Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 13
juli 2010

Audio-apparatuur in historisch perspectief

 





  Bespreking van:
  • Richard Zierl (2010), Phonotechnik. Geschichte, Selbstbau und Restaurierung: Plattenspieler, Tonbandgeräte, Kassettenrekorder. Baden Baden: VTH Fachbuch Verlag (88 pagina's; 193 afbeeldingen; ISBN 978-3-88180-85-2; Euro 16,80)
door Hans Knot
Previous
  Audio-apparatuur veroudert snel, maar toch kunnen mensen met veel plezier terugkijken op hun eerste radio, platenspeler, band- of cassetterecorder. Over de geschiedenis van die apparaten schreef Richard Zierl een kort, maar interessant boekwerkje. Hans Knot bespreekt het voor ons.
 
1

Het plezier van apparaten. De gemiddelde baby-boomer heeft in zijn leven al heel wat audio-apparatuur versleten. En, hoe mooi en perfect de hedendaagse apparatuur ook is, toch denken veel mensen nog met plezier terug aan hun eerste radio-ontvanger, pick-up of spoelenrecorder. Haal voor jezelf maar eens het gevoel terug dat je had na de aanschaf van een bepaald stukje apparatuur dat in zijn categorie voor het eerst in je leven kwam. Denk daarbij vooral aan je eerste draaitafel, recorder of cassetterecorder. Gek toch, dat je decennia later je nog vlekkeloos kan herinneren hoe het ding eruit zag en waar je het hebt gekocht. Het gevoel bij die herinnering zal waarschijnlijk niet veel verschillen van het gevoel dat je had bij de aanschaf van je eerste singletje. Klaarblijkelijk kan je aan apparaten zelf met evenveel plezier terugdenken als aan de dingen die je ermee wilde of kon doen.

  Laat ik zelf maar eens beginnen met mijn draaitafel. Wij hadden er thuis al eentje, zo medio 1957. Het exemplaar was tweedehands, aangeschaft door deze over te kopen van een bevriende dame die in acute geldnood zat nadat ze zwanger was geworden en de verwekker van het kind er van door was gegaan. Mijn ouders namen de "pick-up" over als een vorm van charitas. Erbij zaten voornamelijk platen uit de Polydor-stal en wel de Duitstalige kant. Zelf schafte ik in 1966 mijn eerste draaitafel aan in de winkel van Laagspanningsnetten in Groningen. Daar ik bij het zusterbedrijf PEB van Groningen werkte, kreeg je als werknemer liefst veertig procent korting op alle wit- en zwartgoed en werd het aankoopbedrag afgetrokken van je salaris.
2 Een reisje door de tijd. Ook mijn eerste bandrecorder kan ik me nog goed herinneren. Het was een Sony die ik in 1967 kocht om nog meer materiaal van de zeezenders te kunnen opnemen. Voor die tijd had ik de Philips-recorder van mijn broer Jelle al veelvuldig voor dat doel gebruikt. Ik zie het magische groene oog van dit exemplaar nog voor me. Mijn eerste cassetterecorder werd aangeschaft op de radio- en televisieafdeling van Vroom en Dreesmann en was van het huismerk Discofoon. Het was medio 1969 dat ik de eerste cassettes kocht. Er zijn vele mensen van mijn generatie die graag terugblikken op hun eerste apparatuur. Pick-ups, spoelen- en casetterecorders: wie daar nog eens aan wil terugdenken, of zelfs zijn oude exemplaren wil repareren, kan nu terecht bij Richard Zierl die over deze drie categorieën audio-apparatuur een kort, maar prachtig boekje heeft geschreven.
  Voor de meeste mensen hebben de drie voornoemde apparaten — de draaitafel, de bandrecorder en de cassetterecorder — een directe link naar muziek. Ze gebruikten het apparaat voor het afspelen en tevens vastleggen van muziek. Slechts een klein percentage gebruikte hun bandrecorder en cassetterecorder voor het vastleggen van directe radio-uitzendingen. Beide categorieën zullen iets van hun gading vinden in het boek van Zierl. Vanaf het jaar 1950 neemt hij zijn lezers mee op een nostalgische reistochtje tot aan het beginjaar van deze nieuwe eeuw. Hij loopt daarbij chronologisch door de geschiedenis van de geluidstechniek. Het is een kort, maar indrukwekkende verhaal, dat de lezer ook aandachtig laat kijken naar de vele begeleidende illustraties die in het boek zijn opgenomen. Dat maakt het lezen tot een tijdreis vol herinneringen die de lezer veelvuldig zullen doen terugdenken aan de spannende momenten dat hij of zij gekluisterd zat aan de radio en een probleem had met dat geliefde stukje apparatuur dat je op dat moment probeerde te gebruiken.
  Zierl besteed daarbij de nodige aandacht aan de ontwikkeling van de betreffende apparatuur. Vaak sta je niet stil bij het gegeven dat het latere massaproduct, dat op een bepaald moment tegen afbraakprijzen in de winkel lag, enorm veel geld heeft gekost aan de ontwikkelingskant van het product. Zierl laat zien hoeveel tijd, energie en geld in die ontwikkeling hebben gezeten. Phonotechnik. Geschichte, Selbstbau und Restaurierung is een deels historische opsomming en deels een technisch geschrift — goed geschreven waar het gaat om het eerste, en goed onderbouwd waar het gaat om het tweede. En, het is niet alleen interessant om te lezen voor baby-boomers; ook de huidige jongeren kunnen er in kort bestek van leren hoe de voorgangers van hun geliefde mp3-spelers, computer-audioprogramma's en IPOD's werden ontwikkeld, gebruikt en gekoesterd.
   
Previous
  2010 © Soundscapes