Logo  
  | home | authors | calendar colophon | links | newsgroups | newsfeed | new | printer version |  
volume 18
september 2015

Hoe de radio de oorlog overleefde ...

 





  Deel 1: Radio Oranje
door André van Os.
Previous
  "Hoe de radio de oorlog overleefde" is de titel van een driedelige serie van de VPRO over de Nederlandse radio buiten bezet gebied tijdens de Tweede Wereldoorlog. De afleveringen werden eind 1987 uitgezonden in 'Het spoor terug', onderdeel van het geschiedenisprogramma OVT. De begeleidende teksten van de serie zijn geschreven door radio-icoon Arie Kleijwegt en hier bewerkt en aangevuld, met links naar de radioprogramma's. Onze speciale dank gaat uit naar de VPRO, in het bijzonder naar programmamaker Marnix Koolhaas. Samenstelling en bewerking: André van Os.
 
1 Links: A. den Doolaard achter de microfoon

De stem van strijdend Nederland. De 'stem van strijdend Nederland' was de dagelijkse radio-uitzending uit Londen, waarmee de Nederlandse regering het contact onderhield met het door de Duitsers bezette Nederland. Dat gebeurde met vallen en opstaan, zoals blijkt uit de getuigenissen van twee bekende stemmen van deze zender, de schrijver A. den Doolaard en historicus Lou de Jong.

Als in de dramatische meidagen van 1940 het kabinet, koningin Wilhelmina en de rest van de koninklijke familie uitwijken naar Engeland, is daarmee het contact tussen de Nederlandse regering en het door de Duitsers bezette vaderland verbroken. De enige mogelijkheid om zich in die eerste weken tot de achtergebleven landgenoten te wenden, vormt de Nederlandse afdeling van de BBC, die juist enkele weken eerder, in april 1940, van start is gegaan met dagelijkse uitzendingen van een kwartier. Via dit kanaal komt op 20 mei het eerste levensteken, in de vorm van een tien minuten durende toespraak van minister-president De Geer. De bejaarde premier (hij is dan 70 jaar) toont geen enkele strijdbaarheid. Hij dringt er bij de bevolking zelfs op aan om via een correcte samenwerking "de achting van de tegenstander" te winnen. Over deze toespraak heeft De Geer geen enkel overleg gehad met de andere ministers noch met koningin Wilhelmina. Vooral de laatste is over de defaitistische toon die De Geer heeft aangeslagen uiterst verbolgen.

  Het duurt daarna niet lang voor de regering er in slaagt over een eigen uitzendmogelijkheid, in eigen beheer, te beschikken. Dat is Radio Oranje. De later bekende geschiedschrijver van de oorlog en eveneens naar Engeland gevluchte Lou de Jong was als jong journalist vanaf het eerste begin bij Radio Oranje betrokken.
2 Rechts: Henk van den Broek (Wereldomroep-periode)

Flitspuit van Meyer Sluyser. Naast Radio Oranje ontstonden in Engeland nog andere op het bezette Nederland gerichte radio-uitzendingen. Zoals de Flitspuit, een omroep die pretendeerde vanuit bezet gebied te opereren en die sterk gericht was op het stimuleren van een geest van verzet. Het was een Engels initiatief, waarvan de uitvoering voornamelijk in handen was van de latere VARA-commentator Meyer Sluyser. Deze zender bleef ongeveer een jaar in de lucht, van zomer 1941 tot zomer 1942. In zijn jonge jaren was Sluyser betrokken bij de oprichting van de VARA en werd hij lid van het hoofdbestuur van deze omroep. In het blad "Vrijheid Arbeid Brood" ageerde hij in de roerige jaren dertig tegen de dreiging van zowel het fascisme als het communisme. Toen de Duitsers in mei 1940 Nederland binnenvielen wist hij op het nippertje te ontsnappen aan de nazi's, die kort nadat ze Amsterdam binnentrokken, al voor zijn deur stonden om hem te arresteren. Sluyser ontsnapte met zijn gezin naar Engeland en kon aan de slag bij de regeringsvoorlichtingsdienst. Hij is de geestelijke vader van de naam "Radio Oranje".

3 De Brandaris en Henk van den Broek. Van meer betekenis was de invloed van De Brandaris, een dagelijkse omroep, die in eerste instantie bedoeld was om het moreel van de duizenden Nederlandse zeevarenden te ondersteunen. Het was een gezamenlijke onderneming van de BBC en de Nederlandse regeringsvoorlichtingsdienst. De uitzendingen begonnen in juli 1941 en werden van meet af aan gekenmerkt door een frisse, opbeurende aanpak. Dat was het werk van twee bezielde radiosprekers, de journalist Henk van den Broek, die correspondent was geweestt van de Maasbode en de Telegraaf in Parijs en de schrijver A. den Doolaard. Onder hun pseudoniemen De Rotterdammer en Bob kregen zij grote bekendheid.
  Links: Medewerkers van Radio Oranje, v.l.n.r.: H.W Sandberg, Jan van Os, J. Pearl, H.J.van den Broek, drs Lou de Jong, L. Fas, H. Reijneke van Stuwe, A. den Doolaard en George Sluizer (Foto ANP)

Direct na de bezetting van Nederland door de Duitsers begint Henk van den Broek samen met Ernst Kuiper, Jos Mendels, A. den Doolaard, Henri Sandberg, Joop Kolkman en Max en Nelly Vredenburg Radio Vrij Nederland. Al op 19 mei 1940 zijn de eerste uitzendingen richting Nederland, gefaciliteerd door Philips en de Franse omroep. Op 4 juni weet het groepje zelfs een kortegolf uitzending te maken voor Nederlands-Indië. Maar een week later zijn de Duitsers al zo dicht bij Parijs dat de radiomakers noodgedwongen uitwijken naar Londen.

  In september 1940 arriveert Van den Broek via Lissabon in Londen. Zijn vrouw en kinderen volgen later. In Londen is Van den Broek korte tijd bureauredacteur voor het Londense agentschap van het persbureau ANEP-ANETA, maar hij pakt in mei 1941 het radiomaken weer op. De BBC en de Nederlandse Scheepvaart- en Handelscommissie vragen hem een station op te zetten voor Nederlandse zeelieden. Dat wordt Radio Brandaris, vernoemd naar de vuurtoren op Terschelling. Van den Broek brengt oude bekenden van Radio Vrij Nederland bij elkaar: schrijver A. den Doolaard, George Sluizer en Godard Kal, de latere chef van de Groetenafdeling van de Wereldomroep. Radio Brandaris is veel feller dan het door de regering opgerichte Radio Oranje. Duitsers zijn 'moffen', programma's hebben namen als 'Sabotage' en 'Europa tegen de Moffen'.
  Bij de strijdvaardige aanpak van de Brandaris-uitzendingen staken de veel minder geïnspireerde programma's van Radio Oranje ongunstig af, zodat er in de Londense kringen steeds meer stemmen opgingen de beide omroepen samen te voegen. Zoals gebruikelijk in dat soort zaken stuitte dat op veel persoonlijke animositeit, vooral bij Jan Willem Lebon, oud-penningmeester van de VARA, die als leider van Radio Oranje geen blijken van journalistiek-creatieve talenten had gegeven. Lou de Jong, destijds de tweede man van Radio Oranje, stond wel positief tegenover de fusie.
4 Rechts: Studio Radio Oranje 1944 met links George Sluizer achter de microfoon (Fotocollectie Anefo)

Radio Oranje. Toen de samenvoeging eind 1942 een feit geworden was kreeg Radio Oranje een hechte, goed op elkaar ingespeelde staf, waarin de taken overzichtelijk verdeeld waren: Lou de Jong behandelde het oorlogsverloop, Van den Broek als de Rotterdammer concentreerde zich op de gebeurtenissen in bezet Nederland en Den Doolaard was gespecialiseerd in aanstekelijke peptalks. Voor velen in bezet gebied was Radio Oranje synoniem met 'de Engelse zender', bron van waarheidsgetrouwe informatie, hoop en bemoediging. Van veel betekenis waren in dat verband de toespraken van koningin Wilhelmina, die daarmee al gauw een aanstekelijk imago van onverzettelijkheid verkreeg.

  Van geheel andere aard, maar eveneens niet zonder effect bij de ondersteuning van het moreel in bezet gebied, was het aandeel van het vrijwel geheel door amateurs verzorgde cabaret De Watergeus, waarvan de liedjes gemaakt waren op bekende Nederlandse wijsjes van die dagen. De 20-jarige Jetty Paerl verwierf er zich oorlogsfaam mee. Ze werd populair met liedjes als 'Op de hoek van de straat staat een NSB'er'. Later vertegenwoordigde ze Nederland (1956) op het allereerste Eurovisie Songfestival in Lugano met De vogels van Holland, een lied van Annie M.G. Schmidt en de even legendarische Cor Lemaire. Er waren dat jaar bij uitzondering twee afgevaardigden uit elk land, ook de tien jaar jongere Corry Brokken deed mee.
5 Links: Jetty Paerl

Invloed? Toch had Radio Oranje tijdens de Tweede Wereldoorlog geen bepalende invloed op de stemming van de Nederlandse bevolking. Dat was althans de conclusie van een studie van Onno Sinke, die op 20 april 2009 aan de Rijksuniversiteit Groningen promoveerde op een onderzoek naar de invloed van de zender. Na de oorlog werd de zender een symbool van verzet tegen de Duitsers. Maar uit het onderzoek van Sinke bleek dat Radio Oranje nauwelijks een stempel drukte op de houding van de bevolking in bezet Nederland. Radio Oranje ging zeer voorzichtig te werk. Sinke ontdekte dat dit deels gebeurde op aandringen van koningin Wilhelmina, die Duitse represailles vreesde. Door het ontbreken van een accuraat beeld van de toestand in bezet Nederland kon men in Londen moeilijk inschatten of de uitzendingen consequenties zouden hebben voor de luisteraars.

  Aanvankelijk duurden de dagelijks uitzendingen een kwartier, later werd dit een halfuur. In deze korte periode moest de zender tot de hele Nederlandse bevolking spreken. Een gemiddelde uitzending bestond uit een overzicht van het belangrijkste nieuws en commentaar op ontwikkelingen in de bezette gebieden, eventueel aangevuld met toespraken van koningin Wilhelmina of leden van de regering en interviews met zeelieden of militairen. Soms bracht de zender thema-uitzendingen, bijvoorbeeld in de vorm van een hoorspel over de Battle of Britain. Opvallend is volgens Sinke dat de Britse autoriteiten daarbij nauwelijks gebruikmaakten van de mogelijkheid om de uitzendingen te censureren.
6 Rechts: Controlekamer van Radio Oranje, Londen (Fotocollectie Anefo)

England Spiel. Het grootste obstakel waarmee Radio Oranje te kampen had, was de onvolledige informatie die men had over wat er in bezet gebied gebeurde. Daardoor kon men meestal niet inspelen op zaken, die in Nederland van grote actuele betekenis waren. Engelandvaarders deden meestal vele maanden over hun tocht naar de vrijheid. Ook waren de geheime radio-verbindingen met bezet gebied voor jaren onbruikbaar ten gevolge van het langdurige England Spiel (Duitse operatie waarbij 59 Nederlandse geheim agenten gevangengenomen werden. De Duitsers konden codes van deze agenten gebruiken om via een geallieerd zendernetwerk valse informatie te sturen naar het Engeland).

  Ingrijpend werd deze situatie verbeterd in 1944, vooral toen gedeelten van Nederland bevrijd werden. De informatie over wat er in bezet gebied gebeurde nam toe in omvang en betrouwbaarheid. Als gevolg daarvan kon Radio Oranje meer en meer een rol spelen in de gebeurtenissen. Naast koningin Wilhelmina was ook minister-president Gerbrandy een uiterst positieve factor in de geest van strijdbaarheid, die vanuit Londen naar het bezette vaderland uitging. Hij was niet alleen de grondlegger van Radio Oranje geweest, hij bleef door de jaren heen grote betekenis aan deze oorlogsomroep toekennen. Voortdurend was hij in discussie met de programmastaf over de vorm waarin berichten of instructies voor de bevolking moesten worden doorgegeven. Daar kwam nogal eens wat overredingskracht van beide kanten bij kijken, merkte Den Doolaard op.
7 Links: Controlekamer van Radio Oranje, Londen (Fotocollectie Anefo)

Dolle Dinsdag. Toen het overrompelende oorlogsverloop in de laatste zomermaanden van 1944 het vaderlandse grondgebied begon te naderen, braken ook voor Radio Oranje spannende dagen aan. Van historisch belang is daarbij de uitzending van maandagavond 4 september, waarin tot verrassing van De Rotterdammer, die de uitzending presenteerde, premier Gerbrandy op het laatste moment een verandering in zijn tekst aanbracht en meedeelde, dat de Nederlandse grens door de geallieerden was overschreden. Deze overmoedige en naar later bleek onjuiste informatie leidde tot de hysterische opwinding van Dolle Dinsdag, de dag waarop Het Gerucht alle gebeuren beheerste, waarop men de bevrijders al in Rotterdam en Den Haag en op weg naar de hoofdstad waande en ook de dag waarop vele NSB-ers en andere foute landgenoten hals over kop de vlucht namen naar het oosten.

  Ook Robert Kiek, de oorlogscorrespondent van het ANP en Radio Oranje, was er op 5 september nog van overtuigd, dat de totale bevrijding van ons land slechts een kwestie van enkele dagen zou zijn. Maar het liep anders. De opmars was zo snel gegaan dat er aanvoerproblemen ontstonden, waardoor de opmars enkele weken tot staan kwam. Op 17 september volgt dan de grote doorbraak door Brabant gekoppeld aan de luchtlandingen bij Arnhem. Bij die operaties wordt op 18 september Eindhoven bevrijd, waar een nieuwe fase van de vrije Nederlandse radio zal beginnen met de zender Herrijzend Nederland (zie deel 2).
  Robert Kiek stuit in de opwindende weken die in september en oktober volgen, tijdens zijn omzwervingen door het bevrijde Noord-Brabant op een verrassende situatie, die tot het beëindigen van zijn correspondentschap leidt. Vanuit het bevrijde zuiden telefoneert Kiek zonder problemen met het bezette Utrecht. Hij maakt er een 'gloedvolle reportage' over maar kennelijk met gevoelige informatie. De voorzichtigheid van Den Doolaard en Lou de Jong leidde er toe, dat Radio Oranje de reportage van Kiek niet uitzond. De Nederlandse sectie van de BBC deed dat echter wel. Het was een fout van de militaire censor in Eindhoven, die de reportage van Kiek niet had mogen laten passeren. Dat de arrestaties en de daaruit voortvloeiende liquidaties, die kort daarna in een Utrechtse verzetsgroep plaatsvonden, hiervan het gevolg zijn geweest, staat niet vast, maar is niet uitgesloten.
  Gedurende de laatste oorlogswinter werkten de vrije omroepen van Radio Oranje en Herrijzend Nederland in nauwe samenwerking, maar onafhankelijk van elkaar. Na het vertrek van Van den Broek was Den Doolaard chef van Radio Oranje geworden. Hij en Lou de Jong verzorgden samen de laatste uitzending van de Londense omroep in juni 1945. Radio Oranje was toen praktisch vijf jaar aaneengesloten in de lucht geweest.
   
 
  Audio bij aflevering 1:
  Luister naar interviews met de hoofdrolspelers en naar unieke fragmenten
   
Previous
  2015 © Soundscapes