Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 15
april 2012

Media/trial: De productie van nieuws in de zaak Van Anraat

 





  3. Media/trial in de participatiecultuur
door Rob Leurs
Previous
 

Deze onderzoeksresultaten hebben gevolgen voor het idee van de relatie tussen media en rechtspraak: het klassieke idee van "trial by media" dient te worden aangevuld met het concept "media/trial," dat veronderstelt dat media strategisch ingezet kunnen worden om de uitkomst van een rechtszaak te beïnvloeden. Binnen de hedendaagse participatiecultuur zijn dergelijke strategieën bijna onvermijdelijk. Daarom dient er een evenwicht — een "equality of arms" — te worden gezocht waarin alle procesdeelnemers toegang hebben tot mediastrategie├źn die hun juridische positie kunnen verbeteren.

 
1 Media/trial als onderdeel van een mediale paricitpatiecultuur. Er bestaan meerdere visies op de relatie tussen media en rechtspraak. De meest traditionele is die van media als informatiekanaal, als doorgeefluik van waarheid. Dit herkennen we bij de grootste groep respondenten. Daarnaast kennen we uit de literatuur over andere casussen het "trial by media"-mechanisme: media als veroordelaars van verdachten, zonder een directe relatie met rechtspraak aan te gaan. [68] Oftewel: media en rechtspraak functioneren parallel aan maar onafhankelijk van elkaar. Op deze visie sluit het gebruik van "litigation PR" aan: het trachten te beheersen van het imago van deelnemers aan rechtszaken. [69] Maar er bestaat nog een visie op de relatie tussen media en rechtspraak: de omgang met media door de groep respondenten bestaande uit een betrokkene van het Openbaar Ministerie en Tweede Kamerleden is te zien als "media/trial": het actief inzetten van mediastrategieën teneinde rechtszaken trachten te beïnvloeden. Waar bij "trial by media" er juist een engiszins onafhankelijke rol voor media is weggelegd en waar bij "litigation PR" vooral imago van belang is, staat bij "media/trial" het juridisch vormgeven van een rechtszaak door gebruikmaking van media centraal.
Zoals de loop van de rechtszaak tegen Frans van Anraat heeft laten zien, kan "media/trial" effectief zijn. De vraag is of dit te bezien is als terugkeer naar een invloedsdenken over media: worden door deze casus oude theorieën over "het effect van media" weer actueel? Ik moet deze vraag met een overduidelijk "nee" beantwoorden. Effecttheorieën bestaan er in verschillende soorten, [70] maar komen allemaal in bepaalde mate neer op de volgende redenering: media(berichten) worden los van een maatschappelijke context gezien als "oorzaak," waarna er in "de samenleving" een "gevolg" plaatsvindt. "Media/trial" is geen terugkeer naar deze contextloze of contextarme theorieën: "media/trial" duidt op een actieve omgang met media door instituten en personen die zich geconfronteerd zien met twee zaken: een competetief systeem binnen rechtspraak en media, en een mediale participatiecultuur. Binnen rechtspraak en media bestaan er vele soorten competities: om iemand veroordeeld of vrij gesproken te krijgen, de aantasting of vergroting van reputaties, kijkcijfers of lezers, de jacht op scoops etc. Deze competities zijn analoog aan een kapitalistisch systeem, maar vallen er niet mee samen: daar waar in het kapitalisme marktwerking en winst voorop staan, is de strijd binnen rechtspraak en (de deels publieke) media te zien als een strijd op eigen gronden. Intensivering van de competitie op deze strijdtonelen is een verklarende context voor het ontstaan van "media/trial"-uitgangspunten en -gebruiken.
2 De groei van de participatiecultuur. Daarnaast speelt, zoals gezegd, de groei van een participatiecultuur een grote rol. Waar in vroegere tijden instituten een plek in het maatschappelijke veld innamen die beperkt bleef tot hun kern-expertise, zijn er tegenwoordig ook mogelijkheden om niet alleen object van berichtgeving te zijn, maar om zelf mede vorm te geven aan deze berichten. Dat strekt zich ook tot andere terreinen uit: zo zijn ook NGO's tegenwoordig niet alleen onderwerp van nieuws maar werken mee aan een zo gunstig mogelijke berichtgeving waar het hun werk of instituut betreft. Kortom, "media/trial" is geen terugkeer naar een invloedsdenken over media of het geactiveerd worden vanuit belangen of een wil tot macht, maar kunnen we het beste begrijpen in de context van toegenomen interne competitie en een groeiende participatiecultuur. Het juridische en mediale zijn slechts twee onderdelen van onze samenleving waar deze mechnismen optreden.
Het gebruik van mediastrategieën om de juridische strijd tegen verdachten trachten te beïnvloeden is niet beperkt tot Nederland. Ook in landen als de Verenigde Staten en Europese naties als Italië komt het voor. [71] Het is dus gerechtvaardigd te spreken van een breed voorkomen van een specifieke relatie tussen media en rechtspraak; hier heb ik die relatie benoemd als "media/trial." Zoals we hebben gezien wijkt "media/trial" af van het bekende "trial by media": waar "trial by media" duidt op het parallel maar relatief onafhankelijk optreden van media en rechtspraak, wijst "media/trial" op de actieve inzet van mediastrategieën met als doel het trachten te beïnvloeden van juridische processen (meestal in de vorm van rechtszaken).
3 Naar een "equality of arms". Aan het voorkomen van "media/trial" zijn vele conclusies te verbinden. Zo kan het begrip "rechtvaardigheid" verder gedefinieerd worden, of kan de rol van de politiek in rechtszaken nader beschouwd worden. Maar ik zal me hier beperken. "Media/trial" opereert, zoals gesteld, in de context van zowel een competetief systeem binnen media (en binnen rechtspraak) als een toegenomen participatiecultuur. Daarmee is het exemplarisch voor "onze tijd" en voor landen waarin media en rechtspraak voorheen gezien werden als gescheiden terreinen. Er zal een nieuwe omgang gevonden moeten worden met deze interactie tussen media en rechtspraak — het terugdraaien van zo'n ontwikkeling, bijvoorbeeld met wetgeving, zie ik niet als optie gezien de maatschappij-brede context van de ontwikkelingen waarin "media/trial" fungeert. Ik denk dan met name aan journalisten en advocaten van verdachten, of dat nu personen of bedrijven zijn. Om met journalisten te beginnen: de ontkenning van journalisten dat ook journalistieke media ingezet worden door belanghebben op andere terreinen, in dit geval juristen, getuigt van een schokkende naïviteit. Deze naïviteit heeft zijn wortels in het belang dat gehecht wordt aan "objectieve berichtgeving": door van "objectiviteit" uit te gaan ("we brengen het nieuws alleen maar") is er geen oog voor de bredere context waarin journalistieke berichtgeving kan functioneren. Daar waar grote delen van de samenleving (denk aan wetenschap, rechtspraak, etc) al vraagtekens heeft gezet bij het idee van "objectiviteit," is het hoog tijd dat journalisten dat ook doen ten aanzien van de uitgangspunten van hun werkzaamheden.
Het vinden van een nieuwe omgang met de veranderde relatie tussen media en rechtspraak is ook van groot belang voor advocaten van/en verdachten. In de rechtspraak is "equality of arms" een groot goed en houdt in dat "in de verschillende fasen van het proces, inclusief het eventuele onderzoek dat daaraan vooraf gaat, de procespartijen een gelijkwaardige positie behoren in te nemen." [72] De advocaten van Van Anraat stellen dat er in deze rechtszaak niet afdoende sprake is geweest van "equality of arms." In de woorden van advocaat Van Schaik:
"Ik denk dat je niet wilt weten hoeveel geld dit onderzoek heeft gekost. Een Openbaar Ministerie die zo'n Wolterbeek, een oud-wapenexpert [Cees Wolterbeek, een voormalige Nederlandse UNSCOM-inspecteur], gebruikt als adviseur, maar die tevens ook als getuige-deskundige rapport heeft opgemaakt. Daar kun je als verdediging voor iemand die niet het geld heeft, die niet dezelfde budgetten heeft ... dan loop je achter de feiten aan, en doe je zo goed als mogelijk je best om op alle punten verweer te voeren en zoveel mogelijk met eigen getuigen en eigen deskundigen te komen. Maar er is geen sprak van 'equality of arms'." [73]
4 Gelijke toegang tot mediastrategieën. Als "equality of arms" van groot belang is en terugdraaien van media/trial zoals gezegd geen optie is, dan volgt daaruit dat alle procesdeelnemers toegang moeten hebben tot mediastrategieën die hun juridische positie kunnen verbeteren. Ik zal dit standpunt verder beargumenteren door uit te leggen waarom het gebruik van media bij rechtszaken juist wenselijk kan zijn. Dat doe ik door in te gaan op de verschillen tussen de concepten "ethiek" en "norm."
Volgens Ernesto Laclau (2004) zijn normen gedragsvoorschriften (we noemen dit gewoonlijk "moraal"), terwijl ethiek "leeg" is: in tegenstelling tot normen bestaat ethiek niet uit concrete aanwijzingen, maar uit door iedereen anders in te vullen abstracte begrippen, bijvoorbeeld "plicht," "rechtvaardigheid," etc. De "lege" ethische begrippen zijn heterogeen: op meerdere manieren invulbaar. Juist door deze "leegte" is er een contingente relatie tussen ethiek en norm mogelijk: als ethiek en norm volledig zouden samenvallen is er sprake van totalitarisme: in plaats van een blijvende discussie over de invulling van ethische begrippen, bijvoorbeeld "rechtvaardigheid" of "plicht," zou er een tijdloze en allesomvattende ethiek/norm ontstaan. De afwezigheid van een concrete grond voor ethiek maakt dat we in een democratie leven waarin meerdere zienswijzen een plek hebben. Oftewel, de heterogeniteit van ethiek maakt dat we niet in een totalitaire maatschappij leven. Daar volgt uit dat de invulling van ethische begrippen en de keuze voor specifieke normen nooit over gelaten mag worden aan een singuliere entiteit (een bepaald instituut of persoon): vormen van discussie zijn noodzakelijk om democratische waarden overeind te houden. In die zin kan er nauwelijks genoeg discussie gevoerd worden, [74] ook niet in media.
  Kortom, het is noodzakelijk dat alle procespartijen, dus ook advocaten en verdachten, media in kunnen zetten teneinde hun rechtspositie te versterken: dat draagt in directe zin bij aan een equality of arms en indirect aan een grotere heterogeniteit van het sociale leven. Natuurlijk zijn daar allerlei voorwaarden aan verbonden, bijvoorbeeld dat media niet alleen homogeniserend werken. Maar als principe blijft het staan: "media/trial" is niet meer weg te denken uit onze samenleving, waardoor journalisten, advocaten en verdachten er bekend mee dienen te raken en eventueel zelf mediastrategieën in juridische processen moeten kunnen inzetten. Het strijdtoneel van waarheidsclaims dient door iedereen gelijkelijk betreden te kunnen worden.
   
Previous
  Klik op de knoppen aan de rechterzijde om naar de vorige of volgende pagina te gaan. Klik hier voor een overzicht van het gehele artikel.
  2012 © Soundscapes