM-aandelen. De koers van het aandeel ging opmerkelijk genoeg zelfs enigszins omhoog en kwam op fl. 17,— te staan tegen een bedrag de vorige dag van fl. 16,25. Op 19 december 1964 bleek dat onze westelijke buren konden lezen dat er in het Hogerhuis ontevreden was gereageerd op de acties van de Nederlandse autoriteiten: "Engeland wil overeenstemming met andere Europese landen voor een gezamenlijk optreden, alvorens iets te doen tegen piratenzenders op schepen die buiten de Britse kusten opereren." Dat bracht Lord Hogson in het Hogerhuis naar voren. Hij voegde eraan toe dat de Nederlandse regering een drijvend radio- en televisiestation met behulp van de marine het zwijgen had opgelegd: "Wij achtten het beter dat deze kwesties door een internationale overeenkomst wordt geregeld. Wij menen dat het probleem van de piratenzenders niet door unilateraal optreden kan worden opgelost, omdat de storing dan zal voortduren."

  De programma's van RTV Noordzee hadden in de maanden voor de actie van de overheid bewezen dat ze aansloegen bij het kijkerspubliek in het westen van Nederland. Vooral de nieuwe televisieseries sloegen enorm aan, waarbij ook de vroege avondprogrammering van familieprogramma's erg werd gewaardeerd. Dit had de bestaande publieke omroepen aan het denken gezet en besloten werd in de tweede helft van het winterseizoen ook series te gaan aankopen en inzetten, iets wat tot op dat moment op schrale wijze had plaatsgevonden in Bussum. De toenmalige directeur televisie van de AVRO, Siebe van der Zee, stelde in de week na de inbeslagname serieus te overwegen om bepaalde populaire programma's van RTV Noordzee over te nemen van de REM-exploitanten. Gedacht werd aan het zeer populaire programma's Ben Casey, The Saint en Wagon Train. In een van de kranten werd trouwens gesuggereerd, dat men met de leiding van de AVRO zeker tot overeenstemming zou gaan komen. "Want," zo viel te lezen, "de directeur van de REM, Joop Brandel, had zich ondanks vele en drukke vergaderingen weten vrij te maken om samen onlangs met de REM-omroepster Hetty Bennink deel te nemen aan het AVRO tv-spel Wachtwoord."
  Rechts: Jo Brandel kijkt met een glimlach naar minister Scholten

Voor een grote groep van medewerkers was ook opeens de toekomst onduidelijk geworden. Zo was er bijvoorbeeld producer Dick Harris, die speciaal voor het REM-project zijn baan bij de VARA had opgezegd. Binnen een paar maanden na zijn eerste werkuren voor RTV Noordzee was het al weer totaal stil in de kantoren van de REM in Amsterdam. Voor velen was er spoedig toch weer werk binnen radio- en televisieland. Dick Harris verhuisde naar onze oosterburen waar hij door Rudi Carrell werd ingehuurd om mee te werken aan zijn steeds groeiende carrire in het toenmalige West-Duitsland. Helemaal onverwacht was dat overigens niet, omdat Harris nog op 5 mei van dat jaar — toen nog in dienst van de VARA — Carrell's fameuze Robinson Crusoë Show had geregiseerd, waarmee deze een Zilveren Roos won op het tv-festival van Montreux.

  Op 22 december 1964 maakten diverse kranten bekend dat de eigenaren van de REM-apparatuur toch niet zo blij waren met de verzegeling van de zenders, zoals in opdracht van de overheid was geregeld. Hun ongenoegen bereikte ook de politiek. In de Tweede Kamer werd namens de VVD door mevrouw Van Someren- Downer gesteld dat het onverantwoord was dat de apparatuur was verzegeld en dat de bestaande situatie zou leiden tot complete verwoesting van de zenders. De reden was dat onderhoudstechnici bij de toen aangebrachte verzegeling geen ruimte hadden om bij de inhoud van de kasten te komen. Ze stelde aan de regering de vraag of de zegels op een zodanige manier zouden kunnen worden aangebracht zodat onderhoud wel mogelijk zou zijn. Zij wees er tevens op dat, wanneer er geen verandering zou komen in de verzegeling, corrosie en ander bederf vrij spel op de zenders zouden krijgen. Evenals Tweede Kamerlid voor de KVP, Mr. P.A. Blaisse, pleitte ze ervoor zo snel mogelijk op land ruimte te zoeken voor herplaatsing van de televisiezender van het REM-eiland. Op 24 december togen twee ambtenaren van de PTT naar het eiland. Het hoofd van de bijzondere radiodienst, R.J. Knobbe, werd vergezeld door de chef opsporingsdienst, D. Neuteboom. De laatste was verantwoordelijk geweest voor de verzegeling en in overleg met de REM-onderhoudstechnici werden vitale onderdelen uit de zenderkast gehaald en werd de verzegeling zodanig aangebracht dat er groot onderhoud kon worden gepleegd.
  Links: Een van de zegels die op de zenderkasten was aangebracht

Ook een ander onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het Nederlands Instituut voor Publieke Opinie, kwam met resultaten: "Liefst 81 procent van de ondervraagde televisiebezitters in West Nederland is vóór voortzetting van TV Noordzee door de TROS. Tweeënzeventig procent van de ondervraagde televisiebezitters, verdeeld over geheel Nederland, is vóór voortzetting van de programma's als TROS. Men stelde dat het ging om een representatieve steekproef onder 920 mensen. Gebleken is dat onder de aanhangers van de grotere politieke partijen van de KVP'ers tweeënzestig procent voor was, van de PvdA achtenzestig procent en onder de ondervraagden die VVD stemden er vijfenzeventig procent voor voortzetting had gestemd."

  Tijdens de laatste weken van uitzendingen van RTV Noordzee hadden de medewerkers een actie opgestart onder de noemer "Gooi de trossen los," waarbij het mogelijk was lid te worden van de TROS, de Televisie Radio Omroep Stichting. Onder die noemer zouden Radio en TV Noodzee aan land moeten worden gebracht. Ondanks de inbeslagname van de apparatuur op het REM-eiland bleven de Nederlanders de REM trouw want eind december 1964 werd bekend dat er een grote kans was, dat de TROS in de toekomst een publieke omroep zou worden aangezien er zich al liefst 230.000 mensen hadden aangemeld voor een lidmaatschap. Het initiatief kwam overigens niet van de kant van de medewerkers. In werkelijkheid was de aanvraag voor een concessie al op 7 december ingediend door het bestuur van de TROS-REM en gedeponeerd bij de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. In de aanvraag was vermeld dat de TROS het liefste zendtijd zou willen hebben op Nederland 1 of het toekomstige Nederland 2 en wel in de uren tussen half zeven en acht in de avond als wel tussen tien en half twaalf in de avond. Juist die uren waarin de RTV Noordzee destijds haar televisie-uitzendingen verzorgde. Bovendien had het bestuur in de brief gesteld dat, in afwachting van de beslissing van de minister, men graag een voorlopige bestendigheidmaatregel wenste. Hierbij dacht men aan een tijdelijke machtiging om de Noordzee-televisiezender en -radiozender te mogen gebruiken. De toenmalige verantwoordelijke minister van OKW was mr. Th. Bot en deze verklaarde, naar aanleiding van de tijdelijke aanvraag, dat het onmogelijk zou zijn de zenders op het REM-eiland voor dit doel te activeren. Een reden gaf hij echter niet aan.
  Rechts: Aanmeldingskaart TROS (klik op de afbeelding voor een grotere weergave)

Op 6 januari 1965 stond in het Haarlems Dagblad het volgende te lezen: "Het officiële protest dat de Britse High Seas Television bij de Nederlandse regering heeft ingediend tegen het verzegelen van de zenders, is geschiedt door de raadsman mr. Sluyter te Amsterdam." De jurist had een soortgelijk protest ingediend namens de officiële eigenaar van het eiland, de Panamese maatschappij Exomar waarin zowel ir. Heerema als Cornelis Verolme belangen hadden. Beide protesten zijn toen ter afhandeling in de handen van Justitie gesteld. De eigenaren en de Britse onderneming maakten bekend dat ze voorlopig zouden volstaan met deze protesten. Sluyter beantwoordde nog wel de vraag van een journalist of eventueel gebruik zou worden gemaakt van een strafzaak tegen de Nederlandse staat: "Daar staat in het wetboek een mogelijkheid van een periode van vijf jaar voor en dus hebben we daar alle tijd voor."

  En dan heersten er nog twijfels over de vraag of de komst van Radio en TV Noordzee een negatief effect hadden gesorteerd op de reclame-inkomsten van haar concurrenten. Dat vraagteken werd rechtgetrokken tot een uitroepteken, want eind februari 1965 meldde de redactie van Revue der Reclame dat de uitzendingen van RTV Noordzee wel degelijk invloed hadden gehad op de uitzendingen van Radio Veronica en Radio Luxembourg. In het laatste kwartaal van 1964 had Radio Luxembourg, dat overdag nog een groot aantal uren in het Nederlands programmeerde, een terugval in reclameomzet van zes procent. Bij Veronica kwam dit percentage zelfs op vijftien procent. Als gevolg daarvan werden vele freelancers aan de kant gezet en andere programma's van freelancers ingekort.
  Links: Oproep tot deelname aan de TROS (klik op de afbeelding voor een grotere weergave)

Op 26 februari 1965 werd bekend dat de technische dienst van de PTT, destijds verantwoordelijk voor het zenderpark in Nederland, een advies had gegeven aan het kabinet over de toekomst van de televisiezender die op het REM-eiland stond opgesteld. Er waren namelijk andermaal vragen gesteld door het toenmalige Tweede Kamerlid voor de VVD, mevrouw Van Someren-Downer. Zij meende dat door het inzetten van de zender op het eiland een grote televisiekeuzemogelijkheid zou kunnen worden verwezenlijkt. De PTT keurde het idee echter af gezien de zender op het eiland werkte op kanaal 11, gelijk aan een televisiezender in het Teutenburger Woud. Hierdoor zou storing op elkaars frequentie kunnen worden veroorzaakt.

  Onmiddellijk na de eerste berichtgeving betreffende het negatieve advies stelden deskundigen dat de sterkte van de zender op het REM-eiland eenvoudig zou kunnen worden beïnvloed door het wijzigen van de hoogte en de constructie van de antenne. Als tevens de gerichte antenne zou worden vervangen door een zogenaamde rondstraler, zou de veldsterkte van de zender tot minder dan de helft kunnen worden teruggebracht. Uiteraard was het mogelijk de frequentie van bijvoorbeeld kanaal 11 naar 10 op te schuiven. Dat was tevens een kanaal dat voor uitzendingen aan Nederland was toegewezen op de toenmalige conferentie van de International Telecommunication Union, de ITU, gehouden in Stockholm. Hetzelfde kanaal werd al gebruikt bij een steunzender in Den Helder en tevens door een Belgische zender gevestigd in Waveren. Maar voor de regering bleef het PTT-advies bindend en zo verdween het voorstel in de prullenmand.
  Rechts: Het VVD-kamerlid Haya van Someren-Downer

Op 8 april 1965 werd er in de kranten melding gemaakt van het feit dat een woordvoerder van het parket in Amsterdam bekend had gemaakt dat er niet bij benadering kon worden gezegd wanneer de verdachten in de REM-zaak hun dagvaarding zouden ontvangen. Het gerechtelijk vooronderzoek was, volgens de woordvoerder, nog steeds niet afgerond. De verdachten in de REM-affaire, waaronder enkele buitenlanders, zouden zich te zijner tijd — zo luidde de verwachting — voor de rechtbank moeten verantwoorden wegens het illegaal uitzenden van televisieprogramma's vanaf het REM-platform, dit nadat de anti-REM-wet officieel van kracht was geworden.

  Op 28 april 1965 verscheen er een cynisch artikel in een niet bij name te noemen krant. De bron staat namelijk niet vermeld op het archiefstuk. Als kop had het artikel: "Laatste resten blootgelegd van het zuilenrijk 'Holland'." Het 'gesloten' bestel lag destijds onder vuur, wat inhield dat er meer ruimte moest komen naast de traditionele omroepen die er tot op dat moment in Nederland actief waren. Toen er eenmaal zicht kwam op een tweede televisienet, ontspon zich de discussie of dat niet commercieel moest worden. Vooraanstaande voormalige REM-medewerkers, verenigd in de TROS, opteerden los daarvan voor een eigen commercieel net. De politiek had het er moeilijk mee en uiteindelijk viel zelfs het toenmalige kabinet Marijnen over deze omroepkwestie.
  Links: Een reclame voor de REM (klik op de afbeelding voor een grotere weergave)

Maar het fictieve artikel, zogenaamd geschreven in Parijs op de datum van 20 april in het toekomstige jaar 3500, gaf een verslag over het verlies van het starre omroepbestel in Nederland en de historische vondsten die er waren gedaan. Laten we bij een deel van het verslag stilstaan: "De zekerheid dat het rijk eens heeft bestaan volgt uit het vinden van brokstukken van zeker vijf zuilen. Deze zuilen waren opgetrokken in afzichtelijke proporties, wat kan duiden op een zekere onbeheerstheid in de vormgeving van die dagen, dan wel op een verregaande zucht tot overheersing van het landschap. De fundering van deze zuilen was niet in overeenstemming met hun omvang. Duidelijk was dan ook te zien dat hun voetstukken steeds verder in de drassige ondergrond waren weggezakt. Voorts bleek dat men omstreeks 1965 nog getracht had de zaak te redden. Door Professor Sucre werd ter plekke een bronzen plaquette aangetroffen met het opschrift '1965 Het Open Bestel.' De benaming 'open bestel' dankte het geheel waarschijnlijk aan zijn doorzichtigheid, want binnen de vijfhoek te komen moet destijds onmogelijk zijn geweest."

  Maar het ging nog verder, want ook het REM-eiland kwam in het verhaal ter sprake: "Een aantal mijlen uit de kust deed professor Sucre zijn volgende ontdekking. Hij vond een groot stalen gebouw op zware stalen poten. Het moet bijna zeker worden geacht, dat een aantal mensen de ondergang van het zuilenrijk heeft zien aankomen en daarom dit eiland op poten heeft gezet. Het eiland had een volledige verblijfsaccommodatie en er bevond zich een, voor het midden van de twintigste eeuw, zeer moderne televisiezender. Aan deze, als museumstuk, zeer belangrijke zender, ontbreken echter enkele vitale onderdelen. Waarschijnlijk heeft het ineenstorten van de zuilen zoveel deining veroorzaakt, dat het eiland niet stevig genoeg was en deze onderdelen met de bewoners zijn weggespoeld."
3 Rechts: Bericht over gerechtelijk vooronderzoek (klik op de afbeelding voor een grotere weergave)

Het duurste wrak van Nederland. Op 27 juli 1965 was er opeens nieuws vanuit de rechtbank in Amsterdam. De toenmalige officier van justitie, Mr. Dr. J.F. Hartsuiker maakte namelijk bekend dat de zaak, aangespannen tegen de eigenaren van de REM wegens overtreding van de anti-REM-wet, was geseponeerd. Reden hiertoe was dat vanuit de directie van de REM bij akte was beloofd af ter zien van illegale televisie-uitzendingen gericht op Nederland. Tevens stelde hij dat er toestemming zou worden verleend aan de eigenaren om de verzegelde zendapparatuur te ontmantelen en af te voeren naar het vaste land. Daarmee was officieel ook het beslag op deze apparatuur opgeheven. Wel werden vervolgens de essentiële onderdelen ter beschikking gesteld aan het parket te Amsterdam, om het op die manier onmogelijk te maken dat alsnog tot herstart van de uitzendingen zou worden overgegaan.

  In een latere verklaring in het avondblad Het Vrije Volk werden enkele redenen aangegeven waarom de zaak geseponeerd was. Zo werd gesteld dat, gezien de verklaringen, geen herhaling van de illegale uitzendingen behoefde te worden gevreesd. De verdachten waren bovendien vreemdelingen die in verschillende landen buiten Nederland woonden. De verhoren dienden dus te geschieden via een rogatoire commissie uitgaande van de Amsterdamse rechter-commissaris en gericht tot zijn ambtgenoten in België, Engeland en Panama. "Het moet duidelijk zijn dat dit onderzoek veel tijd zal gaan kosten en dat de tijd liggende tussen het plegen van de strafbare feiten en de berechting daarvan, aanzienlijk zal zijn. De zendinstallaties opgericht zijn op een tijdstip dat het plaatsen daarvan nog niet volgens de Nederlandse wetgeving strafbaar was. Er is niet meer dan vier dagen — overigens niet in het verborgene — uitgezonden."
  Links: Recepis van de VAT (klik op de afbeelding voor een grotere weergave)

Het bestuur van het REM-project maakte nog dezelfde dag bekend dat er nog onzekerheid was inzake de toekomst van de 350.000 aandelen die er in 1964 waren verkocht: "Het REM-bestuur zal zich de komende dagen beraden over de verdere toekomst van het vennootschap en binnen enkele dagen daarna zullen de kleine aandeelhouders worden geïnformeerd over hun financiële situatie."

  Niet alleen op papier, maar ook rond het REM-eiland zelf gebeurde er nog iets. De eerdergenoemde helikopters, met als thuishaven de luchtmachtbasis Valkenburg, maakten vaak proefvluchten boven de Noordzee en op 18 augustus 1965 moest een van de marinehelikopters, de Sikorsky SH 34 J, in de directe omgeving van het REM-eiland een noodlanding maken in zee. De bemanning werd later opgepikt door twee andere helikopters. Het Algemeen Dagblad meldde de volgende ochtend dat het niet duidelijk was wat de helikopter te zoeken had in de buurt van het REM-eiland. En nog opmerkelijker was het dat de MV Delfshaven, nauw betrokken bij het bezetten van het REM-eiland, en de mijnenveger Lochum vanuit respectievelijk Hoek van Holland en Den Helder vertrokken om de ronddobberende helikopter te redden.
  Rechts: Verkoopfolder REM-eiland (klik op de afbeelding voor een grotere weergave)

Op 26 oktober 1965 werd bekend dat het REM-eiland te koop stond voor een bedrag van drie miljoen gulden. In een interview maakte ir. Heerema bekend dat eenieder die voornoemd bedrag wenste neer te leggen in aanmerking zou komen om de nieuwe eigenaar te worden: "Op het platform zelf is het stil. De zenders staan inmiddels gedemonteerd aan wal. De Panamese maatschappij, waarvoor Heerema vertegenwoordiger is, heeft nog steeds niet bekend gemaakt wat men van plan is met het eiland. Volgens Heerema maakt men wel regelmatig geld over voor de onderhoudskosten en volgens hem zou het enorm kostbaar zijn het eiland in zijn geheel te verplaatsen. Heerema: 'Ik kan me echter wel enkele bestemmingen bedenken. Wat dacht U van een vakantieoord voor sportvissers of een roulettecasino? Het zou ook goed zijn als rustoord voor overwerkte mensen. Of misschien kan Rijkswaterstaat het gebruiken voor golfmetingen?'"

  Heerema's laatste optie zou op termijn profetisch blijken. Op voorhand werd het eiland, zij het niet altijd met toestemming van de eigenaren, voor andere doeleinden gebruikt. Een paar dagen eerder al had bijvoorbeeld een groep studenten van de Utrechtse jaarclub Faustus om zeven uur in de avond het REM-platform geënterd met als doel hun installatie als lid van de jaarclub te vieren. Dankzij de kalme zee hadden de studenten weinig moeite met het veroveren van het eiland, dat praktisch onbewaakt was. Nadat zij het eiland hadden verkend en de vlag van hun dispuut hadden gehesen, begonnen de eerste voorbereidingen voor een groot feest, dat tot diep in de nacht duurde. Een ware ontgroeningpoging, die op internationale wateren dus geheel lukte. Om middernacht werden de studenten op het helikopterdek gedoopt door Neptunus, die de brandslang op de nieuwe studenten richtte. In de vroege ochtend hebben de studenten daarna het eiland weer verlaten.
  Links: De MV Delfshaven

Vooral in tijden van nieuwsschaarste is er jaarlijks berichtgeving in de kranten te lezen die normaal, buiten deze periodes om, de krantenpagina's niet zouden halen. Komkommertijd, zo wordt het genoemd. Daar had ook de Telegraaf klaarblijkelijk last van op 23 augustus 1966. Op die dag meldde de krant in de kop dat het REM-eiland alleen nog een spookeiland was, voorzien van een misthoorn en lampen. Het eiland was begin juni van dat jaar verlaten door de daar aanwezige leden van het bewakingsteam onder leiding van de Katwijker Maarten van Beelen. Men had ontslag gekregen en sindsdien stond het negentig meter hoge stalen bouwwerk er als een verlaten spookgevaarte in de Noordzee. Men meldde ook de risico's van de afwezigheid van een bewakingsdienst: "Ernstiger is, dat het allesbehalve is uitgesloten dat vroeg of laat onbevoegden het eiland zullen beklimmen en daar alles wat los en vast zit zullen gaan slopen. Dat daarbij de automatische apparatuur defect kan raken, is allerminst uitgesloten. Zelfs bij een snelle signalering kan dit 's nachts of bij mist tot ernstige gevolgen leiden."

  Intussen werd er door ambtenaren van de Dienst Loodswezen in samenwerking met die van het Departement van Justitie overleg gepleegd hoe eventuele problemen waren te voorkomen. De toenmalige inspecteur-generaal van het Loodswezen, Schout bij Nacht J. F. Drijfhout, stelde: "We beraden ons intensief over wat er nu moet gaan gebeuren. Wij willen waarschijnlijk een andere verlichting. Vooralsnog bestaan er geen plannen het eiland te annexeren. Trouwens, wanneer we het zelfs cadeau zouden krijgen, zou het geheel een kostbare geschiedenis worden. De kosten van onderhoud van de installaties zijn namelijk hoog. De verzekering heeft voor het verlaten van het eiland wel bepaalde eisen gesteld aan de automatische beveiligingsapparatuur die de internationale vuurtorenbepalingen benaderen, maar vanuit onze dienst zijn er nog extra eisen. We zullen hiervoor in overleg gaan met de eigenaren." Duidelijk was wel dat men de mast geheel niet zag als een eventuele vuurtoren want Drijfhout voegde er nog aan toe dat het eiland eigenlijk alleen maar een overbodig obstakel was.
  Rechts: Voorpagina van de allereerste REM-bode (klik op de afbeelding voor een grotere weergave)

De automatische verlichting was in de zomer aangepast in opdracht van de Panamese eigenaren door mensen van het ingenieursbureau Heerema, die verantwoordelijk was voor de beveiliging en onderhoud. Men had enorme accubatterijen opgesteld en een misthoorn geïnstalleerd, die dag en nacht werkte. Slechts eenmaal per zes maanden dienden de batterijen te worden vervangen. Onderhand werd er volop gegist over de toekomst van het REM-eiland en doken voor het eerst ook geruchten op dat Rijkswaterstaat eventueel belang had om het platform als laboratorium te gaan inrichten. Begin van de lente 1967 maakte dhr. A.A. van Rijckevorsel, namens het ingenieursbureau Heerema Engineering Service in Den Haag, pas officieel bekend dat de zenders van het REM-eiland waren afgehaald en ergens in Nederland lagen opgeslagen. Niet bekend was er op dat moment wat er met deze materialen zou gaan gebeuren.

  Ook in 1968 haalde het REM-eiland weer de journalistieke rubrieken van de Nederlandse dagbladpers. Deze keer werd er melding gemaakt van de boorvergunningen die er spoedig zouden worden uitgegeven voor de Noordzee. Ervoor verantwoordelijk was de zogenaamde mijnraad, die druk bezig was met het opstellen van adviezen aan de minister voor Economische Zaken over de aanvragen van in totaal twintig combinaties van oliemaatschappijen om naar gas en olie te mogen zoeken op de Noordzee. De uitgifte van de concessies voor de blokken van elk vierhonderd vierkante kilometer werd verwacht in de tweede helft van de maand februari. Na een heel verhaal over de eventuele locaties van de proefboringen kwam plots ook het voormalige REM-eiland in het verhaal voor: "Als mede-eigenaar ir. Heerema uit Wassenaar in de komende maanden geen koper kan vinden voor het REM-eiland voor de kust van Noordwijk, zal hij later in het jaar het platform laten slopen door een nieuw werkschip voor constructie- en boorkarweien, dat hij binnenkort op een Nederlandse werf zal laten bouwen. Het wordt een soortgelijk schip als destijds werd gebruikt voor het plaatsen van het REM-eiland. Volgens Heerema is het eiland ongeschikt om omgebouwd te worden tot boorplatform omdat dit te duur zou zijn. Het eiland is betrekkelijk goedkoop in onderhoud omdat er geen vaste bemanning meer is."
  Links: Mr. Ed, het sprekende paard

In 1969 werd een groot deel van de apparatuur van RTV Noordzee verkocht aan Arie Swaneveld, destijds wonende in Zuid Holland. Als fervent zendamateur liet hij een deel van de apparatuur ombouwen om er gelicenceerd televisie-uitzendingen mee te verzorgen. Het is nooit duidelijk geworden hoe hij echt aan de apparatuur kwam. Hij is daar altijd wazig over geweest en wilde alleen kwijt dat hij er destijds 8.000 gulden voor had neergeteld. Het enige andere bericht dat ik kon terugvinden inzake de opgeslagen apparatuur dateert van 12 februari 1966 en staat in het Haarlems Dagblad: "In het hoekje van de tot douaneloods omgebouwde voormalige visafslag van Scheveningen staat een indrukwekkend brok elektronisch vernuft ter waarde van anderhalf miljoen gulden. De alles aantastende zeedamp vreet geniepig aan de gevoelige transistors, spoelen, relais en condensatoren van een installatie, die ruim een jaar geleden nog Het Sprekende Paard, Mr. Magoo en The Saint binnen het bereik van vele televisiekijkers bracht."

  Het bericht vervolgt: "Onder welwillend toezicht van de PTT is de eens met zoveel zorg geïnstalleerde REM-apparatuur bij stukjes en beetjes per vissersschip van het REM-eiland naar Scheveningen vervoerd. De zorgzaam maar ondoeltreffend in plastic en kratten verpakte zenders, versterkers, filmprojectoren en regietafels wachten daar op een koper. Wie genoeg geld biedt kan er, na flink wat werk met een poetslap en soldeerbout, een goed uitgeruste radiotelevisiestation aan overhouden." Swaneveld zou later, in 1994, met zijn apparatuur deels onderdeel uitmaken van de overzichtstentoonstelling 'Nederlandstalige Zeezenders', die werd gehouden in het toenmalige Omroepmuseum in Hilversum. Ook heeft hij een van de radiozenders, een RCA 1 kW, in 1973 verhuurd aan Radio Atlantis. Met eigenaar Adriaan van Landschoot werd een huurbedrag van fl 750,— per week afgesproken. Dit leidde uiteindelijk tot een rechtszaak omdat Van Landschoot zijn verplichtingen ten opzichte van Swaneveld niet nakwam. Anno 2009 liggen de oude REM-spullen opgeslagen in het Zeeuwse Oude Tonge.
  Rechts: REM-apparatuur op de overzichtstentoonstelling Nederlandstalige Zeezenders, Hilversum 1994

Begin 1970 was er in de krant te lezen dat het REM-eiland zo langzamerhand was vervallen tot de categorie 'duurste wrak van Nederland.' Het eiland voor de kust van Noordwijk zag er slechts nog roestig, troosteloos en verlaten uit. Pogingen om het eiland te verkopen bleven vruchteloos en de Panamese eigenaar zat opgescheept met een schadepost van 35.000 gulden aan onderhoudskosten per maand. Toch werden de onderhoudswerkzaamheden voortgezet omdat men hoopte het eiland ooit toch eens aan een andere organisatie te kunnen slijten. Ir. Heerema, een van de investeerders, werd aan het woord gelaten: "Het eiland is een geliefd oord voor vogels geworden en dient van tijd tot tijd schoongemaakt te worden en wordt dan ook van de ernstige roestplekken ontdaan. Een volledige schildersbeurt zou echter veel te kostbaar worden en roest heeft op vele plaatsen vrij spel. Toch zal het voorlopig nog wel een paar jaartjes duren, voor het eiland in elkaar zal storten. Er worden al enige tijd geen onderhandelingen tot eventuele verkoop meer gevoerd. Bovendien heeft de heer Verolme, die zich met de verkoopplannen bezighield, op 't ogenblik wel andere problemen aan zijn hoofd."

  Op 13 mei 1972, juist op zijn verjaardag, kwam REM-voorganger Jo Brandel, in Rome op 68-jarige leeftijd te overlijden. Hij was al enkele jaren ziek. Direct na het sluiten van het REM-eiland besloot hij de film- en televisiewereld, die hem zo na aan het hart hadden gestaan, te verlaten. Verslagenheid dreef hem naar Italië om daar zijn laatste jaren door te brengen. In het omroepblad TROS Kompas dat na zijn overlijden uitkwam, was een "In Memoriam" te vinden, geschreven door Mr. J.M. Landré en Mr. H.J. Minderop.
  Links: In Memoriam Jo Brandel (klik op de afbeelding voor een grotere weergave)

Op 30 september 1972 bracht de Telegraaf een bericht waarin de plannen van Rijkswaterstaat bekend werden gemaakt inzake de eventuele aankoop van het REM-eiland. "Rijkswaterstaat voert onderhandelingen om het REM-eiland, dat sinds 1964 ongebruikt in de zee voor Noordwijk staat, aan te kopen van de Panamese maatschappij Excomar. Men neemt aan dat met de aankoop een bedrag gemoeid zal zijn van rond de half miljoen gulden. Rijkswaterstaat wil het platform gebruiken om er elektronische apparatuur te plaatsen voor de meting van golf- en stroombewegingen."

In werkelijkheid zou het nog ruim twee jaar tot na dat eerste bericht inzake Rijkswaterstaat in de Telegraaf duren, alvorens de plannen werden verwezenlijkt. Op 6 november 1974 meldde men: "Van het vroegere REM-eiland in de Noordzee is een wetenschappelijk meetstation gemaakt. Het was goedkoper dit voormalige televisiestation om te bouwen dan een nieuw kunstmatig eiland te bouwen. Rijkswaterstaat heeft het verlaten kunstmatige eiland het laatste half jaar schoongemaakt en ingericht met apparatuur, waarvoor 1,6 miljoen gulden is uitgetrokken. De aankoop van het eiland heeft 400.000 gulden gekost en dat is volgens de directie van het Ministerie voor Verkeer en Waterstaat een koopje. Het bouwen van een nieuw eiland zou ongeveer vijf miljoen gekost hebben."

  Rechts: Ferry Hoogendijk interviewt Verolme

Het eiland was met haar nieuwe functie tegelijk van naam veranderd en nu omgedoopt in "Meetpost Noordwijk." De apparatuur registreerde vanaf dat moment automatisch de golfslag, de luchtverontreiniging, de zeestromingen en windsnelheden. In de hoge zendmast zouden, zo lag het in de bedoeling, spoedig ook meetapparatuur geplaatst worden ten bate van het KNMI in De Bilt. De verzamelde gegevens werden in die tijd radiografisch doorgestuurd naar de vuurtoren in Noordwijk, vanwaar ze door werden gestuurd naar een centrum van Rijkswaterstaat. De ramen en patrijspoorten van het eiland waren door Rijkswaterstaat extra versterkt en voorzien van elektronisch traliewerk, dat de wal bij onraad onmiddellijk waarschuwde. Ook had de Marineluchtvaartdienst beloofd om het eiland vanaf dat moment regelmatig in de gaten te houden.

4 Het eiland als film- en zendlocatie. In juni 1976 werd bekend dat een oud idee van de TROS uit 1973 om een speciale aflevering van de Duitse televisieserie Tatort te maken rond het REM-eiland, werkelijkheid zou gaan worden. Eind van die maand begonnen namelijk de opnamen op het voormalige REM-platform in een coproductie van de TROS en de Duitse NDR. Gepland was een aflevering van negentig minuten. Daarin speelden aan Nederlandse zijde ondermeer mee Pieter Lutz als politieofficier, Pieter Groenier als een kapitein van een kustwacht bewakingseenheid, Maxim Hamel als majoor van de luchtmacht en John Leddy als luchtmachtsergeant. Het plan van plaatsvervangend hoofd Drama van de TROS om Rijk de Gooyer de hoofdrol te laten spelen van een Nederlandse ex-luchtmachtpiloot, die aan lager wal was geraakt en een bankroof pleegde en vervolgens via allerlei omwegen naar het REM-eiland vluchtte, ging niet door aangezien Mooren de mensen van de NDR niet kon overtuigen van De Gooyer's acteertalenten. Ze zochten meer iemand met de allure van een Steve McQueen, die men echter ook niet in Duitsland kon vinden. Daarom werd er een Britse acteur ingehuurd die geen woord Duits of Nederlands kende. Brian O'Shaughnessy werd de hoofdrolspeler, maar zijn rol werd qua audio nagesynchroniseerd door de Nederlander Peter Cuypers, die al jaren in West-Duitsland woonde. "Trimmel und die Tulpendiebe," zoals de aflevering heette, werd een paar maal op de Nederlandse televisie uitgezonden en is voor de REM-volgers een collectors-item.
  Links: Logo Tatort

Het idee voor een dergelijke onderneming stamde, zoals gezegd, al uit 1973. Al in dat jaar probeerden Gjalt Wijnstra en Bernard Ubbink van de TROS de NDR-leiding te interesseren voor het gedeeltelijk draaien van een aflevering op het voormalige REM-platform. Het was echter de directie van Rijkswaterstaat, die even eerder het platform had gekocht, die toen roet in het eten gooide. Het eiland dat vele jaren niet in onderhoud was geweest, had net een gigantische opknapbeurt en verfbeurt gehad en de nieuwe eigenaar zag het filmen daarom niet zitten. Het idee werd twee jaar later weer opgepakt toen de leiding van de TROS met plannen ter viering van het tienjarig bestaan als omroep rondliep. Er werd door Mooren een vervangend draaiboek geschreven die naar de regie van de Duitser Friedheim Werremeier zou worden gedraaid.

  Andermaal kwam de leiding van Rijkswaterstaat niet met een toestemmingsbrief over de brug. Men had net zeer dure en ingewikkelde beveiligingsapparatuur aangelegd en men was bang voor grote schade. Na langdurig overleg op het allerhoogste niveau werd toen door de toenmalige minister van Rijkswaterstaat, Tjerk Westerterp, toestemming verleend tot gebruik, dit echter onder voorwaarden. De TROS, zo werd vastgelegd, zou als eerste verantwoordelijke worden aangeklaagd bij eventuele schade. De NDR had voor de aflevering, die destijds een half miljoen gulden kostte, een verzekering afgesloten ter hoogte van vier miljoen gulden. Voordat de opnamen tussen 22 juni en 16 juli werden gedraaid, waren er al tal van opnamen gemaakt in Hamburg, op Schiphol, in Soesterberg en in een nagebouwd politiebureau in Amsterdam.
  Rechts: De overval op het REM-eiland

Ook als het ging om de oorspronkelijke doelstelling van het eiland, als locatie voor televisie- en radio-uitzendingen, werd de naam van het platform nog steeds genoemd. Zo viel op 27 augustus 1994 het volgende bericht te lezen over de toekomst van het REM-eiland, een bericht dat destijds vanuit de Gemeenschappelijke Persdienst was verspreid: "De initiatiefnemers van het commerciële nieuwsstation AM-Nieuws zijn dringend op zoek naar een plaats om een zendmast te bouwen. Geen enkele gemeente in Nederland heeft tot nog toe toestemming verleend voor de bouw van een 120 meter hoge zendmast, die nodig is voor een landelijk bereik. Als een van de locaties komt het voormalige REM-eiland voor de kust van Noordwijk in aanmerking, zegt uitgever M. van den Biggelaar." Op dat moment bestond het 24-uurs-nieuwsstation alleen nog maar op papier en was een samenwerkingsverband tussen de krantenuitgeverij Dagbladunie en uitgever Van den Biggelaar. Men kreeg begin 1994 een middengolffrequentie toegewezen van het toenmalige ministerie voor WVC. De 1395 kHz, die officieel voor Nederland beschikbaar is, bleek echter voor de organisatie onbruikbaar daar dezelfde frequentie destijds ook door Radio 10 werd gebruikt. Daardoor kreeg men vervolgens de 747 AM toegewezen, een frequentie destijds nog in gebruik door Radio 1, maar die spoedig alleen op de FM en kabel te beluisteren zou zijn.

  Maar om op het plan tot gebruik van het REM-eiland als zendlocatie terug te komen: Nozema, verantwoordelijk destijds voor plaatsing en onderhoud van de in Nederland gebruikte zenders en zendmasten, onderzocht de mogelijkheid tot gebruik van het platform. Helaas was dit niet mogelijk in combinatie met de andere activiteiten, die al op het voormalige REM-eiland werden uitgevoerd. Bovendien kreeg men geen toestemming van de autoriteiten het eiland als medegebruiker te 'bezetten'. Een grote stroom aan klachten van milieuactivisten en milieuorganisaties, die te grote verontreiniging verwachtten, was de reden van de weigering. Het station begon enkele jaren later aan land als Veronica Nieuwsradio, maar raakte al vrij snel verstrikt in het web van tegenstanders, financiële manipulaties en een te voortvarend programmaplan en de organisatie werd binnen drie jaren failliet verklaard.
  Links: Een van de ingezette Sikorsky-helikopters

Meer succes hadden sommige zendamatuers. In de loop der jaren is er namelijk een beperkt aantal zogenaamde twee-meter-expedities geweest vanaf het REM-eiland. Een van de gelicenceerde zendamateurs, die op die manier actief zijn geweest, is Theo Tromp. Hier volgt zijn relaas: "Ik schrijf 1995 en het leek me als gelicenceerd radiozendamateur heel boeiend om samen met een andere zendamateur eens wat te gaan doen vanaf het REM-eiland, wat in die tijd nog volop dienst deed als Meetpost Noordwijk van Rijkswaterstaat. Enerzijds omdat het in radiotechnisch opzicht een prachtige locatie was, zonder obstakels en met prima propagatie over het zoute water; anderzijds kwam toch ook bij mij de nostalgie een beetje om de hoek kijken. In de maand februari van dat jaar heb ik een verzoek hiertoe gericht aan eigenaar Rijkswaterstaat, die aanvankelijk minder enthousiast was over dit voorstel danikzelf. Maarer werd tocheen paar weken later naar me teruggebeld en men had goed nieuws: we kregen toestemming om een paar dagen vanaf het platform uit te zenden op een aantal radioamateurfrequenties waaronder de bekende 2-meter-band."

  "Via de platformbeheerder konden we een afspraak maken voor een eerste verkenning en deze vond plaats op een mooie meidag. Er moest proviand worden gebracht en personeel van boord worden gehaald. Intussen hadden mijn collega-zendamateur Rene en ik de tijd om te kijken waar we later dat jaar, in overleg met de platformbeheerder, onze apparatuur en antennes zouden kunnen plaatsen. Tijdens dit eerste bezoek werden we getrakteerd op een overheerlijke lunch en het boordpersoneel vond onze plannen toch wel spannend! Tegen het einde van die middag werd ons ingefluisterd dat er voor de eerste week in juli onderhoudswerkzaamheden op het platform waren gepland en wij die week mee mochten, dus hadden we nog alle tijd omdingen te gaan organiseren. Rond 15.30 uur die middag, vertrokken wij, blij en met een heel goed gevoel, van het REM-eiland terug naar de haven van Scheveningen, vooral denkend aan alles wat geregeld moest worden. Denk daarbij aan zaken zoals radioapparatuur, meetapparatuur, antennes, QSL-kaarten en verzekering, om eens wat te noemen. Een bekende firma in communicatieapparatuur te Katwijk was bereid om ons te sponsoren en men stelde voor ons experiment kostbare apparatuur beschikbaar, zoals zendontvangers voor de VHF-2-meter-band, de UHF-70-cm-band en de 6-meter-band."
  Rechts: De door zendamateurs gebruikte uitzendantenne op het voormalige REM-platform

"Omdat wij beiden in die tijd nog niet over de zogenaamde A-licentie beschikten, mochten we helaas (nog) niet op amateurfrequenties in de kortegolf uitzenden. De weken na dit eerste platformbezoek verstreken; we hadden onze zaken goed voorbereid en georganiseerd en de maand juli naderde met rasse schreden. In het daaraan voorafgaande weekend was er contact met de platformbeheerder om een en ander af te stemmen voor het vertrek naar het platform die maandag. De bedoeling was om ons te melden om half acht 's ochtends bij een Scheveningse reder en de afvaart zou vervolgens om acht uur plaatsvinden. Ten tijde van dit contact was het schitterend weer; het leek erop dat alles goed zou verlopen, maar we hadden te vroeg gejuicht. In de nacht voor ons vertrek naar de Meetpost trok een fikse onweersbui over en het mooie weer was die maandag voorbij. Toch meldden wij ons, bepakt met onze elektronica en antennes in Scheveningen, want het zou gewoon doorgaan ..."

  "Eenmaal op zee echter, na een tocht van anderhalve mijl in stevige wind en regen, keerde het hele gezelschap, dat bestond uit de platformbeheerder, onderhoudsmonteurs, kokkin en twee zendamateurs, terug naar de haven van Scheveningen. Het zou onder deze weersomstandigheden ondoenlijk zijn om aan te leggen en de voor die ochtend voorspelde weersverbetering bleef vooralsnog uit. De onderhoudsploeg moest toch naar het werk op zee en zodoende werd voor de heenreis een helikopter besproken als alternatief; dat betekende met zijn allen naar Rotterdam Airport rijden en een grote helikopter bracht ons vervolgens in een kwartier op het REM-eiland. Dit terwijl onze apparatuur, de proviand en wat spullen van het personeel alsnog per boot werden gebracht; er hoefde immers niemand over te stappen daar er gebruik werd gemaakt van een takelsysteem voorzien van manden om de zaken van de boot te halen."
  Links: De tender die de apparatuur van de zendamateurs naar het voormalige REM-eiland bracht

"Eenmaal op het platform viel het op dat er best nog sporen van het verleden zichtbaar waren, zoals de aanhechtingspunten op de plek waar eens de grote mast heeft gestaan en de nog te herkennen ruimte van wat ooit een studio was. Deze ruimte was inmiddels deels gevuld met allerlei apparatuur met betrekking tot meteorologisch onderzoek en ingericht als eet- en kantoorruimte. In gedachten hoorde ik de tune van de televisieserie Mr. Ed." De boordaccomodatie was ook zonder meer goed te noemen met ondermeer een groot aantal hutten en een fitness- en televisieruimte. De stroomvoorziening bestond uit drie DAF-generatoren van 40 kVA elk en alles was in een pico bello staat van onderhoud. Na aankomst mochten wij, in verband met de vrij harde wind, nog niet naar buiten om de antennes te installeren maar intussen kon veel nuttig werk worden verricht door de radioshack alvast in te richten en de apparatuur aan te sluiten. Dit terwijl het weer gelukkig verbeterde en wij buiten op dit roemruchte platform onze antennes konden gaan plaatsen."

  "Korte tijd later werd deze locatie geactiveerd onder de speciale roepnaam PA56REM en konden de uitzendingen, die bijna vier dagen zouden duren, beginnen. De respons van zendamateurs uit Nederland en daarbuiten was enorm, ook omdat de expeditie ruim van tevoren was aangekondigd ondermeer op de pagina's van de TROS via Teletekst en bij amateurradioverenigingen. Collega-amateur Rene en ik hadden het de dagen erop druk om honderden en honderden verbindingen te maken met alle zendamateurs die ons aanriepen. Tijdens ons verblijf werden er veel las- en schilderwerkzaamheden uitgevoerd en niets wees nog op een op handen zijnde onttakeling, het trieste besluit hiertoe zou immers pas enige jaren later worden genomen. Er ontstond een bijzonder prettige verstandhouding met het personeel waar we veel tijd mee doorbrachten ondermeer tijdens de gezamenlijke lunches en het avondeten. Een paar dagen later, op een warme donderdag, kwam er een einde aan ons mooie radioavontuur waar we vooraf zo lang mee zijn bezig geweest. Vroeg in de middag verscheen de tender vanuit Scheveningen en rond twee uur namen we afscheid van het eiland, op de boot namijmerend over deze dagen die we voor geen goud gemist zouden willen hebben." Aldus het verhaal van Theo Tromp uit Rijswijk.
  Rechts: QSL-kaart van de PA56REM op het REM-eiland (klik op de afbeelding voor een grotere weergave)

Met Rijkswaterstaat als eigenaar leek het voormalige REM-eiland zijn nieuwe bestemming te hebben gevonden. Nog in het jaar 1996 kwamen er positieve berichten naar buiten over de activiteiten van de onderzoeksgroep op het REM-eiland. In diverse kranten, waaronder het Leidsch Dagblad, was in oktober van dat jaar te lezen dat op het voormalige REM-eiland dat jaar enkele zeer succesvolle onderzoeken waren uitgevoerd. Ondermeer was er de uitwisseling van het meest bekende broeikasgas, kooldioxide, waarbij een toen nog niet eerder bereikte nauwkeurigheid der samenstelling kon worden bepaald en benoemd. De onderzoekers slaagden er tevens voor de eerste maal in om rechtstreeks de stroom van het gas DMS te bepalen. DMS is van invloed op de vorming van de wolken en daarom van groot belang bij mogelijke klimaatveranderingen. De berichtgeving werd gedaan in verband met het ingaan van de tweede periode van een langdurig meetexperiment dat met acht miljoen gulden werd gefinancierd vanuit de Europese Unie. Bij het onderzoek werd niet alleen de apparatuur op het REM-eiland ingezet maar tevens gebruik gemaakt van het Britse onderzoeksschip MV Challanger, dat een in zee gebrachte gaswolk ging volgen om te kijken hoe die veranderde onder invloed van de zeereis.

  Onderzoeker Oost stond een journalist te woord namens het KNMI, waarbij hij verraadde dat er toen recentelijk zeer geavanceerde nieuwe apparatuur aan boord van het REM-eiland was gebracht en gemonteerd, waarbij men probeerde uit te vinden hoe groot de invloed van de wind, de golven, de stroming en de temperatuur op die uitwisseling was. De nieuwe apparatuur kon de informatie, die normaal in een uur tijd werd verzameld en verwerkt, toen al in twintig minuten aan. Het onderzoeksprogramma had in 1984 al een aanvang genomen onder de noemer 'Hexosproject'.
  Links: Joop Landré en Hans Knot 1987

Intussen waren ook de eerste boeken over de REM verschenen. De naam van Joop Landré is verbonden met de omroepwereld als een van de grondleggers van de TROS. Samen met Mr. Minderop maakte hij deze omroep in een zeer korte periode, nadat het in 1966 als omroep tot het bestel was toegelaten, tot de belangrijkste van dat moment. Landré studeerde rechten en was in 1934 aangenomen als redacteur bij de Telegraaf. Voor de oorlog nog verhuisde hij naar Philips, waar hij in eerste instantie bij de reclameafdeling werkte maar later perschef van het bedrijf werd. Het eerste stempel dat hij op de radiowereld drukte was die op Radio Herrijzend Nederland, waar hij chef nieuwsdienst was. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij benoemd tot directeur van de toenmalige Regering Voorlichtingsdienst. Maar zijn loopbaan was bij lange na nog niet compleet. Daarna werd hij immers directeur bij het Polygoon Journaal en weer later nog directeur van de Nederlandse Film Productie Maatschappij in Rotterdam. Gedurende dit laatste werkverband raakte hij tevens betrokken als juridisch adviseur bij RTV Noordzee. In 1966 volgde zijn benoeming tot directeur van de TROS. Klein van stuk werd hij met grote achting door velen bewonderd. In 1974 bereikte hij dan wel de pensioensgerechtigde leeftijd, maar hij ging door met het maken van radioprogramma's gericht op zijn leeftijdgenoten. In 1985 nam hij het eerste exemplaar in ontvangst van mijn publicatie Van REM naar TROS in het Badhotel te Scheveningen. In september 1994 kwam Landré met zijn eigen boek op de markt. In Joop Landré vertelt verhaalde hij op anekdotische en humoristische wijze over zijn belevenissen sinds 1909. Op 20 maart 1997, kwam hij op 87-jarige leeftijd te overlijden.

  In oktober 2003 meldde de Telegraaf dat een van de nieuwe licentiehouders van een aantal middengolffrequenties in ons land belangstelling had voor het gebruik van het REM-eiland. Het ging daarbij om de Utrechtenaar Ruud Poeze: "Hij wil het met ondergang bedreigde platform, wat ooit de bakermat van de TROS was, 'in oude luister' herstellen. Het onderhoud van het bijna veertig jaar oude televisieplatform van de voormalige Reclame Exploitatie Maatschappij (REM) is te duur geworden voor Rijkswaterstaat. Als zich voor januari geen sluitende exploitatiemogelijkheid voordoet, wordt het huidige 'Meetstation-Noordwijk' begin volgend jaar buiten bedrijf gesteld. In dat geval moet het platform binnen twee jaar volledig zijn afgebroken. De plannen om vanaf het voormalige REM-eiland een of meer radiostations te beginnen, komen van Ruud Poeze, die onlangs een aantal uitzendfrequenties op de Nederlandse middengolf kocht. Vooral vanuit Engeland is de belangstelling voor radio vanaf de Noordzee groot, omdat daar geen vrije frequenties meer voorhanden zijn." Tot realisatie kwam dit plan echter ook niet.
  Rechts: De control room op het REM-eiland

Een jaar later, in de julimaand van het jaar 2004, werd er andermaal een initiatief gelanceerd voor hergebruik van het platform. Een combinatie van bedrijven en instellingen zag mogelijkheden om het bouweerk op zee een recreatieve en educatieve functie te geven. De woordvoerder van REMco, een van de initiatiefnemers, formuleerde het als volgt: "Het REM-eiland is nu bijna veertig jaar oud en zo goed als op. 'Er zal groot onderhoud moeten plaatsvinden en dat is ons te duur,' aldus de directie Noordzee van Rijkswaterstaat. Op 15 augustus 1964 begonnen de uitzendingen van Radio Noordzee en TV-Noordzee vanaf het REM-eiland. Vier maanden later stak politiek Den Haag daar een stokje voor om het toenmalig omroepbestel te beschermen. De REMco wil samen met Goesting Events, Stichting de Noordzee en OCN, een cultureel netwerk, de sloop van het REM-eiland bij Noordwijk (tijdelijk) voorkomen. De overheid heeft bekendgemaakt het platform niet langer in stand te willen houden en zoekt een koper of laat het platform slopen. In ieder geval wil REMco de sloop tegengaan en het platform nog zeker de komende drie jaar exploiteren. Hiervoor heeft zij onlangs een plan gepresenteerd aan de huidige eigenaar. Goesting Events organiseert bijvoorbeeld verschillende activiteiten rond het platform. Zo kunnen geïnteresseerden een Life Rescue training volgen en met de boot of helikopter een bezoek brengen aan het REM-eiland."

  "Het offshore platform staat nu precies veertig jaar in zee, op bijna tien kilometer van Noordwijk, en is ooit begonnen als zendstation (REM stond voor Reclame Exploitatie Maatschappij). Vervolgens heeft Rijkswaterstaat de touwtjes in handen genomen en heeft het REM-eiland decennia lang als meetstation gediend. Voor Nederland is deze locatie uniek, omdat er volgens REMco geen betere plek is om de zee te ervaren. Haar doelstellingen zijn dan ook: het bijdragen aan bewustwording over de zee en het vergroten van draagvlak voor duurzaam gebruik van de zee in de samenleving. Het optimaal gebruik maken van de educatieve, wetenschappelijke en culturele kwaliteiten van het platform; grote groepen inwoners direct of indirect in contact brengen met de educatieve en culturele functie van het nieuwe REM en uiteindelijk ook hierdoor bijdragen aan het op passende wijze 'afscheid' nemen van een cultureel erfgoed."
5 Links: Ontwerptekening van het REM-eiland (klik op de afbeelding voor een grotere weergave)

Op weg naar het einde. Op 15 april 2005 werd het bericht dat het eiland te koop stond definitief bevestigd. Het volgende persbericht ging door geheel Nederland: "Het REM-eiland (Reclame Exploitatie Maatschappij) staat te koop. De beheerder Rijkswaterstaat bevestigde vrijdag dat het stalen eiland voor de kust van Noordwijk in de verkoop gaat. Anderhalf jaar geleden maakte de directie Noordzee van Rijkswaterstaat al duidelijk dat het meetpunt voor onder meer golfslag overbodig was geworden. In eerste instantie zou het Meetpunt Noordwijk gesloopt worden. 'Mocht de verkoop deze zomer niet doorgaan, dan wordt het alsnog ontmanteld,' zei een woordvoerder van Rijkswaterstaat. De toekomstige kopers moeten aan een aantal voorwaarden voldoen: 'Een vuilverbrander zal er bijvoorbeeld niet komen.' Volgens de woordvoerder van Rijkswaterstaat heeft onder meer de Stichting Noordzee interesse voor het eiland getoond. De Dienst der Domeinen van het Ministerie van Financiën zal, zoals gebruikelijk bij rijksbezittingen, de verkoop op zich nemen. Hoeveel het eiland moet kosten, hangt af van de koper met het beste plan en bod voor het meetpunt. De jaarlijkse lasten voor het oude en versleten platform bedragen tussen de 500.000 en 700.000 euro. Het gevaarte van twaalf bij vierentwintig meter, met twee dekken en een helihaven, ligt sinds 1964 negen kilometer uit de kust voor de badplaats. Enkele topmannen uit het bedrijfsleven begonnen er toen onder leiding van scheepsbouwer C. Verolme de Reclame Exploitatie Maatschappij als commerciële reactie op het toenmalige omroepbestel."

  In juli 2006 kreeg ik, via Rob Olthof van de Stichting Media Communicatie uit Amsterdam, een aantal foto's toegestuurd van Jaap van Duijn. Van Duijn is lezer van het International Radio Report, dat ik maandelijks via het internet de wereld instuur. Het betrof vier foto's, die ooit gemaakt vanuit de mast van het REM-eiland. Er ontbrak helaas een verhaal bij de foto's en daarom vroeg ik hem om zijn herinneringen erbij op te schrijven. Hier volgt zijn relaas:
  Rechts: Illegaal klimmen in zendmast

"Tussen 1969 en 1973 brachten wij zomers, met tussenpozen, een bezoek aan het REM-eiland. Soms ging ik er zeilend met mijn catamaran heen, dan weer met een visbootje. Dat ging dus beslist niet met toestemming. Ik zou ook niet geweten hebben aan wie we toestemming moesten vragen. De betreffende foto's heb ik in augustus 1972 vanuit de nok van de toren van het REM-eiland gemaakt. Wat ik me er nog van herinner is dat het geweldige uitzicht, dat je daar op zo`n honderd meter hoogte had. Wat me ook altijd is bijgebleven is, dat als je het REM-platform op een paar honderd meter genaderd was je altijd weer de dieselgeur rook. Afmeren deden we destijds aan een paal die klimtreden had. Boven moest je jezelf dan om de paal heen wurmen, om vervolgens op een stel balken te kunnen komen. En vervolgens dan kruipend, vlak onder de opbouw, naar een luik, dat uitkwam in de machinekamer. Het was er toen op het REM-eiland echt al een enorme ravage. En wij waren dus zeker niet de eersten die er een bezoek brachten. Verder lagen er ontzettend veel dode vogels aan dek van het platform. In die jaren heb ik daar meerdere rollen met dia`s vol geschoten. Vaak kookten we, op een meegenomen gasbrander, een maaltijd, die we dan heerlijk op het helikopterdek, onder het genot van een glaasje gevuld met alcohol, nuttigden. Wat een geweldige tijd was dat. We voelden ons vrij met een soort van zeerover gevoel."

  "In de zomer van l973 zijn wij met heel veel boten naar Scheveningen gevaren en hebben toen een bezoek gebracht aan de Norderney. De tocht was georganiseerd door Katwijkse zeilvereniging Skuytevaert. We mochten die dag aan boord van het zendschip komen. Lex Harding stond toen aan de railing en met een megafoon aan de mond het zeilverkeer in goede banen te leiden. Op een gegeven moment lagen er zeker twintig boten aangemeerd in de buurt van de Norderney. We mochten ook een kijkje nemen in de studio en kregen we wat te eten. Bij ons vertrek waren er stickers met de tekst 'Veronica blijft als u dat wilt.' Ik heb van die dag nog een 8-mm-film bewaard. Op de terugreis voeren we langs de MEBO II van Radio Noordzee en de MV Mi Amigo van Radio Caroline. Daar mochten we niet aan boord komen. Vroeger was er bij de zeilvereniging een lid, Maarten Gips geheten. Die is ooit kapitein geweest op een van de Caroline-schepen, en heeft aan boord, geloof ik, ooit nog een huwelijk voltrokken. Bij mijn weten is Maarten later kapitein geworden op een coaster en woont nu in Duitsland. Ik zou overigens niet weten waar. Het is geen bekende van mij."
  Links: Een van de honderden cartoons over het REM-eiland

"Toen in 1974 het REM-platform in handen kwam van Rijkswaterstaat en Meetpost Noordwijk werd en de toren werd afgebroken, was voor mij het karakteristieke van het REM-eiland verdwenen. De REM was de REM niet meer. Toch doen we als de wind bezeild is, ieder jaar toch nog wel een paar keer een rondje REM-eiland. Even vanaf het Noordwijker strand — daar ligt mijn boot — recht de zee in en bij het REM-eiland aangekomen de schoten los, even kijken en met weemoed terugdenken aan die, voor ons, geweldige tijd tussen 1969 en 1973."

  Maar er waren meer boottochten, waaronder ook eentje voor de vertegenwoordigers van de pers. Op de woensdag van 8 juni 2006 bood Rijkswaterstaat aan journalisten namelijk de gelegenheid om mee te varen naar het REM-eiland om voor de laatste keer een bezoekaan en op het platform te brengen. Aan boord was ook zeezenderfan Rob Olthof, die over zijn eerste en tevens laatste bezoek aan het platform het volgende te vertellen had: "Wat alle zeezenderfans al jaren zagen aankomen zal dit jaar helaas werkelijkheid worden: het REM-eiland wordt deze zomer afgebroken. Het eiland van 'ferme jongens, stoere knapen' valt binnenkort onder de slopershamer. Rijkswaterstaat gaf woensdag 8 juni mensen van de pers en 2-meter-zendenthousiasten de gelegenheid om nog een keer het eiland te bezoeken. Voor mij was het de eerste keer. We gaan terug naar 1964. Op een mooie zaterdagmorgen hoorde ik tegen tienen een draaggolf op de 214 meter middengolf en om tien uur begon men met de woorden: 'Dit is de stem van het REM-eiland, dit is Radio Noordzee, uw Radio Noordzee.' Daarna volgden gedurende twee uur diverse soorten muziek. Om twaalf uur sloot men het programma af en ging de zender uit de ether. Diezelfde middag kwam men om vier uur weer terug in de ether."
  Rechts: Het REM-platform gefotografeerd tijdens de laatste boottocht naar het eiland op de woensdag van 8 juni 2006

"In augustus 1964 was ik bij mijn neef in Zuid Holland en toen ik uit de bus stapte zag ik een enorme hoeveelheid mensen staan bij een etalage van een radiohandelaar. Het testbeeld van RTV Noordzee was op dat moment in beeld. Ongelooflijk, ik haastte me naar mijn oom die meteen de televisie aanzette. 's Avonds gingen we naar het strand in Noordwijk en via de sterke marinekijker van mijn oom zagen we dat de helikopters af en aan vliegen. Een paar dagen later kocht ik voor mijn grootmoeder een REM-antenne, dat wil zeggen: je stond eerst in een meterslange rij op de Ceintuurbaan voor de ingang van de winkel. Een paar dagen later was het genieten van programma's als: Danger Man, Mr.Ed, het Sprekende Paard, The Saint en De Onzichtbare Man. Zoals we allemaal wel weten duurde het feest niet lang: op 17 december 1964 meende de Nederlandse overheid een eind te moeten maken aan de uitzendingen."

  "Rijkswaterstaat wil van het REM-eiland af en tijdens de bootreis had ik de gelegenheid een aantal ambtenaren van Rijkswaterstaat te spreken. Het eiland zal in juli, de weersomstandigheden moeten dan wel goed zijn, afgebroken worden. Dat gaat als volgt: het plateau wordt losgezaagd van de poten en gaat dan, met behulp van een kraan, naar Vlissingen vervoerd worden. Vervolgens worden de poten er afgezaagd tot aan de zeebodem. Na een reis met een duur van ongeveer anderhalf uur kwamen we op het eiland aan. Via de gladde trappetjes kwamen we aan boord. Eigenlijk niets bijzonders: een kamer met apparatuur van Rijkswaterstaat, wat computers, een kamer met biljart en een keuken en cabines voor het boordpersoneel. Niets herinnerde meer aan het roemruchte jaar 1964 toen Nederland zijn eerste commerciële televisie kreeg. Wat zijn wij toch een stelletje cultuurbarbaren. Een dergelijk eiland breek je toch niet af? Desnoods laat je Ruud Poeze er met zijn 40-watt-zendertjes freaken. Alweer een stuk historie naar de verdommenis!"
  Links: De Televizier benadrukte dat zij ruimte bood aan alle programma's

Voor het platform was het doek inderdaad definitief gevallen. Omdat het eiland in slechte staat verkeerde, en wetgeving ter plaatse geen ongebruikte bouwwerken toestaat, werd in september 2006 met de sloop begonnen. Objecten, installaties of werken zoals een meetplatform of booreiland, zichtbaar vanaf de kust, zijn alleen binnen de twaalfmijlszone toegestaan als het object van zwaarwegend maatschappelijk belang is en niet elders kan worden neergezet. Dat gold niet voor het REM-eiland. In de vroege ochtenduren van zaterdag 23 september 2006 werd gestart met de sloop van het REM-eiland dat werd uitgevoerd door een Nederlands-Belgische combinatie van bedrijven. Bij de sloop werd het gebouw van de stellage gebrand en omstreeks zes uur 's middags met behulp van een drijvende kraan op een ponton geplaatst. De volgende zondag werd de bovenbouw van de REM naar Vlissingen afgevoerd. De daarop volgende week zaagden duikers de draagconstructie op zes meter onder zeeniveau af. Op land werd alles verder ontmanteld. Naar verwachting werden de werkzaamheden op zee woensdag 27 september afgerond. Daarna ging het platform op transport naar Vlissingen Oost waar het REM-eiland zondagmiddag 24 september rond twaalf uur arriveerde.

  Op 29 september 2006 was inmiddels ook het onderstel gearriveerd en lag het complete platform in Zeeland. Jan Parent, die daar op die dag was gaan kijken, rapporteerde daar op de website van MediaPages destijds het volgende over: "Het bovendeel van het legendarische REM-eiland ligt nu op een ponton aan de kade bij Hoondert in Vlissingen Oost. Inmiddels is ook het onderstel gearriveerd. De holle poten van het REM-eiland zijn voor de kust van Noordwijk op zes meter onder de zeebodem losgesneden. Dat snijden gebeurde van binnenuit met de hulp van een snijrobot. De klus verliep sneller dan verwacht en vandaar dat het onderstel maandag al kon worden gelicht en de volgende dag werd koers gezet naar Vlissingen waar het transport dinsdagavond 26 september aankwam."
  Rechts: Advertentie voor de REM-studiotochten (klik op de afbeelding voor een grotere weergave)

"Het platform blijkt in zeer goede staat te zijn. Dat geldt ook voor het dertig meter hoge onderstel (jacket) dat er na tweeenveertig jaar, afgezien van een laag aangroei, zeer goed uitziet. Van roest is er nauwelijks sprake. Uit de degelijke constructie blijkt dat destijds bij de bouw op de werf van Verolme in het Ierse Cork geen halve maatregelen zijn genomen. Voorlopig blijft het REM-eiland in de haven van Vlissingen-Oost liggen. Vraag is of het de definitieve eindbestemming zal zijn. Hoondert heeft geen haast met de sloop. Men houdt nog rekening met eventuele gegadigden die het platform willen kopen en een nieuwe bestemming willen geven."

Het bleef vervolgens weer lange tijd stil rond het REM-eiland totdat op 7 juni 2008 het volgende bericht in verschillende kranten verscheen: "Het REM-eiland, ooit een platform in de Noordzee waarop de commerciële zender Radio/TV Noordzee in 1964 uitzendingen verzorgde, verhuist naar Amsterdam. De projectontwikkelaar De Principaal heeft het platform gekocht en wil het verbouwen tot een groot restaurant in 't IJ in Amsterdam. Dat heeft Jeroen Rademaker, projectleider namens De Principaal, bekend gemaakt. Het REM-eiland wordt over ruim een maand naar Amsterdam gesleept, over een jaar zal de verbouwing tot restaurant klaar moeten zijn."

  Links: Het team van TV Noordzee

Een paar dagen later viel het volgende persbericht in mijn mail box: "In de zomer van 2009 zal het REM-eiland, bekend van de eerste commerciële televisie-uitzendingen vanaf de Noordzee, nieuw leven worden ingeblazen als restaurant. Faktor Civil Engineering kreeg de opdracht het eiland te voorzien van een nieuwe ondersteuning. Terwijl men bij Faktor werkt aan de tekeningen en berekeningen voor de nieuwe ondersteuning, wordt het jacket, van het eiland momenteel in de haven van Vlissingen-Oost gestript. Het gebouw zal tevens worden voorzien van een extra verdieping. In juli 2009 zal het eiland in het IJ in Amsterdam geplaatst worden om daar dienst te doen als restaurant en vergaderruimte. In 2006 werd het gebouw van het onderstel losgebrand en werd het op een ponton naar Vlissingen-Oost versleept. Vervolgens werd het dertig meter hoge onderstel opgetild door een drijvend bok en eveneens naar de Vlissingse haven gesleept. Op 4 juni 2008 werd bekend gemaakt dat het REM-eiland was opgekocht door een projectontwikkelaar."

  Begin november 2008 kreeg ik een verzoek tot advisering vanuit De Hoge School Amsterdam, waar vervolgens allereerst op 21 november 2008 het volgende persbericht uit ontstond: "Er komt daadwerkelijk schot in de plannen het voormalige REM-eiland een definitieve plek te geven. Nadat in 2006 het eiland van de internationale wateren is gehaald, dachten velen dat de sloop in Vlissingen zou volgen. In werkelijkheid is het voormalige platform in Vlissingen opgeslagen, in afwachting van verdere plannen. Zoals bekend, is het platform inmiddels verkocht. De nieuwe eigenaar is de Amsterdamse woningstichting De Key. Deze onderneming houdt zich ondermeer in Amsterdam West bezig met een deels renoveren van historische gebouwen en deels plaatsen van nieuwbouw, waardoor dit stadsgedeelte de komende jaren erg snel zal gaangroeien. Het platform van het voormalige REM-eiland bestaat in de toekomst uit drie verdiepingen. Twee ervan zijn al voorbestemd tot inrichting als horeca-onderneming. Een visrestaurant zal er ondermeer haar onderkomen krijgen op het platform. Voor de eerste verdieping is er in de toekomst een andere bestemming."
  Rechts: Het REM-platform arriveert in onderdelen in de haven van Delfzijl (foto © Jac Mulder)

"Voor de plannen tot inrichting van de eerste verdieping is De Key in zee gegaan met de Hoge School Amsterdam, waar studenten van de afdeling Minor Management van Creativiteit en Innovatie gevraagd zijn verschillende concepten te bedenken voor de inrichting en het gebruik van de eerste verdieping. Gezien de historische lading, die het voormalige REM-eiland met zich meedraagt, is bij een van de concepten het idee naar voren gekomen, gedurende een of twee jaar, deze verdieping een museumfunctie te gaan geven. Hiervoor is een groep studenten met een aantal mensen in contact getreden om over de invulling van dit idee te gaan praten en te zien hoe het een en ander in de toekomst eventueel gerealiseerd kan worden. Er is meer dan voldoende materiaal aanwezig. Dit is zowel in beeld als geluid als tastbaar voor handen op diverse plekken in ons land. Begin december 2008 volgde een gesprek in Groningen met een aantal studenten, onder aanvoering van Chantal Klaver. Dit resulteerde in een verdere ideeontwikkeling, waarbij een aantal voorstellen door de studenten in een lijvig rapport werden voorgelegd. Ook door Rob Olthof van de Stichting Media Communicatie uit Amsterdam is aan de ideevorming meegedaan.

  Begin maart 2009 kreeg ik, via Hilly Engels van Woonstichting de Key uit Amsterdam, het bericht dat een aantal van de in het rapport voorgestelde plannen in principe gerealiseerd zouden kunnen worden. Enkele maanden later werd de daad bij het woord gevoegd. Op zaterdag 15 augustus 2009, precies vijfenveertig jaar na de eerste commerciële tv-uitzending, werd het REM-eiland door de woonstichting van Vlissingen naar Delfzijl gebracht. Nadat het daar is verbouwd zal het, als alles goed gaat, in het voorjaar van 2010 een plek krijgen aan de Haparandadam in de Houthaven in het Amsterdamse IJ.
   
Previous
  Geraadpleegde bronnen
 
  • Archief Freewave Media Magazine
  • Knot, Hans (1985), Van REM naar TROS. Amsterdam: Stichting Media Communicatie / Freewave Media Magazine.
  • Leidsch Dagblad, oktober 1996
  • Revue der Reclame, februari 1965
  • Telegraaf, Jaargang 1964 en 1965
  • Televizier, Jaargang 1964 en 1965
  • Volkskrant, Jaargang 1964 en 1965
  • Vrije Volk, Jaargang 1964 en 1965
  • Washington Post, 18 december 1964
Previous
  Meer over het REM-eiland is te vinden op de websites van MediaPages en Soundscapes
  De foto's en illustraties bij dit artikel zijn afkomstig uit de archieven van het Freewave Media Magazine, Hans Knot en het OEM en uit de persoonlijke collecties van Ton van Draanen, Jaap van Duijn, Jac Mulder, Rob Olthof, Jan Parent, Theo Tromp en Martin van der Ven. Meer beeldmateriaal over deze periode is te vinden in het archief van het VPRO-programma "Andere Tijden", dat op zondag 19 maart 2000 een item over het REM-eiland uitzond.
  2010 © Soundscapes